Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2017:3701

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
15-06-2017
Datum publicatie
03-04-2018
Zaaknummer
AWB 16_9999
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Wajong 2015, afwijzing aanvraag vanwege niet-duurzaam ontbreken van arbeidsvermogen. Onzorgvuldig onderzoek. Stappenplan inzake vaststellen van de duurzaamheid van het ontbreken van arbeidsvermogen uit het Compendium Participatiewet niet gevolgd. Geen overleg tussen verzekeringsarts en arbeidsdeskundige. Beroep gegrond. Beoordeling of mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich al dan niet kunnen ontwikkelen is niet hetzelfde als de beoordeling of er nog ontwikkelingsmogelijkheden zijn. De enkele omstandigheid dat het IQ van eiseres na twee jaar onderwijs en deelneming aan de Nederlandse samenleving is gestegen van het niveau van een 4-jarige naar het niveau van een 5-jarige, maakt niet dat er zich ook mogelijkheden tot arbeidsparticipatie kunnen ontwikkelen. Mede gelet op haar leervermogen heeft eiseres duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie. Eiseres voldoet daarmee aan de voorwaarden om als jonggehandicapte te worden gekwalificeerd. De rechtbank voorziet zelf in de zaak en kent aan eiseres een Wajong-uitkering toe.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 16/9999 WAJONG

uitspraak van 15 juni 2017 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , te [woonplaats] , eiseres,

wettelijk vertegenwoordigd door haar bewindvoerder [bewindvoerder] ;

gemachtigde: mr.drs. M.L. Daniëls,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV; kantoor Breda), verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 25 oktober 2016 (bestreden besluit) van het UWV inzake afwijzing van haar aanvraag voor een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering jonggehandicapten (Wajong).

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Breda op 19 april 2017. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde en door haar bewindvoerder [bewindvoerder] . Het UWV heeft zich laten vertegenwoordigen door [vertegenwoordiger] .

De rechtbank heeft de termijn voor het doen van uitspraak met drie weken verlengd.

Overwegingen

1. Op grond van de stukken en de behandeling ter zitting gaat de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Eiseres, geboren op 14 september 1998, heeft op 15 maart 2016 een aanvraag voor een Wajong-uitkering ingediend bij het UWV. Bij besluit van 7 juni 2016 (primair besluit) heeft het UWV geweigerd aan eiseres een Wajong-uitkering toe te kennen. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit.

Bij het bestreden besluit zijn de bezwaren van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.

2. Eiseres heeft, samengevat en zakelijk weergegeven, aangevoerd dat zij niet beschikt over arbeidsvermogen en wel degelijk duurzaam beperkt is. Het enkele feit dat er wat groeiruimte is, maakt dit niet anders. Uit de rapportages van de school van eiseres blijkt dat er duurzaam begeleiding noodzakelijk is in verband met haar ernstige verstandelijke beperking. Ondanks de vermoedelijk (lichte) ontwikkelingsmogelijkheden van eiseres, zal haar IQ nooit hoger worden dan 45. In september 2016 is een test afgenomen, waaruit is gebleken dat eiseres een cognitieve groei heeft doorgemaakt van een jaar, waardoor ze nu functioneert op het niveau van een vijfjarige. Voorts is aan eiseres een indicatie op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) toegekend voor wonen met 24-uurs zorg voor onbepaalde tijd en voor dagbesteding. Met veel aansturing en oefening kan eiseres hele kleine taken vervullen. De aanvraag van eiseres voor een uitkering op grond van de Participatiewet is afgewezen, omdat zij volgens de [gemeente1] niet tot de doelgroep behoort. Verder is over eiseres meerderjarigenbewind en mentorschap uitgesproken, omdat eiseres duurzaam niet in staat is haar belangen te behartigen.

Door het handelen van het UWV is sprake van schending van het motiverings- en het zorgvuldigheidsbeginsel nu er geen informatie is opgevraagd bij de behandelend sector over de ontwikkelingsmogelijkheden. Ter onderbouwing van haar standpunt heeft eiseres onder meer informatie van Dagbesteding [naam dagbesteding] , een brief van de participatiecoach van de [gemeente1] [participatiecoach] en een beschikking van deze rechtbank inzake het instellen van meerderjarigenbewind en een mentorschap overgelegd.

3. Ingevolge artikel 1a:1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wajong is een jonggehandicapte de ingezetene die op de dag waarop hij achttien jaar wordt als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft.

In het vierde lid is bepaald dat onder duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben in dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan de situatie waarin de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich niet kunnen ontwikkelen.

In het achtste lid is bepaald dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur met betrekking tot het eerste, vierde en zesde lid nadere regels kunnen worden gesteld.

Deze nadere regels zijn neergelegd in het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten (Schattingsbesluit).

