Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2017:1831

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
27-03-2017
Datum publicatie
27-03-2017
Zaaknummer
02-820128-16 en 02-688095-16 (ttzgev)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

veroordeling voor mensenhandel met minderjarige prostituee. vrijspraak van oplichting telefoonabonnementen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Middelburg

parketnummer: 02/820128-16 en 02/688095-16 (ter terechtzitting gevoegd)

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 27 maart 2017

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1995 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] ,

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting Middelburg, locatie Torentijd, te Middelburg

raadsman mr. M. Pijnenburg, advocaat te Amsterdam.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 13 maart 2017, waarbij de officier van justitie mr. I.H.C.M. van Dorst en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

Ter zitting zijn overeenkomstig artikel 285 van het Wetboek van Strafvordering de zaken onder voormelde parketnummers gevoegd.

2 De tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:

Feit 1 (parketnummer 820128-16)

hij in of omstreeks de periode van 26 november 2014 tot en met 01 december 2015

in de gemeente(n) Goes en/of Vlissingen en/of Middelburg althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

A)

een ander, te wete [slachtoffer1] (geboren op [geboortedag slachtoffer 1] 1999),

heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het

oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer1] (sub 2°), en/of

B)

een ander, te weten [slachtoffer1] (geboren op [geboortedag slachtoffer 1] 1999),

(telkens) ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten

van seksuele handelingen met en/of voor een derde tegen betaling dan wel ten

aanzien van die [slachtoffer1] (telkens) enige handeling(en) heeft ondernomen

waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en)

vermoeden dat die [slachtoffer1] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het

verrichten van die seksuele handelingen (sub 5°), en/of

C)

(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die

[slachtoffer1] terwijl die [slachtoffer1] nog niet de leeftijd van 18 jaar had bereikt,

(sub 8°) en/of

D)

(telkens) met één of meerdere van de onder 1° genoemde middelen, te weten

door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door

dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of

misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend

overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie

die [slachtoffer1] heeft bewogen hem, verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van

haar seksuele handelingen met en/of voor een derde,

(sub 9°)

bestaande die enige handeling(en) hieruit dat verdachte en/of zijn

mededader(s) (telkens)

- ( pikante) foto's van die [slachtoffer1] heeft/hebben laten maken

- ( vervolgens) (seks)advertentie(s) heeft/hebben gemaakt/vervaardigd en/of

geplaatst op internetsite(s)

waarin die [slachtoffer1] werd aangeboden als prostituee, en/of

- de prijzen bepaald waartegen die [slachtoffer1] de seksuele handelingen zou

verrichten en/of

- die [slachtoffer1] heeft overgehaald en/of in de gelegenheid gesteld om (tegen

betaling) seks te hebben met een of meer mannen, en/of (vervolgens)

heeft/hebben tewerkgesteld als prostituee en/of daartoe afspraken heeft

gemaakt en/of laten maken met een of meer (potentiële) klanten en/of

- een (werk)telefoon en/of een emailaccount voor die [slachtoffer1] heeft geregeld

en/of ter beschikking gesteld en/of

- het door [slachtoffer1] verdiende geld (deels) ingenomen en/of beheerd en/of

(deels) aangewend voor zijn eigen gebruik;

Feit 2 (parketnummer 688095-16)

hij op meerdere tijdstippen op of omstreeks 30 juli 2015 te Goes, in elk geval

(telkens) in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen,

althans alleen, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en)

wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van

een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door

een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van

meerdere, althans één mobiele telefoon(s), in elk geval van enig goed, en/of

tot het aangaan van een schuld, te weten het afsluiten van meerdere, althans

één telefoonabonnement(en), hebbende verdachte en/of zijn mededader(s)

(telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of

listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid

- tegen die [slachtoffer 2] gezegd dat zij meerdere, althans één

telefoonabonnement(en) moest afsluiten en/of

- terwijl die [slachtoffer 2] bang was en zich bedreigd voelde

- tegen [slachtoffer 2] gezegd dat het/de contract(en) van haar naam af gehaald

zou(den) gaan worden en/of

- tegen die [slachtoffer 2] gezegd dat zij zo duur mogelijke telefoons moest zien mee

te krijgen en/of

- nadat [slachtoffer 2] de/het telefoonabonnement(en) had afgesloten tegen die

[slachtoffer 2] gezegd dat zij de telefoon(s) inclusief de/het contract(en) moest

afgeven,

- waardoor [slachtoffer 2] werd bewogen tot afgifte van drie, althans één, mobiele

telefoon(s) en/of contract(en) en/of het afsluiten van drie, althans één,

telefoonabonnement(en),

- terwijl [slachtoffer 2] rekeningen van de telefoonmaatschappij(en) heeft ontvangen;"

