Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2016:6260

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
05-10-2016
Datum publicatie
11-10-2016
Zaaknummer
AWB 15_8083
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Eiseres heeft een aanvraag om studiefinanciering ingediend in verband met het volgen van een éénjarige opleiding in het hoger onderwijs in het buitenland. In het advies van de Nuffic staat dat deze niet kan garanderen dat het eindniveau van deze opleiding vergelijkbaar is met dat van een Nederlandse Associate Degree, Bachelor- of Mastergraad, dit omdat het programma slechts één jaar duurt. DUO heeft zijn besluitvorming op het advies van de Nuffic mogen baseren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RSV 2016/198

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 15/8083 WSFBSF

uitspraak van 5 oktober 2016 van de meervoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiseres] te [woonplaats eiseres] , eiseres,

gemachtigde: mr. drs. J.P. Hundersmarck,

en

de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO), verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 5 november 2015 (bestreden besluit) van DUO inzake de afwijzing van haar aanvraag om studiefinanciering.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Breda op 24 augustus 2016. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. DUO heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.J.M. Naber.

Overwegingen

1. Op grond van de stukken en de behandeling ter zitting gaat de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Eiseres heeft op 30 juli 2015 een aanvraag om studiefinanciering ingediend in verband met het volgen van een opleiding in het hoger onderwijs in Canada per 20 maart 2016, voor de duur van een jaar. Het gaat daarbij om de studie [naam studie] aan [naam school Canada] .

Bij besluit van 17 september 2015 (primair besluit) heeft DUO de aanvraag van eiseres afgewezen.

Bij het bestreden besluit heeft DUO de bezwaren van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.

2. DUO stelt zich in het bestreden besluit, samengevat, op het volgende standpunt. Eiseres heeft recht op studiefinanciering voor haar opleiding in het buitenland, wanneer er in Nederland voor een vergelijkbaar soort opleiding studiefinanciering wordt verstrekt. DUO heeft hierover advies gevraagd aan de Nuffic . Uit het advies van de Nuffic blijkt dat de opleiding niet kan worden vergeleken met een opleiding binnen Nederland. Eiseres volgt een éénjarige opleiding. In Nederland bestaan er geen éénjarige opleidingen binnen het hoger beroepsonderwijs. De opleiding in Canada kan daarom niet worden vergeleken met een Nederlands equivalent. Hierdoor komt eiseres niet in aanmerking voor studiefinanciering.

3. Eiseres voert in beroep, samengevat, het volgende aan. Het Nuffic-advies is onvolledig. Ook is niet inzichtelijk gemaakt op basis van welke criteria de Nuffic tot haar advies is gekomen. [naam school Canada] is gelieerd aan twee universiteiten in [land universiteit] en eiseres kan haar studie aan één van die universiteiten voortzetten, met als perspectief het behalen van een mastergraad. De Nuffic is hieraan voorbij gegaan. DUO heeft zich dan ook niet op dit advies kunnen baseren.

4. Artikel 2.14, tweede lid, van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000) luidt als volgt:

In aanmerking voor studiefinanciering komt een student die:

a. is ingeschreven voor het volgen van onderwijs aan een opleiding buiten Nederland, voorzover in Nederland voor een vergelijkbaar soort opleiding studiefinanciering wordt verstrekt, het niveau en de kwaliteit van de opleiding vergelijkbaar zijn met overeenkomstige opleidingen in de zin van de WHW en het afsluitend examen voor de opleiding vergelijkbaar is met een afsluitend examen voor overeenkomstige opleidingen in de zin van de WHW,

b. is ingeschreven voor het volgen van onderwijs aan een opleiding buiten Nederland die, onverminderd onderdeel a, overigens voldoet aan bij ministeriële regeling vastgestelde criteria, en

c. binnen de reikwijdte van artikel 45 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie valt, of daarmee gelijkgesteld is op grond van het recht van de Europese Unie, of ten minste 3 jaren van de 6 jaren voorafgaand aan diens inschrijving aan die opleiding in Nederland heeft gewoond en gedurende deze periode rechtmatig verblijf heeft gehad. De periode gedurende welke een student is ingeschreven aan een opleiding buiten Nederland als bedoeld onder a, telt niet mee voor de bepaling van de 6 jaren, bedoeld in de vorige volzin.

