Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2016:4629

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
11-03-2016
Datum publicatie
26-07-2016
Zaaknummer
02/665521-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte is achterop de auto van de slachtoffers gereden die stilstond voor een openstaande brug, waardoor blijvend letsel bij de slachtoffers is veroorzaakt waaronder een dwarslaesie en het verlies van een ongeboren kind. Het rijgedrag van verdachte wordt aangemerkt als aanmerkelijk onvoorzichtig en onachtzaam.

Verdachte heeft blijk gegeven van de ernst van het veroorzaakte leed bij de slachtoffers en onderhoudt tot op heden contact met hen. Hoewel de gevolgen van het ongeval zwaar zijn voor de slachtoffers, verwijten zij verdachte niets en vragen zelfs om hem geen straf op te leggen. Mocht hij een taakstraf opgelegd krijgen dan zouden zij graag zien dat verdachte deze bij hen thuis zou mogen uitvoeren.

Aan verdachte wordt opgelegd een taakstraf voor de duur van 120 uur te vervangen door 60 dagen hechtenis waarbij de suggestie om de taakstraf thuis bij de slachtoffers te verrichten wordt ondersteund. Daarnaast wordt aan verdachte opgelegd een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2016-0241
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02/665521-15

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 11 maart 2016

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [datum en plaats]

wonende te [adres]

raadsvrouw mr. Koers, advocaat te Leusden.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 26 februari 2016 waarbij de officier van justitie mr. Verheijen en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

Verdachte staat terecht, ter zake dat:

hij, op of omstreeks 09 maart 2014, te Willemstad, in de gemeente Moerdijk,

als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig

(personenauto, BMW), daarmede rijdende over de weg, de Rijksweg A-29 en

naderend een, in die weg gelegen, geopende, althans deels geopende, beweegbare

brug (ter hoogte van de Volkeraksluizen), voor welke voornoemde brug meerdere

motorrijtuigen op die weg stilstonden,

zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval

heeft plaatsgevonden door in hoge, althans aanzienlijke mate onvoorzichtig

en/of onachtzaam en/of onnadenkend en/of ondeskundig,

met dat motorrijtuig rijdend en naderend voornoemde, meerdere, op die weg

stilstaande motorrijtuigen

- voormelde, stilstaande, motorrijtuigen en/of genoemde brug te gaan en/of te

blijven naderen met een snelheid van ongeveer 113 kilometer per uur, althans

met een hogere snelheid dan de toen daar toegestane maximumsnelheid van 100

kilometer per uur

en/of

- geen, althans niet voldoende, bij voortduring, zijn, verdachte's, aandacht

te richten en/of gericht te houden, op het vóór hem, verdachte, gelegen

weggedeelte van die weg

en/of

- geen, althans niet voldoende, aandacht te schenken en/of geen gevolg te

geven aan, op een afstand van 900 meter (vóór voormelde brug) aldaar

geplaatst, in zijn, verdachte's, richting gekeerd, zogeheten

"voorwaarschuwingssein", met daaronder een verkeersbord van het model J-15

(van de Bijlage I van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990),

aanduidende "beweegbare brug"

en/of

- geen, althans niet voldoende, aandacht te schenken en/of geen gevolg te

geven aan, op een afstand van 300 meter (vóór voormelde brug) aldaar

geplaatst, in zijn, verdachte's, richting gekeerd, zogeheten

"voorwaarschuwingssein", met daaronder een verkeersbord van het model J-15

(van de Bijlage I van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990),

aanduidende "beweegbare brug", welk bord tevens was voorzien van een

onderbord, met als tekst: "slagbomen dalen automatisch"

en/of

- geen, althans niet voldoende, aandacht te schenken en/of gevolg te geven aan

drie, op een afstand van respectievelijk 1500, 1200 en 200 meter, gezien de

rijrichting, in de rechterberm van die weg, vóór voormelde brug, geplaatste,

(in werking zijnde, goed zichtbare), zogeheten "tekstkarren", welke

"tekstkarren" an de achterzijde waren voorzien van een afbeelding van een

geopende brug, alsmede van de tekst: "Let op! Brugopening"

en/of

- niet, althans niet tijdig en/of behoorlijk en/of voldoende, het door hem,

verdachte, bestuurde motorrijtuig af te remmen en/of (geheel) tot stilstand te

brengen

en/of

- niet, althans niet tijdig en/of behoorlijk en/of voldoende, met het door

hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig (naar een veilige plaats op of aan die

weg) uit te wijken

en/of

- geen, althans niet tijdig en/of behoorlijk en/of voldoende, maatregelen te

treffen, teneinde een botsing/aanrijding te voorkomen met (een van die)

voormelde, op die weg stilstaande, motorrijtuigen, op het moment dat hij,

verdachte, met het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig, meergenoemde,

op die weg stilstaande, motorrijtuigen tot op zeer korte afstand was genaderd,

(mede) tengevolge waarvan hij, verdachte, met het door hem, verdachte,

bestuurde motorrijtuig (met nagenoeg onverminderde snelheid), in

botsing/aanrijding is gekomen met een of meerdere van meergenoemde, aldaar

stilstaand(e) motorrijtuig(en),

waardoor aan de bestuurder en/of aan een/of meerdere inzittende(n)

