Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2017:1967

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
30-03-2017
Datum publicatie
30-03-2017
Zaaknummer
02-821311-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Bedreiging en belaging

Het zichtbaar hebben van Whatsapp-statussen (met bedreigende inhoud) kan onder bepaalde omstandigheden een bedreiging in de zin van artikel 285 Sr opleveren en

het kan eveneens als een gedraging worden aangemerkt die inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer in de zin van artikel 285b Sr.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02/821311-15

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 30 maart 2017

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1980 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] ,

raadsman mr. F.J. Koningsveld, advocaat te Breda.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 16 maart 2017, waarbij de officier van justitie, mr. Huizenga, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

Verdachte staat terecht, terzake dat:

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 3 september 2015 tot en met 11 oktober 2015, althans op een of meer tijdstippen op of omstreeks 3 september 2015 te Breda, althans in Nederland, [benadeelde] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [benadeelde] (via [naam zus] ) dreigend (via voicemail en/of sms-bericht(en) en/of whattsapp-status) de woorden toegevoegd:

(sms 3-9-2015) "Als jij dacht met hem te gaan praten en met hem weer goed kom kan je bij hem intrekken want wat ik met jou en hem doet kan je niet meer na vertellen" (dossierpagina 384) en/of

(voice-bericht via [naam zus] 3-9-15) "Ik zal je één ding vertellen: als hij durft voor haar deur bij mijn kind, ja, in de buurt te zijn, interesseert me niet of jij daar staat, wie daar staat, politie dr staat, wat dan ook, ik schiet iedereen neer, simpel ik schiet iedereen neer. Zij denkt zo stoer te kunnen zijn? Laat me, we gaan zien hoe het gaat lopen. Jij denkt ik praat

onzin? Ja? volgens mij niet" (dossierpagina 431) en/of

(voice-bericht via [naam zus] 3-9-15) " [naam] komt niet bij mijn kind in de

buurt, simpel is dat. Komt hij dat wel, is hij dat wel, is hij en jullie, interesseert mij niet, hebben een probleem met mij, ja. Wie wil ook stoer doen? Interesseert mij niet. Een pipa heb acht ballas, ja, we zullen wel zien" (dossierpagina 432),

(whatsapp-status 1-11 oktober 2015) "I am not a murderer. I just like to kill kill. You think you free free. You not safe from me cause I pee on you. Mtf bitch i wait" (dossierpagina 415)

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in de periode van 3 september 2015 tot en met 4 november 2015 te Breda, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [benadeelde] , in elk geval van een ander, met het oogmerk die [benadeelde] , in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft hij, verdachte regelmatig en/of veelvuldig en/of ongewenst die

[benadeelde] telefonisch benaderd en/of SMS-berichten en/of whatsapp(status)berichten en/of voicemail gestuurd/getoond aan die [benadeelde] (onder meer) inhoudende

(sms 3-9-15) "Stoer doen en niet opnemen [benadeelde] jij ik garandeer jou pas op jij zal niks meer over houden echt" (dossierpagina 384) en/of

(sms 3-9-15) "Laat hem 1 stap zetten in jou huis kan niet wachten want nu gaan de bommen los komen jullie twee hahah we gaan zien hoop dat je dood gaat aan wat jij leid kanker set hier dat je bent daarom wou je ook al die tijd alleen uit gaan je ging vreemd met hem en daarom ging het mis met [benadeelde] hè kanker set hier gaan jullie beide voor boeten" (dossierpagina 384) en/of

(sms 16-10-15) "Jij bent een vieze kanker hoer slet vies kanker wijf en hij is een kanker miet eerste klas je kan alle gesprekken alle smsen door sturen naar hem" (dossierpagina 512) en/of

(whatsapp-status - vertaald uit het Paiamento) "Ik wil geen hoer meer. Als ik niet interessant was keek je niet op mijn status. Slaap lekker, de dag der waarheid is nabij. Hij/zij had je moeten vermoorden" (dossierpagina 459) en/of

(whatsapp-status - vertaald uit het Papiamento) "Het is so interessant he? Om op mij status te kijken, wie heb nu geen leven. Met uitgaan, dansen, neuken en neuken zonder een huis/dak boven je hoofd en met een dealer niks" (dossierpagina 461) en/of

(sms 17-10-2015) "Twee mensen die zich volwassen noemen en een persoon in hun schoenen rot op man een hoer verdiend niks anders dan genaaid te worden en mishandeld te zijn" (dossierpagina 513 en aanvullend PV Bevindingen d.d. 26 juli 2016) en/of

(sms 28-10-2015) "Had jou gewaarschuwd lieg niet en wat doe jij jij liegt toch tegen de politie dus geloof maar in je eigen leugens meid maar nu zal je zeker gepakt worden op jou leugens ik doe me ding en wacht af" (dossierpagina 514);

art 285b lid 1 Wetboek van Strafrecht.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan. Zij baseert zich daarbij op de aangifte, de sms- en voiceberichten en de Whatsapp-statussen, zoals die in het dossier zijn opgenomen, alsmede op de verklaring van verdachte, inhoudende dat hij deze berichten heeft verstuurd c.q. getoond aan aangeefster. Ten aanzien van de Whatsapp-statusberichten merkt de officier van justitie op dat verdachte zelf heeft verklaard dat hij hierbij aangeefster in gedachte had en dat uit de inhoud ook blijkt dat hij er vanuit ging dat zij deze berichten ook daadwerkelijk las.

4.2

Het standpunt van de verdediging

Feit 1

De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van hetgeen ten laste is gelegd onder feit 1, voor wat betreft de sms van 3 september 2015 (alinea 2). Ten aanzien van de overige onder feit 1 tenlastegelegde onderdelen wordt vrijspraak bepleit. De verdediging is van mening dat er voor het overige geen sprake is van een bedreiging, aangezien de inhoud van de voice-berichten geen bedreigend karakter bevatten en, naar de rechtbank de raadsman begrijpt, de berichten ook niet rechtstreeks aan het slachtoffer zijn gericht. De verdediging betoogt verder dat het tonen van een Whatsapp-status niet als een bedreigende handeling of uiting kan worden aangemerkt, nu dit niet aan een persoon is gericht en het initiatief dan ook uitgaat van degene die de status bekijkt.

Feit 2

De verdediging bepleit ten aanzien van feit 2 eveneens vrijspraak. De verdediging betoogt dat uit het dossier niet kan worden opgemaakt dat de Whatsapp-statussen zichtbaar zijn geweest in de tenlastegelegde periode voor aangeefster en dat deze statussen op zich niet kunnen worden aangemerkt als handelingen die inbreuk maken op eens anders persoonlijke levenssfeer. Voorts zijn volgens de verdediging de resterende vijf sms-berichten onvoldoende om te spreken van het stelselmatig inbreuk maken op iemands persoonlijke levenssfeer.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Inleiding

Verdachte heeft vanaf 2011 tot juli 2015 een knipperlicht-relatie gehad met ,‘ [benadeelde] ’, [benadeelde] (hierna genoemd: [benadeelde] ) Uit deze relatie is op [geboortedag zoon benadeelde partij] 2013 zoon [zoon benadeelde partij] geboren.

Het strafrechtelijk onderzoek in deze zaak is gestart naar aanleiding van een gasexplosie in de woning van [benadeelde] op 15 september 2015. De brandstichting is vanwege onvoldoende bewijs geseponeerd.