Ingevolge artikel 1a, eerste lid, van het Schattingsbesluit heeft betrokkene geen mogelijk-heden tot arbeidsparticipatie als bedoeld in de artikelen 1a:1, eerste lid, 2:4, eerste lid, en 3:8a, eerste lid, van de Wajong 2015, indien hij:

a. geen taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie;

b. niet over basale werknemersvaardigheden beschikt;

c. niet aaneengesloten kan werken gedurende ten minste een periode van een uur; of

d. niet ten minste vier uur per dag belastbaar is, tenzij hij ten minste twee uur per dag belastbaar is en in staat is per uur ten minste een bedrag te verdienen dat gelijk is aan het minimumloon per uur.

In het tweede lid van artikel 1a is bepaald dat een taak als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, de kleinste eenheid van een functie is en bestaat uit één of meerdere handelingen.

4. Bij de beoordeling van het recht op een Wajong-uitkering maakt het UWV geen gebruik van de in zogenoemde schattingszaken gebruikte Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS)-systematiek, maar is gekozen voor de Sociaal Medische Beoordeling Arbeidsvermogen (SMBA)-systematiek. Onder verwijzing naar uitspraken van de meervoudige kamer van deze rechtbank (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 3 november 2016, ECLI:NL:RBZWB:2016:6936), acht de rechtbank dit systeem als ondersteunend systeem bij de beoordeling van de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie aanvaardbaar.

Voor het toepassen van de SMBA-systematiek heeft het UWV het Compendium Participatiewet (hierna: Compendium) vastgesteld. De rechtbank ziet het Compendium als een interne werkinstructie. Aangezien het Compendium niet bij besluit is vastgesteld, dient het, onder verwijzing naar de voornoemde uitspraak, te worden gekwalificeerd als vaste gedragslijn en niet als beleidsregel als bedoeld in artikel 1:3, vierde lid van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank ziet daarbij, gelet op de bedoeling van de wetgever en de invulling die het UWV eraan geeft geen aanleiding voor het oordeel dat deze vaste gedragslijn – voor zover thans aan de orde – het wettelijk kader te buiten gaat of onredelijk is te achten.

5.1

Het UWV stelt zich op het standpunt dat eiseres momenteel geen arbeidsmogelijk-heden heeft, maar dat zij deze in de toekomst wel kan ontwikkelen. Aan dit in het bestreden besluit neergelegde standpunt heeft het UWV een rapportage van verzekeringsarts [naam verzekeringsarts] en een rapportage van bezwaarverzekeringsarts [naam bezwaarverzekeringsarts] ten grondslag gelegd.

5.2

De verzekeringsarts rapporteert dat er op de achttiende verjaardag sprake is van een beperking van de belastbaarheid, als rechtstreeks en medisch objectief vast te stellen gevolg van ziekte of gebrek. De vaststelling van een ernstige mentale handicap houdt nog geen stand, omdat eiseres tot maart 2014 geen onderwijs heeft gehad, niet heeft deelgenomen aan het maatschappelijk verkeer en zich daarin niet heeft kunnen ontwikkelen en er tevens mogelijk sprake is van een onderliggend psychiatrisch lijden. Tenslotte is eiseres met de Franse taal opgegroeid. Eiseres zit momenteel op een niveau van dagbesteding en heeft geen arbeidsvermogen. Mede gezien de anamnese en het dagverhaal zijn er wel ontwikkelings-mogelijkheden. Het ontbreken van arbeidsvermogen acht de verzekeringsarts dan ook niet duurzaam.

5.3

De bezwaarverzekeringsarts rapporteert dat in het bezwaarschrift en tijdens de hoorzitting geen nieuwe aanknopingspunten naar voren zijn gekomen met betrekking tot de medische situatie die aanleiding vormen de medische grondslag van het primair besluit onjuist te achten. Uit de door eiseres overgelegde gegevens blijkt niet van ernstigere medische beperkingen. Er kan geen waarde worden toegekend aan de uitslagen van de IQ-testen omdat eiseres tot haar 16e jaar geen onderwijs heeft gehad en zij de Nederlandse taal niet machtig is. Voorts ontbreekt een onderbouwing van de stelling door de psycholoog dat het IQ van eiseres niet boven de 45 zal uitkomen. Bij personen met licht verstandelijke beperkingen verloopt de ontwikkeling trager dan gemiddeld en wordt het plafond van functioneren rond het 27e jaar bereikt. Er is dus nog verbetering van de belastbaarheid te verwachten. Er kunnen bepaalde vaardigheden worden aangeleerd en door goede omgevingsfactoren kan eiseres zich ook nog verder ontwikkelen. De bezwaar-verzekeringsarts concludeert dat de bezwaren geen aanleiding vormen tot herziening van de medische grondslag.

