Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2017:1624

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
20-03-2017
Datum publicatie
20-03-2017
Zaaknummer
02-810555-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Medeplegen tezamen met vier andere verdachten van het produceren van amfetamine in zeer professioneel laboratorium en medeplegen van voorbereidingshandelingen in 2013. Meerdere productieprocessen volgens de Leuckartmethode. Grote voorraden chemicaliën aangetroffen. Gelijke rol verdachten. Gevangenisstraf 42 maanden met aftrek, rekening houdend met tijdsverloop. Geen aftrek voor uitleveringsdetentie in Spanje.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02/810555-13

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 20 maart 2017

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1966, te [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] ,

raadsman mr. J.C. Sneep, advocaat te Breda.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 13 februari 2017, waarbij de officier van justitie, mr. Suijkerbuijk, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

Verdachte staat terecht, terzake dat:

1.

hij op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 24 mei 2013 tot en met 11 juni 2013 te [adres 1] , althans in de gemeente Terneuzen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of vervaardigd (een) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde (telkens) amfetamine een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

art 2 ahf/ond D Opiumwet

art 10 lid 4 Opiumwet

2.

hij op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 24 mei 2013 tot en met 11 juni 2013 te [adres 1] , althans in de gemeente Terneuzen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het derde of vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het (telkens) bereiden, bewerken, vervaardigen, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of buiten en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van

amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I en/of een ander middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen (een) voorwerp(en) en/of (een) stof(fen) en/of (een) vervoermiddel(en) en/of geld(en) en/of andere betaalmiddel(en) voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) te vermoeden, dat zij

bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),

immers, heeft/hebben hij, verdachte, en/of (een of meer van) zijn mededader(s) op voornoemd(e) tijdstip(pen) op het perceel [adres 2]

- een locatie gehuurd en/of gereed gemaakt voor de productie van synthethische

drugs en/of

- een of meer (grote) hoeveelhe(i)d(en) grondstoffen en/of chemicaliën en/of vaten en/of hardware en/of productiemiddelen/productievoorwerpen en/of hulpmiddelen voorhanden gehad en/of

- ongeveer 660 liter zoutzuur en/of

- ongeveer 250 liter mierenzuur en/of

- ongeveer 400 liter formamide en/of

- ongeveer 1.000 kilogram caustic soda en/of

- een (compleet) in werking zijnde laboratorium-opstelling en/of productieplaats (bedoeld voor de productie van amfetamine, althans een of meer middelen genoemd op lijst I van de Opiumwet)

voorhanden gehad;

art 10a lid 1 ahf/sub 3 alinea Opiumwet

art 10 lid 4 Opiumwet

art 10 lid 5 Opiumwet

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten en baseert zich daarbij op de diverse OVC gesprekken in de auto van verdachte, het feit dat verdachte is gezien bij het metselen van een muurtje in de loods aan de [adres 1] , de observaties op 11 juni 2013 waarbij verdachte is gezien bij de loods en later met bigshoppers en op het dactyspoor van verdachte in de loods.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van de feiten 1 en 2. In de eerste plaats is betoogd dat het onderzoek naar de rol van verdachte niet is afgerond nu er nog getuigen dienen te worden gehoord. Het is voorts de vraag of er een volledig en geslaagd productieproces is geweest in het amfetaminelaboratorium. Het gevonden afval kan ook van een mislukt productieproces afkomstig zijn. De volgende vraag is wat de rol van verdachte in het geheel is geweest. Verdachte is niet aangehouden bij het amfetaminelaboratorium op 11 juni 2013. Het feit dat hij met bigshoppers is gezien op 11 juni 2013, zegt niets nu niet duidelijk is wat er in die bigshoppers zat. Er zijn alleen verplaatsbare DNA-sporen gevonden, die verdachte niet per se linken aan de plaats delict. Derhalve dient hij van de feiten 1 en 2 te worden vrijgesproken.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van de feiten 1 en 2:

De rechtbank zal voor de leesbaarheid van dit vonnis verdachte en de medeverdachten aanduiden bij hun achternaam.

