Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2016:1539

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
16-03-2016
Datum publicatie
08-07-2016
Zaaknummer
C/02/299632 FA RK 15-3370
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Rekestprocedure
Inhoudsindicatie

Wijziging geboorteakte, 1:24 BW, 10:16 BW, 10:17 BW, 10:31 BW, 10:92 BW, Overeenkomst van München, Staatlozenverdrag. Persoonlijke staat van een vreemdeling, naam.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
FJR 2016/72.39
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Familierecht

Breda

Zaaknummer: C/02/299632 FA RK 15-3370

beschikking betreffende de registers van de burgerlijke stand

op het verzoek van

het openbaar ministerie,

arrondissementsparket Zeeland-West-Brabant.

1. Het verloop van het geding

Dit blijkt uit de volgende stukken:

- het op 27 mei 2015 ontvangen verzoek van het openbaar ministerie met bijlagen;

- de akte nr. [nummer] van het jaar 2010 van het register van geboorten van de burgerlijke stand van de gemeente Breda;

- de akte nr. [nummer] van het jaar 2012 van het register van geboorten van de burgerlijke stand van de gemeente Breda;

- de brief van de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Breda van

18 juni 2015;

- de brieven van het openbaar ministerie van 5 augustus 2015 (met bijlagen),

19 augustus 2015, 7 oktober 2015 en 16 december 2015;

- de brieven van de hierna onder 1 en 2 te noemen belanghebbenden ontvangen op

16 september 2015, 4 december 2015 (met bijlage) en 9 december 2015 (met bijlage);

- het proces-verbaal van de behandeling ter terechtzitting van 11 februari 2016 en het ter zitting door de onder 1 en 2 genoemde belanghebbenden overgelegde uittreksel uit de bevolkingsadministratie van Fürstenwalde/Spree.

Als belanghebbenden in deze zaak zijn aangemerkt:

1. mevrouw [naam moeder] , moeder van de minderjarigen;

2. de heer [naam man] , hierna te noemen de man;

3. de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Breda.

2 Het verzoek

Het verzoek strekt ertoe dat de rechtbank verbetering van voormelde akte zal gelasten.

3 De beoordeling

3.1.

In voormelde akte met nr. [nummer] , opgemaakt op 28 september 2010, is opgenomen dat op 28 september 2010 te Breda is geboren de vrouwelijke minderjarige:

Geslachtsnaam : [naam]

Voornamen : [naam]

Voorts is in voormelde akte opgenomen dat haar ouders zijn:

Geslachtsnaam vader : -

Voornamen vader : -

Plaats van geboorte vader : -

Dag van geboorte vader : -

Geslachtsnaam moeder : [naam moeder]

Voornamen moeder : [naam moeder]

Plaats van geboorte moeder : [geboorteplaats]

Dag van geboorte moeder : [geboortedatum]

De aangifte van de geboorte is gedaan door [naam man] , geboren te [geboorteplaats] , op [geboortedatum] .

3.2.

In voormelde akte met nr. [nummer] , opgemaakt op 26 januari 2012, is opgenomen dat op 24 januari 2012 te Breda is geboren de mannelijke minderjarige:

Geslachtsnaam : [naam]

Voornamen : [naam]

Voorts is in voormelde akte opgenomen dat zijn ouders zijn:

Geslachtsnaam vader : -

Voornamen vader : -

Plaats van geboorte vader : -

Dag van geboorte vader : -

Geslachtsnaam moeder : [naam moeder]

Voornamen moeder : [naam moeder]

Plaats van geboorte moeder : [geboorteplaats]

Dag van geboorte moeder : [geboortedatum]

De aangifte van de geboorte is gedaan door [naam man] , geboren te [geboorteplaats] , op [geboortedatum] .

3.3.

Op grond van artikel 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering komt de Nederlandse rechter rechtsmacht toe, aangezien het verzoekschrift is ingediend door voormeld openbaar ministerie. De rechtbank Zeeland-West-Brabant is bevoegd nu het verzoek ziet op verbetering van een akte welke is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand binnen haar rechtsgebied.

3.4.

Het openbaar ministerie verzoekt voormelde geboorteakten aldus te verbeteren dat de vadergegevens worden opgenomen, en wel als volgt:

Geslachtsnaam vader : [naam man]

Voornamen vader : [naam man]

Plaats van geboorte vader : [geboorteplaats]

Dag van geboorte vader : [geboortedatum] .

Voorts wordt verzocht de geslachtsnaam van de kinderen als volgt te verbeteren:

Geslachtsnaam : [geslachtsnaam]

3.5.

Aan het verzoek is ten grondslag gelegd, dat bij het opmaken van de geboorteakten van beide kinderen niet bekend was dat de moeder reeds met de heer [naam man] was gehuwd. Derhalve zijn geen vadergegevens opgenomen in de geboorteakten. Thans is gebleken dat de moeder op [huwelijksdatum] te [huwelijksplaats] , Denemarken met de heer [naam man] is gehuwd.

