Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2016:2214

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
23-03-2016
Datum publicatie
13-04-2016
Zaaknummer
C/02/301765 FA RK 15-4521
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing verzoek benoeming bijzondere curator, wegens gebrek aan belang aan de zijde van de minderjarige. In België loopt nog een procedure betreffende omgang tussen de minderjarige en de vader. De moeder wil middels een bijzondere curator de stem van de minderjarige in die procedure laten horen, door het verslag van de bijzondere curator in te brengen. De Belgische rechter heeft de minderjarige echter reeds gehoord en kennisgenomen van een rapportage van een gedragsdeskundige.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Team jeugdrecht

Locatie Breda

Enkelvoudige Kamer

Zaaknummer: C/02/301765 FA RK 15-4521

beschikking betreffende benoeming bijzondere curator

[Moeder van Minderjarige] ,

wonende te Raamsdonksveer,

hierna te noemen de vrouw,

advocaat mr. F. Ergec,

en

[vader van minderjarige] ,

wonende aan de [adres]

te Hoogstraten (België),

hierna te noemen de man,

1. Het verloop van het geding

Dit blijkt uit de volgende stukken:

- het op 8 juli 2015 ontvangen verzoekschrift met bijlagen;

- de op 26 oktober 2015 ontvangen brief met bijlagen van mr. V. Goossens (advocaat van de man in België);

- het proces-verbaal van de terechtzitting van 4 februari 2016;

- de op 11 maart 2016 ontvangen brief van de advocaat van de vrouw met bijlagen.

Ter terechtzitting is tevens aanwezig geweest een vertegenwoordiger van de Raad voor de Kinderbescherming, Regio Zuidwest Nederland, gevestigd Meerten Verhoffstraat 18, 4811 AS Breda, hierna te noemen de raad, om de rechtbank over het verzoek te adviseren.

2 Het verzoek

De vrouw verzoekt de rechtbank om bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad, te bepalen dat een bijzondere curator zal worden benoemd over de hierna te noemen minderjarige.

3 De beoordeling

3.1

Tussen partijen staat, op grond van de stellingen en overgelegde stukken, het hierna vermelde vast.

- Partijen zijn met elkaar gehuwd geweest.

- Uit het huwelijk is geboren de minderjarige [naam minderjarige]

.

- De Belgische rechter heeft bij vonnis in kort geding (13 februari 2014) het ouderlijk

gezag voorlopig exclusief aan de vrouw toegekend.

- Bij vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Turnhout, zetelend in kort geding,

van 13 februari 2015 is het ouderlijk gezag over [naam minderjarige] voorlopig exclusief aan de vrouw toegekend en is aan de man toegekend een voorlopig omgangsrecht met [naam minderjarige] van 3 uur per week uit te oefenen in de neutrale bezoekruimte CAW De Kempen te Turnhout.

- Bij het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Turnhout,

van 23 oktober 2014 is aan de man toegekend een voorlopig omgangsrecht met [naam minderjarige] , uit te oefenen in de neutrale bezoekruimte CAW De Kempen te Turnhout.

- Bij vonnis van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Turnhout, van

23 april 2015 is het voorlopig omgangsrecht van de man met [naam minderjarige] bevestigd en is het omgangsrecht uitvoerbaar gesteld op straffe van verbeurte van een dwangsom lastens de vrouw van € 250,- per inbreuk op de naleving van het omgangsrecht, hetzij telkens de vrouw geen uitvoering geeft aan de afspraken met de neutrale bezoekruimte CAW De Kempen te Turnhout, met een maximaal te verbeuren bedrag van € 5.000,-.

Bij dit vonnis is eveneens de vordering tot verwijzing van de zaak in toepassing van artikel 15 van de Brussel II bis-Verordening afgewezen als ongegrond.

- Bij arrest van het hof van beroep Antwerpen, van 22 september 2015 is het hoger beroep van de vrouw ontvankelijk verklaard, doch ongegrond en werd het vonnis van de rechtbank van eerste a+anleg Antwerpen van 23 april 2015 bevestigd binnen de perken van het hoger beroep.

3.2

De Nederlandse rechter is bevoegd van het verzoek kennis te nemen aangezien de minderjarige zijn gewone verblijfplaats in Nederland heeft. Op dezelfde grond is op het verzoek Nederlands recht van toepassing.

3.4

De vrouw legt aan haar verzoek ten grondslag, hetgeen ook door haar in het bijzijn van haar advocaat ter zitting is toegelicht, dat zij in mei 2013 de echtelijke woning van partijen heeft verlaten en terug is verhuisd van België naar Nederland. Op 27 maart 2014 is door de Belgische rechter de echtscheiding tussen partijen uitgesproken. De man is bekend met huiselijk geweld jegens de vrouw. De vrouw werd veelvuldig, zelfs in het bijzijn van [naam minderjarige] en de kinderen van de man uit een vorige relatie, mishandeld. [naam minderjarige] is gezien de voormalig ongezonde thuissituatie gediagnosticeerd met PTSS. [naam minderjarige] is daarvoor behandeld bij Praktijk Van Waterschoot. Er is aan de man een voorlopig omgangsrecht toegekend, uit te oefenen in de Neutrale Bezoekruimte CAW de Kempen te Turnhout. Het voorgaande schept voor de vrouw een onoverkoombaar probleem. Allereerst vreest zij voor de (psychische) gesteldheid van [naam minderjarige] daar deze reeds heeft aangegeven angstig te zijn voor de man en heeft aangegeven pertinent tegen ieder contact met de man te zijn. Daarnaast betreft de door de Belgische rechtbank vastgestelde begeleide omgang een onoverkoombaar logistiek probleem daar de vrouw woonachtig is in Raamsdonksveer, afhankelijk is van een WWB-uitkering en niet de beschikking heeft over een auto. Daar de vrouw in hoger beroep is getreden in België tegen het vonnis, wenst zij dat een bijzondere curator over [naam minderjarige] wordt benoemd. Dit wenst de vrouw vooral omdat zij beschuldigd wordt van het frustreren van de omgang tussen de man en [naam minderjarige] , hetgeen pertinent niet juist is. Daarnaast is de vrouw van mening dat een bijzondere curator behulpzaam kan zijn in het kader van de hoger beroep procedure, gezien het feit dat de belangen van [naam minderjarige] in strijd zijn met de belangen van de man.

