Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2016:2315

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
17-03-2016
Datum publicatie
15-04-2016
Zaaknummer
4635541 MZ VERZ 15-24
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Beschikking
Inhoudsindicatie

Verzet tegen door officier van justitie te Leeuwaarden uitgevaardigd dwangbevel gegrond. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft betrokkene voldoende aannemelijk gemaakt dat de inleidende beschikking en de door het CJIB verzonden aanmaningen hem, op grond van een niet aan hem toe te rekenen omstandigheid, niet hebben bereikt. Onder verwijzing naar het arrest van het Gerechtshof Leeuwarden van 23 maart 2012 met zaaknummer ECLI:NL:GHLEE:2012:1550 is de kantonrechter van oordeel dat betrokkene in zijn verzetschrift de ontvangst van de aanmaningen niet ongeloofwaardig heeft betwist, zodat het ervoor moet worden gehouden dat betrokkene dit stuk daadwerkelijk niet heeft ontvangen. Onder deze omstandigheden moet geoordeeld worden dat het dwangbevel niet rechtsgeldig is uitgevaardigd. Ten overvloede overweegt de kantonrechter het volgende. Met enige regelmaat wordt de kantonrechter in verzetzaken geconfronteerd met dezelfde verweren als in deze zaak, te weten dat inleidende beschikking en/of aanmaningen niet zijn ontvangen en dat een dwangbevel als een plotselinge, bijzonder onaangename verrassing voor de betrokkene is gekomen. Om dit te voorkomen geeft de kantonrechter het CJIB/CVOM dringend in overweging om de tweede aanmaning per aangetekende post te verzenden na adresverificatie in het GBA. Het is de kantonrechter ambtshalve bekend dat verzending per aangetekende post van de tweede aanmaning tot nu toe nog niet gebeurt. Toch zouden daardoor niet alleen veel verzetzaken bij de kantonrechter voorkomen worden, maar ook zou dat naar het oordeel van de kantonrechter recht doen aan een belangrijke doelstelling van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften. Blijkens de Memorie van Toelichting was één van de doelstellingen van de WAHV namelijk om een deugdelijke rechtsbescherming van de betrokkene te waarborgen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Kanton

Bergen op Zoom

zaaknummer: 4635541 MZ VERZ 15-24

CJIB-nummer: [nummer]

uitspraak: 17 maart 2016

Beslissing

Op de in het openbaar gehouden zitting van 17 maart 2016 is mr. W.E.M. Verjans, kantonrechter, bijgestaan door [de griffer] , overgegaan tot de mondelinge behandeling van het verzet dat is gedaan tegen de tenuitvoerlegging van het door de officier van justitie te Leeuwarden uitgevaardigde dwangbevel met bovenvermeld CJIB-nummer.

Het verzetschrift is ingediend door:

naam: : [naam betrokkene]

adres : [adres betrokkene]

woonplaats : [woonplaats betrokkene] , nader ook te noemen: betrokkene.

--------------------

Betrokkene is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.

De officier van justitie is niet ter zitting verschenen.

Betrokkene heeft verzet gedaan en daartoe aangevoerd hetgeen in het verzetschrift - dat zich bij de stukken van het geding bevindt - is vermeld.

De officier van justitie heeft bij brief van 7 januari 2016 een schriftelijk commentaar op het verzet overgelegd, waarvan de inhoud hier als herhaald en ingelast dient te worden beschouwd.

1 De beoordeling

Het verzet is tijdig gedaan.

Betrokkene heeft aangevoerd dat hij de inleidende beschikking heeft voldaan en dat hij de daarop volgende aanmaningen niet heeft ontvangen. Aangezien de aanmaningen zich niet in het dossier bevinden en door de officier van justitie onvoldoende is aangetoond naar welk adres de aanmaningen zijn verzonden, is de kantonrechter van oordeel dat niet kan worden vastgesteld dat de aanmaningen betrokkene hebben bereikt.

Naar het oordeel van de kantonrechter heeft betrokkene voldoende aannemelijk gemaakt dat de inleidende beschikking en de door het CJIB verzonden aanmaningen hem, op grond van een niet aan hem toe te rekenen omstandigheid, niet hebben bereikt. Onder verwijzing naar het arrest van het Gerechtshof Leeuwarden van 23 maart 2012 met zaaknummer ECLI:NL:GHLEE:2012:1550 is de kantonrechter van oordeel dat betrokkene in zij verzetschrift de ontvangst van de aanmaningen niet ongeloofwaardig heeft betwist, zodat het ervoor moet worden gehouden dat betrokkene dit stuk daadwerkelijk niet heeft ontvangen. Onder deze omstandigheden moet geoordeeld worden dat het dwangbevel niet rechtsgeldig is uitgevaardigd.

Het verzet dient derhalve gegrond te worden verklaard, met vernietiging van het tegen betrokkene uitgevaardigde dwangbevel.

Ten overvloede overweegt de kantonrechter het volgende. Met enige regelmaat wordt de kantonrechter in verzetzaken geconfronteerd met dezelfde verweren als in deze zaak, te weten dat inleidende beschikking en/of aanmaningen niet zijn ontvangen en dat een dwangbevel als een plotselinge, bijzonder onaangename verrassing voor de betrokkene is gekomen. Om dit te voorkomen geeft de kantonrechter het CJIB/CVOM dringend in overweging om de tweede aanmaning per aangetekende post te verzenden na adresverificatie in het GBA. Het is de kantonrechter ambtshalve bekend dat verzending per aangetekende post van de tweede aanmaning tot nu toe nog niet gebeurt. Toch zouden daardoor niet alleen veel verzetzaken bij de kantonrechter voorkomen worden, maar ook zou dat naar het oordeel van de kantonrechter recht doen aan een belangrijke doelstelling van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften. Blijkens de Memorie van Toelichting was één van de doelstellingen van de WAHV namelijk om een deugdelijke rechtsbescherming van de betrokkene te waarborgen. Die deugdelijke rechtsbescherming van de betrokkene is erbij gebaat dat een dwangbevel, gelet op de ingrijpende en kostbare gevolgen die dat voor een betrokkene heeft, pas wordt uitgevaardigd indien met voldoende mate van waarschijnlijkheid aannemelijk is dat een betrokkene deze maatregel heeft kunnen voorkomen. Daaraan wordt naar het oordeel van de kantonrechter in beginsel voldaan bij een aangetekende verzending per post van de tweede aanmaning.

2 De beslissing

De kantonrechter:

- verklaart het verzet gegrond;

- vernietigt het tegen betrokkene uitgevaardigde dwangbevel;

- bepaalt dat het griffierecht, voor zover betaald, aan betrokkene dient te worden terugbetaald.

Deze beslissing is gegeven door mr. W.E.M. Verjans, kantonrechter, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 17 maart 2016 in tegenwoordigheid van de griffier.

Bent u het met de beslissing op uw beroep niet eens, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden, doch alleen indien:
a. de bij deze beslissing opgelegde administratieve sanctie meer dan € 70,00 bedraagt, of
b. het beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat de zekerheid niet (tijdig) is gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant, team kanton, locatie Bergen op Zoom, (Postbus 118, 4600 AC Bergen op Zoom) en dient door degene die bij het team kanton beroep heeft ingesteld of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting wordt gevraagd waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.

Na indiening van het beroepschrift krijgt u een ontvangstbevestiging. Daarin staat ook de termijn waarbinnen u opnieuw griffierecht dient te betalen en zekerheid dient te stellen, wil uw beroep ontvankelijk zijn.

Datum toezending beschikking: