Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2016:3623

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
03-02-2016
Datum publicatie
27-07-2016
Zaaknummer
3811974
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Bodemzaak
Eerste aanleg - enkelvoudig
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Waterschap Scheldestromen

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Kanton

Zittingsplaats: Middelburg

zaak/rolnr.: 3811974 / 15-470

vonnis van de kantonrechter d.d. 3 februari 2016

in de zaak van

[eiser]

wonende te Ossenisse , gemeente Hulst ,

eisende partij,

verder te noemen: [eiser] ,

gemachtigde: mr. P.H. Pijpelink, advocaat te Terneuzen

t e g e n :

de rechtspersoon naar publiek recht

Waterschap Scheldestromen,

met zetel te Middelburg,

gedaagde partij,

verder te noemen: het waterschap,

gemachtigde: mr. J.J. Jacobse, advocaat te Middelburg.

het verloop van de procedure

De procedure is als volgt verlopen:

- dagvaarding van 27 januari 2015,

- conclusies van antwoord, repliek en dupliek,

- tussenvonnis van 9 september 2015,

- nadere conclusie van [eiser] .

Bij conclusie van repliek heeft [eiser] zijn eis vermeerderd. Het waterschap heeft daartegen geen processueel bezwaar gemaakt.

de beoordeling van het geschil

1. [eiser] heeft een landbouwbedrijf in de Hooglandpolder in Zeeuws-Vlaanderen , gelegen voorheen in de gemeente Hontenisse , thans in de gemeente Hulst . Op zaterdag 10 september 2011 viel er plaatselijk veel regen. De volgende ochtend heeft het waterschap noodmaatregelen genomen, waardoor een laag gelegen perceel van [eiser] , [nummer] in de Hooglandpolder , ten dele onder water kwam te staan.

2.1.

[eiser] heeft gesteld dat het waterschap daarmee onrechtmatig jegens hem heeft gehandeld, waardoor hij schade heeft geleden. Samengevat heeft [eiser] daarbij de volgende feiten aangevoerd:

Op 11 september 2011 ’s ochtends na de fikse regenval van de vorige dag zag [eiser] dat het water in de sloot naast zijn land erg hoog stond. Hij ontdekte toen dat het waterschap nog meer water in de sloot pompte. Het verzocht de medewerker van de aannemer daarmee te stoppen. Hij vroeg het de kantonnier die ter plaatse was. Hij belde met het waterschap en kwam uit bij een callcenter. Hij voelde zich afgescheept door de Randstedelijke call center-medewerker die hij sprak. Toen belde hij maar met de heer Mangnus , de plaatselijk wel bekende bestuurder van het waterschap met het verzoek het overpompen van water in de sloot te stoppen. [eiser] bewoog dus hemel en aard om dat overpompen te stoppen, maar het waterschap deed dat niet. Zij reageerde dus niet op [eiser] ’ klacht. Het gevolg was dat de sloot overliep, [eiser] ’ land onder water kwam te staan en hij schade leed.

2.2.

Omtrent zijn schade heeft [eiser] nader gesteld:

Op het perceel van 5.90 ha had [eiser] aardappelen geplant. Doordat het perceel deels onder water kwam te staan heeft [eiser] slechts 4.45 ha kunnen rooien en was de oogst daar 25 % lager dan normaal. Dat leidt tot een schadepost van € 2.953,82 ex BTW.

Op het overstroomde deel van 1.45 ha heeft [eiser] in het geheel niet kunnen rooien. Dat levert een schadepost op van € 3.849,92 ex BTW.

Omdat [eiser] zijn BTW niet verrekenen kan, levert de BTW over beide schadeposten een schadepost op van € 408,22.