3.6.

Het openbaar ministerie is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter terechtzitting verschenen, overeenkomstig de aankondiging van niet verschijnen in voormelde brieven van

19 augustus 2015, 7 oktober 2015 en 16 december 2015.

Het huwelijk

3.7.

Door het openbaar ministerie is bij het verzoekschrift een kopie van de huwelijksakte tussen de moeder en de heer [naam man] overgelegd. Uit deze akte blijkt dat zij op

[huwelijksdatum] te [huwelijksplaats] , Denemarken met elkaar zijn gehuwd.

3.8.

De rechtbank dient te beoordelen of op het moment van de geboorte van de minderjarigen sprake was van een huwelijk tussen de moeder en de man dat in Nederland voor erkenning in aanmerking komt.

Artikel 10:4 van het Burgerlijk Wetboek (BW) bepaalt dat indien de vraag welke rechtsgevolgen aan een feit toekomen bij wijze van voorvraag in verband met een andere, aan vreemd recht onderworpen vraag moet worden beantwoord, de voorvraag wordt beschouwd als een zelfstandige vraag. Dit brengt mee dat de vraag of het huwelijk tussen de moeder en de man wordt erkend in Nederland dient te worden beantwoord aan de hand van het Nederlandse conflictenrecht.

3.9.

Ingevolge artikel 10:31 BW wordt een buiten Nederland gesloten huwelijk dat ingevolge het recht van de staat waar de huwelijksvoltrekking plaatsvond rechtsgeldig is of nadien rechtsgeldig is geworden, als zodanig erkend. Een huwelijk wordt vermoed rechtsgeldig te zijn, indien een huwelijksverklaring is afgegeven door een bevoegde autoriteit.

Nu gesteld is dat het huwelijk in Denemarken is gesloten, dient naar Deens recht te worden bepaald of dit huwelijk aan de aldaar geldende vereisten voldoet.

3.10.

Ingevolge paragraaf 15 van de Deense Wet betreffende het aangaan en ontbinden van het huwelijk kan in Denemarken zowel een burgerlijk als kerkelijk huwelijk worden gesloten. De voorwaarden voor het sluiting van een burgerlijk huwelijk is dat de aanstaande echtgenoten ten overstaande van de trouwambtenaar en in het bijzijn van twee getuigen verklaren dat zij met elkaar willen huwen. De moeder en de man hebben ter zitting verklaard dat zij in het bijzijn van vier getuigen, waaronder de vader van moeder, op het gemeentehuis in [huwelijksplaats] zijn gehuwd. Ook de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Breda heeft ter zitting aangegeven dat zij contact heeft gehad met de Nederlandse ambassade in Denemarken en aldaar de huwelijksakte heeft laten verifiëren. Tevens is de huwelijksakte voorzien van legalisatie. Dit alles brengt naar het oordeel van de rechtbank met zich dat het tussen de moeder en de man op 13 november 2009 in Denemarken gesloten huwelijk op grond van artikel 10:31 BW wordt erkend.

3.11.

De moeder en de man hebben ter zitting desgevraagd verklaard dat zij nog steeds met elkaar gehuwd zijn. Dit brengt met zich dat de minderjarigen staande het huwelijk van de moeder en de man zijn geboren.

Afstamming van de minderjarigen

3.12.

Nu vast staat dat de moeder en de man ten tijde van de geboorte van de minderjarigen met elkaar gehuwd waren, dient voor de vraag of de vadergegevens opgenomen dienen te worden in de geboorteakte te worden beantwoord aan de hand van artikel 10:92 BW (voorheen artikel 1 van de Wet conflictenrecht afstamming). Ingevolge genoemde wetsbepaling wordt de vraag, of een kind door geboorte in familierechtelijke betrekking komt te staan tot de vrouw uit wie het is geboren en de met haar gehuwde man, bepaald door het recht van de staat van de gemeenschappelijke nationaliteit van de man en de vrouw. Indien dit ontbreekt, is het recht van de staat waar de man en de vrouw elk hun gewone verblijfplaats hebben bepalend, of, indien ook dit ontbreekt, het recht van de staat van de gewone verblijfplaats van het kind. Er wordt hierbij aangeknoopt bij het moment van de geboorte van het kind.

3.13.

De rechtbank zal allereerst beoordelen of er sprake is van een gemeenschappelijke nationaliteit van de moeder en de man.

3.14.

Uit de overgelegde stukken en het verhandelde ter zitting blijkt dat de man in Libanon is geboren uit Palestijnse ouders. De man heeft blijkens de overgelegde kopie van zijn Libanese paspoort de Palestijnse nationaliteit. Verder heeft de man ter zitting verklaard dat hij niet de Libanese nationaliteit bezit.

