Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2016:3500

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
14-06-2016
Datum publicatie
14-06-2016
Zaaknummer
02/665498-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte veroordeeld voor het plegen van handelingen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam bij iemand die in staat van verminderd bewustzijn verkeert.

In casu vingers in de mond stoppen ook seksueel binnendringen, nu verdachte eerst heeft gespuugd op het gezicht van aangeefster, dit speeksel uitsmeerde met zijn vingers en daarna zijn vingers in de mond stopte van het slachtoffer. Verdachte heeft verklaard dat hij bij eerdere gelegenheden met aangeefster haar heeft bespuugd in het kader van hun seksspel. Geen sprake van instemming, nu niet was besproken dat verdachte ook seks met het slachtoffer mocht hebben als zij “out” zou gaan.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02/665498-15

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 14 juni 2016

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1988, te [geboorteplaats] ,

wonende aan de [adres] ,

raadsman mr. Van der Kreeke, advocaat te Tilburg.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 31 mei 2016, waarbij de officier van justitie, mr. Kerkhofs, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

Verdachte staat terecht, terzake dat:

Primair:

hij op of omstreeks 15 november 2014 te St. Willebrord, gemeente Rucphen, met [slachtoffer] , van wie hij, verdachte, wist dat deze in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn/haar geestvermogens leed dat deze niet of onvolkomen in staat was zijn/haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten het stoppen/steken van zijn, verdachtes penis en/of vinger(s) in de vagina en/of schaamlip(pen)/schaamstreek en/of mond van die [slachtoffer] en/of het betasten/strelen van de borsten en/of vagina/schaamstreek, althans in elk geval het betasten/strelen van het lichaam van die [slachtoffer] en/of het houden van zijn, verdachtes, penis op/tegen het hoofd van die [slachtoffer]

art 243 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 15 november 2014 te St. Willebrord, gemeente Rucphen, met [slachtoffer] , van wie hij, verdachte, wist dat deze in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens leed dat die [slachtoffer] niet of onvolkomen in staat was haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer ontuchtige handelingen heeft gepleegd, te weten het stoppen/steken van zijn, verdachtes, penis in de vagina en/of mond en/of schaam en/of het betasten/strelen van de borst(en) en/of vagina/schaamstreek van die [slachtoffer] , althans in elk geval het betasten/strelen van het lichaam van die [slachtoffer] en/of het zoenen van die [slachtoffer] en/of het houden van zijn, verdachtes penis op/tegen/bij het hoofd van die [slachtoffer] ;

art. 247 Wetboek van Strafrecht

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde en baseert zich daarbij op de aangifte van [slachtoffer] , de beschrijving van de camerabeelden door de politie en haar eigen waarneming van de beelden. Op de beelden is waarneembaar dat aangeefster levenloos lag en nergens op reageerde. In die toestand pleegde verdachte seksuele handelingen met aangeefster. Op de beelden is ook te zien dat verdachte op een gegeven moment met een schaduw boven aangeefster hing en bewegingen maakte. De officier van justitie is van mening dat verdachte op dat moment aangeefster heeft gepenetreerd. Ook het met de vingers tussen de schaamlippen van aangeefster gaan, zoals te zien is op de beelden, wordt als seksueel binnendringen gezien.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van het primair ten laste gelegde. De verdediging wijst daarbij allereerst op het feit dat het drogeren van [slachtoffer] door verdachte niet bewezen kan worden. Verdachte en aangeefster hadden al vaker seks gehad en hadden de bewuste avond opnieuw met elkaar afgesproken. De bedoeling bij de afspraken was steeds om drugs te gebruiken en seks te hebben. De beoordeling van deze zaak moet dan ook in dit licht worden bezien. Verdachte heeft zich niet schuldig gemaakt aan seksueel binnendringen, maar heeft enkel zijn vingers in de mond van aangeefster gedaan om haar te laten braken. Er is in ieder geval geen sprake geweest van seksueel binnendringen op het moment dat zij bewusteloos of in verminderde staat van bewustzijn was. Hij heeft haar slechts pijnprikkels gegeven. De verdediging heeft zich voor de bewezenverklaring van het subsidiaire feit gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