6.1

In geschil is of bij eiseres op de dag dat zij achttien jaar werd, te weten 14 september 2016, als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte of gebrek duurzaam geen sprake was van mogelijkheden tot arbeidsparticipatie.

6.2

De rechtbank overweegt dat iemand op grond van het Schattingsbesluit arbeidsvermogen heeft als hij:

1. Een taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie;

2. Basale werknemersvaardigheden heeft;

3. Ten minste een uur aaneengesloten kan werken; en

4. Ten minste vier uur per dag belastbaar is.

Er is slechts arbeidsvermogen als aan alle genoemde vereisten is voldaan. Recht op een Wajong-uitkering ontstaat eerst indien de betrokkene duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. Daaronder wordt op grond van het vierde lid van artikel 1a:1 van de Wajong verstaan de situatie waarin de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich niet kunnen ontwikkelen.

6.3

Tussen partijen is niet in geschil dat bij eiseres ten tijde van haar 18e verjaardag op medische gronden geen arbeidsvermogen bestond. Het geschil spitst zich toe op de duurzaamheid van het gebrek aan arbeidsvermogen.

6.4

De rechtbank stelt vast dat voor de beoordeling van de duurzaamheid van het ontbreken van arbeidsvermogen in het Compendium een stappenplan is opgenomen. Uit de rapportages van de verzekeringsartsen van het UWV blijkt niet dat dit plan gevolgd is. De bezwaarverzekeringsarts heeft gesteld dat bij eiseres door scholing en ontwikkeling een toename van de bekwaamheden kan worden verwacht. De rechtbank leidt hieruit af dat de bezwaarverzekeringsarts kennelijk getoetst heeft of voldaan is aan de voorwaarden die bij stap 2 van het stappenplan in het Compendium worden benoemd. Hieruit kan worden opgemaakt dat de bezwaarverzekeringsarts de eerste stap, het aanwezig zijn van een progressief ziektebeeld, niet aan de orde acht, maar dit is niet met zoveel woorden toegelicht. Ook is volgens de bezwaarverzekeringsarts kennelijk niet voldaan aan de voorwaarden genoemd onder stap 2 (stabiel ziektebeeld zonder behandelmogelijkheden én zodanig ernstige aandoening dat geen enkele toename van bekwaamheden mag worden verwacht), hoewel ook dit niet is benoemd. Dit betekent dat conform stap 3 van het stappenplan, de verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige in gezamenlijk overleg vaststellen of het ontbreken van arbeidsvermogen duurzaam is. Daarbij dienen zij te betrekken de mogelijkheden tot verbetering van de belastbaarheid, ontwikkeling en toename van bekwaamheden. Een dergelijk overleg heeft niet plaatsgevonden. Dit had, gelet op de situatie van eiseres, naar het oordeel van de rechtbank wel in de rede gelegen. In zoverre acht de rechtbank het verrichte onderzoek door het UWV onzorgvuldig uitgevoerd en is het beroep reeds gegrond.

De rechtbank zal vervolgens bezien of de rechtsgevolgen van het bestreden besluit in stand kunnen blijven.

6.5

De rechtbank is van oordeel dat het UWV uitgaat van een te rooskleurig beeld van de situatie van eiseres. Ter beoordeling stond of de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich al dan niet kunnen ontwikkelen. Dit is niet hetzelfde als de beoordeling of “er nog ontwikkelingsmogelijkheden” zijn, zoals de verzekeringsartsen in hun rapportages concluderen.

Het geschetste beeld door de verzekeringsartsen strookt niet, althans niet geheel, met de informatie van psycholoog [naam psycholoog] van 8 september 2014 en 23 september 2016, de informatie van de school van eiseres, het [naam school] , van januari 2016, van de begeleiders bij Dagbesteding [naam dagbesteding] van december 2016, de CIZ-indicatie van 12 september 2016 en de toelichting door de vader/bewindvoerder van eiseres ter zitting. Hieruit blijkt dat eiseres een aanzienlijke verstandelijke beperking heeft. Eiseres kan korte opdrachten uitvoeren, maar veel herhaling leidt slechts in een zeer enkele situatie tot herkenning. Zij kan zich maar kort concentreren en heeft continu begeleiding nodig. Ze toont geen initiatief en hierin wordt ook geen ontwikkeling gezien. Eiseres kan tot vijf tellen en met moeite haar naam schrijven. Ook in het leren van lezen en schrijven is geen verbetering merkbaar. Ze ontvangt hetgeen aangeboden wordt enthousiast, maar lijkt het niet op te slaan. Eiseres heeft een indicatie op grond van de Wlz voor 24-uurs begeleiding en verzorging, staat onder meerderjarigenbewind en is er mentorschap over haar uitgesproken. Ze is niet zelfredzaam en laat teruggetrokken gedrag zien. De psycholoog heeft op 8 september 2014 aangegeven dat, doordat eiseres geen onderwijs heeft genoten, de kans aanwezig is dat haar verstandelijke beperking minder groot is dan nu wordt aangenomen, maar dat er wel van kan worden uitgegaan dat eiseres verstandelijk beperkt is. Ook na het nogmaals afnemen van een IQ-test in september 2016 stelt de psycholoog vast dat eiseres, hoewel ze een cognitieve groei heeft doorgemaakt van één jaar, aan de onderzijde van de test blijft functioneren. Door de begeleiding bij Dagbesteding [naam dagbesteding] is aangegeven dat bij alle leerdoelen ook sociale vaardigheden en arbeidsmatige vaardigheden worden getraind. Het ontwikkelen van deze vaardigheden is op basis van het afgelopen jaar minimaal te noemen. Bij eiseres is nauwelijks ontwikkeling tot stand gekomen op het gebied van het tonen van eigen initiatief. Ze neemt alleen deel aan taken als ze constante aansturing krijgt. Als deze begeleiding niet aanwezig is, is eiseres niet in staat taken uit te voeren. Het gevolg is dat ze achteruitgaat in haar verworven vaardigheden. De verwachting is niet dat zij kan uitstromen naar betaald werk. Eiseres volgt begeleiding in een groep waarin ze kleine taken moet doen zonder enig arbeidsaspect.

