Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2017:4100

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
05-07-2017
Datum publicatie
30-10-2017
Zaaknummer
5558978
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Relatiebeding in beëindigde arbeidsovereenkomst. Beding heeft gelding niet verloren bij fusie van werkgever. Uitleg van beding die het zinloos maakt, wordt niet gevolgd. Geen ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van werkgever. Beding is niet aanmerkelijk zwaarder gaan drukken op werknemer. Gedeeltelijke vernietiging van relatiebeding op grond van belangenafweging.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2017/5626
AR-Updates.nl 2017-1334
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Cluster I Civiele kantonzaken

Zittingsplaats: Middelburg

zaak/rolnr.: 5558978 / 16-7068

vonnis van de kantonrechter d.d. 5 juli 2017

in de zaak van

[partij] ,

wonende te Kruiningen,

eisende partij in conventie,

gedaagde partij in reconventie,

verder te noemen: [partij] ,

gemachtigde: mr. A. Klaassen,

t e g e n :

de besloten vennootschap

ACCON AVM GROEP B.V.,

gevestigd te Arnhem,

gedaagde partij in conventie,

eisende partij in reconventie,

verder te noemen: Accon,

gemachtigde: mr. R. Hogenbrink.

het verloop van de procedure

De procedure is als volgt verlopen:

- dagvaarding van 23 november 2016,

- conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie,

- tussenvonnis van 8 februari 2017,

- conclusie van antwoord in reconventie,

- akte tot wijziging van eis in conventie,

- mondelinge behandeling van de zaak.

de beoordeling van de zaak

in conventie en in reconventie:

1. In het tussenvonnis is een mondelinge behandeling van de zaak gelast die plaatshad op 1 mei 2017. Van de mondelinge behandeling is geen proces-verbaal opgemaakt. Aan het slot van de mondelinge behandeling spraken partijen af te proberen tot overeenstemming te komen. Omdat zij daarin niet zijn geslaagd, wordt nu vonnis gewezen.

2.1.

Accon is een advies- en accountantsorganisatie met 49 bedrijfsvestigingen.

2.2.

[partij] is geboren op [geboortedatum] . Hij werkte vanaf 1989 bij Pekaar & Partners Accountants (verder: Pekaar). Nadat hij was benaderd door een headhunter trad [partij] voor onbepaalde tijd in dienst van de rechtsvoorganger van Accon op 1 oktober 2007. Zijn functie was die van Manager Accountancy. De arbeidsovereenkomst eindigde op 31 oktober 2016 als gevolg van opzegging door [partij] .

2.3.

Artikel 9 van de arbeidsovereenkomst bevat een relatiebeding. Het bepaalt:

Het is werknemer verboden om binnen twee jaar na beëindiging van de arbeidsovereenkomst werkzaamheden te verrichten of werkzaam, behulpzaam of betrokken te zijn, voor of namens ex-cliënten en/of cliënten van (één van de vestigingen van) werkgever of daarmee contacten te onderhouden (ongeacht op wie zijn initiatief die plaatsvinden), hetzij om niet of tegen vergoeding, dan wel in strijd met de strekking van dit beding te handelen. Onder (ex-)cliënten wordt in dit verband verstaan relaties, zowel natuurlijke- als rechtspersonen, van vestigingen van de werkgever waaraan deze direct of indirect haar (hun) zakelijke diensten verle(e)n(t) en/of de laatste 24 maanden heeft (hebben) verleend, te rekenen vanaf de datum waarop het dienstverband eindigt.”.

In artikel 10 is op iedere overtreding van de werknemer van dit relatiebeding een direct opeisbare boete van € 12.500,-- gesteld, te vermeerderen met een bedrag van € 300,-- voor iedere dag dat de overtreding voortduurt voor zover het een doorlopende overtreding is.

2.4.

Bij vonnis in kort geding van 1 september 2016 heeft de kantonrechter op een verder strekkende vordering van [partij] het relatiebeding gedeeltelijk geschorst en daarbij bepaald dat deze voorlopige voorziening vervalt indien [partij] niet binnen drie maanden Accon in een bodemprocedure zal hebben gedagvaard tot nietigverklaring van het relatiebeding. In reconventie is het [partij] bij dat vonnis verboden - kort gezegd - om te handelen in strijd met het relatiebeding voor zover dat niet is geschorst.

in conventie:

3.1.

