Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2016:4713

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
22-06-2016
Datum publicatie
01-08-2016
Zaaknummer
4804850
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Bemiddeling huur woonruimte. Bemiddelaar treedt op voor huurder en verhuurder. Huurder is geen loon verschuldigd aan bemiddelaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Kanton

Zittingsplaats: Middelburg

zaak/rolnr.: 4804850 / 16-780

vonnis van de kantonrechter d.d. 22 juni 2016

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te Vlissingen,

eisende partij,

verder te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: Stichting Rechtsbijstand ZLM,

t e g e n :

1.de vennootschap onder firma

Creative Design V.O.F.,

voorheen tevens handelend onder de naam

Housing XL Zeeland,

gevestigd te Hulst,

2. [gedaagde 2],

vennoot van gedaagde sub 1,

wonende te Hulst,

3.de besloten vennootschap

[gedaagde 3] ,

vennoot van gedaagde sub 1,

gevestigd te Hulst,

gedaagde partij,

verder samen te noemen in vrouwelijk enkelvoud: Housing XL Zeeland,

verschenen bij: [gedaagde 2]

het verloop van de procedure

De procedure is als volgt verlopen:

- dagvaarding van 2 februari 2016,

- schriftelijk antwoord en aanvullend mondeling antwoord,

- conclusie van repliek, tevens akte tot wijziging van eis,

- schriftelijke toelichting.

de beoordeling van de zaak

1. Housing XL Zeeland is een huur- en verhuurmakelaar. [eiser] heeft op 4 juni 2014 contact opgenomen met Housing XL Zeeland en heeft - kort gezegd - medegedeeld dat hij de woning gelegen aan het [woonplaats] wenste te huren vanaf 21 juli 2014. Housing XL Zeeland heeft [eiser] hierop een inschrijfformulier doen toekomen en heeft verzocht dit inschrijfformulier zo volledig mogelijk ingevuld per e-mail te retourneren. Daarbij heeft zij opgemerkt dat de inschrijving geheel gratis en vrijblijvend is.

2. [eiser] heeft het toegezonden inschrijfformulier vervolgens ingevuld en ondertekend retour gezonden. Op het inschrijfformulier staat, voor zover van belang, het navolgende vermeld:

“14) Hierbij verklaart u op de hoogte te zijn van de financiele afwikkeling die het aanvaarden van een huurwoning via HousingXL Zeeland mogelijk maken. (Zie voorblad) In dit geval: 1ste termijn huur (€ 650) vooraf, borg (€ 650) vooraf en € 650 courtage voor HousingXL.”

3. In juni 2014 is via Housing XL Zeeland een huurovereenkomst tot stand gekomen tussen [eiser] en [betrokkene] en [betrokkene] met betrekking tot de woning gelegen aan het [woonplaats] . Gelijktijdig met de huurovereenkomst heeft Housing XL Zeeland [eiser] een factuur doen toekomen. Housing XL Zeeland heeft hierbij (onder meer) een bedrag van € 786,50 inclusief BTW bij [eiser] in rekening gebracht. Op de factuur is voor dit bedrag de volgende omschrijving opgenomen: “Bemiddelingscourtage”. [eiser] heeft dit bedrag aan Housing XL Zeeland voldaan.

4. Bij brief van 23 november 2015 is namens [eiser] de nietigheid ingeroepen van het beding waaruit volgt dat [eiser] bemiddelingskosten moet betalen. Namens [eiser] is tevens verzocht de betaalde bemiddelingskosten terug te betalen. Housing XL Zeeland heeft bij e-mails van 21 en 22 januari 2016 laten weten niet tot betaling over te gaan.

5. [eiser] vordert thans, na wijziging van eis, de hoofdelijke veroordeling van Housing XL Zeeland tot betaling van een bedrag van € 786,50, vermeerderd met de buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 117,98 en de wettelijke rente over het bedrag van € 786,50 vanaf 15 december 2015. Verder vordert [eiser] , kort gezegd, de hoofdelijke veroordeling van Housing XL Zeeland in de proceskosten, vermeerderd met de nakosten en de wettelijke rente daarover indien een en ander niet binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis is voldaan.

6. Ter onderbouwing van zijn vordering stelt [eiser] dat Housing XL Zeeland de bemiddelingscourtage dient terug te betalen omdat hij deze ten onrechte heeft voldaan. Hij stelt daartoe dat Housing XL Zeeland zowel als lasthebber voor de huurder als voor de verhuurder heeft opgetreden en dat bij brief van 23 november 2015 de nietigheid is ingeroepen van het beding waaruit volgt dat hij bemiddelingskosten verschuldigd is.

7. Housing XL Zeeland voert verweer tegen de vordering. Dit verweer komt – voor zover van belang – hierna aan de orde.

8. De kantonrechter overweegt als volgt.

8.1.

Tussen partijen staat vast dat Housing XL Zeeland diverse woonruimten te huur aanbiedt en dat [eiser] belangstelling had voor één bepaalde woning daarvan. Hij was vervolgens aangewezen op het invullen van het inschrijvingsformulier om in aanmerking te kunnen komen voor (een bezichtiging van) de betreffende woning. Zonder inschrijving zou hij zich immers niet als gegadigde kunnen aanmelden voor de betreffende woning. [eiser] heeft zich derhalve ingeschreven en daarmee is een bemiddelingsovereenkomst tussen hem en Housing XL Zeeland tot stand gekomen. Dat Housing XL Zeeland ten onrechte is gedagvaard en [eiser] in plaats daarvan Housing XL Nederland had moeten dagvaarden, volgt de kantonrechter niet. [eiser] is immers een overeenkomst aangegaan met Housing XL Zeeland en niet met Housing XL Nederland.

8.2.

