Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2016:6936

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
03-11-2016
Datum publicatie
16-11-2016
Zaaknummer
AWB 16_937
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Wajong 2015. De rechtbank overweegt dat het in artikel 1a:1, eerste lid, van de Wajong 2015 neergelegde begrip van “geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie” is uitgewerkt in de vier in artikel 1a, eerste lid, van het Schattingsbesluit opgesomde criteria. Op grond van het Schattingsbesluit arbeidsvermogen heeft als hij:

1. Een taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie;

2. Basale werknemersvaardigheden heeft;

3. Ten minste een uur aaneengesloten kan werken; en

4. Ten minste vier uur per dag belastbaar is.

Iemand heeft alleen arbeidsvermogen als hij aan alle vier de vereisten voldoet. De rechtbank acht deze uitwerking in het Schattingsbesluit niet onverbindend.

Voor de beoordeling of iemand aan deze criteria voldoet, maakt het UWV gebruik van de SMBA-systematiek. De rechtbank acht dit systeem als ondersteunend systeem bij de beoordeling van de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie aanvaardbaar. Voor het toepassen van de SMBA-systematiek heeft het UWV het Compendium Participatiewet (hierna: Compendium) vastgesteld. De rechtbank ziet het Compendium als een interne werkinstructie. Aangezien het Compendium niet bij besluit is vastgesteld, dient het te worden gekwalificeerd als vaste gedragslijn en niet als beleidsregel als bedoeld in artikel 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank ziet daarbij, gelet op de hiervoor weergegeven bedoeling van de wetgever en de invulling die het UWV eraan geeft geen aanleiding voor het oordeel dat deze vaste gedragslijn – voor zover thans aan de orde – het wettelijk kader te buiten gaat of onredelijk is te achten.

De rechtbank is voldoende overtuigd dat eiser in staat is de taak Behandelen Post te verrichten. Ook is naar het oordeel van de rechtbank voldoende verklaard waarom eiser beschikt over basale werknemersvaardigheden, hij aaneengesloten kan werken gedurende ten minste een periode van een uur, en hij ten minste vier uur per dag belastbaar is. Eiser heeft in beroep gewezen op zijn frequente verzuim. Analoog aan de jurisprudentie over frequent verzuim bij de theoretische schatting van functies is de rechtbank van oordeel dat de kans dat een betrokkene een voorgehouden taak ook daadwerkelijk kan bemachtigen niet louter theoretisch mag zijn. Het door de bezwaarverzekeringsarts gehanteerde maximale verzuimrisico van 20% acht de rechtbank aanvaardbaar. Eiser heeft de frequentie van zijn ziekteverzuim ten gevolge van de ziekte van Behcet niet nader onderbouwd. Door eiser is dan ook niet aannemelijk gemaakt dat zijn verzuimrisico dusdanig is dat dit niet van een werkgever kan worden gevergd. Dit leidt de rechtbank tot het oordeel dat het UWV voldoende inzichtelijk heeft gemaakt dat eiser arbeidsvermogen heeft.

Het beroep is ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 16/937 WAJONG

uitspraak van 3 november 2016 van de meervoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser] te [woonplaats eiser], eiser,

gemachtigde: mr. G. Kaya,

en

de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV; kantoor Breda), verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 6 januari 2016 (bestreden besluit) van het UWV inzake de weigering aan hem een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong) te verstrekken.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Breda op 22 september 2016. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Het UWV heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.B.A. van Grinsven.

Overwegingen

1. Op grond van de stukken en de behandeling ter zitting gaat de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Eiser, [geboortedatum eiser], heeft op 9 maart 2015 een aanvraag gedaan voor een Wajonguitkering.

Bij besluit van 21 juli 2015 (primair besluit) heeft het UWV geweigerd aan eiser een Wajonguitkering toe te kennen. Eiser heeft bij brief van 1 september 2015, aangevuld bij brief van 18 december 2015, bezwaar gemaakt tegen het primaire besluit.

Bij het bestreden besluit zijn de bezwaren van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.