Aanleiding onderzoek:

Op 16 mei 2012 werd een strafrechtelijk onderzoek ingesteld tegen [medeverdachte 1] en zijn ex-zwager [medeverdachte 2] naar aanleiding van een CIE-melding van 16 mei 2012 dat zij zich bezig houden met de wiethandel.1 In december 2012 bleek dat [verdachte] met [medeverdachte 1] naar Spanje is gegaan. In december 2012 kwam er weer een CIE-melding binnen, inhoudende dat [verdachte] in week 50 van 2012 naar Spanje is gevlogen om daar een transport van synthetische drugs voor te bereiden. In januari 2013 kwam er een CIE-melding, inhoudende dat [verdachte] deel uitmaakt van de criminele organisatie van [medeverdachte 1] . De politie zag aanleiding om een peilbaken te plaatsen en om OVC-gesprekken af te tappen in de auto die bij [verdachte] in gebruik is, te weten een Citroen C3 met kenteken [kenteken 1] .2

Koewacht

Op 24 mei 2013 werd door de politie gezien dat [medeverdachte 3] naar de watertoren in Raamsdonksveer reed, dat [verdachte] daar ook was en dat zij naar de woning van verdachte [medeverdachte 4] reden. Met zijn drieën reden ze naar een woning aan de [adres 1] . De politie nam waar dat de achterste loods werd dichtgemetseld door [medeverdachte 4] , [verdachte] en [medeverdachte 3] .3

Op 25 mei 2013 vonden er OVC-gesprekken plaats tussen [verdachte] en [medeverdachte 4] in de auto van [verdachte] , waarbij door [medeverdachte 4] werd gezegd: “Gij mag wel een fles meenemen naar dat drugspandje.” 4 [medeverdachte 4] zei: “En de caravan en de flessen daar naartoe brengen”.5 [medeverdachte 4] zei toen: “Maar ik had 10 ehh nee 15 gasflessen gekocht voor 100 euro, van die grote….”. 6

In de nacht van 29 op 30 mei 2013 zag de politie dat er meerdere jerrycans in de loods stonden en dat er iemand in de loods lag te slapen.7 Op 3 juni 2013 werd een OVC-gesprek afgeluisterd tussen [verdachte] en [medeverdachte 3] waarin werd gesproken over een scheidingstrechter, 1000 liter water gestoomd, over stoom en over loog.8 Een medewerker van de LFO heeft over de term scheidingstrechter gesteld dat de amfetamineolie na de eerste en tweede kookstap van de Leuckartmethode wordt gescheiden door middel van een scheidingstrechter. Er dient water gestoomd te worden na het logen en afscheiden van amfetamineolie. Loog is caustic soda dat wordt gebruikt na de tweede kookstap.9

In de nacht van 10 op 11 juni 2013 werd er bij het pand in Koewacht geobserveerd. Door de opsporingsambtenaren werd waargenomen dat er twee mannenstemmen met elkaar praatten. Zij hoorden centrifugegeluiden en roken een chemische lucht. Omstreeks 02.30 uur hoorden zij een geluid van water dat op de grond werd gegooid en geluiden gelijkend op schrobben met een veger. Er werd een geluid waargenomen, lijkend op het moeten braken cq overgeven. Omstreeks 03.00 uur kwamen er geen geluiden meer uit de loods.10

