Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2016:6317

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
10-10-2016
Datum publicatie
11-10-2016
Zaaknummer
02/688135-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

trefwoorden: dodelijk ongeval met vrachtwagen, twee dodelijke slachtoffers, artikel 6 wegenverkeerswet 1994, in aanzienlijke mate onvoorzichtig en onachtzaam

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2016-0382

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Middelburg

parketnummer: 02/688135-15

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 10 oktober 2016

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [datum en plaats]

wonende te [adres] ,

raadsvrouw mr. C.E. Koopmans, advocaat te Oud-Beijerland.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 26 september 2016, waarbij de officier van justitie mr. G.V. van der Hofstede en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

Verdachte staat terecht, terzake dat:

hij, op of omstreeks 30 september 2015, in de gemeente Terneuzen, als

verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (trekker met

oplegger, MAN), daarmede rijdende over de weg, de Rijksweg N-62 (de

Westerscheldetunnelweg),

zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval

heeft plaatsgevonden door in hoge, althans aanzienlijke mate onvoorzichtig

en/of onachtzaam en/of onnadenkend en/of ondeskundig,

met dat motorrijtuig rijdend en naderend een, eveneens op de rijbaan van die

weg, in dezelfde rijrichting als hij, verdachte, langzaam rijdend, dan wel

stilstaand, motorrijtuig (personenauto, Citroen)

- niet, althans niet behoorlijk en/of bij voortduring, zijn, verdachte's

aandacht te richten en/of gericht te houden op het vóór hem, verdachte,

gelegen weggedeelte van die weg

en/of

- niet, althans niet behoorlijk en/of voldoende tijdig, het door hem,

verdachte, bestuurde motorrijtuig af te remmen en/of tot stilstand te brengen

en/of

- niet, althans niet behoorlijk en/of tijdig, met het door hem, verdachte,

bestuurde motorrijtuig uit te wijken,

in ieder geval

- geen, althans onvoldoende, maatregelen te treffen teneinde een

botsing/aanrijding te voorkomen met voormeld motorrijtuig (personenauto,

Citroen), welk motorrijtuig hij, verdachte, toen tot op zéér korte afstand was

genaderd,

(mede) tengevolge waarvan hij, verdachte, met het door hem, verdachte,

bestuurde motorrijtuig in botsing/aanrijding is gekomen met (de achterzijde

van) voormeld motorrijtuig (personenauto, Citroen,

waardoor beide inzittenden (genaamd: [slachtoffer] en [slachtoffer 2] ) van

dat motorrijtuig (personenauto, Citroen) werden gedood,

zijnde de terminologe in deze tenlastelegging, voor zover daaraan betekenis is

gegeven, gebezigd in de zin van de Wegenverkeerswet 1994;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij, op of omstreeks 30 september 2015, in de gemeente Terneuzen, als

bestuurder van een motorrijtuig (trekker met oplegger, MAN), daarmede rijdende

over de weg, de Rijksweg N-62 (de Westerscheldetunnelweg) en naderend een,

eveneens op de rijbaan van die weg, in dezelfde rijrichting als hij,

verdachte, langzaam rijdend, dan wel stilstaand, motorrijtuig (personenauto,

Citroen)

- niet, althans niet behoorlijk en/of bij voortduring, zijn, verdachte's

aandacht heeft gericht en/of gericht heeft gehouden op het vóór hem,

verdachte, gelegen weggedeelte van die weg

en/of

- niet, althans niet behoorlijk en/of voldoende tijdig, het door hem,

verdachte, bestuurde motorrijtuig heeft afgeremd en/of tot stilstand heeft

gebracht

en/of

- niet, althans niet behoorlijk en/of tijdig, met het door hem, verdachte,

bestuurde motorrijtuig is uitgeweken,

in ieder geval

- geen, althans onvoldoende, maatregelen heeft getroffen teneinde een

botsing/aanrijding te voorkomen met voormeld motorrijtuig (personenauto,

Citroen), welk motorrijtuig hij, verdachte, toen tot op zéér korte afstand was

genaderd,

waarna hij, verdachte, met het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig in