Het waterschap heeft aan [eiser] toegezegd dat haar expert het perceel van [eiser] nog zou komen bezichtigen. Met het oog daarop heeft [eiser] het perceel braak laten liggen en niet volgens zijn voornemen ingezaaid met tarwe. De expert kwam echter niet, zodat [eiser] het perceel voor niets braak heeft laten liggen en een tarweoogst heeft gemist. De schade ad € 9.488,- is vergoed door het Faunafonds op een bedrag voor eigen risico na van € 474,-. Dat laatste is een schadepost waarvoor het waterschap aansprakelijk is.

2.3.

Na vermeerdering van eis luidt de vordering:

a. voor recht te verklaren dat het waterschap een onrechtmatige daad jegens [eiser] pleegde waardoor een schadevergoedingsverbintenis is ontstaan,

b. het waterschap te veroordelen tot vergoeding van schade ad € 7.680,96 met de wettelijke rente,

c. het waterschap te veroordelen tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten ad € 904,00 met de wettelijke rente.

Het waterschap heeft deze vorderingen bestreden.

laag gelegen perceel

3.1.

[nummer] van [eiser] behoort tot de laag gelegen percelen in de Hooglandpolder . Blijkens de hoogtekaarten van de Hooglandpolder die beide partijen in het geding gebracht hebben, varieert de hoogte van [nummer] van 25 cm tot 75 cm boven NAP. Het waterschap heeft tot verweer aangevoerd dat het voor risico van [eiser] komt dat hij ervoor heeft gekozen om ondanks de kwetsbare lage ligging van zijn perceel een gevoelig gewas als aardappelen te telen.

3.2.

Hierin volgt de kantonrechter het waterschap niet. [eiser] mag op zijn perceel planten wat hij wil. [eiser] mag er daarbij op vertrouwen dat het waterschap vanwege haar zorgplicht voor het waterpeil in de Hooglandpolder er alles aan zal doen om te voorkomen dat [nummer] onder water komt te staan. Het mag niet aan [eiser] worden toegerekend dat hij destijds een laag gelegen perceel heeft gekocht. Dat spreekt te meer, nu in dit geding naar voren is gekomen dat het waterschap de huidige lage ligging van [nummer] in de Hooglandpolder zelf heeft bewerkstelligd. Dertig jaren voor de aankoop van het perceel door [eiser] , in 1969, heeft het waterschap de onderliggende kleilaag van het perceel afgegraven ten behoeve van de versterking van de nabijgelegen zeewering.

zorgplicht

4. Het waterschap heeft de wettelijke taak om te zorgen voor het watersysteem. Deze zorg omvat blijkens art. 2.1. lid 1 onder a van de Waterwet (voor zover hier van belang) het voorkomen van overstromingen en wateroverlast. Dit is niet bedoeld als een garantie voor de ingelanden; het waterschap heeft jegens hen een inspanningsverplichting. Het waterschap meent dat zij hierin een beleidsvrijheid heeft. Voor zover het waterschap daarbij meent dat haar handelen in deze zaak door de burgerlijke rechter slechts marginaal getoetst zou mogen worden, is die mening onjuist. In dit kader heeft [eiser] terecht gewezen op het arrest van de Hoge Raad d.d. 9 november 2001 NJ 2002, 446. Omdat aan het waterschap (onder meer) is opgedragen om overstromingen en wateroverlast te voorkomen, heeft zij slechts om die reden enige vrijheid van handelen. Maar tegelijk dient het waterschap haar taak effectief uit te voeren en daarbij het belang van alle ingelanden bij “droge voeten” maximaal in acht te nemen. Het is daarom aan het waterschap om zich te disculperen, wanneer zij er – zoals in dit geval – niet in slaagt om de overstroming van een perceel te voorkomen. Dit wordt volledig getoetst met in achtneming van alle omstandigheden die van belang zijn.

noodzaak tot actief ingrijpen

5.1.

