Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2016:6601

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
20-10-2016
Datum publicatie
24-10-2016
Zaaknummer
02/665748-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Seksueel binnendringen van het lichaam ex artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht is gedeeltelijk bewezen verklaard.

De rechtbank komt tot een beduidend lagere straf dan door de officier van justitie is geëist.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02/665748-15

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 20 oktober 2016

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op 2 [datum en plaats] ,

wonende te [adres] ,

raadsman mr. J.H.P.M. Verhagen, advocaat te Breda.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 6 oktober 2016, waarbij de officier van justitie, mr. Kerkhofs, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. Verdachte staat, met inachtneming hiervan, terecht terzake dat:

1.

hij op of omstreeks 17 augustus 2015 te Werkendam, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , immers heeft verdachte

- zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of

- zijn vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of

- aan de vagina van die [slachtoffer] gezogen/gelikt en/of

- aan de borst(en) van die [slachtoffer] gezogen/gelikt en/of

- getongzoend met die [slachtoffer]

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

- die [slachtoffer] bij haar arm(en) heeft vastgepakt en/of

- op die [slachtoffer] is gaan liggen en/of

- misbruik heeft gemaakt van het fysiek en/of psychisch overwicht en/of het uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiende overwicht van hem op Die [slachtoffer] en (aldus) voor haar een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

art 242 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 17 augustus 2015 te Werkendam, met [slachtoffer] (geboren [datum] ), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte

- zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of

- zijn vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of

- aan de vagina van die [slachtoffer] gezogen/gelikt en/of

- aan de borst(en) van die [slachtoffer] gezogen/gelikt en/of

- getongzoend met die [slachtoffer] ;

art 245 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op een of meer tijdstippen in omstreeks de periode van 1 april 2015 tot en met 16 augustus 2015 te Werkendam, met [slachtoffer] (geboren [datum] ), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van

zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte

- meermalen, althans eenmaal, de vagina van die [slachtoffer] betast en/of

- meermalen, althans eenmaal, zijn vinger(s) tussen de schaamlippen van die [slachtoffer] gebracht en/of

- meermalen, althans eenmaal, met die [slachtoffer] getongzoend en/of

- meermalen, althans eenmaal, in de billen van die [slachtoffer] geknepen;

art 245 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, indien het vorenstaande onder 2 primair niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstip(pen) in de periode van 1 april 2015 tot en met 16 augustus 2015 te Werkendam, met [slachtoffer] , geboren op [datum] , die de leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt, buiten echt,

een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, bestaande uit

- het meermalen, althans eenmaal, betasten van de vagina van die [slachtoffer] en/of

- het meermalen, althans eenmaal, zijn vinger(s) tussen de schaamlippen brengen van die [slachtoffer] en/of

- het meermalen, althans eenmaal (tong-)zoenen met die [slachtoffer] en/of

- het meermalen, althans eenmaal knijpen in de billen van die [slachtoffer] ;

art 247 Wetboek van Strafrecht.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte van het onder 1 primair ten laste gelegde feit dient te worden vrijgesproken. De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte feit 1 subsidiair en feit 2 primair heeft begaan. Zij baseert zich daarbij op het studioverhoor van het slachtoffer alsmede de verklaring van verdachte.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van hetgeen onder feit 1 als eerste gedachtestreepje ten laste is gelegd, aangezien niet bewezen kan worden dat verdachte deze handeling heeft verricht. Voorts heeft de verdediging aangevoerd dat geen sprake is geweest van geweld of bedreiging met geweld. Er is, zo wordt gesteld, niets tegen de zin van het slachtoffer gebeurd.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Feit 1

Aangezien verdachte ten aanzien van feit 1 primair een grotendeels bekennende verklaring heeft afgelegd bij de politie en deze bekentenis heeft herhaald ter zitting en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering en acht de rechtbank dat feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

- het studioverhoor met [slachtoffer] ;1

- de verklaring van verdachte.2

De rechtbank zal verdachte vrijspreken van de handeling zoals ten laste is gelegd onder het eerste gedachtestreepje (dat verdachte zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] heeft geduwd/gebracht).

Hoewel de verklaring van het slachtoffer mogelijk een aanwijzing geeft voor het plaatsvinden van genoemde handeling, is die aanwijzing niet zodanig sterk, dat op grond daarvan de rechtbank de overtuiging heeft gekregen dat op genoemde wijze sprake zou zijn geweest van seksueel binnendringen.

