Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2016:2701

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
02-05-2016
Datum publicatie
03-05-2016
Zaaknummer
02/800626-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

drugslab Hoogerheide

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02/800626-14

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 2 mei 2016

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1990 te [geboorteplaats]

wonende te [woonplaats] , [adres]

raadsman mr. M.A.C. de Bruijn, advocaat te Amsterdam.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 18 april 2016, waarbij de officier van justitie, mr. Van der Hofstede, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is nader omschreven overeenkomstig artikel 314a van het Wetboek van Strafvordering. Verdachte staat, met inachtneming hiervan, terecht ter zake dat

1.

Productie amfetamine [straat 1] te Hoogerheide.

hij op een of meer tijdstippen, gelegen in de periode van 1 maart 2014 tot en met 15 juli 2014 te Hoogerheide, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, (een

(hoeveelhe(i)d(en) van (een) materiaal bevattende amfetamine

amfetamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende

lijst I;

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

Voorbereidingshandelingen productie amfetamine [straat 1] te Hoogerheide

hij op een of meer tijdstippen, gelegen in de periode van 1 maart 2014 tot en met 15 juli 2014 te Hoogerheide, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

om een feit, bedoeld in het derde of vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet,

te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een of meer hoeveelhe(i)d(en) amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, in elk geval een of meer hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende een middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te

bereiden en/of te bevorderen

- een of meer anderen heeft/hebben getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen en/of mede te plegen en/of uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of

- zich en/of een of meer anderen gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft/hebben getracht te verschaffen, en/of

- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd was/waren tot het plegen van het/die delict(en),

immers, heeft/hebben hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) in op voornoemd tijdstip in voornoemde pleegplaats(en)

* (grote) hoeveelheden 1-fenyl-2-propanon, ook wel BMK (Benzylmethyl- keton) genaamd en/of

* (grote/aanzienlijke) hoeveelheden mierenzuur en/of Caustic Soda en/of

* hardware waaronder gasflessen en/of gasbranders en/of maatbekers en/of lucht- en waterslangen en/of pompen en/of emmers en/of tonnen en/of koppelstukken en/of glazen scheitrechters en/od distillatiespiralen en/of

voorhanden gehad, waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);

2.

(omzettings)lab en voorhanden hebben hardware en grondstoffen t.b.v. de productie van BMK aan de [straat 1] te Hoogerheide.

hij op een of meer tijdstippen, gelegen in de periode van 1 maart 2014 tot en met 15 juli 2014 te Hoogerheide, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

om een feit, bedoeld in het derde of vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet,

te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een of meer hoeveelhe(i)d(en) amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, in elk geval een of meer hoeveelhe(i)d(en) van een materiaal bevattende een middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen

- een of meer anderen heeft/hebben getracht te bewegen om dat/die feit(en) te plegen, te doen plegen en/of mede te plegen en/of uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of

- zich en/of een of meer anderen gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat/die feit(en) heeft/hebben getracht te verschaffen, en/of

- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd was/waren tot het plegen van het/die delict(en),

immers, heeft/hebben hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) in op voornoemd tijdstip in voornoemde pleegplaats(en)

* een (compleet) in werking zijnde laboratorium-opstelling / productieplaats bedoeld voor de productie van fenyl-2-propanon, ook wel BMK (Benzylmethylketon) genaamd en/of

* (grote) hoeveelheden a-fenylacetoacetonitril, a-acetylbenzylcyanide ook wel apaan genoemd en/of

* (grote/aanzienlijke) hoeveelheden zoutzuur en/of

* hardware waaronder verwarmingsdekens en/of maatbekers en/of lucht- en waterslangen en/of pompen en/of emmers en/of klemdekselvaten/tonnen en/of koppelstukken en/of

* een vrachtwagen

voorhanden gehad, waarvan verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feit(en);.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte beide hem verweten feiten heeft begaan en baseert zich daarbij op het navolgende.

De politie kreeg op 14 juli 2014 omstreeks 22.05 uur een melding dat bij een bedrijfspand aan de [straat 1] te Hoogerheide een forse rookontwikkeling was en er mogelijk brand was ontstaan. Zij kwamen ter plaatse aan de voorzijde van het pand en zagen vervolgens aan de achterzijde van dat pand de inmiddels eveneens verschenen brandweer staan. Op het moment dat de politie bij de brandweer arriveerde ging een man naar een auto en reed snel weg. Omdat die man volgens de brandweer had verteld wat er in de loods gaande was achtervolgde de politie die auto. Gegeven stoptekens werden door de bestuurder genegeerd en uiteindelijk pas bij de haven van Antwerpen kon de politie de bestuurder staande houden door zijn auto klem te rijden. Dit bleek verdachte [medeverdachte 1] te zijn.