(respectievelijk genaamd: [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] )

van een motorrijtuig (personenauto, Hyundai), zwaar lichamelijk letsel, of

zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of

verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan,

te weten:

- [slachtoffer 1] : een dwarslaesie en/of meerdere gebroken ribben en/of een

klaplong

en/of

- [slachtoffer 2] : een hartkneuzing en/of een gescheurde milt en/of meerdere

bekkenbreuken en/of het verlies van haar ongeboren kind (na zwangerschap van

ongeveer 14 tot 16 weken)

en/of

- [slachtoffer 3] : een dubbele beenbreuk en/of schedel/hersenletsel,

zijnde de terminologie in deze tenlastelegging, voor zover daaraan betekenis

is gegeven, gebezigd in de zin van de Wegenverkeerswet 1994;

art 6 Wegenverkeerswet 1994

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij, op of omstreeks 09 maart 2014, te Willemstad, in de gemeente Moerdijk,

als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig

(personenauto, BMW), daarmede rijdende over de weg, de Rijksweg A-29 en

naderend een, in die weg gelegen, geopende, althans deels geopende, beweegbare

brug (ter hoogte van de Volkeraksluizen), voor welke voornoemde brug meerdere

motorrijtuigen op die weg stilstonden

- voormelde, stilstaande, motorrijtuigen en/of genoemde brug, met een snelheid

van ongeveer 113 kilometer per uur, althans met een hogere snelheid dan de

toen daar toegestane maximumsnelheid van 100 kilometer per uur, heeft genaderd

en/of

- geen, althans niet voldoende, bij voortduring, zijn, verdachte's, aandacht

gericht heeft gehouden op het vóór hem, verdachte, gelegen weggedeelte van die

weg

en/of

- geen, althans niet voldoende, aandacht heeft geschonken en/of geen gevolg

heeft gegeven aan, op een afstand van 900 meter (vóór voormelde brug) aldaar

geplaatst, in zijn, verdachte's, richting gekeerd, zogeheten

"voorwaarschuwingssein", met daaronder een verkeersbord van het model J-15

(van de Bijlage I van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990),

aanduidende "beweegbare brug"

en/of

- geen, althans niet voldoende, aandacht heeft geschonken en/of geen gevolg

heeft gegeven aan, op een afstand van 300 meter (vóór voormelde brug) aldaar

geplaatst, in zijn, verdachte's, richting gekeerd, zogeheten

"voorwaarschuwingssein", met daaronder een verkeersbord van het model J-15

(van de Bijlage I van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990),

aanduidende "beweegbare brug", welk bord tevens was voorzien van een

onderbord, met als tekst: "slagbomen dalen automatisch"

en/of

- geen, althans niet voldoende, aandacht heeft geschonken en/of gevolg heeft

gegeven aan drie, op een afstand van respectievelijk 1500, 1200 en 200 meter,

gezien de rijrichting, in de rechterberm van die weg, vóór voormelde brug,

geplaatste, (in werking zijnde, goed zichtbare), zogeheten "tekstkarren",

welke "tekstkarren" aan de achterzijde waren voorzien van een afbeelding van

een geopende brug, alsmede van de tekst: "Let op! Brugopening"

en/of

- niet, althans niet tijdig en/of behoorlijk en/of voldoende, het door hem,

verdachte, bestuurde motorrijtuig heeft afgeremd en/of (geheel) tot stilstand

heeft gebracht

en/of

- niet, althans niet tijdig en/of behoorlijk en/of voldoende, met het door

hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig (naar een veilige plaats op of aan die

weg) is uitgeweken

en/of

- geen, althans niet tijdig en/of behoorlijk en/of voldoende, maatregelen

heeft getroffen, teneinde een botsing/aanrijding te voorkomen met (een van

die) voormelde, op die weg stilstaande, motorrijtuigen, op het moment dat hij,

verdachte, met het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig, meergenoemde,

op die weg stilstaande, motorrijtuigen tot op zeer korte afstand was genaderd,

waardoor hij, verdachte, met het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig

(met nagenoeg onverminderde snelheid), in botsing/aanrijding is gekomen met

een of meerdere van meergenoemde, aldaar stilstaand(e) motorrijtuig(en),

althans in botsing/aanrijding is gekomen met na te noemen motorrijtuig

(personenauto, Hyundai), waarna laatstgenoemd motorrijtuig, in voorwaartse

richting, tegen een of meerdere, zich dáárvoor bevindend(e) motorrijtuig(en)

werd gedrukt/geduwd,

meer bepaald:

- een motorrijtuig (personenauto, Hyundai, met als inzittenden:

[slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer 4] , [slachtoffer5] en

[slachtoffer 3] )

en/of

- een motorrijtuig (personenauto, Volvo, met als inzittenden:

[slachtoffer 6] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 8] , [slachtoffer 9] en [slachtoffer 10] )

en/of

- een motorrijtuig (personenauto, Ford, met als inzittenden:

[slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] )

en/of

- een motorrijtuig (personenauto, Mercedes-Benz, met als inzittende:

[slachtoffer 13] ),

waarbij letsel werd toegebracht aan een of meerdere van bovengenoemde

inzittende(n) en/of schade aan goederen is ontstaan,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt,

althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,

althans kon worden gehinderd;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 5 Wegenverkeerswet 1994

tweede subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij, op of omstreeks 09 maart 2014, te Willemstad, gemeente Moerdijk, als

bestuurder van een motorvoertuig (personenauto, BMW), rijdende op de voor het

openbaar verkeer openstaande weg, de Rijksweg A-29, zijn snelheid niet zodanig

heeft geregeld dat hij in staat was om zijn motorvoertuig tot stilstand te

brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze

vrij was, immers is het door hem verdachte, bestuurde motorvoertuig in

aanrijding/botsing gekomen met een, of meerdere, zich vóór zijn, verdachte's,

motorvoertuig op die weg bevindend(e) motorvoertuig(en), meer bepaald:

- een motorvoertuig (personenauto, Hyundai, met als inzittenden:

[slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] , [slachtoffer5] , [slachtoffer 3] en

[slachtoffer 4] )

en/of

- een motorvoertuig (personenauto, Volvo, met als inzittenden:

[slachtoffer 6] , [slachtoffer 7] , [slachtoffer 8] , [slachtoffer 9] en

[slachtoffer 10] )

en/of

- een motorvoertuig (personenauto, Ford, met als inzittenden:

[slachtoffer 11] en [slachtoffer 12] )

en/of

- een motorvoertuig (personenauto, Mercedes-Benz, medt als inzittende:

[slachtoffer 13] ),

waarbij (telkens) letsel aan een of meerdere van voormelde persoon/personen

werd toegebracht en/of (telkens) schade aan goederen is ontstaan;

art 19 Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde. Zij voert daartoe aan dat verdachte de diverse in werking zijnde waarschuwingsborden en tekstkarren langs de snelweg, die weergaven dat de brug open was, niet heeft opgemerkt. Ook staat vast dat verdachte kort voor het ongeval 113 km per uur reed waar 100 kilometer per uur was toegestaan en op het moment van de aanrijding een snelheid had van 100 kilometer per uur. Verdachte heeft zijn rijgedrag aldus niet zodanig aangepast dat hij het inrijden op de file voor de openstaande brug had weten te voorkomen met als gevolg dat het ongeval is ontstaan. Verdachte is daarbij achterop de auto van de familie [familie naam] gereden waarna ten minste nog drie auto’s met diverse inzittenden betrokken zijn geraakt bij het ongeval. Van een verontschuldigbare onmacht in de zin van een black-out acht zij geen sprake nu een medische verklaring hiervoor niet aannemelijk is geworden. Het voorgaande leidt er toe dat het ongeval aan de schuld van verdachte is te wijten in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (verder: WVW), waarbij de officier van justitie uitgaat van grove schuld in de zin van hoge onvoorzichtig en/of onachtzaam rijgedrag.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging bepleit vrijspraak van het primair tenlastegelegde omdat schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 niet bewezen kan worden verklaard, omdat niet kan worden bewezen dat hij zich aanmerkelijk onvoorzichtig heeft gedragen. Immers niet kan worden uitgesloten, dat er voorafgaand aan het ongeval bij verdachte sprake is geweest van een verminderd bewustzijn als gevolg van een psychische schok door het onverwachte overlijden van zijn vader. Na het ongeval heeft verdachte een EMDR-behandeling ondergaan waarbij op 29 april 2014 een posttraumatische stress-stoornis is vastgesteld. Aangezien de vader van verdachte de dag voor het ongeval is overleden is het goed mogelijk dat deze acute stress-stoornis bij verdachte reeds aanwezig was voorafgaand aan het ongeval. Deze mogelijke bewustheidsdaling heeft ertoe geleid dat verdachte de waarschuwingssignalen voor de openstaande brug niet heeft opgemerkt, niet heeft geremd toen hij de file voor de openstaande brug naderde en ook anderszins op geen enkele wijze heeft gereageerd. Als leek zijnde was het voor verdachte niet voorzienbaar dat een dergelijk symptoom tijdens de rit zou kunnen optreden. Op het moment dat verdachte de auto in stapte voelde hij zich immers goed. Het subsidiair tenlastegelegde kan volgens verdediging wel wettig en overtuigend worden bewezen. Daarbij wordt echter een beroep gedaan op de schulduitsluitingsgrond verontschuldigbare onmacht dan wel afwezigheid van alle schuld waardoor verdachte ontslagen dient te worden van alle rechtsvervolging.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Feiten en omstandigheden