Na wijziging van eis vordert [partij] , zakelijk weergegeven:

- vernietiging voor zover nodig van het relatiebeding voor alle relaties welke niet aantoonbaar toebehoren aan accon avm groep BV met kvk-nummer 09171813,

en

primair:

- vernietiging van het relatiebeding met ingang van het einde van het dienstverband of een andere in goede justitie te bepalen datum,

subsidiair:

- matiging van het relatiebeding zodat het [partij] vrijstaat om na einde van het dienstverband de relaties te bedienen als genoemd in productie 38 bij dagvaarding, terwijl het hem in ieder geval vrijstaat relaties te bedienen die geen opdrachtovereenkomst met Accon meer hebben omdat deze is opgezegd, dan wel die relaties welke de kantonrechter vaststelt, al dan niet onder toevoeging van enige geografische beperking,

- matiging van het relatiebeding in duur zodat [partij] aan het beding kan worden gehouden gedurende een periode van drie maanden na einde van het dienstverband, althans een in goede justitie te bepalen periode,

meer subsidiair:

- wijziging van het relatiebeding ter bevordering van de arbeidsmarktperspectieven van [partij] als de rechtbank geraden acht,

uiterst subsidiair:

- Accon gedurende de looptijd van het relatiebeding met ingang van 1 november 2016 te veroordelen tot betaling van een vergoeding ter hoogte van 70% van zijn laatstgenoten salaris, althans een door de kantonrechter in redelijkheid te bepalen bedrag,

en in alle gevallen:

- de veroordeling van Accon tot betaling van in redelijkheid gemaakte buitengerechtelijke kosten, begroot op € 6.775,--,

- de veroordeling van Accon in de proceskosten en de nakosten.

3.2.

Accon betwist de vordering en de daarvoor aangevoerde gronden.

3.3.

De standpunten van partijen komen hierna voor zover nodig verder aan de orde.

4.1.

[partij] stelt dat het relatiebeding zijn gelding heeft verloren. De arbeidsovereenkomst met het relatiebeding werd in juni 2007 gesloten met de besloten vennootschap met de naam “accon avm groep B.V.”, bij het handelsregister ingeschreven onder nummer 09114599. Vanaf 31 mei 2007 bestond een andere besloten vennootschap, eveneens met de naam “accon avm groep B.V.”. Deze vennootschap was bij het handelsregister ingeschreven onder nummer 09171831. In het handelsregister is opgenomen dat de registratie van de vennootschap met nummer 09114599 is geëindigd op 7 september 2012 in verband met het verdwijnen van de rechtspersoon ten gevolge van fusie met ingang van 1 september 2012. Uit het handelsregister blijkt niet van een juridische fusie per 1 september 2012. Uit gegevens uit het handelsregister blijkt ook van een fusie al op 20 juni 2011 en van overdracht op 1 september 2012 van de aandelen in het kapitaal van de dochtervennootschappen van de vennootschap met nummer 09114599 - en daarmee van de overdracht van de activiteiten van de onderneming - aan de vennootschap met nummer 09171831. Voor zover er sprake zou zijn van een overgang van onderneming hadden de vervreemder en de verkrijger hun werknemers die bij de overgang betrokken waren informatie moeten verstrekken. [partij] is niet inhoudelijk geïnformeerd.

4.2.

De kantonrechter volgt [partij] hierin niet. Bij het aangaan van de arbeidsovereenkomst was de wederpartij van [partij] de besloten vennootschap met de naam “accon avm groep B.V.” met nummer 09114599. Op 31 augustus 2012 is een fusie-akte verleden op grond waarvan deze besloten vennootschap als verdwijnende vennootschap opgegaan in de verkrijgende besloten vennootschap met de naam “accon avm groep B.V.” met nummer 09171831. Deze verkrijgende vennootschap droeg tot 1 september 2012 de naam “accon avm beheer B.V.”. Van overdracht van aandelen tussen de aanvankelijke werkgever van [partij] en Accon is geen sprake. Als gevolg van deze fusie is de arbeidsovereenkomst met het relatiebeding van rechtswege overgegaan op Accon (zie de artikelen 7: 662 lid 2 en 663 BW). De fusie had plaats na positief advies van de ondernemingsraad zodat voor de werkgever niet de in artikel 7: 665a BW bedoelde verplichting bestond de eigen werknemers te informeren.