De vrouw heeft ter zitting in aanvulling op het verzoekschrift naar voren gebracht dat de hoger beroep procedure inmiddels is afgerond. De procedure bij de rechtbank in België loopt nog steeds. Er staat op dit moment in die procedure een zitting gepland op 17 maart 2016. De vrouw vindt het belangrijk dat de stem van [naam minderjarige] goed naar voren wordt gebracht. Een bijzondere curator is daarvoor bij uitstek geschikt. Een bijzondere curator kan een advies uitbrengen met betrekking tot de vraag of het wenselijk en in het belang van [naam minderjarige] is dat hij omgang heeft met zijn vader. Andere vragen die aan de bijzondere curator zouden kunnen worden gesteld zijn:

-als omgang in het belang van [naam minderjarige] wordt geacht, op welke wijze kan aan omgang vormgegeven worden?

-is het in het belang van [naam minderjarige] om in België, Turnhout, omgang te bewerkstelligen?

-is het reizen naar Turnhout voor omgang in het belang van [naam minderjarige] ?

3.4

De vertegenwoordiger van de raad heeft ter zitting naar voren gebracht dat hij op zich geen bezwaren heeft tegen het verzoek van de vrouw. Er zijn echter ook alternatieve manieren om [naam minderjarige] te ondersteunen, bijvoorbeeld door middel van een kinderpsycholoog of een vertrouwenspersoon.

3.5

De Belgische advocaat van de man heeft schriftelijk kenbaar gemaakt dat de man geen Nederlandse advocaat wenst en de man zichzelf zal verdedigen, indien nodig. De man is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.

3.6

De rechtbank overweegt als volgt.

Artikel 1:250 van het Burgerlijk Wetboek bepaalt – voor zover hier van belang – het volgende. Wanneer in aangelegenheden betreffende de verzorging en opvoeding van de minderjarige de belangen van de met het gezag belaste ouders in strijd zijn met die van de minderjarige, kan de rechtbank, indien dit in het belang van de minderjarige noodzakelijk wordt geacht, daarbij in het bijzonder de aard van de belangenstrijd in aanmerking genomen, op verzoek van een belanghebbende of ambtshalve een bijzondere curator benoemen om de minderjarige terzake, zowel in als buiten rechte te vertegenwoordigen.

Geconstateerd wordt dat zowel de rechtbank als het hof in België beslissingen hebben genomen omtrent de omgang tussen de man en [naam minderjarige] . Ingevolge artikel 21 van de Brussel II bis verordening worden de door een lidstaat gegeven beslissingen in een andere lidstaat erkend. De beslissingen van de Belgische rechter dienen derhalve in Nederland te worden erkend.

De Belgische rechter heeft in de genomen beslissingen de belangen van de man, de vrouw en [naam minderjarige] betrokken. [naam minderjarige] is in het kader van de procedure gehoord. Rapporten van Praktijk Van Waterschoot met betrekking tot de behandeling van [naam minderjarige] zijn ingebracht alsmede een advies van de Safegroup om geen contacten in de neutrale bezoekruimte te laten doorgaan. Afweging van alle belangen, waaronder die van [naam minderjarige] , bracht de Belgische rechter tot het oordeel dat geen aanleiding bestond om enige wijziging te brengen in de eerder genomen beslissingen om contacten met de vader te laten doorgaan in de neutrale bezoekruimte.

Gelet op dit oordeel acht de rechtbank het niet in het belang van [naam minderjarige] noodzakelijk een bijzondere curator over hem te benoemen ter vertegenwoordiging van zijn belangen. Daarbij speelt een rol dat niet valt in te zien dat bij een eventuele nieuwe belangenafweging in de lopende procedure bij de rechtbank Antwerpen de rapportage van een (Nederlandse) bijzondere curator meer gewicht in de schaal zal leggen dan de verslagen van Praktijk Van Waterschoot. Het Belgische recht kent immers de figuur van de bijzondere curator niet, zodat mag worden verondersteld dat de rapportage van een bijzondere curator, in de persoon van een gedragsdeskundige, vergelijkbaar zal worden geacht met verslagen van een GZ-psycholoog, werkzaam bij Praktijk Van Waterschoot.

Dit betekent dat de rechtbank het verzoek van de vrouw zal afwijzen.

3.7

Nu partijen ex-echtgenoten zijn, zullen de proceskosten worden gecompenseerd.

4 beslissing

De rechtbank

wijst het verzoek van de vrouw af;

compenseert de kosten van het geding aldus dat iedere partij de eigen kosten draagt.

Deze beschikking is gegeven door mr. Slot, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van

in tegenwoordigheid van Weterings, griffier.

Mededeling van de griffier:

Tegen deze beschikking kan voor zover het een eindbeschikking betreft hoger beroep worden ingesteld:

  1. door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;

  2. door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te

's-Hertogenbosch.

verzonden op:

1

1 In verband met deze procedure/ten behoeve van een juiste procesvoering worden uw persoonsgegevens, voor zover nodig, verwerkt in een systeem van de rechtbank Breda.