Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2016:3732

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
15-06-2016
Datum publicatie
20-06-2016
Zaaknummer
C/02/298526 / HA ZA 15-284
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Inhoudsindicatie

ontvankelijkheid vennoot van ontbonden failliete VOF op wie WSNP van toepassing is.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/1744
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Handelsrecht

Breda

zaaknummer / rolnummer: C/02/298526 / HA ZA 15-284

Vonnis van 15 juni 2016

in de zaak van

1 [eiser sub 1] ,

wonende te [plaatsnaam] ,

2. [eiser sub 2],

wonende te [plaatsnaam] ,

eisers,

hierna te noemen: [eisers] ,

advocaat mr. N.M. Slump,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BIRETCO BV,

gevestigd te Breda,

hierna te noemen: Biretco,

gedaagde,

advocaat mr. T.M. Schraven,

2. [gedaagde sub 2],

wonende te [plaatsnaam X] ,

hierna te noemen: [gedaagde sub 2] ,

gedaagde,

advocaat mr. T.M. Schraven,

3. [gedaagde sub 3],

wonende te [plaatsnaam Y] ,

gedaagde,

hierna te noemen: [gedaagde sub 3] ,

advocaat mr. T.M. Schraven,

4. [gedaagde sub 4],

wonende te [plaatsnaam Z] ,

gedaagde,

hierna te noemen: [gedaagde sub 4] ,

advocaat mr. E.P.M. Smit,

5. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

ZEEGERIEF BV,

gevestigd te Breda,

gedaagde,

hierna te noemen: Zeegerief,

advocaat mr. T.M. Schraven,

6. [gedaagde sub 6],

wonende te [plaatsnaam A] ,

gedaagde,

hierna te noemen: [gedaagde sub 6] ,

advocaat mr. T.M. Schraven.

Gedaagden zullen gezamenlijk worden aangeduid als Biretco c.s.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 21 oktober 2015 en de daarin genoemde stukken;

  • -

    de akte van [gedaagde sub 4] met een productie;

  • -

    de voorafgaand aan de comparitie toegezonden pleitnota van [eisers] ;

  • -

    de voorafgaand aan de comparitie toegezonden pleitnota van Biretco, [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] , Zeegerief en [gedaagde sub 6] ;

  • -

    de voorafgaand aan de comparitie toegezonden pleitnota van [gedaagde sub 4] ;

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 14 maart 2016;

  • -

    de aanvullende pleitnota van [eisers] ;

  • -

    de aanvullende pleitnota van Biretco, [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] , Zeegerief en [gedaagde sub 6] .

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil

2.1.

[eisers] vorderen:

  1. te verklaren voor recht dat sprake is (geweest) van dwaling aan de zijde van [eisers] bij het sluiten van (de hierna in de beoordeling nader aan te duiden) met Biretco gesloten overeenkomsten;

  2. in plaats van de vernietiging uit te spreken de gevolgen van de overeenkomsten te wijzigen ter opheffing van het nadeel van [eisers] in die zin dat (een of meer van de) gedaagden (hoofdelijk) worden veroordeeld tot betaling aan [eisers] van een (nader te onderbouwen) bedrag ter opheffing van het nadeel, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum waarop de eerste overeenkomst tussen Biretco en [eisers] is gesloten, althans vanaf de datum der dagvaarding, althans een in goede justitie te bepalen datum;

  3. te verklaren voor recht dat sprake is van een toerekenbare tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst(en) door (een of meer) gedaagden, dan wel dat sprake is van onrechtmatig handelen van (een of meer) gedaagden;

  4. te verklaren voor recht dat gedaagden (daarom) hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de schade die [eisers] dientengevolge heeft geleden;

  5. hoofdelijke veroordeling van gedaagden tot vergoeding aan [eisers] van het nadeel c.s. de schade, primair op grond van een op te maken schadebegroting, subsidiair nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, en in het geval van verwijzing naar de schadestaatprocedure hoofdelijke veroordeling van gedaagden tot betaling van een voorschot op de schadevergoeding;

  6. hoofdelijke veroordeling van gedaagden in de proceskosten en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf veertien dagen na de datum van het te wijzen vonnis tot aan de dag der algehele voldoening.

2.2.

Biretco c.s. voeren verweer.

2.3.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

3 De beoordeling

3.1.

Op grond van de onweersproken stellingen en producties gaat de rechtbank uit van de navolgende vaststaande feiten.

- Biretco (tot 23 september 2004 [bedrijfsnaam X] ) is een full-service retailorganisatie in de rijwielbranche, met vele aangesloten winkels en vele contractleveranciers. Zij sluit serviceovereenkomsten/franchiseovereenkomsten af, inhoudende de rechten en verplichtingen van Biretco als franchisegever enerzijds en de franchisenemers anderzijds.

- [gedaagde sub 2] was vanaf 2000 tot 23 september 2004 financieel manager bij [bedrijfsnaam X] en is vanaf 23 september 2004 statutair bestuurder (financieel directeur) van Biretco.