Beoordeling

Op 2 november 2015 heeft [benadeelde] aangifte gedaan van onder andere bedreiging en stalking door verdachte.1 Zij verklaarde dat verdachte sinds 3 september 2015 erg boos op haar was omdat hij dacht dat ze met haar vorige ex, [naam] , omging en zij met hem nog contact had. Verdachte had haar meerdere sms-jes gestuurd waarin hij zei dat hij haar ging opblazen of dood ging schieten, ook appte hij haar zus [naam zus] met die dingen.2

Getuige [getuige] verklaarde dat op 13 september 2015 aangeefster met haar zus bij haar thuis was, toen aangeefster steeds door verdachte werd gebeld. Aangeefster zette haar telefoon op luidspreker. Toen hij nogmaals belde, nam de moeder van verdachte de telefoon op en hoorde [getuige] dat verdachte zei: “nee, ik ga haar nooit met rust laten en wat doen jullie op de [straatnaam] ?”3

Door de politie is vervolgens onderzoek verricht naar de berichten in de telefoon van aangeefster en hieruit blijkt dat verdachte met telefoonnummer [telefoonnummer] onder meer de volgende sms-berichten heeft verstuurd naar aangeefster:

op 3 september 2015:

“Als jij dacht met hem te gaan praten en met hem weer goed kom kan je bij hem intrekken want wat ik met jou en hem doet kan je niet meer na vertellen”(feit 1)

“Stoer doen en niet opnemen [benadeelde] jij ik garandeer jou pas op jij zal niets meer over houden echt.”(feit 2)

“Laat hem 1 stap zetten in jou huis kan niet wachten want nu gaan de bommen los komen jullie twee haha we gaan zien hoop dat je dood gat aan wat jij leid kanker set hier dat je bent daarom wou je ook al die tijd alleen uit gaan je ging vreemd met hem en daarom ging het mis met [benadeelde] hè kanker set hier gaan jullie beide voor boeten.” (feit 2) 4

op 16 oktober 2015:

“Jij bent een vieze kanker hoer slet vies kanker wijf en hij is een kanker miet eerste klas als je kan alle gesprekken alle smsen door sturen door hem” (feit 2)

op 17 oktober 2015:

“Twee mensen die zich volwassen noemen en een persoon in hun schoenen rot op man een

hoer verdiend niks anders dan genaaid te worden en mishandeld te zijn” (feit 2)

op 28 oktober 2015:

“Had jou gewaarschuwd lieg niet en wat doe jij jij liegt toch tegen de politie dus geloof maat

in je eigen leugens meid maar nu zal je zeker gepakt worden - op jou leugens ik doe me ding en wacht af”(feit 2) 5

Tevens heeft de politie de telefoon van [naam zus] , zijnde de zus van aangeefster, onderzocht en hieruit is gebleken dat verdachte op 3 september 2015 onder meer de volgende voice-berichten naar haar heeft verzonden:

“Ik praat geen onzin, jij kent mij donders goed. In 2011 had ik zo die jongens die haar in elkaar

geslagen had, wie nam een wapen mee? Wie nam een vuurwapen mee? Ikke. Jij denkt dat ik dom ben ofzo? Ja? Ik zal je één ding vertellen: als hij durft voor haar deur bij mijn kind, ja, in de buurt te zijn, interesseert me niet of jij daar staat, wie daar staat, politie dr staat, wat dan ook, ik schiet iedereen neer, simpel, ik schiet iedereen neer. Zij denkt zo stoer te kunnen zijn? Laat me, we gaan zien hoe het gaat lopen. Jij denkt ik praat onzin? Ja? Volgens mij niet. Want in 2011 weet je donders goed wat er is gebeurd. Ja? Heel goed. En denk maar niet dat ik het laat gebeuren nu nog een keer, dat kan ik jou al vast vertellen. Dus of je nou denkt dat ik onzin praat of geen onzin praat, dat is aan jou, ja? Maar dit keer laat ik het niet zo maar verlopen, dat kan ik je al vast vertellen.”(feit 1)