Op 11 juni 2013 vond er een observatie plaats bij het pand in Koewacht. Omstreeks 08:47 uur zagen de agenten dat de Opel Vivaro met kenteken [kenteken 2] met een manspersoon de loods verliet. Deze auto stopte op de Beneluxweg te Hulst om 08.58 uur en parkeerde naast een Volkswagen, type Golf, kleur zilvergrijs. De observant herkende de bestuurder van de Vivaro als [verdachte] . De achterklep van de Volkswagen Golf, voorzien van het kenteken [kenteken 3] , stond open en er stonden drie tot vier zogenaamde bigshoppers achter in de kofferruimte. Er stond een onbekende man NN1 bij [verdachte] . De zijkant van de Vivaro stond open en [verdachte] plaatste een bigshopper in het voertuig. Om 09.03 uur stopte de Vivaro op het parkeerterrein van de Boerenbond. NN1 zat als passagier in het voornoemde voertuig. [verdachte] en NN1 kochten samen twee slaapzakken en twee paar werkschoenen in de Boerenbond. Om 09.35 uur gingen [verdachte] en NN1 het bedrijf [naam] in Terneuzen binnen Om 09.58 uur reed de Vivaro de oprit van de woning gelegen aan de [adres 1] op. Hiervan werden foto-opnamen gemaakt. Om 14.35 uur reed de Vivaro van de oprit van de woning aan de [adres 1] af. In de Vivaro zaten twee personen. De Vivaro werd in de Axelsestraat geparkeerd. Er kwamen een drietal bigshoppers uit de bus. NN1 liep met een bigshopper in zijn hand weg vanuit de Axelsestraat. Om 15.02 uur werd waargenomen dat [verdachte] samen met NN4 bij de Vivaro stond en dat ze beiden een gevulde bigshopper bij zich hadden.11

Het laboratorium:

Op 11 juni 2013, omstreeks 14.45 uur, werd de loods aan de [adres 1] betreden. In het achterste gedeelte van de loods werd in een afgescheiden ruimte een zeer professioneel amfetaminelaboratorium aangetroffen. In het overige gedeelte van deze loods waren verder grote hoeveelheden chemicaliën en afval opgeslagen, alsmede een caravan die kennelijk als slaapplaats werd gebruikt en waarnaast een leef- cq eetgedeelte was ingericht. In het overige deel van de loods werden onder meer aangetroffen: 8 IBC’S (1.000 liter) waarvan 4 gevuld met circa 4.000 kg afval en 4 IBC’S met koelwater, diverse loogvaten, een aantal 220 liter vaten en diverse 20-25 liter jerrycans met onder andere 660 liter zoutzuur, 250 liter mierenzuur en 400 liter formamide. In diverse zakken werd nog zo’n 1.000 kg caustic soda aangetroffen.

In de eerste productieruimte werden een groot aantal zelfgemaakte roestvrijstalen (RVS)productiemiddelen aangetroffen, waaronder:

  • -

    Een grote reactieketel met enorme RVS reflux, koelspiraal, opvang/vacuüm tbv hergebruik formamide en mierenzuur, aangesloten op een vacuümpomp en gaswasser, verhit middels 4 gasbranders (temperatuur tijdens binnentreden circa 40 graden Celsius, met een hoogte van circa 3,40 meter, alles gemonteerd op een stalen frame);

  • -

    Een distillatieopstelling met een distillatieketel met geïntegreerde stoominlaat. Distillatiespiraal en opvangtank met gescheiden opvang/afvoer van stoom, water en amfetamine-olie, aangesloten op een zelfbouw stoomgenerator die middels twee gasbranders kon worden verwarmd;

  • -

    Een distillatieopstelling met een zeer grote distillatieketel met koelspiraal en grote opvangtank. Deze kon worden aangesloten op een vacuümpomp. Hoogte circa 2,50 meter. Alles gemonteerd op een stalen frame;

  • -

    Diverse jerrycans, vaten gereedschap, gasflessen, afscheiden e.d.

In de tweede productieruimte werden aangetroffen:

  • -

    Kookopstelling met 4 metalen branderbakken en 4 x 20 liter 3 halsrondbodemkolf met reflux. Alle 4 de rondbodemkolven waren gevuld. Refluxen waren aangesloten op koelwater en gaswassers;

  • -

    4 gasflessen;

  • -

    4 metalen branderbakken en 4 x 20 liter 3 halsrondbodemkolf;

  • -

    Diverse jerrycans met zoutzuur.

