Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2016:3218

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
30-05-2016
Datum publicatie
13-06-2016
Zaaknummer
AB 15_3021
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de GGD in redelijkheid gebruik gemaakt van zijn bevoegdheid om een bevel op te leggen. De rechtbank overweegt daarbij dat er sprake was van een gevaarzettende situatie door tegelijkertijd twaalf kinderen op te vangen terwijl er slechts vijf kindplaatsen waren toegestaan en een deugdelijke administratie ontbrak. De kans op vallen, verbranding, verwonding en ongevallen wordt vergroot wanneer een gastouder meer dan de toegestane aantal kinderen opvangt. Bovendien moet in geval van een calamiteit het voor de hulpdiensten duidelijk zijn hoeveel kinderen er worden opgevangen, zodat adequaat kan worden opgetreden. Het belang dat kinderen veilig worden opgevangen dient te prevaleren. De rechtbank acht het bevel tot het staken van de opvang niet disproportioneel. Uit het bevel volgt immers dat eiseres de kinderopvang weer mocht hervatten wanneer zij schriftelijk kan aantonen dat zij overeenkomstig haar registratie in het LRKP maximaal 5 kinderen gelijktijdig zou opvangen. Dat eiseres ervoor heeft gekozen om vervolgens haar kinderopvang definitief te staken, moet voor haar rekening komen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummer: BRE 15/3021 WET

uitspraak van 30 mei 2016 van de meervoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser] , te [woonplaats] , eiseres,

en

de directeur van de GGD West-Brabant (GGD), verweerder.

Procesverloop

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 7 april 2015 (bestreden besluit) van de GGD inzake een bevel om de gastouderopvang te staken.

Het beroep is, gelijktijdig met de beroepszaken 15/2311 en 15/3844, behandeld tijdens de zitting in Breda op 21 maart 2016. Eiseres is verschenen, bijgestaan door [naam vertegenwoordiger1] en [naam vertegenwoordiger2] . De GGD heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M.E. Gelpe, [naam vertegenwoordiger3] , [naam vertegenwoordiger4] en [naam vertegenwoordiger5] .

De rechtbank heeft de termijn voor het doen van uitspraak met vier weken verlengd.

Overwegingen

1. Op grond van de stukken en de behandeling ter zitting gaat de rechtbank uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Eiseres was gastouder bij gastouderbureau [naam bedrijf] . Zij exploiteerde haar gastouderopvang in haar woning aan de [adres] in [woonplaats] . Eiseres was sinds 9 augustus 2010 als gastouder opgenomen in het Landelijk register Kinderopvang en Peuterspeelzalen (LRKP). In het LRKP staat vermeld dat vijf kindplaatsen op het geregistreerd adres heeft.

Bij primair besluit van 13 oktober 2014 heeft de GGD het volgende medegedeeld. Op 13 oktober 2014 heeft een controle plaatsgevonden op de naleving van de Wet Kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (WKO). Geconstateerd is dat er om 15.00 uur 12 kinderen aanwezig waren. Dit is door eiseres bevestigd. Doordat eiseres geen inzicht kan geven in de administratie, is het voor de toezichthouders niet mogelijk om de kinderen in leeftijdscategorieën in te delen. Volgens de GGD wordt artikel 1.56b, tweede lid, van de WKO en artikel 14 van het Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen (Besluit WKO) of artikel 13, eerste, tweede en derde lid, van de Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen (Regeling WKO) niet nageleefd. Gelet hierop en mede gezien dat twee keer de toegang tot de woning van de gastouder is ontzegd, acht de GGD het noodzakelijk om een schriftelijk bevel op basis van de geconstateerde overtreding op te leggen. De GGD heeft bevolen de kinderopvang te staken totdat de hiernagenoemde maatregel is getroffen, welke vóór 20 oktober 2014 genomen dient te worden. Eiseres moet schriftelijk kunnen aantonen aan de toezichthouders dat zij, zoals opgenomen in het LRKP, maximaal 5 kinderen gelijktijdig opvangt. Eiseres mag de opvang hervatten wanneer uit de inspectie van de GGD blijkt dat zij voldoet aan bovenstaande voorwaarden.

Bij het bestreden besluit zijn de bezwaren van eiseres tegen het primaire besluit ongegrond verklaard.