“Dat gaan we toch wel zien, ja. Als jij het voor [naam] wil opnemen dan gaan we dat zien hè, als jij het voor [naam] wil opnemen. Dat is aan jou de keuze, ja, maar ik heb jou al gezegd, het interesseert mij niet. [naam] daar, ik daar. En hoe het afloopt zien we vanzelf wel, ja. [naam] daar, ik daar. Of jij daar nou tussen wilt komen, te ja of te neem omdat je ook zo graag boven [naam] wilt gaan zitten, het interesseert mij niet, ja. Als je zo graag goede vriendjes met [naam] wil zijn, interesseert mij niet. Jij wil voor [naam] opkomen, ik heb genoeg voor jullie gedaan, genoeg voor jullie beiden. En ik krijg altijd maar stank voor dank van jullie kant. [naam] komt niet bij mijn kind in de buurt, simpel is dat. Komt hij dat wel, is hij dat wel, is hij en jullie, interesseert mij niet, hebben een probleem met mij, ja. Wie wil ook stoer doen? Interesseert mij niet. Een pipa heb acht ballas, ja, we zullen wel zien.”(feit 1) 6

Aangeefster heeft vervolgens ook print screens van de Whatsapp-status van verdachte aan de politie overhandigd, met onder meer de volgende inhoud:

Het Papiaments is door een beëdigde vertaler vertaald en tussen haakjes weergeven.

op 11 oktober 2015:

“I am not a murderer. 1 just like to kill kilI. You think you free free. You not safe from me cause 1 pee on you. Mtf bitch i wait” (feit 1). 7

op 19 oktober 2015:

“A mi no ke puta mas. (Ik wil geen hoer meer) Als ik niet interessant was keek je niet op mijn status. Drumi bon paso dia di berdad ta jega sigur. E mester a matabo. (Slaap lekker, de dag der waarheid is nabij. Hij/zij had je moeten vermoorden)” (feit 2)

“Het is so interessant he? Om op mij status te kijken, wie heb nu geen leven? Cu salimentu baila chinga perde tempo sin kas cu dealer nada (Met uitgaan, dansen, neuken en neuken zonder een huis/dak boven je hoofd en met een dealer niks)”(feit 2) 8

Aangeefster heeft verklaard dat zij naar deze statussen keek omdat het een manier van communiceren was van verdachte naar haar. Zij had (het telefoonnummer van) verdachte op enig moment geblokkeerd, maar kon nog wel zijn status zien. Aangeefster wist dat verdachte er niet tegen kon dat ze niet reageerde op zijn sms-jes. Dit was zijn manier om toch zijn verhaal kwijt te kunnen in de weet dat ze het zou lezen.9

Verdachte heeft bekend dat hij bovenstaande sms-berichten aan aangeefster heeft verzonden. Eveneens heeft verdachte bekend dat hij bovenstaande voice-berichten aan de zus van aangeefster heeft verzonden en dat de inhoud van deze berichten richting aangeefster bedoeld was. Tevens heeft verdachte bekend dat hij de Whatsapp-statussen heeft getoond (de rechtbank begrijpt: zichtbaar heeft gehad op zijn profiel) en dat hij er vanuit ging dat aangeefster deze ook zou lezen.10 Verdachtes verklaring ter zitting dat hij het nummer van aangeefster had geblokkeerd, zodat zij de status niet kon zien, verwerpt de rechtbank als onaannemelijk. In het voorgaande ligt immers besloten dat aangeefster van die status kennis heeft genomen.

Feit 1

De rechtbank stelt voorop dat voor een bewezenverklaring van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht vereist is dat de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de bedreigde de redelijke vrees kon ontstaan dat zij het leven zou kunnen verliezen.

De bewoordingen die verdachte heeft gebezigd en de omstandigheden waaronder hij deze heeft geuit, te weten in het kader van een aanhoudend conflict tussen ex-partners, waarbij verdachte aangeefster, zelfs nadat er een gasexplosie had plaatsgevonden in haar woning, niet met rust heeft gelaten en door is gegaan met het uiten van dreigende berichten, maken dat er objectief gezien een reële angst kon ontstaan dat verdachte zijn dreigementen zou uitvoeren.

