Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2017:2704

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
02-05-2017
Datum publicatie
08-05-2017
Zaaknummer
C/02/328775 / KG ZA 17-192
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

De voorzieningenrechter oordeelt dat de tuchtrechtelijke rechtsgang geen, c.q. geen tijdige, rechtsbescherming kan bieden, zodat een gang naar de burgerlijke rechter openstaat. De burgerlijk rechter toetst marginaal. Nu de kerk de eigen tuchtrechtelijke procedure niet is gevolgd, is het besluit tot toepassing van stille censuur jegens eiser sub 1 onrechtmatig genomen. Ook oordeelt de voorzieningenrechter het doen van publieke mededelingen over schending van het 7e gebod onrechtmatig, nu een feitelijke grondslag voor het aannemen daarvan, ontbreekt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Handelsrecht

Middelburg

zaaknummer / rolnummer: C/02/328775 / KG ZA 17-192

Vonnis in kort geding van 2 mei 2017

in de zaak van

1 HENDRIK JANSEN,

wonende te Kruiningen,

2. [nicht],

wonende te [plaats] ,

3. [broer],

wonende te [plaats] ,

4. de besloten vennootschap

ARJAZON UIENHANDEL B.V.,

gevestigd te Kruiningen,

eisers,

advocaat: mr. A. Klaassen te Barneveld,

tegen

het rechtspersoonlijkheid bezittende kerkgenootschap

GEREFORMEERDE GEMEENTE KRUININGEN,

gevestigd te Kruiningen,

gedaagde,

advocaat: mr. P.J. den Boef te Houten.

Partijen zullen hierna Jansen (in mannelijk enkelvoud) en GG Kruiningen worden genoemd. Eisers zullen worden aangeduid als Henk Jansen, [nicht] , [broer] en Arjazon BV.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding met producties 1-20;

  • -

    de bij brief d.d. 10 april 2017 van de zijde van de GG Kruiningen gevoegde producties 1-11;

  • -

    de bij faxbrief van 14 april 2017 van de zijde van Jansen gevoegde aanvulling op productie 1 en de producties 20-22;

  • -

    de mondelinge behandeling op 18 april 2017. Met uitzondering van [nicht] zijn eisers allen verschenen, waarbij Arjazon BV is vertegenwoordigd door haar bestuurder, Jasper Jansen. [nicht] heeft zich blijkens de ter zitting overgelegde volmacht evenwel doen vertegenwoordigen door haar vader, [broer] . Eisers hebben zich laten bijstaan door hun advocaat, mr. Klaassen voornoemd. De GG Kruiningen is verschenen in de persoon van ds. Bredeweg, predikant, en de heer M. Otte, ouderling. Gedaagden hebben zich laten bijstaan door mr. Den Boef voornoemd;

  • -

    de pleitnota van Jansen;

  • -

    de op schrift gestelde verklaring van Henk Jansen;

  • -

    de pleitnota van de GG Kruiningen.

1.2.

Ter zitting is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

De GG Kruiningen is een kerkgenootschap als bedoeld in artikel 2:2 BW. De GG Kruiningen wordt geregeerd door een eigen statuut, te weten de Dordse Kerkorde (DKO). Deze DKO is op schrift gesteld en wordt artikelsgewijs toegelicht in het kerkelijke handboek ‘In goede orde’.

2.2.

De GG Kruiningen wordt vertegenwoordigd door de uit haar leden samengestelde kerkenraad, bestaande uit een predikant, ouderlingen en diakenen. In 2014 is ds. G. Bredeweg predikant van de GG Kruiningen geworden. Ds. Bredeweg zal hierna ook worden aangeduid als de predikant.

2.3.

Henk Jansen is belijdend lid van de GG Kruiningen. Henk Jansen is 24 jaar diaken geweest van de GG Kruiningen. Hij was tevens scriba (secretaris) van de kerkenraad.

2.4.

[nicht] is de nicht van Henk Jansen. Zij heeft in verband met thuis- en pleegzorg gedurende enige maanden bij het gezin van Henk Jansen verbleven in de laatste maanden van 2014.

