Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2016:5071

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
16-08-2016
Datum publicatie
07-12-2016
Zaaknummer
AWB - 16 _ 1238
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Belanghebbende laat de door hem verschuldigde motorrijtuigenbelasting al jaren door een tussenpersoon voldoen. Door problemen met diens computer en met internet-telebankieren is de betaling eenmalig te laat gedaan. Naar het oordeel van de rechtbank mocht belanghebbende erop vertrouwen dat betaling tijdig en op juiste wijze zou plaatsvinden. Er is sprake van afwezigheid van alle schuld aan de zijde van belanghebbende. De rechtbank vernietigt de verzuimboete.

Wetsverwijzingen
Algemene wet inzake rijksbelastingen 67c, geldigheid: 2015-01-01
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FutD 2016-3021
V-N Vandaag 2016/2731
V-N 2017/4.8
mr. J. Kastelein annotatie in NTFR 2017/284

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, enkelvoudige kamer

Locatie: Breda

Zaaknummer BRE 16/1238

uitspraak van 16 augustus 2016

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 27d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in het geding tussen

[belanghebbende] , wonende te [plaats Z],

belanghebbende,

en

de inspecteur van de Belastingdienst,

de inspecteur.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van de inspecteur van 7 maart 2016 op het bezwaar van belanghebbende tegen de aan hem met dagtekening 27 januari 2016 afgegeven boetebeschikking van € 158 ter zake van het niet tijdig voldoen van motorrijtuigenbelasting.

Zitting

Het onderzoek ter zitting is met toestemming van partijen achterwege gebleven.

1 Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep gegrond;

  • -

    vernietigt de uitspraak op bezwaar en de boetebeschikking;

  • -

    veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 496;

  • -

    gelast dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 46 aan hem vergoedt.

2 Gronden

2.1.

Tussen partijen is niet in geschil dat belanghebbende de door hem over het tijdvak 11 november 2015 tot en met 10 februari 2016 verschuldigde motorrijtuigenbelasting ter zake van de bestelauto met kenteken [kenteken] niet tijdig heeft voldaan.

2.2.

Belanghebbende bestrijdt niet dat sprake is van een zogenoemd tweede verzuim.

2.3.

Belanghebbende stelt dat hij de motorrijtuigenbelasting al jaren aan een tussenpersoon, te weten [A] te [plaats Z], betaalt en dat deze tussenpersoon de motorrijtuigenbelasting maandelijks door gebruikmaking van internet-telebankieren overmaakt. De betaling over het in 2.1 genoemde tijdvak is tussen wal en schip beland door problemen van de tussenpersoon met zijn computer en met internet-telebankieren.

2.4.

De rechtbank overweegt dat de boete is opgelegd in overeenstemming met de artikelen 6 en 15 van de Wet op de motorrijtuigenbelasting 1994 in samenhang met artikel 67c van de AWR. De boete is tevens opgelegd in overeenstemming met artikel 33 van het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst.

2.5.

Bij afwezigheid van alle schuld (hierna: avas) bij de belastingplichtige dient een boete achterwege te blijven. Daarvan is alleen sprake als belanghebbende geen enkel verwijt kan worden gemaakt. De bewijslast rust in dit opzicht op belanghebbende.

2.6.

De rechtbank overweegt dat met vrucht een beroep op avas kan worden gedaan indien belanghebbende stelt en bij betwisting aannemelijk maakt dat hij alle in de gegeven omstandigheden van hem in redelijkheid te vergen zorg heeft betracht om te bewerkstelligen dat het verschuldigde bedrag tijdig op de rekening van de belastingdienst zou zijn bijgeschreven (vergelijk: Hoge Raad 15 juni 2007, nr. 42687, ECLI:NL:HR:2007:BA7184, BNB 2007/251). Naar het oordeel van de rechtbank mocht belanghebbende, gezien de langlopende afspraak met de tussenpersoon – waarvan het bestaan niet door de inspecteur is bestreden – erop vertrouwen dat betaling van de verschuldigde motorrijtuigenbelasting tijdig en op juiste wijze zou plaatsvinden.

2.7.

Gelet op het vorenstaande is het beroep gegrond verklaard.

2.8.

De rechtbank vindt aanleiding de inspecteur te veroordelen in de kosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: het Besluit) voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 496 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 496 en een wegingsfactor 1). Voor vergoeding van kosten van de bezwaarfase acht de rechtbank geen termen aanwezig, nu gesteld noch gebleken is dat belanghebbende om vergoeding van deze kosten heeft verzocht voordat uitspraak op bezwaar is gedaan, zoals op grond van artikel 7:15, derde lid, van de Awb is vereist.

Deze uitspraak is gedaan op 16 augustus 2016 door mr. M.R.T. Pauwels, rechter, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. I. van Wijk, griffier.

De griffier, De rechter,

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Aan deze uitspraak hoeft eerst uitvoering te worden gegeven als de uitspraak onherroepelijk is geworden. De uitspraak is onherroepelijk als niet binnen zes weken na verzending van de uitspraak een rechtsmiddel is aangewend of onherroepelijk op het aangewende rechtsmiddel is beslist (artikel 27h, derde lid en artikel 28, zevende lid AWR).

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583,

5201 CZ ’s-Hertogenbosch.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.

Voor burgers is het mogelijk hoger beroep digitaal in te stellen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de formulieren op Rechtspraak.nl / Digitaal loket bestuursrecht.