botsing/aanrijding is gekomen met (de achterzijde van) voormeld motorrijtuig

(personenauto, Citroen,

waarbij beide inzittenden (genaamd: [slachtoffer] en [slachtoffer 2] ) van

dat motorrijtuig (personenauto, Citroen) dodelijk letsel hebben bekomen,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,

althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,

althans kon worden gehinderd;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

tweede subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij, op of omstreeks 30 september 2015, in de gemeente Terneuzen, als

bestuurder van een motorvoertuig (trekker met oplegger, MAN), rijdende op de

voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Rijksweg N-62 (de

Westerscheldetunnelweg), zijn snelheid niet zodanig heeft geregeld dat hij in

staat was om zijn motorvoertuig tot stilstand te brengen binnen de afstand

waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was, immers is het door

hem verdachte, bestuurde motorvoertuig in aanrijding/botsing gekomen met een

zich vóór zijn, verdachte's, motorvoertuig op die weg bevindend motorvoertuig

(personenauto, Citroen), waarbij de inzittenden (genaamd: [slachtoffer] en

[slachtoffer 2] ) van dat motorvoertuig (personenauto, Citroen) dodelijk

letsel hebben bekomen).

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde, met dien verstande dat hij de mate van schuld van verdachte kenmerkt als aanzienlijk onvoorzichtig en onachtzaam. Hij baseert zich daarbij op de bewijsmiddelen in het dossier.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank op gronden die zij in haar pleitnota heeft aangevoerd niet tot een bewezenverklaring kan komen van de tenlastegelegde feiten.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

bewijsmiddelen

Op woensdag 30 september 2015 omstreeks 12.53 uur heeft op de N62 (Westerscheldetunnelweg), ter plaatse gelegen te Hoek, gemeente Terneuzen, een verkeersongeval plaatsgevonden.1 Bij dit ongeval zijn twee motorrijtuigen betrokken. De personenauto van het merk Citroen, met kenteken [kenteken] , werd bestuurd door de heer [slachtoffer] . Naast hem op de bijrijdersstoel zat zijn echtgenote mevrouw [slachtoffer 2] . De vrachtwagencombinatie, trekker met oplegger, van het merk MAN, met het Poolse kenteken [kenteken 2] werd bestuurd door verdachte.2

De heer [slachtoffer] en mevrouw [slachtoffer 2] zijn ten gevolge van dit ongeval overleden.3

Verdachte heeft verklaard dat hij vlak voor het ontstaan van het ongeval op de rechterrijstrook van de N62 richting Vlissingen reed. Voordat hij onder het viaduct door reed, keek hij zo’n twee seconden in zijn zijspiegels ter controle of de zeilen van zijn oplegger nog goed vast zaten. Toen hij zijn ogen weer op de weg richtte, zag hij ineens dat vanuit het niets een auto voor hem op de weg stil stond. Hij heeft uit een reflex gehandeld en op zijn rem getrapt, maar hij kon niet meer voorkomen dat hij tegen de auto aanreed.4

Er is een tweetal personen getuige geweest van het ongeval. Getuige [getuige] heeft verklaard dat hij de vrachtauto van verdachte wilde inhalen. Toen hij nog niet naast verdachte reed, zag hij ineens dat er een auto stil stond dan wel langzaam reed op de rechterrijstrook voor de vrachtauto. Hij schrok hiervan, omdat de vrachtauto heel snel dichter bij de auto kwam die voor hem stond of reed. Vervolgens zag hij dat de vrachtauto achterop de auto reed en deze meters mee sleurde naar voren. Hij heeft de vrachtauto geen uitwijkbewegingen zien maken.5 Getuige [getuige 2] reed achter de vrachtauto van verdachte. In een flits zag hij dat er voor de trekker/oplegger een kleine personenauto op de weg stil stond. De trekker/oplegger was op dat moment op een afstand van zo’n 100 meter van de personenauto. De trekker/ oplegger verminderde geen vaart. Vervolgens botste de trekker/oplegger op de personenauto. Getuige [getuige] kan zich niet herinneren dat hij de trekker/oplegger heeft zien remmen.6