2.5.

[broer] is de broer van Henk Jansen en vader van [nicht] .

2.6.

Arjazon BV legt zich toe op de (groot)handel van uien, aardappelen en zaden in Nederland en Canada en is het familiebedrijf van Henk Jansen.

2.7.

Bij brief gedateerd 13 december 2016 aan de kerkenraad van de GG Kruiningen heeft Henk Jansen meegedeeld zijn ambt neer te leggen. Hij schrijft daaromtrent:

“(…)

Door omstandigheden die inmiddels allen wel bekend zijn, is het voor mij niet mogelijk mijn ambt langer uit te oefenen. Daarom wil ik u hierbij meedelen dat ik vanavond met directe ingang mijn ambt heb neergelegd.

(…)”

2.8.

Op 21 december 2016 heeft Henk Jansen in een aan de kerkenraad en aan zijn familieleden gerichte e-mail het volgende geschreven:

“Psalm 119:69 Datheen

Geliefde broers en zussen,

Bovenstaand vers en dan met nadruk de laatste paar woorden kreeg ik gisteravond als terechtwijzing en beschuldiging naar mijzelf toe. En in een gesprek met de kerkenraad aan het einde van de avond werd dit ook bevestigd. Dit heb ik dan ook aan de kerkenraad beleden. Daarom voel ik mij ook gedwongen jullie mee te delen dat ik zaterdag niet alles heb verteld, wat heeft geleid tot het neerleggen van mijn ambt.

Ik heb meer gesproken dan ik had mogen doen, terwijl ik aan de andere kant niet volledig ben geweest. Daardoor heb ik onze dominee, kerkenraad en gemeente, maar ook mijn familie, schade aangedaan.

Dit gaat nu de gemeente in en ligt op straat, waardoor om mijnentwil de naam Gods wordt gelasterd. Ik wil daarover mijn schuld erkennen en smeek jullie er niet verder over te spreken, en dit alsjeblieft ook de kinderen op het hart te drukken.

Bidt alstublieft dat de Heere mij oprecht wil maken, en mij wil vergeven, en samen met ons gezin en familie, met de kerkelijke gemeente waarin wij allen geboren en getogen zijn, genadig zijn in de ernstvolle ogenblikken die wij samen beleven.”

2.9.

Bij brief van 23 december 2016 heeft de kerkenraad Henk Jansen als volgt geschreven:

“Als kerkenraad zijn wij in de droeve omstandigheid dat wij genoodzaakt worden een ordemaatregel tegen u te nemen. Deze ordemaatregel houdt in dat u voor een periode van 3 maanden wordt afgehouden van het Heilig Avondmaal.

Deze maatregel wordt genomen omdat u tegenover uw predikant en ouderlingen hebt bekend het 7e gebod te hebben overtreden.

(…)

Tevens gaf u aan schuldbelijdenis te willen doen wegens het overtreden van het 7e gebod.”

2.10.

Bij brief van 16 januari 2017 heeft Henk Jansen de kerkenraad verzocht hem in verband met het overlijden van zijn moeder op 3 januari 2017 uitstel te verlenen voor een gesprek met de kerkenraad. Na een periode van rouw wil hij zich met zijn adviseurs daarop gaan voorbereiden door onder meer:

- het verrichten van nader onderzoek, mede door deskundigen,

- het opvragen van dossiers en verklaringen van betrokkenen en getuigen,

- het toetsen en verifiëren van gedane uitspraken, mededelingen en verklaringen,

- het toetsen op kerkordelijke aspecten,

- het stellen van een juridisch kader.

Hij heeft dit verzoek herhaald bij brief van 27 januari 2017.

2.11.

Bij brief van 10 februari 2017 heeft de kerkenraad Jansen meegedeeld dat besloten is tot het instellen van een commissie. De leden van deze commissie zijn: de consulent ds. C. van Krimpen, ds. G. Bredeweg en ouderling M. Otte.

2.12.

