Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2016:1474

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
02-03-2016
Datum publicatie
15-03-2016
Zaaknummer
4440897 CV EXPL 15-7012
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Beroep van curator – op grond van artikel 3:51 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (hierna BW) in samenhang met artikel 1:381 BW – op vernietigbaarheid van overeenkomst die curandus met oorspronkelijk eiseres heeft gesloten wordt aanvaard. De gevolgen van het niet raadplegen door oorspronkelijk eiseres van het curateleregister alvorens de overeenkomst aan te gaan, komen voor haar rekening en risico. Dat geldt ook voor de gevolgen van het feit dat haar incassogemachtigde het curateleregister niet raadpleegt alvorens incassomaatregelen te nemen en een procedure tegen curandus te beginnen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PFR-Updates.nl 2016-0084
AR 2016/783

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Kanton

Tilburg

zaaknummer 4440897 CV EXPL 15-7012

vonnis van 2 maart 2016

in de zaak van

[opposant] in zijn hoedanigheid van curator van

[betrokkene] ,

kantoorhoudende te [woonplaats 1] ,

opposant,

gemachtigde: mr. [gemachtigde 1] ,

tegen

[geopposeerde]

gevestigd en kantoorhoudende te [woonplaats 2] ,

geopposeerde,

gemachtigde: [gemachtigde 2] .

Partijen worden door de kantonrechter hierna [opposant] , [betrokkene] en [geopposeerde] genoemd.

1 De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit de volgende stukken:

  1. het verstekvonnis van de kantonrechter te Tilburg van 15 juli 2015 met zaaknummer 4270396 CV EXPL 15-5180, met de daarin genoemde stukken;

  2. de verzetdagvaarding van 27 augustus 2015 met producties;

  3. de conclusie van antwoord in oppositie met producties;

  4. e conclusie van repliek in oppositie.

Hierna is vonnis bepaald.

2 Het geschil

2.1

Bij op 25 juni 2015 uitgebrachte dagvaarding heeft [geopposeerde] , als eiseres in de verstekzaak, gevorderd bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [betrokkene] , als gedaagde in de verstekzaak, te veroordelen tot betaling van € 1.167,21, vermeerderd met de wettelijke rente over € 1.009,00 vanaf de dag van dagvaarding tot aan de dag van de algehele voldoening, met veroordeling van [betrokkene] in de proceskosten.

2.2

Bij verstekvonnis van 15 juli 2015 heeft de kantonrechter de vordering van [geopposeerde] toegewezen en is [betrokkene] veroordeeld in de proceskosten van [geopposeerde] , begroot op
€ 645,47.

2.3

[opposant] komt in verzet van voornoemd vonnis. Hij vordert dat [betrokkene] van de bij het verstekvonnis tegen hem uitgesproken veroordeling wordt ontheven en dat de vordering van [geopposeerde] alsnog wordt afgewezen, met veroordeling van [geopposeerde] in de kosten van het verzet. Verder doet hij bij wijze van verweer een beroep op de vernietigbaar-heid van de overeenkomst die [betrokkene] met [geopposeerde] is aangegaan.

2.4

[geopposeerde] voert verweer en vordert veroordeling van [opposant] in de kosten van de procedure.

3 De beoordeling

Ontvankelijkheid

3.1

Het vonnis van 15 juli 2015 is aan [betrokkene] betekend op 21 juli 2015, door achterlating in een gesloten envelop op het woonadres van [betrokkene] , derhalve niet in persoon.

3.2

[opposant] is bij dagvaarding van 27 augustus 2015 in verzet gekomen. Hij heeft onweersproken gesteld dat hij pas op 10 augustus 2015, door toezending van het vonnis per e-mail, bekend is geworden met het verstekvonnis en de inhoud daarvan. Aangezien [betrokkene] sinds 3 juli 1977 onder curatele staat en [opposant] sinds 12 april 2006 zijn curator is, kan [betrokkene] niet optreden als formele procespartij. De verzettermijn van 4 weken is pas aangevangen op het moment dat [opposant] bekend is geworden met de inhoud van het verstekvonnis, dus op 10 augustus 2015. Aangezien de verzetdagvaarding is betekend op 27 augustus 2015, dus binnen voormelde termijn, is [opposant] in het verzet ontvankelijk.

Inhoudelijke beoordeling

3.3

Bij dagvaarding van 25 juni 2015 legt [geopposeerde] aan haar vordering ten grondslag dat [betrokkene] met haar een overeenkomst heeft gesloten en dat hij de factuur van [geopposeerde] van € 1.009,00 voor de door haar te verlenen diensten, ondanks herhaalde aanma-ningen, niet heeft betaald. Naast deze hoofdsom vordert zij wettelijke rente daarover, tot datum dagvaarding een bedrag van € 6,86, alsmede een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van € 151,35, met veroordeling van [betrokkene] in de proceskosten.

3.4

In de verzetdagvaarding stelt [opposant] dat [betrokkene] de door [geopposeerde] aan haar vordering ten grondslag gelegde overeenkomst is aangegaan terwijl hij onder curatele stond en dus handelingsonbekwaam was, terwijl hij geen toestemming had van de curator om deze overeenkomst aan te gaan. Met verwijzing naar de artikelen 3:51 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (hierna BW) in samenhang met artikel 1:381 BW, doet hij een beroep op de vernietigbaarheid van de overeenkomst. Door de terugwerkende kracht van de vernietiging wordt de overeenkomst met [geopposeerde] geacht nooit te hebben bestaan, zodat de grondslag aan haar vordering komt te ontbreken, aldus [opposant]

3.5

Wat partijen bij antwoord en repliek in oppositie over en weer nog hebben aangevoerd, zal, voor zover relevant, in de navolgende overwegingen worden besproken.