Ten aanzien van de voice-berichten constateert de rechtbank dat zij waren gericht tot aangeefster, maar werden geuit aan de zus van de aangeefster. De rechtbank overweegt in dit verband dat voor een bedreiging in de zin van artikel 285 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr) nodig is dat verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat de uitlatingen van verdachte ter kennis zouden komen van de bedreigde. Gelet op de feiten en omstandigheden van het onderhavige geval, te weten dat verdachte zijn bedreigingen heeft geuit in het kader van een relationeel conflict en gezien de ernst van de geuite bedreigingen, heeft verdachte minst genomen bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de bedreigingen die hij ten overstaan van de zus van aangeefster heeft geuit ook ter kennis van aangeefster zouden komen. De rechtbank neemt hierbij tevens in aanmerking dat de voice-berichten die door verdachte naar de zus van aangeefster zijn verzonden op dezelfde dag zijn verzonden als een sms-bericht met bedreigende tekst dat hij naar aangeefster zelf heeft verzonden. Voorts blijkt uit de bewijsmiddelen dat aangeefster daarvan kennis heeft genomen. De rechtbank verwerpt derhalve het verweer van de verdediging dat deze berichten slechts een indirecte bedreiging betreffen en deze, mede gelet op hun inhoud, daardoor niet onder een bedreiging in de zin van artikel 285 Sr zouden vallen.

Ten aanzien van de Whatsapp-statussen overweegt de rechtbank als volgt.

Voor een veroordeling ter zake van bedreiging is onder meer vereist dat de bedreigde daadwerkelijk op de hoogte is geraakt van de bedreiging. Vaststaat dat aangeefster kennis heeft genomen van deze statussen aangezien zij printscreens hiervan zelf aan de politie heeft overhandigd. Voorts blijkt uit de inhoud van de statussen dat verdachte er ook vanuit ging dat aangeefster deze kon en zou lezen. Dat aangeefster zelf actief handelingen heeft moeten verrichten om de statussen te bekijken, doet hieraan niet af. Naar het oordeel van de rechtbank kan het zichtbaar hebben van Whatsapp-statussen – anders dan de verdediging bepleit – onder de gegeven omstandigheden dan ook een bedreiging in de zin van artikel 285 Sr opleveren.

Op grond van het bovenstaande acht de rechtbank het onder 1 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

Feit 2

De rechtbank stelt voorop dat voor de vraag of sprake is van belaging in de zin van artikel 285b Sr beslissend is of er sprake is van gedragingen waardoor wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk wordt gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van een ander. Het gaat er daarbij om of het lastigvallen van die ander een zekere mate van indringendheid, duur en frequentie heeft.

Ten aanzien van de Whatsapp-statussen overweegt de rechtbank dat de enkele status op zich geen inbreuk maakt op de persoonlijke levenssfeer van iemand. Gelet echter op de context waarin deze in dit geval zichtbaar waren waarbij verdachte heeft bekend dat de berichten aan [benadeelde] gericht waren en hij ook wist dat zij er kennis van nam (“Als ik niet interessant was keek je niet op mijn status”), maakt dat ook het zichtbaar hebben (of tonen zoals ten laste gelegd) van die statussen is aan te merken als gedragingen die wederrechtelijk inbreuk maken op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster. De rechtbank gaat eveneens voorbij aan het betoog van de verdediging dat niet vaststaat dat de statussen zichtbaar waren in de tenlastegelegde periode, nu aangeefster (printscreens van) de statussen in de ten laste gelegde periode aan de politie heeft verstrekt.

Anders dan de verdediging heeft gesteld is er, naar het oordeel van de rechtbank niet slechts sprake geweest van het sturen van “een klein aantal berichten”.

De rechtbank is dan ook – anders dan de verdediging – van oordeel dat, gelet op de inhoud van de door de verdachte verzonden berichten en getoonde statussen, de hoeveelheid berichten en het tijdsbestek waarin de berichten zijn verstuurd, bewezen verklaard kan worden dat verdachte wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster.

