Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2016:3724

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
31-05-2016
Datum publicatie
20-06-2016
Zaaknummer
C/02/315764 FT RK 16/685
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
Inhoudsindicatie

Verzet tegen faillietverklaring. Vermelding naam verzoekster in petitum faillissementsverzoek berust op kennelijke vergissing. Betaling vordering verzoekster na faillietverklaring, maar voor behandeling verzet.

Wetsverwijzingen
Faillissementswet
Faillissementswet 1
Faillissementswet 6
Faillissementswet 8
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
INS-Updates.nl 2016-0277
JOR 2016/343 met annotatie van mr. G.G. Boeve
AR 2016/1725
prof. mr. A.W. Jongbloed annotatie in UDH:TvCu/13365
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Insolventierecht

Breda

gegrondverklaring verzet

zaaknummer: C/02/315764 FT RK 16/685

uitspraakdatum: 31 mei 2016

inzake

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AD RUTTERS AUTOBEDRIJF B.V.,

Ingeschreven bij de Kamer van Koophandel onder nummer 50123432,

gevestigd en kantoorhoudende te Oosterhout, De Wetering 24,

opposante,

advocaat: mr. F.F.J. Froger,

t e g e n :

UITGEVERSMAATSCHAPPIJ EM. DE JONG B.V.,

gevestigd en kantoorhoudende te Baarle-Nassau,

geopposeerde,

advocaat: mr. E.G.M. van den Heuvel.

1 Het verloop van de procedure.

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit de navolgende stukken:

- het vonnis van deze rechtbank van 10 mei 2016, waarbij opposant in staat van faillissement is verklaard, en alle daarin genoemde stukken;

- het verzetschrift van 19 mei 2016 en de aanvulling op het verzetschrift van 25 mei 2016;

- het faxbericht van mr. R.J.M. Sintnicolaas van 24 mei 2016 met daarbij gevoegd het faillissementsverslag van 24 mei 2016;

- het faxbericht van mr. I.C.M. de Boer van 25 mei 2016;

- de door mr. M.J. Schouw en mr. R.J.M. Sintnicolaas overgelegde produkties ter zitting van 25 mei 2016;

- de aantekeningen van de griffier van de zitting van 25 mei 2016.

1.2.

De mondelinge behandeling van het verzet heeft plaatsgevonden op 25 mei 2016. Opposante is verschenen, bijgestaan door mr. M.J. Schouw, vervangende mr. F.F.J. Froger. Namens geopposeerde is verschenen mr. I.C.M. de Boer, vervangende mr. E.G.M. van den Heuvel. Tot slot is de curator in het faillissement van Ad Rutters Autobedrijf B.V. mr. R.J.M. Sintnicolaas verschenen.

2 Het verzoek.

2.1.

Het verzoek strekt ertoe het vonnis van 10 mei 2016, waarbij opposante in staat van faillissement is verklaard, te vernietigen.

3 De beoordeling.

3.1.1

Namens opposante is verzocht het faillissement te vernietigen. Opposante heeft daartoe aanvankelijk de volgende twee gronden aangevoerd:

1. In het faillissementsrekest wordt niet verzocht om opposante in staat van faillissement te verklaren. In het petitum van het rekest wordt namelijk gevraagd Uitgeversmaatschappij Em. De Jong B.V. (de aanvraagster van het faillissement) in staat van faillissement te verklaren. Opposante is niet bekend met juridisch taalgebruik noch met faillissementsprocedures. Op basis van het verzoek heeft opposante niet begrepen dat het de bedoeling was dat zij zelf in staat van faillissement zou worden verklaard. Zij maakte uit de tekst in het verzoek op dat verzoekster haar eigen faillissement had aangevraagd en dat opposante daarvan enkel op de hoogte werd gesteld. Omdat zij daar naar haar mening geen belang bij had, is zij niet op de zitting van 10 mei 2016 verschenen.

2. Opposante erkent dat zij de gevorderde hoofdsom ad € 2.169,-- verschuldigd is/was. Zij heeft echter door een interne communicatiestoornis nagelaten de factuur van EM. De Jong B.V. tijdig te voldoen. Voor de dag van behandeling van het verzet zal een bedrag onder de curator worden gestort, waarmee, als het faillissement wordt vernietigd, alle in het faillissement opgekomen schuldeisers en de kosten van de curator voor de door hem verrichte werkzaamheden in het faillissement voldaan kunnen worden.

3.1.2

Op 25 mei 2016 is door de rechtbank een faxbericht ontvangen van mr. Froger waarbij de gronden van het verzet worden gewijzigd.

Ter zitting heeft mr. Schouw aangegeven, dat de in het faxbericht genoemde grond 2a de in het verzetschrift genoemde en hiervoor onder 2. aangehaalde grond vervangt en dat de oorspronkelijke grond 2 wordt ingetrokken.