De rechtbank is – anders dan de officier van justitie – van oordeel dat er sprake is geweest van dwang die leidde tot het seksueel binnendringen (met de vinger) van het lichaam van het slachtoffer.

De dwang bestond naar het oordeel van de rechtbank uit het fysieke overwicht en het uit de feitelijke verhouding voortvloeiend overwicht van verdachte op het slachtoffer.

Verdachte was ten tijde van het ten laste gelegde 33 jaar oud, terwijl het slachtoffer 12 jaar oud was, een kind. Verdachte heeft het slachtoffer door het vertrouwen dat hij bij haar genoot als buurman in een situatie gebracht waarin zij in feite tegen haar wil ontuchtige handelingen heeft moeten dulden. Zo heeft [slachtoffer] verklaard dat verdachte op haar in bleef praten en verder ging met het verrichten van seksuele handelingen nadat zij hem had weggeduwd en nadat zij had gezegd “Ik wil dit niet meer. Ik wil nu echt naar beneden”. [slachtoffer] verklaarde op dat moment ook te huilen en te trillen. Onder de genoemde omstandigheden had verdachte een zodanig overwicht op het slachtoffer dat hij daardoor opzettelijk heeft veroorzaakt dat zij onder zijn psychische druk/dwang de seksuele handelingen tegen haar wil heeft ondergaan en daaraan geen weerstand kon bieden. Ten aanzien van de overige handelingen is de rechtbank met de officier van justitie en de verdediging van oordeel dat deze geen dwang opleveren. Naar het oordeel van de rechtbank passen zij in de wijze waarop [slachtoffer] en verdachte met elkaar omgingen of bij de handelingen die werden verricht.

De rechtbank acht het onder 1 primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

Feit 2

Aangezien verdachte ten aanzien van feit 2 primair een bekennende verklaring heeft afgelegd bij de politie en deze bekentenis heeft herhaald ter zitting en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal terzake dit deel worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering en acht de rechtbank dat feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

- het studioverhoor met [slachtoffer]3;

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 6 oktober 2016.4

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

hij op of omstreeks 17 augustus 2015 te Werkendam, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , immers heeft verdachte

- zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of

- zijn vinger(s) in de vagina van die [slachtoffer] geduwd/gebracht en/of

- aan de vagina van die [slachtoffer] gezogen/gelikt en/of

- aan de borst(en) van die [slachtoffer] gezogen/gelikt en/of

- getongzoend met die [slachtoffer]

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) hierin dat verdachte

- die [slachtoffer] bij haar arm(en) heeft vastgepakt en/of

- op die [slachtoffer] is gaan liggen en/of

- misbruik heeft gemaakt van het fysiek en/of psychisch overwicht en/of het uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiende overwicht van hem op Die [slachtoffer] en aldus voor haar een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

2.

hij op een of meer tijdstippen in omstreeks de periode van 1 april 2015 tot en met 16 augustus 2015 te Werkendam, met [slachtoffer] (geboren [datum] ), die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , hebbende verdachte

- meermalen, althans eenmaal, de vagina van die [slachtoffer] betast en/of

- meermalen, althans eenmaal, zijn vinger(s) tussen de schaamlippen van die [slachtoffer] gebracht en/of

- meermalen, althans eenmaal, met die [slachtoffer] getongzoend en/of

- meermalen, althans eenmaal, in de billen van die [slachtoffer] geknepen.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, ambulante behandeling bij het Dok of soortgelijke ambulante forensische zorg en een contactverbod.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt rekening te houden met het feit dat verdachte zich coöperatief heeft opgesteld bij het onderzoek en hij uitvoerig verklaringen heeft afgelegd, alsmede gelet op het feit dat hij de schuld op zich neemt en hij een blanco strafblad heeft. De raadsman acht – niet om herhaling te voorkomen, maar gelet op de ernst van het feit – een taakstraf de aangewezen straf. De raadsman betoogt dat er bij verdachte geen sprake is van pedoseksualiteit, maar het om een eenmalige uitglijder gaat. Indien de rechtbank desondanks van oordeel is dat ambulante behandeling noodzakelijk is, is verdachte bereid hieraan mee te werken.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan verkrachting van en het plegen van ontuchtige handelingen met zijn buurmeisje van 12 jaar oud. Het gaat om handelingen van seksuele aard die in strijd zijn met de sociaal ethische norm.

