Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2016:3725

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
20-06-2016
Datum publicatie
20-06-2016
Zaaknummer
02-705122-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

: oplichting vrouwen, valse hoedanigheid, samenweefsel van verdichtsels

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Onder redactie van Tina van der Linden – Smit en Kea Kroeks – de Raaij annotatie in IR 2016/114, UDH:IR/13461
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Middelburg

parketnummer: 02/705122-13

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 20 juni 2016

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren in 1973 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),

wonende te [adres] ,

raadsvrouw mr. L.M. Oldenburg, advocaat te Amsterdam.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 6 juni 2016, waarbij de officier van justitie mr. W.J.W.K. Suijkerbuijk en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt. Voorts heeft de officier van justitie kenbaar gemaakt voornemens te zijn tegen verdachte een ontnemingsprocedure te starten.

2 De tenlastelegging

Verdachte staat terecht terzake dat:

1.

hij op één of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 15

augustus 2012 tot 27 augustus 2012, althans in de maand augustus 2012, te Sas

van Gent, in elk geval in Nederland, (telkens) met het oogmerk om zich en/of

(een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van

een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige

kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 1] heeft

bewogen tot de afgifte van 300 euro en/of 140 euro en/of 10 euro en/of 800

euro, althans enig geld en/of (telkens) tot het aangaan van een schuld of tot

het teniet doen van een inschuld,

hebbende verdachte (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk

weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met

de waarheid

- via het internet (de site [site 1] ) contact gelegd met die [slachtoffer 1] en/of

- ( vervolgens) zich tegenover die [slachtoffer 1] voorgedaan als een persoon die

rijk, althans bemiddeld is en/of onroerend goed bezit en/of een (goed)

inkomen uit arbeid geniet en/of die solvabel is en/of die (regelmatig)

buitenlandse reizen moet maken/maakt en/of

- tegenover die [slachtoffer 1] voorgewend dat hij (tijdelijk) niet over zijn geld

kan beschikken en/of (tijdelijk) onvoldoende geld heeft en/of

- tegenover die [slachtoffer 1] voorgewend dat hij (direct/spoedig) geld nodig heeft

voor te nog maken reiskosten en/of voor betaling van één of meer

benodigheden en/of

- ( hierna) die [slachtoffer 1] om geld (te leen) gevraagd, waarbij hij een spoedige

terugbetaling in het vooruitzicht stelde/voorwendde,

waardoor die [slachtoffer 1] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2.

hij op één of meer tijdstippen gelegen op of omstreeks 24 augustus 2011,

althans in de maand augustus 2011, te Zeerijp, gemeente Loppersum, in elk

geval in Nederland, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en)

wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam

en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen

en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 2] heeft bewogen tot

de afgifte van 500 euro en/of 270 euro, althans enig geld en/of (telkens) tot

het aangaan van een schuld of tot het teniet doen van een inschuld,

hebbende verdachte (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk

weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met

de waarheid

- via het internet (de site [site 2] ) contact gelegd met die [slachtoffer 2] en/of

- ( vervolgens) zich tegenover die [slachtoffer 2] voorgedaan als een persoon die rijk,

althans bemiddeld is en/of onroerend goed bezit en/of een (goed) inkomen

uit arbeid geniet en/of die solvabel is en/of die (regelmatig) buitenlandse

reizen moet maken/maakt en/of

- tegenover die [slachtoffer 2] voorgewend dat hij (van zijn geld en/of bankpasjes)

bestolen is en/of (tijdelijk) niet over zijn geld kan beschikken en/of

(tijdelijk) onvoldoende geld heeft en/of

- tegenover die [slachtoffer 2] voorgewend dat hij (direct/spoedig) geld nodig heeft

voor te maken reiskosten en/of voor de betaling van één of meer benodigheden

en/of

- ( hierna) die [slachtoffer 2] om geld (te leen) gevraagd, waarbij hij een spoedige

terugbetaling in het vooruitzicht stelde/voorwendde,

waardoor die [slachtoffer 2] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

3.

hij op één of meer tijdstippen gelegen op of omstreeks de periode van 10

augustus 2011 tot 8 oktober 2011, althans in de maand(en) augustus en/of

september en/of oktober 2011, te Den Dungen, gemeente Sint-Michielsgestel, in

elk geval in Nederland, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een)

ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een

valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige

kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 3] en/of

[slachtoffer 4] heeft bewogen tot de afgifte - in totaal - 38.830 euro,

althans 34.630 euro, althans een aanzienlijk bedrag, in elk geval van enig

geld en/of (tellkens) tot het aangaan van een schuld of tot het teniet doen

van een inschuld,

hebbende verdachte (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk

weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met

de waarheid

- via het internet ( [site 2] ) contact gelegd met die [slachtoffer 3] en/of

- ( vervolgens) zich tegenover die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4]

voorgedaan als een persoon die rijk, althans bemiddeld is en/of onroerend

goed bezit en/of een (goed) inkomen uit arbeid geniet en/of die solvabel is

en/of die (regelmatig) buitenlandse reizen maakt en/of

- tegenover die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] voorgewend dat hij (van

zijn geld en/of bankpasjes) bestolen was en/of (tijdelijk) niet over zijn

geld kon beschikken en/of (tijdelijk) onvoldoende geld heeft en/of

- tegenover die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] voorgewend dat hij