[slachtoffer] heeft op 28 november 2014 aangifte gedaan. Zij heeft verklaard dat zij in de nacht van 14 op 15 november 2014 had afgesproken met verdachte. Zij heeft met hem op de bank gezeten en heeft met hem gekust. Vervolgens wist ze niet meer wat er gebeurd was. Ze werd rond drie uur die nacht wakker met een plakkerig gezicht. Zij is enige tijd daarna benaderd door de vriendin van verdachte, [getuige] , die op de telefoon van verdachte filmpjes van verdachte en aangeefster had aangetroffen. Aangeefster heeft die filmpjes gekregen. Daarop zag zij dat verdachte seksuele handelingen met haar verrichtte terwijl zij levenloos op bed lag. Zij is meermalen met verdachte naar bed geweest voorafgaand aan 14 november 2014 en heeft verklaard dat verdachte haar wel eens heeft gevraagd of zij ervan hield in haar gezicht te worden gespuugd. 1

Getuige [getuige] heeft verklaard dat zij in de telefoon van haar vriend, zijnde verdachte, filmpjes aantrof gedateerd op 15 november 2014 waarop zij ziet dat [slachtoffer] onder invloed was en het leek alsof [slachtoffer] knock out was en dat zij de stem van verdachte op de filmpjes herkende.2

De filmpjes zijn ter beschikking gesteld aan de politie. De politie heeft beschrijvingen van de filmpjes gegeven. Op het filmpje genaamd 15nov (7.)mp4, dat twee minuten en 42 seconden duurde, is te zien dat aangeefster op een bed lag. Ze was naakt en had alleen een bh aan, die onder haar borsten zat. Aangeefster reageerde nergens op en lag levenloos op het bed. Te zien is dat verdachte met zijn hand de rechterborst van aangeefster vastpakte en daarin kneep. Hij kneep verder in de tepel van haar rechterborst. Aangeefster reageerde daar niet op. Op het filmpje, genaamd 15nov(6).mp4, dat één minuut en twintig seconden duurde, is het beeld gericht op de vagina en het lichaam van aangeefster. Aangeefster lag er levenloos bij. Verdachte ging met zijn linkerhand naar de vagina van aangeefster en wreef hierover. Hij ging met zijn vingers tussen de grote en kleine schaamlippen. Op dit filmpje is verder te zien dat verdachte zijn stijve penis bij het gezicht van aangeefster hield en met zijn stijve penis in het gezicht van [slachtoffer] sloeg. Hij legde tweemaal zijn stijve penis op de mond van aangeefster. Aangeefster reageerde hier niet op. Op het filmpje, genaamd 15nov(2).mp4, dat drie minuten duurde, is te zien dat verdachte met zijn stijve penis naar de mond van [slachtoffer] ging en met zijn eikel over de openstaande mond ging, waardoor de bovenlip van [slachtoffer] omhooggeduwd werd. De eikel raakte de binnenkant van haar bovenlip. Verdachte sloeg een aantal malen met de stijve penis in het gezicht. Een witte slijmerige substantie viel in het gezicht van aangeefster. Verdachte ging met zijn hand over het gezicht van aangeefster en smeerde de witte slijmerige substantie over het gezicht van aangeefster en stopte vervolgens zijn vingers in de mond van aangeefster. Aangeefster reageerde niet.3 De rechtbank heeft voorafgaand aan de zitting de beelden bekeken en ter zitting haar waarnemingen aan verdachte voorgehouden. De rechtbank stelt vast dat de door de politie op de beelden waargenomen handelingen zoals verwoord in het proces-verbaal van bevindingen ook als zodanig door de rechtbank zijn gezien, waarbij de rechtbank uit eigen waarneming vaststelt dat het hoofd van aangeefster achterover hing op het moment dat verdachte de witte, slijmerige substantie over het gezicht van aangeefster smeert en de vingers bij haar in de mond deed 4.

Verdachte heeft verklaard dat hij in de periode voor 15 november 2014 meermalen seks met aangeefster heeft gehad en dat hij op 15 november 2014 met haar had afgesproken om seks met haar te hebben. Ze zijn naar boven gegaan, waren seksueel opgewonden en zouden intiem worden. Op een gegeven moment begon aangeefster spastisch te bewegen en daarna viel zij telkens weg. Op het ene moment was ze bij, het andere moment niet. Verdachte heeft verklaard dat hij heeft gefilmd wat zij deden omdat dit onderdeel van het spel was. Op de film is te zien dat ze grotendeels buiten bewustzijn is, maar volgens verdachte was dat niet de hele tijd het geval. De witte substantie in haar gezicht is spuug.5 Hij heeft op haar gezicht getuft (gespuugd), wat in het spel hoorde. Dat deden zij altijd.