Ondertussen hadden collega’s in Hoogerheide het bedrijfspand afgezet en de Unit LFO ingeschakeld omdat er nog steeds rook uit het pand kwam en de politie een chemische lucht rook. Omstreeks 00.45 uur zag de politie plotseling rook van het dak af komen, bleken er twee mannen op het dak van het bedrijfspand te staan en een derde man probeerde vanaf de zijkant van het pand weg te rennen. De laatste man bleek verdachte [medeverdachte 2] , die verklaarde van het dak te zijn gesprongen en daarbij beide hielbenen te hebben gebroken. De twee andere mannen kwamen van het dak af en bleken de verdachten [medeverdachte 3] en [verdachte] .

In het bedrijfspand stelde de Unit FTO vast dat in een ruimte, genoemd L1, in kookketels apaan werd omgezet naar BMK. In ruimte L2 werd in destillatie-installaties BMK omgezet in amfetaminebase. Voorts werden in de verschillende ruimtes en in een achter het pand staande vrachtwagen grote hoeveelheden chemicaliën en hardware aangetroffen, bestemd voor de productie van amfetamine. Het NFI heeft vastgesteld dat er apaan en BMK is aangetroffen en dat amfetaminebase een stof is die amfetamine bevat. Daarnaast heeft het NFI vastgesteld dat op de in de loods aangetroffen volgelaat maskers het DNA werd aangetroffen van [medeverdachte 2] en [verdachte] .

De officier van justitie hecht geen geloof aan het verhaal van verdachte, daarop neerkomend dat hij slechts in de loods in Hoogerheide werkzaam was aan het ventilatiesysteem.

Naar zijn mening kan het niet anders zijn geweest dan dat verdachte in de bedrijfsloods samen met [medeverdachte 2] , [medeverdachte 3] en [medeverdachte 1] , werkzaam was in een amfetaminelaboratorium, waar voorts diverse hardware en grondstoffen waren opgeslagen welke bestemd waren voor de productie van amfetamine.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van beide feiten om de navolgende redenen.

Allereerst kan het bestanddeel amfetamine niet worden bewezen, nu slechts amfetaminebase is aangetroffen. Feit 1 onder primair dient daarom tot een vrijspraak te leiden.

Voorts is van belang dat ten laste is gelegd dat er in de bedrijfsloods middelen van lijst 1 van de Opiumwet werden bereid en/of bewerkt en/of verwerkt. Zo het bestanddeel amfetamine bewezen kan worden verklaard, dan gaat het in casu om het vervaardigen van dergelijke middelen en die handeling is niet ten laste gelegd, zodat ook om die reden het onder feit 1 primair tenlastegelegde niet bewezen kan worden verklaard en vrijspraak dient te volgen.

Maar bovenal is feit 1 in zowel de primaire als de subsidiaire variant niet wettig en overtuigend bewezen omdat verdachte helemaal geen werkzaamheden heeft verricht in de betreffende loods welke met de productie van synthetische drugs te maken hadden. Verdachte is opgeleid tot en werkzaam geweest als ventilatiemonteur en was daar slechts werkzaam aan het ventilatiesysteem. Weliswaar heeft verdachte, die bij binnenkomst schrok van de penetrante geur, een gasmasker opgezet, maar in de ruimtes waarin synthetische drugs werden geproduceerd is hij helemaal niet geweest, hetgeen ook blijkt uit het feit dat er heel veel sporen zijn veiliggesteld, maar dat nergens daarop enig aan hem te linken technisch spoor is aangetroffen.

Verdachte heeft dus niet deelgenomen aan het productieproces en heeft evenmin voorbereidingshandelingen verricht.

Tot slot voert de verdediging aan dat de verweten periode in ieder geval te ruim is en niet kan worden bewezen.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal voor de leesbaarheid van dit vonnis verdachte en de medeverdachten aanduiden bij hun achternaam.

Verbalisant [naam verbalisant 1]1 kreeg op 14 juli 2014, omstreeks 22:05 uur, het verzoek te gaan naar de [straat 1] te Hoogerheide, waar rookontwikkeling uit een bedrijfspand kwam. Aan de achterzijde van het pand zag verbalisant [naam verbalisant 1] de bevelvoerder van de brandweer bij een auto staan. De bevelvoerder was samen met twee andere brandweermannen in gesprek met een man van wie later (zie voetnoot 3) kwam vast te staan dat dit verdachte [medeverdachte 1] was. Terwijl de bevelvoerder van de brandweer verbalisant tot stoppen maanden, stapte [medeverdachte 1] in de auto en reed weg. Verbalisant zag dat [medeverdachte 1] zijn snelheid verhoogde en in een 30 kilometerzone in ieder geval 100 km per uur reed en het stopteken van de verbalisant negeerde. Verbalisant is achter de auto, een Ford Fiësta met kenteken [kenteken] , aangereden, tot aan de [straat 2] , op het industrieterrein van de haven van Antwerpen. Hier kon verbalisant verdachte [medeverdachte 1] om 22:45 tot stoppen dwingen door zijn auto tegen die van hem aan te zetten.

Terwijl [medeverdachte 1] werd aangehouden, viel er uit zijn rechterbroekzak een stapel met briefgeld. Dit waren veel briefjes van 200 en 50 euro.