(direct/spoedig) geld nodig had voor te maken reiskosten en/of voor de

betaling van een boete en/of voor de betaling van één of meer benodigheden

en/of

- ( hierna) die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] om geld (te leen)

gevraagd, waarbij hij een spoedige terugbetaling in het vooruitzicht

stelde/voorwendde,

waardoor die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] (telkens) werd(en) bewogen

tot bovenomschreven afgifte;

4.

hij op één of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 6

oktober tot 27 oktober 2012, althans in de maand oktober 2012, te Epe, in elk

geval in Nederland, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en)

wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam

en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen

en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 5] heeft bewogen tot de

afgifte - in totaal - 4580 euro, althans enig geld en/of (telkens) tot het

aangaan van een schuld of tot het teniet doen van een inschuld,

hebbende verdachte (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk

weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met

de waarheid

- via het internet (de site [site 3] ) contact gelegd met

die [slachtoffer 5] en/of

- ( vervolgens) zich tegenover die [slachtoffer 5] voorgedaan als een persoon die

rijk, althans bemiddeld is en/of onroerend goed bezit en/of een (goed)

inkomen uit arbeid geniet en/of die solvabel is en/of

- tegenover die [slachtoffer 5] voorgewend dat hij zijn portemonnnee kwijt was geraakt

en/of (tijdelijk) niet over zijn geld kan beschikken en/of (tijdelijk)

onvoldoende geld heeft en/of

- tegenover die [slachtoffer 5] voorgewend dat hij (direct/spoedig) geld nodig heeft voor

te maken reiskosten en/of voor het verzilveren van zijn inleg bij een

spaarbeleggingsfonds en/of voor betaling van één of meer benodigheden en/of

- ( hierna) die [slachtoffer 5] om geld (te leen) gevraagd, waarbij hij een spoedige

terugbetaling in het vooruitzicht stelde/voorwendde,

waardoor die [slachtoffer 5] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

5.

hij op één of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 20

oktober 2012 tot 6 november 2012, althans in de maand(en) oktober en/of

november 2012, te Marum en/of Vlissingen, in elk geval in Nederland, (telkens)

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

(telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 6] heeft bewogen tot de afgifte 450

euro en/of 250 euro en/of 450 euro en/of 500 euro en/of 800 euro, althans enig

geld en/of (telkens) tot het aangaan van een schuld of tot het teniet doen van

een inschuld,

hebbende verdachte (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk

weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met

de waarheid

- via het internet (de site [site 4] ) contact gelegd met die [slachtoffer 6] en/of

- ( vervolgens) zich tegenover die [slachtoffer 6] voorgedaan als een persoon die

bemiddeld is en/of een (goed) inkomen uit arbeid geniet en/of die solvabel

is en/of die (regelmatig) buitenlandse reizen moet maken/maakt en/of

- tegenover die [slachtoffer 6] voorgewend dat hij zijn portemonnee en pasjes is

verloren en/of dat hij (tijdelijk) niet over zijn geld kan beschikken en/of

(tijdelijk) onvoldoende geld heeft en/of

- tegenover die [slachtoffer 6] voorgewend dat hij (direct/spoedig) geld nodig heeft

voor te maken reiskosten en/of voor betaling van één of meer benodigheden

en/of

- ( hierna) die [slachtoffer 6] om geld (te leen) gevraagd, waarbij hij een spoedige

terugbetaling in het vooruitzicht stelde/voorwendde,

waardoor die [slachtoffer 6] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

6.

hij op één of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 3

november tot 6 november 2012, althans in de maand november 2012, te Leeuwarden

en/of Vlissingen, in elk geval in Nederland, (telkens) met het oogmerk om zich

en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het

aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of

meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 7]

[slachtoffer 7] heeft bewogen tot de afgifte 300 euro en/of 500 euro en/of 700 euro

en/of 225 euro, althans enig geld en/of (telkens) tot het aangaan van een

schuld of tot het teniet doen van een inschuld,

hebbende verdachte (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk

weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met

de waarheid

- via het internet (de site [site 4] ) contact gelegd met die [slachtoffer 7] en/of

- ( vervolgens) zich tegenover die [slachtoffer 7] voorgedaan als een persoon die

rijk, althans bemiddeld is en/of onroerend goed bezit en/of een (goed)

inkomen uit arbeid geniet en/of die solvabel is en/of die (regelmatig)

buitenlandse reizen moet maken/maakt en/of

- tegenover die [slachtoffer 7] voorgewend dat hij (tijdelijk) niet over zijn geld

kan beschikken en/of (tijdelijk) onvoldoende geld heeft en/of

- tegenover die [slachtoffer 7] voorgewend dat hij (direct/spoedig) geld nodig heeft

voor overnachting in een hotel en/of voor te maken reiskosten en/of voor de

betaling van één of meer benodigheden en/of

- ( hierna) die [slachtoffer 7] om geld (te leen) gevraagd, waarbij hij een spoedige

terugbetaling in het vooruitzicht stelde/voorwendde,

waardoor die [slachtoffer 7] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle hem tenlastegelegde feiten en baseert zich daarbij op de bewijsmiddelen in het dossier.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging refereert zich aan het oordeel van de rechtbank met betrekking tot de bewezenverklaring, maar merkt op dat verdachte aangeeft ten aanzien van feit 2 dat hij aangeefster heeft terugbetaald en niets meer schuldig is.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Ten aan zien van feit 1:

Nu verdachte het onder 1 tenlastegelegde feit heeft bekend en hiervoor geen vrijspraak is bepleit, kan, op grond van artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering met de hierna genoemde opgave van bewijsmiddelen worden volstaan:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 6 juni 2016;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , met bankafschriften in de bijlagen1.