- [gedaagde sub 3] was van 1 januari 1996 tot 23 september 2004 statutair directeur van [bedrijfsnaam X] en van 23 september 2004 tot 28 februari 2007 statutair bestuurder (algemeen directeur) van Biretco.

- Zeegerief is opgericht op 26 augustus 2004 en is houdster van alle aandelen van Biretco. [gedaagde sub 2] is vanaf 26 augustus 2004 statutair bestuurder van Zeegerief. [gedaagde sub 3] was van 26 augustus 2004 tot 1 maart 2007 statutair bestuurder van Zeegerief.

- [gedaagde sub 4] was bij [bedrijfsnaam Y] (hierna: [bedrijfsnaam Y] ) van 1 oktober 1996 tot 1 oktober 2002 werkzaam als financieel adviseur en senior adviseur en van 1 oktober 2002 tot 28 februari 2006 als manager financiële diensten. [bedrijfsnaam Y] behoorde tot 1 april 2004 tot de Euretco groep en stelde tot maart 2006 voor leden van Biretco financiële bedrijfsanalyses (FBA’s) en financieringsaanvragen op. Vanaf maart 2006 is Biretco dat zelf voor haar leden gaan doen.

- [gedaagde sub 6] was van 12 oktober 2004 tot 28 augustus 2014 lid van de raad van commissarissen van Biretco.

- [eisers] exploiteerden vanaf 1 januari 1998 in de vorm van een VOF ( [VOF eisers] ) een fietsenwinkel in [plaatsnaam B] ( [bedrijfsnaam Z] ) en was met deze winkel aangesloten bij Biretco. [eisers] hebben eind 2000 van [bedrijfsnaam X] een fietsenwinkel aan [adres X] overgenomen. Voor deze overname heeft [bedrijfsnaam Y] in november 2001 een financiële doorrekening gemaakt. [eisers] hebben daarnaast van Biretco een fietsenwinkel aan [adres Y] overgenomen. In 2006 hebben zij ten slotte een fietsenwinkel aan [adres Z] overgenomen. [eisers] hebben, althans [VOF eisers] , heeft ten aanzien van voornoemde winkels serviceovereenkomsten met Biretco gesloten, te weten op 23 november 2001, 24 september 2002 en 21 september 2007. Biretco heeft in oktober 2007 ten behoeve van [eisers] een FBA opgesteld over 2006.

- [VOF eisers] is op 10 september 2009 in staat van faillissement verklaard en is vervolgens in 2013 opgeheven. Op [eiser sub 1] en [eiser sub 2] is met ingang van 16 januari 2012 de schuldsaneringsregeling van toepassing verklaard.

Ontvankelijkheid

3.2.

Biretco c.s. betogen dat [eisers] niet in hun vorderingen kunnen worden ontvangen. Daartoe hebben zij het volgende aangevoerd. De vorderingen van [eisers] zijn gebaseerd op tussen Biretco en [VOF eisers] gesloten overeenkomsten. [VOF eisers] is per 10 september 2009 failliet verklaard en, gelet op de ambtshalve doorhaling van de inschrijving in het handelsregister van de Kamer van Koophandel per 29 oktober 2013, inmiddels ontbonden. Een VOF wordt in het rechtsverkeer behandeld als een zelfstandig rechtssubject met een afgescheiden vermogen dat zelfstandig aan het rechtsverkeer kan deelnemen. Alleen de VOF, en niet [eisers] , kon daarom een vordering in rechte instellen. Rectificatie vanwege een beweerdelijke verschrijving is niet aan de orde volgens Biretco c.s. [eisers] presenteren zich immers met zoveel woorden als voormalige vennoten van [VOF eisers] . Ook is niet gebleken dat [eisers] vorderingen van [VOF eisers] overgedragen hebben gekregen. Bovendien vormt het faillissement van [VOF eisers] een belemmering voor de ontvankelijkheid. Op grond van artikel 25 Fw jo artikel 68 Fw is slechts de curator, na machtiging van de rechter-commissaris, bevoegd rechtsvorderingen die betrekking hebben op rechten van de boedel van [VOF eisers] in te stellen. Als, zo stellen Biretco c.s., de curator al aan mr. Slump toestemming zou hebben gegeven namens de failliete VOF te procederen dan zouden de vorderingen moeten zijn ingesteld voor “mr. R.A.M.L. van Oeijen in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [VOF eisers] ”. Dat is niet het geval. Ook [eisers] , die per 16 januari 2012 zijn toegelaten tot de schuldsaneringsregeling op grond van de WSNP, zijn niet bevoegd rechtsvorderingen in te stellen. Op grond van artikel 313 Fw jo artikel 25 Fw is slechts hun bewindvoerder daartoe gerechtigd, na toestemming van de rechter-commissaris.

3.3.