Op grond van met name de filmbeelden stelt de rechtbank vast dat aangeefster in elk geval op het moment dat de film werd gemaakt bij verminderd bewustzijn was. Dit is duidelijk waarneembaar op de beelden, die steeds een minuut tot enkele minuten duren. Gedurende deze periodes heeft zij slechts een enkele keer enig geluid gemaakt in de vorm van een hoestgeluid en gekreun. Verder is er geen enkele vorm van bewustzijn bij aangeefster waarneembaar. Ook verdachte heeft verklaard dat aangeefster telkens weg viel en tijdens het filmen grotendeels buiten bewustzijn was.

Daarnaast staat naar het oordeel van de rechtbank vast dat verdachte, door zijn penis tegen en op de mond te leggen van aangeefster, waarbij de eikel de binnenkant van de bovenlip van aangeefster raakte, zich schuldig heeft gemaakt aan seksueel binnendringen door met de penis in de mond van aangeefster te gaan. Op de beelden is ook te zien dat verdachte zijn vingers tussen de grote en kleine schaamlippen van aangeefster brengt. Naar het oordeel van de rechtbank is dat ook te kwalificeren als seksueel binnendringen. Daarnaast heeft verdachte gespuugd op het gezicht van aangeefster, dit speeksel uitgesmeerd over haar gezicht en direct daarop volgend zijn vingers in haar mond gestopt. De rechtbank ziet dit ook als een seksuele handeling waarbij verdachte het lichaam van aangeefster met zijn vingers is binnengedrongen. Verdachte heeft verklaard dat hij zijn vingers in de mond deed om aangeefster te laten braken. Dit acht de rechtbank niet geloofwaardig, enerzijds omdat verdachte heeft verklaard dat het elkaar bespugen een onderdeel van het seksspel was en verdachte zijn vingers in de mond van aangeefster stopte zeer kort nadat hij haar op het gezicht had gespuugd en zijn spuug met zijn vingers over haar gezicht smeerde. Anderzijds omdat het heel gevaarlijk is om iemand te laten braken terwijl het hoofd achterover ligt en het niet aannemelijk is dat verdachte haar in die gevaarlijke situatie wilde brengen.

Gelet op bovengenoemde feiten en omstandigheden, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het seksueel binnendringen van [slachtoffer] terwijl zij bij verminderd bewustzijn was, zoals primair ten laste is gelegd.

De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte met zijn penis in de vagina van aangeefster is gegaan terwijl zij bij verminderd bewustzijn was, nu het dossier en de beelden hiervoor weliswaar de suggestie wekken, maar objectief bewijs hiertoe ontbreekt. Van dit onderdeel van de tenlastelegging spreekt de rechtbank verdachte vrij.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

Primair:

hij op of omstreeks 15 november 2014 te St. Willebrord, gemeente Rucphen, met [slachtoffer] , van wie hij, verdachte, wist dat deze in staat van bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, dan wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van zijn/haar geestvermogens leed dat deze niet of onvolkomen in staat was zijn/haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen weerstand te bieden, een of meer handelingen heeft gepleegd, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten het stoppen/steken van zijn, verdachtes penis en/of vinger(s) in de vagina en/of schaamlip(pen)/schaamstreek en/of mond en het stoppen/steken van verdachtes penis en vingers in de mond van die [slachtoffer] en/of het betasten/strelen van de borsten en/of vagina/schaamstreek, althans in elk geval het betasten/strelen van het lichaam van die [slachtoffer] en/of het houden van zijn, verdachtes, penis op/tegen het hoofd van die [slachtoffer]

De rechtbank heeft de tenlastelegging taalkundig aangepast door een deel van de verfeitelijking te splitsen. Verdachte is hierdoor niet in zijn belangen geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Door de verdediging is betoogd dat er sprake is van een strafuitsluitingsgrond, nu er sprake is geweest van instemming van de zijde van aangeefster. Zij was goed op de hoogte van het feit dat ze bewusteloos kon raken door GHB. Niet bewezen kan worden dat verdachte haar heeft gedrogeerd. Aangeefster heeft zelf de GHB ingenomen en zij was op de hoogte van de gevaren van GHB en wist dus ook dat ze out kon gaan. Ze heeft met haar volle verstand met verdachte GHB gebruikt om vervolgens seks te hebben. Derhalve is er sprake van instemming volgens de verdediging.