Op grond van het bovenstaande acht de rechtbank het onder 2 ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 3 september 2015 tot en met 11 oktober 2015, althans op een of meer tijdstippen op of omstreeks 3 september 2015 te Breda, althans in Nederland, [benadeelde] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [benadeelde] (via [naam zus] ) dreigend (via voicemail en/of sms-bericht(en) en/of whattsapp-status) de woorden toegevoegd:

(sms 3-9-2015) "Als jij dacht met hem te gaan praten en met hem weer goed kom kan je bij hem intrekken want wat ik met jou en hem doet kan je niet meer na vertellen" en/of

(voice-bericht via [naam zus] 3-9-15) "Ik zal je één ding vertellen: als hij durft voor haar deur bij mijn kind, ja, in de buurt te zijn, interesseert me niet of jij daar staat, wie daar staat, politie dr staat, wat dan ook, ik schiet iedereen neer, simpel ik schiet iedereen neer. Zij denkt zo stoer te kunnen zijn? Laat me, we gaan zien hoe het gaat lopen. Jij denkt ik praat

onzin? Ja? volgens mij niet" en/of

(voice-bericht via [naam zus] 3-9-15) " [naam] komt niet bij mijn kind in de

buurt, simpel is dat. Komt hij dat wel, is hij dat wel, is hij en jullie, interesseert mij niet, hebben een probleem met mij, ja. Wie wil ook stoer doen? Interesseert mij niet. Een pipa heb acht ballas, ja, we zullen wel zien", en

(whatsapp-status 1-11 oktober 2015) "I am not a murderer. I just like to kill kill. You think you free free. You not safe from me cause I pee on you. Mtf bitch i wait"

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2.

hij in de periode van 3 september 2015 tot en met 4 november 2015 te Breda, althans in Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [benadeelde] , in elk geval van een ander, met het oogmerk die [benadeelde] , in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft hij, verdachte regelmatig en/of veelvuldig en/of ongewenst die

[benadeelde] telefonisch benaderd en/of SMS-berichten en/of whatsapp(status)berichten en/of voicemail gestuurd/getoond aan die [benadeelde] (onder meer) inhoudende

(sms 3-9-15) "Stoer doen en niet opnemen [benadeelde] jij ik garandeer jou pas op jij zal niks meer over houden echt" en/of

(sms 3-9-15) "Laat hem 1 stap zetten in jou huis kan niet wachten want nu gaan de bommen los komen jullie twee hahah we gaan zien hoop dat je dood gaat aan wat jij leid kanker set hier dat je bent daarom wou je ook al die tijd alleen uit gaan je ging vreemd met hem en daarom ging het mis met [benadeelde] hè kanker set hier gaan jullie beide voor boeten" en/of

(sms 16-10-15) "Jij bent een vieze kanker hoer slet vies kanker wijf en hij is een kanker miet eerste klas je kan alle gesprekken alle smsen door sturen naar hem" en/of

(whatsapp-status - vertaald uit het Papiamento) "Ik wil geen hoer meer. Als ik niet interessant was keek je niet op mijn status. Slaap lekker, de dag der waarheid is nabij. Hij/zij had je moeten vermoorden" en/of

(whatsapp-status - vertaald uit het Papiamento) "Het is so interessant he? Om op mij status te kijken, wie heb nu geen leven. Met uitgaan, dansen, neuken en neuken zonder een huis/dak boven je hoofd en met een dealer niks" en/of

(sms 17-10-2015) "Twee mensen die zich volwassen noemen en een persoon in hun schoenen rot op man een hoer verdiend niks anders dan genaaid te worden en mishandeld te zijn" en/of

(sms 28-10-2015) "Had jou gewaarschuwd lieg niet en wat doe jij jij liegt toch tegen de politie dus geloof maar in je eigen leugens meid maar nu zal je zeker gepakt worden op jou leugens ik doe me ding en wacht af".