[eiser] verwijt het waterschap niet dat er veel regen was gevallen, maar wel dat het waterschap de gedeeltelijke overstroming van zijn perceel heeft veroorzaakt door actief ingrijpen. [eiser] is van mening dat het waterschap anders had kunnen en moeten handelen, waardoor zijn perceel niet zou zijn overstroomd. In dit verband is het van belang om het watersysteem te plaatse goed voor ogen te krijgen. Het beste neemt men een kaart daarbij.

5.2.

Ten noorden van de Hooglandpolder ligt de Nijspolder met in het zuiden de kern Ossenisse aan de noordgrens van de Hooglandpolder . In het noorden van de Nijspolder ligt het natuurgebied “het Schor van Hontenisse ”. Ten oosten van de Hooglandpolder ligt de Burgh-polder . Ten oosten daarvan ligt het dorp Kloosterzande . Ten zuidoosten van de Hooglandpolder ligt de Zoutlandpolder . Ten westen van de Hooglandpolder ligt de Westerschelde . Tussen de Westerschelde en de Hooglandpolder ligt de Ser Arendspolder . Het noorden van de westgrens van de Hooglandpolder ligt echter direct aan de Westerschelde . In of aan de Zuidwestelijke hoek van de Hooglandpolder ligt het gemaal Campen . Met dit gemaal zorgt het waterschap ervoor dat het streefpeil in het bemalingsgebied van het gemaal zoveel mogelijk wordt gehandhaafd. Overtollig water wordt door het gemaal naar de Westerschelde weggepompt. Tot het bemalingsgebied van het gemaal Campen behoren onder meer de Hooglandpolder , de Nijspolder , de Burghpolder en de Zoutlandpolder . Water van de Nijspolder stroomt normaliter van noord naar zuid buiten de Hooglandpolder om via een waterloop langs de Hooglandsedijk , de oostgrens van de Hooglandpolder . Deze waterloop ligt in de Burghpolder . Via een duiker stroomt dat water vervolgens van deze waterloop in de Oostwestsloot door de Hooglandpolder naar het gemaal Campen . Het water afkomstig van de Nijspolder en de Burghpolder stroomt dus vanaf de duiker onder de Hooglandsedijk in het zuidoosten van de Hooglandpolder via de Oostwestsloot naar het gemaal Campen in of aan het zuidwesten van de Hooglandpolder . Ongeveer in het midden van de Hooglandpolder loopt noord-zuid de Langeweg . Naast de Langeweg ligt een primaire waterloop van de Hooglandpolder . Voor het gemak wordt deze primaire waterloop in dit vonnis verder aangeduid als de hoofdsloot. Aan de hoofdsloot ligt ten westen [nummer] . De hoofdsloot loopt van de noordgrens van de Hooglandpolder tot de Oostwestsloot in het zuiden van de Hooglandpolder en is circa 2.860 meter lang. De stroomrichting in de hoofdsloot is (sinds 1998) van noord naar zuid naar het gemaal toe.

5.3.

Tussen partijen is uiteindelijk komen vast te staan dat op 10 september 2011 of in de nacht van 10 op 11 september 2011 een deel van de oever van de Oostwestsloot weggezakt is in die sloot (verder: de taludverzakking), waardoor een stremming van de afwatering ontstond. Deze stremming is ontstaan in het oostelijke deel van de Oostwestsloot, dus het deel van die sloot tussen de Hooglandsedijk en de plaats waar de hoofdsloot instroomt. Deze stremming belemmerde de doorstroming van het water vanuit de Nijspolder en de Burghpolder naar het gemaal Campen . Het waterschap heeft ervoor gekozen om water vanuit de Nijspolder via de hoofdsloot te laten lopen naar gemaal Campen . Via deze route ondervond het water uit de Nijspolder geen belemmering van de stremming in het oostelijke deel van de Oostwestsloot.

5.4.