2. Eiser heeft in beroep aangevoerd dat het UWV ten onrechte van mening is dat hij arbeidsvermogen heeft. Volgens eiser heeft hij meer klachten dan door de verzekeringsartsen is aangenomen. Hij is beperkt door een zeer actieve vorm van de ziekte van Behcet. Eiser kan niet eten en is hierdoor veel afgevallen. Ook voelt hij zich brak en moe. Het is niet reëel te constateren dat eiser aangepast werk kan vinden, zonder dat hij zich daarbij regelmatig moet ziekmelden. Hoe het UWV aan het verzuimpercentage van 20% komt, is eiser niet duidelijk. Indien dit percentage gecorreleerd wordt aan de ziekenhuisopnames en ziekenhuiscontroles is dit misplaatst, aangezien de ziekte van Behcet zijn leven beheerst. Ook zijn behandelaars hebben geconstateerd dat eiser regelmatig last heeft van forse aften en ulcera in zijn mond en slokdarm. In de informatie van reumatoloog [naam reumatoloog] van 20 mei 2015 wordt de hoop uitgesproken dat de ziekte van Behcet rustiger wordt. Eiser is inmiddels verwezen naar het ziekenhuis in Rotterdam, omdat de behandeling en de medicijnen onvoldoende werking zouden hebben. Uit informatie van internist-immunoloog [naam internist-immunoloog] blijkt dat er in de afgelopen jaren voornamelijk mucocutane complicaties zijn geweest. Teneinde de ziekte te onderdrukken is recent een immunosuppressieve behandeling ingesteld. Uit deze informatie kan niet worden afgeleid dat de ziekte rustig wordt en te herstellen is. Eiser acht zich volledig en duurzaam arbeidsongeschikt. De continuïteit van werkzaamheden is gelet op de omstandigheden rondom de ziekte niet duurzaam te noemen. Het is moeilijk voor te stellen dat een werkgever een persoon als eiser in dienst zou willen nemen, waar bij voorbaat bekend is dat de kans op regelmatige ziekmelding groot is. Het standpunt van het UWV dat eiser post kan bezorgen en zaken kan monteren en een beweeglijke functie kan hebben, kan geen stand houden, aldus eiser.

3. Tussen partijen is niet in geschil, en ook de rechtbank stelt vast, dat de Wajong van toepassing is zoals die geldt per 1 januari 2015. Voor de duidelijkheid wordt deze wet hierna aangeduid als Wajong 2015.

Ingevolge artikel 1a:1, eerste lid, van de Wajong 2015 is een jonggehandicapte de ingezetene die:

a. op de dag waarop hij achttien jaar wordt als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft;

b. na de in onderdeel a bedoelde dag als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft en in het jaar, onmiddellijk voorafgaand aan de dag waarop dit is ingetreden, gedurende ten minste zes maanden studerende was.

In artikel 1a:1, achtste lid, van de Wajong 2015 is bepaald dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur met betrekking tot het eerste, vierde en zesde lid nadere regels kunnen worden gesteld.

Deze nadere regels zijn neergelegd in het Schattingsbesluit arbeidsongeschiktheidswetten (hierna: Schattingsbesluit).

Ingevolge artikel 1a, eerste lid, van het Schattingsbesluit heeft betrokkene geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie als bedoeld in de artikelen 1a:1, eerste lid, 2:4, eerste lid, en 3:8a, eerste lid, van de Wajong 2015, indien hij:

a. geen taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie;

b. niet over basale werknemersvaardigheden beschikt;

c. niet aaneengesloten kan werken gedurende ten minste een periode van een uur; of

d. niet ten minste vier uur per dag belastbaar is, tenzij hij ten minste twee uur per dag belastbaar is en in staat is per uur ten minste een bedrag te verdienen dat gelijk is aan het minimumloon per uur.

In het tweede lid van artikel 1a is bepaald dat een taak als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, de kleinste eenheid van een functie is en bestaat uit één of meerdere handelingen.

4. Het UWV moet dus beoordelen of eiser aan ten minste een van de vier genoemde

voorwaarden van artikel la, eerste lid, van het Schattingsbesluit voldoet en, indien dat het geval is, beoordelen of deze situatie duurzaam is. Daarbij maakt het UWV geen gebruik van de in zogenoemde schattingszaken gebruikte Claimbeoordelings- en Borgingssysteem (CBBS)-systematiek, maar is gekozen voor de Sociaal Medische Beoordeling Arbeidsvermogen (SMBA)-systematiek. Bij deze beoordeling staat de ‘International Classification of Functioning, Disability and Health’ centraal. De rechtbank acht dit systeem als ondersteunend systeem bij de beoordeling van de mogelijkheden tot arbeidsparticipatie aanvaardbaar.

Voor het toepassen van de SMBA-systematiek heeft het UWV het Compendium Participatiewet (hierna: Compendium) vastgesteld. De rechtbank ziet het Compendium als een interne werkinstructie. Aangezien het Compendium niet bij besluit is vastgesteld, dient het te worden gekwalificeerd als vaste gedragslijn en niet als beleidsregel als bedoeld in artikel 1:3, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank ziet daarbij, gelet op de hiervoor weergegeven bedoeling van de wetgever en de invulling die het UWV eraan geeft geen aanleiding voor het oordeel dat deze vaste gedragslijn – voor zover thans aan de orde – het wettelijk kader te buiten gaat of onredelijk is te achten.

