Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2016:3518

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
15-06-2016
Datum publicatie
15-06-2016
Zaaknummer
02/996030-14
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2017:891, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belastingfraude door gedurende een periode van bijna 6 jaar opzettelijk onjuiste aangiften omzetbelasting te doen waarbij verdachte fictieve bedragen aan omzet en voorbelasting opgaf. Dit deed hij steeds zodanig dat hij altijd hogere bedragen aan voorbelasting opgaf dan bedragen aan af te dragen BTW. Op die manier heeft hij de fiscus benadeeld voor een bedrag van ruim 900.000 euro. Straf: 21 maanden gevangenisstraf.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02/996030-14

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 15 juni 2016

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1959 te [geboorteplaats]

wonende te [adres]

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 1 juni 2016, waarbij de officier van justitie, mr. Van Horen, en verdachte hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

Verdachte staat terecht, terzake dat:

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 april 2008

tot en met 31 januari 2014 in de gemeente(n) Etten-Leur en/of Apeldoorn en/of

Roosendaal en/of (elders) in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens)

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens)

opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in

de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) aangifte(n) voor de

omzetbelasting ten name van hem, verdachte over het/de aangiftetijdvak(ken)

- 1 e kwartaal 2008 en/of

- 1 e kwartaal 2009 en/of

- 1 e kwartaal 2010 en/of

- 1 e kwartaal 2011 en/of

- 1 e kwartaal 2012 en/of

- 1 e kwartaal 2013 en/of

- 4 e kwartaal 2013

onjuist en/of onvolledig heeft gedaan,

immers heeft/hebben hij en/of (één of meer van) zijn medeverdachte(n) toen

aldaar -zakelijk weergegeven- (telkens) opzettelijk op het/de bij de

Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst te Apeldoorn en/of

Roosendaal, in elk geval in Nederland, ingeleverde en/of ingediende

aangifte(n) omzetbelasting over genoemd(e) aangiftetijdvak(ken), (telkens) een

te hoog en/of onjuist bedrag aan voorbelasting en/of een te hoog en/of onjuist

bedrag aan terug te vragen omzetbelasting opgegeven en/of doen of laten

opgeven, terwijl die/dat feit(en) (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig

belasting werd geheven.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan en baseert zich daarbij op de zich in het dossier bevindende elektronische aangiften OB, het proces-verbaal bevindingen van verhoor van getuige [naam getuige] van de Belastingdienst en de bekennende verklaring van verdachte.

4.2

Het standpunt van verdachte

Verdachte heeft bekend de hem ten laste gelegde feiten te hebben gepleegd.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Aangezien verdachte ten aanzien van het hem ten laste gelegde feitencomplex een bekennende verklaring heeft afgelegd en ter zake daarvan geen vrijspraak is bepleit, zal worden volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen als bedoeld in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering en acht de rechtbank dat feit wettig en overtuigend bewezen, gelet op:

- de zich in het dossier bevindende ingediende aangiften omzetbelasting over de kwartalen zoals in de tenlastelegging vermeld1;

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 1 juni 20162;

- de ambtsedige verklaring van [naam] van de Belastingdienst te Apeldoorn, inhoudende dat de in de tenlastelegging genoemde aangiften omzetbelasting elektronisch zijn binnengekomen op de computersystemen van de Belastingdienst3;

- een overzicht met betrekking tot de ontvangstdata van de in de tenlastelegging genoemde aangiften en het hierdoor geleden nadeel4.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 april 2008

tot en met 31 januari 2014 in de gemeente(n) Etten-Leur en/of Apeldoorn en/of

Roosendaal en/of (elders) in Nederland, meermalen, althans eenmaal, (telkens)

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, (telkens)

opzettelijk (een) bij de belastingwet voorziene aangifte(n), als bedoeld in

de Algemene wet inzake rijksbelastingen, te weten (een) aangifte(n) voor de

omzetbelasting ten name van hem, verdachte over het/de aangiftetijdvak(ken)

- 1 e kwartaal 2008 en/of

- 1 e kwartaal 2009 en/of

- 1 e kwartaal 2010 en/of

- 1 e kwartaal 2011 en/of

- 1 e kwartaal 2012 en/of

- 1 e kwartaal 2013 en/of

- 4 e kwartaal 2013

onjuist en/of onvolledig heeft gedaan,

immers heeft/hebben hij en/of (één of meer van) zijn medeverdachte(n) toen

aldaar -zakelijk weergegeven- (telkens) opzettelijk op het/de bij de

Inspecteur der belastingen of de Belastingdienst te Apeldoorn en/of

Roosendaal, in elk geval in Nederland, ingeleverde en/of ingediende

aangifte(n) omzetbelasting over genoemd(e) aangiftetijdvak(ken), (telkens) een

te hoog en/of onjuist bedrag aan voorbelasting en/of een te hoog en/of onjuist

bedrag aan terug te vragen omzetbelasting opgegeven en/of doen of laten

opgeven, terwijl die/dat feit(en) (telkens) ertoe strekte(n) dat te weinig

belasting werd geheven.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 18 maanden.