Op 9 maart 2014 heeft op de A29 te Willemstad (gemeente Moerdijk) voor de in die weg gelegen brug ter hoogte van de Volkeraksluizen een ongeval plaatsgevonden. Ten tijde van het ongeval was de brug geopend waardoor voor de brug auto’s stilstonden en een file was ontstaan12. Door middel van een voorwaarschuwingssein werd het verkeer op 900 meter voor de brug geattendeerd op de aanwezigheid van die brug met daaronder het bord J15. Op 300 meter voor de brug stond eenzelfde voorwaarschuwingssein met daaronder tevens een bord met de tekst: slagbomen dalen automatisch3. Het ongeval heeft plaatsgevonden op een afstand van circa 200 meter van de brug4. Ten tijde van het ongeval waren afwijkende verkeersmaatregelen van kracht doordat de elektronische signaleringsborden boven de rijbaan buiten bedrijf en afgedekt waren. Om die reden stonden er tekstkarren in de rechterberm op 1500, 1200 en 200 meter voor de slagbomen van de brug. Bij opening van de brug stond hierop een afbeelding van een gevaarssituatie met een geopende brug met daaronder de tekst: ”Let op! Brug opening”5. Er gold ter plaatse een maximum toegestane snelheid van 100 kilometer per uur67. Bij dit ongeval was verdachte betrokken, die als bestuurder van zijn personenauto BMW8, reed over de A29 in de richting van Rotterdam, waarbij hij de brug naderde9. Ook was bij dit ongeval betrokken de familie [familie naam]10 die met hun personenauto Hyundai stilstonden voor de geopende brug11. Verdachte is met een snelheid van 113,6 kilometer per uur de voor de brug gevormde file genaderd en met een snelheid van ten minste 100 kilometer per uur achterop de stilstaande personenauto van de familie [familie naam] gereden12. Door deze aanrijding is de personenauto van de familie [familie naam] op de voor hen stilstaande Volvo gebotst en deze Volvo vervolgens op de daarvoor stilstaande Ford13. Als gevolg van dit ongeval heeft [slachtoffer 1] een dwarslaesie, meerdere gebroken ribben en een klaplong opgelopen1415. [slachtoffer 2] heeft een hartkneuzing, een gescheurde milt en meerdere bekkenbreuken opgelopen en heeft haar ongeboren kind verloren1617. [slachtoffer 3] heeft als gevolg van het ongeval een dubbele beenbreuk en schedel/hersenletsel opgelopen1819.

Primair ten laste gelegde

Om tot een bewezenverklaring van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna WVW) te kunnen komen, moet vastgesteld kunnen worden dat verdachte zich zodanig heeft gedragen dat het aan zijn schuld is te wijten dat een verkeersongeval heeft plaatsgevonden waardoor anderen letsel hebben opgelopen. Enerzijds komt dit neer op de vaststelling van het gedrag van verdachte en de beoordeling of en zo ja, in welke mate hij verwijtbaar heeft gehandeld. Anderzijds dient een causaal verband te worden vastgesteld tussen het gedrag van verdachte en het verkeersongeval. Het bestanddeel “schuld” is in dit geval nader omschreven als hoge, althans aanzienlijke mate onvoorzichtig en/of onachtzaam en/of onnadenkend en/of ondeskundig rijgedrag. Gelet op vaste jurisprudentie van de Hoge Raad zijn voor de bewezenverklaring van schuld in de zin van artikel 6 WVW verschillende factoren van belang, zoals de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding en de omstandigheden waaronder die overtreding is begaan. Voorts kan niet reeds uit de ernst van de gevolgen van verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer worden afgeleid dat sprake is van schuld in vorenbedoelde zin.