Op 15 maart 2017 heeft [nicht] de kerkenraad een brief geschreven. Daarin schrijft zij dat haar oom, Henk Jansen, ten onrechte door de predikant van overtreding van het 7e gebod jegens haar (overspel) wordt beschuldigd, aangezien niets in die richting tussen haar en haar oom is voorgevallen.

2.13.

Bij besluit van 28 maart 2017 heeft de kerkenraad Henk Jansen onder stille censuur (een vorm van tucht) geplaatst wegens overtreding van het 5e en het 7e gebod. Dit is hem bij brief van 28 maart 2017 meegedeeld, waarbij hij tevens is gewezen op de mogelijkheid van appel.

2.14.

Henk Jansen heeft op 5 april 2017 appel ingesteld bij de classis (een kerkelijke vergadering die geldt als meerdere vergadering van de kerkenraad en die bestaat uit de kerken van het classicaal resort) Goes tegen het censuurbesluit van 28 maart 2017.

3 De vorderingen

3.1.

Henk Jansen vordert bij vonnis, met veroordeling van de GG Kruiningen in de kosten van dit geding - kort samengevat -:

I. een gebod om iedere mededeling omtrent overtreding van het 7e gebod door Henk Jansen jegens [nicht] te staken en gestaakt te houden,

II. een gebod tot intrekking van de aan Henk Jansen opgelegde ordemaatregel d.d. 23 december 2016 en het censuurbesluit d.d. 28 maart 2017,

III. een gebod tot (primair openlijke, subsidiair persoonlijke) rectificatie van de door de GG Kruiningen geuite onrechtmatige beschuldigingen van overtreding van het 7e gebod,

IV. een veroordeling tot overlegging van alle relevante informatie en documentatie, zoals nader aangeduid onder randnummer 50 van de dagvaarding,

V. een veroordeling tot betaling van de buitengerechtelijke kosten.

3.2.

[nicht] vordert bij vonnis, met veroordeling van de GG Kruiningen in de kosten van dit geding - kort samengevat -:

I. een gebod om iedere mededeling omtrent overtreding van het 7e gebod door Henk Jansen jegens [nicht] te staken en gestaakt te houden,

II. een gebod tot rectificatie, door de GG Kruiningen op te dragen haar een brief te schrijven met de inhoud als onder randnummer 56 van de dagvaarding geformuleerd.

3.3.

[broer] en Arjazon BV vorderen bij vonnis, met veroordeling van de GG Kruiningen in de kosten van dit geding, de GG Kruiningen te gebieden iedere mededeling omtrent overtreding van het 7e gebod door Henk Jansen jegens [nicht] te staken en gestaakt te houden.

4 De beoordeling

4.1.

Ontvankelijkheid

Jansen heeft tegen het kerkenraadbesluit van 28 maart 2017 appel ingesteld bij de classis Goes. De GGK stelt zich op het standpunt dat Jansen om die reden niet ontvankelijk is in zijn vorderingen, omdat voor hem een interne, met voldoende rechtswaarborgen omklede, kerkelijke rechtsgang openstaat.

4.2.

De voorzieningenrechter oordeelt dat Henk Jansen desondanks in dit kort geding kan worden ontvangen, nu het appel wel zal worden behandeld op de classisvergadering van 17 mei 2017, maar, naar Henk Jansen onweersproken heeft gesteld, de classis pas op zijn vroegst in september 2017 zal oordelen over het kerkenraadbesluit van 28 maart 2017. Er is mitsdien geen sprake van een tijdige voorziening. Gegeven het feit dat de hele situatie in persoonlijk opzicht zeer ingrijpend is voor Henk Jansen, heeft hij zich terecht tot de civiele rechter gewend ter verkrijging van aanvullende rechtsbescherming. Ten aanzien van overige eisers geldt dat voor hen de interne kerkelijke rechtsgang niet open staat. Eisers zijn dan ook ontvankelijk in hun vorderingen, mede gelet op het feit dat zij daaraan de bescherming in een burgerlijk recht, onrechtmatige daad, ten grondslag hebben gelegd.

