Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2016:6809

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
01-11-2016
Datum publicatie
02-11-2016
Zaaknummer
02/820680-15 en 02/821575-
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

21-jarige man wordt veroordeeld tot 25 jaar gevangenisstraf voor het doden van een 68-jarige vrouw en een poging tot het doden van een 78-jarige man tijdens een woningoverval

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2016-0442
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummers: 02/820680-15 en 02/821575-15

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 1 november 2016

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [datum en plaats]

wonende te Tilburg

gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te Dordrecht

raadsvrouw mr. Assouiki, advocaat te Tilburg

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 18 oktober 2016, waarbij de officier van justitie, mr. Huizenga, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging in de zaak met parketnummer 02/821575-15 is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering.

Verdachte staat, met inachtneming hiervan, terecht ter zake dat

in de zaak met parketnummer 02/820680-15

hij op of omstreeks 26 april 2015 te Tilburg [slachtoffer] opzettelijk van het

leven heeft beroofd, door die [slachtoffer] meermalen met een mes, althans met een

scherp en/of puntig voorwerp, in het lichaam te steken,

welke doodslag werd gevolgd, vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar

feit, te weten:

diefstal van een tablet (merk Difrnce Dit 102201) en/of een bankpas (ABN/AMRO,

pasnummer 748, rekeningnummer [nummer] ), in elk geval enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan die [slachtoffer] , in elk geval aan (een) ander(en) dan aan

verdachte,

en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat

feit voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op

heterdaad, aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan dat feit

straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te

verzekeren;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 288 Wetboek van Strafrecht

in de zaak met parketnummer 02/821575-15

1.

hij op of omstreeks 28 december 2015 te Tilburg, ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 2] van het leven te

beroven, met dat opzet met een mes, althans een scherp voorwerp een of

meermalen in de rug, althans in het bovenlichaam, heeft gestoken welke

vorenomschreven poging tot doodslag werd gevolgd en/of vergezeld en/of

voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten diefstal van een of meer

sieraden en/of een bankpas, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [man slachtoffer] , en welke poging doodslag werd

gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of

gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf

straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te

verzekeren;

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 288 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht

of zou kunnen leiden:

A)

hij op of omstreeks 28 december 2015 te Tilburg, ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 2] , van het leven te

beroven, met dat opzet met een mes, althans een scherp voorwerp een of

meermalen in de rug, althans in het bovenlichaam, heeft gestoken, terwijl

de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art. 287/45 Wetboek van Strafrecht

of, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 28 december 2015 te Tilburg, opzettelijk [slachtoffer 2] , zwaar

lichamelijke letsel heeft toegebracht door met een mes, althans een scherp voorwerp

een of meermalen in de rug, althans in het bovenlichaam, van deze [slachtoffer 2] te

steken, waardoor deze onder andere een klaplong heeft opgelopen;

art. 302 Wetboek van Strafrecht

of, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 28 december 2015 te Tilburg, ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 2] , zwaar lichamelijke letsel

toe te brengen, met dat opzet met een mes, althans een scherp voorwerp een of

meermalen in de rug, althans in het bovenlichaam, heeft gestoken, terwijl de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art. 302/45 Wetboek van Strafrecht

en/of

B)

hij op of omstreeks 28 december 2015 te Tilburg, met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een of meer sieraden en/of een

bankpas, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2]

en/of [man slachtoffer] , in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan

verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van

geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer 2] , gepleegd met het

oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om

bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij

het bezit van het gestolene te verzekeren,

en/of

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 2] en/of [man slachtoffer] heeft

gedwongen tot de afgifte van een of meer sieraden en/of een bankpas, in elk

geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer 2] en/of [man slachtoffer]

, in elk geval (telkens) aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of

zijn mededader(s),

welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij,

verdachte de woning van dan wel in gebruik bij deze [slachtoffer 2] en/of [man slachtoffer] in

de voor de nachtrust bestemde uren via het balkon onverhoeds is

binnengedrongen en/of binnengeslopen en/of meermalen althans eenmaal met een

mes, althans een scherp voorwerp, [slachtoffer 2] in de rug, althans in het

bovenlichaam heeft gestoken en/of deze [slachtoffer 2] heeft geslagen en/of met

geschoeide leest heeft geschopt/getrapt en/of aan die [slachtoffer 2] en/of [man slachtoffer]

met (vinger)gebaren duidelijk heeft gemaakt dat hij, verdachte, geld wilde

hebben;

art 312/317 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 28 december 2015 te Tilburg

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een pinautomaat

heeft weggenomen 500 euro, althans een hoeveelheid geld,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [man slachtoffer] , in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats

van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen

geld onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van een valse

sleutel, te weten een gestolen bankpas;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 16 maart 2015 te Tilburg ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening

in/uit berging behorend bij een woning gelegen aan de [adres] weg te

nemen goederen en/of geld van hun /zijn gading, geheel of ten dele toebehorende

aan [slachtoffer 3] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s) en zich daarbij de toegang tot die berging

te verschaffen en/of die/dat weg te nemen goed/geld onder zijn/hun bereik te

brengen door middel van braak, verbreking en/of inklimming, met een of meer

van zijn mededader(s), althans alleen daartoe de slotplaat van die

schuur/berging heeft/hebben verbroken en/of het cilinderslot van die

schuur/berging heeft/hebben verwijderd, terwijl de uitvoering van dat

voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 10 juni 2013 te Tilburg tezamen en in vereniging met een

ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toe-eigening in/uit een berging/schuur behorende bij een woning gelegen aan

de [Adres] heeft weggenomen een fiets en/of een mini-bike en/of

fles(sen) alcohol en/of een tray energy-drank en/of meerdere/een elektrisch

gereedschap, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

[slachtoffer 4] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte

en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de

toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te

nemen goed(eren) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van

braak, verbreking en/of inklimming.

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De zaak met parketnummer 02/820680-15

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft gepleegd. Zij baseert zich daarbij op onderzoeksbevindingen van de unit FTO, op het sectieverslag, op een (aanvankelijk anonieme) melding, op getuigenverklaringen en op verricht DNA-onderzoek. Andere omstandigheden die in onderlinge samenhang bezien bijdragen aan het bewijs zijn, naar de opvatting van de officier van justitie, bevindingen met betrekking tot een mistransactie met de gestolen pinpas, zendmastgegevens, bevindingen met betrekking tot de weggenomen sieraden en bevindingen opgedaan tijdens het WOD-traject.

De zaak met parketnummer 02/821575-15

Feiten 1 en 2

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte feit 1 primair en feit 2 heeft gepleegd. Zij baseert zich daarbij op de aangifte van mevrouw [man slachtoffer] , op medische informatie betreffende [slachtoffer 2] en op tactische bevindingen, waaronder camerabeelden van de pintransactie en beelden gemaakt in Spijkenisse. Daarnaast baseert zij zich op verricht DNA-onderzoek.

Feiten 3 en 4

De officier van justitie acht ook deze feiten wettig en overtuigend bewezen, waarbij zij zich baseert op de aangiften en op verrichte DNA-onderzoeken.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen en heeft verzocht verdachte vrij te spreken van alle hem tenlastegelegde feiten. Verdachte ontkent de tenlastegelegde feiten gepleegd te hebben.