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren, met daaraan gekoppeld als bijzondere voorwaarden een contactverbod met [benadeelde] en hun zoontje en een gebiedsverbod van 500 meter rond de woning van [benadeelde] alsmede een taakstraf voor de duur van 150 uren, te vervangen door 75 dagen hechtenis, met aftrek van voorarrest, dadelijk uitvoerbaar bij voorraad te verklaren

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging betoogt dat bij een eventuele bewezenverklaring van de strafbare feiten een voorwaardelijke straf volstaat en verzet zich er niet tegen als hieraan als voorwaarde een contactverbod en locatieverbod wordt gekoppeld, nu dit mogelijk een volgende kort gedingzaak in dat kader zal voorkomen.

Indien de rechtbank desondanks van oordeel is dat een onvoorwaardelijke straf dient te worden opgelegd, dan is volgens de verdediging de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht al meer dan genoeg geweest om recht te doen aan deze zaak.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan diverse bedreigingen en belaging van zijn voormalige partner, [naam zus] gedurende een periode van twee respectievelijk 3 maanden. De rechtbank acht dit ernstige feiten. Slachtoffers van dergelijke misdrijven ondervinden vaak gedurende langere periode gevoelens van angst, onzekerheid en onveiligheid. Dit blijkt ook uit de ter zitting voorgelezen schriftelijke slachtofferverklaring van [naam zus] , waarin zij de impact benadrukt die de feiten nu anderhalf jaar later ook nog steeds hebben op het leven van haar en dat van hun zoontje. Verdachte lijkt de reikwijdte, ernst en de gevolgen van zijn gedragingen niet te beseffen, zo valt (mede) uit zijn houding ter zitting af te leiden.

Ten nadele van de verdachte weegt de rechtbank mee dat is komen vast te staan dat verdachte, blijkens een hem betreffend uittreksel Justitiële Documentatie van 10 februari 2017, eerder is veroordeeld voor een bedreiging.

De rechtbank heeft kennis genomen van het advies van de Reclassering Nederland van

12 juli 2016, waaruit volgt dat de reclassering heeft geadviseerd om een gedragsdeskundig onderzoek en een rapportage door het NIFP te laten plaatsvinden. Aangezien verdachte heeft geweigerd om hieraan mee te werken was de reclassering niet in staat om tot een uitgebreider advies over te gaan. De reclassering onthoudt zich dan ook van een advies over de eventuele op te leggen sanctie. De reclassering heeft nog wel opgemerkt dat er geen contra-indicaties zijn voor het opleggen van een werkstraf.

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de ernst van de feiten, een gevangenisstraf, gelijk aan de duur van het voorarrest noodzakelijk is. De feiten zijn naar het oordeel van de rechtbank te ernstig om te volstaan met een straf gelijk aan het voorarrest zoals de verdediging betoogt. Uitgaande van de oriëntatiepunten en de straffen die doorgaans voor soortgelijke delicten worden opgelegd, zal de rechtbank ook nog een taakstraf opleggen.

Alles afwegende komt de rechtbank tot het oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 108 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, passend en geboden is. De rechtbank acht het van belang dat aangeefster (en hun beider zoontje) rust krijgen in hun leven en zal dan ook aan de voorwaardelijke straf als bijzondere voorwaarden een contactverbod met aangeefster, zoals ook door haar is verzocht, koppelen, alsmede een gebiedsverbod van 500 meter rondom haar woning. De rechtbank merkt hierbij op dat het reclasseringstoezicht, dat hierbij zal worden opgelegd, alleen behoeft te zien op de nakoming van het contact- en gebiedsverbod.

Ten behoeve daarvan is het van belang dat de reclassering verdachte ook kan begeleiden. De begeleiding kan dan zien op de naleving van deze verboden. Daarnaast zal de rechtbank aan verdachte een taakstraf voor de duur van 120 uur, subsidiair 60 dagen vervangende hechtenis opleggen.

De rechtbank zal de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar verklaren omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte, gezien de bewezenverklaarde delicten en de moeizame relatie tussen verdachte en aangeefster tot op heden, opnieuw een misdrijf zal begaan die gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen.

7 De benadeelde partij

De benadeelde partij [benadeelde] vordert een schadevergoeding van € 2.000,00 voor de ten laste gelegde feiten.