5. Het UWV heeft zich op het standpunt gesteld dat eiser arbeidsmogelijkheden heeft. Aan dit in het bestreden besluit neergelegde standpunt heeft het UWV een rapportage van verzekeringsarts [naam verzekeringsarts], een rapportage van arbeidsdeskundige [naam arbeidsdeskundige], een rapportage van bezwaarverzekeringsarts [naam bezwaarverzekeringsarts] en een rapportage van bezwaararbeidsdeskundige [naam bezwaararbeidsdeskundige] ten grondslag gelegd

5.1

De verzekeringsarts heeft gerapporteerd dat bij eiser sprake is van een chronische aandoening (ziekte van Behcet) met wisselend verloop. Periodes van toename van klachten (tot die ernst dat opname noodzakelijk kan zijn) en rustige periodes (met weinig of geen klachten) wisselen elkaar af. Tot nu toe heeft eiser relatief veel en lang last gehad van periodes van klachten, die deels te wijten zijn aan een beperkte therapietrouw en niet verschijnen op de policontroles. Dit gaat thans beter en door de behandelend specialist wordt verbetering verwacht. Volgens de verzekeringsarts is er een consistent verband tussen stoornis, beperkingen en handicap. Vanuit de ziekte volgen beperkingen ten aanzien van arbeid. In algemene zin is eiser beperkt voor structureel fysiek zware arbeid (frequent hanteren van zware lasten). Daarnaast gelden beperkingen ten aanzien van structureel veel praten, klanten- en patiëntencontact, samenwerken in grote groep en ten aanzien van werk met een verhoogd infectiegevaar. Eiser is tenminste een uur aaneengesloten belastbaar en vier uur per dag. Ten aanzien van de duurzaamheid is verbetering te verwachten door inzet van de huidige behandeling en toegenomen therapietrouw, aldus de verzekeringsarts.

5.2

De arbeidsdeskundige heeft gerapporteerd dat eiser arbeidsvermogen heeft omdat hij aan de vier in het Schattingsbesluit genoemde criteria voldoet. Eiser kan volgens de verzekeringsarts tenminste een uur aaneengesloten werken zonder een wezenlijke onderbreking van het productieproces. Ook is eiser volgens de verzekeringsarts tenminste vier uur per dag belastbaar. Eiser beschikt over basale werknemersvaardigheden, omdat hij opdrachten kan begrijpen, onthouden en uitvoeren. Hij heeft een VMBO-diploma behaald in het reguliere onderwijs. Hij kan afspraken met een werkgever nakomen, heeft zijn afspraken met het UWV nagekomen of tijdig afgezegd toen hij verhinderd was. Eiser heeft een goede dagstructuur. Verder kan eiser een taak uitvoeren in een arbeidsorganisatie. Om dit te illustreren heeft de arbeidsdeskundige “Behandeling Post (met taaknummer 1501, versie 24 oktober 2014)” als taak uit het Takenbestand UWV aangewezen. Deze taak is geschikt omdat eiser hierin niet beroepsmatig hoeft te praten, hij zelfstandig werkt met collega’s in de nabijheid en het fysiek licht werk betreft.

5.3

De bezwaarverzekeringsarts heeft gerapporteerd dat in het bezwaarschrift en tijdens de hoorzitting geen nieuwe aanknopingspunten naar voren zijn gekomen. Door eiser zijn geen medische gegevens overgelegd waaruit zou moeten blijken dat er sprake is van ernstiger beperkingen dan waarvan bij de totstandkoming van het primaire besluit is uitgegaan. Wegens de ziekte van Behcet is het verzuimrisico verhoogd, doch aanvaardbaar (minder dan 20%). Eiser kon tijdens de hoorzitting niet aangeven hoe vaak, hoe lang etc. hij de afgelopen jaren opgenomen is geweest. Uit informatie van de specialist blijkt dat de noodzakelijke opnames mede te maken hadden met de slechte therapietrouw. De specialist schrijft dat er jaarlijks sprake is van hevige flares (dus één keer per jaar). Eiser claimt psychische problemen door onder andere financiële problemen. Dat eiser het moeilijk heeft, is volgens de bezwaarverzekeringsarts invoelbaar maar dient te worden gezien als een normale reactie op stress. Er is geen sprake van een psychische stoornis. Eiser is niet onder behandeling van een psycholoog of psychiater en hij gebruikt geen psychofarmaca. Dit leidt de bezwaarverzekeringsarts tot de slotsom dat de medische grondslag niet herzien behoeft te worden.