Uit de verkeersongevallenanalyse blijkt dat het weer ten tijde van het ongeval helder, droog en zonnig was.7 Er is een onderzoek ingesteld naar het uitzicht voor verdachte vanuit de vrachtwagen. Hieruit bleek dat de personenauto met daarin de slachtoffers door de wegsituatie en de aanwezigheid van het viaduct, gezien met het blote oog vanaf een afstand van circa 350 meter en minder zichtbaar moet/kan zijn geweest.8 Uit het onderzoek is voorts gebleken dat er een groot snelheidsverschil tussen beide voertuigen moet zijn geweest. Niet kon worden vastgesteld of de bestuurder van de personenauto ter plaatse heeft stilgestaan of langzaam heeft gereden. Gezien de vastgestelde indeukschade, mogelijk ca. 78 km/u, zou dit wel een scenario kunnen zijn.9 Uit het onderzoek is verder gebleken dat het circa 40 meter heeft geduurd voordat de trekker met oplegger remsporen heeft afgetekend. Hieruit wordt afgeleid dat de trekker met oplegger vermoedelijk pas is gaan reageren vanaf het moment dat de aanrijding tegen de personenauto heeft plaatsgevonden.10 Gezien de brandschade aan beide voertuigen was het niet meer mogelijk eventuele gebreken vast te stellen die het ongeval veroorzaakt of mede veroorzaakt kunnen hebben.

bewijsoverwegingen

In het algemeen geldt dat voor een bewezenverklaring van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 moet worden vastgesteld dat verdachte zich zodanig heeft gedragen dat het aan zijn schuld te wijten is dat een verkeersongeval heeft plaatsgevonden met als gevolg dat iemand, in dit geval twee personen, zijn overleden. Het juridische begrip schuld in het kader van dit artikel houdt in dat voor strafbaarheid tenminste sprake moet zijn van een aanmerkelijke onvoorzichtigheid of onoplettendheid. Het komt hierbij aan op het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en ernst daarvan en de overige omstandigheden van het geval. Voorts is hierbij van belang dat de schuld van verdachte niet reeds mag worden afgeleid uit de ernst van de gevolgen van de verkeersovertreding.

De rechtbank stelt in dat kader vast dat verdachte op 30 september 2015 op de N62 ter hoogte van Hoek, gemeente Terneuzen, als bestuurder van een trekker met oplegger, merk Man, een verkeersongeval heeft veroorzaakt waardoor twee personen zijn overleden. Op het moment dat verdachte op de N62 reed was het zicht goed en het voertuig van de slachtoffers was volgens de verkeersongevallenanalyse te zien op een afstand van 350 meter. Dat het voertuig inderdaad op een redelijke afstand reeds te zien was, wordt bevestigd door de getuigen. Daarnaast blijkt uit de verkeersongevallenanalyse dat verdachte vermoedelijk pas is gaan reageren nadat hij de personenauto heeft geraakt. Verdachte heeft kennelijk zijn aandacht onvoldoende op de weg gericht waardoor hij niet heeft gezien dat er voor hem een personenauto langzaam reed dan wel stil stond op de weg. Hierdoor heeft hij niet op tijd geremd dan wel een uitwijkmanoeuvre gemaakt. Deze aspecten maken dat verdachte in aanzienlijke mate onvoorzichtig en onachtzaam aan het verkeer heeft deelgenomen, waardoor hij een ongeval heeft veroorzaakt waarbij een personenauto is geraakt en ten gevolge waarvan twee personen zijn overleden.