De rechtbank heeft de feiten die onder de genoemde parketnummers ten laste zijn gelegd voorzien van een doorlopende nummering. Deze nummering zal in het gehele vonnis worden aangehouden.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

Ten aanzien van feit 1

Op basis van de verklaringen van [slachtoffer1] , de in haar gsm aangetroffen chatgesprekken met verdachte en medeverdachte [medeverdachte] en de uiteindelijk bekennende verklaring van verdachte kan wettig en overtuigend bewezen worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van mensenhandel voor de periode zoals ten laste gelegd.

Ten aanzien van feit 2

Ook dit feit kan wettig en overtuigend bewezen worden. Verdachte heeft ter terechtzitting de aangifte grotendeels bevestigd en verklaard dat aangeefster op zijn voorstel telefoonabonnementen heeft afgesloten en de daarbij behorende gsm’s aan hem heeft afgegeven. Ook heeft hij bekend dat hij haar heeft gezegd dat hij de telefoonabonnementen van haar naam kon krijgen, zodat ze geen problemen zou ondervinden van het afsluiten van de abonnementen.

4.2

Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van feit 1

Verdachte heeft ter terechtzitting erkend dat hij gedurende een periode van ongeveer een jaar met [slachtoffer1] samen heeft gewerkt. Ze hebben elkaar leren kennen via sociale media en daarbij kwam op enig moment sekswerk ter sprake. Er is een keer een seksafspraak gemaakt voor [slachtoffer1] en daarna is het doorgegaan. Verdachte heeft een advertentie voor haar gemaakt zonder foto en deze advertentie op de website [naam website] geplaatst. In de advertentie heeft hij een telefoonnummer genoemd van een telefoon die hij in gebruik had. De seksafspraken die via dit nummer werden gemaakt gaf verdachte door aan [slachtoffer1] . Zij ging vervolgens naar de afspraak met de klant. Verdachte en [slachtoffer1] hadden samen afgesproken dat ze ieder de helft van de opbrengst zouden krijgen, aldus verdachte. Hij is degene met wie [slachtoffer1] de chatgesprekken voert die in haar gsm zijn aangetroffen en die in het dossier zijn opgenomen. Hij wist dat [slachtoffer1] nog geen 18 jaar was. Hij heeft haar niet gedwongen om het sekswerk te doen.

De verdediging heeft aangevoerd dat geen sprake was van de basiselementen van mensenhandel, te weten dwang en uitbuiting. Er is sprake van een wetsovertreding louter vanwege de minderjarigheid van het meisje. Verdachte heeft haar gefaciliteerd in haar prostitutiewerkzaamheden.

De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor hetgeen aan verdachte onder feit 1 D ten laste is gelegd aangezien geen sprake is geweest van dwang.

Ten aanzien van feit 2

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat aangeefster hem had benaderd omdat zij geld nodig had. Hij heeft voorgesteld dat zij telefoonabonnementen zou afsluiten en dat de daarbij behorende gsm’s door hem zouden worden verkocht en dat hij het geld aan haar zou geven. Hij heeft haar verteld dat hij ervoor kon zorgen dat de abonnementen van haar naam gehaald zouden worden. Hij heeft haar ook verteld dat ze zo duur mogelijke gsm’s moest zien te krijgen. Hij is met haar naar Goes gegaan en zij heeft daar telefoonabonnementen afgesloten. De gsm’s heeft ze nadien aan verdachte gegeven. Hij heeft ze verkocht en van de opbrengst heeft hij 300 tot 400 euro aan aangeefster gegeven. Hij heeft haar niet gedwongen om die telefoonabonnementen af te sluiten, of haar bedreigd om haar te bewegen dat te doen.

