Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2017:4206

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
12-06-2017
Datum publicatie
18-07-2017
Zaaknummer
C/02/323548 FARK 16-6751
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Gezamenlijk verzoek van de ouders om de vrouw eenhoofdig met het gezag over de minderjarige te belasten. Daaraan ligt ten grondslag de verhuizing van de man, waardoor hij, minder dan voorheen, in Nederland zal zijn. Onvoldoende grond om af te wijken van het uitgangspunt van de wetgever dat gezamenlijk gezag in beginsel wordt gehandhaafd. Verzoek afgewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FJR 2017/64.3
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team Familie- en Jeugdrecht

Enkelvoudige Kamer

Zaaknummer: C/02/323548 FA RK 16-6751

beschikking betreffende het gezag,

in de zaak van

1 [de vrouw] ,

wonende te [woonplaats 1] ,

hierna te noemen de vrouw,

en

2 [voornaam 2] [geslachtsnaam]

wonende te [woonplaats 2] , [EU-land 2] ,

hierna te noemen de man,

hierna ook te noemen verzoekers,

advocaat mr. W.G.M. Brink.

1. Het verloop van het geding

Dit blijkt uit de volgende stukken:

- het op 22 november 2017 ontvangen verzoekschrift met bijlagen;

- de brief van mr. W.G.M. Brink van 6 maart 2017;

- het proces-verbaal van de terechtzitting van 4 mei 2017.

Ter terechtzitting is tevens aanwezig geweest een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Zuidwest Nederland, gevestigd Meerten Verhoffstraat 18,

4811 AS Breda, hierna te noemen de Raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.

2 Het verzoek

De man en de vrouw verzoeken, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat hun gezamenlijk gezag over de minderjarige [voornaam 1] [geslachtsnaam] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2013, wordt omgezet in een eenhoofdig gezag over [voornaam 1] van de vrouw, en zij verder het eenhoofdig gezag over de minderjarige zal hebben, met compensatie van de proceskosten.

3 De beoordeling

3.1

Tussen verzoekers staat, op grond van de stellingen en overgelegde stukken, het hierna vermelde vast.

- Verzoekers hebben tot in 2014 met elkaar samengeleefd. Uit hun relatie is geboren de minderjarige [voornaam 1] [geslachtsnaam] geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2013.

- De man heeft de minderjarige erkend.

- De man en de vrouw hebben gezamenlijk het gezag over de minderjarige.

- Ingevolge het tussen verzoekers op 13 mei 2014 gesloten ouderschapsplan achten zij het beiden in het belang van [voornaam 1] dat zij na beëindiging van de samenwoning gezamenlijk het ouderlijk gezag over [voornaam 1] zullen blijven uitoefenen zoals de wet dit ook als uitgangspunt kent. Tevens hebben verzoekers met elkaar afgesproken dat [voornaam 1] zijn hoofdverblijf zal hebben bij de vrouw en dat er geen vaste omgangsafspraken worden gemaakt.

De omgang zal zoveel mogelijk in goed onderling overleg tussen verzoekers in alle flexibiliteit worden vormgegeven.

Wat de informatieoverdracht over [voornaam 1] betreft zullen verzoekers elkaar informeren door middel van e-mail, telefoon, WhatsApp en in het bijzonder door direct contact tussen verzoekers.

Ook hebben verzoekers afspraken gemaakt omtrent een door de man aan de vrouw ten behoeve van de verzorging en opvoeding van [voornaam 1] te betalen bedrag aan kinderalimentatie.

- De vrouw en [voornaam 1] hebben de Nederlandse nationaliteit. De man heeft de Italiaanse nationaliteit.

3.2

De Nederlandse rechter is bevoegd van het verzoek kennis te nemen aangezien de minderjarige zijn gewone verblijfplaats in Nederland heeft. Op dezelfde grond is op het verzoek aangaande het gezag Nederlands recht van toepassing.

3.3

De verzoekers hebben ter terechtzitting het verzoek nader toegelicht en de vertegenwoordiger van de Raad heeft een advies uitgebracht. Op de toelichting van verzoekers en het advies van de Raad wordt, voor zover voor de beoordeling van het verzoek van belang, op onderstaande wijze ingegaan.

3.4

Ingevolge artikel 1:253n van het Burgerlijk Wetboek (BW) kan de rechter op verzoek van de niet met elkaar gehuwde ouders of een van hen het gezamenlijk gezag beëindigen, indien de omstandigheden zijn gewijzigd of bij het nemen van de beslissing van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan. Alsdan bepaalt de rechtbank aan wie van de ouders voortaan het gezag over ieder der minderjarige kinderen toekomt.

3.5

Uit de inhoud van de stukken en de behandeling ter terechtzitting is gebleken dat de omstandigheden met betrekking tot de minderjarige inmiddels zijn gewijzigd. Zo is de man sinds het opmaken van genoemd ouderschapsplan verhuisd van Italië naar [EU-land 1] .

Toen de man in Italië woonde, verbleef hij voor zijn werk veelvuldig in Nederland en kon hij volgens verzoekers aan de invulling van de zorg- en contactregeling met [voornaam 1] en het gezamenlijk gezag nog goed invulling geven. Sinds de man op [EU-land 1] woont is dat beduidend minder het geval, omdat de man nu nog amper in Nederland verblijft. De rechtbank is van oordeel dat dit een zodanig relevante wijziging van omstandigheden is, dat verzoekers in hun verzoek tot wijziging van het gezag kunnen worden ontvangen.

3.6

Uitgangspunt van de wetgever is dat het gezamenlijk ouderlijk gezag na het uiteengaan van de ouders gewoon doorloopt. Ingevolge artikel 1:253n lid 2 BW is artikel 1:251a lid 1 BW van overeenkomstige toepassing. Op grond van laatstgenoemde bepaling kan de rechter bepalen dat het gezag over een kind aan één ouder toekomt indien er een onaanvaardbaar risico is dat bij instandhouding van gezamenlijk gezag van beide ouders het kind klem of verloren zou raken tussen die ouders en niet te verwachten is dat hierin binnen afzienbare tijd voldoende verbetering zou komen of indien wijziging van het gezag anderszins in het belang van het kind noodzakelijk is.

3.7

De Raad heeft zich ten aanzien van de te nemen beslissing gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Gebleken is dat de verstandhouding tussen verzoekers erg goed is. Echter, vanwege de verhuizing van de man van Italië, waarbij hij nog veelvuldig in Nederland verbleef, naar [EU-land 1] achten verzoekers het niet meer praktisch dat zij beiden het ouderlijk gezag over [voornaam 1] zullen uitoefenen. De rechtbank acht het uitganspunt van de wetgever leidend. Op geen enkele wijze is er te voorzien dat [voornaam 1] klem of verloren zal geraken tussen deze twee ouders bij voortzetting van het gezamenlijk gezag. Ook ziet de rechtbank geen ander argument waardoor het in het belang van [voornaam 1] noodzakelijk zou zijn om het gezamenlijk gezag te beëindigen. In de huidige tijd van moderne communicatiemiddelen zoals telefoon en e-mailverkeer en WhatsApp en Skype kunnen ouders elkaar bereiken, met elkaar overleggen en gezamenlijk beslissingen blijven nemen over hun zoon. De rechtbank is dan ook van oordeel dat hetgeen door partijen naar voren is gebracht onvoldoende grond vormt om af te wijken van genoemd wettelijke uitgangspunt van gezamenlijk gezag. Ook het argument van verzoekers dat de vrouw inmiddels een nieuwe partner heeft en uit deze relatie ook weer een kind is geboren en de man niet wil dat het nieuwe gezinsleven van de vrouw op enigerlei wijze belemmerd wordt door de omstandigheid dat hij mede het ouderlijk gezag heeft over [voornaam 1] acht de rechtbank onvoldoende grond om van het wettelijke uitgangspunt af te wijken. Gezien het voorgaande zal het verzoek worden afgewezen.

3.8

Nu verzoekers een affectieve relatie met elkaar hebben gehad en de beslissing betrekking heeft op hun beider kind, zullen de proceskosten worden gecompenseerd.

4 De beslissing

De rechtbank:

wijst het verzoek af;

compenseert de kosten van het geding aldus dat ieder der verzoekers de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. Van Triest, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van

in tegenwoordigheid van Van Dongen, griffier.

Mededeling van de griffier:

Tegen deze beschikking kan voor zover het een eindbeschikking betreft hoger beroep worden ingesteld:

  1. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  2. door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te

's-Hertogenbosch.

verzonden op:

1

1 In verband met deze procedure/ten behoeve van een juiste procesvoering worden uw persoonsgegevens, voor zover nodig, verwerkt in een systeem van het gerecht.