In zijn algemeenheid is opgemerkt dat de wijze waarop het dossier is samengesteld en opgemaakt berust op vooringenomenheid, terwijl er een pretentie vanuit gaat dat er sprake is van zuiverheid van oogmerk, namelijk om de rechtbank een zaak voor te leggen waarin louter is gezocht naar de materiële waarheid. De zaak kenmerkt zich naar de opvatting van de verdediging niet alleen door onbetrouwbare en ongeloofwaardige getuigen, interpretaties van getuigenverklaringen en contextuele sfeerinzet van een undercover-agent, maar ook door DNA-matches met weinig bewijswaarde en/of DNA-mengprofielen.

De zaak met parketnummer 02/820680-15

Door de verdediging is het volgende aangevoerd.

DNA

Het is niet 100 procent zeker dat het DNA op het koffertje het DNA van verdachte is. Hierdoor is het DNA-bewijs onbetrouwbaar. Een DNA-mengprofiel kan niet volstaan als enig bewijsmiddel, hooguit kan het gebruikt worden als ondersteunend bewijs. Bovendien is het aantreffen van DNA in de woning van het slachtoffer op zich niet redengevend voor het oordeel dat verdachte op die plaats een strafbaar feit heeft gepleegd. Ook andere personen kunnen sporen van verdachte op die plaats hebben achtergelaten.

Op goederen en voorwerpen (deurklink en deurbel) is DNA aangetroffen dat niet van verdachte afkomstig is. Dit wijst er naar de opvatting van de verdediging op dat een andere persoon in het huis van het slachtoffer moet zijn geweest die wellicht betrokken is geweest bij de dood van het slachtoffer. Een ander scenario is dan ook goed mogelijk en zeker niet uitgesloten.

Op de onder verdachte inbeslaggenomen jas en rechterlaars is bloed aangetroffen. Het DNA-hoofdprofiel met betrekking tot de jas matcht met het DNA-profiel van het slachtoffer [slachtoffer] . Aangevoerd wordt dat zowel de laars als de jas verplaatsbare sporendragers zijn. Dit brengt met zich mee dat een ander de jas of laarzen van verdachte kan hebben gedragen om zodoende de dood van mevrouw [slachtoffer] in de schoenen van verdachte te schuiven.

Als verdachte de dader zou zijn, dan hadden er veel meer sporen moeten zijn die op hem zouden wijzen.

Zendmastgegevens

Aangevoerd is dat het logisch is dat de gsm van verdachte op 4 mei 2015 om 03.39 uur een zendmast aanstraalde op de Sibeliusstraat in Tilburg, omdat deze zendmast is gelegen binnen het bereik van woning van verdachte.

Sieraden

Onvoldoende is komen vast te staan de sieraden die op 1 mei 2015 in Rotterdam te koop zijn aangeboden afkomstig zijn van het slachtoffer.

Getuigenverklaringen

Aangevoerd is dat de verklaringen van de getuigen [getuige] en [getuige 2] onbetrouwbaar en ongeloofwaardig zijn. Deze verklaringen bevatten bovendien daderkennis.

Naar de opvatting van de verdediging is het overduidelijk dat deze getuigen - die kennelijk een eigen belang hebben - de politie in de richting van verdachte schuiven.

Evenmin kunnen de bevindingen van de politie-infiltrant meegenomen worden, nu de tegenover hem verstrekte informatie feitelijk niets zegt over de daadwerkelijke betrokkenheid of het vermeende daderschap van verdachte.

Dat (ook) andere personen bij de woningoverval betrokken zijn, volgt naar de opvatting van de verdediging uit verklaringen van de getuigen [getuige 3] , [getuige 4] , [getuige 5] en [getuige 6] .

De zaak met parketnummer 02/821575-15

Met betrekking tot de feiten 1 en 2 is aangevoerd dat verdachte niet past in het signalement zoals gegeven door aangeefster [man slachtoffer] De verklaring van getuige [getuige] is naar de opvatting van de verdediging volstrekt onbetrouwbaar. De prints van de camerabeelden, gemaakt tijdens een pintransactie, zijn dermate onduidelijk dat de persoon die op die beelden te zien is in principe elke getinte jongeman zou kunnen zijn.

Ten aanzien van het DNA-onderzoek is aangevoerd dat het onduidelijk is op welke manier, wanneer en waar de bloedsporen op de kleding van verdachte zijn gekomen. Door deze onduidelijkheid is niet met zekerheid te zeggen dat verdachte deze feiten heeft gepleegd.

Verder kan niet vastgesteld worden dat verdachte heeft geprobeerd ringen van de slachtoffers te verkopen, nu de slachtoffers de hen getoonde ringen niet hebben herkend als hun eigendom.

Ten onrechte is het openbaar ministerie er van uit gegaan dat het slachtoffer [slachtoffer 2] is gestoken met een schroevendraaier. Het mogelijke steekwapen is nooit gevonden, getest op DNA of waargenomen door de slachtoffers.

Ten slotte is aangevoerd dat eventuele andere scenario’s niet zijn onderzocht.

Met betrekking tot de feiten 3 en 4 is aangevoerd dat het technische bewijs hooguit als ondersteunend bewijs kan worden gebruikt. Naar de opvatting van de verdediging ontbreekt echter elk ander redengevend bewijs. Dat met betrekking tot feit 4 mogelijk DNA-materiaal van verdachte op een blikje energydrank is aangetroffen impliceert niet dat verdachte de dader of mededader is geweest van die inbraak.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De zaak met parketnummer 02/820680-15

Melding, aantreffen slachtoffer en sectie

Op zondag, 26 april 2015 omstreeks 14.30 uur is er bij de meldkamer een anonieme melding binnengekomen1. De melder gaf daarbij aan dat hij net met een buurjongen had gesproken die hem vertelde dat hij een overval had gepleegd en dat hij de vrouw had vastgebonden en dat zij mogelijk nog vastgebonden in het huis zou zitten. De overval zou gepleegd zijn in de woning aan de [adres 3] in Tilburg. Verbalisanten zijn vervolgens ter plaatse gegaan2. In de woning werd een vrouw aangetroffen. Door de forensisch coördinator en ambulancemedewerker werd de dood van de vrouw vastgesteld3. Het tijdstip van overlijden werd vastgesteld omstreeks 06.00 uur die dag4. De overledene bleek te zijn mevrouw [voornamen] [slachtoffer]5.

Bij sectie is vastgesteld dat er verspreid over het gezicht, de hals, de borst en de rug en de bovenste ledematen sprake was van in totaal circa 41 scherprandige huidletsels en huidperforaties6. De steek- en snijverwondingen gingen alle gepaard met onderhuidse bloeduitstortingen en de verwondingen hadden bloederige wondranden. Op het achterhoofd was sprake van twee boven elkaar gelegen huidverscheuringen. Door de arts/patholoog is vastgesteld dat de letsels het gevolg zijn van meermalen steken/snijden met een of meer scherprandige voorwerpen. Het overlijden is het gevolg van functieverlies van de linkerlong in combinatie met algehele weefselschade door massaal bloedverlies. De steek- en snijletsels aan de armen kunnen passen bij afweerletsels.

Onderzoek woning slachtoffer

Door het Team Forensisch Technisch Onderzoek is vervolgens een onderzoek ingesteld in de woning van het slachtoffer7. In de woning zagen zij in de hal, slaapkamer en woonkamer een bloedbeeld. Verder werd gezien dat de woning was doorzocht en dat er meerdere goederen op de vloer van de woonkamer lagen. In de woning werden diverse voorwerpen bemonsterd, waaronder het handvat van een gele koffer die op het bed van de logeerkamer lag (spoor: AAIF1889NL8).