Het proces-verbaal vermeldt dat door de LFO nimmer een amfetamine-

laboratorium is aangetroffen, waarin zulke professionele productieapparatuur is aangetroffen. De aangetroffen administratie duidde op de omzetting van 100 liter BMK per batch (circa 100-120 kilogram natte amfetamine per batch).12

Door de verbalisant werd opgemerkt dat het afvalwater tijdens het onderzoek na de inval nog 32 graden was.13

Het NFI heeft onderzoek gedaan naar de diverse in beslag genomen vloeistoffen. Bij het laboratoriumonderzoek werd vastgesteld dat een groot deel van de monsters amfetamine/ BMK, N-formylamfetamine en/of diverse gerelateerde syntheseverontreinigingen bevatten. Dit is terug te voeren op de vervaardiging van amfetamine uit BMK volgens de Leuckartmethode. 14

Er is een capaciteitsberekening opgemaakt waarbij op basis van het aangetroffen afval in het laboratorium en de beschikbare productiecapaciteit per batch een berekening is gemaakt. Ook zijn aantekeningen aangetroffen in de loods, die bij de berekening zijn betrokken. Uit de combinatie van die gegevens is op te maken dat er 100 liter BMK per batch is verwerkt. Op basis van het afval, te weten 4000 liter, is de schatting dat er ongeveer 470 liter BMK is verwerkt. De hoeveelheid vervaardigde amfetaminebase moet minimaal 175 kilogram zijn geweest.15

De loods was eigendom van [medeverdachte 5] . [medeverdachte 5] heeft verklaard dat hij de loods verhuurd had.16

Dactyspoor:

Bij onderzoek naar het kladblok in de loods, voorzien van SIN-nummer AADH8191NL, is een vingerafdruk aangetroffen op pagina 18 van dit kladblok en veilig gesteld onder SIN-nummer AAFP2799NL. Deze vingerafdruk heeft geleid tot individualisatie van het spoor op verdachte. De kans om deze mate van overeenkomst aan te treffen bij een willekeurig ander persoon is verwaarloosbaar klein. 17

Verklaring verdachte:

Verdachte heeft ter zitting van 14 juli 2016 verklaard dat hij op 24 mei 2013 in de loods heeft gemetseld.18

Overwegingen omtrent het bewijs:

Naar het oordeel van de rechtbank staat vast dat er in de loods aan de [adres 1] amfetamine is geproduceerd en dat er meerdere producties (batches) moeten zijn geweest, gelet op de hoeveelheid afval die is aangetroffen, te weten 4000 liter. Op grond van het rapport capaciteitsberekening en opbrengstschatting amfetaminevervaardiging (bijlage 6 bij de ontneming) duidt dit erop dat er ongeveer 470 liter BMK moet zijn verwerkt. Het laboratorium had volgens het NFI onderzoek een productiecapaciteit van 100 liter BMK per batch. Gelet hierop moeten er meerdere batches zijn geweest.

Op grond van de bevindingen van de observanten in de nacht van 10 op 11 juni 2013 staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat er die nacht een productie heeft plaatsgevonden. De observanten hoorden immers geluiden die op een productieproces leken te duiden en namen een chemische lucht waar. Verder bleek het afvalwater na de inval nog 32 graden te zijn. Dit zijn allemaal zwaarwegende indicaties dat er recent een productieproces heeft plaatsgevonden.

Dat er sprake is geweest van voorbereidingshandelingen, kan naar het oordeel van de rechtbank eveneens worden bewezen. Uit het onderzoek is immers gebleken dat er nog veel grondstoffen aanwezig waren, te weten zoutzuur, mierenzuur, formamide en caustic soda. Op grond van die aanwezigheid en het proces dat al had plaats gevonden, kan bewezen worden dat het de bedoeling van verdachten moet zijn geweest om nog meer te produceren.

De rol van verdachte:

Door de raadsman is gesteld dat het onderzoek nog niet is afgerond nu er nog een aantal getuigen zouden moeten worden gehoord. Dit verweer van de raadsman wordt verworpen nu de verdediging op de vorige zitting van 14 juli 2016 definitief heeft afgezien van het horen van deze getuigen.

Aan de rechtbank ligt de vraag voor of wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van de bereiding van de amfetamine en de voorbereidingshandelingen daartoe. De rechtbank overweegt als volgt.