Uit deze keuze van het waterschap om in te grijpen wordt, het watersysteem ter plaatse voor ogen gehouden, afgeleid dat de taludverzakking in het oostelijke deel van de Oostwestsloot in combinatie met de forse regenval van de vorige dag de noodzaak heeft doen ontstaan om onmiddellijk op zondagochtend 11 september 2011 in te grijpen en daarmee niet te wachten tot een gewone werkdag. Voorshands wordt aangenomen dat er op zondagochtend 11 september 2011 geen noodzaak zou zijn geweest om onmiddellijk in te grijpen, wanneer er geen taludverzakking zou zijn geweest, die het afvoeren van water uit de Nijspolder en de Burghpolder belemmerd heeft.

5.5.

Het waterschap heeft gesteld dat de regenval, 79 mm binnen een etmaal, extreem was geweest. [eiser] heeft dat betwist en aangevoerd dat het in de afgelopen jaren vaker meer dan 79 mm per dag geregend heeft zonder dat dat tot problemen leidde. Het waterschap heeft haar stelling vervolgens verder onderbouwd, maar heeft daarbij niet aangevoerd dat extreme regenval op zichzelf reeds noodzaakte tot de diverse noodmaatregelen, die het waterschap op zondag 11 september 2011 heeft genomen.

alternatieve noodmaatregelen

6.1.

Het waterschap heeft de wettelijke taak om overstromingen en wateroverlast te voorkomen. Zij heeft hierbij enige vrijheid van handelen, zeker in een noodsituatie, zoals hier aan de orde. Niettemin dient het waterschap zich maximaal in te spannen om te voorkomen dat enig perceel overstroomt of wateroverlast ondervindt. Niet aanvaardbaar is dat het waterschap haar inspanningsverplichting jegens [eiser] lijkt te ontkennen op de grond dat diens [nummer] laag gelegen is in de Hooglandpolder . Het waterschap diende zich maximaal in te spannen om ook de overstroming van [nummer] te voorkomen. Dat geldt reeds zonder dat het waterschap daar door [eiser] op was gewezen.

6.2.

Anderzijds heeft het waterschap een inspanningsverplichting ten aanzien van alle ingelanden van alle polders in haar bestuursgebied. Het is denkbaar dat het waterschap in de noodsituatie die hiervoor is beschreven, moest kiezen tussen twee of meer kwaden. Uit de hoogtekaart (prod. 13 CvD) blijkt dat de polders rondom de Hooglandpolder lager gelegen zijn. De naam van de Hooglandpolder is goed gekozen. De Nijspolder is vergeleken met de Hooglandpolder vrijwel geheel lager gelegen. Indien het laten inunderen van [nummer] het minste kwaad is geweest, bijvoorbeeld om te voorkomen dat grote delen van de Nijspolder zouden inunderen, dan kan het waterschap zich wellicht beroepen op overmacht. Haar beroep op overmacht faalt echter wanneer de noodsituatie voor haar rekening en risico komt. Dat zou het geval kunnen zijn wanneer het waterschap tekort was geschoten in haar zorg voor het waterbeheer en het tevens voorzienbaar was dat na een hevige regenval, zoals die op 10 september 2011 , het noodzakelijk zou worden om water uit de Nijspolder over te pompen in de hoofdsloot van de Hooglandpolder , waardoor het [nummer] deels zou overstromen.

6.3.

Tussen partijen is komen vast te staan dat [eiser] op de zondagochtend van 11 september 2011 contact heeft gehad met het waterschap om te waarschuwen dat het overpompen van water uit de Nijspolder zijn [nummer] onder water zou zetten. Door deze waarschuwing is het waterschap in de gelegenheid geweest om zich te bezinnen of er effectieve alternatieve noodmaatregelen zouden zijn geweest, waardoor het [nummer] niet deels zou zijn overstroomd. Wel moet hierbij bedacht worden dat er vanwege de noodsituatie waarschijnlijk weinig tijd was voor bezinning.

6.4.