Spoedeisend belang

4.3.

Het spoedeisend belang vloeit voort uit de aard van de vorderingen.

Toetsingskader

4.4.

Als uitgangspunt geldt dat bij een interne kerkelijke aangelegenheid als de onderhavige voor de civiele rechter een beperkte rol is weggelegd. De rechter kan slechts toetsen of sprake is van strijd met de wet, van strijd met de eigen regels (het statuut en het kerkrecht) en of de interne procedure met voldoende waarborgen - waarvan de fundamentele beginselen van procesrecht deel uit maken - is omkleed. Dat in deze procedure slechts sprake kan zijn van een marginale toetsing staat tussen partijen ook niet ter discussie.

Uit het vorenstaande vloeit voort dat aan de voorzieningenrechter thans ter beoordeling voor ligt de vraag of de GG Kruiningen heeft kunnen en mogen handelen als zij heeft gedaan, waaronder ook de vraag of zij de besluiten van de kerkenraad van 23 december 2016 en 28 maart 2017 heeft kunnen nemen en er geen regels van kerkrecht zijn geschonden of veronachtzaamd. Uitdrukkelijk is niet ter beoordeling aan de voorzieningenrechter, voor zover zij daar al over zou kunnen oordelen, of Henk Jansen zich schuldig heeft gemaakt aan overtreding van het 7e gebod, in die zin dat hij overspel zou hebben gepleegd met [nicht] .

4.5.

In het navolgende zal eerst worden ingegaan op de vorderingen van Henk Jansen en vervolgens op die van eisers 2 tot en met 4.

Vorderingen Henk Jansen

4.6.

Henk Jansen heeft aan zijn vorderingen een onrechtmatige daad ten grondslag gelegd. Henk Jansen stelt, kort samengevat, dat er regels van kerkrecht en fundamentele beginselen van procesrecht jegens hem zijn geschonden en veronachtzaamd. Henk Jansen stelt voorts dat predikant en kerkenraad willens en wetens ongefundeerde beschuldigingen handhaven aan zijn adres, zonder dat deze beschuldigingen ook maar op enigerlei wijze steun vinden in feiten of omstandigheden. Daarbij worden alle verzoeken om de notulen en de informatie waar dit kerkrecht hem toegang toe biedt, stelselmatig genegeerd.

4.7.

De voorzieningenrechter stelt vast dat de GG Kruiningen niet heeft betwist dat de procedure inzake de broederlijke vermaning, die een essentieel onderdeel van het kerkrecht is, niet is nagekomen. De voorzieningenrechter stelt voorts vast dat de GG Kruiningen ook niet heeft betwist dat het volgens eigen recht noodzakelijke onderzoek naar de vermeende overtreding door Henk Jansen van het 7e gebod niet heeft plaatsgevonden en dat Henk Jansen door de kerkenraad niet is gehoord. In beginsel rechtvaardigt dit de conclusie dat regels van kerkrecht en fundamentele beginselen van procesrecht zijn geschonden.

De GG Kruiningen heeft hiertegenover evenwel het verweer gevoerd dat Henk Jansen bekend heeft het 7e gebod te hebben geschonden waardoor er geen noodzaak meer was voor toepassing van het kerkrecht en de kerkorde op deze punten.

4.8.

Henk Jansen heeft gemotiveerd betwist dat hij tegenover de kerkenraad erkend heeft de dadelijke zonde tegen het 7e gebod te hebben begaan en daarover schuldbelijdenis te willen afleggen. Hij stelt dat hij weliswaar gezegd heeft het 7e gebod - in geestelijke zin - te hebben geschonden, maar dat hij in een zodanige toestand verkeerde dat hij wel wilde erkennen dat hij ieder gebod had overtreden om maar een einde te maken aan de druk die de predikant en kerkenraad op hem uitoefende. Ook zijn toezegging schuldbelijdenis te willen doen was daardoor ingegeven.

4.9.

