Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2016:7164

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
15-11-2016
Datum publicatie
21-11-2016
Zaaknummer
AWB 16_1479
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bijzondere bijstand voor de kosten van een laptop die noodzakelijk is voor het volgen van een opleiding, terwijl het huishouden al een computer (desktop) heeft. Berekening van bijzondere bijstand. Afschrijving.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 16/1479 PW

uitspraak van 10 november 2016 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser] , te [woonplaats] , eiseres,

gemachtigde: mr. I.A.C. Cools,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Tilburg, verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 7 januari 2016 (bestreden besluit) van het college inzake bijzondere bijstand voor de kosten van een laptop voor haar dochter [naam dochter] .

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Tilburg op 26 mei 2016. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar echtgenoot [naam echtgenoot] en door haar gemachtigde. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. I.D. van Driel.

Het onderzoek ter zitting is geschorst om partijen in de gelegenheid te stellen zelf een oplossing voor het geschil te vinden.

Bij brief van 9 juni 2016 heeft de gemachtigde van eiseres de rechtbank laten weten dat er tussen partijen geen akkoord tot stand is gekomen en heeft hij de rechtbank gevraagd om uitspraak te doen.

Partijen hebben toestemming gegeven om een nadere zitting achterwege te laten, waarna de rechtbank het onderzoek op 6 oktober 2016 heeft gesloten.

Overwegingen

1. Op grond van de stukken en de behandeling ter zitting gaat de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Bij besluit van 16 januari 2014 heeft het college aan eiseres € 430,- aan bijzondere bijstand toegekend voor de kosten van aanschaf van een computer ten behoeve van haar dochter [naam dochter] , die op dat moment middelbaar onderwijs volgde. Eiseres heeft in augustus 2014 een desktop gekocht.

[naam dochter] is in het schooljaar 2014/2015 begonnen met een mode-opleiding (beroepsonderwijs). Zij is in het schooljaar 2015/2016 begonnen met een opleiding fotografie (beroepsonderwijs).

Eiseres heeft eind juli 2015 ten behoeve van de opleiding fotografie die [naam dochter] ging volgen bijzondere bijstand aangevraagd voor de aanschaf van een spiegelreflexcamera en een laptop.

Bij besluit van 12 augustus 2015 heeft het college de aanvraag afgewezen. Hierbij is overwogen dat de betreffende kosten behoren tot de dagelijkse kosten van het bestaan die eiseres uit haar eigen inkomen moet betalen. Volgens het gemeentelijke beleid kan er geen bijzondere bijstand worden toegekend voor beroepsonderwijs. Er zijn geen bijzondere omstandigheden om af te wijken.

Eiseres heeft hiertegen bezwaar gemaakt.

Bij besluit van 13 oktober 2015 heeft het college bijzondere bijstand voor een spiegelreflexcamera toegekend ten bedrage van € 574,93, maar de weigering van bijzondere bijstand voor de laptop gehandhaafd op de grond dat eiseres daarvoor al op 16 januari 2014 bijzondere bijstand heeft ontvangen.

Bij het bestreden besluit heeft het college de bezwaren van eiseres tegen het besluit van 12 augustus 2015 over de weigering van bijzondere bijstand voor de kosten van een laptop ongegrond verklaard. Daarbij is overwogen dat op 16 januari 2014 € 430,- is overgemaakt naar de bankrekening van eiseres voor de aanschaf van een computer. Deze laptop is inmiddels niet ouder dan vijf jaar. Omdat al in 2014 bijzondere bijstand voor de kosten van een laptop is toegekend, zijn de kosten daarvoor in 2015 niet noodzakelijk. Het college overweegt over de toegekende bijzondere bijstand van € 574,93 voor de aanschaf van een spiegelreflexcamera dat op de lijst van school een bedrag van € 600,- tot € 1000,- als prijsindicatie wordt gegeven. Volgens het college kan eiseres daarom met het toegekende bedrag een passende camera kopen.