[eiser] heeft gesteld dat hij op zondagochtend 11 september 2011 als alternatieven heeft voorgesteld het water in de Nijspolder te laten met drie alternatieven:

a. pompen over de versperring van de taludverzakking heen,

b. rechtstreeks in de Westerschelde pompen,

c. pompen in het natuurgebied in de Nijspolder .

Volgens [eiser] heeft hij dit meegedeeld aan een medewerker van de aannemer die de noodpomp geplaatst had, waarmee water uit de Nijspolder werd gepompt in de hoofdsloot van de Hooglandpolder . Volgens [eiser] heeft hij vervolgens gesproken met een kantonnier van het waterschap, die ter plaatse was. Hoe [eiser] precies contact heeft gekregen met het waterschap mag in het midden blijven. Het waterschap erkent, althans weerspreekt niet dat zij op zondagochtend 11 september 2011 door [eiser] is gewaarschuwd voor de overstroming van zijn perceel.

6.5.

Bij conclusie van antwoord heeft het waterschap omtrent de aangedragen alternatieven slechts aangevoerd dat het zeer de vraag is of de door [eiser] aangedragen maatregelen de problemen bij [eiser] hadden kunnen verhelpen en of die maatregelen effectief zijn. Het waterschap mocht echter niet volstaan met het oproepen van vragen, omdat het vanwege haar inspanningsverplichting aan haar is om zich te disculperen voor het feit dat het [nummer] van [eiser] deels is overstroomd. Slechts alternatief c. (pompen in het natuurgebied in de Nijspolder ) is in de conclusie van antwoord inhoudelijk besproken. Bij conclusie van repliek heeft [eiser] met recht geprotesteerd tegen het feit dat het waterschap de drie door hem aangevoerde alternatieven niet (althans niet alle) besproken heeft. Het waterschap heeft dat vervolgens bij conclusie van dupliek wel gedaan. Dat is mede aanleiding geweest om [eiser] gelegenheid te geven voor een nadere conclusie. Door haar wijze van procederen heeft het waterschap voor [eiser] nodeloos kosten veroorzaakt.

6.6.

In zijn nadere conclusie heeft [eiser] slechts in algemene zin de juistheid van het verweer tegen de door hem aangedragen alternatieven betwist. Dat is aanleiding om een persoonlijke verschijning van partijen te gelasten. Indien er effectieve alternatieven aan het waterschap ter beschikking hebben gestaan voor het pompen van water uit de Nijspolder in de hoofdsloot van de Hooglandpolder , dan heeft het waterschap daardoor onder de omstandig-heden als voormeld in beginsel onrechtmatig jegens [eiser] gehandeld wegens schending van haar zorgplicht jegens [eiser] en komt haar geen beroep toe op overmacht. Hierbij behoort wel in aanmerking te worden genomen dat het waterschap de inspanningsverplichting heeft om overstromingen en wateroverlast te voorkomen jegens alle ingelanden van alle polders waarvan zij het waterbeheer heeft. Ook de belangen van de ingelanden van de Nijspolder en van de Burghpolder en de Zoutlandpolder tellen mee. Alternatieve noodmaatregelen waardoor weliswaar het [nummer] van [eiser] niet zou zijn overstroomd, maar waardoor elders ernstiger overstromingen en/of wateroverlast zouden zijn ontstaan, kunnen niet worden beschouwd als effectieve noodmaatregelen. Van belang is dat de Nijspolder blijkens de hoogtekaart vrijwel geheel lager is gelegen dan de Hooglandpolder .

vragen

7.1.

Diverse vragen zullen moeten worden beantwoord. Vast staat dat het waterschap de hoofdsloot op zondagmiddag 11 september 2011 heeft laten maaien. Daarin bevond zich riet dat de goede doorstroming van het water belemmerde. Het feit dat er opeens gemaaid moest worden, heeft het waterschap willen rechtvaardigen met haar maaibeleid, dat is geënt op de Flora- en Faunawet. Maar veel belangrijker is het antwoord op de vraag waarom het waterschap heeft gekozen voor het overpompen van water in de hoofdsloot, terwijl de doorstroming in de hoofdsloot zodanig belemmerd werd door riet dat er diezelfde dag nog gemaaid moest worden. Op het eerste gezicht lijkt het overpompen van water uit de Nijspolder in de hoofdsloot niet de meest effectieve noodmaatregel vanwege de aanwezigheid van riet in de hoofdsloot.