2. Eiseres heeft in beroep aangevoerd dat de GGD frauduleus heeft gehandeld omdat de aanleiding voor het incidentele onderzoek wordt gevonden in gefingeerde, geënsceneerde en georganiseerde klachten. Bij eiseres is het beeld ontstaan dat “Barbertje moest hangen”. Er is sprake van geweest van buitenproportioneel machtsvertoon. Het inspectierapport dat gebaseerd is op de gebeurtenissen op 13 oktober 2014 is onrechtmatig. De gezochte bevindingen kunnen niet legitimeren of rechtvaardigen dat geconcludeerd wordt dat qua veiligheid en gezondheid sprake was van een levensbedreigende situatie. Ten onrechte wordt aangenomen dat er gelijktijdig 12 kinderen werden opgevangen. Het opleggen van een bevel was disproportioneel. Haar gastouderschap heeft 8 jaar op rij een expliciet uitmuntend kwalitatief oordeel gekregen vanuit het gastouderbureau in zake onder meer risico-inventarisatie. De klachtenregeling bij de GGD is niet juist doorlopen.

3. Ingevolge artikel 1.61, eerste lid, van de WKO ziet het college toe op de naleving van de (…) gestelde regels, onderscheidenlijk de krachtens artikel 1.65 gegeven aanwijzingen en bevelen. Het college wijst de directeur publieke gezondheid van de GGD aan als toezichthouder.

Ingevolge artikel 1.65, derde lid, van de WKO kan de toezichthouder een schriftelijk bevel geven aan een kindercentrum, gastouderbureau of voorziening voor gastouderopvang indien hij oordeelt:

a. dat de kwaliteit van de kinderopvang bij een kindercentrum of een voorziening voor gastouderopvang zodanig tekortschiet dat het nemen van maatregelen redelijkerwijs geen uitstel kan lijden; of

b. dat de kwaliteit van een gastouderbureau zodanig tekort schiet, en daardoor het risico bestaat dat ook de kwaliteit van de gastouderopvang in gevaar komt, dat het nemen van maatregelen redelijkerwijs geen uitstel kan lijden.

In artikel 1.56, tweede lid, van de WKO is bepaald dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere regels kunnen worden gesteld omtrent de kwaliteit van gastouderbureaus, waaronder regels omtrent de opleidingseisen waaraan de beroepskrachten voldoen.

In artikel 14, eerste lid, van het Besluit WKO is bepaald dat de maximale groepsgrootte per gastouder wordt afgestemd op de leeftijdscategorieën van de kinderen, waarbij naarmate er meer kinderen in een hogere leeftijdscategorie vallen, de gastouder meer kinderen mag opvangen.

Ingevolge het tweede lid kunnen bij ministeriële regeling in elk geval nadere regels worden gesteld met betrekking tot de groepsgrootte, bedoeld in het eerste lid.

In artikel 13 van de Regeling WKO is het volgende bepaald:

“1. Bij een gastouder worden maximaal zes kinderen in de leeftijd tot 13 jaar gelijktijdig opgevangen. Eigen kinderen tot 10 jaar worden meegerekend.

2. In de groep, bedoeld in het eerste lid, worden maximaal vijf kinderen tot 4 jaar gelijktijdig opgevangen.

3. In de groep, bedoeld in het eerste en tweede lid, worden maximaal 4 kinderen tot 2 jaar gelijktijdig opgevangen, waarvan maximaal 2 kinderen tot 1 jaar.”

4. De rechtbank overweegt dat eiseres sinds 9 augustus 2010 is opgenomen in het LRKP. Eiseres is geregistreerd als gastouder/gastoudergezin voor vijf kindplaatsen. Hieruit volgt dat zij gelijktijdig maximaal vijf kinderen mocht opvangen, en niet zes zoals eiseres ter zitting heeft gesteld. Artikel 13 van de Regeling WKO schrijft weliswaar voor dat zes kinderen gelijktijdig mogen worden opgevangen, maar dit betreft een maximum. Eiseres mocht er dan ook niet vanuit gaan, gelet op haar registratie, dat zij gelijktijdig zes kinderen mocht opvangen. De registratie van vijf kindplaatsen in het LRKP is leidend.