[eiser] stelt dat de bemiddelingsovereenkomst nietig is wegens strijd met het verbod om bij bemiddeling voor woonruimte twee heren te dienen. Bij de beoordeling hiervan is het arrest dat de Hoge Raad dat op 16 oktober 2015 heeft gewezen (ECLI:NL:HR:2015:3099) van belang. De Hoge Raad heeft op prejudiciële vragen geantwoord:

  1. in beginsel heeft een overeenkomst tussen de verhuurder en de bemiddelaar waarbij de verhuurder het recht verkrijgt om niet woonruimte te huur aan te bieden op een website van de bemiddelaar te gelden als een bemiddelingsovereenkomst, waarop via artikel 7:427 BW artikel 7:417 lid 4 BW van toepassing is;

  2. het maakt geen verschil of de verhuurder de bemiddelaar benadert of omgekeerd;

  3. het voorgaande is alleen anders wanneer de bemiddelaar stelt en zo nodig bewijst dat de website alleen als elektronisch prikbord fungeert, dat wil zeggen dat de beheerder daarvan niet de aspirant-verhuurder en –huurder van elkaar afschermt en het hun dus niet onmogelijk maakt met elkaar in contact te treden om over de totstandkoming van de huurovereenkomst te onderhandelen;

  4. voor beantwoording van vraag a maakt het dus verschil of de bemiddelaar in de advertentie van de woonruimte vermeldt dat de potentiële huurder contact dient op te nemen met de verhuurder, mits diens contactgegevens in de advertentie zijn vermeld.

8.3.

Gelet op deze beslissing van de Hoge Raad moet naar het oordeel van de kantonrechter worden aangenomen dat tussen de verhuurder en Housing XL Zeeland een bemiddelings-overeenkomst tot stand is gekomen aangezien Housing XL Zeeland het recht heeft verkregen om de woning van de verhuurder te huur aan te bieden op zijn website en zij bovendien heeft gesteld dat de verhuurder er zelf voor gekozen heeft om de verhuur via Housing XL Zeeland te laten verlopen. Dat het recht om de woonruimte te huur aan te bieden, zoals Housing XL Zeeland stelt, om niet is verkregen, doet hieraan niets af.

8.4.

Hiermee staat naar het oordeel van de kantonrechter vast dat Housing XL Zeeland zowel met de verhuurder als met [eiser] een bemiddelingsovereenkomst heeft gesloten. Verder staat vast dat [eiser] geen professionele partij is, maar een particulier die een woning zocht. Op grond van artikel 7:417 lid 4 BW heeft de bemiddelaar in dat geval geen recht op loon jegens de huurder, een bepaling die van dwingend recht is.

8.5.

Voor zover Housing XL Zeeland zich op het standpunt stelt dat hij [eiser] en de verhuurder niet van elkaar heeft afgeschermd en het hen dus niet onmogelijk heeft gemaakt om met elkaar in contract te treden om rechtstreeks over de totstandkoming van de huurovereenkomst te onderhandelen, volgt de kantonrechter dat standpunt niet. Tussen partijen staat vast dat de contactgegevens van de verhuurder niet op de website stonden vermeld. Ook staat vast dat kandidaat-huurders die hun belangstelling voor een woning laten blijken, eerst een inschrijfformulier moeten invullen, zodat zij gescreend kunnen worden voordat zij in aanmerking kunnen komen om te worden voorgedragen als huurder van de betreffende woning. Daarmee fungeert de website van Housing XL Zeeland niet als het door de Hoge Raad bedoelde elektronische prikbord. De kandidaat-huurder wordt als gevolg van de hierboven geschetste werkwijze immers wel degelijk afgeschermd van de verhuurder.

8.6.

Gelet op het bovenstaande is de kantonrechter van oordeel dat [eiser] de vergoeding voor het bemiddelen onverschuldigd heeft betaald. De gevorderde hoofdsom zal derhalve worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente daarover zal eveneens worden toegewezen en wel vanaf 15 december 2015.

8.7.

Ten aanzien van de gevorderde buitengerechtelijke incassokosten overweegt de kantonrechter dat [eiser] voldoende heeft gesteld en onderbouwd dat er buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten komt overeen met het in het Besluit bepaalde tarief en zal derhalve eveneens worden toegewezen.

9. Housing XL Zeeland dient als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten te worden veroordeeld. Tot de proceskosten worden niet gerekend de zogenaamde nakosten. Artikel 237 lid 4 Wetboek van burgerlijke rechtsvordering kent een afzonderlijke procedure voor begroting van na de uitspraak ontstane kosten. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de vijftiende dag na vandaag omdat Housing XL Zeeland een redelijke termijn van veertien dagen na vandaag wordt gegund voor de voldoening van de proceskosten.

de beslissing

De kantonrechter:

veroordeelt de gedaagden hoofdelijk - dat wil zeggen: ieder voor het gehele bedrag, waarbij als de een betaalt ook de ander daardoor zal zijn bevrijd - om tegen bewijs van kwijting aan [eiser] te betalen een bedrag van € 904,48 vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 786,50 vanaf 15 december 2015 tot de dag der voldoening;

veroordeelt de gedaagden hoofdelijk - dat wil zeggen: ieder voor het gehele bedrag, waarbij als de een betaalt ook de ander daardoor zal zijn bevrijd - in de kosten van het geding welke aan de zijde van [eiser] tot op heden worden begroot op 530,60 waaronder begrepen een bedrag van € 200,-- wegens salaris van de gemachtigde van [eiser] vermeerderd met de wettelijke rente over het bedrag van deze proceskosten vanaf de vijftiende dag na vandaag tot de dag der voldoening;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.

Dit vonnis is gewezen door mr. C. Kool, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 22 juni 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.

idm