7.2.

Eerst bij conclusie van dupliek heeft het waterschap gesteld dat zij op 11 september 2011 om 8.30 uur de aannemer de opdracht heeft gegeven de stremmingen in de Oostwestsloot te verwijderen en dat de aannemer deze stremmingen in de ochtend van 11 september 2011 heeft verwijderd met een rupskraan. (Het waterschap had dit reeds bij conclusie van antwoord kunnen en moeten stellen.) [eiser] heeft dit vervolgens bij gebrek aan wetenschap ontkend. Bij dagvaarding (21) had [eiser] gesteld dat het waterschap pas op 12 september 2011 met een kraan de versperring van de sloot liet verwijderen. Bij dagvaarding is een onjuiste plaats van de versperring vermeld. Deze was niet gelegen in de Nijspolder , maar in het oostelijke deel van de Oostwestsloot in de Hooglandpolder . Dat is tussen partijen komen vast te staan. De vraag is nu of de stremmingen in de Oostwestsloot reeds in de ochtend van 11 september 2011 zijn opgeheven, of eerst de volgende dag. Indien echter de stremmingen in de Oostwestsloot reeds op de ochtend van 11 september 2011 zijn opgeheven, dan is het de vraag of het waterschap daarmee niet had kunnen volstaan en had kunnen afzien van het overpompen van water uit de Nijspolder in de hoofdsloot van de Hooglandpolder , temeer nu daarin riet stond dat de doorstroming zodanig belemmerde dat er direct gemaaid moest worden. Indien het waterschap de stremmingen in de Oostwestsloot eerst op 12 september 2011 heeft laten opheffen komt aan de orde het alternatief, vermeld onder a., pompen over de versperring heen. De vraag is dan of dat pompen zonder het overpompen in de hoofdsloot voldoende effectief zou zijn geweest in afwachting van het opheffen van de stremmingen in de Oostwestsloot.

7.3.

Eerst bij conclusie van dupliek heeft het waterschap het alternatief, vermeld onder b, besproken: rechtstreeks in de Westerschelde pompen. Hierbij heeft het waterschap zich vergist in de locatie van het gehucht Zeedorp. Zeedorp ligt in de Nijspolder aan de Westerschelde ten westen van Ossenisse . Feit is dat bij Zeedorp water van de Nijspolder rechtstreeks in de Westerschelde gepompt zou kunnen worden. De vraag is wel of dat voldoende effectief zou zijn geweest, gelet op de ligging van Zeedorp stroomopwaarts van het gemaal Campen in een hoek van de Nijspolder . Voorts moet bij Zeedorp het water over de hoge zeewering heen gepompt worden. Dit is echter niet verder uitgewerkt, zodat onduidelijk blijft of het overpompen rechtstreeks in de Westerschelde bij Zeedorp een haalbaar en effectief alternatief zou zijn geweest.

7.4.

Het waterschap heeft erkend dat het natuurgebied in het noorden van de Nijspolder mag worden ingezet als waterberging bij extreme omstandigheden. Het waterschap heeft uitgelegd dat dit een minder effectieve noodmaatregel zou zijn geweest vanwege het risico dat het probleemgebied in de Nijspolder zou inunderen, zodra het maximum van de waterberging van het natuurgebied bereikt zou worden. Deze uitleg komt plausibel voor, mede gelet op de hoogtekaart van de Nijspolder .

7.5.