Uit de proceshouding van verdachte kan worden geconcludeerd dat hij weinig inzicht heeft in het leed dat hij het slachtoffer heeft aangedaan en hij onvoldoende de ernst inziet van zijn gedrag. Verdachte legt een groot gedeelte van de verantwoordelijkheid voor de delicten bij het slachtoffer en stelt door haar te zijn verleid.

Verdachte heeft op ernstige wijze de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer geschonden. Hierdoor heeft verdachte een normale en gezonde seksuele ontwikkeling, waar ieder kind recht op heeft, doorkruist. Verdachte heeft misbruik gemaakt van de vertrouwensrelatie die tussen hem en slachtoffer bestond en van het op leeftijdsverschil gebaseerde overwicht. Bij het plegen van de ontuchtige handelingen heeft

Verdachte vooral oog gehad voor zijn eigen behoeftebevrediging en niet stilgestaan bij de (psychische) gevolgen voor het slachtoffer. Het is een feit van algemene bekendheid dat dit vaak langdurige en ernstige schade kan toebrengen aan de geestelijke gezondheid van het slachtoffer. Ook in dit geval heeft het slachtoffer hulp gezocht bij een psycholoog en staat zij op dit moment, bijna anderhalf jaar na de gepleegde strafbare feiten, nog onder behandeling.

Bij de op te leggen straf heeft de rechtbank acht geslagen op het rapport van de Reclassering Nederland van 9 februari 2016. De reclassering vindt het noodzakelijk dat verdachte in een verplicht kader een behandeling volgt, waarbij hij leert om sociale contacten op waarde te schatten en grenzen van anderen te accepteren. De reclassering adviseert de oplegging van een (gedeeltelijk) voorwaardelijke gevangenisstraf met daaraan gekoppeld een meldplicht, behandelverplichting en een contactverbod. De rechtbank onderschrijft het advies van de reclassering.

Verdachte is niet eerder voor soortgelijke feiten veroordeeld, hetgeen de rechtbank bij de bepaling van de strafmaat in het voordeel van verdachte heeft betrokken.

Alles afwegende komt de rechtbank tot het oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 20 maanden, waarvan 5 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar, passend en geboden is. Niet alleen dient deze voorwaardelijke straf er toe om te voorkomen dat verdachte in de toekomst opnieuw dergelijke feiten pleegt, maar ook worden hieraan bijzondere voorwaarden gekoppeld om verdachte de noodzakelijke en adequate hulpverlening te kunnen aanbieden. Conform het advies van de reclassering zal de rechtbank als bijzondere voorwaarden bij de voorwaardelijke straf opleggen een meldplicht bij de reclassering, alsmede een ambulante behandeling bij het Dok of soortgelijke ambulante forensische zorg, alsmede een contactverbod met het slachtoffer.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 57, 242, 245 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: Verkrachting;

feit 2: Met iemand, die de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren heeft bereikt, buiten echt, ontuchtige handelingen plegen die bestaan uit of mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 20 maanden;

- bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf groot 5 maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd van twee jaren na te melden voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarden:

* dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

* dat verdachte medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, de medewerking van huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat verdachte zich uiterlijk binnen 3 dagen na het onherroepelijk worden van het vonnis zal melden bij Reclassering Nederland op het adres: Langendijk 34, 4819 EW te Breda en zich daarna gedurende een door de reclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) zal blijven melden, zo lang en zo frequent als de reclassering noodzakelijk acht;

* dat verdachte zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen bij het Dok te Breda, of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

* dat verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met het slachtoffer [slachtoffer] , zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;

- geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. Kooijman, voorzitter, mr. Felix en mr. Smits, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Van den Hurk-Van der Zanden, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 20 oktober 2016.

Mr. Smits is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt -tenzij anders vermeld- bedoeld het eindproces-verbaal met dossiernummer BVH 2015214500 van de regionale eenheid politie Zeeland-West-Brabant,, unit Zeden Breda opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 143. Proces-verbaal van studioverhoor [initialen] [slachtoffer] d.d. 3 september 2015 met verbatim transcriptie, p. 19-60.

2 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting 6 oktober 2016.

3 Proces-verbaal van studioverhoor [initialen] [slachtoffer] d.d. 3 september 2015 met verbatim transcriptie, p. 19-60.

4 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting 6 oktober 2016.