Uit de hiervoor aangehaalde feiten en omstandigheden blijkt dat de voorwaarschuwingsseinen voor de openstaande brug in werking waren evenals de tekstkarren die in de berm waren geplaatst vanwege de afwijkende verkeersmaatregelen. Uit het door de politie verrichte onderzoek is naar voren gekomen dat op het moment van het ongeval de weersomstandigheden helder, droog en zonnig waren, het wegdek droog was en de vervoersmiddelen van verdachte en de slachtoffers in een voldoende rijtechnische staat van onderhoud verkeerden20. Daarnaast geven de data van de telefoon van verdachte geen blijk van activiteit rond het tijdstip van het ongeval21. Desondanks is verdachte zonder (voldoende) af te remmen met hoge snelheid achterop de file ingereden en daar in botsing gekomen met een stilstaande personenauto als gevolg waarvan vervolgens een kettingbotsing is ontstaan. Geconcludeerd kan worden dat verdachte zijn aandacht enige tijd niet bij de weg heeft gehad waardoor hij niet in staat is geweest om de door hem bestuurde personenauto tot stilstand te brengen binnen de afstand waarover hij de weg kon overzien en waarover deze vrij was met de aanrijding als gevolg. Zodanig verkeersgedrag kan in beginsel de gevolgtrekking dragen dat de verdachte zich aanmerkelijk onoplettend en/of onachtzaam heeft gedragen en dat het verkeersongeval aan de schuld van de verdachte als bedoeld in artikel 6 WVW te wijten is.

Dat kan evenwel anders zijn indien omstandigheden zijn aangevoerd en aannemelijk zijn geworden waaruit volgt dat van schuld in vorenbedoelde zin niet kan worden gesproken.

Door de verdediging is in dat kader een beroep gedaan op de schulduitsluitingsgrond verontschuldigbare onmacht dan wel afwezigheid van alle schuld wegens een bewustheidsdaling veroorzaakt door een posttraumatische stress-stoornis als gevolg van het plotselinge overlijden van zijn vader de dag voorafgaand aan het ongeval. Aanleiding daartoe is de verklaring van verdachte, dat hij geen herinnering heeft aan het ongeval en denkt een black-out te hebben gehad.

Uit het dossier alsmede uit hetgeen ter zitting is besproken, is naar voren gekomen dat verdachte na het ongeval in behandeling is geweest bij een psycholoog. Tijdens deze behandeling is op 29 april 2014 bij verdachte een posttraumatische stress-stoornis vastgesteld als gevolg van het plotselinge overlijden van zijn vader op de dag voorafgaand aan het ongeval en het veroorzaken van het ongeval de dag daarna. Hieruit blijkt dat de posttraumatische stress-stoornis, die ruim anderhalve maand later na het ongeval is vastgesteld, niet alleen is veroorzaakt door het plotselinge overlijden van de vader van verdachte maar ook door het veroorzaken van een ernstig verkeersongeval. Vanwege die combinatie van oorzaken die volgens de stukken ten grondslag liggen aan de post-traumatische stress-stoornis kan niet worden aangenomen dat deze stoornis reeds voorafgaand aan het ongeval bij verdachte aanwezig was. Het dossier biedt daartoe geen aanknopingspunten.

Naar het oordeel van de rechtbank zijn dan ook geen gronden aannemelijk geworden, die een beroep op een schulduitsluitingsgrond als verontschuldigbare onmacht rechtvaardigen. Er zijn immers geen medische gronden of andere aanwijzingen naar voren gekomen waaruit de aannemelijkheid van de door de verdediging geopperde black-out voorafgaand en ten tijde van het ongeval blijkt. Het enkele feit dat verdachte geen herinnering heeft aan het ongeval, is onvoldoende voor het aanwezig achten van een situatie waarin sprake was van verontschuldigbare onmacht ten tijde van het ongeval. Het verweer dat verdachte moet worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde vanwege het ontbreken van schuld wordt dan ook verworpen.

