Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2016:6932

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
28-10-2016
Datum publicatie
07-11-2016
Zaaknummer
C/02/312176 / FA RK 16-1207
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Filipijnse adoptie – toewijzing – artikel 23 Haags adoptieverdrag – wijziging voornamen – artikel 1:4 BW – artikel 10:105 BW – artikel 10:19 en 10:20 BW.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JPF 2017/29 met annotatie van mr. dr. I. Sumner

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team jeugdrecht

Zittingsplaats: Breda

zaakgegevens: C/02/312176 / FA RK 16-1207

datum uitspraak: 28 oktober 2016

beschikking adoptie,

in de zaak van

[adoptieverzoeker (man)] ,

geboren te [plaats en datum] ,

en

[adoptieverzoeker (vrouw)] ,

geboren te [plaats en datum] ,

beiden wonende te Kruisland, gemeente Steenbergen,

hierna te noemen verzoekers,

advocaat mr. C.P. Robben.

Als belanghebbende ten aanzien van het verzoek tot vaststelling van de geboortegegevens wordt aangemerkt:

DE AMBTENAAR VAN DE BURGERLIJKE STAND VAN DE GEMEENTE

DEN HAAG, zetelend in Den Haag, hierna de ambtenaar.

1. Het verloop van het geding

Dit blijkt uit de volgende stukken:

- het op 26 februari 2016 ontvangen verzoekschrift met bijlagen;

- het uittreksel uit het gezagsregister betreffende na te noemen minderjarige;

- het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna te noemen: de Raad) van 4 mei 2016, door de rechtbank ontvangen op 11 mei 2016;

- het op 19 mei 2016 ontvangen F9-formulier van de advocaat van verzoeker met een bijlage, betreffende een verklaring afzien van een mondelinge behandeling;

- de op 3 juni 2016 ontvangen brief van de ambtenaar;

- het op 16 augustus 2016 ontvangen F9-formulier van de advocaat van verzoekers met een bijlage, betreffende de reactie op de brief van de ambtenaar.

2 Het verzoek

De verzoekers verzoeken:

  • -

    uit te spreken de adoptie van de na te noemen minderjarige door verzoekers;

  • -

    om, voor zover nodig, de verklaring van verzoekers dat het kind de geslachtsnaam “ [geslachtsnaam] ” zal hebben in de beschikking te vermelden;

  • -

    om te gelasten dat de voornaam van het kind wordt gewijzigd van ‘ [voornaam] ’ in [voornamen] ”;

  • -

    om ingevolge artikel 1:25c lid 3 van het Burgerlijk Wetboek (BW) vast te stellen dat het kind is geboren op [datum en plaats] (Filipijnen) als kind van het mannelijk geslacht, en voorts vast te stellen dat zijn biologische ouders onbekend zijn.

3 De beoordeling

3.1

Uit de overgelegde stukken staat het volgende vast.

  • -

    Op [datum en plaats] (Filipijnen) de minderjarige [voornaam] [achternaam] geboren.

  • -

    Blijkens het Certicate of Foundling is de minderjarige te vondeling gelegd en zijn de ouders van de minderjarige onbekend.

  • -

    De minderjarige heeft de Filipijnse nationaliteit.

  • -

    De verzoekers hebben de Nederlandse nationaliteit.

  • -

    De minderjarige verblijft sinds 14 februari 2015 bij verzoekers.

  • -

    De Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie heeft bij besluit van 28 april 2009 aan verzoekers toestemming verleend tot opneming ter adoptie van een of twee buitenlandse kinderen. Deze toestemming is bij besluit van 7 mei 2013 verlengd tot 8 mei 2017.

  • -

    Uit het Affidavit of Consent to Adoption van 12 november 2015 blijkt dat de voogdij en verzorging eerder is opgedragen aan het Department of Social Welfare and Development.

  • -

    Blijkens de ‘Certification of a Child Legally Available for Adoption’ heeft het Department of Social Welfare and Development van de Republic of the Philippines de minderjarige beschikbaar voor adoptie verklaard.

  • -

    Blijkens het stuk ‘Placement Authority’ van de ‘Inter-Country Adoption Board’ van 18 september 2014 is toestemming verleend om de minderjarige toe te vertrouwen aan verzoekers.

  • -

    Blijkens de ‘Affidavit of Consent to Adoption’ van 12 november 2015 is de minderjarige overgedragen aan verzoekers en is door het Department of Social Welfare en Development toestemming gegeven voor een sterke adoptie van de minderjarige door verzoekers.