De rechtbank verwerpt het beroep op deze strafuitsluitingsgrond. Weliswaar lijkt het erop dat het bij verdachte en aangeefster ging om een gezamenlijk plan om GHB te gebruiken en daarna seks te hebben. Wat er van die afspraak ook zij, verdachte heeft ter zitting zelf aangegeven dat tussen hem en aangeefster niet is besproken dat de seks mocht doorgaan als aangeefster in staat van verminderd bewustzijn zou verkeren. Ook anderszins blijkt uit het dossier, noch uit de camerabeelden, dat er sprake was van instemming met de seksuele handelingen in de toestand waarin aangeefster zich bevond.

Er zijn verder geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht van Novadic Kenton, ook als dat inhoudt dat hij ambulant dient te worden behandeld en ook indien hij in het kader van de ambulante behandeling kortdurend klinisch dient te worden behandeld.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft primair, zoals hiervoor onder 5 is overwogen, betoogd dat een strafuitsluitingsgrond, te weten de instemming door [slachtoffer] , aan de orde is. Subsidiair is betoogd dat, indien de rechtbank van oordeel is dat een straf moet worden opgelegd, de door de officier van justitie geëiste onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet passend is, gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd. Verdachte heeft seks gehad met iemand met wie hij vaker seks had. Er is geen sprake geweest van seksueel binnendringen. Verdachte is na dit feit langdurig in behandeling geweest om van zijn drugsverslaving af te komen en heeft thans zijn leven op orde. Een onvoorwaardelijke gevangenisstraf zou al deze goede ontwikkelingen kunnen doorkruisen.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan seksuele handelingen, waaronder seksueel binnendringen bij een vrouw die bij verminderd bewustzijn was. De rechtbank vindt dit een ernstig feit. Verdachte heeft door zijn grensoverschrijdend seksueel gedrag de lichamelijke en psychische integriteit van [slachtoffer] geschonden. Daar komt bij dat verdachte zijn handelingen heeft gefilmd en dat aangeefster er pas achter kwam wat er was gebeurd toen zij het filmpje onder ogen kreeg.

Bij het bepalen van de strafmaat houdt de rechtbank rekening met de straffen die doorgaans voor dit soort feiten worden opgelegd, met de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

In beginsel worden voor dit soort feiten onvoorwaardelijke gevangenisstraffen opgelegd. De rechtbank weegt bij haar oordeel mee de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd. Niet is aangetoond dat verdachte aangeefster heeft gedrogeerd met GHB. Verdachte was al eerder bij aangeefster geweest en had eerder met haar drugs gebruikt om vervolgens seks te hebben. Ook zijn er eerder ook al beelden gemaakt met beider instemming. Deze omstandigheden ziet de rechtbank wel als enigszins verzachtende omstandigheden, hoewel dat onverlet laat dat verdachte veel te ver is gegaan met het plegen van seksuele handelingen toen aangeefster in de nacht van 14 op 15 november 2014 in staat van verminderd bewustzijn was. Ook neemt de rechtbank in het voordeel van verdachte het tijdsverloop in de strafprocedure mee, nu het feit reeds anderhalf jaar geleden is gepleegd.

De rechtbank houdt tevens rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

De reclassering heeft over verdachte een rapportage opgemaakt. Verdachte heeft na dit feit een inbewaringstelling gehad bij Novadic Kentron in Vught. In januari 2015 is hij daar ontslagen en tijdelijk opgenomen geweest bij Novadic Kentron in Breda. In maart 2015 is hij bij de dubbeldiagnose kliniek opgenomen geweest en hij werd in mei 2015 overgeplaatst naar Jan Wier te Tilburg. In augustus 2015 is hij daar ontslagen vanwege blijvend drugsgebruik. Na een ernstig auto-ongeluk is hij weer opgenomen bij Jan Wier, dubbel diagnose te Tilburg en daar was hij zeer gemotiveerd om van de drugs af te blijven. De reclassering heeft geadviseerd een voorwaardelijke straf op te leggen met als bijzondere voorwaarde ambulante behandeling bij Novadic Kentron met de mogelijkheid van een kortdurende klinische opname voor maximaal 7 weken, als de reclassering dat nodig acht.

Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij thans negen maanden clean is. Hij is sinds vijfeneenhalve week thuis en heeft volgens zijn eigen verklaring in die periode al veel werkzaamheden verricht. Verdachte is bezig zijn leven met zijn dochtertje op orde te krijgen.

Gelet op deze omstandigheden, acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf niet passend. Zij wil het positieve traject dat is ingezet thans niet doorkruisen. Wel zal zij aan verdachte een stevige voorwaardelijke straf opleggen om verdachte ervan te weerhouden in de toekomst strafbare feiten te plegen. Ook maakt een voorwaardelijke straf de begeleiding zoals door de reclassering is geïndiceerd mogelijk. De rechtbank acht dit reclasseringstoezicht met name van belang omdat verdachte al eerder een terugval in drugsgebruik heeft gehad.

Alles afwegend, legt de rechtbank aan verdachte op een gevangenisstraf voor de duur van 91 dagen, waarvan 90 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met aftrek van voorarrest, met als bijzonder voorwaarde reclasseringstoezicht, ook als dat inhoudt dat verdachte ambulant dient te worden behandeld bij Novadic Kentron, met daarbij ook de mogelijkheid om verdachte kortdurend klinisch op te nemen voor de duur van maximaal zeven weken ten behoeve van crisis, detoxificatie, stabilisatie, observatie en/of diagnostiek binnen een ambulant behandeltraject.

Daarnaast legt de rechtbank op een werkstraf voor de duur van 240 uren, bij niet uitvoeren te vervangen door 120 dagen vervangende hechtenis.

7 De benadeelde partij

De benadeelde partij [slachtoffer] vordert een schadevergoeding van € 2.925,=.

De rechtbank is van oordeel dat de behandeling van deze vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert nu de vordering door de raadsman gemotiveerd is betwist. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. Zij kan haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 22b, 22c, 22d, 27 en 243 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

Primair: Met iemand van wie de dader weet dat zij in staat van verminderd bewustzijn verkeert, handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 91 dagen;

- bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf groot 90 dagen niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd van twee jaren na te melden voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarden:

* dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

* dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;

* dat verdachte medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, de medewerking van huisbezoeken daaronder begrepen;

- stelt als bijzondere voorwaarde:

* dat verdachte zich gedurende de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens verslavingsreclassering van Novadic Kentron, ook indien verdachte wordt verplicht zich ambulant te laten behandelen voor zijn verslavingsproblematiek bij Novadic Kentron, verslavingszorg of een soortgelijke ambulante forensische zorg, ook als dat inhoudt dat verdachte binnen de ambulante behandeling een kortdurende, klinische opname van maximaal zeven weken ten behoeve van crisis, detoxificatie, stabilisatie, observatie en/of diagnostiek dient te ondergaan;

- geeft de reclassering opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

- veroordeelt verdachte tot een taakstraf van 240 uren;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen;

Benadeelde partij

- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in haar vordering en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt de benadeelde partij [slachtoffer] in de kosten van verdachte, tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door mr. Moussault, voorzitter, mr. Fleskens en mr. Smits, rechters, in tegenwoordigheid van Schuurmans, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 14 juni 2016.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal wordt daarmee, tenzij anders vermeld, bedoeld het onderdeel van het eindproces-verbaal met dossiernummer PL2000-2014276943 van de politie Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 113 Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] d.d. 28 november 2014, p. 19, 20, 21, 22 en 23.

2 Het proces-verbaal verhoor getuige [getuige] d.d. 28 november 2014, p. 33 en 34.

3 Het proces-verbaal bevindingen beschrijving filmpjes en messenger bericht d.d. 28 november 2014, p. 49, 50, 52, 53 en 54.

4 De eigen waarneming van de beelden door de rechtbank zoals verwoord ter zitting van 31 mei 2016.

5 De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 31 mei 2016.