Verbalisant [naam verbalisant 1]2 heeft op de zitting verklaard dat [medeverdachte 1] bij zijn aanhouding naar een chemische lucht rook en dat zijn ontblote armen vettig aanvoelden.

De bij deze verdachte afgenomen vingerafdrukken3 staan geregistreerd als zijnde van [medeverdachte 1] .

Verbalisant [naam verbalisant 1]4 heeft vastgesteld dat de twee personen op het dak de verdachten [medeverdachte 3] en [verdachte] betroffen. Verdachte [medeverdachte 2] was de persoon die van het dak was gesprongen en daarbij beide hielbenen had gebroken.

De Ford Fiësta5 met het kenteken [kenteken] is op 7 juli 2014 door verdachte [verdachte] gehuurd bij [naam verhuurbedrijf] .

Verbalisant [naam verbalisant 2]6 kwam op 14 juli 2014 naar aanleiding van dezelfde melding bij het bedrijfspand aan de [straat 1] te Hoogerheide. Een van de aanwezige brandweermannen gaf aan stemmen te horen in de loods, waarop verbalisant de deuren aan de achterzijde heeft gecontroleerd. Deze waren allen gesloten.

Een rolluik stond 10 cm open en daaronder kwam rook vandaan. Verbalisante [naam verbalisant 3] zei hem dat ze een chemische lucht rook, waarop de situatie werd bevroren in afwachting van de komst van de Unit LFO.

Omstreeks 00:40 hoorde [naam verbalisant 2] een collega roepen dat er beweging was in de loods, bij het raam aan de achterzijde. Verbalisant is naar achteren gerend en heeft de aanwezigen geroepen naar buiten te komen. Er werd hard van binnen op de deur geklopt.

Na enkele minuten zag verbalisant [naam verbalisant 2] rook van het dak af komen. Een collega riep dat hij drie personen op het dak zag lopen. Omstreeks 00:45 uur zag [naam verbalisant 2] 2 mannen lopen op het dak aan de achterzijde. Terwijl hij met collega’s doende was de twee mannen van het dak af te sturen, zag hij een man via de zijkant van de loods wegrennen. [naam verbalisant 2] is er achter aan gegaan en riep deze man aan te stoppen.

De man gaf aan mee te werken, veel pijn te hebben en mogelijk zijn been te hebben gebroken door zijn sprong van het dak. Zijn beide hielen deden zeer en hij gaf aan hulp nodig te hebben.

Verbalisante [naam verbalisant 3]7 liep ter plaatse richting de achterzijde van de bedrijfsloods. Zij rook een chemische lucht, die sterk leek op de lucht van een laboratorium waar verdovende middelen werden gefabriceerd. Verbalisante [naam verbalisant 3] was eerder in aanraking geweest met een laboratorium waar verdovende middelen werden gefabriceerd en deze lucht leek sterk op de geur die zij daar had geroken.

Zij zag een roldeur aan de linkerzijde van het pand, waar licht onder vandaan kwam. Zij hoorde een zoemend geluid, als van afzuiging. Een roldeur aan de achterzijde stond 30 a 40 cm open, en er ging een gele slang naar binnen. Onder deze roldeur kwam grijze rook of damp naar buiten. Zij kreeg hierdoor het sterke vermoeden dat er sprake was van een drugslaboratorium.

Na een uur zag [naam verbalisant 3] dat het rolluik aan de linkerzijde voor de helft open ging en direct weer werd gesloten. Zij zag door de lamellen van een raam dat gedeeltelijk open stond twee mannen rennen. Direct daarna ging het licht in de ruimte uit.

Terwijl de brandweer aan de voorzijde een hoogwerker in stelling bracht, zag [naam verbalisant 3] een grote hoeveelheid rook van het dak komen. Vrijwel direct daarna hoorde zij collega’s roepen dat er twee personen op het dak gezien waren.

Zij werden aangeroepen en moesten van het dak afkomen. Dat deden zij, waarop zij zijn aangehouden. [naam verbalisant 3] hoorde dat er een derde persoon over het dak liep, waarop een collega riep dat er een persoon van het dak gesprongen was. [naam verbalisant 3] is naar die collega gesproken, waarop de man die van het dak gesprongen was, is aangehouden.

Verbalisanten [naam verbalisant 7] en [naam verbalisant 8]8 waren op 15 juli 2014, omstreeks 01:00 uur ter plaatse. Zij stelden een onderzoek in op het dak van het pand aan de [straat 1] . Gedurende de 20 minuten dat zij op het dak stonden, kwam er constant rook uit de geopende lichtkoepels.

Verbalisanten [naam verbalisant 4] en [naam verbalisant 5]9 waren op 15 juli 2014 in het pand aan de [straat 1] te Hoogerheide. De roldeuren waren open en er kwam een scherpe chemische lucht uit de loods. De loods was opgedeeld in 2 ruimtes, gemaakt door het opstapelen van IBC-containers. Over een deel van de vloer lag een onbekende, kleurloze vloeistof.