Het ontbreekt de kantonrechter aan deskundigheid op het gebied van waterbeheer teneinde de beantwoording van de vragen zoals voormeld te kunnen beoordelen. Tenzij partijen de voormelde vragen in dezelfde zin zullen beantwoorden, zal de benoeming van een gerechtelijke deskundige in deze zaak waarschijnlijk nodig zijn. Partijen zullen zich ter zitting mogen uitlaten over aantal en persoon van de te benoemen deskundige(n) en de aan deze voor te leggen vragen. Omdat de expert [partij-deskundige] wordt beschouwd als een partij-deskundige, komt hij niet in aanmerking voor benoeming tot deskundige in deze procedure.

andere punten

8.1.

[eiser] heeft gesteld dat het waterschap in 2014 heeft erkend dat de waterberging in de Nijs- en Hooglandpolder niet op orde was. Het waterschap heeft dat goed gemotiveerd bestreden. Uit hetgeen [eiser] heeft gesteld volgt vooralsnog niet dat het waterschap zodanig in de zorg voor waterbeheer is tekortgeschoten dat haar om die reden een beroep op overmacht zou moeten worden ontzegd.

8.2.

[eiser] heeft gesteld:

Het waterschap heeft toegezegd dat haar expert zijn perceel nog zou komen bezichtigen. [eiser] liet daarom de situatie zoveel mogelijk intact. Hij zaaide geen tarwe. De expert kwam echter niet. [eiser] had dus voor niets zijn land braak laten liggen. Hij leed daardoor een schade van € 10.000,-. Die is gedeeltelijk vanuit het schadefonds gecompenseerd.

Bij conclusie van repliek heeft [eiser] nader gesteld dat het Faunafonds zijn schade ad € 9.488,- heeft vergoed op een eigen risico van € 474,- na.

8.3.

Het waterschap heeft betwist dat zij aan [eiser] heeft toegezegd dat haar expert het perceel nog zou komen bezichtigen. [eiser] heeft de toezegging niet bewezen of te bewijzen aangeboden, zodat de toezegging niet is komen vast te staan. Maar zelfs indien de toezegging wel is gedaan, dan blijft de keuze van [eiser] om het perceel braak te laten liggen voor zijn rekening. Hij had het waterschap kunnen en moeten vragen of de expert nog langs zou komen met de uitleg dat hij vanwege diens komst zijn perceel braak liet liggen. Dienaangaande is niets gesteld. Daar komt nog bij dat de schadeberekening van het Faunafonds er niet van lijkt uit te gaan dat het perceel braak lag. De schadepost ad € 474,- ligt voor afwijzing gereed.

8.4.

De schade van de verminderde opbrengst van het perceel aardappelen is door het waterschap betwist en vooralsnog niet aangetoond. Opgemerkt zij, dat de expert [partij-deskundige] het aanvankelijk opgegeven bedrag ad € 4.002,- heel reëel achtte, vanwege de gehanteerde opbrengstprijs van ca. € 5,- per ton en een verwachte opbrengst zonder schade van ca. 55 ton per ha. [eiser] heeft van zijn schade getuigenbewijs aangeboden door het horen van [getuige 1] van [getuige 2] en van [getuige 3] . Bewijslevering van deze schade komt aan de orde indien de aansprakelijkheid van het waterschap wegens onrechtmatig handelen voor het overige zal kunnen worden vastgesteld.

de beslissing

De kantonrechter:

gelast partijen voor de kantonrechter te verschijnen om inlichtingen te verstrekken en een schikking te beproeven, en wel in het gerechtsgebouw aan de Kousteensedijk 2 te Middelburg op een nader te bepalen dag en uur;

verzoekt partijen uiterlijk woensdag 2 maart 2016 schriftelijk hun verhinderdata voor de maanden april en mei 2016 op te geven; daarna zal de datum voor de persoonlijke verschijning worden bepaald;

na vaststelling van deze datum zal slechts op bijzondere gronden en bij hoge uitzondering uitstel worden verkregen;

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.M. Klarenbeek, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 februari 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.