5.1.

[partij] stelt dat de fusie heeft geleid tot een aanmerkelijke verzwaring van de werking van het relatiebeding omdat naar de mening van Accon een veel groter aantal relaties onder de werking van het beding komt te vallen.

5.2.

De kantonrechter overweegt dat een beding dat de werknemer beperkt in zijn bevoegdheid om na het einde van de arbeidsovereenkomst op zekere wijze werkzaam te zijn opnieuw moet worden overeengekomen indien er sprake is van een wijziging in de arbeidsverhouding van zo ingrijpende aard, dat het relatiebeding aanmerkelijk zwaarder gaat drukken. Dat een dergelijke wijziging zich als gevolg van de fusie in 2012 heeft voorgedaan, is door Accon betwist en door [partij] onvoldoende onderbouwd.

6.1.

[partij] stelt zich op het standpunt dat het relatiebeding geen gelding heeft ten aanzien van cliënten van andere vennootschappen van werkgever Accon.

6.2.

[partij] wordt niet gevolgd in dit standpunt. De klanten van Accon sluiten opdrachtovereenkomsten niet met haar maar met een van haar dochtervennootschappen (verder: de dochters). De dochters hebben geen eigen vestigingen maar zijn actief vanuit de vestigingen van Accon. Werknemers als [partij] verrichten werkzaamheden ter uitvoering van die opdracht. Gelet op de tekst van het relatiebeding betreft het (ex-)cliënten van (één van de vestigingen van) werkgever, onder wie worden verstaan relaties van vestigingen van de werkgever aan wie deze direct of indirect haar zakelijke diensten verleent of hun zakelijke diensten verlenen of de laatste 24 maanden heeft of hebben verleend. Niet is vereist dat Accon direct diensten verleent of heeft verleend aan (ex-)cliënten. Door de inzet van dochters die de opdrachten van de cliënten uitvoeren, waarvoor werknemers van Accon worden ingezet, verleent Accon indirect zakelijke diensten aan die cliënten. Een andere uitleg van het relatiebeding als voorgestaan door [partij] zou gelet op de wijze waarop Accon haar onderneming organiseert het beding zinloos maken waardoor deze uitleg onaannemelijk is.

7.1.

[partij] voert aan dat Accon geen belang heeft bij het handhaven van het relatiebeding ten aanzien van ex-relaties.

7.2.

De kantonrechter verwerpt dit standpunt. Accon heeft er belang bij te voorkomen dat (ex-)werknemers bewerkstelligen dat haar klanten de opdrachtrelatie met haar beëindigen en vervolgens voor deze klanten gaan werken. Ook kan op deze wijze de discussie worden voorkomen of een bepaalde partij nog klant is van Accon. Daarom blijkt niet dat Accon geen belang heeft bij handhaving van het relatiebeding ten aanzien van ex-cliënten. Daarbij wordt nog in aanmerking genomen dat Accon werkt met kortlopende opdrachtovereenkomsten zodat het voorkomt dat enige tijd minder of geen werkzaamheden voor een bepaalde cliënt worden verricht. Desondanks blijft het belang bij bescherming van de relatie met de klant bestaan.

8.1.

Volgens [partij] ligt de aanleiding voor de beëindiging van het dienstverband in (ernstig) verwijtbaar handelen en nalaten van Accon zodat zij op grond van artikel 7: 653 lid 4 BW zich niet meer op het relatiebeding kan beroepen. Hij is op onjuiste gronden overreed om bij Accon te komen werken. Hem werd een solide positie met voldoende aanbod aan passend werk voorgespiegeld. Daarvan bleek geen sprake. Hij heeft zijn positie bij Accon eigenhandig opgebouwd doordat in ongeveer drie jaar circa 35 cliënten van Pekaar naar hem overkwamen. Gaandeweg is die positie uitgehold. De leiding van Accon legde extreme druk op financiële doelstellingen op korte termijn. De cultuur van het voortdurend streven naar maximalisatie van omzet werd versterkt door vele overnames van andere accountantskantoren. Een groot deel van de medewerkers had met deze interne cultuur steeds meer moeite. Het verloop van personeel en de uitstroom van klanten waren groot. Onder druk van extreme groeidoelstellingen worden cliënten en medewerkers bejegend in strijd met professionele en persoonlijke integriteitsnormen van [partij] en algemeen geldende regels. [partij] had al jaren te lijden onder onevenredig hoge werkdruk en dit bij herhaling zonder resultaat aangekaart. In het najaar van 2015 was [partij] in een conflictueuze situatie beland, waarbij hij is afgesnauwd en onheus bejegend door zijn leidinggevende die daarvoor zijn excuses heeft aangeboden. Collega’s van [partij] mochten met medeneming van cliënten van Accon opstappen en voor zichzelf beginnen. In die gevallen werkte zij mee aan ontheffing van het relatiebeding. Ook [partij] vroeg aan Accon naar de mogelijkheid om relaties mee te nemen naar zijn nieuwe werkkring, onder meer de relaties die hem vanuit Pekaar zijn gevolgd naar Accon. Toch verleende zij geen ontheffing van het relatiebeding.