De rechtbank overweegt dat Nederland Palestina niet erkend als Staat. Dit brengt met zich dat de door de man gestelde Palestijnse nationaliteit evenmin door Nederland wordt erkend. Dit betekent dat man moet worden aangemerkt als Staatloos, wat overeenkomt met hetgeen in het uittreksel van de man uit het bevolkingsregister van Fürstenwalde/Spree staat vermeld.

In geval van een staatloos persoon bepaalt artikel 10:16, eerste lid, BW, dat indien het nationale recht van een natuurlijke persoon van toepassing is en de betrokken persoon staatloos is of zijn nationaliteit niet kan worden vastgesteld, als zijn nationale recht geldt het recht van de staat waar hij zijn gewone verblijfplaats heeft. Dat zou in dit geval betekenen dat Duits recht van toepassing is, als zijnde het recht van zijn gewone verblijfplaats ten tijde van de geboorte van de minderjarigen.

3.15.

Volledigheidshalve heeft de rechtbank eveneens onderzocht of artikel 10:17 BW eveneens van toepassing is. Dit artikel bepaalt dat als een vreemdeling in het buitenland een met Nederland vergelijkbare verblijfsvergunning asiel bepaalde tijd of onbepaalde tijd heeft verkregen, zijn persoonlijke staat wordt beheerst door het recht van zijn woonplaats. Uit de stukken blijkt dat de man in Duitsland een “aufenthaltserlaubnis (familienangehöriger)” bezit. De rechtbank overweegt dat een dergelijke verblijfsvergunning vergelijkbaar is met de reguliere verblijfsvergunning in Nederland, waardoor artikel 10:17 BW voor de man niet van toepassing is.

De man heeft dit ter zitting bevestigd door te verklaren dat deze vergunning betrekking heeft op familiehereniging omdat hij een kind heeft dat in Duitsland woont.

3.16.

Uit de overgelegde stukken en de behandeling ter zitting blijkt dat moeder eveneens in Libanon is geboren uit Palestijnse ouders. Ingevolge haar uittreksel uit het vreemdelingenregister staat moeder geregistreerd met een onbekende en de Nederlandse nationaliteit en wordt zij tevens aangemerkt als staatloos. Volgens het uittreksel uit de basisregistratie personen heeft moeder met ingang van 8 februari 2012, derhalve na de geboorte van beide minderjarigen, de Nederlandse nationaliteit verkregen. Ter zitting heeft moeder verklaard dat haar vader op enig moment de Libanese nationaliteit heeft verkregen, en dat zij deze nationaliteit eveneens heeft gekregen. Moeder stelt dat zij op dat moment ongeveer tien jaar oud was. Deze verklaring van moeder is ter zitting voorgehouden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand. De ambtenaar heeft verklaard dat voor zover de gemeente bekend moeder op het moment van de geboorte van de minderjarigen enkel als staatloos stond geregistreerd.

Wat er ook van zij van de stelling van moeder ten aanzien van de Libanese nationaliteit, nu uit de overgelegde stukken is gebleken dat moeder op het moment van geboorte van beide minderjarigen een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd had, dient zij ingevolge artikel 10:17 BW voor de beantwoording van de in rechtsoverweging 3.12. gestelde vraag te worden beschouwd als Nederlands onderdaan.

3.17.

Het voorgaande betekent dat ingevolge 10:92 BW – nu er geen sprake is van een gemeenschappelijke nationaliteit van de moeder en de man en zij evenmin een gemeenschappelijke gewone verblijfplaats hebben – de gewone verblijfplaats van het kind bepalend is voor het toepasselijk recht op de afstamming. Nu de minderjarigen in Nederland zijn geboren en aldaar tot voor kort zijn verbleven, is Nederlands recht van toepassing op de afstamming.

3.18.

Ingevolge artikel 1:198, eerste lid sub a, BW is de moeder van een kind de vrouw uit wie het kind is geboren. Nu de moeder is opgenomen in de beide geboorteakten staat vast dat zij de moeder van de minderjarigen is. Op grond van artikel 1:199 sub a BW is de vader van een kind, de man die op het tijdstip van de geboorte van het kind met de vrouw uit wie het kind is geboren is gehuwd. Nu de rechtbank heeft vastgesteld dat de moeder en de man op

[huwelijksdatum] te [huwelijksplaats] , Denemarken, met elkaar zijn gehuwd, zal de man als vader van de minderjarigen worden aangemerkt. Het voorgaande betekent dat de minderjarigen vanaf hun geboorten in familierechtelijke betrekking tot beide ouders staan. Dit brengt met zich dat het verzoek van het openbaar ministerie tot aanvulling van de geboorteakten van de minderjarigen met de vadergegevens zal worden toegewezen.

Naam van de minderjarigen

3.19.