De GG Kruiningen heeft hiertegenover aangevoerd dat zij op basis van de eigen verklaringen van Henk Jansen tegenover de kerkenraad, alsmede de brief van 13 december 2016 en de e-mail van 21 december 2016 (beide van Henk Jansen) heeft kunnen aannemen dat hij erkende schuldig te staan aan overtreding van het 7e gebod en dat hij daarover schuldbelijdenis wilde afleggen.

4.10.

De kern van het geschil is derhalve of de GG Kruiningen het aanbod van Henk Jansen om schuldbelijdenis te doen en zijn erkenning dat hij het 7e gebod heeft overtreden zo heeft mogen opvatten dat dit een afwijking van de kerkordelijke weg rechtvaardigt.

4.11.

Henk Jansen heeft gemotiveerd betwist de verklaring in de door de GG Kruiningen bedoelde zin te hebben afgelegd. De voorzieningenrechter stelt vast dat de GG Kruiningen geen concrete feiten of omstandigheden heeft gesteld die haar stelling dat Henk Jansen erkend heeft schuldig te staan tegenover het 7e gebod, onderbouwen. Die onderbouwing wordt evenmin gevonden in de brief van 13 december 2016 en/of de e-mail van 21 december 2016 van Henk Jansen. In geen van beide staat dat Henk Jansen beleed schuldig te staan aan de dadelijke zonde tegen het 7e gebod. In dat verband is nog van belang dat tussen partijen nog een tweede kwestie speelt, namelijk de visie van Henk Jansen op het ambtelijk functioneren van de predikant. Als niet weersproken staat tussen partijen vast dat Henk Jansen op 13 december 2016 in een persoonlijk gesprek de predikant jarenlang disfunctioneren heeft verweten en dat dit gesprek is uitgemond in een woordenwisseling. Niet uit te sluiten valt derhalve dat de brief en e-mail van Henk Jansen tegen deze achtergrond geschreven zijn. Te meer nu Henk Jansen ook stelt dat hij het pastorale beleid van de predikant niet (langer) kon verenigen met zijn geweten en dat hij daarover persoonlijk in het openbaar in de gemeente schuld wilde belijden.

4.12.

Gelet op het vorenstaande en mede gelet op de ernst van de beschuldiging heeft de kerkenraad in redelijkheid niet tot het oordeel kunnen komen dat er geen noodzaak was voor het volgen van de kerkordelijke weg. Voor zover zij in december 2016 al had kunnen menen dat zij van die weg kon afwijken had zij daar op terug moeten komen. Uit de stukken blijkt dat Henk Jansen al kort na het opleggen van de ordemaatregel de kerkenraad heeft gevraagd om nader onderzoek en toepassing van de kerkorde (r.o. 2.10). Bij brief van 15 februari 2017 (productie 20) heeft hij bovendien gedetailleerd toegelicht in welke context en omstandigheden zijn reactie aangaande de hem verweten schending van het 7e gebod heeft plaatsgevonden en ontkend schuldig te staan aan een daadwerkelijke en concrete schending van dit gebod. Vervolgens kwam de brief van [nicht] van 15 maart 2017 (r.o. 2.12). Dit alles had voor de GG Kruiningen reden moeten zijn een onpartijdig onderzoek in te stellen naar de feitelijke toedracht van de gebeurtenissen.

4.13.

Uit het vorenstaande volgt dat het verweer van de GG Kruiningen dat er geen noodzaak was voor toepassing van kerkrecht en kerkorde moet worden verworpen. Daarmee staat vast dat door de GG Kruiningen regels van kerkrecht en fundamentele beginselen van procesrecht zijn geschonden. Dit laatste wordt door de GG Kruiningen immers niet betwist (r.o. 4.7).

4.14.

De stille censuur (een tuchtmaatregel) is Henk Jansen opgelegd zowel wegens overtreding van het 7e gebod als vanwege het niet opvolgen van de opdracht om te verschijnen voor de in r.o. 2.11 genoemde commissie. Door niet te verschijnen voor de commissie, zo stelt de GG Kruiningen, heeft Henk Jansen zich ook schuldig gemaakt aan overtreding van het 5e gebod. De GG Kruiningen betwist de stelling van Henk Jansen dat het censuurbesluit niet zorgvuldig tot stand is gekomen en dat daarbij regels van kerkrecht zijn veronachtzaamd.