5.4

De bezwaararbeidsdeskundige heeft gerapporteerd dat hij met de arbeidsdeskundige van mening is dat eiser een taak in een arbeidsorganisatie kan uitvoeren, alsmede dat de voorgehouden taak “Behandeling Post” een geschikte taak voor eiser is. Hij werkt niet in een grote groep. Er is geen sprake van samenwerken. Communicatie is niet kenmerkend voor dit werk. Er is geen contact met patiënten, hulpbehoevenden of klanten. Er is geen sprake van een verhoogd infectiegevaar in dit werk. Het openen van post en sorteren van post kan enig stof met zich meebrengen. Echter enkel stof leidt niet tot een verhoogd infectiegevaar. Tevens is de bezwaararbeidsdeskundige met de arbeidsdeskundige van mening dat eiser beschikt over basale werknemersvaardigheden. Eiser is in staat om instructies van de werkgever te begrijpen, te onthouden en uit te voeren. Eiser is in staat om afspraken met de werkgever na te komen. Eiser wordt hiertoe in staat geacht omdat hij op school heeft laten zien dat hij de lesstof en de docenten begrijpt en ook proefwerken kan maken en opdrachten kan uitvoeren. Voorts moest hij afspraken op school nakomen, zoals tijdig op school zijn en leren voor een proefwerk of examen. Hij heeft verder laten zien dat hij een afspraak bij de specialist kan nakomen. Daarnaast is door de bezwaarverzekeringsarts vastgesteld dat eiser tenminste vier uur per dag belastbaar is en tenminste een uur aaneengesloten kan werken.

6.1

De rechtbank overweegt dat iemand op grond van het Schattingsbesluit arbeidsvermogen heeft als hij:

1. Een taak kan uitvoeren in een arbeidsorganisatie;

2. Basale werknemersvaardigheden heeft;

3. Ten minste een uur aaneengesloten kan werken; en

4. Ten minste vier uur per dag belastbaar is.

Iemand heeft alleen arbeidsvermogen als hij aan alle vier de vereisten voldoet.

6.2

De rechtbank is van oordeel dat de medische en arbeidskundige onderzoeken op een voldoende zorgvuldige wijze hebben plaatsgevonden. Er is een consistent beeld gegeven van de beperkingen die eiser heeft. De informatie van reumatoloog [naam reumatoloog] en de informatie van internist-immunoloog [naam internist-immunoloog], die zich in het dossier bevinden, geven geen aanknopingspunten dat de verzekeringsartsen eisers beperkingen hebben onderschat. De rechtbank is voldoende overtuigd dat eiser in staat is de taak Behandelen Post te verrichten. Ook is naar het oordeel van de rechtbank voldoende verklaard waarom eiser beschikt over basale werknemersvaardigheden, hij aaneengesloten kan werken gedurende ten minste een periode van een uur, en hij ten minste vier uur per dag belastbaar is. Eiser heeft in beroep gewezen op zijn frequente verzuim. Analoog aan de jurisprudentie over frequent verzuim bij de theoretische schatting van functies is de rechtbank van oordeel dat de kans dat een betrokkene een voorgehouden taak ook daadwerkelijk kan bemachtigen niet louter theoretisch mag zijn. Het door de bezwaarverzekeringsarts gehanteerde maximale verzuimrisico van 20% acht de rechtbank aanvaardbaar. Eiser heeft de frequentie van zijn ziekteverzuim ten gevolge van de ziekte van Behcet niet nader onderbouwd. Door eiser is dan ook niet aannemelijk gemaakt dat zijn verzuimrisico dusdanig is dat dit niet van een werkgever kan worden gevergd. Dit leidt de rechtbank tot het oordeel dat het UWV voldoende inzichtelijk heeft gemaakt dat eiser arbeidsvermogen heeft.

6.3

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, heeft het UWV zich terecht op het standpunt gesteld dat eiser ten tijde in geding beschikte over mogelijkheden tot arbeidsparticipatie. Nu slechts recht bestaat op een Wajong-uitkering als er geen mogelijkheden zijn tot arbeidsparticipatie heeft het UWV terecht geweigerd om eiser in aanmerking te brengen voor een uitkering ingevolge de Wajong 2015.

7. Het beroep zal ongegrond worden verklaard. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. D.H. Hamburger, voorzitter, en mr. D. van Kralingen en mr. E.S.M. van Bergen, leden, in aanwezigheid van mr. J.H.C.W. Vonk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 november 2016.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.