Ingevolge artikel 1 van de Overeenkomst inzake het recht dat van toepassing is op geslachtsnamen en voornamen van München van 5 september 1980, trb. 1981, 72 (thans geïncorporeerd in artikel 10:19 BW) worden de geslachtsnamen en voornamen van een persoon bepaald door het recht van de Staat waarvan die persoon onderdaan is.

3.20.

Het voorgaande brengt met zich dat de rechtbank allereerst dient beoordelen wat de nationaliteit van de minderjarigen is.

Op grond van hetgeen in rechtsweging 3.14 ten aanzien van de nationaliteit van de man is overwogen, blijkt dat de minderjarigen van zijn zijde geen nationaliteit kunnen ontlenen. Vervolgens dient de vraag te worden beantwoord of de minderjarigen door geboorte de door moeder gestelde Libanese nationaliteit hebben verkregen. Ingevolge artikel 1 van de Libanese nationaliteitswet van 19 januari 1925, laatstelijk gewijzigd bij wet van

11 januari 1960, kan een persoon enkel door geboorte de Libanese nationaliteit verkrijgen via een Libanese vader. Derhalve hebben de minderjarigen via moeder niet de Libanese nationaliteit verkregen. Dit betekent dat de minderjarigen ten tijde van hun geboorte als staatloos moeten worden aangemerkt nu zij via geen van beide ouders een nationaliteit hebben kunnen ontlenen.

3.21.

Dit heeft tot gevolg dat het Verdrag betreffende de status van staatlozen, New York

28 september 1954, Trb. 1955, 42 (hierna te noemen Staatlozenverdrag) van toepassing is. Ingevolge artikel 12, eerste lid, van het Staatlozenverdrag wordt de persoonlijke staat van een staatloze beheerst door de wet van het land van zijn woonplaats. Voor de uitleg van het begrip persoonlijke staat dient ingevolge de memorie van toelichting, zitting 1959-1960, 5881, nr. 3 te worden aangesloten bij de toelichting op artikel 12 van het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen, Genéve 28 juli 1951 (hierna te noemen Vluchtelingenverdrag) Volgens de Staatscommissie voor Internationaal Privaatrecht is de domiciliaire aanknoping van artikel 12 van het Vluchtelingenverdrag dan ook steeds van toepassing op alle verwijzigingscategorieën in het personen- en familierecht, met in begrip van het namenrecht. Dit betekent dat Nederlands recht van toepassing is op de naam van de minderjarigen, nu zij ten tijde van hun geboorte in Nederland hun gewone verblijfplaats hadden.

3.22.

Artikel 1:5 lid 4 BW bepaalt dat, indien een kind door geboorte in familierechtelijke betrekking tot beide ouders komt te staan, de ouders gezamenlijk voor of ter gelegenheid van de aangifte van de geboorte verklaren welke van hun beider geslachtsnamen het kind zal hebben. Indien voormelde naamskeuze niet heeft plaatsgevonden, verkrijgt het kind ingevolge artikel 1:5 lid 5 BW de geslachtsnaam van de vader.

3.23.

In de onderhavige zaak heeft er ten tijde van de geboorten van de minderjarigen geen naamskeuze plaatsgevonden. Dit brengt met zich dat de minderjarigen de geslachtsnaam van de man “[naam man]” zullen krijgen. Het verzoek van het openbaar ministerie ligt derhalve ook op dit punt voor toewijzing gereed.

4 De beslissing

De rechtbank

gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Breda om de akte nr. 102767 van het jaar 2010 van het onder hem berustende register van geboorten te verbeteren, en wel als volgt:

KIND

Geslachtsnaam : [geslachtsnaam]

OUDERS

Geslachtsnaam vader : [naam man]

Voornamen vader : [naam]

GEBOORTEGEGEVENS OUDERS

Plaats van geboorte vader : [geboorteplaats]

Dag van geboorte vader : [geboortedatum]

gelast de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Breda om de akte nr. [nummer] van het jaar 2012 van het onder hem berustende register van geboorten te verbeteren, en wel als volgt:

KIND

Geslachtsnaam : [geslachtsnaam]

OUDERS

Geslachtsnaam vader : [geslachtsnaam]

Voornamen vader : [naam]

GEBOORTEGEGEVENS OUDERS

Plaats van geboorte vader : [geboorteplaats]

Dag van geboorte vader : [geboortedatum]

Deze beschikking is gegeven door mr. Van der Linden, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van

in tegenwoordigheid van mr. Nederveen, griffier.

Mededeling van de griffier:

Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:

- door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,

- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.

Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het

gerechtshof ’s-Hertogenbosch.

verzonden op:

1

1 In verband met deze procedure/ten behoeve van een juiste procesvoering worden uw persoonsgegevens, voor zover nodig, verwerkt in een systeem van het gerecht.