2. Voor eiseres is in beroep alleen nog in geschil de weigering van bijzondere bijstand voor de kosten van een laptop. Zij voert daarover aan dat van de bijzondere bijstand van 16 januari 2014 een desktop is gekocht. [naam dochter] moest in 2015 om medische redenen van opleiding veranderen. Zij heeft voor de fotografie-opleiding een laptop nodig die aan specifieke – door de school gestelde – eisen moet voldoen. Zo’n laptop is daardoor duurder dan normaal. De desktop voldoet niet. De laptop is op 26 augustus 2015 aangeschaft en kostte € 899,-. De kosten voor de laptop zijn daarom noodzakelijk en kunnen niet worden voldaan uit de eigen middelen van eiseres. Het bestreden besluit is daarom onvoldoende gemotiveerd.

3. In artikel 35, eerste lid, van de Participatiewet is bepaald dat, onverminderd paragraaf 2.2, de alleenstaande of het gezin recht heeft op bijzondere bijstand voor zover de alleenstaande of het gezin niet beschikt over de middelen om te voorzien in de uit bijzondere omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kosten van het bestaan en deze kosten naar het oordeel van het college niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de langdurigheidstoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm.

4. De rechtbank stelt vast dat het besluit van 13 oktober 2015 voor zover het de weigering van bijzondere bijstand voor de laptop betreft een herhaling bevat van het primaire besluit van 12 augustus 2015 en in zoverre geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht bevat. Het college heeft daarom ter zake van die weigering bij het bestreden besluit terecht het primaire besluit van 12 augustus 2015 heroverwogen.

5. De rechtbank stelt vervolgens vast dat het college er in het bestreden besluit vanuit gaat dat op 16 januari 2014 bijzondere bijstand is toegekend voor een laptop. De rechtbank constateert echter dat in het besluit van 16 januari 2014 bijzondere bijstand is toegekend voor een computer, zonder dat daarbij is aangegeven of het een laptop of een desktop betreft. Eiseres stelt dat zij er destijds een desktop van heeft aangeschaft. Het college heeft dit niet weersproken. Dit betekent dat het bestreden besluit in zoverre niet deugdelijk is gemotiveerd. Het beroep zal daarom gegrond worden verklaard en het bestreden besluit inzake de weigering van bijzondere bijstand voor een laptop worden vernietigd.

6. De rechtbank zal vervolgens beoordelen of er aanleiding bestaat om het geschil finaal te beslechten.

7. Het college heeft in het verweerschrift het standpunt ingenomen dat er een gemaximeerd bedrag van € 574,93 kan worden toegekend voor schoolkosten, en dat omdat dit reeds is verstrekt ten behoeve van de spiegelreflexcamera er voor de laptop geen bijzondere bijstand meer kon worden toegekend. De gemachtigde van het college heeft ter zitting echter verklaard dat de kwestie van de maximering van de bijzondere bijstand voor schoolkosten niet speelt bij de weigering van bijzondere bijstand voor de gevraagde laptop. De rechtbank zal een beoordeling van het in het verweerschrift ingenomen standpunt daarom achterwege laten.

8. De gemachtigde van het college heeft ter zitting verklaard dat een grond voor de weigering van de bijzondere bijstand voor de laptop ook is dat de bijzondere bijstand in het individuele geval niet noodzakelijk was omdat er een computervergoeding is verstrekt in 2014, de afschrijvingstermijn van vijf jaar van die computer nog niet is verstreken en er een andere oplossing mogelijk was, zoals het inruilen van de computer die in 2014 is aangeschaft.

De rechtbank overweegt hierover het volgende.

Op grond van vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) dient bij de toepassing van artikel 35, eerste lid, van de Participatiewet eerst te worden beoordeeld of de kosten waarvoor bijzondere bijstand wordt gevraagd zich voordoen, vervolgens of die kosten in het individuele geval van de alleenstaande of het gezin noodzakelijk zijn en daarna of die kosten voortvloeien uit bijzondere omstandigheden. Ten slotte dient de vraag te worden beantwoord of de kosten kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de langdurigheidstoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan de bijstandsnorm, op welk punt het college ingevolge genoemde bepaling een zekere beoordelingsvrijheid heeft.

De rechtbank is allereerst van oordeel dat de kosten waarvoor bijzondere bijstand is gevraagd zich voordoen. Hieraan doet niet af dat eiseres de laptop inmiddels heeft aangeschaft. De beoordelingsperiode loopt immers van de datum van de aanvraag tot de datum van het primaire besluit. Vast staat dat eiseres de laptop pas op 26 augustus 2015, dus nadat het primaire besluit was genomen, heeft aangeschaft.