De kantonrechter overweegt als volgt.

3.6

Tussen partijen is niet in geschil dat de overeenkomst waarop [geopposeerde] haar vordering heeft gebaseerd, vernietigbaar is. Het beroep van [opposant] op de vernietig-baarheid wordt dus aanvaard. Dat leidt er, met toepassing van het bepaalde in artikel 3:51 lid 1 BW toe dat de overeenkomst is vernietigd. De vernietiging werkt op grond van het bepaalde in artikel 3:53 BW terug tot het tijdstip waarop de overeenkomst door [betrokkene] is gesloten. Daarmee is de grondslag van de vordering van [geopposeerde] komen te ontbreken, zodat haar vordering, zoals bij de oorspronkelijke dagvaarding ingesteld, alsnog dient te worden afgewezen.

3.7

Het door [geopposeerde] in verzet gevoerde verweer komt er op neer dat zij de curator verwijt dat deze niet eerder heeft ingegrepen en dat zij stelt dat zij niet op de hoogte kon zijn van het feit dat [betrokkene] onder bewind stond. Op pagina 3, een na laatste alinea, van de conclusie van antwoord in oppositie stelt [geopposeerde] : ”Van geopposeerde wordt dus verlangd dat zij op de hoogte had moeten en kunnen zijn van het feit dat haar client, de heer [betrokkene] , onder curatele stond immers dat zou toch in de Staatscourant van 1977 gepubliceerd zijn?”

3.8

Om met dat laatste te beginnen: uiteraard wordt van [geopposeerde] niet verwacht dat zij bekend is met de publicatie van de onder curatelestelling van [betrokkene] in de Staatscourant van 1977. Er is echter een eenvoudige manier om op de hoogte zijn van het feit dat iemand onder curatele is gesteld: het curateleregister. Dat is een openbaar register, dat kosteloos digitaal te raadplegen is, en waarin de namen van mensen die onder curatele zijn gesteld zijn gepubliceerd. Als [geopposeerde] dat register niet raadpleegt alvorens een overeenkomst aan te gaan, neemt zij het risico dat de overeenkomst vernietigd wordt als de contractant onder curatele blijkt te staan. De gevolgen daarvan dienen voor haar rekening en risico te komen. Dat geldt ook voor de gevolgen van het feit dat haar incassogemachtigde het curateleregister niet raadpleegt alvorens incassomaatregelen te nemen en een procedure te beginnen.

3.9

De verwijten van [geopposeerde] richting curator gaan uit van de veronderstelling dat de curator de post van de onder curatele gestelde stelselmatig controleert. Dat is echter een misvatting. Dat [geopposeerde] schade heeft geleden, bestaande uit de in eerste aanleg gemaakte proceskosten en de executiekosten, valt de curator niet toe te rekenen (zie de vorige rechtsoverweging).

3.10

[geopposeerde] stelt verder dat [opposant] nodeloos kosten heeft gemaakt door een verzetdagvaarding in te dienen, aangezien haar gemachtigde bij e-mail van 28 augustus 2015 aan de gemachtigde van [opposant] expliciet heeft meegedeeld dat [geopposeerde] bereid was om de verdere executie van het verstekvonnis definitief te staken, onder voorwaarde dat [opposant] geen verzet zou instellen. Bovendien zou de deurwaarder die het vonnis verder zou executeren, wetende dat ten onrechte niet de curator, maar de curandus zelf is gedag-vaard, klachtwaardig handelen, zodat ook om die reden executie van het vonnis uitgesloten was.

3.11

De kantonrechter onderschrijft het door [opposant] ingenomen standpunt dat [betrokkene] een gerechtvaardigd belang heeft bij vernietiging van de bij het verstekvonnis tegen hem uitgesproken veroordeling en dat hij geen genoegen hoeft te nemen met de toezegging dat dit vonnis niet verder ten uitvoer zal worden gelegd. Verder heeft hij belang bij vernietiging van de bemiddelingsovereenkomst, die tot stand komt door aanvaarding van het beroep op die vernietiging. Ten slotte zou [betrokkene] , zoals [opposant] stelt, belang hebben bij een uitspraak over kosten van de reeds tegen hem getroffen executiemaatregelen. Uit de als productie 7 bij de verzetdagvaarding overgelegde verklaring van de bank blijkt dat een bedrag van € 84,70 door de bank aan [betrokkene] in rekening is gebracht ter zake door de bank in verband met het beslag gemaakte kosten. Aangezien [opposant] die kosten echter niet heeft gevorderd, zal daarover geen beslissing worden genomen.

3.12

Op grond van vorenstaande overwegingen dient het verstekvonnis van 15 juli 2015 te worden vernietigd en is [betrokkene] ontheven van de daarbij tegen hem uitgesproken veroordeling.

4 De kosten

[geopposeerde] zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van [opposant] inclusief de kosten van de verzetdagvaarding. Nu [betrokkene] onder curatele is gesteld kan hem immers niet worden verweten dat hij op de oorspronkelijke dagvaarding niet is verschenen. De kosten van [opposant] in verzet worden daarmee vastgesteld op een bedrag van € 294,19, te weten € 94,16 voor kosten van de verzetdagvaarding en € 200,00 voor salaris van de gemachtigde.

5 De beslissing

De kantonrechter:

- verklaart het verzet van [opposant] tegen het verstekvonnis van 15 juli 2015, gewezen onder zaaknummer 4270396 CV EXPL 15-5180, gegrond;

- vernietigt dat verstekvonnis;

en, opnieuw rechtdoende:

- wijst de vordering van [geopposeerde] af;

- veroordeelt [geopposeerde] in de proceskosten van [opposant] , vastgesteld op € 294,19;

- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.L. Sierkstra en is in het openbaar uitgesproken op
2 maart 2016.