De rechtbank acht, gelet op de aard en de ernst van de bewezen verklaarde feiten, voldoende onderbouwd dat er sprake is van immateriële schade. De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van de bewezen verklaarde feiten en acht verdachte aansprakelijk voor die schade. De rechtbank is evenwel van oordeel dat het gevorderde bedrag gematigd dient te worden.

De rechtbank is van oordeel dat een bedrag ter hoogte van € 750,00 passend is voor de bewezen verklaarde feiten en het door de benadeelde partij geleden nadeel. De vordering zal dan ook worden toegewezen tot een bedrag van € 750,00 en voor het overige worden afgewezen.

Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

Tevens zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf het tijdstip waarop het feit werd gepleegd.

8 Het beslag

8.1

De onttrekking aan het verkeer

De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer.

Gebleken is dat feit 1 is begaan met betrekking tot het in beslag genomen voorwerp met nummer 1 op de lijst. Verder is het wapen, nummer 2 op de lijst, een voorwerp van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 14e, 24c, 27, 36b, 36c, 36f, 57, 285 en 285b van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;

feit 2: Belaging;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 108 dagen;

- bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf groot 90 dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd van drie jaren na te melden voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarden:

* dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

* dat verdachte medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, de medewerking van huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [benadeelde] , zolang de reclassering dit noodzakelijk acht. Eventuele contacten met [benadeelde] die betrekking hebben op (de omgang met) de zoon van verdachte, [zoon benadeelde partij] , dienen uitsluitend via de advocaat of officiële instanties te verlopen.

* dat verdachte zich gedurende de proeftijd niet zal bevinden binnen een straal van 500 meter van de woning van [benadeelde] , gelegen in het gebied met de postcode 49_ _ , zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

- geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- bepaalt dat de aan de voorwaardelijke straf verbonden voorwaarden en het op de naleving van die voorwaarden uit te oefenen reclasseringstoezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 120 uren;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 60 dagen;

Beslag

- verklaart onttrokken aan het verkeer de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:

  1. STK Wapen Kl: zwart, G1440863, in kast in mandje onderin slk 2

  2. 2.00 STK Envelop Kl: wit, G1440870, 2 briefjes in 2 afz. dichtgeplakte envel;

Benadeelde partij

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde] van € 750,00 ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente, berekend vanaf 4 november 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;

- bepaalt dat de vordering voor het overige wordt afgewezen;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [benadeelde] , € 750,00 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 15 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft, te vermeerderen met de wettelijke rente, berekend vanaf 4 november 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. Schotanus, voorzitter, mr. Bogaert en mr. Kempen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van den Hurk-Van der Zanden, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 30 maart 2017.

Mr. Kempen is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt -tenzij anders vermeld- bedoeld het eindproces-verbaal met dossiernummer PL2000-2015239971 van de regionale eenheid politie Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 543. Proces-verbaal aangifte, p. 239.

2 Proces-verbaal van verhoor aangeefster, p. 218-222.

3 Proces-verbaal van verhoor getuige, p. 304.

4 Proces-verbaal van bevindingen, proces-verbaalnummer 12, met bijlagen, p. 383-385.

5 Proces-verbaal van bevindingen/tapgesprekken met [verdachte] , proces-verbaalnummer 109, p. 512-516 en Proces-verbaal van bevindingen/aanvulling op pv bevindingen 109.

6 Proces-verbaal van bevindingen, proces-verbaalnummer 11, p. 429-430.

7 Proces-verbaal bevindingen doorgestuurde print screens, proces-verbaalnummer 33-ZB3R015057, p. 397.

8 Proces-verbaal doorgestuurde printscreens, proces-verbaalnummer 78, met bijlagen p. 454-461.

9 Proces-verbaal d.d. 25 oktober 2016 van getuigenverhoor (artikelen 172, 210 en 316 van het Wetboek van Strafvordering van de rechter-commissaris.

10 De verklaring van verachte, afgelegd ter zitting d.d. 16 maart 2017.