De bevindingen wezen uit dat minimaal één persoon de rechterzijde van de balustrade van het balkon is overgeklommen en via het geopende schuifraam van de kastenkamer de woning is binnengedrongen. Het slachtoffer heeft zich enige tijd tussen het bed en de slaapkamerdeur opgehouden met een bloedende verwonding. Het bloedbeeld laat verder zien dat het slachtoffer richting de hal is gelopen, waarna zij vervolgens in de woonkamer op haar rug terecht is gekomen. In deze houding in de woonkamer heeft zij nog enige tijd geleefd, waarna zij in de woonkamer is overleden.

Contacten anonieme beller

De politie heeft diezelfde avond nog contact gezocht met de anonieme beller. Deze deelde mee dat de jongen over wie hij had gesproken tijdens de melding “ [alias] ” wordt genoemd, een Antilliaanse jongen die woont aan de [adres 4]9. Eerder die dag had [alias] hem om geld gevraagd en hem verteld dat hij die avond, als het donker was, zou kunnen gaan pinnen met de gestolen bankpas van de vrouw. Hij had daar ook de pincode bij.

Verdachte heeft verklaard dat hij [alias] wordt genoemd10.

De melder, van wie de identiteit inmiddels was komen vast te staan, heeft verder verklaard dat [alias] hem vertelde dat hij wat ergs had gedaan11. Hij wilde niet zeggen welke vrouw het was. [alias] vertelde hem dat hij goud van die vrouw had gestolen, een pinpas met pincode en een tablet. Aan de melder werd door [alias] gevraagd of hij de tablet wilde kopen. Omdat de melder steeds nieuwsgieriger werd naar de identiteit van de vrouw heeft hij de tablet van [alias] gekocht. Uit foto’s die hij op de tablet zag, maakte hij op dat de tablet afkomstig moest zijn van [naam 1] (de rechtbank begrijpt dat dit dezelfde vrouw is als [voornaam] [slachtoffer] ). Vervolgens heeft hij de politie gebeld.

Deze verklaring van de melder vindt steun in een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt naar aanleiding van opgenomen vertrouwelijke communicatie tussen

[getuige] en [getuige 2]12.

Anders dan de verdediging is de rechtbank van oordeel dat niet gezegd kan worden dat de verklaring van deze getuige onbetrouwbaar is, nu deze steun vindt in andere bewijsmiddelen.

De tablet van het merk Difrnce Dit 10221 is onderworpen aan een onderzoek13. In de tablet

werden onder meer accounts aangetroffen op naam van [voornaam] [slachtoffer] .

Forensisch onderzoek

Het hiervoor aangehaalde spoor op het handvat van een gele koffer, die op het bed van de logeerkamer is aangetroffen (AAIF1889NL), is onderzocht op aanwezigheid van DNA-materiaal. Door The Maastricht Forensic Institute (TMFI) is met betrekking tot dit spoor aangegeven dat een DNA-mengprofiel is aangetroffen dat afkomstig is van celmateriaal van minimaal twee donoren, van wie zeker één man. Verdachte [verdachte] is niet uitgesloten als donor14.

Om een uitspraak te doen over het mogelijke donorschap van celmateriaal van verdachte [verdachte] is een likelihood-ratio methode toegepast. Daarbij worden de resultaten bezien in het licht van twee, elkaar uitsluitende, hypothesen:

Hypothese 1: de bemonstering van het spoor bevat DNA van verdachte [verdachte] en een onbekende persoon.

Hypothese 2: de bemonstering van het spoor van DNA van twee onbekende personen.

De deskundige heeft aangegeven dat de resultaten van het onderzoek extreem veel waarschijnlijker zijn wanneer hypothese 1 juist is dan wanneer hypothese 2 juist is.

In de slaapkamer van de woning van verdachte aan de [adres 4] is tijdens een doorzoeking een hoeveelheid kleding aangetroffen en inbeslaggenomen15. Daaronder bevond zich onder meer een overjas van het merk G-star (AAIU3299NL)16. Door het TMFI is nader onderzoek verricht aan deze jas17. De binnenkant van de rechter steekzak van de jas is bemonsterd (AAIU3299NL#01) en deze bemonstering is onderzocht op aanwezigheid van bloed. De test vertoonde een licht positieve reactie.

De binnenkant van de kraag van deze jas is eveneens bemonsterd (AAIU3299NL#02).

Ook de rechtermouw van de jas werd bemonsterd op twee posities (AAIU3299NL#03 en AAIU3299NL#04). De laatste twee bemonsteringen zijn onderzocht op de aanwezigheid van bloed en de test vertoonde een positieve reactie op bloed in de bemonstering AAIU3299NL#03 en een licht positieve reactie op bloed in de bemonstering AAIU3299NL#04.

Door het TMFI is het volgende geconcludeerd:

De bemonstering van de binnenkant van de rechter steekzak (AAIU3299NL#01) bevat een DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van minimaal drie donoren, van wie zeker één man. Het slachtoffer [slachtoffer] is niet uitgesloten als donor. Alle DNA-kenmerken van het DNA-profiel van het slachtoffer zijn aangetoond in het DNA-mengprofiel. Verdachte [verdachte] is niet uitgesloten als donor. Alle DNA-kenmerken van het DNA-profiel van de verdachte zijn aangetoond in het DNA-mengprofiel.

De bemonstering van de binnenkant van de kraag (AAIU3299NL#02) bevat een DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van minimaal twee donoren van wie zeker één man.

Verdachte [verdachte] is niet uitgesloten als donor. Op één DNA-kenmerk na, zijn alle DNA-kenmerken van het DNA-profiel van de verdachte aangetoond in het DNA-mengprofiel.

De bemonstering van de lichtgele vlek op de rechtermouw (AAIU3299NL#03) bevat een vrouwelijk enkelvoudig DNA-profiel. Dit DNA-profiel matcht met het DNA-profiel van het slachtoffer [slachtoffer] (de kans dat een willekeurig iemand hetzelfde profiel heeft is kleiner dan 1 op 1 miljard).

De bemonstering van de lichtgele vlek op de rechtermouw (AAIU3299NL#04) bevat een DNA-mengprofiel afkomstig van celmateriaal van minimaal twee donoren. Het DNA-hoofdprofiel matcht met het DNA-profiel van het slachtoffer [slachtoffer] (de kans dat een willekeurig iemand hetzelfde profiel heeft is wederom kleiner dan 1 op 1 miljard).

Door verdachte is hieromtrent tegenover een infiltrant aangegeven dat DNA van het slachtoffer op zijn jas is gevonden18. Tevens heeft hij aangegeven dat hij misschien wel twee jassen gedragen heeft en misschien alleen de buitenste jas heeft verbrand.

Pinnen geldautomaat en gebruik gsm

Het slachtoffer heeft een bankrekening bij de ABN-AMRO-bank gehad met nummer [nummer]19. Bij deze rekening was een betaalpas verstrekt voorzien van nummer 748.

Uit gegevens van de bank is gebleken dat er op 4 mei 2015 om 03:07:00 uur is getracht met deze pas te pinnen bij de ING-bank aan het Wagnerplein 34 in Tilburg.

De bij verdachte in gebruik zijnde gsm heeft op 4 mei 2015 om 03:39:49 uur en 03:40:26 uur de zendmast aangestraald aan de Sibeliusstraat 301 in Tilburg20. Deze mast is gelegen binnen het zendbereik van de ING geldautomaat Wagnerplein 34 in Tilburg.