In het midden van ruimte L4 zagen verbalisanten een grote plas kleurloze vloeistof liggen.

In ruimte L3 stond een zelfbouwcontainer met wanden van plastic en tempex, met daarvoor een werkbank met houtenrek bevattende glazen stolpen. Ook stond er een gaswasser (L5), een vorkheftruck en een zelfbouwkast.

In ruimte L1 stonden meerdere rode stalen vaten, met daarin blauwe plastic vaten. Onder de stalen vaten stonden gasbranders. Links achterin stonden twee kookketels, rechts stond een groen geëmailleerde kookketel. In deze hele ruimte lag een kleurloze vloeistof op de vloer.

In ruimte L2 stonden een drietal destillatie installaties, met aan het einde maatbekers. In deze maatbekers zat een vloeistof die onderin kleurloos, en bovenin geelkleurig was.

Achter de loods stond een gele vrachtwagen, met oplegger. In de oplegger stond een IBC-container met daarin een voor verbalisant onbekende groene vloeistof.

In de garagebox (L6) lag een kleurloze vloeistof op de gehele vloer.

Het LFO10 heeft op 15 juli 2014 onderzoek gedaan naar de inrichting van de loods.

Ruimte L1 was ingericht om apaan in BMK om te zitten door gebruik van zoutzuur en vervaardiging amfetamine volgens de Leuckartmethode met behulp van BMK t/m de 2e kookstap. Er stond(en)

- 4 opstellingen om apaan om te zetten in BMK, waarvan er 2 in werking waren.

- 2 rvs kookketels (1 gevuld, 1 recent gebruikt)

- een reactie/kookketel (gebruikt en vervuild)

- 1 klemdekselvat (inhoud: 130 liter ruwe BMK).

Ruimte L2 was ingericht voor het logen van de ruwe amfetamine-olie en het zuiveren van de geneutraliseerde amfetamine-olie door stoomdestillatie.

Er stond(en):

- 3 in werking zijnde stoomdestillatie opstellingen

- jerrycan (20l) met methanol

- 19 x 200 liter vaten met loogafval

- 2 volle zakken caustic soda en meerdere lege verpakkingen

- 3 x 200 liter vat met mengsel zure BMK

- 2 jerrycans (20l) met restanten

- 6 nieuwe rvs ketels.

Ruimte L3 was in gebruik voor bewerking van de gezuiverde amfetamine olie en opslag.

Er stond(en):

- een IBC met 600 liter zoutzuur en 1 IBC met resten zoutzuur

- jerrycans met zoutzuur, 175 liter in totaal

- IBC met tekst “Smelt”, 250 liter APAAN omzettingsafval

- IBC met tekst “for”, 1000 liter afval van 1e kookstap

- IBC met 900 liter afval

- IBC met 70 liter loogafval

- 57 zakken caustic soda van 25 kg (1425 kg) en 9 lege zakken

- 17 jerrycans met destillatie afval

- mierenzuur (jerrycans, 17 vol, plus restanten) en 2 dopvaten, totaal 660 liter

- formamide, 130 liter in jerrycans

- gezuiverde BMK, 17 liter in jerrycan

- houten opstelling voor 8 glazen scheitrechters, totaal 30 liter amfetamine olie

- jerrycan, voor 10 liter gevuld met amfetamine olie (“ketel 1”)

- 2 stoomgeneratoren (gemodificeerd bierfust en gemodificeerde gasfles)

- 8 metalen standaards en 3 gasbranders

- 8 grote en 2 kleine gasflessen, gebruikt voor gasbranders in L1 en L2

- dozen met gebruiksgoederen voor aanpassing vaten

- elektrische vloeistofpompen.

Ruimte L4 was in gebruik voor opslag van afval. Er stond(en):

- 6 x 220 liter vat met resten Formamide

- 4 IBC’s met afval, totaal 4160 liter

- 31 jerrycans met afval,

- 24 lege verpakkingen APAAN, totaal 720 kilo

- 100 liter methanol, in 5 jerrycans naast en in de vrieskist

- nieuwe gasslang, koppelingen en 4 nieuwe gasbranders

In de oplegger (OF-18-KP) achter de vrachtwagen (BG-XD-06) stonden opgeslagen:

- 39 zakken caustic soda (975 kilo)

- 48 jerrycans mierenzuur (1200 liter)

- 16 jerrycans formamide (400 liter).

In de diverse ruimtes heeft het NFI11 van monsternummer L4-16B (pag. 110) bestaande uit zakken wit poeder, een monster genomen en het nummer SIN: AAHC9189NL gegeven.

Van L3-1(A) (pag. 111) is een jerrycan met kleurloze vloeistof bemonsterd met SIN-nummer AAFG1252NL en van L3-27 (pag. 117) is een jerrycan met gele (olie) vloeistof bemonsterd met SIN-nummer AAHC9201NL.

Het NFI12 heeft vastgesteld dat:

= L4-16B met SIN: AAHC9189NL, apaan bevat,

= L3-1(A) met SIN: AAFG1252NL, amfetamine bevat, en

= L3-27 met SIN: AAHC9201NL BMK bevat.