Het voorgaande in onderlinge samenhang bezien, maakt dat verdachte met een te hoge snelheid voor de situatie ter plaatse en zonder acht te slaan op alle waarschuwingssignalen voor de openstaande brug achterop een voor die brug stilstaande auto is gereden, die vervolgens een kettingbotsing teweeg heeft gebracht. Hieruit concludeert de rechtbank dat verdachte zijn vermogens in het verkeer niet heeft aangewend, zoals dat in het algemeen van een bestuurder van een personenauto mag worden verwacht. De bijzondere verkeerssituatie op de A29 vroeg immers om extra alertheid, voorzichtigheid en voorzorgsmaatregelen. Hij heeft daarmee de op hem rustende zorgplicht om gevaarzettende situaties te voorkomen, terwijl hij met zijn personenauto aan het verkeer deelnam, in aanzienlijke mate geschonden. Naar het oordeel van de rechtbank is dit verkeersgedrag van verdachte aan te merken als aanmerkelijk onvoorzichtig en onachtzaam als gevolg waarvan het ongeval is veroorzaakt. Het causaal verband tussen het rijgedrag van verdachte en het ongeval is daarmee gegeven.

Als gevolg van dit ongeval zijn – naast lichter letsel bij derden – de slachtoffers [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] ernstig gewond geraakt. De rechtbank is - mede in aanmerking genomen hetgeen in artikel 82 van het Wetboek van Strafrecht is bepaald en de daarover bestaande jurisprudentie - van oordeel dat bij alle drie de slachtoffers sprake is geweest van zwaar lichamelijk letsel. Daarbij neemt de rechtbank in aanmerking de ernst en plaats van de verwondingen, het langdurige herstel en de noodzakelijke revalidatie, het feit dat er sprake is van blijvend letsel en niet in de laatste plaats het verlies van een ongeboren kind.

Op grond van het voorgaande acht de rechtbank het primair ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

hij, op of omstreeks 09 maart 2014, te Willemstad, in de gemeente Moerdijk,

als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig

(personenauto, BMW), daarmede rijdende over de weg, de Rijksweg A-29 en

naderend een, in die weg gelegen, geopende, althans deels geopende, beweegbare

brug (ter hoogte van de Volkeraksluizen), voor welke voornoemde brug meerdere

motorrijtuigen op die weg stilstonden,

zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval

heeft plaatsgevonden door in hoge, althans aanzienlijke mate onvoorzichtig

en/of onachtzaam en/of onnadenkend en/of ondeskundig,

met dat motorrijtuig rijdend en naderend voornoemde, meerdere, op die weg

stilstaande motorrijtuigen

- voormelde, stilstaande, motorrijtuigen en/of genoemde brug te gaan en/of te

blijven naderen met een snelheid van ongeveer 113 kilometer per uur, althans

met een hogere snelheid dan de toen daar toegestane maximumsnelheid van 100

kilometer per uur

en/of

- geen, althans niet voldoende, bij voortduring, zijn, verdachte's, aandacht

te richten en/of gericht te houden, op het vóór hem, verdachte, gelegen

weggedeelte van die weg

en/of

- geen, althans niet voldoende, aandacht te schenken en/of geen gevolg te

geven aan, op een afstand van 900 meter (vóór voormelde brug) aldaar

geplaatst, in zijn, verdachte's, richting gekeerd, zogeheten

"voorwaarschuwingssein", met daaronder een verkeersbord van het model J-15

(van de Bijlage I van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990),

aanduidende "beweegbare brug"

en/of

- geen, althans niet voldoende, aandacht te schenken en/of geen gevolg te

geven aan, op een afstand van 300 meter (vóór voormelde brug) aldaar

geplaatst, in zijn, verdachte's, richting gekeerd, zogeheten

"voorwaarschuwingssein", met daaronder een verkeersbord van het model J-15

(van de Bijlage I van het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990),

aanduidende "beweegbare brug", welk bord tevens was voorzien van een

onderbord, met als tekst: "slagbomen dalen automatisch"

en/of

- geen, althans niet voldoende, aandacht te schenken en/of gevolg te geven aan

drie, op een afstand van respectievelijk 1500, 1200 en 200 meter, gezien de

rijrichting, in de rechterberm van die weg, vóór de slagbomen van voormelde brug, geplaatste, (in werking zijnde, goed zichtbare), zogeheten "tekstkarren", welke

"tekstkarren" van de achterzijde waren voorzien van een afbeelding van een

geopende brug, alsmede van de tekst: "Let op! Brugopening"

en/of

- niet, althans niet tijdig en/of behoorlijk en/of voldoende, het door hem,

verdachte, bestuurde motorrijtuig af te remmen en/of (geheel) tot stilstand te

brengen

en/of

- niet, althans niet tijdig en/of behoorlijk en/of voldoende, met het door

hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig (naar een veilige plaats op of aan die

weg) uit te wijken

en/of

- geen, althans niet tijdig en/of behoorlijk en/of voldoende, maatregelen te

treffen, teneinde een botsing/aanrijding te voorkomen met (een van die)

voormelde, op die weg stilstaande, motorrijtuigen, op het moment dat hij,

verdachte, met het door hem, verdachte, bestuurde motorrijtuig, meergenoemde,

op die weg stilstaande, motorrijtuigen tot op zeer korte afstand was genaderd,

(mede) tengevolge waarvan hij, verdachte, met het door hem, verdachte,

bestuurde motorrijtuig (met nagenoeg onverminderde snelheid), in

botsing/aanrijding is gekomen met een of meerdere van meergenoemde, aldaar

stilstaand(e) motorrijtuig(en),

waardoor aan de bestuurder en/of aan een/of meerdere inzittende(n)

(respectievelijk genaamd: [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] )

van een motorrijtuig (personenauto, Hyundai), zwaar lichamelijk letsel, of

zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of

verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan,

te weten:

- [slachtoffer 1] : een dwarslaesie en/of meerdere gebroken ribben en/of een

klaplong

en/of

- [slachtoffer 2] : een hartkneuzing en/of een gescheurde milt en/of meerdere

bekkenbreuken en/of het verlies van haar ongeboren kind (na zwangerschap van

ongeveer 14 tot 16 weken)

en/of

- [slachtoffer 3] : een dubbele beenbreuk en/of schedel/hersenletsel.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert op grond van hetgeen zij bewezen acht aan verdachte op te leggen een taakstraf voor de duur van 200 uren subsidiair te vervangen door 100 dagen hechtenis, een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twee maanden met een proeftijd van twee jaar en een voorwaardelijke ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van één jaar met een proeftijd van twee jaar. Zij benadrukt daarbij dat deze eis uitdrukking geeft aan de ernst van het feit en de mate van schuld, maar dat zij daarbij ook rekening heeft gehouden met het tijdsverloop alsmede met de verbinding die er is tussen verdachte en familie [familie naam] , gezien de betrokken opstelling van verdachte. Dat laatste relativeert de noodzaak van vergelding. Zij deelt daarbij mede dat familie [familie naam] in een gesprek met haar zelfs heeft laten weten dat zij in geval van oplegging van een taakstraf graag zouden zien dat verdachte deze bij hen thuis zou uitvoeren.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft geen strafmaatverweer gehouden.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Zoals hiervoor overwogen, heeft verdachte met zijn personenauto een aanrijding veroorzaakt, waardoor [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] zwaar lichamelijk letsel is toegebracht. Met zijn aanmerkelijk onvoorzichtige en onachtzame rijgedrag heeft verdachte zich onvoldoende rekenschap gegeven van de verantwoordelijkheid die hij heeft als bestuurder van een motorvoertuig ten opzichte van andere verkeersdeelnemers en heeft daarmee de verkeersveiligheid en de veiligheid van andere weggebruikers in gevaar gebracht. Gebleken is dat dit gevaar zich ook heeft verwezenlijkt met niet alleen blijvend letsel tot gevolg maar waardoor ook een ongeboren kind is verloren. De rechtbank rekent dit verdachte aan.

Strafoplegging dient te geschieden niet alleen met inachtneming van de ernstige gevolgen van de gemaakte verkeersfout, maar ook en vooral afgezet te worden tegen de ernst van de gemaakte verkeersfout en de mate van schuld daaraan van verdachte. In dit geval draagt de verkeersfout van verdachte de gradatie van aanmerkelijke schuld in de zin van de WVW.

De rechtbank weegt bij de strafoplegging in het voordeel van verdachte mee, dat hij er blijk van heeft gegeven de ernst van het veroorzaakte leed bij de slachtoffers in te zien. Verdachte heeft vrijwel direct na het ongeval geprobeerd met de slachtoffers in contact te komen hetgeen door omstandigheden buiten zijn invloed echter pas maanden later is gelukt. Dit contact wordt door zowel verdachte als de slachtoffers nog steeds in stand gehouden.

Uit de slachtofferverklaringen blijkt dat hoewel de gevolgen van het ongeval zwaar voor hen zijn, zij verdachte niets verwijten en zelfs vragen om aan hem geen straf op te leggen omdat ook hij de gevolgen van het ongeval met zich meedraagt. Mocht hij een taakstraf opgelegd krijgen dan zouden zij graag zien dat verdachte deze bij hen thuis zou mogen uitvoeren.

Verder houdt de rechtbank bij de strafmaat rekening met het feit dat verdachte niet eerder is veroordeeld.

Met betrekking tot de geruime tijdsduur die is verstreken sinds de datum van het ongeval merkt de rechtbank op dat zij het, zeker in dit soort zaken, onwenselijk acht dat het zo lang duurt voordat een zaak op zitting wordt aangebracht maar dat in onderhavige zaak geen sprake is van overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank zal hiermee dan ook geen rekening houden bij de strafoplegging.

