Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2016:1447

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
04-03-2016
Datum publicatie
14-02-2019
Zaaknummer
AWB 15_5744 & AWB 15_5746 & AWB 16_446
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

n.v.t.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Bestuursrecht

zaaknummers: BRE 15/5744 VEROR, 15/5746 VEROR en 16/446 VEROR

uitspraak van 4 maart 2016 van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam eiser] , te [plaatsnaam] , eiser,

en

1. de burgemeester van de gemeente Hilvarenbeek,

2. het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hilvarenbeekverweerders.

Als derde partij heeft aan het geding deelgenomen:

[naam derde partij] , te [plaatsnaam] ,

Procesverloop

Eiser heeft beroep ingesteld tegen twee besluiten van 17 juli 2015 (bestreden besluiten I en II) van de burgemeester inzake het verlenen van een evenementenvergunning voor het organiseren en houden van muziekfestival [naam festival] en een evenementenvergunning voor het organiseren en houden van een weekendarrangement voor de campinggasten.

Tevens heeft eiser beroep ingesteld tegen een besluit van het college van 17 juli 2015 (bestreden besluit III), zoals dat is gewijzigd bij besluit van 23 juli 2015 (bestreden besluit IIIa) inzake het ten behoeve van het muziekfestival verlenen van ontheffing van het verbod om geluidhinder te veroorzaken.

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden in Breda op 22 januari 2016. Eiser is verschenen, bijgestaan door [naam persoon] . De burgemeester en het college hebben zich laten vertegenwoordigen door mr. J. Gielen en [naam vertegenwoordiger] . Derde partij heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Leopold, [naam vertegenwoordiger] , [naam vertegenwoordiger] en [naam vertegenwoordiger] .

Overwegingen

1. feiten

[naam festival] heeft op 24 december 2014 een aanvraag ingediend voor een evenementenvergunning ten behoeve van het organiseren en houden van het muziekfestival [naam festival] op 15 augustus 2015 van 11.00u tot 23.00u op het terrein van [naam terrein] de [naam locatie] . Tevens is een aanvraag ingediend voor een evenementenvergunning voor het organiseren en houden van een weekendarrangement voor campinggasten in het weekend van het muziekfestival op 14 augustus van 16.00u tot 01.30u, op 15 augustus 2015 van 23.00u tot 03.00u en op 16 augustus 2015 van 14.00u tot 23.30u op het terrein van [naam terrein] de [naam locatie] .

Bij besluit van 17 juli 2015 (bestreden besluit I) heeft de burgemeester een evenementenvergunning verleend ten behoeve van het organiseren en houden van het muziekfestival [naam festival] op 15 augustus 2015 van 11.00u tot 23.00u op het terrein van [naam terrein] de [naam locatie] .

Bij besluit van eveneens 17 juli 2015 (bestreden besluit II) heeft de burgemeester een evenementenvergunning verleend voor het organiseren en houden van een weekendarrangement voor campinggasten in het weekend van het muziekfestival op 14 augustus van 16.00u tot 01.30u, op 15 augustus 2015 van 23.00u tot 03.00u en op 16 augustus 2015 van 14.00u tot 23.30u op het terrein van [naam terrein] de [naam locatie] .

Bij besluit van eveneens 17 juli 2015 heeft de burgemeester ontheffing verleend van verbod voor het verstrekken van zwakalcoholische dranken tijdens het muziekfestival en het weekendarrangement van [naam festival] 2015.

Het college heeft bij besluit van 17 juli 2015 (bestreden besluit III) voor het muziekfestival ontheffing verleend van het verbod om voor omwonenden en overigens voor de omgeving geluidhinder te veroorzaken, met dien verstande dat het geluidniveau niet meer bedraagt dan 75 dB(A) en 90 dB(C) op de dichtstbijzijnde geluidgevoelige gevels in de omgeving van het festivalterrein en de geluidssterkte op 2 meter van de geluidsbron niet harder is dan 103 dB(A) op: vrijdag 14 augustus 2015 vanaf 16.00u tot 22.00u en zaterdag 15 augustus 2015 van 11.00u tot 23.00u.

Het college heeft op 23 juli 2015 (bestreden besluit IIIa) de ontheffing van het verbod om geluidhinder te veroorzaken gewijzigd in die zin dat het geluidniveau van 90 dB(C) conform de aanvraag wordt gemaximeerd op 95 dB(C).

Het college heeft bij besluit van 29 juli 2015 voor het weekendarrangement ontheffing verleend van het verbod om voor omwonenden en overigens voor de omgeving geluidhinder te veroorzaken, met dien verstande dat het geluidniveau niet meer bedraagt dan 75 dB(A) en 90 dB(C) op de dichtstbijzijnde geluidgevoelige gevels in de omgeving van het camping-terrein en de geluidssterkte op 2 meter van de geluidsbron niet harder is dan 103 dB(A) op: vrijdag 14 augustus 2015 vanaf 20.00u tot 01.30u (zaterdag) en in de nacht van zaterdag 15 augustus 2015 op zondag 16 augustus 2015 vanaf 23.00u (zaterdag) tot 03.00u (zondag) en op zondag 16 augustus 2015 van 14.00u tot 23.00u.

2. belang eiser

De rechtbank overweegt dat het muziekfestival en het campingarrangement reeds hebben plaatsgehad. Het is vaste rechtspraak dat het belang van een oordeel omtrent de rechtmatigheid van een besluit kan zijn gelegen in de omstandigheid dat het inhoudelijk oordeel bij toekomstige besluiten kan worden betrokken. Niet in geschil is dat het festival [naam festival] jaarlijks wordt georganiseerd. Ook is het de bedoeling dat het camping-arrangement jaarlijks worden georganiseerd. In de hiervoor benodigde toekomstige besluiten ziet de rechtbank aanleiding om een belang van eiser tegen de bestreden besluiten aanwezig te achten.