In datzelfde rapport zijn twee monsters onderzocht genaamd L1-6 en L1-16. Later is gebleken dat het LFO deze monsters niet op de juiste wijze had voorzien van de SIN-nummers. De monsters waren op de juiste wijze verpakt, maar de sticker ontbrak. Nu echter deze monsters tegelijkertijd met de hiervoor genoemde zijn onderzocht door het NFI kunnen deze, ondanks dit gebrek, voor het bewijs gebezigd worden. Genoegzaam staat immers vast dat deze afkomstig moeten zijn van dezelfde locatie. Het monster met de aanduiding L1-6 (SIN:AAHC9044NL) bevatte volgens het NFI N-formylamfetamine, BMK en een lage concentratie amfetamine en het monster met de aanduiding L1-16 (SIN: AAHC9051NL) bevatte BMK en apaan.

In het afzonderlijke rapport “Onderzoek naar de vervaardiging van amfetamine in een bedrijfspand op de [straat 1] te Hoogerheide13 heeft het NFI nader omschreven hoe de productie van amfetamine uit apaan in zijn werk ging en welke installatie was aangetroffen op de [straat 1] te Hoogerheide.

De aangetroffen materialen, de opstelling van deze materialen en de resultaten van het chemische laboratoriumonderzoek zijn volgens het NFI kenmerkend voor de vervaardiging van BMK uit apaan met zoutzuur en de vervaardiging van amfetaminebase uit BMK volgens de Leuckartmethode. Ter plaatse is als eindproduct (met name) amfetaminebase, een heldere, olieachtige substantie, geproduceerd.

In één materiaal is, naast amfetaminebase, een kleine hoeveelheid PMMA aangetoond.

De verdediging heeft aangevoerd dat het NFI geen amfetamine heeft aangetroffen in de monsters welke ter plaatse werden genomen, maar alleen amfetaminebase, terwijl amfetaminebase geen materiaal is dat amfetamine bevat. Er moet dan immers eerst nog een chemische reactie plaatsvinden, voordat het product daadwerkelijk amfetamine is geworden.

Dit verweer mist naar het oordeel van de rechtbank feitelijke grondslag. Het NFI maakt in de bijlagen van het hiervoor aangehaalde rapport een onderscheid tussen amfetaminebase en amfetamine en stelt vast dat -base amfetamine bevat.

Bovendien bevat het product amfetaminepasta (-base), waaruit na bewerking amfetamine(sulfaat) en dus tot voor inname geschikte amfetamine ontstaat, drie tot vijf maal meer zuivere amfetamine dan het sulfaat, nu het sulfaat wordt verkregen door de base te verdunnen.

Verbalisante [naam verbalisant 6]14 heeft naar aanleiding van de doorzoeking op 15 juli 2014 van het pand aan de [straat 1] te Hoogerheide in beslag genomen (pagina 73):

- een volgelaat masker, initialen wand “g” 13. Dit masker kreeg SIN AAHM6127NL, en

- een volgelaat masker, initialen “p” tafel links. Dit masker kreeg SIN AAHM6128NL.

Op de bank van de eetkamer (pagina 82) is in beslag genomen een volgelaatmasker. Dit masker kreeg SIN AAHM6247NL.

Het NFI15 heeft de aangetroffen maskers onderzocht op aanwezigheid van DNA en geconcludeerd:

- SIN AAHM6127NL kan afkomstig zijn van verdachte [medeverdachte 2] (matchkans is 1 op 1 miljard).

- SIN AAHM6247NL#01 kan afkomstig zijn van verdachte [medeverdachte 2] (matchkans is 1 op 1 miljard. Er is sprake van een mengprofiel waarbij [medeverdachte 2] het hoofdprofiel is.

- SIN AAHM6128NL#02 kan afkomstig zijn van verdachte [verdachte] (matchkans is 1 op 1 miljard).

- SIN AAHM6247NL#02 kan afkomstig zijn van verdachte [verdachte] (matchkans is 1 op 1 miljard).

De bijzondere overwegingen omtrent het bewijs.

Uit de hiervoor genoemde bewijsmiddelen kan de rechtbank niet onomstotelijk opmaken dat verdachte en zijn mededaders gedurende een langere periode amfetamine hebben geproduceerd in de bedrijfsloods aan de [straat 1] te Hoogerheide. Er zijn weliswaar voldoende aanknopingspunten dat de loods al langer werd gehuurd en er al eerder een laboratorium was opgebouwd, maar dat deze verdachten van meet af aan daarbij betrokken moeten zijn geweest is onvoldoende komen vast te staan. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het onder 1 primair tenlastegelegde feit.

Naar het oordeel van de rechtbank is echter wel wettig en overtuigend bewezen dat op deze locatie op 14 juli 2014 voorbereidingshandelingen werden verricht om amfetamine te produceren, alsmede dat verdachten hardware en grondstoffen voorhanden hebben gehad welke worden gebruikt voor de productie van BMK.