De verdediging heeft aangevoerd dat het dossier geen bewijsmiddelen bevat die de verklaring van aangeefster, die zegt dat ze onder druk is gezet om de telefoonabonnementen af te sluiten, ondersteunen. Voor oplichting is volgens de rechtspraak nodig dat er meer is dan een enkele onware mededeling, in dit geval het verzwijgen van de problemen die zouden ontstaan door het op naam stellen van het telefooncontract. Aan de eisen van oplichting wordt dan ook niet voldaan, zodat verdachte moet worden vrijgesproken.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van feit 1

De verdenking tegen verdachte komt er kort gezegd op neer dat hij zich in de periode van 26 november 2014 tot en met 01 december 2015 samen met een ander schuldig heeft gemaakt aan het plegen van mensenhandel waarbij de tenlastelegging is gebaseerd op de delictsomschrijvingen van artikel 273f, eerste lid aanhef onder 2, 5, 8 en 9 van het Wetboek van Strafrecht (Sr).

Verdachte heeft ten aanzien van feit 1 een bekennende verklaring afgelegd voor zover het feit ziet op sub 2, 5 en 8 van artikel 273f Sr en ter zake daarvan is ook geen vrijspraak bepleit. Daarom zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen1 als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank acht dat feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 13 maart 2017;

- de verklaring van [slachtoffer1] d.d. 22 juni 2016;2

- de verklaring van [slachtoffer1] d.d. 21 november 2016 bij de rechter-commissaris;3

- de verklaring van [slachtoffer1] d.d. 29 december 2016;4

- de verklaring van [getuige] d.d. 21 januari 2016.5

Overweging met betrekking tot medeplegen

In de WhatsApp-gesprekken tussen verdachte en [slachtoffer1] zoals opgenomen onder bijlages 12 en 14 van het dossier wordt door hen enkele malen de naam [medeverdachte] genoemd. Op grond van de hierboven genoemde verklaringen van [slachtoffer1] gaat de rechtbank ervan uit dat dit medeverdachte [medeverdachte] betreft. Uit de WhatsApp-gesprekken komt naar voren dat [medeverdachte] toegang heeft tot de advertentie van [slachtoffer1] en het daarbij behorende profiel en dat hij daarin gegevens kan toevoegen of wijzigen. Ook komt in de chatgesprekken naar voren dat [slachtoffer1] af en toe het voor verdachte gereserveerde deel van de opbrengst van een seksafspraak aan [medeverdachte] mee geeft om het naar verdachte te brengen. De opbrengst van de seksafspraken werd steeds verdeeld tussen verdachte en [slachtoffer1] . [medeverdachte] deelde niet mee.

[slachtoffer1] heeft verklaard dat [medeverdachte] de rol van verdachte overnam op het moment dat verdachte gedetineerd raakte in verband met verdenking van betrokkenheid bij een eerdere mensenhandelzaak. Het is de rechtbank ambtshalve bekend dat verdachte in die zaak op

10 november 2015 in verzekering werd gesteld en dat hij daarna voor langere tijd in voorarrest is gebleven. De rechtbank stelt derhalve vast dat [medeverdachte] vanaf dat moment de seksafspraken regelde en dat [slachtoffer1] de opbrengst daarvan met [medeverdachte] deelde.

De rechtbank dient de vraag te beantwoorden of bovengenoemde rol van [medeverdachte] voldoende is om als medepleger te worden beschouwd. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.

In de periode tot en met 9 november 2015 was [medeverdachte] op de hoogte van het prostitutiewerk van [slachtoffer1] en bemoeide hij zich – gelet op de WhatsApp-gesprekken kennelijk op eigen initiatief – met de door verdachte opgestelde en geplaatste advertentie en het bijbehorende profiel van [slachtoffer1] . Ook trad hij soms op als geldkoerier tussen [slachtoffer1] en [verdachte] . Deze rol is naar het oordeel van de rechtbank niet van een zodanig gewicht dat gesproken kan worden van een nauwe en bewuste samenwerking tussen [medeverdachte] en verdachte in het prostitueren van [slachtoffer1] .

Dit wordt naar het oordeel van de rechtbank anders op het moment dat verdachte op 10 november 2015 gedetineerd raakt en [medeverdachte] op is gaan treden als zaakwaarnemer van verdachte. Vanaf dat moment is het [medeverdachte] die contacten heeft met klanten van [slachtoffer1] en de afspraken maakt. Ook krijgt hij de helft van de opbrengst van de seksafspraken.