Kort na het moment waarop de woningoverval heeft plaatsgevonden heeft de gsm van verdachte (om 07:27:43 uur) een zendmast aan de Offenbachstraat in Tilburg aangestraald. Deze ligt binnen het zendbereik van de [straatnaam] , zijnde de straat waar de woningoverval heeft plaatsgevonden.

Verdachte is rond dat tijdstip ook gezien door een van de buurtbewoners. Kort na 07.00-07.15 uur heeft een getuige gezien dat “de jongen van nummer 136” zijn hond aan het uitlaten was. Het viel haar op, omdat hij normaal gesproken voor 10.00/10.30 uur nooit zijn hond uitlaat21. Verdachte heeft verklaard dat hij op nummer 136 woont22.

Conclusie

Van verdachte is DNA aangetroffen op het handvat van een koffer in de woning van het slachtoffer. Bloed van het slachtoffer is aangetroffen op een jas van verdachte die in zijn slaapkamer lag. Verder heeft verdachte, kort na het plegen van de overval, de weggenomen tablet verkocht en verdachte is korte tijd na het plegen van de woningoverval gezien in de directe omgeving van de flat. Met de weggenomen pas is vervolgens op 4 mei 2015 getracht te pinnen bij een geldautomaat, waarbij uit de historische gegevens van de gsm van verdachte blijkt dat (de gsm van) verdachte zich in de directe nabijheid van de geldautomaat bevond.

De hiervoor aangehaalde feiten en omstandigheden zijn, in onderling verband en samenhang bezien, redengevend voor het bewijs. Verdachte heeft geen redelijke, die redengevendheid ontzenuwende, verklaring gegeven, omdat hij zich telkens heeft beroepen op zijn zwijgrecht.

Uit vaste jurisprudentie van het EHRM volgt dat het zwijgen van een verdachte niet op enig moment een zelfstandig bewijsmiddel kan worden, waarmee een lacune in een, wat bewijsvoering betreft, overigens zwakkere zaak zou kunnen worden opgevuld. Er moet al ruim voldoende bewijs aanwezig zijn, wil de rechter voor het bewijs redengevende conclusies kunnen trekken uit het stilzwijgen van een verdachte omtrent een punt waarover juist de verdachte opheldering kan geven, zulks ter ondersteuning van het beschikbare bewijsmateriaal of andere gevolgtrekkingen van de rechter.

De rechtbank is van oordeel dat er voldaan is aan de ondergrens die het EHRM stelt om aan verdachte zijn zwijgen tegen te (kunnen) werpen. Gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen ligt er voldoende bewijs dat verdachte in verband brengt met de dood van mevrouw [slachtoffer] . De rechtbank legt de omstandigheid dat verdachte zich op zijn zwijgrecht beroept dan ook in zijn nadeel uit bij de weging en waardering van het voorhanden bewijsmateriaal.

De rechtbank is op grond van het vorenstaande van oordeel dat het verdachte is geweest die de woningoverval heeft gepleegd waarbij mevrouw [slachtoffer] is gedood.

De zaak met parketnummer 02/821575-01

Feiten 1 en 2

Melding, aantreffen slachtoffers en aangifte

Op 28 december 2015 omstreeks 8.45 uur hoorde een getuige aan de achterzijde van de [adres] in Tilburg geschreeuw van een vrouw23. Zij zag op de eerste etage een oudere vrouw voor een slaapkamerraam staan. De vrouw hield een bebloed kussen vast en maakte een soort van steekbeweging. De getuige heeft hierop de politie gebeld. Verbalisanten zijn onmiddellijk ter plaatse gegaan en in de woning aan de [adres] in Tilburg troffen zij het echtpaar [slachtoffer 2] en [man slachtoffer] aan24.

De slaapkamer waarin zij zich bevonden bleek aan de buitenzijde te zijn afgesloten. In de slaapkamer troffen zij de heer [man slachtoffer] liggend op bed aan25. Om de rechterpols van de man zaten zwarte tie-raps. Op het bed zaten bloedvlekken. De woning was doorzocht. Het snoer tussen de telefoon en de telefoonhoorn was doorgesneden. De verwarming in de hal van de woning zat onder het bloed. Slachtoffer [slachtoffer 2] is vervolgens naar het ziekenhuis vervoerd.

In het ziekenhuis werden een klaplong, diverse ribfracturen en verwondingen op de rug en elders op het lichaam geconstateerd26. In het gezicht en op het lichaam werden bloeduitstortingen gezien. Het geconstateerde letsel past bij gebruik van stom geweld, bijvoorbeeld schoppen of slaan. Verder zijn op het lichaam van de heer [man slachtoffer] snijletsels aangetroffen die ontstaan kunnen zijn door een scherp voorwerp27.

Aangeefster [man slachtoffer] heeft verklaard dat zij lagen te slapen toen zij midden in de nacht, tussen 02.30 uur en 03.30 uur, wakker werd en zij een man zag staan28. De man pakte haar bij haar arm en maakte mijn zijn hand een snijdende beweging langs zijn keel.

Tegen haar man zei hij: “kom, kom”. Ze zag dat de man met zijn vingers gebaarde dat hij geld wilden hebben. De dader sleurde haar man mee en hij schopte hem. Ook werd haar man tegen het hoofd geslagen. Haar man werd in zijn flanken geslagen en geschopt. Zij zag dat haar man gedurende korte tijd bewusteloos was. Intussen bleef de dader rondlopen en de woning doorzoeken. Hij sleepte haar man over de grond mee, haar man lag gorgelend op de grond. Zij dacht daarbij dat hij dood zou gaan.

In de slaapkamer heeft de dader de polsen van de slachtoffers aan elkaar vastgebonden en gezegd dat ze weer in bed moesten gaan liggen waarna de man is vertrokken. Daarbij heeft hij sieraden meegenomen. De deur van de slaapkamer werd door de dader afgesloten.

Mevrouw [slachtoffer 2] hoorde haar man zeggen dat hij dood zou gaan, hij was aan het bloeden.

Bij de diefstal werden sieraden en een ABN-AMRO-bankpas meegenomen29.

Bewegingen verdachte

Op zondagavond, 27 december 2015, is verdachte gezien bij cafetaria [naam cafe] in Tilburg30. Kort na 24.00 uur zag een getuige dat verdachte in de bosjes zat, gelegen tussen de flat waar de overval heeft plaatsgevonden en de aldaar gelegen woningen. Verdachte droeg een capuchon over zijn hoofd.

Op camerabeelden van de cafetaria is te zien dat op 27 december 2015 om 20.41 uur diverse personen aanwezig zijn in de cafetaria, waaronder een persoon ‘C’. Deze persoon is donker getint, geheel donkerkleurig gekleed, hij draagt een donkerkleurige jas met capuchon, schoenen met een speciaal soort vorm/opdruk. Ook draagt deze persoon een donkerkleurige schoudertas. Door een getuige is verdachte herkend als de persoon ‘C’31.

Op 28 december 2015 is om 04.02 uur bij een geldautomaat aan het Wagnerplein in Tilburg een bedrag van € 500,00 gepind van de rekening van [slachtoffer 2]32. Op camerabeelden is een negroïde man te zien33. Te zien is dat hij vanaf een briefje een pincode invoert. De man draagt vermoedelijk een donkerkleurige jas met capuchon, de voorzijde van de jas heeft vermoedelijk 2 ritssluitingen.