8.2.

De kantonrechter overweegt dat Accon aan het relatiebeding geen rechten kan ontlenen indien het eindigen of niet voortzetten van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van de werkgever. Daarvan is niet al zonder meer sprake als de werkgever niet heeft gehandeld als goed werkgever. In de praktijk zal het gaan om doorgaans weinig voorkomende ernstige gevallen zoals bij de totstandkoming van de Wet werk en zekerheid aan de orde zijn gekomen:

- als een verstoorde arbeidsrelatie is ontstaan als gevolg van laakbaar gedrag van de werkgever en geen andere optie bestaat dan ontslag,

- als een werkgever discrimineert, de werknemer hiertegen bezwaar maakt, een onwerkbare situatie ontstaat en geen andere optie bestaat dan ontslag,

- als een werkgever grovelijk de verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst niet nakomt en daardoor een verstoorde arbeidsverhouding ontstaat,

- als een werkgever een valse grond voor ontslag aanvoert met als enig oogmerk een onwerkbare situatie te creëren en zo een ontslag te realiseren,

- als een werknemer arbeidsongeschikt is geworden als gevolg van verwijtbaar onvoldoende zorg van de werkgever voor de arbeidsomstandigheden.

8.3.

[partij] motiveert onvoldoende dat zijn opzegging van de arbeidsovereenkomst het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Accon. Hierbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

8.4.

Dat [partij] in 2007 is overreed om zijn positie bij Pekaar op te geven om in dienst te treden van (de rechtsvoorganger van) Accon en hem daarbij mogelijk te rooskleurige perspectieven zijn voorgehouden maakt niet dat de opzegging van de arbeidsovereenkomst door [partij] in 2016 het gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Accon. Alleen al het tijdsverloop tussen Jansens komst en vertrek bij Accon is daarvoor te groot. [partij] beroept zich ook op voorvallen in de jaren tot en met 2010. Ook voor die voorvallen geldt dat het tijdsverloop tot de opzegging van de arbeidsovereenkomst te groot is.

8.5.

[partij] voert aan dat in 2013 circa 200 medewerkers moesten afvloeien waarbij als reden werd opgegeven hun onvoldoende functioneren terwijl de werkelijke reden was de noodzaak tot inkrimpen wegens verliezen van klanten en omzet. De meeste collega’s van [partij] stromen vanaf de leeftijd van ongeveer 45 jaar uit op een geforceerde of onvrijwillige manier. Accon betwist dit alles, terwijl deze stellingen van [partij] onvoldoende zijn onderbouwd en bovendien niet betekenen dat er in zijn geval sprake was van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Accon.

8.6.

[partij] stelt ook dat onderschrijdingen van met klanten afgesproken vaste prijzen als winst worden geboekt, terwijl bij overschrijdingen aan de accountmanager wordt gevraagd dit als “meerwerk jaarwerk” aan de cliënt te factureren. Accon betwist dit gemotiveerd. Haar verweer komt erop neer dat ingeval van een vaste prijsafspraak gevraagd wordt te bezien of geen sprake is van meerwerk, dat wil zeggen werk dat niet viel onder de vaste prijsafspraak. Indien dit verweer juist is, snijdt het verwijt van [partij] geen hout. Omdat geen e-mail is overgelegd en ook niet op andere wijze is aangetoond dat Accon erop aanstuurde dat werkzaamheden die vielen onder de vaste prijsafspraak met de klant zouden worden gefactureerd als meerwerk, is de juistheid van dit verwijt niet voldoende onderbouwd.