Door aldus te handelen is bewerkstelligd dat de door verdachte opgezette prostitutie van [slachtoffer1] kon worden voortgezet. Gezien de verklaring van getuige [getuige] was verdachte hiervan op de hoogte en stemde hij met de gang van zaken in. Gelet op deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat voor de periode van 10 november 2015 tot en met 1 december 2015 sprake is van een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en [medeverdachte] in het prostitueren van [slachtoffer1] . [medeverdachte] was in die periode medepleger.

Overweging met betrekking tot het ten laste gelegde onder D (betreffende artikel 273f, lid 1, sub 9 Sr)

Dit onderdeel van de tenlastelegging ziet op het bewegen van [slachtoffer1] tot het afgeven van - een deel van de opbrengst van de seksafspraken door het toepassen van één van de in de tenlastelegging genoemde dwangmiddelen. De rechtbank stelt voorop dat de achtergrond van deze bepaling ligt in het streven van de wetgever om de onvrijwillige afdracht van uit sekswerk afkomstige gelden strafbaar te stellen. In artikel 273f lid 6 Sr staat een nadere omschrijving van het begrip kwetsbare positie. Daaronder wordt in ieder geval begrepen een situatie waarin een persoon geen andere werkelijke of aanvaardbare keuze heeft dan het misbruik te ondergaan. Blijkens artikel 2 en 4 van de Richtlijn 2011/36/EU omvat het begrip “bijzonder kwetsbaar slachtoffer” in ieder geval minderjarige slachtoffers. De enkele omstandigheid dat [slachtoffer1] minderjarig is, is naar het oordeel van de rechtbank dus reeds voldoende om aan te nemen dat sprake was van een kwetsbare positie waarvan verdachte misbruik heeft gemaakt. Ook dit onderdeel kan derhalve wettig en overtuigend bewezen worden verklaard.

Ten aanzien van feit 2

Van de in de tenlastelegging genoemde oplichtingsmiddelen kan, gezien de verklaringen in het dossier, alleen het samenweefsel van verdichtsels als passend bij de gang van zaken worden beschouwd. Uit de verklaring van aangeefster en de verklaring ter terechtzitting van verdachte volgt dat verdachte één leugen heeft verteld, te weten dat hij ervoor kon zorgen dat de abonnementen die zij zou afsluiten van haar naam zouden worden gehaald, zodat zij na het afsluiten van de abonnementen niet de maandelijkse bijbehorende kosten zou hoeven te betalen. Blijkens vaste jurisprudentie kan een samenweefsel van verdichtsels niet bestaan uit een enkele leugen.

De rechtbank spreekt verdachte daarom vrij van het onder 2 ten laste gelegde feit.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

Feit 1

in of omstreeks de periode van 26 november 2014 tot en met 9 november 2015

in de gemeente(n) Goes en/of Vlissingen en/of Middelburg althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

A)

een ander, te weten [slachtoffer1] (geboren op [geboortedag slachtoffer 1] 1999),

heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het

oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer1] (sub 2°), en/of

B)

een ander, te weten [slachtoffer1] (geboren op [geboortedag slachtoffer 1] 1999),

(telkens) ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten

van seksuele handelingen met en/of voor een derde tegen betaling dan wel ten

aanzien van die [slachtoffer1] (telkens) enige handeling(en) heeft ondernomen

waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en)

vermoeden dat die [slachtoffer1] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het

verrichten van die seksuele handelingen (sub 5°), en/of

C)

(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die

[slachtoffer1] terwijl die [slachtoffer1] nog niet de leeftijd van 18 jaar had bereikt,

(sub 8°) en/of

D)

(telkens) met één of meerdere van de onder 1° genoemde middelen, te weten

door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door

dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of

misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend

overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie

die [slachtoffer1] heeft bewogen hem, verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van

haar seksuele handelingen met en/of voor een derde,

(sub 9°)

bestaande die enige handeling(en) hieruit dat verdachte en/of zijn

mededader(s) (telkens)

- (pikante) foto's van die [slachtoffer1] heeft/hebben laten maken

- (vervolgens) een (seks)advertentie(s) heeft/hebben gemaakt/vervaardigd en/of

geplaatst op een internetsite(s)

waarin die [slachtoffer1] werd aangeboden als prostituee, en/of

- de prijzen bepaald waartegen die [slachtoffer1] de seksuele handelingen zou

verrichten en/of

- die [slachtoffer1] heeft overgehaald en/of in de gelegenheid heeft gesteld om (tegen

betaling) seks te hebben met een of meer mannen, en/of (vervolgens)

heeft/hebben tewerkgesteld als prostituee en/of daartoe afspraken heeft

gemaakt en/of laten maken met een of meer (potentiële) klanten en/of

- een (werk)telefoon en/of een emailaccount voor die [slachtoffer1] heeft geregeld

en/of ter beschikking gesteld en/of

- het door [slachtoffer1] verdiende geld (deels) ingenomen en/of beheerd en/of

(deels) aangewend voor zijn eigen gebruik.

en

in of omstreeks de periode van 10 november 2015 tot en met 01 december 2015

in de gemeente(n) Goes en/of Vlissingen en/of Middelburg althans in Nederland

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

A)

een ander, te weten [slachtoffer1] (geboren op [geboortedag slachtoffer 1] 1999),

heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het

oogmerk van seksuele uitbuiting van die [slachtoffer1] (sub 2°), en/of

B)

een ander, te weten [slachtoffer1] (geboren op [geboortedag slachtoffer 1] 1999),

(telkens) ertoe heeft gebracht zich beschikbaar te stellen tot het verrichten

van seksuele handelingen met en/of voor een derde tegen betaling dan wel ten

aanzien van die [slachtoffer1] (telkens) enige handeling(en) heeft ondernomen

waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of redelijkerwijs moest(en)

vermoeden dat die [slachtoffer1] zich daardoor beschikbaar zou stellen tot het

verrichten van die seksuele handelingen (sub 5°), en/of

C)

(telkens) opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van die

[slachtoffer1] terwijl die [slachtoffer1] nog niet de leeftijd van 18 jaar had bereikt,

(sub 8°) en/of

D)

(telkens) met één of meerdere van de onder 1° genoemde middelen, te weten

door dwang en/of geweld en/of één of meer (andere) feitelijkheden en/of door

dreiging met geweld en/of andere feitelijkheden en/of afpersing en/of

misleiding en/of door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend

overwicht en/of door misbruik van de kwetsbare positie

die [slachtoffer1] heeft bewogen hem, verdachte te bevoordelen uit de opbrengst van

haar seksuele handelingen met en/of voor een derde,

(sub 9°)

bestaande die enige handeling(en) hieruit dat verdachte en/of zijn

mededader(s) (telkens)

- (pikante) foto's van die [slachtoffer1] heeft/hebben laten maken

- (vervolgens) een (seks)advertentie(s) heeft/hebben gemaakt/vervaardigd en/of

geplaatst op een internetsite(s)

waarin die [slachtoffer1] werd aangeboden als prostituee, en/of

- de prijzen bepaald waartegen die [slachtoffer1] de seksuele handelingen zou

verrichten en/of

- die [slachtoffer1] heeft overgehaald en/of in de gelegenheid heeft gesteld om (tegen

betaling) seks te hebben met een of meer mannen, en/of (vervolgens)

heeft/hebben tewerkgesteld als prostituee en/of daartoe afspraken heeft

gemaakt en/of laten maken met een of meer (potentiële) klanten en/of

- een (werk)telefoon en/of een emailaccount voor die [slachtoffer1] heeft geregeld

en/of ter beschikking gesteld en/of

- het door [slachtoffer1] verdiende geld (deels) ingenomen en/of beheerd en/of

(deels) aangewend voor zijn eigen gebruik.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd (cursief opgenomen). Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen voor beide feiten een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren. Zij heeft in de strafeis rekening gehouden met artikel 63 Sr.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft ten aanzien van feit 1 naar voren gebracht dat de omstandigheid dat geen sprake is geweest van dwang, maar van vrijwillige prostitutie waarin verdachte een faciliterende rol heeft gespeeld, sterk matigend dient te werken op de strafmaat. Er is voorts een beroep gedaan op artikel 63 Sr.