De camerabeelden, gemaakt bij cafetaria [naam cafe] , zijn vergeleken met de beelden, gemaakt bij de pinautomaat34. Daarbij is gezocht naar overeenkomsten tussen persoon ‘C’ en de pinner. De jas die persoon ‘C’ draagt toont overeenkomsten met de jas van de pinner.

Vroeg in de ochtend van 28 december 2015, om 06.01 uur, heeft verdachte Tilburg verlaten en is hij richting Rotterdam gereisd35. In het centrum van Spijkenisse is hij, samen met zijn neef [naam 2] , om 14.55 uur staande gehouden, omdat zij zich opvallend gedroegen36. Verdachte had in zijn tasje € 320,00 zitten. De biljetten hadden geen vouwstreken. Kennelijk waren deze nog niet in roulatie geweest en recent uit een pinautomaat gehaald. Verdachte was op dat moment gekleed in een zwarte jas met capuchon, grijze broek, zwarte schoudertas en beige schoenen. Korte tijd later heeft verdachte via WhatsApp laten weten dat hij onderweg is naar het Marconiplein, omdat zijn zus daar woont en hij haar wat geld gaat brengen37.

Op camerabeelden, gemaakt op het NS-station in Tilburg, is te zien dat verdachte op 28 december 2015 om 05.54 uur op het station is38. Ook is te zien dat verdachte een zwarte jas met twee ritsen draagt, soortgelijk aan de jas die de pinner draagt39.

Op de beelden zijn de lichtkleurige schoenen met een donkerkleurige neus en hak te zien, soortgelijk aan de schoenen die hij droeg bij cafetaria [naam cafe] op 27 december 2015 om 20.41 uur. Dat verdachte al eerder soortgelijke schoenen heeft gedragen, kan vastgesteld worden aan de hand van een afbeelding op de gsm van zijn neef [naam 2] waarop te zien is dat verdachte dergelijke schoenen draagt40.

Forensisch onderzoek

Bij zijn aanhouding op 3 januari 2016 droeg verdachte schoenen van het merk Gucci, bruin van kleur41. Deze schoenen waren soortgelijk aan de schoenen van persoon ‘C’ op de beelden van cafetaria [naam cafe]42.

Verder droeg verdachte bij zijn aanhouding een trainingsbroek van het merk Masita.

Op deze broek zijn bloedsporen aangetroffen welke sporen bemonsterd zijn onder nummer AAIV8260NL43. Van het slachtoffer [slachtoffer 2] is wangslijmvlies afgenomen (SIN RABD4809NL)44.

Ten aanzien van het monsternummer AAIV8260NL heeft het NFI aangegeven dat dit monster een DNA-mengprofiel bevat van twee personen: verdachte en [slachtoffer 2]45 (de kans dat een willekeurig iemand hetzelfde profiel heeft is kleiner dan 1 op 1 miljard).

Ook de kleding van het slachtoffer [slachtoffer 2] is onderzocht. Aan de achterzijde van zijn shirt zat ter hoogte van het midden, een scherprandige perforatie met rondom bloed. Ook op de broek en de tie-raps werden bloedsporen aangetroffen46.

Conclusie

Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat het verdachte is geweest die de overval op de familie [familienaam] heeft gepleegd. In de avond voor de overval is verdachte gesignaleerd in de cafetaria [naam cafe] , kort na 24.00 uur is hij weer gezien in de buurt van de [adres] . Kort na de overval is hij met de trein vertrokken vanuit Tilburg richting Rotterdam, na eerst geld gepind te hebben bij een geldautomaat met de pas van de familie [man slachtoffer] Steeds is verdachte gezien in dezelfde kleding. Op de broek die verdachte aan had ten tijde van zijn aanhouding is bloed aangetroffen van het slachtoffer [slachtoffer 2] .

Ook hierover heeft verdachte geen verklaring willen geven. De rechtbank legt, zoals ook hiervoor al overwogen, het zwijgen van verdachte dan ook in zijn nadeel uit bij de weging en waardering van het voorhanden bewijsmateriaal.

De rechtbank ziet zich vervolgens voor de vraag gesteld of verdachte opzet heeft gehad op de dood van de heer [man slachtoffer] De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend.

Uit de medische gegevens van de heer [man slachtoffer] blijkt dat hij tijdens de overval zeer ernstig gewond is geraakt. Hij heeft diverse snijletsels, een klaplong en diverse ribfracturen opgelopen. Vervolgens zijn de heer en mevrouw [familienaam] met tie-raps aan elkaar vastgebonden, kennelijk met de bedoeling om hen machteloos te maken hulp te roepen. Ook de slaapkamerdeur heeft verdachte afgesloten en de telefoonlijn doorgesneden. Door op een dergelijke gruwelijke wijze de heer [man slachtoffer] , die ten tijde van de overval 78 jaar oud was, letsel toe te brengen en hem en zijn vrouw in hulpeloze toestand achter te laten en hen de mogelijkheid te beletten hulp in te roepen heeft verdachte naar het oordeel van de rechtbank voorwaardelijk opzet op de dood van de heer [man slachtoffer] gehad.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen kan hetgeen verdachte onder 1 primair en 2 is tenlastegelegd wettig en overtuigend bewezen verklaard worden.

Feit 3

In de nacht van 15 op 16 maart 2015 is getracht in te breken in een berging aan de [adres] in Tilburg. Aangeefster heeft gezien dat het slotplaatje van de bergingsdeur verbogen was en dat het cilinderslot was verwijderd. Van haar man hoorde zij “dat het weer raak was”. Aangeefster zag bloedsporen op de bergingsdeur.

Het bloed aan de onderzijde van de slotdekplaat is bemonsterd. Door het NFI is aangegeven dat dit sporenmateriaal afkomstig kan zijn van verdachte. Daarbij is opgemerkt dat de matchkans kleiner is dan één op één miljard.

Zoals hiervoor al aangegeven, blijkt uit de aangifte dat kennelijk eerder is getracht in te breken in de berging. Wanneer dat is geweest, blijkt niet uit de aangifte.

Verdachte heeft ontkent dit feit gepleegd te hebben. Niet met voldoende mate van zekerheid kan gezegd worden dat het aangetroffen bloed afkomstig is van de op 15/16 maart 2015 gedane poging tot inbraak in die berging. De rechtbank acht daarom niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte dit feit op 15/16 maart 2015 heeft gepleegd. Zij zal hem dan ook in zoverre vrijspreken.

Feit 4

Op 10 juni 2013 is ingebroken in een schuur van de woning aan de [adres] . Daarbij zijn diverse goederen weggenomen. In de schuur werd door (een van) de dader(s) een blikje energydrank achtergelaten. Op dit blikje is speeksel aangetroffen en vervolgens bemonsterd. Door het NFI is aangegeven dat dit sporenmateriaal afkomstig kan zijn van verdachte. Daarbij is weer opgemerkt dat de matchkans kleiner is dan één op één miljard.