Verdachte wordt gezien bij het metselen van de loods op 24 mei 2013. Verdachte en medeverdachte [medeverdachte 3] halen [medeverdachte 4] thuis op en met zijn drieën rijden ze naar de loods in Koewacht. De politie neemt waar dat de achterste loods werd dichtgemetseld door [medeverdachte 4] , [verdachte] en [medeverdachte 3] . Dit duidt op de directe betrokkenheid van verdachte.

Verdachte heeft bij een aantal OVC-gesprekken met medeverdachten gesproken over zaken, die betrekking hebben op een amfetaminelaboratorium of de voorbereidingshandelingen daartoe. Zo heeft verdachte op 25 mei 2013 met [medeverdachte 4] gesproken, waarbij [medeverdachte 4] over gasflessen en “het drugspandje” praat. Op 3 juni 2013 sprak verdachte met [medeverdachte 3] over een scheidingstrechter, 1000 liter water gestoomd, over stoom en over loog. Dat deze termen betrekking hebben op de productie van amfetamine, volgt uit het proces-verbaal van terminologie op pagina 423 e.v. van deeldossier B, waarin door de medewerker van LFO wordt verklaard waar die termen in het proces op zien.

De rechtbank hecht verder waarde aan de observaties in de nacht van 10 op11 juni 2013 en op 11 juni 2013. Zoals de rechtbank hiervoor heeft overwogen, heeft er een productieproces plaatsgevonden.

Verdachte kwam ook bij observaties op 11 juni 2013, om 08:59 uur, in beeld als hij NN1 op de Beneluxweg in Hulst ontmoet. In de auto van NN1 stonden drie tot vier bigshoppers. Verdachte ging met NN1 naar de Boerenbond en kocht daar twee slaapzakken en twee paar werkhandschoenen. Vervolgens reden zij naar de [adres 1] en kwamen ze daar om 09:58 uur aan. Om 14.35 uur reden zij weer van de oprit aan de [adres 1] af. Om 15.01 zagen de observanten dat er een drietal bigshoppers uit de bus kwamen en dat verdachte met een van de bigshoppers wegliep.

Naar het oordeel van de rechtbank kan het niet anders zijn dan dat het om dezelfde bigshoppers gaat die uit de bus kwamen. Verdachte heeft geen verklaring willen geven hierover.

Ondersteunend bewijs voor de betrokkenheid van verdachte vindt de rechtbank verder nog in het feit dat er van hem vingerafdrukken zijn aangetroffen op het Bruna-kladblok in de loods.

Deze feiten en omstandigheden maken naar het oordeel van de rechtbank dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het produceren van amfetamine en de voorbereidingshandelingen daartoe.

Periode

De rechtbank zal voor wat betreft de te bewijzen periode aansluiting zoeken bij de observaties, die erop duiden dat men voor het eerst actief was bij het adres [adres 1] op 24 mei 2013, toen er door [verdachte] , [medeverdachte 4] en [medeverdachte 3] werd gemetseld, en zal dus uitgaan van een pleegperiode van 24 mei 2013 tot en met 11 juni 2013.

Aangetroffen hoeveelheid

Nu de rechtbank op basis van de rapporten niet precies kan vaststellen hoeveel amfetamine er is bereid en/of vervaardigd, zal de rechtbank “hoeveelheden” bewezen achten.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

hij op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 24 mei 2013 tot en met 11 juni 2013 te [adres 1] , althans in de gemeente Terneuzen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of vervaardigd (een) hoeveelheid/hoeveelheden van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde (telkens) amfetamine, een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I;

2.

hij op een of meerdere tijdstip(pen) gelegen in of omstreeks de periode van 24 mei 2013 tot en met 11 juni 2013 te [adres 1] , althans in de gemeente Terneuzen, in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander anderen, althans alleen, om een feit, bedoeld in het derde of vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet, te weten het (telkens) bereiden, bewerken, vervaardigen, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of buiten en/of binnen het grondgebied van Nederland brengen van

amfetamine, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I en/of een ander middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen (een) voorwerp(en) en/of (een) stof(fen) en/of (een) vervoermiddel(en) en/of geld(en) en/of andere betaalmiddel(en) voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) te vermoeden, dat zij bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en),

immers, heeft/hebben hij, verdachte, en/of (een of meer van) zijn mededader(s) op voornoemd(e) tijdstip(pen) op het perceel [adres 2]

