Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2016:6933

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
02-08-2016
Datum publicatie
07-11-2016
Zaaknummer
4474020 MB VERZ 15-630
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Indien een parkeersituatie onduidelijk is, ontslaat dit de bestuurder weliswaar niet van zijn verplichting om zich ervan te vergewissen of parkeren is toegestaan, maar het kan in het onderhavige geval betrokkene niet volledig worden verweten dat hij op de pleeglocatie geparkeerd heeft.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Kanton

Breda

zaak/rolnr.: 4474020 \ MB VERZ 15-630

CJIB-nummer: 185353622

uitspraak: 2 augustus 2016

Op de in het openbaar gehouden zitting van 19 juli 2016 is mr. A.G.M. Zander, kantonrechter, bijgestaan door S.A.T.M. Molthoff als griffier, overgegaan tot de mondelinge behandeling van het beroep dat is ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie met bovengenoemd CJIB-nummer. Het beroepschrift is ingediend door:

naam: : [naam]

adres : [adres]

woonplaats : [woonplaats] , nader ook te noemen: betrokkene,

gemachtigde : M.S.J. Hoorntje

adres : [adres]

woonplaats : 4902 AC Oosterhout .

--------------------

De gemachtigde van betrokkene is ter zitting verschenen in persoon.

Namens de officier van justitie is verschenen mr. J.A.M. Klein Nagelvoort, werkzaam bij het CVOM te Utrecht.

Van het verhandelde ter zitting is door de griffier aantekening gehouden, welke aantekeningen worden geacht deel uit te maken van deze beschikking.

Betrokkene heeft beroep ingesteld en daartoe aangevoerd hetgeen in het beroepschrift - dat zich bij de stukken van het geding bevindt - is vermeld. Ter zitting heeft betrokkene medegedeeld de gronden van het beroep te handhaven. Betrokkene voegt hier nog aan toe dat hij erkent dat parkeren op een trottoir in beginsel voor gevaarlijke situaties kan zorgen. Betrokkene voert aan dat dat gevaar zich op het betreffende stuk trottoir echter niet voordoet. De gemeente heeft zeven stukken van het trottoir aangewezen als parkeerplaats. Het stuk waar betrokkene zijn wagen parkeerde verschilt qua gevaarzetting in niets van de door de gemeente aangewezen stukken. Betrokkene voert bovendien aan dat niet is gebleken dat door B&W een formeel verkeersbesluit is genomen waarbij is vastgesteld dat er op de zeven plekken op het trottoir geparkeerd mag worden met als gevolg een volstrekt onduidelijke situatie. Voorts voert betrokkene aan dat het rapport van 13 januari 2015, waarop de beslissing van de officier van justitie is gebaseerd, is herroepen.

De vertegenwoordigster van de officier van justitie heeft meegedeeld de beslissing waarvan beroep is ingesteld, alsmede de verwerping van de bezwaren van betrokkene, te handhaven.

1 De beoordeling

De kantonrechter heeft vervolgens op grond van de navolgende overwegingen een beslissing genomen, welke beslissing is uitgesproken ter openbare terechtzitting.

Het beroep is ontvankelijk omdat het tijdig is ingesteld en er zekerheid is gesteld voor de betaling van de sanctie.

Als door betrokkene erkend staat vast dat de verweten gedraging is verricht.

Of aan het plaatsen van de tegels in het trottoir met de letter P voor de zeven andere parkeerplaatsen een formeel besluit ten grondslag ligt, is niet van belang voor de beslissing in de onderhavige zaak en kan derhalve in het midden worden gelaten. Het gaat in deze zaak immers om het parkeren door betrokkene dat, zo staat vast, niet heeft plaatsgevonden op een van de zeven parkeerplaatsen die zijn voorzien van een tegel met de letter P.

De gemeente Oosterhout heeft bij brief van 16 juni 2016 met instemming van de verbalisant aan de gemachtigde van betrokkene samengevat weergegeven verklaard dat de verbalisant in zijn rapport van 13 januari 2015 abusievelijk heeft verklaard dat de paaltjes ter plaatse niet zijn geplaatst, omdat de situatie aldaar onduidelijk was en de paaltjes daar zijn geplaatst, omdat het parkeren op het trottoir ter plaatste gevaarlijke situaties kan opleveren.

De kantonrechter stelt vast dat parkeren ter plaatste niet is toegestaan, zodat het geschil zich beperkt tot het beantwoorden van de vraag of dit voor betrokkene voldoende kenbaar was. De herziening van het rapport van 13 januari 2015, zoals verwoord in de brief van 16 juni 2016, heeft betrekking op de beantwoording van deze vraag en heeft geen betrekking op constateringen van feitelijke aard. De kantonrechter dient hier echter zelf een oordeel te vormen en is hierbij niet gebonden aan het – al dan niet gewijzigde – standpunt van de verbalisant.

De kantonrechter overweegt enerzijds dat van bestuurders die gebruik willen maken van een parkeerplaats mag worden verwacht dat zij de nodige moeite doen om zich ervan te vergewissen dat het parkeren op de gekozen parkeerplaats is toegestaan. Anderzijds kan het betrokkene, gelet op alle feiten en omstandigheden, niet volledig worden verweten dat hij op de pleeglocatie geparkeerd heeft.

De door of namens betrokkene aangevoerde omstandigheden geven dan ook aanleiding de sanctie te matigen als hierna bepaald. Het vorenstaande leidt er toe dat het beroep gedeeltelijk gegrond dient te worden verklaard.

De kantonrechter kan op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb) en artikel 7:15 Algemene Wet Bestuursrecht (Awb) in samenhang met artikel 13a Wet Administratiefrechtelijke Handhaving van Verkeersvoorschriften (Wahv) een kostenvergoeding toekennen, indien de gemaakte kosten vallen onder de in artikel 1 van de Bpb genoemde kosten, waaronder de onder sub a) genoemde kosten, te weten de kosten van door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Naar de kantonrechter begrijpt doet de gemachtigde een beroep op deze bepaling.

Gelet op het voorgaande en het feit dat het rapport van 13 januari 2015 is herroepen, zal de kantonrechter de verzochte proceskostenvergoeding toewijzen. De kantonrechter stelt de kosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 372,00 voor de in beroep door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand (1 punt voor het indienen van het beroepschrift bij de officier van justitie, 1 punt voor het indienen van het beroep bij de kantonrechter en 1 punt voor het verschijnen ter zitting, met een waarde per punt van € 496,- en wegingsfactor 0,25).

De gestelde zekerheid dient aan betrokkene te worden terugbetaald als hierna bepaald.

2 De beslissing

De kantonrechter:

- verklaart het beroep gedeeltelijk gegrond;

  • -

    wijzigt de bestreden beslissing in die zin, dat de sanctie wordt gematigd tot € 52,00 (inclusief € 7,00 administratiekosten);

  • -

    draagt de officier van justitie op een bedrag van € 45,00 van de zekerheidstelling aan betrokkene terug te betalen.

  • -

    veroordeelt de officier van justitie in de proceskosten tot een bedrag van € 372,00.

Deze beslissing is gegeven door mr. A.G.M. Zander, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 2 augustus 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.

Bent u het met de beslissing op uw beroep niet eens, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden, doch alleen indien:
a. de bij deze beslissing opgelegde administratieve sanctie meer dan € 70,00 bedraagt, of
b. het beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat de zekerheid niet (tijdig) is gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant, team kanton, locatie Breda, (90003 4800 PA Breda) en dient door degene die bij het team kanton beroep heeft ingesteld of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting wordt gevraagd waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.

Datum toezending beslissing: