Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2016:3866

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
22-06-2016
Datum publicatie
29-06-2016
Zaaknummer
AWB 15_5455
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Functie-indeling. Eiser wenst na invoering van een nieuw functiewaarderingssysteem (HR21) indeling in een andere functie. De door eiser gewenste functie is echter niet opgenomen in het (vastgestelde) functieboek. Voor zover die functie op enig moment is opgenomen in de webapplicatie, betreft dit een fout in de uitvoering. De rechtbank verbindt aan die fout niet het rechtsgevolg dat de functie deel is gaan uitmaken van het functieboek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 15/5455 AW

uitspraak van 22 juni 2016 van de meervoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser] , te [woonplaats] , eiser,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Veere, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 2 juli 2015 (bestreden besluit) van het college inzake functie-indeling.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Middelburg op 13 oktober 2015. Eiser is verschenen. Het college heeft zich laten vertegenwoordigen door [naam vertegenwoordiger1] en [naam vertegenwoordiger2] .

De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst, om het college in de gelegenheid te stellen nadere stukken in te sturen. Het college heeft van die gelegenheid gebruik gemaakt. Vervolgens zijn partijen in de gelegenheid gesteld om over en weer op elkaar te reageren.

Partijen hebben de rechtbank toestemming gegeven uitspraak te doen zonder nadere zitting, waarna de rechtbank op 21 april 2016 het onderzoek heeft gesloten.

De rechtbank heeft de uitspraaktermijn verlengd.

Overwegingen

1. Op grond van de stukken en de behandeling ter zitting gaat de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Eiser was bij de gemeente Veere werkzaam in de functie van ‘Senior toezichthouder Openbare Ruimte’, schaal 9. Het college heeft in 2013 besloten om een nieuw functiewaarderingssysteem (HR21) in te voeren. De door het college gehanteerde normfuncties zijn vastgesteld bij besluit van 18 november 2014.

Bij besluit van 18 december 2014 (primair besluit) heeft het college aan eiser laten weten dat zijn functie is ingedeeld in de normfunctie ‘Medewerker toezicht III’, binnen de functiegroep ‘Toezicht’ en functiereeks ‘Realisatie’. Dit betreft een schaal 9 functie.

Bij het bestreden besluit heeft het college de bezwaren van eiser tegen het primaire besluit ongegrond verklaard, onder verwijzing naar het advies van de adviescommissie ambtenarenbezwaren (bezwaarcommissie).

2. Eiser voert in beroep, samengevat, het volgende aan. Het college is de vastgestelde procedure niet nakomen. Zo is eisers afdelingshoofd niet betrokken geweest bij de indeling van de functies van de afdeling Openbare Ruimte. Daarnaast moet de functie ‘Senior toezichthouder Openbare Ruimte’ ingedeeld worden in de normfunctie ‘Medewerker toezicht II’.

3. De rechtbank overweegt dat in een functieboek een overzicht wordt gegeven van alle functies die in een organisatie beschikbaar zijn. De rechtbank stelt vast dat bij de vaststelling van de normfuncties op 18 november 2014 de door eiser gewenste functie van ‘Medewerker toezicht II’ niet is opgenomen. De vaststelling van het functieboek is een algemeen verbindend voorschrift. Het is bij het tot stand brengen van algemeen verbindende voorschriften in beginsel aan de materiële wetgever voorbehouden om alle betrokken belangen af te wegen. De rechtbank moet het resultaat daarvan in beginsel respecteren. Dit uitgangspunt lijdt slechts uitzondering als aan de inhoud of wijze van totstandkoming van dat algemeen verbindend voorschrift zodanig ernstig feilen kleeft, dat dit voorschrift om die reden niet als grondslag kan dienen voor daarop in concrete gevallen te baseren besluiten. Met inachtneming van deze, zeer terughoudende, toetsingsmaatstaf ziet de rechtbank in hetgeen eiser heeft aangevoerd geen aanknopingspunten voor de conclusie dat de manier van functiebeschrijven en -waarderen zoals deze wordt gebezigd onder HR21 onhoudbaar moet worden geacht.

4. Eiser heeft erkend dat de functie van ‘Medewerker toezicht II’ niet is opgenomen in de eerste versie van de functiematrix, maar heeft er ook op gewezen dat deze functie wel in de huidige functiematrix is opgenomen. Hij heeft als bewijs hiervan een overzicht van actieve functies overgelegd. Volgens eiser staat deze functie sinds mei 2015 in de functiematrix.

Het college heeft zich vervolgens op het standpunt gesteld dat de normfunctie van ‘Medewerker toezicht II’ nooit formeel is vastgesteld door het bevoegd gezag en daardoor geen onderdeel uitmaakt van het Veerse functieboek HR21. Volgens het college vloeit de door eiser gedane constatering voort uit een administratieve fout. De gemeente Veere maakt gebruik van een webapplicatie, waarin het functieboek van de organisatie inzichtelijk is gemaakt. In de webapplicatie is per abuis als nieuwe normfunctie ‘Medewerker toezicht II’ toegekend; dit had ‘Medewerker ontwerp en voorbereiding II’ moeten zijn. Deze fout werkt automatisch door naar de digitale weergave van de functiematrix. De fout zal zo spoedig mogelijk worden hersteld, aldus het college.

De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de door het college gegeven verklaring en merkt daarbij op dat de functie van ‘Medewerker toezicht II’ wel en de functie van ‘Medewerker ontwerp en voorbereiding II’ niet voorkomt in het door eiser overgelegde overzicht van actieve functies. De opname van de functie ‘Medewerker toezicht II’ in de functiematrix dient naar het oordeel van de rechtbank te worden aangemerkt als een fout in de uitvoering. De rechtbank verbindt aan die fout niet het rechtsgevolg dat de functie van ‘Medewerker toezicht II’ deel is gaan uitmaken van het Veerse functieboek HR21.

Dit betekent dat de functie van ‘Medewerker toezicht II’ niet terugkomt in de organisatie. Dit betekent ook dat eiser niet in die functie geplaatst kan worden. Het beroep van eiser kan dan ook niet slagen.

5. Het beroep zal ongegrond worden verklaard.

6. De rechtbank ziet in wat in overweging 4 is overwogen over de door het college gemaakte fout aanleiding om te bepalen dat het college aan eiser het in beroep betaalde griffierecht vergoedt. Er zijn overigens geen voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten.

Beslissing

De rechtbank:

  • -

    verklaart het beroep ongegrond;

  • -

    draagt het college op het betaalde griffierecht van € 167,- aan eiser te vergoeden.

Deze uitspraak is gedaan door mr. F.P.J. Schoonen, voorzitter, en mr. D.H. Hamburger en mr. W. Toekoen, leden, in aanwezigheid van E.C. Petrusma, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 22 juni 2016.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.