Naar het oordeel van de rechtbank waren de kosten van een laptop in het individuele geval noodzakelijk en vloeiden ze voort uit bijzondere omstandigheden. Daartoe wordt overwogen dat eiseres ter zitting heeft verklaard dat [naam dochter] in 2015 om medische redenen van opleiding moest veranderen. Het college heeft dit niet betwist. Om de fotografie-opleiding te kunnen volgen moest [naam dochter] beschikken over een laptop die aan een aantal door de school gestelde specifieke eisen moest voldoen. Dat er ten behoeve van [naam dochter] in 2014 al bijzondere bijstand voor een computer was verstrekt doet hier naar het oordeel van de rechtbank niet aan af, omdat die computer niet voldeed aan de eisen die de fotografie-opleiding stelde.

De vraag is vervolgens tot welke hoogte de kosten van de laptop noodzakelijk waren. De rechtbank stelt vast dat uit de informatie van de school blijkt dat voor € 700,- tot € 900,- een laptop te verkrijgen was die aan de eisen van de school voldeed. Naar het oordeel van de rechtbank dient voor de vraag tot welke hoogte de kosten van de laptop noodzakelijk waren te worden aangeknoopt bij het laagste door de school genoemde bedrag, dus € 700,-, omdat daarmee de goedkoopst adequate voorziening kon worden aangeschaft.

De rechtbank stelt vervolgens vast dat het gezin van eiseres al over een computer beschikte die in 2014 was aangeschaft. De kosten hiervan bedroegen volgens de door eiseres overgelegde factuur € 479,-. Het college heeft dit niet betwist. Naar het oordeel van de rechtbank dient met de restwaarde van deze computer rekening te worden gehouden vanuit de gedachte dat eiseres deze computer had kunnen inruilen of kunnen verkopen.

Rekening houdend met de aanschafkosten van de in 2014 gekochte computer van € 479,- en de door het college gehanteerde afschrijvingstermijn van vijf jaar, wordt er op deze computer per jaar € 95,80 afgeschreven. Voor 2014 en 2015 betekent dat een bedrag van € 192,60. De restwaarde voor de computer die al in het gezin van eiseres aanwezig is bedraagt dan € 287,30. Uitgaande van het minimumbedrag van € 700,- waarvoor volgens de school een laptop kon worden gekocht die aan de eisen van de opleiding voldeed, is de rechtbank van oordeel dat de kosten van de laptop noodzakelijk waren tot een bedrag van € 412,60.

De rechtbank heeft in de beschikbare stukken geen aanknopingspunten gevonden dat voor het college de draagkracht van eiseres een beletsel was om de bijzondere bijstand voor de laptop toe te kennen.

De rechtbank concludeert op grond van het voorgaande dat eiseres in aanmerking dient te komen voor bijzondere bijstand voor de kosten van een laptop voor [naam dochter] ten bedrage van € 412,60.

9. Het beroep zal gegrond worden verklaard en de rechtbank zal het bestreden besluit vernietigen voor zover daarbij de weigering van bijzondere bijstand voor de kosten van een laptop is gehandhaafd. De rechtbank ziet aanleiding zelf in de zaak te voorzien, in die zin dat aan eiseres € 412,60 wordt toegekend aan bijzondere bijstand voor de kosten van een laptop voor [naam dochter] .

10. Nu het beroep gegrond wordt verklaard, dient het griffierecht aan eiseres te worden vergoed.

De rechtbank zal het college veroordelen in de door eiseres gemaakte proceskosten in bezwaar en beroep. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1.984,- (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift, 1 punt voor het verschijnen op de hoorzitting, 1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 496, en wegingsfactor 1).

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt het bestreden besluit voor zover het de weigering van bijzondere bijstand voor de kosten van een laptop betreft;

  • -

    herroept het primaire besluit in zoverre en bepaalt dat aan eiseres € 412,60 aan bijzondere bijstand wordt toegekend;

  • -

    bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit;

  • -

    draagt het college op het betaalde griffierecht van € 46,- aan eiseres te vergoeden;

  • -

    veroordeelt het college in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 1.984,-.

Deze uitspraak is gedaan door mr. P.H.J.G. Römers, rechter, in aanwezigheid van mr. R.J. Tolner, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 november 2016.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.