De enkele omstandigheid dat [VOF eisers] is ontbonden staat niet in de weg aan ontvankelijkheid van [eisers] Daartoe geldt het volgende. [eisers] presenteren zich in de dagvaarding en in de conclusie in het incident als voormalige vennoten van [VOF eisers] die uit hoofde van hun vennootschappelijk verband in rechte optreden. De motivering van hun vorderingen heeft betrekking op de relatie tussen Biretco en [VOF eisers] en niet op een relatie tussen Biretco en hen persoonlijk. [eisers] maken aldus daarmee kenbaar dat zij optreden in hoedanigheid van deelgenoten van een ontbonden gemeenschap van een VOF. Artikel 3:189 lid 2 BW bepaalt dat voor de ontbonden gemeenschap van een VOF - onder meer - de eerste afdeling van boek 3, titel 7 BW van toepassing is. Die afdeling bevat artikel 3:171 BW dat bepaalt dat iedere deelgenoot bevoegd is tot het instellen van rechtsvorderingen ter verkrijging van een rechterlijke uitspraak ten behoeve van de - in dit geval ontbonden, maar nog wel bestaande - gemeenschap, tenzij een regeling anders bepaalt. Gesteld noch gebleken is dat een andersluidende regeling bestaat. Dat brengt mee dat zowel [eiser sub 1] als zijn echtgenote op grond van voormelde bepalingen bevoegd zouden zijn de vorderingen zoals die hierboven zijn weergegeven in te stellen, nu deze ertoe strekken een rechterlijke uitspraak te verkrijgen ten behoeve van de ontbonden gemeenschap. In dit geval staat daaraan echter in de weg de door Biretco c.s. aangevoerde omstandigheid dat [VOF eisers] in staat van faillissement verkeert en op [eisers] de schuldsaneringsregeling op grond van de WSNP van toepassing is. [eisers] zijn vanwege die situatie niet zelf beheersbevoegd ten aanzien van de ontbonden gemeenschap, hetgeen artikel 3:171 BW wel vereist. Een lastgeving van [VOF eisers] aan [eisers] om Biretco c.s. in het belang van de VOF op eigen naam in rechte aan te spreken en in eigen naam vorderingen tegen Biretco c.s. in te stellen, zoals door mr. Slump in het geding is gebracht, betreft een beheersdaad met betrekking tot de boedel van de (ontbonden) failliete VOF. Een dergelijke lastgeving kan vanwege het faillissement van die VOF slechts door de curator worden gegeven. Dat is in dit geval niet aan de orde. Als, zoals [eisers] hebben aangevoerd, al sprake is van een rechtsgeldige toestemming aan hen van de curator van [VOF eisers] om namens de boedel van de (ontbonden) failliete VOF te procederen is dat niet afdoende om [eisers] ontvankelijk te doen zijn. Ook ten aanzien van hen geldt dat op grond van artikel 313 Fw jo artikel 25 Fw slechts hun bewindvoerder gerechtigd is een rechtsvordering in te stellen, na toestemming van de rechter-commissaris. De vorderingen van [eisers] zijn niet door hun bewindvoerder ingesteld. Ook is gesteld noch gebleken dat de bewindvoerder daartoe aan hen rechtsgeldig toestemming heeft gegeven.

3.4.

Het vorenstaande leidt tot het oordeel dat [eisers] niet-ontvankelijk moeten worden verklaard in hun vorderingen. Aan een inhoudelijke beoordeling kan de rechtbank daarom niet toekomen.

3.5.

[eisers] hebben als de in het ongelijk gestelde partijen te gelden en worden daarom in de proceskosten veroordeeld. Daarbij horen ook de kosten van het incident van [gedaagde sub 4] .

Deze worden aan de zijde van Biretco, [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] , Zeegerief en [gedaagde sub 6] tot op heden begroot op:

Griffierecht € 608,00

Salaris advocaat € 904,00 (2 punten (cva, comparitie) maal € 452,00)

Totaal € 1.712,00.

Aan de zijde van [gedaagde sub 4] worden de proceskosten tot op heden begroot op:

Griffierecht € 282,00

Salaris advocaat € 1.582,00 (3,5 punten (cva, akte, comparitie, incident) maal € 452,00)

Totaal € 1.864,00.

De rechtbank ziet geen aanleiding om, zoals wordt gevorderd, naast [eiser sub 1] ook zijn advocaat te veroordelen in de proceskosten van gedaagden.

3.6.

De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten zal worden toegewezen op na te melden wijze.

4 De beslissing

De rechtbank:

4.1.

verklaart [eisers] niet-ontvankelijk in hun vorderingen;

4.2.

veroordeelt [eisers] in de proceskosten, aan de zijde van Biretco, [gedaagde sub 2] , [gedaagde sub 3] , Zeegerief en [gedaagde sub 6] tot op heden begroot op € 1.712,00 en aan de zijde van [gedaagde sub 4] tot op heden begroot op € 1.864,00, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW met ingang van veertien dagen na betekening van dit vonnis;

4.3.

verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mrs. Van Geloven, Combee en

Maarschalkerweerd en in het openbaar uitgesproken op 15 juni 2016.