8.7.

Voor het overige geldt dat Accon in de loop van de jaren de commerciële druk in haar organisatie en op haar werknemers kan hebben opgevoerd en de werkdruk zeer hoog is, maar dat op zich niet meebrengt dat zij zich schuldig heeft gemaakt aan ernstig verwijtbaar handelen of nalaten. Volgens het jaarplan 2015 werd de mate van tevredenheid van [partij] uitgedrukt in het rapportcijfer 7. Volgens het jaarplan 2016 streefde [partij] naar een betere balans tussen werk en privé en adviseerde de regiodirecteur hem de randvoorwaarden van Accon te relativeren zodat de arbeidsvreugde van [partij] omhoog gaat. Hieruit blijkt niet dat tot begin 2016 sprake was van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Accon.

8.8.

Op 3 maart 2016 heeft de regiodirecteur in een vergadering [partij] een uitbrander gegeven waarvoor deze hem zijn excuses heeft aangeboden. De excuses zijn door [partij] aanvaard. Hoezeer ook een dergelijke bejegening van medewerkers door een regiodirecteur ongepast en onwenselijk is, maakt zo’n incident niet dat de arbeidsovereenkomst eindigt als gevolg van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten van Accon.

8.9.

De omstandigheid dat Accon in een aantal gevallen werknemers bij vertrek van het met hen overeengekomen relatiebeding (gedeeltelijk) ontheffing heeft verleend tegen betaling van een vergoeding, betekent niet dat het einde van de arbeidsovereenkomst gevolg is van ernstig verwijtbaar handelen of nalaten indien Accon weigert [partij] die ontheffing te verlenen. [partij] weerspreekt niet dat Accon in veel gevallen staat op handhaving van het relatiebeding.

9.1.

[partij] stelt dat het relatiebeding aanmerkelijk zwaarder is gaan drukken zodat het opnieuw schriftelijk had moeten worden aangegaan en nu dat niet is gebeurd het zijn werking heeft verloren. Hij wijst in dit verband op de overnames die Accon heeft gedaan vanaf 2007, de substantiële uitstroom van klanten waardoor een grote groep van ex-cliënten bestaat en de aanzienlijke verzwaring van zijn functie, taken en verantwoordelijkheden.

9.2.

De kantonrechter volgt [partij] hierin niet. Accon had in 2007 40 bedrijfsvestigingen en bij het einde van de arbeidsovereenkomst 49. Dat het aantal relaties van Accon in de tussentijd aanzienlijk is uitgebreid zodat het relatiebeding een veel verderstrekkende omvang krijgt dan bij aanvang van de arbeidsovereenkomst, is niet gebleken. Ondanks veel overnames is Accon niet wezenlijk gegroeid, zodat er veel ex-cliënten zijn. Met het verstrijken van 24 maanden na hun vertrek vallen de ex-cliënten niet meer onder de werking van het relatiebeding, zodat uit het vertrek van veel klanten in de loop van de jaren niet volgt dat het relatiebeding aanmerkelijk zwaarder is gaan drukken. De functie van [partij] was steeds die van Manager Accountancy. De reikwijdte van het relatiebeding staat los van de inhoud van de functie omdat het beding is gekoppeld aan de (ex-)cliënten van de werkgever en niet aan de functie van de werknemer. Ook indien de taken en verantwoordelijkheden van [partij] in de functie in de loop van de tijd zijn verzwaard, betekent dat niet dat het relatiebeding aanmerkelijk zwaarder is gaan drukken als gevolg van een ingrijpende en onvoorziene functiewijziging.

10.1.

Subsidiair stelt [partij] dat een belangenafweging moet leiden tot een gehele of gedeeltelijke vernietiging van het relatiebeding. Onverkorte handhaving van het beding leidt tot een onbillijke en ernstige benadeling van [partij] . Hij woont al lang in Zeeland en heeft daar een aanzienlijk deel van zijn contacten. Veel van deze relaties heeft hij aangebracht bij Accon, evenals een aantal relaties van Pekaar die hem bij zijn overstap naar Accon zijn gevolgd. [partij] is een van de vele medewerkers die slachtoffer zijn van de cultuur bij Accon die zo indruist tegen zijn opvattingen en morele maatstaven dat het van [partij] niet kan worden verlangd de arbeidsovereenkomst voort te zetten. Tegenover het belang van [partij] staat geen direct en concreet belang van Accon. Andere vertrekkende medewerkers werd het toegestaan in ieder geval de eigen klanten te blijven bedienen. Accon heeft geen bijzondere investering moeten doen voor het opbouwen door [partij] van zijn eigen praktijk. Accon heeft geen unieke bedrijfsgeheimen die maken dat [partij] in de concurrentie een oneerlijke voorsprong zou opbouwen.