Ten aan zien van feit 2:

Op 6 september 2011 deed [slachtoffer 2] , wonende te Zeerijp, gemeente Loppersum, aangifte van oplichting. Zij verklaarde via [site 2] kennis gemaakt te hebben met verdachte op 5 augustus 2011. Later zijn zij een dagje naar de dierentuin gegaan met de kinderen. Verdachte heeft toen alles betaald en liet voorkomen dat hij genoeg geld bezat. Hij vertelde dat hij heel rijk was en heel veel geld had, dat hij analist was en ook in het buitenland werkte en daarnaast dat hij een woning in Berlijn en in Marseille had. Ook vertelde hij dat hij voor de IND in Groningen had gewerkt. Op 24 augustus 2011 moest verdachte op reis. Hij had geen geld. [slachtoffer 2] heeft toen 500 euro gepind en aan hem gegeven. Toen is hij weggegaan en daarna is er telefonisch contact geweest, waarbij verdachte om geld vroeg. [slachtoffer 2] heeft toen 270 euro overgemaakt via internetbankieren op Raborekening [rekeningnummer 1] op naam van [verdachte] . Op 31 augustus 2011 heeft verdachte 200 euro op de rekening van [slachtoffer 2] gestort. [slachtoffer 2] vertelde verdachte dat ze de rest van het geld dat ze hem had geleend ook terug wilde, waarop verdachte zei dat hij het geld zou overmaken. Er is echter niets meer overgemaakt. Op de bankafschriften die [slachtoffer 2] bij haar aangifte heeft gevoegd is te zien dat zij op 24 augustus 2011 een bedrag van 500 euro heeft gepind en een bedrag van 270 euro naar verdachte heeft overgemaakt. Voorts is te zien dat verdachte op 31 augustus 2011 een bedrag van 200 euro heeft teruggestort.2

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat [slachtoffer 2] geld naar hem had overgemaakt en dat hij een bedrag heeft teruggestort.3

De rechtbank acht, gelet op het voorgaande, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte door het aannemen van een valse hoedanigheid, namelijk die van een rijk persoon, en door een samenweefsel van verdichtsels [slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van geld en zich daarmee schuldig heeft gemaakt aan oplichting. De rechtbank houdt, gelet op de bankafschriften die door [slachtoffer 2] zijn overgelegd en de verklaring van verdachte dat hij een bedrag heeft terugbetaald, rekening met een door verdachte terugbetaald bedrag van 200 euro en acht derhalve bewezen dat door [slachtoffer 2] een bedrag van 500 euro en een bedrag van 70 euro aan verdachte is afgegeven.

Nu de verklaring van verdachte ter zitting dat hij 250 euro heeft teruggestort aan [slachtoffer 2] niet blijkt uit de hierboven omschreven en niet betwiste bankafschriften, gaat de rechtbank daaraan voorbij.

Ten aan zien van feit 3:

Nu verdachte het onder 3 tenlastegelegde feit heeft bekend en hiervoor geen vrijspraak is bepleit, kan, op grond van artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering met de hierna genoemde opgave van bewijsmiddelen worden volstaan:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 6 juni 2016;

- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , mede namens [slachtoffer 4]4; - het stuk inhoudende de bankafschriften van verdachte5.

Ten aan zien van feit 4:

Op 6 november 2012 deed [slachtoffer 5] , wonende te Epe, aangifte van oplichting. Zij verklaarde op 6 oktober 2012 via [site 3] in contact te zijn gekomen met verdachte. Een dag later zou verdachte naar de woning van [slachtoffer 5] komen. Hij belde haar toen met de mededeling dat hij ergens was gestrand en dat hij zijn portemonnee kwijt was geraakt. Hij vroeg [slachtoffer 5] of zij geld wilde overmaken naar zijn rekening. [slachtoffer 5] zei daarop dat ze haar geld wel terug wilde, waarop verdachte zei dat hij dat zou regelen als hij bij haar was. [slachtoffer 5] heeft vervolgens 350 euro overgemaakt naar zijn bankrekeningnummer [rekeningnummer 2] t.n.v. [verdachte] . Op 8 oktober 2012 kwam verdachte naar de woning van [slachtoffer 5] en heeft toen tot en met 13 oktober 2012 bij haar overnacht. Hij vroeg haar bijna elke dag om geld en zei tegen haar dat hij 40.000 euro via een spaarbeleggingsfonds op een Franse bankrekening had staan. Hij had het geld nodig om zo dit geld te verzilveren.6

Uit de bankafschriften van verdachte blijkt dat door [slachtoffer 5] in totaal een bedrag van 4.580 euro naar verdachte is overgemaakt.7

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat een bedrag van 4.580 euro aan overboekingen door [slachtoffer 5] wel zou kunnen kloppen.

De rechtbank acht, gelet op het voorgaande, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte door het aannemen van een valse hoedanigheid, namelijk die van een bemiddeld persoon, en door een samenweefsel van verdichtsels [slachtoffer 5] heeft bewogen tot de afgifte van geld en zich daarmee schuldig heeft gemaakt aan oplichting. De rechtbank gaat, gelet op de bankafschriften en de verklaring van verdachte, uit van het bedrag dat door [slachtoffer 5] naar de rekening van verdachte is gestort en acht derhalve bewezen dat door [slachtoffer 5] een bedrag van 4.580 euro aan verdachte is afgegeven.