Op grond van artikel 2.14, derde lid, van de Wsf 2000 stelt Onze Minister vast of een opleiding buiten Nederland voldoet aan de criteria, bedoeld in het tweede lid. Onze Minister stelt voor de opleiding buiten Nederland de duur en de vorm van de studiefinanciering vast overeenkomstig de duur en de vorm waarin deze voor een vergelijkbare opleiding in Nederland wordt verstrekt.

5. Op grond van artikel 2.14 van de Wsf 2000 kan studiefinanciering worden toegekend voor een opleiding in het buitenland, wanneer in Nederland voor een vergelijkbaar soort opleiding studiefinanciering wordt verstrekt. Met ‘vergelijkbaar’ wordt bedoeld dat de opleiding in Nederland zou leiden tot een Associate Degree, Bachelor- of Mastergraad. Voor een Associate Degree moet het gaan om een programma binnen een bacheloropleiding, met een studielast van 120 punten (wat gelijk staat aan een studieduur van twee jaar).

6. De rechtbank stelt vast dat de aanvraag van eiseres betrekking heeft op de éénjarige [naam studie] DUO heeft zijn besluit terecht gebaseerd op deze aanvraag. Dat eiseres na deze éénjarige opleiding de opleiding [naam vervolgstudie] zou kunnen volgen en vervolgens verder zou kunnen studeren aan een universiteit waaraan [naam school Canada] is gelieerd, valt, wat daarvan ook zij, daarom buiten de omvang van het geschil.

7. Tussen partijen is niet in geschil dat de éénjarige [naam studie] op zichzelf geen toegang geeft tot een universitaire opleiding. Daarvoor dient immers ook de [naam vervolgstudie] te worden gevolgd.

In het advies van de Nuffic staat dat de Nuffic niet kan garanderen dat het eindniveau van de [naam studie] vergelijkbaar is met dat van een Nederlandse Associate Degree, Bachelor- of Mastergraad, dit omdat het programma slechts één jaar duurt.

Eiseres heeft onvoldoende aanknopingspunten naar voren gebracht voor twijfel aan de juistheid en volledigheid van het advies van Nuffic . Hetgeen eiseres heeft aangevoerd komt er – kort weergegeven – op neer dat de kwaliteit van het onderwijs hoog is. Dat doet echter niet af aan de inhoudelijke beoordeling van Nuffic , nu ook bij de door eiseres veronderstelde hoge kwaliteit van het onderwijs, nog altijd niet is gesteld of aannemelijk gemaakt dat het eindniveau van de éénjarige [naam studie] vergelijkbaar is met dat van een Nederlandse Associate Degree, Bachelor- of Mastergraad. Het advies is weliswaar summier, maar – gelet op de aanvraag van eiseres – voldoende duidelijk en inzichtelijk.

De [naam studie] duurt maar één jaar, terwijl voor een Associate Degree-programma twee jaar staat. De opleiding voor een Bachelor- of Mastergraad duurt langer. Hieruit volgt dat de [naam studie] niet vergelijkbaar is met een opleiding waarvoor in Nederland studiefinanciering wordt verstrekt.

DUO heeft zijn besluitvorming dan ook op het advies van de Nuffic mogen baseren.

Niet is gebleken dat eiseres voldoet aan de voorwaarden om op grond van artikel 2.14 van de Wsf 2000 voor studiefinanciering in aanmerking te kunnen komen. DUO heeft de aanvraag van eiseres dan ook terecht afgewezen. Gezien het voorgaande hoeft hetgeen eiseres voor het overige heeft aangevoerd geen bespreking.

8. Het beroep zal ongegrond worden verklaard. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. W. Toekoen, voorzitter, en mr. D. van Kralingen en mr. R.P. Broeders, leden, in aanwezigheid van E.C. Petrusma, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 oktober 2016.

griffier voorzitter

De griffier is buiten staat deze

uitspraak mede te ondertekenen.

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.