Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2016:6739

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
19-10-2016
Datum publicatie
14-02-2017
Zaaknummer
4955641
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Levering diensten brandbeveiliging in pension. Niet de eigenaar van het pand is de opdrachtgever, maar de exploitant van het pension op grond van gebruik van handelsnaam en e-mailadres.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Kanton

Zittingsplaats: Middelburg

zaak/rolnr.: 4955641 / 16-1993

vonnis van de kantonrechter d.d. 19 oktober 2016

in de zaak van

de besloten vennootschap

Chubb Fire & Security B.V.

statutair gevestigd en kantoorhoudende te Amsterdam,

eisende partij,

verder te noemen: Chubb,

gemachtigde: Trust Krediet Beheer B.V.,

t e g e n :

[gedaagde] ,

handelende onder de naam [bedrijf gedaagde],

wonende en zaakdoende te [woonplaats] ,

gedaagde partij,

verder te noemen: [gedaagde] ,

in persoon.

het verloop van de procedure

De procedure is als volgt verlopen:

- dagvaarding van 22 maart 2016,

- schriftelijk antwoord en aanvullend schriftelijk antwoord,

- conclusie van repliek,

- schriftelijke toelichting.

de beoordeling van de zaak

1. Chubb vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde] te veroordelen om aan Chubb te betalen een bedrag van € 41,35 te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over € 150,04 vanaf 16 maart 2016 tot aan de dag der algehele voldoening en de proceskosten.

2. Chubb legt aan haar vordering ten grondslag dat zij in 2015 in opdracht en voor rekening van [gedaagde] diverse brandbeveiligingsdiensten heeft geleverd, dat zij [gedaagde] op 8 oktober 2015 daarvoor een factuur toezond ad € 150,04 inclusief BTW en dat [gedaagde] deze factuur onbetaald liet. Omdat betaling van de factuur ook na betalingsherinneringen achterwege bleef, heeft Chubb haar vordering uit handen gegeven aan een incassobureau. Pas na aanvang van de incassowerkzaamheden is op 28 december 2015 tot betaling van de hoofdsom overgegaan. Chubb stelt zich op het standpunt dat [gedaagde] de rente en incassokosten dient te betalen, nu pas na incassowerkzaamheden tot betaling is overgegaan.

3.1.

[gedaagde] heeft verweer gevoerd en gesteld dat zij nimmer een overeenkomst met Chubb is aangegaan.

3.2.

Bij schriftelijk antwoord heeft [gedaagde] een brief van [betrokkene] met bijlagen in het geding gebracht. Bij aanvullend antwoord voert zij aan dat zij de dagvaarding aan [betrokkene] ter hand heeft gesteld omdat niet [gedaagde] maar [betrokkene] een overeenkomst met Chubb heeft. [betrokkene] heeft vervolgens een reactie op de dagvaarding gegeven. In de uitleg van [betrokkene] kan [gedaagde] zich vinden.

3.3.

De verklaring van [betrokkene] komt er op neer dat [betrokkene] de overeenkomst met Chubb voor het perceel Kerkstraat 12-14 heeft gesloten. Hij is eigenaar van dit perceel. [gedaagde] heeft de bedrijfsvoering van [bedrijf gedaagde] . Voor het uitbaten van een Bed & Breakfast was een gebruiksvergunning en derhalve ook een brandmeldinstallatie verplicht. [betrokkene] faciliteert de voorzieningen zoals de brandmeldcentrale. Dit is bekend bij Chubb maar kennelijk niet bij haar incassogemachtigde

4. De kantonrechter overweegt het volgende.

Tussen partijen staat vast dat geen schriftelijke overeenkomst bestaat die de rechtsverhouding tussen partijen en/of tussen Chubb en [betrokkene] regelt. In de offerte, als bijlage gevoegd bij de brief van [betrokkene] , is als wederpartij van Chubb [bedrijf gedaagde] vermeld. Niet in geschil is dat de brandmeldcentrale is geplaatst in het pand van [bedrijf gedaagde] en dat de werkzaamheden van Chubb daar hebben plaatsgevonden.

De werkbon staat op naam van [bedrijf gedaagde] en de factuur van Chubb is eveneens toegezonden aan het pension. Daarnaast vindt
e-mailcorrespondentie plaats met het adres “ [e-mailadres] ”. De kantonrechter houdt het er dan ook voor dat [bedrijf gedaagde] de wederpartij van Chubb is en opdrachtgever van de werkzaamheden die door Chubb zijn verricht.

Voor zover daarbij [betrokkene] als contactpersoon fungeert en niet [gedaagde] en [betrokkene] ook een training heeft gevolgd, leidt dat niet tot een ander oordeel, evenmin als het feit dat de facturen in het verleden – en ook nu de factuur van 8 oktober 2015 – door [betrokkene] zouden zijn voldaan.

Nu voorts niet is betwist dat [bedrijf gedaagde] door [gedaagde] wordt gedreven, heeft Chubb terecht [gedaagde] in rechte betrokken.

5.
Omdat de vordering inclusief rente en buitengerechtelijke incassokosten verder inhoudelijk niet is betwist, zal deze worden toegewezen, met veroordeling van [gedaagde] in de kosten van de procedure.

de beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt [gedaagde] om aan Chubb te betalen een bedrag van € 41,35, vermeerderd met de wettelijke handelsrente over € 150,04 vanaf 16 maart 2016 tot aan de dag van de algehele voldoening;

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van Chubb tot op heden begroot op € 254,73, daarin begrepen een bedrag van € 60,00 aan salaris voor de gemachtigde van Chubb;

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Kool, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 oktober 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.