Ten aanzien van [medeverdachte 3] , [verdachte] en [medeverdachte 2] staat vast dat zij zich in dat pand bevonden.

Van [verdachte] en [medeverdachte 2] is bovendien hun DNA aangetroffen op de maskers die aldaar werden gebruikt. Dat zij deze maskers louter zouden hebben omgedaan omdat het binnen vreselijk stonk doet daar niet aan af en is bovendien niet aannemelijk.

Op de foto’s die van de plaats delict zijn genomen is duidelijk zichtbaar dat bij de ingang van de daadwerkelijke productieruimtes met grote letters was geverfd de waarschuwing “Maskers op”. Toen deze verdachten in de loods doende waren was, zo blijkt uit de bevindingen van het LFO, het omzettingsproces in volle gang. Bovendien is op zijn minst opmerkelijk dat zij alledrie urenlang in een loods bleven die op dat moment vol stond met rook en niet reageerden op de personen die buiten stonden en contact met hen probeerden te leggen.

De brandweer en de politie kwamen immers om 22.05 uur ter plaatse, maar de loods was hermetisch afgesloten en bleef dat ook. Duidelijk was dat er zich personen in die loods bevonden, maar op kloppen of roepen werd niet gereageerd. Pas om 00.45 uur probeerden zij via het dak het pand te ontvluchten. [medeverdachte 2] ging zelfs zo ver dat hij in een poging om aan de politie te ontkomen van het dak af sprong en daarbij beide hielbenen brak. Het feit dat zij onder deze omstandigheden er toch voor kozen om nog urenlang in de loods te blijven en vervolgens probeerden om aan de politie te ontkomen vraagt om veel meer uitleg dan zij hebben willen geven.

Daar komt dan nog bij dat verdachte [verdachte] niet heeft willen verklaren waarom hij, terwijl hij volgens eigen zeggen slechts was ingehuurd voor werkzaamheden aan het ventilatiesysteem, een week eerder een auto had gehuurd welke kennelijk vervolgens in gebruik werd genomen door verdachte [medeverdachte 1] .

Ten aanzien van verdachte [medeverdachte 1] ligt dit anders, nu hij niet in de loods werd aangetroffen. De verklaring die [medeverdachte 1] gaf voor zijn aanwezigheid roept echter vraagtekens op. Zo verklaarde hij dat zijn zoon hem naar de loods bracht en dat hij, door het adres van de loods in te tikken in het navigatiesysteem, uitkwam aan de achterkant van de loods. Dat is op zich al opmerkelijk, omdat een navigatiesysteem in het algemeen de route aangeeft naar de voorzijde van het perceel waarvan het adres wordt ingevoerd. Nog opmerkelijker wordt dit verhaal doordat getuige [getuige] heeft verklaard dat hij sinds vier weken (voor 15 juli 2014) overlast ondervond van de trekker met oplegger die over het perceel reed, waarna de verhuurder zorgde voor een toegang aan de achterzijde. Het kan dus niet anders dan dat [medeverdachte 1] op andere wijze op de hoogte was van een toegang “achterom”.

Het was verder verdachte [medeverdachte 1] die, nadat de brandweer aan de achterzijde had gecontroleerd maar ook na kloppen op een rolluik daar niemand aantrof, op de brandweer af kwam lopen en vertelde dat er vaten werden schoongespoten waarbij rookontwikkeling was ontstaan.

De wetenschap dat er met vaten werd gewerkt kon [medeverdachte 1] helemaal niet hebben als zijn aanwezigheid aldaar was zoals hij heeft omschreven. Vervolgens is [medeverdachte 1] op de vlucht geslagen op het moment dat hij de politie ontwaarde én bleek hij bij zijn aanhouding niet alleen over heel veel contant geld te beschikken, maar ook vettige armen te hebben en naar chemicaliën te ruiken.

De rechtbank acht daarom ook in zijn geval wettig en overtuigend bewezen dat hij in de loods binnen moet zijn geweest en betrokken was bij dit laboratorium.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1, subsidiair:

Voorbereidingshandelingen productie amfetamine [straat 1] te Hoogerheide

hij op een of meer tijdstippen, gelegen omstreeks 14 juli 2014 te Hoogerheide, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

om een feit, bedoeld in het derde of vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet,

te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een of meer hoeveelhe(i)den amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, in elk geval een of meer hoeveelhe(i)den van een materiaal bevattende een middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen

- een of meer anderen heeft/hebben getracht te bewegen om dat/die feiten te plegen, te doen plegen en/of mede te plegen en/of uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of

- zich en/of een of meer anderen gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat/die feiten heeft/hebben getracht te verschaffen, en/of

- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededader(s) wist(en) of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd was/waren tot het plegen van het/die delicten,

immers, heeft/hebben hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededaders op voornoemd tijdstip in voornoemde pleegplaats(en)

* (grote) hoeveelheden 1-fenyl-2-propanon, ook wel BMK (Benzylmethylketon) genaamd en/of

* (grote/aanzienlijke) hoeveelheden mierenzuur en/of Caustic Soda en/of

* hardware waaronder gasflessen en/of gasbranders en/of maatbekers en/of lucht- en waterslangen en/of pompen en/of emmers en/of tonnen en/of koppelstukken en/of glazen scheitrechters en/ofd distillatiespiralen en/of

voorhanden gehad, waarvan verdachte en/of zijn mededaders wisten of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feiten;

2.