3.2

Op grond van artikel 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe nu de verzoekers en de minderjarige hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben.

3.3

Zowel Nederland als de Filipijnen is lid van het Verdrag inzake de bescherming van kinderen en samenwerking op het gebied van de interlandelijke adoptie, hierna te noemen het Haags Adoptieverdrag.

Artikel 23 van het Haags Adoptieverdrag bepaalt dat, indien de bevoegde autoriteit van de verdragsstaat waar de adoptie is uitgesproken, een schriftelijke verklaring afgeeft waarin wordt geconstateerd dat de adoptie in overeenstemming met het verdrag tot stand is gebracht, de adoptie in de andere verdragsstaten van rechtswege wordt erkend.

In de onderhavige zaak kan de rechtbank op basis van de stukken niet vaststellen of de minderjarige reeds in de Filipijnen door verzoekers is geadopteerd.

Uit het voorgaande blijkt dat voldaan is aan de voorwaarden die naar Filipijns recht worden gesteld om de minderjarige te adopteren. Naar de rechtbank begrijpt dient deze adoptie in Nederland plaats te vinden. Derhalve zal naar Nederlands recht worden bezien of aan de voorwaarden van adoptie is voldaan, met dien verstande dat ingevolge artikel 10:105 BW op de toestemming van de ouders tot de adoptie het Filipijnse recht van toepassing is.

3.4

Gelet op voorgaande procedure die al is gevolgd in de Filipijnen en gebleken is dat de ouders van de minderjarige onbekend zijn, kan de oproeping van de natuurlijke ouders achterwege blijven.

3.5

De Raad adviseert in voormeld rapport het verzoek van verzoekers toe te wijzen.

3.6

De ambtenaar refereert zich aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van het verzoek tot adoptie naar Nederlands recht.

3.7

De rechtbank stelt voorts vast dat voldoende is komen vast te staan dat de verzochte adoptie in het kennelijk belang van de minderjarige is en dat voor de toekomst redelijkerwijs is te voorzien dat deze minderjarige niets meer van zijn ouders in hun hoedanigheid van ouder te verwachten heeft. Nu verder gebleken is dat voldaan is aan de wettelijke voorwaarden voor adoptie zal het verzoek worden toegewezen.

Voornamen

3.8

Verzoekers hebben verzocht de voornamen van de minderjarige te wijzigen in [voornamen] [achternaam] .

3.9

De ambtenaar heeft aangegeven zich te refereren aan het oordeel van de rechtbank ten aanzien van de vraag of het door verzoekers aangevoerde belang daadwerkelijk voldoende zwaarwichtig is en of de gevraagde naam wel geoorloofd dan wel wenselijk is, in het perspectief van de eisen van artikel 1:4 lid 2 BW.

3.10

In reactie op het standpunt van de ambtenaar is namens verzoekers aangevoerd dat zij een daadwerkelijk voldoende zwaarwichtig belang hebben bij hun verzoek in die zin dat voornamen een middel zijn voor de minderjarige om zich binnen de familie en het maatschappelijk leven te identificeren. Dit individuele belang dient afgewogen te worden tegen de belangen van de Staat bij geoorloofde voornamen en een zo hoog mogelijk ‘naamsconsistentie’. Verzoekers wensen de minderjarige de voornamen van hun vaders te geven om op die manier de familierechtelijke betrekkingen die door de adoptie tussen het kind en hun families ontstaan, zichtbaar te maken. Daarnaast zijn verzoekers Rooms-Katholiek. De minderjarige is in de Filipijnen gedoopt maar hij heeft daarbij geen doopnamen gekregen. Zij wensen hem dan ook alsnog doopnamen te geven. Daarnaast willen zij de naam [achternaam] daaraan toevoegen om zijn Filipijnse roots te eren. Deze naam is naar de mening van verzoekers weliswaar niet gangbaar, maar ook niet ongeoorloofd. Het is geen ongepaste naam waarvan de minderjarige in zijn leven last zal ondervinden.

3.11

Ten aanzien van het verzoek tot voornaamswijziging overweegt de rechtbank als volgt.

De vraag welk namenrecht van toepassing is, wordt ingevolge artikel 10:19 BW beheerst door het recht van de staat waarvan de minderjarige de nationaliteit heeft. Op grond van artikel 10:20 BW worden de geslachtsnaam en de voornaam van een persoon die de Nederlandse nationaliteit heeft, ongeacht de vraag of hij nog een andere nationaliteit heeft, bepaald door Nederlands intern recht. Dit geldt ook indien vreemd recht van toepassing is op de familierechtelijke betrekkingen waarvan het ontstaan of het tenietgaan gevolg kan hebben voor de geslachtsnaam.