Bij het bepalen van de straf komt de rechtbank vanwege de lagere bewezen schuldgradatie tot een lagere straf dan door de officier van justitie is geëist. Gelet op de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS alsmede het hiervoor overwogene is zij van oordeel dat een taakstraf voor de duur van 120 uur, zo nodig te vervangen door 60 dagen hechtenis, recht doet aan de ernst van het feit en de persoon van verdachte en zij acht deze straf dan ook passend en geboden. Zij merkt daarbij op dat wanneer het verrichten van de taakstraf bij de slachtoffers thuis tot de mogelijkheden behoort, de rechtbank deze suggestie van de officier van justitie ondersteunt. De rechtbank wijst er wel op dat dit ter beoordeling van de reclassering staat. Daarnaast acht zij mede vanuit het oogpunt van normhandhaving een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van één jaar op zijn plaats. Aangezien verdachte in grote mate afhankelijk is van zijn rijbewijs, zal zij deze ontzegging, in afwijking van voornoemde oriëntatiepunten, voorwaardelijk aan hem opleggen, met een proeftijd van twee jaar. Met deze straf wordt tevens beoogd een signaal af te geven naar verdachte dat alertheid en voorzichtigheid in het verkeer te allen tijde geboden is. Voor het daarnaast opleggen van een voorwaardelijke gevangenisstraf, zoals is geëist door de officier van justitie, ziet de rechtbank geen noodzaak, gelet op het blanco strafblad van verdachte.

7 Het beslag

Ter zitting is gebleken dat ten aanzien van de BMW die in beslag is genomen nog geen beslissing is genomen. Aangezien dit voorwerp niet vatbaar is voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer, zal de rechtbank de teruggave gelasten aan de rechthebbende.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175, 178, 179 en 188 van de Wegenverkeerswet 1994.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het primair ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van honderdtwintig uren;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van zestig dagen;

Bijkomende straffen

- veroordeelt verdachte tot een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van twaalf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;

- bepaalt dat de voorwaardelijke straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:

* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Beslag

- gelast de teruggave aan de rechthebbende van de inbeslaggenomen BMW.

Dit vonnis is gewezen door mr. Peters, voorzitter, mr. Scheffers en mr. Schild, rechters, in tegenwoordigheid van mr. De Jonge, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 11 maart 2016.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal wordt, tenzij anders vermeld, bedoeld een proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door één of meer daartoe bevoegde opsporingsambtenaren uit het dossier van de politie eenheid Zeeland-West-Brabant, dienst regionale operationele samenwerking met registratienummer PL2000-2014049033 opgemaakt op 4 augustus 2015 en doorgenummerd van 1 tot en met 72. Hierna: het eindproces-verbaal. Het proces-verbaal aanrijding misdrijf, eindproces-verbaal p. 2.

2 Het proces-verbaal forensisch onderzoek, p. 4 en 5.

3 Het proces-verbaal forensisch onderzoek, p. 7.

4 Het proces-verbaal forensisch onderzoek, p. 6.

5 Het proces-verbaal forensisch onderzoek, p. 8 en 9.

6 Het proces-verbaal aanrijding misdrijf, eindproces-verbaal p. 2.

7 Het proces-verbaal forensisch onderzoek p. 7.

8 Het proces-verbaal aanrijding misdrijf, eindproces-verbaal p. 3 en 4.

9 Het proces-verbaal forensisch onderzoek, p. 53.

10 Het proces-verbaal aanrijding misdrijf, eindproces-verbaal p. 4-6.

11 Het proces-verbaal forensisch onderzoek, p. 53.

12 Het proces-verbaal forensisch onderzoek, p. 49, 53 en 54.

13 Het proces-verbaal forensisch onderzoek, p. 53.

14 Het proces-verbaal aanrijding misdrijf, eindproces-verbaal p. 16.

15 Het geschrift betreffende de ontslagbrief van het Erasmus MC Rotterdam d.d. 3 april 2014.

16 Het proces-verbaal aanrijding misdrijf, eindproces-verbaal p. 16.

17 Het geschrift betreffende de ontslagbrief van het Erasmus MC Rotterdam d.d. 31 maart 2014.

18 Het proces-verbaal aanrijding misdrijf, eindproces-verbaal p. 17.

19 Het geschrift betreffende de bezoek/ontslagbrief van het Erasmus MC Rotterdam d.d. 9 maart 2014.

20 Het proces-verbaal forensisch onderzoek, p. 9 en 10.

21 Het proces-verbaal forensisch onderzoek, p. 50.