Met de verdediging moet de rechtbank concluderen dat sprake is van een verplaatsbaar object. Nu verder steunbewijs voor de betrokkenheid van verdachte bij deze inbraak ontbreekt, zal verdachte worden vrijgesproken van dit feit wegens het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

in de zaak met parketnummer 02/820680-15

hij op of omstreeks 26 april 2015 te Tilburg [slachtoffer] opzettelijk van het

leven heeft beroofd door die [slachtoffer] meermalen met een mes, althans met een

scherp en/of puntig voorwerp in het lichaam te steken,

welke doodslag werd gevolgd en/of vergezeld en/of voorafgegaan van enig strafbaar

feit, te weten:

diefstal van een tablet (merk Difrnce Dit 102201) en/of een bankpas (ABN/AMRO,

pasnummer 748, rekeningnummer [nummer] ), in elk geval enig goed, geheel of

ten dele toebehorende aan die [slachtoffer] , in elk geval aan (een) ander(en) dan aan

verdachte,

en welke doodslag werd gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat

feit voor te bereiden, gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op

heterdaad, aan zichzelf en/of aan andere deelnemers aan dat feit

straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te

verzekeren;

in de zaak met parketnummer 02/821575-15

1. primair

hij op of omstreeks 28 december 2015 te Tilburg, ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer 2] van het leven te

beroven, met dat opzet met een mes, althans een scherp voorwerp een of

meermalen in de rug althans in het bovenlichaam, heeft gestoken welke

vorenomschreven poging tot doodslag werd gevolgd en/of vergezeld en/of

voorafgegaan van enig strafbaar feit, te weten diefstal van een of meer

sieraden en/of een bankpas, in elk geval enig goed, geheel of ten dele

toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [man slachtoffer] , en welke poging doodslag werd

gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of

gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf

straffeloosheid en/of het bezit van het wederrechtelijk verkregene te

verzekeren;

2.

hij op of omstreeks 28 december 2015 te Tilburg

tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening uit een pinautomaat

heeft weggenomen 500 euro, althans een hoeveelheid geld,

geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of [man slachtoffer] , in

elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,

waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats

van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen

geld onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van een valse

sleutel, te weten een gestolen bankpas.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf van 30 jaar.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht, mocht de rechtbank tot een veroordeling komen, het jeugdstrafrecht toe te passen.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft op 26 april 2015 op gruwelijke wijze de toen 68 jaar oude mevrouw [slachtoffer] in haar woning gedood. Via het balkon is hij haar woning binnengedrongen. Hij heeft 41 keer op het slachtoffer ingestoken, als gevolg waarvan zij is overleden. Uit het dossier is de rechtbank gebleken dat de letsels zijn toegebracht toen het slachtoffer nog in leven was. Het moet voor haar een afschuwelijke doodsstrijd geweest zijn, zeker op het moment dat zij zich ging realiseren dat zij die strijd zou gaan verliezen. Dat het werkelijk een strijd is geworden, blijkt ook uit de afweerverwondingen die bij het slachtoffer zijn aangetroffen.

Doodslag wordt in ons strafrechtstelsel beschouwd als een van de ernstigste misdrijven.

De dood van mevrouw [slachtoffer] heeft de nabestaanden onherstelbaar leed en verdriet gebracht.

Voor hen moet het dan ook bijzonder moeilijk zijn een dergelijk zwaar verlies te dragen. Naast dit enorme verlies zitten de nabestaanden ook met veel onbeantwoord gebleven vragen. Dit blijkt ook uit de ter zitting afgelegde verklaring van een van de zoons van mevrouw [slachtoffer] . “Waarom is dit gebeurd…?”, “Waarom onze [voornaam] …?” en “Hoe is dit gebeurd…?”. “Een sterfbed en waardig afscheid van het leven, omringd door haar kinderen en kleinkinderen is haar ontnomen, in plaats daarvan was daar de kille vloer en verdachte.”

“Wat waren haar laatste woorden?”.

Na haar dood is een stille tocht gehouden. Hieruit blijkt ook de enorme impact die de dood van mevrouw [slachtoffer] op de samenleving heeft gehad. Verdachte heeft op geen enkele wijze de verantwoordelijkheid voor zijn gruwelijke daad genomen. Op geen enkele wijze heeft verdachte zijn medeleven betuigd, ook niet nadat ter zitting een van de zoons heeft aangegeven wat deze gruweldaad met hen heeft gedaan. Verdachte heeft geen enkel respect voor andermans leven getoond.

“Geen commentaar”. Dat is waar de nabestaanden en de maatschappij het mee moeten doen.

Ruim een half jaar later vindt er, in dezelfde flat als waar mevrouw [slachtoffer] woonde en waar verdachte zelf ook woont, wederom een gruwelijk feit plaats. In de vroege ochtend van 28 december 2015 heeft verdachte het bejaarde echtpaar [familienaam] in hun woning overvallen. Ook hier is verdachte via het balkon de woning binnengedrongen, waarna hij zeer ernstig geweld heeft toegepast op de heer [man slachtoffer] , terwijl mevrouw daarvan getuige was. Verdachte heeft hem geschopt en geslagen en steekverwondingen in de rug toegebracht. Vervolgens heeft hij de heer en mevrouw [familienaam] met behulp van tie-raps aan elkaar vastgebonden en de slaapkamerdeur afgesloten en de telefoonlijn doorgesneden. Verdachte heeft de heer Altin voor dood achtergelaten en mevrouw [slachtoffer 2] belet om hulp te roepen. Het is niet aan verdachte te danken dat de heer [man slachtoffer] niet is komen te overlijden en het bij een poging is gebleven. Het is een geluk dat mevrouw [slachtoffer 2] zich heeft kunnen ontdoen van de tie-raps; als dat niet was gelukt, was het wellicht nog slechter afgelopen. Verdachte heeft zich daar kennelijk niet om bekommerd. En dat na de overval met dodelijke afloop eerder dat jaar. De rechtbank vindt dit weerzinwekkend en onbegrijpelijk.

Het spreekt voor zich dat een op deze manier uitgevoerde overval voor de slachtoffers een bijzonder traumatische ervaring moet zijn geweest. Dit blijkt ook uit de verklaring die ter zitting is afgelegd door de schoondochter van de slachtoffers. De slachtoffers durfden na hetgeen hen was overkomen niet meer naar buiten en hebben ten slotte uit angst moeten verhuizen. Nog steeds komt bij hen het beeld terug van wat hen die nacht is overkomen.

Verdachte heeft hierbij in het geheel niet stilgestaan. Het heeft hem er in ieder geval niet van weerhouden om, ten koste van een ander, op deze manier snel aan geld te komen.

Door de verdediging is verzocht, mocht de rechtbank tot strafoplegging komen, het jeugdstrafrecht toe te passen.

De reclassering heeft de rechtbank geadviseerd om geen toepassing te geven aan het jeugdstrafrecht. Daarvoor bestaan geen doorslaggevende argumenten, omdat in het verleden is gebleken dat begeleiding door de jeugdreclassering onvoldoende resultaten heeft opgeleverd.

Onderzoekers van het Pieter Baan Centrum (PBC) hebben aangegeven overwogen te hebben of er redenen zijn om verdachte te berechten volgens het jeugdstrafrecht. Bij gebrek aan onderzoek beschikken de psycholoog en psychiater echter over te weinig informatie om deze vraag te kunnen beantwoorden. Tijdens de PBC-opname en in het strafdossier is zowel kinderlijk als verhard gedrag gezien. Volgens de Wegingslijst Adolescentenstrafrecht is er een aantal contra-indicaties voor het toepassen van jeugdstrafrecht. Er zijn aanwijzingen voor (een keuze voor) een antisociale levensstijl en er is een jarenlange justitiële voorgeschiedenis, waaruit blijkt dat verdachte eerdere justitiële sancties heeft laten mislukken. Bij een bewezenverklaring kan gesproken worden van een escalatie in ernst van delicten.