(omzettings)lab en voorhanden hebben hardware en grondstoffen t.b.v. de productie van BMK aan de [straat 1] te Hoogerheide.

hij op een of meer tijdstippen, gelegen 14 juli 2014 te Hoogerheide, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

om een feit, bedoeld in het derde of vierde lid van artikel 10 van de Opiumwet,

te weten het opzettelijk bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken, vervoeren en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen van een of meer hoeveelhe(i)d(en) amfetamine, zijnde amfetamine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, in elk geval een of meer hoeveelhe(i)den van een materiaal bevattende een middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I voor te bereiden en/of te bevorderen

- een of meer anderen heeft/hebben getracht te bewegen om dat/die feiten te plegen, te doen plegen en/of mede te plegen en/of uit te lokken en/of om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid en/of middelen en/of inlichtingen te verschaffen, en/of

- zich en/of een of meer anderen gelegenheid, middelen of inlichtingen tot het plegen van dat/die feiten heeft/hebben getracht te verschaffen, en/of

- voorwerpen en/of vervoermiddelen en/of stoffen en/of gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft/hebben gehad, waarvan hij, verdachte en/of zijn mededaders wisten of ernstige reden had(den) om te vermoeden dat zij bestemd was/waren tot het plegen van het/die delicten,

immers, heeft/hebben hij, verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) in op voornoemd tijdstip in voornoemde pleegplaats(en)

* een (compleet) in werking zijnde laboratorium-opstelling / productieplaats bedoeld voor de productie van fenyl-2-propanon, ook wel BMK (Benzylmethylketon) genaamd en/of

* (grote) hoeveelheden a-fenylacetoacetonitril, a-acetylbenzylcyanide ook wel apaan genoemd en/of

* (grote/aanzienlijke) hoeveelheden zoutzuur en/of

* hardware waaronder verwarmingsdekens en/of maatbekers en/of lucht- en waterslangen en/of pompen en/of emmers en/of klemdekselvaten/tonnen en/of koppelstukken en/of

* een vrachtwagen

voorhanden gehad, waarvan verdachte en/of zijn mededaders wisten of ernstige redenen had(den) te vermoeden, dat dat/die bestemd was/waren tot het plegen van dat/die feiten;

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaar onvoorwaardelijk met aftrek van voorarrest.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft gewezen op de goede ontwikkelingen die verdachte heeft doorgemaakt nadat zijn voorlopige hechtenis is geschorst, welke voor de reclassering aanleiding waren om te adviseren het opgestarte reclasseringstoezicht voort te zetten.

Om die reden heeft de verdediging verzocht om een groot deel van de op te leggen straf in de vorm van een voorwaardelijke straf op te leggen. Voorts heeft de raadsman matiging verzocht, wijzend op de beperkte rol van verdachte in het geheel. Tot slot heeft hij verzocht in ieder geval de schorsing van de voorlopige hechtenis niet op te heffen, mocht de rechtbank tot een onvoorwaardelijke straf komen welke het reeds uitgezeten voorarrest overstijgt.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich samen met anderen schuldig gemaakt aan voorbereidingshandelingen van de productie van amfetamine. Hij heeft hierbij gelet op de aangetroffen hoeveelheden chemicaliën op vrij grote schaal apaan omgezet in BMK, de grondstof voor amfetamine.

Daarnaast heeft hij met anderen hardware en grondstoffen voorhanden gehad ten behoeve van de productie van BMK.

De productie van synthetische harddrugs dient krachtig bestreden te worden, allereerst vanwege de schadelijkheid daarvan voor de volksgezondheid. Het gebruik van deze harddrugs brengt immers ernstige gezondheidsrisico’s met zich mee. Naast het gevaar voor de volksgezondheid schuilt in de productie van synthetische harddrugs gevaar voor schade aan het milieu, veroorzaakt door alhier steeds vaker voorkomende dumpingen van vrijkomende chemische afvalstoffen, en ontploffingsgevaar. Dat dit een reëel gevaar is blijkt wel uit het feit dat deze zaak aan het licht is gekomen vanwege de grote hoeveelheid witte rook die uit de loods kwam. Naar aanleiding hiervan moesten op grootschalige wijze politie en brandweereenheden worden ingezet.

De rechtbank rekent het verdachte in het bijzonder aan dat hij zich met het treffen van voorbereidingshandelingen voor de productie van synthetische drugs heeft ingelaten uit geldgewin, maar zonder acht te slaan op de mogelijke negatieve gevolgen voor anderen.