Ten aan zien van feit 5:

Op 7 december 2012 deed [slachtoffer 6] , wonende te Marum, aangifte van oplichting. Zij verklaarde via de website [site 4] op 20 oktober 2012 contact te hebben gekregen met verdachte. Op 24 oktober 2012 kwam verdachte bij [slachtoffer 6] thuis en vertelde dat hij bij Asielbeleid werkte als leidinggevende en als hoofdcoördinator bij het kantoor in Den Haag, Groningen en Zwolle. Voorheen was hij cultuurdeskundige. Op 29 oktober 2012 vroeg verdachte haar om geld. Hij vertelde over het verliezen van zijn portemonnee en pasjes en dat hij daardoor niet meer naar huis kon komen. [slachtoffer 6] heeft toen 450 euro overgemaakt op een bankrekening die hij opgaf. Daarna moest verdachte naar Berlijn om dossiers voor zijn werk op te halen. Vanwege het verlies van zijn pasjes vroeg hij [slachtoffer 6] opnieuw geld te leen voor een ticket. Op 30 oktober 2012 stortte zij een bedrag van 450 euro en 250 euro op de rekening van verdachte. Op 31 oktober 2012 stortte zij 500 euro en op 5 november 2012 850 euro op de rekening van verdachte. Verdachte vertelde namelijk dat hij in Berlijn was op dat moment en niet terug kon komen. Hij zou op dat moment in het bezit zijn van het dossier van de broer van [slachtoffer 6] die was vermoord, waarvan verdachte had gezegd daar wel aan te kunnen komen. Verdachte vertelde dat hij geld had overgemaakt naar [slachtoffer 6] toen hij terug in Vlissingen was. Dit geld is door [slachtoffer 6] niet ontvangen.8

Uit de bankafschriften van verdachte blijkt dat door [slachtoffer 6] bedragen van 250 euro, 500 euro, 850 euro en tweemaal 450 euro naar verdachte zijn overgemaakt.9

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij in de tenlastegelegde periode geen werk had. Verder heeft verdachte verklaard dat als uit zijn bankafschriften blijkt dat hij geld van [slachtoffer 6] heeft ontvangen, dat wel kan kloppen.10

De rechtbank acht, gelet op het voorgaande, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte door het aannemen van een valse hoedanigheid, namelijk die van een persoon met een inkomen uit arbeid, en door een samenweefsel van verdichtsels [slachtoffer 6] heeft bewogen tot de afgifte van geld en zich daarmee schuldig heeft gemaakt aan oplichting. Hoewel verdachte ter zitting heeft verklaard zich [slachtoffer 6] en/of zijn handelen ten opzichte van haar niet te kunnen herinneren, volgt naar het oordeel van de rechtbank uit het feit dat [slachtoffer 6] diverse bedragen naar verdachte heeft overgemaakt, die overeenstemmen met haar aangifte, dat verdachte wel degelijk contact met [slachtoffer 6] moet hebben gehad, op de wijze zoals zij in haar aangifte heeft verklaard. Daarbij speelt voor de overtuiging bij de rechtbank een rol dat de aangifte van [slachtoffer 6] op diverse punten betreffende het gedrag en de verhalen van verdachte overeenstemt met de aangiftes van andere slachtoffers in dit dossier.

Ten aan zien van feit 6:

Op 15 november 2012 deed [slachtoffer 7] , wonende te Leeuwarden, aangifte van oplichting. Zij verklaarde op zaterdag 3 november 2012 via [site 4] in contact te zijn gekomen met verdachte. Bij zijn account stond dat hij in Vlissingen woonde. Hij schreef dat hij een goede baan had. Hij werkte voor het illegale beleid voor Brussel. Hij had een leidinggevende positie en had een maandloon van 7.000 euro. [slachtoffer 7] en verdachte spraken af elkaar de volgende dag te ontmoeten. Toen [slachtoffer 7] verdachte de volgende dag terugbracht naar het station vroeg hij of hij 300 euro mocht lenen voor een overnachting in een hotel. [slachtoffer 7] heeft hem dit geld geleend. Verdachte vertelde dat hij miljonair was, hij had ongeveer acht miljoen. Zijn ouders waren van adel, dus hij ook. Hij had een huis in Brabant en een huis in Marseille geërfd van zijn overleden opa. Verdachte vertelde dat er een manuscript in Engeland zou liggen van Maria Magdalena, dat hij dat had gelezen en dat hij dit ook voor [slachtoffer 7] kon regelen. Hij vroeg haar om hem 500 euro te lenen. [slachtoffer 7] heeft verdachte ook dit bedrag geleend. Hij beloofde de 500 euro maandag weer terug te boeken op haar rekening. Op maandag 5 november 2012 vertelde verdachte dat hij een vlucht naar Marseille zou boeken om daar een 17e -eeuwse ketting van zijn overleden moeder voor [slachtoffer 7] op te halen. Hij had weer geld nodig voor het ticket naar Marseille. Vervolgens heeft [slachtoffer 7] een bedrag van 700 euro overgeschreven naar zijn rekening van de ING. Om 22:30 uur werd zij gebeld door verdachte. Hij vertelde dat hij zijn ticket voor de terugreis was kwijtgeraakt en vroeg om 225 euro over te maken, hetgeen [slachtoffer 7] heeft gedaan. Verdachte beloofde dat zij het geld terug zou krijgen. Sindsdien heeft [slachtoffer 7] geen contact meer met verdachte gehad.11