De rechtbank ziet, gelet op de persoonlijkheid van verdachte en de omstandigheden waaronder de feiten zijn gepleegd en mede gelet op het advies van de reclassering en de bevindingen van het PBC, geen enkele aanleiding om het jeugdstrafrecht toe te passen.

Verdachte heeft consequent geweigerd mee te werken aan een onderzoek door het PBC. Er zijn naar de opvatting van het PBC geen redenen om aan te nemen dat verdachte op pathologische gronden heeft geweigerd, maar bij gebrek aan onderzoek is dit niet geheel uit te sluiten. De weigering van verdachte om mee te werken aan een onderzoek heeft ertoe geleid dat de onderzoekers niet in staat zijn gebleken een ziekelijke stoornis of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens aan te tonen dan wel uit te sluiten.

Een antisociale persoonlijkheidsstoornis is niet vast te stellen, hoewel uit het psychiatrisch consult (6 januari 2016) en het psychologisch consult (8 maart 2016) volgt dat sprake lijkt te zijn van een antisociale persoonlijkheidsontwikkeling respectievelijk van ernstige (antisociale) persoonlijkheidsproblematiek.

Door de weigerachtige houding van verdachte kan niet op basis van het advies van gedragsdeskundigen worden vastgesteld of al dan niet sprake is van een gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van de geestvermogens ten tijde van het plegen van de feiten. Gelet hierop behoort oplegging van een TBS-maatregel in principe dan ook niet tot de mogelijkheden. De rechtbank is van oordeel dat de informatie die wel beschikbaar is over verdachte onvoldoende is om op grond van artikel 37a, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht in verbinding met artikel 37, derde lid, van het Wetboek van Strafrecht tot de oplegging van een TBS-maatregel te komen.

De rechtbank acht de kans op recidive groot. Een half jaar nadat verdachte mevrouw [slachtoffer] om het leven heeft gebracht, heeft hij wederom op een gruwelijke wijze slachtoffers gemaakt. Verdachte lijkt geen enkel respect te kunnen opbrengen voor het leven van een ander. Bovendien kiest hij de meest kwetsbare slachtoffers. Dit maakt dat de maatschappij beschermd dient te worden tegen het gewetenloze gedrag van verdachte. Een straf zoals gevorderd door de officier van justitie is op zich gerechtvaardigd voor dergelijke gruwelijk feiten. Echter, enkel in de zeer jeugdige leeftijd van verdachte ziet de rechtbank aanleiding de eis van de officier van justitie te matigen.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van na te melden duur passend en noodzakelijk is.

7 De benadeelde partijen

Benadeelde partij [naam nabestaande]

De benadeelde partij [naam nabestaande] (nabestaande slachtoffer [slachtoffer] ) vordert in de zaak met parketnummer 02/820680-15 een schadevergoeding van € 13.238,31.

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezenverklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt, zodat de vordering zal worden toegewezen.

Met betrekking tot de toegekende vordering van deze benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

[slachtoffer 2]

De benadeelde partij [slachtoffer 2] vordert een schadevergoeding van € 43.573,13 voor feit 1 in de zaak met parketnummer 02/821575-15.

De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 14.833,15 een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit, waarvan € 9.833,15 ter zake van materiële schade en € 5.000,00 ter zake van immateriële schade, en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

De materiële schade bestaat uit de volgende posten:

  • -

    Ziekenhuisdaggeldvergoeding € 196,00

  • -

    Niet-verzekerde medische kosten € 135,48

  • -

    Bezittingen € 4.645,80

  • -

    Kledingschade € 20,00

  • -

    Reis- en parkeerkosten € 375,22

  • -

    Huishoudelijke hulp € 4.460,65

Het gevorderde is tot genoemd bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en zij zal de vordering tot dat bedrag toewijzen.

Voor het overige is de rechtbank van oordeel dat de behandeling van dat deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij zal daarom voor dat deel niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. Zij kan haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Hieromtrent overweegt de rechtbank nog het volgende.

Ten aanzien van de niet-verzekerde medische kosten van € 150,00 is de rechtbank van oordeel dat deze zien op mogelijk toekomstige psychologische behandelingen waarvan nu nog niet gezegd kan worden dat deze kosten ook daadwerkelijk zullen worden gemaakt. Vaststelling van die kosten in zoverre levert naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van dit strafgeding op. Met betrekking tot de gevorderde verhuiskosten overweegt de rechtbank dat het vaststellen van een causaal verband eveneens een onevenredige belasting voor het strafgeding oplevert.

Voor zo ver het betreft de post “verplaatste schade” is de rechtbank van oordeel dat op basis van de gegeven onderbouwing onduidelijk is in hoeverre deze schade een rechtstreeks gevolg is geweest van het bewezenverklaarde feit, nu uit de bijgevoegde salarisspecificaties blijkt dat de zoon van de benadeelde partij ook over de opgenomen dagen salaris heeft ontvangen. Ten aanzien van de post “persoonlijke verzorging” overweegt de rechtbank dat op basis van de gegeven onderbouwing niet vast te stellen is of de personen die hulp hebben geboden ook daadwerkelijk kosten hebben gemaakt. Ook de vaststelling van de posten “verplaatste schade” en “persoonlijke verzorging” levert naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding op.

Met betrekking tot de toegekende vordering van deze benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

[man slachtoffer]

De benadeelde partij [man slachtoffer] vordert een schadevergoeding van € 6.143,49 voor feit 1 in de zaak met parketnummer 02/821575-15.

De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 3.493,49 een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit, waarvan € 993,49 ter zake van materiële schade en € 2.500,00 ter zake van immateriële schade, en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en zij zal de vordering tot dat bedrag toewijzen.

Voor het overige is de rechtbank van oordeel dat de behandeling van dat deel van de vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert, zoals hiervoor ook ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 2] is overwogen. De benadeelde partij zal daarom voor dat deel niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. Zij kan haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Met betrekking tot de toegekende vordering van deze benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

De rechtbank zal verdachte tevens veroordelen in de kosten van rechtsbijstand van [slachtoffer 2] en [man slachtoffer] waarbij de rechtbank het liquidatietarief kanton zal toepassen.

[slachtoffer 3]

Namens de benadeelde partij [slachtoffer 3] is een schadevergoeding van € 223,28 gevorderd voor feit 3 in de zaak met parketnummer 02/821575-15.

Verdachte wordt vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan.

De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.

[slachtoffer 4]

De benadeelde partij [slachtoffer 4] vordert een schadevergoeding van € 745,00 voor feit 4 in de zaak met parketnummer 02/821575-15.

Verdachte wordt vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan.

De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.

8 Het beslag

8.1

De teruggave

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen aan de rechthebbende.