Van een beroepschauffeur als verdachte mag, rijdend in een zwaar en groot voertuig, extra voorzichtigheid en alertheid in het verkeer worden verwacht. Verdachte heeft echter niet met die vereiste voorzichtigheid en alertheid aan het verkeer deelgenomen. Op grond van het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de verdachte “aanmerkelijke schuld” heeft aan het ongeval in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994.

.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

op of omstreeks 30 september 2015, in de gemeente Terneuzen, als

verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (trekker met

oplegger, MAN), daarmede rijdende over de weg, de Rijksweg N-62 (de

Westerscheldetunnelweg),

zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval

heeft plaatsgevonden door in hoge, althans aanzienlijke mate onvoorzichtig

en/of onachtzaam en/of onnadenkend en/of ondeskundig,

met dat motorrijtuig rijdend en naderend een, eveneens op de rijbaan van die

weg, in dezelfde rijrichting als hij, verdachte, langzaam rijdend, dan wel

stilstaand, motorrijtuig (personenauto, Citroen)

- niet, althans niet behoorlijk en/of bij voortduring, zijn, verdachte's

aandacht te richten en/of gericht te houden op het vóór hem, verdachte,

gelegen weggedeelte van die weg

en/of

- niet, althans niet behoorlijk en/of voldoende tijdig, het door hem,

verdachte, bestuurde motorrijtuig af te remmen en/of tot stilstand te brengen

en/of

- niet, althans niet behoorlijk en/of tijdig, met het door hem, verdachte,

bestuurde motorrijtuig uit te wijken,

in ieder geval

- geen, althans onvoldoende, maatregelen te treffen teneinde een

botsing/aanrijding te voorkomen met voormeld motorrijtuig (personenauto,

Citroen), welk motorrijtuig hij, verdachte, toen tot op zéér korte afstand was

genaderd,

(mede) tengevolge waarvan hij, verdachte, met het door hem, verdachte,

bestuurde motorrijtuig in botsing/aanrijding is gekomen met (de achterzijde

van) voormeld motorrijtuig (personenauto, Citroen,

waardoor beide inzittenden (genaamd: [slachtoffer] en [slachtoffer 2] ) van

dat motorrijtuig (personenauto, Citroen) werden gedood,

zijnde de terminologie in deze tenlastelegging, voor zover daaraan betekenis is

gegeven, gebezigd in de zin van de Wegenverkeerswet 1994.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een werkstraf ter hoogte van 240 uren te vervangen door 120 dagen vervangende hechtenis en een ontzegging van de rijbevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van 18 maanden.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft verzocht verdachte vrij te spreken. Geheel subsidiair is door de raadsvrouw verzocht om een geheel voorwaardelijke straf op te leggen.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft als bestuurder van een vrachtwagen met oplegger door zijn aandacht niet voortdurend op de weg te houden een ongeval veroorzaakt ten gevolge waarvan een ouder echtpaar is komen te overlijden. De rechtbank rekent dit verdachte, een beroepschauffeur, zwaar aan. Uit de schriftelijke slachtofferverklaring die ter terechtzitting is voorgelezen blijkt hoezeer deze gebeurtenis heeft ingegrepen in het leven van - met name - mevrouw [naam dochter] , zijnde de dochter van het echtpaar.

Bij het bepalen van de op te leggen straf houdt de rechtbank rekening met het uittreksel Justitiële Documentatie van verdachte van 26 augustus 2016 waaruit blijkt dat hij - in ieder geval in Nederland - niet eerder veroordeeld is voor het plegen van strafbare feiten.

De rechtbank gaat voor de straftoemeting uit van de oriëntatiepunten straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht met betrekking tot overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994. Voor een zaak met een mate van schuld zoals in de onderhavige zaak is bewezenverklaard en met dodelijke afloop geldt als straforiëntatiepunt een werkstraf van 240 uren en een rijontzegging voor de duur van één jaar. De rechtbank houdt er verder rekening mee dat het gaat om twee in plaats van één slachtoffer.