5. De rechtbank is uit het inspectieonderzoek is aannemelijk geworden dat er op het adres van eiseres op 13 oktober 2014 om 15.00 uur twaalf kinderen aanwezig waren. De toezichthouders hebben geconstateerd dat vóór het binnentreden van de woning tussen 15.00 uur en 15.45 uur zes kinderen zijn opgehaald. Na het betreden van de woning om 15.50 uur waren vijf kinderen in de opvangruimte aanwezig en één kind lag volgens eiseres in bed. Dit is niet geconstateerd omdat eiseres geen toestemming gaf om de slaapruimte te inspecteren. Eiseres heeft volgens de toezichthouders toegegeven dat er twaalf kinderen aanwezig waren door te zeggen: “Ja daar kan je me op pakken, ik had inderdaad 12 kinderen.” De betwisting ter zitting door eiseres en haar echtgenoot van het aantal tegelijkertijd aanwezige kinderen acht de rechtbank niet geloofwaardig. Uit het inspectieonderzoek is verder gebleken dat eiseres geen inzicht kon geven in de administratie. Er waren geen plaatsings- of presentielijsten om aan te tonen welke kinderen ze daadwerkelijk die dag had opgevangen. Hierdoor was het voor de toezichthouders evenmin mogelijk om de kinderen in leeftijdscategorieën onder te verdelen.

6. De gronden van eiseres tegen het inspectieonderzoek treffen geen doel. Op grond van artikel 1.62, vierde lid, van de WKO kan de toezichthouder als daar aanleiding toe is incidenteel onderzoek verrichten naar de naleving door een houder van de gestelde regels. Naar het oordeel van de rechtbank gaf de binnengekomen telefonische klacht voldoende aanleiding het incidentele onderzoek te starten. Verder acht de rechtbank het verrichte onderzoek niet onzorgvuldig, noch buitenproportioneel. De rechtbank heeft geen twijfel over de vaststelling van de overtreding van het toegestane aantal van vijf tegelijk opgevangen kinderen en het ontbreken van een deugdelijke administratie.

7. De rechtbank is van oordeel dat er door de (ruime) overschrijding van het aantal toegestane kinderen en het ontbreken van een deugdelijke administratie sprake was van een situatie als bedoeld in artikel 1.65, derde lid, onder a, van de WKO. De kwaliteit van de gastouderopvang schiet daarmee zodanig tekort dat het nemen van maatregelen redelijkerwijs geen uitstel kan lijden. De toezichthouder was derhalve bevoegd tot het opleggen van een bevel.

8. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de GGD in redelijkheid gebruik gemaakt van zijn bevoegdheid om een bevel op te leggen. De rechtbank overweegt daarbij dat er sprake was van een gevaarzettende situatie door tegelijkertijd twaalf kinderen op te vangen terwijl er slechts vijf kindplaatsen waren toegestaan en een deugdelijke administratie ontbrak. De kans op vallen, verbranding, verwonding en ongevallen wordt vergroot wanneer een gastouder meer dan de toegestane aantal kinderen opvangt. Bovendien moet in geval van een calamiteit het voor de hulpdiensten duidelijk zijn hoeveel kinderen er worden opgevangen, zodat adequaat kan worden opgetreden. Het belang dat kinderen veilig worden opgevangen dient te prevaleren. De rechtbank acht het bevel tot het staken van de opvang niet disproportioneel. Uit het bevel volgt immers dat eiseres de kinderopvang weer mocht hervatten wanneer zij schriftelijk kan aantonen dat zij overeenkomstig haar registratie in het LRKP maximaal 5 kinderen gelijktijdig zou opvangen. Dat eiseres ervoor heeft gekozen om vervolgens haar kinderopvang definitief te staken, moet voor haar rekening komen.

9. Hetgeen eiseres overigens heeft aangevoerd leidt de rechtbank niet tot het oordeel dat het bestreden besluit niet in stand kan blijven. Het beroep zal ongegrond worden verklaard. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. C.A.F. van Ginneken, voorzitter, en mr. F.P.J. Schoonen en mr. S. Ketelaars-Mast, leden, in aanwezigheid van mr. J.H.C.W. Vonk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 30 mei 2016.

griffier voorzitter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.