Uit de bankafschriften van verdachte blijkt dat door [slachtoffer 7] een bedrag van 700 euro en van 225 euro naar verdachte is overgemaakt.12

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij in de tenlastegelegde periode geen werk had. Verder heeft verdachte verklaard dat als uit zijn bankafschriften blijkt dat hij geld van [slachtoffer 7] heeft ontvangen, dat wel kan kloppen.13

De rechtbank acht, gelet op het voorgaande, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte door het aannemen van een valse hoedanigheid, namelijk die van een rijk persoon, en door een samenweefsel van verdichtsels [slachtoffer 6] heeft bewogen tot de afgifte van geld en zich daarmee schuldig heeft gemaakt aan oplichting. Hoewel verdachte ter zitting heeft verklaard zich [slachtoffer 7] en/of zijn handelen ten opzichte van haar niet te kunnen herinneren, volgt naar het oordeel van de rechtbank uit het feit dat [slachtoffer 7] twee bedragen naar verdachte heeft overgemaakt, die overeenstemmen met haar aangifte, dat verdachte wel degelijk contact met [slachtoffer 7] moet hebben gehad, op de wijze zoals zij in haar aangifte heeft verklaard. Daarbij speelt voor de overtuiging bij de rechtbank een rol dat de aangifte van [slachtoffer 7] op diverse punten betreffende het gedrag en de verhalen van verdachte overeenstemt met de aangiftes van andere slachtoffers in dit dossier.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

hij op één of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 15

augustus 2012 tot 27 augustus 2012, althans in de maand augustus 2012, te Sas

van Gent, in elk geval in Nederland, (telkens) met het oogmerk om zich en/of

(een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van

een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige

kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 1] heeft

bewogen tot de afgifte van 300 euro en/of 140 euro en/of 10 euro en/of 800

euro, althans enig geld en/of (telkens) tot het aangaan van een schuld of tot

het teniet doen van een inschuld,

hebbende verdachte (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk

weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met

de waarheid

- via het internet (de site [site 1] ) contact gelegd met die [slachtoffer 1] en/of

- ( vervolgens) zich tegenover die [slachtoffer 1] voorgedaan als een persoon die

rijk, althans bemiddeld is en/of onroerend goed bezit en/of een (goed)

inkomen uit arbeid geniet en/of die solvabel is en/of die (regelmatig)

buitenlandse reizen moet maken/maakt en/of

- tegenover die [slachtoffer 1] voorgewend dat hij (tijdelijk) niet over zijn geld

kan beschikken en/of (tijdelijk) onvoldoende geld heeft en/of

- tegenover die [slachtoffer 1] voorgewend dat hij (direct/spoedig) geld nodig heeft

voor te nog maken reiskosten en/of voor betaling van één of meer

benodigdheden en/of

- (hierna) die [slachtoffer 1] om geld (te leen) gevraagd, waarbij hij een spoedige

terugbetaling in het vooruitzicht stelde/voorwendde,

waardoor die [slachtoffer 1] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

2.

hij op één of meer tijdstippen gelegen op of omstreeks 24 augustus 2011,

althans in de maand augustus 2011, te Zeerijp, gemeente Loppersum, in elk

geval in Nederland, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en)

wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam

en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen

en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 2] heeft bewogen tot

de afgifte van 500 euro en/of 270 euro, althans enig geld en/of (telkens) tot

het aangaan van een schuld of tot het teniet doen van een inschuld,

hebbende verdachte (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk

weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met

de waarheid

- via het internet (de site [site 2] ) contact gelegd met die [slachtoffer 2] en/of

- ( vervolgens) zich tegenover die [slachtoffer 2] voorgedaan als een persoon die rijk,

althans bemiddeld is en/of onroerend goed bezit en/of een (goed) inkomen

uit arbeid geniet en/of die solvabel is en/of die (regelmatig) buitenlandse

reizen moet maken/maakt en/of

- tegenover die [slachtoffer 2] voorgewend dat hij (van zijn geld en/of bankpasjes)

bestolen is en/of (tijdelijk) niet over zijn geld kan beschikken en/of

(tijdelijk) onvoldoende geld heeft en/of

- tegenover die [slachtoffer 2] voorgewend dat hij (direct/spoedig) geld nodig heeft

voor te maken reiskosten en/of voor de betaling van één of meer benodigdheden

en/of

- (hierna) die [slachtoffer 2] om geld (te leen) gevraagd, waarbij hij een spoedige

terugbetaling in het vooruitzicht stelde/voorwendde,

waardoor die [slachtoffer 2] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

3.

hij op één of meer tijdstippen gelegen op of omstreeks de periode van 10

augustus 2011 tot 8 oktober 2011, althans in de maand(en) augustus en/of

september en/of oktober 2011, te Den Dungen, gemeente Sint-Michielsgestel, in

elk geval in Nederland, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een)

ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een

valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige

kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 3] en/of

[slachtoffer 4] heeft bewogen tot de afgifte van - in totaal - 38.830 euro,

althans 34.630 euro, althans een aanzienlijk bedrag, in elk geval van enig

geld en/of (telkens) tot het aangaan van een schuld of tot het teniet doen

van een inschuld,

hebbende verdachte (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk

weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met

de waarheid

- via het internet ( [site 2] ) contact gelegd met die [slachtoffer 3] en/of

- ( vervolgens) zich tegenover die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4]

voorgedaan als een persoon die rijk, althans bemiddeld is en/of onroerend

goed bezit en/of een (goed) inkomen uit arbeid geniet en/of die solvabel is

en/of die (regelmatig) buitenlandse reizen maakt en/of

- tegenover die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] voorgewend dat hij (van

zijn geld en/of bankpasjes) bestolen was en/of (tijdelijk) niet over zijn

geld kon beschikken en/of (tijdelijk) onvoldoende geld heeft en/of

- tegenover die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] voorgewend dat hij

(direct/spoedig) geld nodig had voor te maken reiskosten en/of voor de

betaling van een boete en/of voor de betaling van één of meer benodigdheden

en/of

- (hierna) die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] om geld (te leen)

gevraagd, waarbij hij een spoedige terugbetaling in het vooruitzicht

stelde/voorwendde,

waardoor die [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] (telkens) werd(en) bewogen

tot bovenomschreven afgifte;

4.

hij op één of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 6

oktober tot 27 oktober 2012, althans in de maand oktober 2012, te Epe, in elk

geval in Nederland, (telkens) met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en)

wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het aannemen van een valse naam

en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen

en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 5] heeft bewogen tot de

afgifte van - in totaal - 4580 euro, althans enig geld en/of (telkens) tot het

aangaan van een schuld of tot het teniet doen van een inschuld,

hebbende verdachte (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk

weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met

de waarheid

- via het internet (de site [site 3] ) contact gelegd met

die [slachtoffer 5] en/of

- ( vervolgens) zich tegenover die [slachtoffer 5] voorgedaan als een persoon die

rijk, althans bemiddeld is en/of onroerend goed bezit en/of een (goed)

inkomen uit arbeid geniet en/of die solvabel is en/of

- tegenover die [slachtoffer 5] voorgewend dat hij zijn portemonnee kwijt was geraakt

en/of (tijdelijk) niet over zijn geld kan beschikken en/of (tijdelijk)

onvoldoende geld heeft en/of

- tegenover die [slachtoffer 5] voorgewend dat hij (direct/spoedig) geld nodig heeft voor

te maken reiskosten en/of voor het verzilveren van zijn inleg bij een

spaarbeleggingsfonds en/of voor betaling van één of meer benodigdheden en/of

- (hierna) die [slachtoffer 5] om geld (te leen) gevraagd, waarbij hij een spoedige

terugbetaling in het vooruitzicht stelde/voorwendde,

waardoor die [slachtoffer 5] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

5.

hij op één of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 20

oktober 2012 tot 6 november 2012, althans in de maand(en) oktober en/of

november 2012, te Marum en/of Vlissingen, in elk geval in Nederland, (telkens)

met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen

(telkens) door het aannemen van een valse naam en/of van een valse

hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een

samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 6] heeft bewogen tot de afgifte van 450

euro en/of 250 euro en/of 450 euro en/of 500 euro en/of 800 euro, althans enig

geld en/of (telkens) tot het aangaan van een schuld of tot het teniet doen van

een inschuld,

hebbende verdachte (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk

weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met

de waarheid

- via het internet (de site [site 4] ) contact gelegd met die [slachtoffer 6] en/of

- ( vervolgens) zich tegenover die [slachtoffer 6] voorgedaan als een persoon die

bemiddeld is en/of een (goed) inkomen uit arbeid geniet en/of die solvabel

is en/of die (regelmatig) buitenlandse reizen moet maken/maakt en/of

- tegenover die [slachtoffer 6] voorgewend dat hij zijn portemonnee en pasjes is

verloren en/of dat hij (tijdelijk) niet over zijn geld kan beschikken en/of

(tijdelijk) onvoldoende geld heeft en/of

- tegenover die [slachtoffer 6] voorgewend dat hij (direct/spoedig) geld nodig heeft

voor te maken reiskosten en/of voor betaling van één of meer benodigdheden

en/of

- (hierna) die [slachtoffer 6] om geld (te leen) gevraagd, waarbij hij een spoedige

terugbetaling in het vooruitzicht stelde/voorwendde,

waardoor die [slachtoffer 6] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte;

6.

hij op één of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 3

november tot 6 november 2012, althans in de maand november 2012, te Leeuwarden

en/of Vlissingen, in elk geval in Nederland, (telkens) met het oogmerk om zich

en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen (telkens) door het

aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of

meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [slachtoffer 7]

[slachtoffer 7] heeft bewogen tot de afgifte van 300 euro en/of 500 euro en/of 700 euro

en/of 225 euro, althans enig geld en/of (telkens) tot het aangaan van een

schuld of tot het teniet doen van een inschuld,

hebbende verdachte (telkens) met vorenomschreven oogmerk - zakelijk

weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met

de waarheid

- via het internet (de site [site 4] ) contact gelegd met die [slachtoffer 7] en/of