6.2

Het standpunt van verdachte

Verdachte heeft geen strafmaatverweer gevoerd.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan belastingfraude door gedurende een periode van bijna 6 jaar opzettelijk onjuiste aangiften omzetbelasting te doen waarbij verdachte fictieve bedragen aan omzet en voorbelasting opgaf. Dit deed hij steeds zodanig dat hij altijd hogere bedragen aan voorbelasting opgaf dan bedragen aan af te dragen BTW. Op die manier heeft hij de fiscus benadeeld voor een bedrag van ruim 900.000 euro.

Verdachte had geen andere inkomsten dan de bedragen die hij middels fraude van de Belastingen ontving. Hij heeft het geld naar eigen zeggen gespendeerd aan vakanties, etentjes, auto’s, theaterbezoeken, bezoeken aan nachtclubs en aan de maandelijkse lasten van zijn gezin. Hij heeft verklaard dat hij een gevoel van luxe wilde creëren. De rechtbank neemt het verdachte zeer kwalijk dat hij puur uit financieel eigen gewin deze feiten heeft gepleegd.

Bij belastingheffing in het algemeen zijn gewichtige gemeenschapsbelangen betrokken nu daarmee wordt beoogd de Staat de geldmiddelen te verschaffen die voor zijn instandhouding en voor de vervulling van zijn taak nodig zijn. Verdachte heeft deze gemeenschapsbelangen geschonden. Daar komt nog eens bij dat de goede werking van het systeem voor de heffing van omzetbelasting staat of valt bij de betrouwbaarheid, juistheid en volledigheid van de aangiften. Dit systeem is immers mede gebaseerd op het vertrouwen dat de ondernemer een juiste aangifte doet en dat de belastingdienst op basis daarvan in beginsel tot uitbetaling overgaat. Daarvan heeft verdachte misbruik gemaakt. Indien aangiften worden gedaan die niet stroken met de werkelijkheid, wordt het systeem van de heffing van omzetbelasting ondergraven.

De rechtbank is van oordeel dat, gelet op de ernst van het feit en de lange duur van de aan verdachte te verwijten gedragingen, een onvoorwaardelijk gevangenisstraf van substantiële duur noodzakelijk is. Bij de bepaling van de duur van die straf heeft de rechtbank meegewogen dat als landelijk oriëntatiepunt voor straftoemeting bij een fraudebedrag van

€ 500.000,= tot € 1.000.000,= een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 18 tot 24 maanden geldt.

Als strafverzwarend merkt de rechtbank aan dat verdachte, nadat hem in april 2013 namens de Belastingdienst was gevraagd inlichtingen te verstrekken in verband met een in te stellen boekenonderzoek, is doorgegaan met zijn strafbare handelen. Om de controle van de Belastingdienst te vertragen heeft verdachte ook nog een ernstig ongeluk, waarbij hij in coma zou zijn geraakt, gefingeerd en daardoor medewerkers van de Belastingdienst misleid. Verdachte heeft ook zijn vrouw misleid door te doen alsof hij directeur van een bedrijf was, terwijl hij in werkelijkheid werkloos was en ook geen onderneming meer runde.

Ten nadele van verdachte wordt ook rekening gehouden met zijn strafblad, waaruit blijkt dat hij in 2007 is veroordeeld tot een deels voorwaardelijke straf met betrekking tot verduistering en een poging tot verduistering, beide in dienstbetrekking gepleegd, en de omstandigheid dat hij nog in een proeftijd liep van genoemde veroordeling in 2007 toen hij onderhavige fraudedelicten begon te plegen.

De rechtbank is van oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straf van 18 maanden gevangenisstraf, gelet op voornoemde strafverzwarende omstandigheden, onvoldoende recht doet aan de feiten en de persoon van verdachte.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden noodzakelijk is. De rechtbank ziet geen ruimte voor een andere of lichtere sanctie.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 27, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen de artikelen 96, 72 en 96 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

Opzettelijk een bij de belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 21 maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf.

Dit vonnis is gewezen door mr. Schotanus, voorzitter, mr. Kooijman en mr. Hermans, rechters, in tegenwoordigheid van De Roos, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 15 juni 2016.

Mrs. Schotanus en Hermans zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt -tenzij anders vermeld- bedoeld het eindproces-verbaal met dossiernummer 55222 van de Belastingdienst/FIOD, kantoor Roosendaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 228. De geschriften, te weten aangiftes OB, pagina 0034, 0038, 0042, 0046, 0050, 0054 en 0057 van voornoemd eind-proces-verbaal.

2 De verklaring van verdachte, afgelegd op de zitting van 1 juni 2016.

3 Het geschrift, te weten een ambtsedige verklaring, pagina 0029 van voornoemd eind-proces-verbaal.

4 Het geschrift, te weten een overzicht, pagina 0114, bijlage AMB-013 2 van 2, van voornoemd eind-proces-verbaal.