De verdediging heeft aangevoerd dat het zwarte beeld dat is geschetst over verdachte niet terecht is. Hij wil veranderen. Hij wil weg uit het milieu waarin hij zich bevindt en zijn leven een positieve wending geven. Dit blijkt uit het feit dat hij in detentie cursussen heeft gevolgd die hem na zijn detentie kunnen helpen bij het maken van een nieuwe start. Hij wil meewerken aan een reclasseringstoezicht, maar hij weet niet goed of dat voor behandeling ook geldt. Verzocht is een straf op te leggen die perspectief kan bieden. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest, en een voorwaardelijk strafdeel zou hierbij passen.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich gedurende een periode van ruim een jaar schuldig gemaakt aan mensenhandel, nu hij een destijds vijftienjarig meisje in de gelegenheid heeft gesteld seksafspraken te maken en mee te delen in de opbrengst. Hij heeft hiertoe een seksadvertentie op een website geplaatst en afspraken met klanten gemaakt. De laatste drie weken van die periode heeft hij dit samen met een medeverdachte gedaan. Deze medeverdachte trad op als zaakwaarnemer nadat verdachte zelf gedetineerd was geraakt in verband met verdenking van mensenhandel ten aanzien van een ander minderjarig meisje.

Van een vijftienjarig meisje kan niet worden verwacht dat zij een zodanig inzicht in haar handelen heeft dat zij de gevolgen daarvan – ook op langere termijn – volledig kan overzien, zodat instemming van haar kant met de prostitutiewerkzaamheden niet relevant is voor de strafwaardigheid van de faciliterende rol die verdachte hierin heeft gespeeld.

Seksuele uitbuiting is een zeer vergaande en ontluisterende manier van mensenhandel in de zin dat het financieel gewin alles bepalend is en de gevolgen voor het slachtoffer vaak zeer ingrijpend zijn. Door aldus te handelen heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een ernstig strafbaar feit waarbij hij de belangen van het slachtoffer ondergeschikt heeft gemaakt aan zijn eigen financiële belangen. De ervaring leert dat slachtoffers van dergelijke feiten nog gedurende langere tijd de psychische en emotionele schade hiervan ondervinden.

Gelet op de ernst van het feit en het gegeven dat deze vorm van mensenhandel nog steeds vaak voorkomt moet alleen al uit oogpunt van generale preventie een forse straf volgen. Met een verhoging van het strafmaximum van acht jaar naar twaalf jaar met ingang van 1 april 2013, en in aansluiting daarop een verhoging van de strafbedreigingen op de verschillende strafverzwarende omstandigheden in lid 3, 4 en 5, heeft de wetgever de ernst van het delict nog eens benadrukt. De rechtbank zal hiermee bij de strafoplegging nadrukkelijk rekening houden.

Blijkens het uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 1 november 2016 is verdachte in de periode van vijf jaar voorafgaand aan het plegen van het onderhavige feit in aanraking geweest met justitie in verband met geweldsdelicten en vermogensdelicten. Hij is in verband met deze feiten door de kinderrechter veroordeeld tot voorwaardelijke en onvoorwaardelijke jeugddetenties en een werkstraf. Twee maal is daarbij als bijzondere voorwaarde jeugdreclasseringstoezicht opgelegd (2011 en 2012) en in het meest recente vonnis is een voorwaardelijke PIJ-maatregel opgelegd (2013). Van deze sancties en interventies is kennelijk niet een zodanige preventieve werking uitgegaan dat het verdachte heeft weerhouden van het plegen van het bewezenverklaarde feit.

Daarbij komt dat het bevel tot voorlopige hechtenis in een tegen verdachte openstaande zaak in 2014 is geschorst, waarbij als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht is opgelegd. Ook dit heeft hem er niet van weerhouden om tijdens die schorsing nieuwe strafbare feiten te plegen.

Verdachte is zeer recent, in december 2016, veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf wegens mensenhandel, te weten het prostitueren van een eveneens minderjarig meisje. De rechtbank houdt in verband met dat vonnis in de bepaling van de strafmaat in belangrijke mate rekening met artikel 63 Sr.

Er zijn drie rapporten uitgebracht over verdachte, te weten het rapport van 29 maart 2016 van drs. T. ’t Hoen, gezondheidszorgpsycholoog, en zijn aanvullend rapport van 26 augustus 2016, en het rapport van 21 november 2016 van drs. R.J.B. Metze, eveneens gezondheidszorgpsycholoog.