- ( vervolgens) zich tegenover die [slachtoffer 7] voorgedaan als een persoon die

rijk, althans bemiddeld is en/of onroerend goed bezit en/of een (goed)

inkomen uit arbeid geniet en/of die solvabel is en/of die (regelmatig)

buitenlandse reizen moet maken/maakt en/of

- tegenover die [slachtoffer 7] voorgewend dat hij (tijdelijk) niet over zijn geld

kan beschikken en/of (tijdelijk) onvoldoende geld heeft en/of

- tegenover die [slachtoffer 7] voorgewend dat hij (direct/spoedig) geld nodig heeft

voor overnachting in een hotel en/of voor te maken reiskosten en/of voor de

betaling van één of meer benodigdheden en/of

- (hierna) die [slachtoffer 7] om geld (te leen) gevraagd, waarbij hij een spoedige

terugbetaling in het vooruitzicht stelde/voorwendde,

waardoor die [slachtoffer 7] (telkens) werd bewogen tot bovenomschreven afgifte.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt om aan verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, omdat hij dan alles wat hij heeft opgebouwd weer zal verliezen.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan oplichting van zes verschillende vrouwen. Verdachte heeft op datingsites contact gezocht met deze vrouwen en deed zich voor als een rijk man of in ieder geval als iemand die een inkomen heeft. Vervolgens heeft hij de vrouwen bewogen tot de afgifte van (soms enorme) bedragen door hen allerlei verhalen voor te spiegelen en te beloven dat hij het geld terug zou betalen. Door zijn handelen heeft verdachte het vertrouwen van zes verschillende vrouwen geschaad. Het motief van verdachte was enkel gelegen in zijn gebrek aan geld ter bekostiging van onder meer zijn gokverslaving. Hij heeft in het geheel niet stilgestaan bij de (financiële) gevolgen die deze feiten voor de aangeefsters hebben gehad. Dit neemt de rechtbank verdachte zeer kwalijk.

Bij het bepalen van de strafmaat heeft de rechtbank rekening gehouden met het strafblad van verdachte waaruit blijkt dat hij meermalen is veroordeeld, waaronder voor soortgelijke feiten als de onderhavige. Voorts heeft de rechtbank gezien dat eerder aan verdachte een straf is opgelegd en hij nu schuldig wordt verklaard aan misdrijven die voor die strafoplegging zijn gepleegd.

Uit het reclasseringsrapport van 10 maart 2016 is gebleken dat verdachte sinds maart 2016 een studio huurt in Vlissingen. Daarvoor zat hij in dak- en thuislozenopvang ‘ [naam] ’. Daar verbleef hij in 2012 ook al en tussentijds zou hij zwervende zijn geweest. Verdachte ontvangt een WWB-uitkering en staat onder bewindvoering. Hij heeft schulden (o.a. CJIB-boetes) welke via de bewindvoerder worden afgelost. Hij heeft geen structurele, zinvolle dagbesteding. Verdachte heeft geen contact met familie en geen vrienden. Dat wil hij ook niet. Contacten in het kader van hulpverlening wijst hij resoluut af. Door zijn negatieve ervaringen tijdens zijn TBS-periode heeft hij een enorme aversie tegen behandeling en begeleiding door de reclassering. Hij zal zijn medewerking aan bijzondere voorwaarden weigeren. Er is geen sprake van interne motivatie om te veranderen.

Geadviseerd wordt om aan verdachte een deels voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, ambulante behandeling, een contactverbod met de aangeefsters, andere voorwaarden het gedrag betreffende namelijk het verdachte kunnen verplichten om inzage te geven in zijn financiën en referenten aan de reclassering op te geven en het vergoeden van de veroorzaakte schade.

De rechtbank constateert dat sprake is van een overschrijding van de redelijke termijn, zoals bedoeld in artikel 6 EVRM. De redelijke termijn is naar het oordeel van de rechtbank op

26 februari 2013 aangevangen, het moment waarop verdachte in verzekering is gesteld. Uitgaande van een redelijke termijn had de zaak op 27 februari 2015 moeten zijn afgedaan. Op 4 augustus 2015, ruim vijf maanden na het verlopen van de redelijke termijn, stond de zaak voor het eerst op zitting. De zaak is toen aangehouden en vervolgens weer op zitting gekomen op 6 juni 2016. De rechtbank stelt aldus vast dat de redelijke termijn met zestien maanden is overschreden. De rechtbank dient dan ook te handelen naar bevind van zaken.

De eis van de officier van justitie is in het licht van hetgeen voor soortgelijke feiten wordt opgelegd alleszins te begrijpen. Het zijn de overschrijding van de redelijke termijn, de toepassing van artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht en de nieuwe ontwikkelingen, zoals de nieuwe woning, in het leven van verdachte, die de rechtbank hebben doen besluiten hiervan in substantiële zin ten gunste van verdachte af te wijken.

De rechtbank legt aan verdachte op een taakstraf voor de duur van 240 uur, te vervangen door 120 dagen hechtenis. Daarnaast zal de rechtbank aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen voor de duur van 6 maanden teneinde de ernst van de feiten te benadrukken en verdachte ervan te weerhouden nieuwe strafbare feiten te plegen. De rechtbank zal hieraan geen bijzondere voorwaarden verbinden, aangezien uit de verklaring van verdachte ter zitting en uit het reclasseringsrapport is gebleken dat verdachte niet open staat voor begeleiding van de reclassering. Onder die omstandigheid acht de rechtbank reclasseringstoezicht niet zinvol.

7 De benadeelde partijen

De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert een schadevergoeding van € 1.300,= voor feit 1.

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezenverklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt, zodat de vordering zal worden toegewezen.

De benadeelde partij [slachtoffer 3] vordert een schadevergoeding van ± € 30.000,= voor feit 3.

De officier van justitie acht het bedrag van € 34.630,=, dat blijkens het strafdossier door de benadeelde partij en haar vader is gegeven aan verdachte, minus het bedrag van € 1.500,=, dat door verdachte is teruggestort, toewijsbaar.