De rechtbank onderkent dat de beschikbare informatie, van onder andere [naam dagbesteding] , niet afkomstig is van medisch specialisten. De informatie is afkomstig van deskundigen op het gebied van begeleiding en opleiding van minderbegaafde kinderen/jongeren, die dagelijks te maken hebben met eiseres. Deze informatie weegt derhalve zwaar voor de rechtbank. De rechtbank is van oordeel dat de (bezwaar)verzekeringsarts(en) onvoldoende (gemotiveerd) aannemelijk heeft/hebben gemaakt waarom, ondanks het beeld dat in de rapportages van de directe begeleiders, zoals het [naam school] en [naam dagbesteding] , wordt geschetst van de ontwikkelingsmogelijkheden van eiseres, sprake is van een situatie waarin zich mogelijkheden tot arbeidsparticipatie kunnen ontwikkelen. De enkele omstandigheid dat het IQ van eiseres na twee jaar onderwijs en deelname aan de Nederlandse samenleving is gestegen van het niveau van een 4-jarige naar dat van een 5-jarige – maar nog steeds uitkomt op een IQ van minder dan 35 – maakt niet dat er zich ook mogelijkheden tot arbeidsparticipatie kunnen ontwikkelen. Voor zover namens het UWV beoogd is te stellen dat het uitsluitend of met name de onderwijsachterstand is die maakt dat eiseres nog geen arbeidsvaardigheden heeft ontwikkeld, ziet de rechtbank in de beschikbare informatie geen enkel aanknopingspunt voor dit standpunt. Daarbij acht de rechtbank met name van belang hetgeen in deze alinea is overwogen ten aanzien van het leervermogen van eiseres en het gebrek aan initiatief, anders gezegd de noodzaak van continue begeleiding.

6.6

De rechtbank volgt het UWV dan ook voor zover gesteld wordt dat eiseres door scholing en ontwikkeling haar vaardigheden nog verder kan ontwikkelen. Echter, gelet op de testresultaten uit 2014 en 2016 en de beschikbare informatie van behandelaars/ begeleiders, waaruit de rechtbank ook afleidt dat het leervermogen van eiseres zeer beperkt is, is de rechtbank van oordeel dat sprake is van een situatie waarin de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie zich niet kunnen ontwikkelen.

6.7

Het voorgaande leidt de rechtbank tot het oordeel dat eiseres duurzaam geen mogelijkheden heeft tot arbeidsparticipatie. Eiseres voldoet derhalve aan de voorwaarden van artikel 1a:1, eerste lid, van de Wajong en dient dan ook als jonggehandicapte te worden gekwalificeerd.

7. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en zal het beroep gegrond verklaren. De rechtbank ziet aanleiding zelf in de zaak te voorzien door het primaire besluit van 7 juni 2016 te herroepen en te bepalen dat aan eiseres een Wajonguitkering wordt toegekend. Verder bepaalt de rechtbank dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit.

8. Nu het beroep gegrond wordt verklaard, dient het griffierecht aan eiseres te worden vergoed.

De rechtbank zal het UWV veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 990,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 495, en wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt het bestreden besluit;

  • -

    herroept het primaire besluit en bepaalt dat aan eiseres een Wajonguitkering wordt verstrekt;

  • -

    bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde bestreden besluit;

  • -

    draagt het UWV op het betaalde griffierecht van € 46,- aan eiseres te vergoeden;

  • -

    veroordeelt het UWV in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 990,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.M.J. Kok, rechter, in aanwezigheid van mr. A.J.M. Roestenberg, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2017.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.