Voor een dergelijke deelname aan een zo grootschalige productie worden in de regel langdurige gevangenisstraffen opgelegd. De straffen moeten immers voldoende afschrikkende werking hebben ten opzichte van het lucratieve karakter van de productie van synthetische drugs.

Voor voorbereidingshandelingen voor de productie in deze orde van grootte én het voorhanden hebben van dermate veel bij het productieproces benodigde goederen en voorraden acht de rechtbank als uitgangspunt een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden in verhouding met straffen die in vergelijkbare gevallen worden opgelegd.

Bij de bepaling van de straf houdt de rechtbank bij deze verdachte voorts rekening met het feit dat hij tot aan zijn schorsing reeds 156 dagen in voorarrest heeft doorgebracht. Hij is al eerder met justitie in aanraking geweest voor een druggerelateerd feit, maar dit was van geheel andere orde. Gelet voorts op zijn beperkte rol in het geheel ziet de rechtbank geen redenen om van het hiervoor geformuleerde uitgangspunt af te wijken.

Voor een deels voorwaardelijke straf is echter geen plaats. Verdachte heeft zich begeven in de lucratieve wereld van de synthetische drugs en kende de daaraan verbonden risico’s.

De rechtbank acht daarom een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden passend en geboden.

7 De voorlopige hechtenis

Gedurende de procedure is de voorlopige hechtenis van verdachte geschorst.

De rechtbank geeft thans een eindoordeel in deze zaak en dat oordeel luidt dat verdachte een langdurige gevangenisstraf zal moeten ondergaan.

Het is dan niet meer aan de rechtbank om de voor de schorsing van belang zijnde persoonlijke omstandigheden af te wegen tegen het maatschappelijk belang.

Bovendien is het aan de officier van justitie om de opgelegde gevangenisstraf al of niet te executeren en kan verdachte, zo hij hoger beroep instelt, de voorlopige hechtenis weer voorleggen aan het gerechtshof.

De rechtbank zal om die reden ambtshalve de schorsing van de voorlopige hechtenis opheffen.

8 Het beslag

Van hetgeen in beslag is genomen is reeds een beslissing genomen omtrent de schoenen, het shirt, de sokken en de schoenen. Deze zaken zijn derhalve reeds afgedaan.

De rechtbank zal de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelasten van de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen, aangezien thans onvoldoende duidelijk is wie als rechthebbende kan worden aangemerkt.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 27, 47, 57 en 91 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10, 10a, 13 en 14 van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder 1 primair tenlastegelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1 subsidiair: Medeplegen van een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van

de Opiumwet, voorbereiden of bevorderen door voorwerpen en stoffen

voorhanden te hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het

plegen van dat feit;

feit 2: Medeplegen van een feit, bedoeld in het vierde lid van artikel 10 van

de Opiumwet, voorbereiden of bevorderen door voorwerpen en stoffen

voorhanden te hebben, waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het

plegen van dat feit;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 18 maanden;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

- heft het bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis op;

Beslag

- gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de inbeslaggenomen voorwerpen, te weten:

1 1.00 1 1.00 DS Doos

SAMSUNG Gt-E1200

goednr.1177474, aangetroffen op trap hal woning

2 1.00 STK Telefoonkaart

LEBARA 00164-090773

goednr. 1177496.

Dit vonnis is gewezen door mr. Van Atteveld, voorzitter, mr. Hermans en mr. Scheffers, rechters, in tegenwoordigheid van Mertens, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 2 mei 2016.

Mr. Van Atteveld en mr. Scheffers zijn niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt -tenzij anders vermeld- bedoeld het eindproces-verbaal met dossiernummer 2014153534, onderzoek Kandern, van de regionale eenheid politie Zeeland-West-Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met respectievelijk 194 (ordner 1) en 266 (ordner 3). Ordner 2 is per persoonsdossier doorgenummerd. Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 14 e.v. van ordner 3.

2 Het proces-verbaal van de zitting van 18 april 2016.

3 Het rapport dactyloscopisch onderzoek, pagina 8 e.v. van ordner 2.

4 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 5 van het persoonsdossier [verdachte] , ordner 2.

5 Het geschrift, zijnde een huurcontract, pagina 129, ordner 3.

6 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 26 e.v. van ordner 3.

7 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 28 e.v. van ordner 3.

8 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 30 e.v. van ordner 3.

9 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 32 e.v. van ordner 3.

10 Het geschrift, zijnde een Incidentformulier Inzet LFO, pagina 43 e.v. van ordner 3.

11 Het geschrift, zijnde een formulier Verdovende Middelen van het NFI, pagina 106 e.v., ordner 1.

12 Het deskundigenrapport van het NFI, pagina 66 e.v., ordner 3.

13 Het afzonderlijk in het dossier opgenomen rapport van het NFI d.d. 1 december 2014.

14 De kennisgeving inbeslagneming, pagina 54 e.v. van het afzonderlijke proces-verbaal Forensisch Onderzoek.

15 Het deskundigenrapport van het NFI, pagina 166 e.v. van het afzonderlijke proces-verbaal Forensisch Onderzoek.