De verdediging voert geen verweer ten aanzien van de vordering.

De rechtbank stelt vast dat de schade die door de benadeelde partij wordt gevorderd niet slechts de schade die zij zelf heeft geleden omvat, maar tevens de schade van haar vader. Benadeelde partij heeft in haar aangifte mede aangifte gedaan namens haar vader. Gelet hierop, en nu de verdediging de vordering niet heeft betwist, begrijpt de rechtbank de vordering van de benadeelde partij aldus dat zij mede als gevolmachtigde namens haar vader schade vordert. De rechtbank is dan ook van oordeel dat deze schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezenverklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt, zodat de vordering zal worden toegewezen. De rechtbank wijst toe het bedrag van € 34.630,=, dat blijkens het strafdossier door de benadeelde partij en haar vader is gegeven aan verdachte, minus het bedrag van

€ 1.500,=, dat door verdachte is teruggestort, zijnde een bedrag van € 33.130,=.

De benadeelde partij [slachtoffer 5] vordert een schadevergoeding van € 7.933,37 voor feit 4.

De officier van justitie acht de vordering voldoende inzichtelijk gemaakt en onderbouwd en acht de vordering toewijsbaar.

De verdediging verzoekt de vordering toe te wijzen tot het bedrag dat kan worden bewezenverklaard, zijnde € 4.580,=.

De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 4.580,= een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit, ter zake van materiële schade, en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde acht zij tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en zij zal de vordering tot dat bedrag toewijzen.

Voor het overige acht de rechtbank het gevorderde bedrag onvoldoende aannemelijk gemaakt en zij zal de benadeelde partij daarom voor dat deel niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering. Voor dat deel kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Met betrekking tot de toegekende vorderingen benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 10, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 24c, 27, 36f, 57, 63 en 326 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 tot en met 6: oplichting;

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezen verklaarde;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 240 (tweehonderdveertig) uren;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 (honderdtwintig) dagen;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering gesteld is geweest in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf naar rato van twee uur per dag;

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 6 (zes) maanden;

- bepaalt dat deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaren na te melden voorwaarde niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarde:

* dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

Benadeelde partijen

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van € 1.300,=, waarvan € 1.250,= ter zake van materiële schade en € 50,= ter zake van immateriële schade;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 3] , mede als gevolmachtigde van [slachtoffer 4] , van € 33.130,=, ter zake van materiële schade;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 5] van € 4.580,=, ter zake van materiële schade;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- verklaart de benadeelde partij in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van de hierna te noemen slachtoffers de daarbij vermelde bedragen te betalen, bij niet betaling te vervangen door het daarbij vermelde aantal dagen hechtenis:

- benadeelde partij [slachtoffer 1] (feit 1), € 1.300,=, 23 dagen hechtenis,

- benadeelde partij [slachtoffer 3] (feit 3), € 33.130,=, 200 dagen hechtenis,

- benadeelde partij [slachtoffer 5] (feit 4), € 4.580,=, 55 dagen hechtenis,

met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. A.D. Scheffers, voorzitter, mr. J.P.M. Hopmans en

mr. H.E. Goedegebuur, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.E.A.M. van de Riet, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 20 juni 2016.

Mr. Scheffers en mr. Goedegebuur zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt -tenzij anders vermeld- bedoeld het eindproces-verbaal met proces-verbaalnummer PL196G 2012068262 van de regiopolitie Zeeland, district Zeeuws Vlaanderen, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd tot en met pagina 332. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] van 5 september 2012 met bijlagen, pagina 55, 56, 60 en 61 van voornoemd eindproces-verbaal.

2 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2] van 6 september 2011 met bijlagen, pagina 34, eerste en laatste alinea, pagina 35, pagina 36, eerste alinea, en pagina 43 van voornoemd eindproces-verbaal.

3 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 6 juni 2016.

4 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3] , mede namens [slachtoffer 4] , van 12 oktober 2011, pagina 8, 9 en 10, van voornoemd eindproces-verbaal.

5 Het stuk inhoudende de bankafschriften van verdachte, pagina 267, 269, 270, 274, 275, 276, 277, 278, 279, 281, 282 en 283 van voornoemd eindproces-verbaal.

6 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 5] van 6 november 2012, pagina 65, vierde, achtste en negende alinea, en pagina 66, eerste, tweede en derde alinea, van voornoemd eindproces-verbaal.

7 Het stuk inhoudende de bankafschriften van verdachte, pagina 236, 237, 240, 241 en 242 van voornoemd eindproces-verbaal.

8 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 6] van 7 december 2012, pagina 288, vierde, tiende en elfde alinea, pagina 289, eerste, tweede en zesde alinea, en pagina 290, eerste en derde alinea, van voornoemd eindproces-verbaal.

9 Het stuk inhoudende de bankafschriften van verdachte, pagina 242 en 245 van voornoemd eindproces-verbaal.

10 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 6 juni 2016.

11 Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 7] van 15 november 2012, pagina 293, laatste alinea, pagina 294, eerste alinea, pagina 295, pagina 296, vijfde en zesde alinea, en pagina 297, eerste en tweede alinea, van voornoemd eindproces-verbaal.

12 Het stuk inhoudende de bankafschriften van verdachte, pagina 245 en 246 van voornoemd eindproces-verbaal.

13 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 6 juni 2016.