- een locatie gehuurd en/of gereed gemaakt voor de productie van synthethische drugs en/of

- een of meer (grote) hoeveelhe(i)d(en) grondstoffen en/of chemicaliën en/of vaten en/of hardware en/of productiemiddelen/productievoorwerpen en/of hulpmiddelen voorhanden gehad en/of

- ongeveer 660 liter zoutzuur en/of

- ongeveer 250 liter mierenzuur en/of

- ongeveer 400 liter formamide en/of

- ongeveer 1.000 kilogram caustic soda en/of

- een (compleet) in werking zijnde laboratorium-opstelling en/of productieplaats (bedoeld voor de productie van amfetamine, althans een of meer middelen genoemd op lijst I van de Opiumwet)

voorhanden gehad;

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaren met aftrek van voorarrest.

6.2

Het standpunt van de verdediging

Gelet op de betoogde vrijspraken, dient bij verdachte geen straf te worden opgelegd. Subsidiair is betoogd dat, wanneer het toch tot een strafoplegging komt, de detentieperiode waarin hij in Spanje heeft vastgezeten toen hij werd aangehouden vanwege het Europees Arrestatiebevel dat voor onderhavige zaak gold, op de op te leggen gevangenisstraf in mindering moet worden gebracht. Verdachte heeft 11,5 maanden in Spanje vastgezeten. Voorts is betoogd dat bij dit laboratorium niet is gebleken dat er sprake is geweest van milieuschade en gevaarzetting, zodat de eis van de officier van justitie te hoog is.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan het bereiden van amfetamine en voorbereidingshandelingen van de productie van amfetamine. Hij heeft hierbij, gelet op de aangetroffen hoeveelheid chemicaliën, op grote schaal geproduceerd. Er was sprake van een zeer professioneel amfetaminelaboratorium.

De productie van synthetische harddrugs dient krachtig bestreden te worden. Allereerst vanwege de schadelijkheid daarvan voor de volksgezondheid. Het gebruik van deze harddrugs brengt immers ernstige gezondheidsrisico’s met zich mee. Daarnaast schuilt in de productie van synthetische harddrugs gevaar voor schade aan het milieu, veroorzaakt door alhier steeds vaker voorkomende dumpingen van vrijkomende chemische afvalstoffen en ontploffingsgevaar. Zeer bezwaarlijk vindt de rechtbank hierbij dat het laboratorium was gelegen nabij een aantal woningen.

De rechtbank rekent het verdachte in het bijzonder aan dat hij zich met het bereiden van amfetamine heeft ingelaten en met het medeplegen van voorbereidingshandelingen voor de productie van synthetische drugs uit geldgewin, maar zonder daarbij acht te slaan op de mogelijk negatieve gevolgen voor anderen.

Voor deelname aan een dergelijk professioneel amfetaminelaboratorium, waarbij grootschalig is geproduceerd, worden in de regel langdurige gevangenisstraffen opgelegd. De straffen moeten immers voldoende afschrikkende werking hebben ten opzichte van het lucratieve karakter van de productie van synthetische drugs.

Door de verdediging is betoogd dat bij het bepalen van de hoogte van de straf rekening dient te worden gehouden met de periode die verdachte in Spanje heeft vastgezeten toen hij werd gearresteerd door de Spaanse autoriteiten vanwege het Europees Arrestatiebevel dat voor onderhavige zaak zou zijn uitgevaardigd. Volgens de verdediging is er een direct verband tussen zijn aanhouding/arrestatie en de periode die hij in Spanje heeft vastgezeten.

De rechtbank overweegt dat in zijn algemeenheid geen rekening wordt gehouden met straffen die in het buitenland worden opgelegd. Het is de rechtbank verder niet duidelijk geworden wat de exacte gang van zaken is geweest met betrekking tot de arrestatie en de daaropvolgende detentieperiode. Derhalve is de rechtbank van oordeel dat zij geen rekening kan houden met de detentieperiode in Spanje bij de hoogte van de strafoplegging.