3.12

De rechtbank overweegt dat zodra de adoptie naar Nederlands recht in kracht van gewijsde is gegaan, de minderjarige de Nederlandse nationaliteit heeft. Gelet hierop zal de rechtbank Nederlands recht toepassen op het onderhavige verzoek.

3.13

Ingevolge artikel 1:4 lid 4 BW kan de rechter wijziging van de voornamen gelasten op verzoek van de betrokken persoon of zijn wettelijk vertegenwoordiger. De gevraagde voornamen mogen ingevolge artikel 1:4 lid 2 BW niet ongepast zijn of overeenstemmen met bestaande geslachtsnamen, tenzij deze tevens gebruikelijke voornamen zijn.

3.14

De rechtbank overweegt verder als volgt.

Voornamen zijn voor een betrokkene een middel om zich binnen zijn of haar familie en in het maatschappelijk verkeer te identificeren. In die zin zijn voornamen een middel van persoonlijke en emotionele identificatie en hebben daarmee betrekking op een ieders privéleven en familie- en gezinsleven. Ondanks het gebruik van andere middelen van identificatie van personen spelen voornamen een belangrijke rol in het maatschappelijk verkeer met betrekking tot de identiteit van personen. Het rechtsverkeer heeft dan ook belang bij een zo hoog mogelijke mate van consistentie in de registratie van persoonsgegevens in het bevolkingsregister. Voor een wijziging van één of meerdere voornamen dient daarom een voldoende zwaarwichtig belang te bestaan.

3.15

De rechtbank is van oordeel dat de minderjarige een voldoende zwaarwichtig belang heeft bij wijziging van zijn voornaam in zijn voornaam, doopnamen en de oorspronkelijke (Filipijnse) geslachtsnaam. Deze geslachtsnaam heeft hij gekregen naar degene die hem heeft gevonden nadat hij te vondeling is gelegd. De minderjarige heeft er belang bij om deze naam bij zich te dragen. De rechtbank deelt daarbij de visie van de adoptief-ouders dat hiermee verbinding blijft met de “roots” van de minderjarige. Hoewel deze naam geen gangbare naam is in Nederland kan ook niet worden gesteld dat deze naam ongeoorloofd is. Nu voorts naar het oordeel van de rechtbank het verzochte niet in strijd is met de in artikel 1:4 lid 2 BW geformuleerde maatstaven zal het verzoek tot wijziging van de geslachtsnamen worden toegewezen.

Geslachtsnaam

3.16

De rechtbank is van oordeel dat er met de adoptie op basis van de bij deze te geven beschikking sprake is van een adoptie waardoor de minderjarige in familierechtelijke betrekking met verzoekers komt te staan, zodat artikel 1:5 lid 3 BW van rechtstreekse toepassing is, zodat de minderjarige van rechtswege de geslachtsnaam “ [geslachtsnaam] ” krijgt.

Vaststelling geboortegegevens

3.17

Nu van de minderjarige geen akte van geboorte kan worden overgelegd en het “Certificate of Foundling” niet als zodanig voor inschrijving vatbaar is, zal de rechtbank, conform de visie van de ambtenaar en het verzoek hiertoe, overgaan tot nadere vaststelling van de geboortegegevens van de minderjarige conform artikel 1:25c BW. Deze geboortegegevens zullen worden vastgesteld bij separate beschikking.

3.18

Het voorgaande betekent dat zal worden beslist als hierna te melden.

4 De beslissing

De rechtbank

spreekt uit de adoptie door verzoekers

[adoptieverzoeker (man)] , geboren te [plaats en datum] en [adoptieverzoeker (vrouw)] , Geboren te [plaats en datum] , van de minderjarige

[voornaam] [achternaam], geboren te [plaats en datum] ;

gelast wijziging van de voornamen van deze minderjarige in die zin dat deze luiden:

[voornamen] [achternaam];

verstaat dat de minderjarige als geslachtsnaam “[geslachtsnaam]” zal hebben.

Deze beschikking is gegeven door mr. Van Triest, kinderrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 oktober 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.

SB

Mededeling van de griffier

Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld:

a. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

b. door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te

's-Hertogenbosch.

verzonden op:

1

1 In verband met deze procedure/ten behoeve van een juiste procesvoering worden uw persoonsgegevens, voor zover nodig, verwerkt in een systeem van de rechtbank Breda.