10.2.

Accon voert aan een zwaarwegend belang te hebben bij onverkorte handhaving van het relatiebeding. Klanten hechten zich aan hun vaste contactpersoon. Om te voorkomen dat het vertrek van medewerkers leidt tot vertrek van klanten, wordt het relatiebeding overeengekomen. In de periode van het dienstverband heeft [partij] veel kennis en zakelijke relaties opgedaan. Hij weet wie de klanten zijn, hoe die werken en welke diensten zij nodig hebben. Hij kent de werkwijze, de aangeboden diensten en de tarieven van Accon. Groot is het risico dat hij klanten meetrekt en daarbij gebruik maakt van de kennis die hij heeft opgedaan bij en over Accon. Dit risico is niet beperkt tot de klanten voor wie [partij] bij Accon heeft gewerkt of de klanten van de vestiging waar hij werkte, maar voor alle klanten van de verschillende vestigingen van Accon. Accon heeft een groot belang bij het behoud van haar klanten. Het verlies van een klant betekent een afschrijving op een dure investering en een financiële aderlating. Bovendien leidt het tot een ongewenste precedentwerking indien Accon medewerkers niet aan hun relatiebeding houdt en niet optreedt tegen schending daarvan. De duur waarvoor het relatiebeding geldt, is niet onevenredig aan de duur van de arbeidsovereenkomst.

10.3.

De kantonrechter kan het relatiebeding geheel of gedeeltelijk vernietigen indien in verhouding tot het te beschermen belang van Accon de werknemer door dat beding onevenredig wordt benadeeld.

10.4.

Iemand met de functie als die van [partij] bouwt een vertrouwensband op met de klanten van de werkgever en onderhoudt die band. Daardoor zullen die klanten veelal zich meer hechten aan de accountant die voor hen werkt dan aan diens werkgever. Als gevolg daarvan bestaat het risico dat klanten bij het vertrek van de werknemer hem zullen volgen en eveneens vertrekken bij de werkgever. Zo is het ook gegaan bij het vertrek van [partij] bij Pekaar. Accon heeft er een redelijk belang bij daartegen te worden beschermd. Het opbouwen en onderhouden van de vertrouwensband met klanten gebeurde in de uitoefening van haar bedrijf voor haar rekening en risico. Ook is aannemelijk dat [partij] bekend is met de werkwijze en wensen ten aanzien van de dienstverlening van de door hem bediende klanten van Accon. Deze kennis kan hij gebruiken om deze klanten tot de zijne te maken waardoor hij op oneigenlijke wijze zich een ongerechtvaardigd voordeel in de concurrentie met Accon kan verschaffen. Op grond van een en ander bestaat er geen grond voor het gehele vernietiging van het relatiebeding omdat [partij] daardoor onbillijk zou worden benadeeld in verhouding tot het te beschermen belang van Accon.

10.5.

[partij] motiveert onvoldoende - tegenover de gemotiveerde betwisting daarvan door Accon - dat er grond is om de duur waarvoor het relatiebeding is overeengekomen, te weten 24 maanden na beëindiging van de arbeidsovereenkomst, te beperken. Voor zover [partij] een dergelijke beperking vordert, is die vordering niet toewijsbaar.

10.6.

De afweging valt anders uit ten aanzien van (ex-)cliënten van Accon die niet door [partij] zijn bediend toen hij bij haar in dienst was. Met hen heeft [partij] geen persoonlijke band als hun accountant (gehad) zodat niet die band hen zou kunnen bewegen naar hem over te stappen. Ook weet [partij] niet hoe die (ex-)cliënten werken en welke diensten zij van een accountant nodig hebben of wensen. Weliswaar zal [partij] in het algemeen bekend zijn met de tarieven die Accon rekent, maar niet met de specifieke prijsafspraken die Accon heeft met de (ex-)cliënten die nooit door hem zijn bediend. De stelling dat [partij] toegang heeft tot informatie van alle klanten via het interne systeem wordt niet gevolgd. Niet valt in te zien dat [partij] sinds zijn vertrek bij Accon nog steeds toegang heeft tot haar interne systeem. Als dat toch zo zou zijn, kan zij dit eenvoudig ondervangen door die toegang te beëindigen. In zoverre wordt [partij] door het relatiebeding onbillijk benadeeld in verhouding tot het te beschermen belang van Accon.