4.15.

Uit hetgeen is overwogen in r.o. 4.13 volgt dat de kerkenraad in redelijkheid niet had kunnen komen tot het opleggen van stille censuur wegens het overtreden van het 7e gebod.

4.16.

Met betrekking tot de vermeende overtreding van het 5e gebod overweegt de voorzieningenrechter als volgt. Uit de gekozen formulering in de (in r.o. 2.11 genoemde) brief van de kerkenraad en consulent d.d. 10 februari 2017 valt af te leiden dat deze commissie ten doel heeft Henk Jansen schuldbelijdenis af te nemen voor het overtreden van het 7e gebod. Met Henk Jansen moet worden vastgesteld dat de kerkorde voor deze “belijdeniscommissie” geen grondslag biedt. Uit de toelichting op artikel 3.7.5 DKO (productie 1, aanvulling) volgt dat schuldbelijdenis wordt afgelegd voor de kerkenraad. Dat de kerkorde toestaat dat de kerkenraad zich laat vertegenwoordigen door een commissie, waarvan één van de leden niet tot de kerkenraad behoort, is gesteld noch gebleken. Nu er vooralsnog vanuit moet worden gegaan dat deze commissie geen grondslag vindt in de kerkorde, bestond er voor Henk Jansen geen verplichting om gehoor te geven aan oproepen van deze commissie. Daaruit volgt dat Henk Jansen zich ook niet schuldig gemaakt kan hebben aan overtreding van het 5e gebod.

4.17.

Gezien hetgeen hiervoor in r.o 4.7 tot en met 4.16 is overwogen, is voldoende aannemelijk dat bij de totstandkoming van het censuurbesluit regels van kerkrecht zijn veronachtzaamd en essentiële rechtsbeginselen van een behoorlijke rechtsgang zoals een onpartijdig en onafhankelijk onderzoek niet in acht zijn genomen. De kerkenraad heeft daarom niet tot dat besluit kunnen komen. Het censuurbesluit is derhalve onrechtmatig jegens Henk Jansen. Henk Jansen heeft recht op herstel van de rechtmatige toestand. De voorzieningenrechter zal beslissen dat de GG Kruiningen daarom met onmiddellijke ingang geen uitvoering aan het censuurbesluit meer mag geven en dat besluit moet intrekken. De vordering onder II. zal worden toegewezen. Intrekking van de ordemaatregel van 23 december 2016 is niet meer aan de orde. De maatregel van eenvoudige afhouding heeft door tijdsverloop haar kracht verloren en is opgegaan in het censuurbesluit van 28 maart 2017.

4.18.

Onder I. vordert Jansen een voorziening waarin de GG Kruiningen wordt opgedragen iedere mededeling omtrent overtreding van het 7e gebod te staken en gestaakt te houden. De GG Kruiningen heeft betwist dat de kerkenraad naar buiten toe mededelingen heeft gedaan. Evenwel heeft zij de stelling dat door of vanwege ds. Bredeweg tegenover Jasper Jansen en [broer] mededelingen zijn gedaan over de vermeende overtreding van het 7e gebod door Henk Jansen onweersproken gelaten, zodat voldoende vast dat mededelingen naar buiten toe zijn gedaan. Uit voorgaande overwegingen volgt dat de vermeende overtreding van het 7e gebod door Henk Jansen niet vast staat, zodat mededelingen daaromtrent vooralsnog een feitelijke grondslag ontberen, hetgeen die mededelingen jegens Henk Jansen onrechtmatig doet zijn. De GG Kruiningen behoort zich dan ook te onthouden van iedere mededeling omtrent overtreding van het 7e gebod door Henk Jansen jegens [nicht] . De vordering onder I. zal worden toegewezen.

4.19.

