Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2016:2479

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
22-04-2016
Datum publicatie
27-05-2016
Zaaknummer
BRE - 15 _ 3803
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Nu de rioolheffing wordt geheven per perceel dat (in)direct is aangesloten op de gemeentelijke riolering, is terecht t.z.v. elke garagebox afzonderlijk een aanslag opgelegd.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
V-N Vandaag 2016/1151
Belastingblad 2016/294
V-N 2016/34.26.3
NTFR 2016/1620 met annotatie van
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, enkelvoudige kamer

Locatie: Breda

Zaaknummer BRE 15/3803

uitspraak van 22 april 2016

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 27d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in het geding tussen

[belanghebbende] , wonende te [woonplaats],

belanghebbende,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente Veere,

de heffingsambtenaar.

De bestreden uitspraken op bezwaar

De uitspraken van de heffingsambtenaar van 1 juni 2015 op de bezwaren van belanghebbende tegen de aan hem opgelegde aanslagen rioolheffing 2015 (hierna: de aanslagen).

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 8 april 2016 te Middelburg. Aldaar zijn verschenen en gehoord, belanghebbende en namens de heffingsambtenaar, [verweerder].

1 Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

2 Gronden

2.1.

Belanghebbende is eigenaar van 7 garageboxen (hierna: de garageboxen) te [plaats X]. Ter zake van elke garagebox is aan hem voor het jaar 2015 een aanslag rioolheffing van € 52,70 opgelegd.

2.2.

De garageboxen hebben een gezamenlijk dak. In enkele van de garageboxen is inwendig een afvoerpijp bevestigd, waardoor het hemelwater van het dak wordt afgevoerd. Er is één aansluiting op de gemeentelijke riolering, zowel van de afvoerpijpen van de garageboxen als van de straatkolk op het pleintje waaraan de garageboxen zijn gelegen.

2.3.

In geschil is of de aanslagen terecht zijn opgelegd.

Belastbaar feit

2.4.

Op grond van artikel 228a van de Gemeentewet kan een rioolheffing worden geheven. In artikel 2, aanhef en onder b, van de Verordening op de heffing en de invordering van rioolheffing 2015 van de gemeente Veere (hierna: de Verordening) is bepaald dat onder de naam rioolheffing een directe belasting wordt geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan (onder meer) de inzameling van afvloeiend hemelwater en de verwerking van het ingezamelde hemelwater. Op grond van artikel 3, eerste lid van de Verordening, voor zover hier van belang, wordt de belasting geheven van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering. Indien gedeelten van een in artikel 3 van de Verordening bedoeld perceel blijkens hun indeling bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, wordt de belasting op grond van artikel 4 van de Verordening geheven ter zake van elk als zodanig bestemd gedeelte. Op grond van artikel 5 van de Verordening wordt het eigenarendeel geheven naar een vast bedrag per perceel.

2.5.

De rechtbank stelt vast dat de garageboxen via de afvoerpijpen indirect zijn aangesloten op de gemeentelijke riolering. Op grond van artikel 3, eerste lid, van de Verordening is een dergelijke indirecte aansluiting op de gemeentelijke riolering reeds voldoende voor het vaststellen van het belastbare feit (zie ook Hoge Raad 27 maart 2015, nr. 14/04073, ECLI:NL:HR:2015:753). Nu de garageboxen afzonderlijk (kunnen) worden verhuurd, zijn deze bestemd om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, waardoor op grond van artikel 4 van de Verordening voor elke garagebox een aanslag mag worden opgelegd. De aanslagen zijn conform de heffingsmaatstaf en het tarief van de Verordening vastgesteld. Nu belanghebbende in 2015 eigenaar was van de garageboxen, zijn de aanslagen op grond van de Verordening terecht aan hem opgelegd.

Redelijkheid van de geheven rioolheffing

2.6.

Het feit dat de aanslagen op een hoger bedrag uitkomen dan de gelijktijdig opgelegde aanslagen onroerende-zaakbelastingen en het feit dat in andere gemeentes geen rioolheffing wordt geheven voor onroerende zaken met een lagere waarde dan € 40.000, maken het in 2.5 genoemde oordeel van de rechtbank niet anders, aangezien artikel 228a van de Gemeentewet geen voorschrift geeft voor de tarieven en heffingsmaatstaven, waardoor elke gemeenteraad bevoegd is deze zelfstandig vast te stellen. Voor ingrijpen door de rechter is slechts plaats indien met de gekozen tariefstelling sprake is van een willekeurige en onredelijke belastingheffing die de wetgever niet op het oog kan hebben gehad. Hiervan is echter naar het oordeel van de rechtbank in de onderhavige zaak geen sprake.

Gelijkheidsbeginsel

2.7.

Belanghebbende doet een beroep op het gelijkheidsbeginsel. Hij heeft daartoe aangevoerd dat de naast de garageboxen gelegen percelen met woningen even groot of groter zijn dan de oppervlakte van alle garageboxen tezamen. Op de percelen van de woningen staan vaak ook garageboxen, schuren en andere opstallen. Bij die percelen wordt echter maar één keer rioolheffing geheven, terwijl voor elke garagebox van belanghebbende afzonderlijk rioolheffing wordt geheven. Daarnaast voert belanghebbende aan dat bij de garageboxen in tegenstelling tot de woningen geen afvalwater wordt afgevoerd, waardoor voor de garageboxen een ander tarief zou moeten gelden.

2.8.

De rechtbank stelt vast dat de rioolheffing op grond van de Verordening wordt geheven per perceel dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering. Volgens artikel 1 aanhef en onder a van de Verordening wordt onder het begrip ‘perceel’ verstaan: een roerende of onroerende zaak of een zelfstandig gedeelte daarvan. Het begrip ‘zaak’ moet volgens het arrest van de Hoge Raad van 15 februari 2008 (nr. 41 036, ECLI:NL:HR:2008:BC4328) worden verstaan in de civielrechtelijke betekenis.

2.9.

Nu de bijgebouwen bij woningen over het algemeen niet over een eigen kadastrale aanduiding beschikken of afzonderlijk zijn over te dragen, zijn deze niet aan te merken als afzonderlijke onroerende zaken. Indien bijgebouwen blijkens hun indeling niet bestemd zijn om als afzonderlijk geheel te worden gebruikt, kan geen aparte aanslag ter zake daarvan worden opgelegd. Nu de rioolheffing wordt geheven naar een vast tarief per perceel (en niet per opstal of per directe aansluiting op de gemeentelijke riolering), heeft de gemeenteraad, door eenzelfde tarief te hanteren voor zowel de woningen (inclusief bijgebouwen) als de garageboxen, naar het oordeel van de rechtbank niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel gehandeld. De rechtbank tekent daarbij aan dat voor de afvoer van afvalwater bij de woningen op grond van artikel 3, eerste lid, aanhef en onder b, van de Verordening een gebruikersbelasting wordt geheven. Deze wordt niet geheven ter zake van de garageboxen. Met het verschil in gebruik tussen een woning en een garagebox is in de Verordening dus wel degelijk rekening gehouden.

2.10.

Gelet op het vorenstaande is het beroep ongegrond verklaard.

2.11.

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Deze uitspraak is gedaan op 22 april 2016 door mr. A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, rechter, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. J.A. Riemens, griffier.

De griffier, De rechter,

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583,

5201 CZ ’s-Hertogenbosch.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.

Voor burgers is het mogelijk hoger beroep digitaal in te stellen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de formulieren op Rechtspraak.nl / Digitaal loket bestuursrecht.