10.7.

Bij brief van 27 mei 2016 is namens [partij] onderscheid gemaakt in vijf categorieën van relaties die alle door hem in dienst van Accon zijn bediend. Met de relaties in deze categorieën heeft [partij] een min of meer sterke persoonlijke band opgebouwd, die eraan in de weg staat dat in zoverre het relatiebeding gedeeltelijk wordt vernietigd. In een bijlage bij die brief zijn deze relaties opgesomd. Accon betwist niet dat die opsomming volledig is, zodat daarvan wordt uitgegaan.

10.8.

Dit brengt mee dat de kantonrechter het relatiebeding gedeeltelijk zal vernietigen in die zin dat de werking ervan wordt beperkt tot de (ex-)cliënten, vermeld op de bijlage van de brief van 27 mei 2016 (productie 38 bij dagvaarding).

11. De vordering tot betaling van een vergoeding gedurende de looptijd van het relatiebeding is niet toewijsbaar. Niet gesteld of gebleken is dat het relatiebeding, dat in dit vonnis gedeeltelijk wordt vernietigd, [partij] in zo belangrijke mate belemmert anders dan in dienst van Accon werkzaam te zijn dat Accon daarvoor een vergoeding naar billijkheid verschuldigd is.

12. Evenmin is er grond om Accon te veroordelen tot een vergoeding van buitengerechtelijke kosten.

13. Wat partijen over en weer verder hebben aangevoerd, brengt de kantonrechter niet tot een ander oordeel.

in reconventie:

14. Accon vordert, zakelijk weergegeven,

- de verklaring voor recht dat het relatiebeding volledig in stand blijft,

- de verklaring voor recht dat [partij] bij overtreding van het relatiebeding gehouden is een boete te betalen van € 12.500,-- voor elke overtreding te vermeerderen met € 300,-- voor iedere dag dat deze overtreding voortduurt, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum dat deze opeisbaar wordt,

- de veroordeling van [partij] in de proceskosten met wettelijke rente.

15.1.

Uit de overwegingen in conventie volgt dat het relatiebeding niet volledig in stand blijft.

15.2.

Gelet op het boetebeding is op overtreding van het relatiebeding inderdaad een boete gesteld van € 12.500,-- voor elke overtreding te vermeerderen met € 300,-- voor iedere dag dat deze overtreding voortduurt. Daaruit volgt nog niet zonder meer dat [partij] ingeval van overtreding van het relatiebeding - voor zover dat niet is vernietigd - gehouden is deze boete te voldoen. Van belang is dat een contractuele boete op verlangen van de schuldenaar door de rechter kan worden gematigd indien de billijkheid dit klaarblijkelijk eist. Daarbij moet worden gelet op de verhouding tussen de werkelijke schade en de hoogte van de boete, de aard van de overeenkomst, de inhoud en de strekking van het beding en de omstandigheden waaronder het is ingeroepen. Op een en ander kan nu niet worden vooruitgelopen door de gevorderde verklaring voor recht uit te spreken.

15.3.

De vordering is niet toewijsbaar.

in conventie en in reconventie:

16. Nu partijen over en weer op enige punten in het ongelijk worden gesteld, zullen tussen hen de proceskosten worden verdeeld, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

de beslissing

De kantonrechter:

in conventie:

vernietigt het relatiebeding gedeeltelijk in die zin dat de werking ervan wordt beperkt tot de (ex-)cliënten, vermeld op de bijlage van de brief van 27 mei 2016 (productie 38 bij dagvaarding);

wijst af wat meer of anders is gevorderd;

in reconventie:

wijst de vordering af;

in conventie en in reconventie:

bepaalt dat ieder van partijen de eigen proceskosten moet dragen.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Kool, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 5 juli 2017 in tegenwoordigheid van de griffier.