3.1.3

Met genoemde grond 2a wordt het volgende aangevoerd:

2a. Een derde partij heeft inmiddels voor opposante een bedrag van € 4.701,34

voldaan aan geopposeerde middels bijschrijving van dat bedrag op de derdengeldrekening van de advocaat van geopposeerde. Dit bedrag betreft de betaling van de ten tijde van het faillissement bestaande schuld aan geopposeerde ad € 2.643,84, een bedrag ad € 1.000,-- ter dekking van de aanvraagkosten van het faillissement, een aanvullende betaling van € 907,50 ter betaling van de door (de advocaat van) geopposeerde gemaakte kosten en een extra betaling van € 150,--. Ten tijde van de behandeling van het verzet is er, aldus opposante, geen vordering meer op opposante zodat het verzet dient te worden toegewezen.

3.2.

Mr. Boer heeft ter zitting meegedeeld, dat het door opposante genoemde bedrag van € 4.701,34 op 25 mei 2016 op de derdengeldrekening van het kantoor is ontvangen. Hierdoor zijn de vordering van geopposeerde en de aanvraagkosten van het faillissement geheel betaald. Zij komt dan ook tot de conclusie dat het verzet van opposante kan worden gehonoreerd en dat het vonnis van 10 mei 2016 kan worden vernietigd.

3.3.

Mr. Sintnicolaas heeft aangevoerd dat hij zich in afwachting van de behandeling van het verzet, in samenspraak met opposante, terughoudend heeft opgesteld, waardoor de faillissementskosten zo laag mogelijk zijn gehouden. Hij heeft ter zitting een voorstel tot vaststelling van zijn salaris en verschotten overgelegd waaruit blijkt dat de faillissementskosten € 4.122,39 inclusief btw bedragen. Hij heeft daarnaast betoogd dat voornoemde betaling door opposante van de vordering van geopposeerde op zichzelf niet tot vernietiging van het faillissementsvonnis dient te leiden.

3.4.

De rechtbank overweegt als volgt.

3.5.

Het verzetschrift is op 20 mei 2016 ontvangen ter griffie van deze rechtbank, zodat het verzet overeenkomstig artikel 8 lid 2 van de Faillissementswet tijdig is ingesteld.

3.6.

Wat de door opposante aangevoerde grond 1 betreft, kan weliswaar aan opposante worden toegegeven dat in het petitum van het faillissementsverzoek wordt gevraagd Uitgeversmaatschappij Em. De Jong B.V. - de aanvraagster van het faillissement - in staat van faillissement te verklaren en niet opposante, maar naar het oordeel van de rechtbank blijkt uit het faillissementsverzoek dat de vermelding van Uitgeversmaatschappij Em. De Jong B.V. in het petitum op een kennelijke vergissing berust. Zo wordt in het petitum verzocht “Gerequestreerde” in staat van faillissement te verklaren, terwijl in het lichaam van het verzoek opposante uitdrukkelijk als gerequestreerde wordt aangemerkt, namelijk: “Gerequestreerde is: De besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid AD Rutters Autobedrijf B.V.”. Voorts volgt naar het oordeel van de rechtbank uit de uitvoerig omschreven en met facturen en vonnissen onderbouwde stelling van geopposeerde dat gerequestreerde zowel haar vordering als meerdere schulden onbetaald laat, genoegzaam dat het faillissementsverzoek zich richt tegen opposante en dat het geenszins de bedoeling was dat geopposeerde met een dergelijke onderbouwing haar eigen faillissement wilde aanvragen. De conclusie kan dan ook geen andere zijn dat opposante wist dan wel behoorde te begrijpen dat met meerbedoeld verzoekschrift werd beoogd haar faillissement aan te vragen en niet het eigen faillissement van geopposeerde.

3.7.

Wat de door opposante aangevoerde grond 2a betreft, dient de rechtbank ingevolge het arrest van de Hoge Raad van 5 juni 2015 (NJ 2015,320) te onderzoeken of op dit moment summierlijk is gebleken van het vorderingsrecht van geopposeerde. Dienaangaande is niet in geschil dat de vordering van geopposeerde door opposante inmiddels is voldaan. Waar derhalve geopposeerde geen vordering op opposante (meer) heeft en dus niet bevoegd is het faillissement aan te vragen, dient het faillissement reeds op deze grond te worden vernietigd. Aan de vraag of opposante verkeert in de toestand te hebben opgehouden te betalen, komt de rechtbank niet meer toe.

3.8

Op grond van artikel 15, derde lid, Faillissementswet dient de rechtbank het bedrag van de faillissementskosten en het salaris van de curator vast te stellen en te bepalen ten laste van welke partij deze bedragen komen. De curator heeft zijn salaris volgens zijn laatste opgave begroot op een bedrag van € 4.122,39 inclusief btw. De rechtbank overweegt dat niet in geschil is dat de vordering van geopposeerde eerst na het uitspreken van het faillissement door opposante is voldaan. Bij gebreke van door opposante te stellen feiten en omstandigheden is het faillissement op dat moment dan ook terecht uitgesproken. Dit brengt mee dat deze kosten ten laste van opposante dienen te komen.

4 De beslissing.

De rechtbank

verklaart, het verzet tegen het vonnis van deze rechtbank van 10 mei 2016 gegrond en vernietigt dat vonnis;

stelt het salaris en de verschotten van de curator vast op € 4.122,39 inclusief btw en brengt dit bedrag ten laste van opposante.

Dit vonnis is gewezen door mr. Hopmans in tegenwoordigheid van Ligtenberg als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 31 mei 2016.