In alle rapporten wordt geconstateerd dat bij verdachte sprake is van een antisociale persoonlijkheidsstoornis, ook ten tijde van het ten laste gelegde. Er is nauwelijks tot geen sprake van empathie. Omdat vanuit het onderzoek niet kan worden geconcludeerd dat de stoornis dermate van invloed was op zijn gedragskeuzemogelijkheden dat zijn gedragsregulatie erdoor belemmerd werd, wordt door Metze geconcludeerd dat sprake is van volledige toerekeningsvatbaarheid.

In zijn algemeenheid kan worden gezegd dat sprake is van een verhoogde kans op herhaling van het plegen van strafbare feiten.

Gedurende het opmaken van de eerste twee rapporten was verdachte niet gemotiveerd voor hulpverlening. Die houding is ten tijde van het laatste rapport enigszins gewijzigd. Metze heeft naar voren gebracht dat voor het slagen van (gespreks)therapie enige mate van intrinsieke motivatie van belang is. Verdachte is echter nadrukkelijk van mening dat hulpverlening voor hem niet nodig is, maar hij heeft in het onderzoek wel aangegeven dat hij wil meewerken aan ondersteuning vanuit de reclassering, aldus Metze. Uit het rapport komt naar voren dat verdachte tegen reclasseerder Kortsmit heeft gezegd dat hij wil meewerken aan begeleiding door te reclassering en dat hij openstaat voor een behandeling.

Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij nog steeds een relatie heeft met zijn vriendin. Als hij iets goeds doet, doet hij dat om haar gelukkig te maken, niet voor zichzelf, aldus verdachte ter terechtzitting. Hij vindt dat het nu anders moet, hij wil een normale baan, zonder problemen.

De rechtbank overweegt voorts dat zij op basis van de rapportages en hetgeen verdachte ter zitting heeft verklaard, onvoldoende overtuigd is van de intrinsieke motivatie voor reclasseringstoezicht en begeleiding en behandeling. In diverse telefoontaps van eind 2016 in het dossier Hounslow 2.0 spreekt verdachte vanuit detentie met [slachtoffer1] over het feit dat hij weer geld met haar wil verdienen uit prostitutiewerk en dat hij heeft bekend en spijt heeft betuigd om zo strafvermindering te krijgen. De rechtbank zal daarom, anders dan door de verdediging is betoogd, geen voorwaardelijk strafdeel opleggen om in het kader daarvan begeleiding en behandeling als bijzondere voorwaarden te kunnen stellen.

Alles afwegend komt de rechtbank tot het oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van twee jaar passend en geboden is.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 10, 22b, 27, 57, 63 en 273f van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder 2 tenlastegelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4. is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

Feit 1 Mensenhandel jegens een persoon beneden de achttien jaren, meermalen gepleegd

en

Mensenhanden gepleegd door twee of meer verenigde personen jegens een persoon beneden de achttien jaren, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 2 (twee) jaren;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Borm, voorzitter, mr. G.H. Nomes en

mr. W.J.M. Fleskens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Moggré-Hengst, griffier,

en is uitgesproken ter openbare zitting op 27 maart 2017.

Mr. W.J.M. Fleskens is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal wordt, tenzij anders vermeld, bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door één of meer daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Wanneer wordt verwezen naar dossierpagina’s betreffen dit de doorgenummerde pagina’s van het dossier van de Politie Zeeland – West-Brabant, nummer ZBRCC16004 Hounslow.

2 Verklaring [slachtoffer1] , pagina’s 663, 664, 665 en 666 (tweede, zevende en twaalfde alinea).

3 Verklaring [slachtoffer1] , blad 2, vierde alinea (na ‘De getuige verklaart:’) en blad 3, antwoorden op de vragen van mr. Serrarens en van de officier van justitie met betrekking tot [medeverdachte] .

4 Verklaring van [slachtoffer1] in het dossier van de Politie Zeeland – West-Brabant, nummer ZBRCC16004 Hounslow 2.0, pagina 520, zevende alinea.

5 Verklaring van [getuige] , pagina 1189, laatste alinea en pagina 1190, eerste alinea.