Ook betrekt de rechtbank bij de straftoemeting de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals deze naar voren zijn gekomen tijdens de zitting. Door en namens verdachte is aangevoerd dat hij nog steeds zeer aangedaan is en dat hij door het ongeval psychologische hulp heeft gezocht in Polen. Daarnaast heeft verdachte, doordat hij zijn rijbewijs heeft moeten inleveren en doordat zijn vrachtwagen en aanhanger onherstelbaar beschadigd zijn geraakt, zijn bedrijf moeten sluiten. Hierdoor heeft hij geen inkomsten meer.

Alles afwegend komt de rechtbank tot het oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf voldoende recht doet aan de ernst van het feit en de persoon van verdachte.

7 De benadeelde partij

De benadeelde partij [naam dochter] vordert een schadevergoeding van

€ 21.745,53.

Ter zitting heeft de benadeelde partij naar voren gebracht dat het deel van de gevorderde schade dat ziet op onder meer de uitvaartkosten, reeds is vergoed.

De rechtbank overweegt dat nu voornoemde door de benadeelde partij gevorderde materiële schade reeds is vergoed, de vordering voor dit deel (€ 3.145,53) moet worden afgewezen.

De overige door de nabestaande van de slachtoffers, geleden schade (verlies arbeidsvermogen ad € 18.600,-) komt op grond van de wet niet voor vergoeding in aanraking. De rechtbank is derhalve van oordeel dat de vordering voor dat deel niet-ontvankelijk moet worden verklaard. De benadeelde partij kan haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22d, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175, 178, 179 en 188 van de Wegenverkeerswet 1994 zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 terwijl het een ongeval

betreft waardoor een ander wordt gedood, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 240 (tweehonderdveertig) uren;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 (honderdtwintig) dagen;

- veroordeelt verdachte tot een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen voor de duur van 18 (achttien) maanden;

- bepaalt dat de tijd dat verdachte zijn rijbewijs al heeft ingeleverd in mindering wordt gebracht op de rijontzegging;

Benadeelde partij

- bepaalt dat de vordering van de benadeelde partij [naam dochter] tot een bedrag van € 3.145,35 wordt afgewezen;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Borm, voorzitter, mr. K.M. de Jager en mr. I.M. Josten, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.E. Willeboordse, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 10 oktober 2016.

1 Het proces-verbaal verkeersongevallenanalyse van 2 december 2015, pagina 4 van 30, derde alinea.

2 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal wordt, tenzij anders vermeld, bedoeld een proces-verbaal opgemaakt in de wettelijke vorm door één of meer daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Wanneer wordt verwezen naar dossierpagina’s betreffen dit de doorgenummerde pagina’s van het dossier van de Politie Eenheid Zeeland-West-Brabant, Dienst regionale operationele samenwerking, Afdeling infrastructuur (ZB), Team verkeer (ZB), registratienummer PL2000-2015252875. Het proces-verbaal aanrijding misdrijf van 16 december 2015, pagina 8.

3 Het verslag betreffende een niet natuurlijke dood van [slachtoffer] en het verslag betreffende een niet natuurlijke dood van [slachtoffer 2] .

4 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 september 2016.

5 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] van 1 oktober 2015, pagina 30, tweede en vierde alinea.

6 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2] van 6 oktober 2015, pagina 32, eerste alinea.

7 Het proces-verbaal verkeersongevallenanalyse van 2 december 2015, pagina 7 van 30, zesde alinea.

8 Het proces-verbaal verkeersongevallenanalyse van 2 december 2015, pagina 24 van 30, laatste alinea.

9 Het proces-verbaal verkeersongevallenanalyse van 2 december 2015, pagina 28 van 30, eerste alinea.

10 Het proces-verbaal verkeersongevallenanalyse van 2 december 2015, pagina 26 van 30, tweede alinea.