Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2016:2394

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
20-04-2016
Datum publicatie
20-04-2016
Zaaknummer
4619787 CV 15-6929
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2018:64
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

‘Is het gebruik van de bedrijfsnaam ‘Lichtarchitectuur’ in strijd met de Wet op de architectentitel?

De kantonrechter beantwoordt deze vraag ontkennend.’

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2016/140
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Kanton

Breda

zaak/rolnr.: 4619787 CV 15-6929

vonnis d.d. 20 april 2016

inzake

de publiekrechtelijke rechtspersoon Bureau Architectenregister,

gevestigd te Den Haag,

eiser,

gemachtigde: R.C. van der Elst, medewerker van het Bureau,

tegen

de vennootschap onder firma L.A. Lichtarchitectuur,

gevestigd te Breda,

gedaagde,

gemachtigde: mr. T.A.A.J.M. Weierink, advocaat te Eindhoven.

1 Het verloop van het geding

De procesgang blijkt uit de volgende stukken:

a. het tussenvonnis van 17 februari 2016 en de daarin genoemde stukken;

b. het audiëntieblad van de zitting van 14 april 2016 waaruit blijkt dat de comparitie van partijen heeft plaatsgevonden.

2 Het geschil

2.1

Eiser (verder te noemen Bureau Architectenregister) vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, gedaagde (verder te noemen L.A. Lichtarchitectuur) te bevelen om binnen veertien dag na het wijzen van dit vonnis de in de dagvaarding omschreven gedraging te staken en gestaakt te houden en haar te bevelen zich overigens te onthouden van het gebruik van bena-mingen waarin (woordsamenstellingen met afkortingen van) de beschermde titel architect voorkomen op straffe van een dwangsom, met veroordeling van L.A. Lichtarchitectuur in de proceskosten.

2.2

L.A. Lichtarchitectuur voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering, met veroordeling van Bureau Architectenregister in de proceskosten.

3 De beoordeling

3.1

Bureau Architectenregister is op grond van de Wet op de architectentitel (verder: de Wet) belast met het beheer van het architectenregister en uit dien hoofde bevoegd op te treden te-gen onrechtmatig titelgebruik. Genoemde Wet bepaalt dat alleen zij, die als architect, steden-bouwkundige, tuin- en landschapsarchitect of interieurarchitect in het architectenregister staan ingeschreven de desbetreffende titel mogen voeren. De vennoten van L.A. Lichtarchi-tectuur staan niet in het register ingeschreven en mogen derhalve hun bedrijf niet presenteren als ‘L.A. Lichtarchitectuur’. Bureau Architectenregister vordert het gebruik van de aandui-ding Lichtarchitectuur te staken op straffe van een dwangsom.

3.2

L.A. Lichtarchitectuur stelt, dat de onderneming zich al sinds de vestiging in 1987 toelegt op de verkoop van (design)verlichting en ook eigen verlichting ontwerpt, altijd onder de naam L.A. Lichtarchitectuur. Daarnaast worden ook regelmatig lichtplannen ontworpen en lichtadviezen gegeven. In 1994 hebben de toenmalige eigenaren een in dezelfde straat gele-gen tweede verlichtingszaak overgenomen die na de overname dezelfde bedrijfsnaam heeft gekregen. L.A. Lichtarchitectuur stelt dat zij geen werkzaamheden verricht die beschermd worden door de Wet. Verder vindt zij het in strijd met de redelijkheid en de billijkheid haar na 28 jaar te verzoeken haar naam te wijzigen. Zij wijst erop dat blijkens de wetsgeschiede-nis de Wet zich richt op de verschijningsvorm aan de buitenzijde en dat enkel vanwege de overlappende werkzaamheden van de architect en de interieurarchitect ervoor gekozen is de titel ‘interieurarchitect’ te beschermen. Het behoort echter niet tot zijn kerntaak een lichtplan op te stellen. In de (interieur)architectenopleiding wordt blijkens de studiegidsen slechts minimaal aandacht besteed aan (kunst)licht. Interieurarchitecten doen juist een beroep op ondernemingen als L.A. Lichtarchitectuur omdat hun kennis en kunde op het gebied van (kunst)licht te beperkt is. L.A. Lichtarchitectuur ontwerpt geen interieurplannen, noch bouw-kundige plannen. Omdat L.A. Lichtarchitectuur al 28 jaar onder dezelfde naam werkt en grote naamsbekendheid heeft verworven is onbegrijpelijk waarom Bureau Architectenregis-ter zo lang heeft gewacht met het doen van een vordering en zal haar schade bij toewijzing van de vordering groot zijn. Zij wijst erop dat er in de jaren van haar bestaan niet geklaagd is over de bedrijfsnaam door enige (interieur)architect. Zij maakt ten slotte bezwaar tegen de gevorderde dwangsom en de hoogte daarvan.

3.3

De Wet bepaalt in art. 2 dat er een architectenregister is, in art. 2a dat er een bureau architectenregister is, in art. 3 dat dat bureau belast is met het beheer van het register en in art. 23 lid 1 dat, kort gezegd, enkel degene die in het register staat ingeschreven gerechtigd is de titel van (onder meer) architect te voeren, dan wel een afkorting van die titel, ‘hetzij zonder nadere aanduiding, hetzij in woordsamenstellingen waarin de titel of een afkorting daarvan voorkomt’. Omdat vast staat dat de vennoten van L.A. Lichtarchitectuur niet in het register staan ingeschreven, zijn zij in zoverre niet gerechtigd de titel van architect te voeren en evenmin in hun bedrijfsnaam de titel architect te verwerken.

3.5

In 2011 is aan art. 23 Wet een vijfde lid toegevoegd. In dit lid is bepaald dat onder meer het bepaalde in het eerste lid niet van toepassing is indien degene, die gebruik maakt van de titel of afkorting, geen werkzaamheden verricht die overeenkomen met de werkzaamheden die in het economisch verkeer worden verricht door een architect, stedenbouwkundige, tuin- en landschapsarchitect of interieurarchitect. De wetsgeschiedenis geeft als voorbeeld de benaming ‘automatiseringsarchitect’, omdat de werkzaamheden van een dergelijke architect niets te maken hebben met die van een architect. De vraag die in deze procedure moet worden beantwoord is mitsdien of ‘Lichtarchitectuur’ valt onder de uitzonderingsbepaling.

3.6

Het doel van de Wet is de architecten titelbescherming te bieden en de consumenten de hun toekomende bescherming. De wetsgeschiedenis maakt gewag van de zware verantwoor-delijkheid van onder meer de architect en stelt dat het geen betoog behoeft dat het wenselijk is waarborgen te scheppen dat de verschillende op het gebied van architectuur werkzame beroepsbeoefenaren hun werkzaamheden op voldoende vakbekwame wijze verrichten. Het systeem van de Wet komt er vervolgens op neer dat degenen die aan bepaalde opleidings-eisen voldoen in het register kunnen worden ingeschreven en vervolgens gerechtigd zijn de titel architect te voeren.

De memorie van toelichting stelt, dat het voor zal komen dat een consument een beroep moet doen op de in de Wet bedoelde beroepsbeoefenaren. Voor zowel grote als kleine opdrachten is deskundige belangenbehartiging noodzakelijk. De Wet beoogt te voorkomen dat consu-menten op vakgebieden die zo belangrijk zijn voor de samenleving ongewild onvoldoende opgeleide beroepsbeoefenaren als wederpartij van een overeenkomst aanvaarden. Over de interieurarchitect vermeldt de wetsgeschiedenis dat zijn invloed op de verschijningsvorm van stad en landschap van minder betekenis is dan bij de andere categorieën ontwerpers (de architecten, de stedenbouwkundige en de tuin- en landschapsarchitect), omdat hij zich bezig houdt met het inwendige van de gebouwen. Gelet echter op het feit dat in veel gevallen de samenwerking met de architect zeer nauw is, heeft de interieurarchitect, aldus de memorie van toelichting, mede invloed op de gebouwde omgeving als geheel, ‘nog daargelaten dat de grens tussen ‘binnen’ en ‘buiten’ vaak moeilijk is te trekken en dat zijn werkzaamheden die van de architect dus niet zelden ten dele overlappen’.

3.7

Tijdens de mondelinge behandeling is gebleken dat L.A. Lichtarchitectuur niet is aange-sproken op het zonder recht voeren van de naam op grond van klachten van architecten of consumenten. Het bescheiden bezette Bureau ziet zich gesteld voor een groot aantal zaken waar sprake is of kan zijn van het zonder recht voeren van de titel architect of van een woordsamenstelling waarin op enigerlei wijze het woord architect verwerkt is en moet bij de handhaving keuzes maken. Het dagvaarden van L.A. Lichtarchitectuur past in de handhaving van de titel die het Bureau nastreeft, maar berust verder op een ‘toevallige’ keuze. L.A. Lichtarchitectuur heeft verklaard dat al sinds jaar en dag met architecten wordt samenge-werkt, maar dat nooit een opmerking is gemaakt over de naam van het bedrijf. Tijdens de behandeling zijn verder verschillende woordsamenstellingen genoemd, die op internet te vinden zijn, waarin het woord architect verwerkt is, zoals ict-architect en haararchitect. Verder is tijdens de behandeling gebleken dat aan de opleiding tot interieurarchitect inmiddels zwaardere eisen zijn gesteld, maar ook dat blijkens de studiegidsen ‘licht’ maar een bescheiden onderdeel van de studie is. Ten slotte heeft L.A. Lichtarchitectuur verklaard dat zij door (interieur)architecten gevraagd wordt mee te denken over ontwerpen voor verlichting.

3.8

De architect, die zijn registratie te danken heeft aan het volgen van een specifieke oplei-ding heeft er vanzelfsprekend belang bij dat hij zich kan onderscheiden van degenen die zonder opleiding gebouwen e.d. ontwerpen. Ten opzichte van consumenten wil hij laten zien dat hij een specifieke opleiding genoten heeft. De vraag is of een consument wanneer deze zich voor dienstverlening wendt tot een bedrijf dat de naam lichtarchitectuur voert verwacht dat de dienstverlener een specifieke opleiding heeft genoten, vergelijkbaar met die van archi-tect. L.A. Lichtarchitectuur is al sinds jaar en dag gevestigd in de Veemarktstraat in Breda. De onderneming onderscheidt zich door een aanbod van designverlichting van internationaal bekende ontwerpers en zij ontwerpt ook zelf verlichting. Mede gelet op het feit dat van de kant van het Bureau is gesteld dat hem geen klachten van architecten of consumenten hebben bereikt over de naam die het bedrijf al 28 jaar voert en het feit dat het Bureau niet weerspro-ken heeft dat het bedrijf zelf nooit klachten heeft gehad, neemt de kantonrechter aan dat consumenten - om met de woorden van de memorie van toelichting bij de Wet te spreken - niet ‘dwalen’ over de opleiding, namelijk een specifieke beroepsopleiding van de betreffende ondernemers. Consumenten zullen verwachten dat een onderneming die designverlichting verkoopt ook kan adviseren bij de verlichting in de woning of het bedrijfspand en indien gewenst een lichtplan ontwerpen, maar naar het oordeel van de kantonrechter hebben zij dan niet de idee dat zij een architect inschakelen. Gelet op hetgeen in de memorie van toelichting op de Wet is verwoord over de belangrijke maatschappelijke taak van de architect voor ‘de vormgeving van stad en land’ en de taak van de interieurarchitect komt het de kantonrechter niet aannemelijk voor dat een geregistreerde architect bescherming van zijn titel nodig heeft ten opzichte van een lichtarchitect. Zijn werkzaamheden hebben te weinig te maken met ‘de verschijningsvorm van stad en landschap’. De conclusie is dat de vordering moet worden afgewezen.

3.9

Het Bureau moet als de in het ongelijk gestelde partij in de kosten worden veroordeeld.

4 De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vordering af;

veroordeelt eiseres in de kosten van dit geding, aan de zijde van gedaagde tot op heden begroot op een bedrag van € 600,00 als salaris voor de gemachtigde van gedaagde.

Dit vonnis is gewezen door mr. H. de Ruijter en in het openbaar uitgesproken op 20 april 2016.