Uit het dossier is niet te herleiden welke rol verdachte in het laboratorium heeft verricht. Nu de rolverdeling niet bekend is, gaat de rechtbank uit van gelijke betrokkenheid van de verdachten. Normaliter worden voor soortgelijke feiten gevangenisstraffen tussen de 36 en 42 maanden opgelegd. Echter, in het nadeel houdt de rechtbank rekening met het strafblad van verdachte, waarop eerdere Opiumwetdelicten vermeld staan en ook met de grootte en het zeer professionele karakter van het laboratorium. Dit alles afwegend zou een gevangenisstraf van 48 maanden passend zijn. Echter, de rechtbank houdt ook rekening met het tijdsverloop in de procedure. Alles afwegend is een gevangenisstraf van 42 maanden met aftrek van voorarrest passend en deze zal de rechtbank ook opleggen.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 27, 47, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10, 10a, 13 en 14 van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2, onder B van de

Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;

feit 2: medeplegen van een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van de

Opiumwet, voor te bereiden door stoffen voorhanden te hebben, waarvan hij weet dat

zij bestemd zijn tot het plegen van dat feit;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 42 maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Voorlopige hechtenis

- heft het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis op.

Dit vonnis is gewezen door mr. Kooijman, voorzitter, mr. Veldhuizen en mr. Bogaert, rechters, in tegenwoordigheid van Schuurmans, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 20 maart 2017.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal wordt daarmee, tenzij anders vermeld, bedoeld het onderdeel van het eindproces-verbaal met dossiernummer 205A12012 (het indexdossier) van de politie Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm en doorgenummerd van 1 tot en met 7764. Het startproces-verbaal, opgenomen in deeldossier A, p. 28.

2 Het proces-verbaal verloop onderzoek, opgenomen in deeldossier A, p. 92, 93 en 94.

3 Het proces-verbaal observatie (met nummer 205A12012.20130524), deeldossier B, p. 175 en 176.

4 Het proces-verbaal van bevindingen OVC d.d. 25 mei 2013, deeldossier B, p. 197.

5 Het proces-verbaal van bevindingen OVC d.d. 25 mei 2013, deeldossier B, p. 226.

6 Het proces-verbaal van bevindingen OVC d.d. 25 mei 2013, deeldossier B, p. 234.

7 Het proces-verbaal van bevindingen inkijk, deeldossier B, p. 381.

8 Het proces-verbaal van bevindingen OVC 3 juni 2013, deeldossier B, p. 412.

9 Het proces-verbaal van bevindingen gebruikte terminologie, deeldossier B, p. 423 en 424.

10 Het proces-verbaal observatie, deeldossier B, p. 460 en 461.

11 Het proces-verbaal observatie, deeldossier B, p. 486, 487 en 488.

12 Het proces-verbaal van bevindingen mbt het aantreffen en ontmantelen van een amfetaminelaboratorium in een loods, gelegen op het perceel [adres 1] , deeldossier B, p. 496 en 497.

13 Het proces-verbaal bevindingen laboratorium Koewacht, deeldossier B, p. 36.

14 Het proces-verbaal onderzoek naar vermoedelijke vervaardiging synthetische drugs, [adres 1] , 11 juni 2013, opgesteld door het NFI, deeldossier B, p. 500-i.

15 Het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel, opgenomen in de map ontneming, p. 6 in samenhang met bijlage 5 (de aantekeningen aangetroffen in de loods), p. 113 t/m 128 en de capaciteits- en opbrengstschatting amfetaminevervaardiging [adres 1] , 11 juni 2013, opgenomen als bijlage 6 in de map ontneming, p. 134.

16 Het proces-verbaal verhoor [medeverdachte 5] , deeldossier B, p. 867 en 868.

17 Het proces-verbaal forensisch sporenonderzoek, p. 710, 712 en 767.

18 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 14 juli 2016.