8.2

De onttrekking aan het verkeer

De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. Gebleken is dat deze voorwerpen bij het onderzoek naar het tenlastegelegde feit in de zaak met parketnummer 02/820860-15 zijn aangetroffen, terwijl deze voorwerpen dienen tot de belemmering van de opsporing daarvan.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 24c, 27, 36b, 36d, 36f, 45, 57, 287, 288, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van de onder 3 en 4 tenlastegelegde feiten in de zaak met parketnummer 02/821575-15;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

in de zaak met parketnummer 02/820680-15

doodslag, gevolgd en/of vergezeld en/of voorafgegaan van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf straffeloosheid hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren;

in de zaak met parketnummer 02/821575-15

feit 1 primair: poging tot doodslag, gevolgd en vergezeld van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden en gemakkelijk te maken;

feit 2: diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 25 jaar;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

Beslag

- gelast de teruggave aan de rechthebbende van de voorwerpen die op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst zijn genummerd 1 en 3 tot en met 9;

- verklaart onttrokken aan het verkeer de op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst genoemde inbeslaggenomen voorwerpen, genummerd 2;

Benadeelde partij [naam nabestaande]

- veroordeelt verdachte in de zaak met parketnummer 02/820680-15 tot betaling aan de benadeelde partij [naam nabestaande] van € 13.238,31, te vermeerderen met de wettelijke rente, berekend vanaf 26 april 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil; (BP.06)

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [naam nabestaande] te betalen een bedrag van € 13.238,31, te vermeerderen met de wettelijke rente, berekend vanaf 26 april 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, bij niet betaling te vervangen door 101 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd; (BP.04)

Benadeelde partij [slachtoffer 2]

- veroordeelt verdachte in de zaak met parketnummer 02/832575-15 ten aanzien van feit 1 tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] een bedrag van € 14.833,15, waarvan

€ 9.833,15 ter zake van materiële schade en € 5.000,00 ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente, berekend vanaf 28 december 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;(BP.09)

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [slachtoffer 2] € 14.833,15 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente, berekend vanaf 28 december 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, bij niet betaling te vervangen door 109 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd; (BP.04)

Benadeelde partij [man slachtoffer]

- veroordeelt verdachte in de zaak met parketnummer 02/832575-15 ten aanzien van feit 1 tot betaling aan de benadeelde partij [man slachtoffer] een bedrag van € 3.493,49, waarvan € 993,49 ter zake van materiële schade en € 2.500,00 ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente, berekend vanaf 28 december 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;(BP.09)

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer [man slachtoffer] € 3.493,49 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente, berekend vanaf 28 december 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, bij niet betaling te vervangen door 44 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd; (BP.04)

- veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partijen [slachtoffer 2] en [man slachtoffer] ter zake van rechtsbijstand hebben gemaakt, te weten € 600,00;

Benadeelde partij [slachtoffer 3]

- verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot op heden begroot op nihil; (BP.15)

Benadeelde partij [slachtoffer 4]

- verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot op heden begroot op nihil; (BP.15)

Dit vonnis is gewezen door mr. Kouwenhoven, voorzitter, mr. Veldhuizen en mr.Felix, rechters, in tegenwoordigheid van Van den Goorbergh, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 1 november 2016.

1Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt -tenzij anders vermeld- bedoeld het eindproces-verbaal met dossiernummer 20TGO15006 (TGO Spenge) van de regiopolitie Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 2936 (hierna te noemen proces-verbaal 1) of van het eindproces-verbaal met dossiernummer BHV2015106074 van de politie Zeeland-West-Brabant, Team Forensische Opsporing (TGO Spenge), opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 505 (hierna te noemen proces-verbaal 2) of van het eindproces-verbaal met dossiernummer 2015334991 van de politie Zeeland-West-Brabant (TGO Papeda), opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 376 (hierna te noemen proces-verbaal 3) of van het eindproces-verbaal met dossiernummer BVH2015334991 van de politie Zeeland-West-Brabant, Team Forensische Opsporing (TGO Papeda), opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 150 (hierna te noemen proces-verbaal 4) Het proces-verbaal van uitwerking melding anonieme melder, pagina 207 van voornoemd eind-proces-verbaal 1.

2 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 210 van voornoemd eindproces-verbaal 1.

3 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 225 van voornoemd eindproces-verbaal 1.

4 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 232 van voornoemd eindproces-verbaal 1.

5 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 226 van voornoemd eindproces-verbaal 1.

6 Het deskundigenverslag van het Nederlands Forensisch Instituut (sectieverslag), pagina 218 van voornoemd eindproces-verbaal 2.

7 Het proces-verbaal onderzoek woning slachtoffer, pagina 51 van voornoemd eindproces-verbaal 2.

8 Het geschrift, inhoudende een aanvraag extern forensisch onderzoek, pagina 188 van voornoemd eindproces-verbaal 2.

9 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 236 van voornoemd eindproces-verbaal 1.

10 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 158 van voornoemd eindproces-verbaal 1.

11 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] , pagina 1130 van voornoemd eindproces-verbaal 1.

12 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 468 van voornoemd eindproces-verbaal 1.

13 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1503 van voornoemd eindproces-verbaal 1.

14 Het deskundigenrapport, te weten een rapport van The Maastricht Forensic Institute, pagina 811 van voornoemd eindproces-verbaal 1.

15 Het proces-verbaal kledingonderzoek, pagina 133 van voornoemd eindproces-verbaal 2.

16 Het proces-verbaal luminolonderzoek, pagina 135 van voornoemd eindproces-verbaal 2.

17 Het deskundigenrapport, te weten een rapport van TMFI, pagina 818 van voornoemd eindproces-verbaal 1.

18 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1085 van voornoemd eindproces-verbaal 1.

19 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 560 van voornoemd eindproces-verbaal 1.

20 Het geschrift, inhoudende een rapport analyse historische printgegevens, pagina 351 van voornoemd eindproces-verbaal 1.

21 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 7] , pagina 1498 van voornoemd eindproces-verbaal 1.

22 Het proces-verbaal van verhoor verdachte, pagina 155 van voornoemd eindproces-verbaal 1.

23 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 8] , pagina 54 van voornoemd eindproces-verbaal 3.

24 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 40 van voornoemd eindproces-verbaal 3.

25 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 43 van voornoemd eindproces-verbaal 3.

26 Het geschrift, inhoudende een medische verklaring, pagina 150 van voornoemd eindproces-verbaal 3.

27 Het geschrift, inhoudende een rapportage letselschade GGD, pagina 41 van voornoemd eindproces-verbaal 4.

28 Het proces-verbaal van verhoor aangeefster [man slachtoffer] , pagina 47 van voornoemd eindproces-verbaal 3.

29 Het geschrift, inhoudende een goederenbijlage, pagina 53D van voornoemd eindproces-verbaal 3.

30 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , pagina 58 van voornoemd eindproces-verbaal 3.

31 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , pagina 172 van voornoemd eindproces-verbaal 3.

32 Het geschrift, inhoudende een overzicht van de ABN-AMRO, pagina 166 van voornoemd eindproces-verbaal 3.

33 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 100 van voornoemd eindproces-verbaal 3.

34 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 111 van voornoemd eindproces-verbaal 3.

35 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 234 van voornoemd eindproces-verbaal 3.

36 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 120 van voornoemd eindproces-verbaal 3.

37 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 299 van voornoemd eindproces-verbaal 3.

38 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 247 van voornoemd eindproces-verbaal 3.

39 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 252 van voornoemd eindproces-verbaal 3.

40 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 256 van voornoemd eindproces-verbaal 3.

41 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 167 van voornoemd eindproces-verbaal 3.

42 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 111 van voornoemd eindproces-verbaal 3.

43 Het proces-verbaal van onderzoek naar zichtbaar bloed, pagina 23 van voornoemd eindproces-verbaal 4.

44 Het proces-verbaal forensisch onderzoek, pagina 5 van voornoemd eindproces-verbaal 4.

45 Het deskundigenrapport van het NFI, pagina 39 van voornoemd eindproces-verbaal 4.

46 Het proces-verbaal forensisch onderzoek, pagina 4 van voornoemd eindproces-verbaal 4.