De onder III. gevorderde rectificatie zal worden afgewezen. Niet gesteld of gebleken is dat publiekelijk, via de kansel of plaatselijk kerkblad, aan het adres van Henk Jansen beschuldigingen zijn geuit. Op zondag 18 december 2016 heeft de predikant aan de gemeente laten weten dat Henk Jansen zijn ambt had neergelegd om persoonlijke redenen. De algemene bewoordingen van deze kanselboodschap bieden onvoldoende grondslag voor het oordeel dat sprake is van onrechtmatige uitlatingen, welke rectificatie behoeven.

4.20.

Volgens de toelichting op artikel 1.6 DKO (productie 1, aanvulling) heeft Henk Jansen recht op het ontvangen van alle voor zijn zaak van belang zijnde stukken, waaronder uittreksels uit notulen en rapporten. Ter zitting heeft hij toegelicht welke stukken nog ontbreken. Het algemene verweer van de GG Kruiningen dat Henk Jansen alle stukken heeft ontvangen, is daartegenover onvoldoende. De vordering onder IV. zal worden toegewezen op de in het dictum vermelde wijze.

4.21.

De vordering onder V. zal worden afgewezen, nu Henk Jansen onvoldoende heeft onderbouwd dat hij buitengerechtelijke incassokosten heeft gemaakt.

Vorderingen [nicht]

4.22.

Nu de vordering van Henk Jansen tot het staken en gestaakt houden van het doen van mededelingen omtrent overtreding van het 7e gebod door Henk Jansen jegens [nicht] zal worden toegewezen, is het belang van [nicht] bij eenzelfde gebod komen te vervallen.

4.23.

De vordering tot rectificatie wordt afgewezen. Gelet op de marginale toetsing kan de GG Kruiningen niet worden veroordeeld tot het schrijven van een brief aan haar met de door haar beoogde inhoud. De voorzieningenrechter heeft immers niet vastgesteld of Henk Jansen het 7e gebod wel of niet heeft overtreden.

Vorderingen [broer] en Arjazon BV

4.24.

De voorzieningenrechter laat in het midden of het relativiteitsbeginsel in de weg staat aan toewijzing van deze vorderingen, zoals door de GG Kruiningen betoogd. Evenals [nicht] hebben [broer] en Arjazon BV geen belang meer bij het staken en gestaakt houden van het doen van mededelingen met betrekking tot de overtreding van het 7e gebod door Henk Jansen jegens [nicht] .

4.25.

De GG Kruiningen zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Jansen worden begroot op:

- dagvaarding € 97,31

- griffierecht 618,00

- salaris advocaat 816,00

totaal € 1.531,31

5 De beslissing

De voorzieningenrechter:

ten aanzien van Henk Jansen:

5.1.

gebiedt de GG Kruiningen om iedere mededeling omtrent overtreding van het 7e gebod door Henk Jansen jegens [nicht] te staken en gestaakt te houden,

5.2.

veroordeelt de GG Kruiningen om met onmiddellijke ingang geen uitvoering meer te geven aan het aan Henk Jansen opgelegde censuurbesluit d.d. 28 maart 2017 en dat besluit binnen 3 dagen na betekening van dit vonnis in te trekken,

5.3.

veroordeelt de GG Kruiningen om binnen 3 dagen na betekening van dit vonnis aan Henk Jansen over te leggen de notulen van de KR d.d. 14 december 2016, 20 december 2016, 13 maart 2017 en 3 april 2017 en de brief over Henk Jansen aan de classis,

5.4.

wijst af de vorderingen onder III. en V.,

ten aanzien van [nicht] , [broer] en Arjazon BV:

5.5.

wijst de vorderingen af,

ten aanzien van Jansen:

5.6.

veroordeelt de GG Kruiningen in de proceskosten, aan de zijde van Jansen tot op heden begroot op € 1.531,31,

5.7.

verklaart dit vonnis ten aanzien van 5.1, 5.2, 5.3 en 5.6 uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.K. van der Lende-Mulder Smit en in het openbaar uitgesproken op 2 mei 2017.1

1 mp