3. omvang geding

De rechtbank overweegt dat het beroep van eiser zich kort gezegd richten tegen de evenementenvergunning voor het muziekfestival (bestreden besluit I), de evenementen-vergunning voor het campingarrangement (bestreden besluit II) en ontheffing van het verbod geluidhinder te veroorzaken ten aanzien van het muziekfestival (bestreden besluit III, zoals gewijzigd bij het bestreden besluit IIIa). Tegen de overige, hier boven genoemde, besluiten heeft eiser geen beroep ingesteld. Deze besluiten staan in rechte vast. Beroepsgronden die die besluiten raken, zoals tegen de ontheffing van het verbod geluidhinder te veroorzaken door het campingarrangement, kunnen reeds hierom niet slagen.

4. gronden eiser

Eiser heeft, zakelijk weergegeven, aangevoerd dat niet alle stukken ter inzage hebben gelegen en dat de (ontwerp)beschikkingen veel fouten en onnauwkeurigheden bevatten. Verder heeft eiser aangevoerd dat de vergunde soort evenementen niet passen in het bestemmingsplan. Tevens voldoet de evenementenvergunning voor campingarrangement wat betreft de eindtijd niet aan het evenementenbeleid. De maximale eindtijd is 2.00u en om 01.30u dient de muziek beëindigd te worden. De motivering om van het beleid af te wijken, acht eiser niet afdoende. Daarnaast hebben beide evenementenvergunningen een hogere geluidsnorm dan de volgens de beleidsregels maximale geluidnorm. Er wordt in strijd met artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van het vastgestelde evenementenbeleid afgeweken zonder dat er sprake is van bijzondere omstandigheden. Eiser is van mening dat zijn belang op geen enkele wijze is meegenomen in de bestreden besluiten.

5. wettelijk kader

Ingevolge artikel 2.24 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2014 van de gemeente Hilvarenbeek (hierna: APV) wordt (in deze afdeling) onder evenement verstaan elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak (…).

Ingevolge artikel 2.25, eerste lid, van de APV is het verboden zonder vergunning van de burgemeester een evenement te houden.

Ingevolge artikel 4:6, eerste lid, van de APV is het verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer of het Besluit toestellen of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te verrichten op een zodanige wijze dat voor een omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt veroorzaakt.

Ingevolge artikel 4:6, tweede lid, van de APV kan het college van het verbod ontheffing verlenen.

In artikel 1:8 van de APV is bepaald dat de vergunning of ontheffing door het bevoegd gezag of het bevoegde bestuursorgaan kan worden geweigerd in het belang van:

a. de openbare orde;

b. de openbare veiligheid;

c. de volksgezondheid;

d. de bescherming van het milieu.

6. ter inzagelegging

6.1

Volgens eiser is niet geheel duidelijk welke procedure is gevolgd. Er is een voornemen gepubliceerd maar niet alle stukken hebben ter inzage gelegen. Op eisers verzoek zijn de stukken met betrekking tot de aanvraag toegezonden, maar de aanvraag zelf zat er niet bij. De verleende vergunningen en ontheffingen wijken op essentiële punten af van de aanvraag en de ontwerpbeschikkingen, aldus eiser.

6.2

De rechtbank overweegt dat de aanvragen voor zowel het festival als het campingarrangement met de nodige bijlagen ter inzage hebben gelegen bij de centrale balie van het gemeentehuis. Deze stukken zijn door eiser ingezien. De ontwerpvergunningen en ontwerpontheffingen zaten (abusievelijk) niet bij de ter inzage gelegde stukken. Deze stukken zijn dezelfde dag nog per e-mail aan eiser toegezonden. De rechtbank vermag niet in te zien dat eiser hierdoor op enigerlei wijze is benadeeld. Deze grond kan reeds hierom niet slagen.

6.3

Voorts kan de rechtbank aan de stelling van eiser dat de ontwerpbeschikkingen en de aanvragen op essentiële punten verschillen van de bestreden besluiten, niet het gewicht toekennen dat eiser eraan toegekend wenst te zien. De rechtbank merkt hierbij eerst op dat eiser deze verschillen niet heeft onderbouwd in die zin dat er voor eiser geen negatieve wijzigingen aannemelijk zijn gemaakt. Daarenboven overweegt de rechtbank dat enkel de bestreden besluiten ter beoordeling voorliggen en niet de ontwerpbeschikkingen. Deze beroepsgrond slaagt derhalve niet.

7. bestemmingsplan

7.1

Volgens eiser passen dit soort evenementen niet in het bestemmingsplan. De geluidoverlast en verkeersoverlast vormen een grote inbreuk op zijn leefgenot en dat van zijn gezin. Nadat in het verleden het parkeren en het muziekfestival tot overlast leidde van zaterdagochtend tot zondagochtend, heeft de organisatie er een volledig camping-arrangement bij bedacht op kortere afstand tot zijn woning, inclusief een muziekcafé. Het campingterrein mag op grond van het bestemmingsplan niet worden gebruikt ten behoeve van evenementen en is ook niet geschikt voor dergelijke bezoekersaantallen, aldus eiser.

7.2

De rechtbank overweegt dat ingevolge artikel 1:8 van de APV een evenementen-vergunning kan worden geweigerd in het belang van (a) de openbare orde, (b) de openbare veiligheid, (c) de volksgezondheid en (d) de bescherming van het milieu. Ingevolge vaste rechtspraak (bijvoorbeeld de uitspraak van 19 augustus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2644) is een evenementenvergunning ingevolge de APV met name ingegeven uit het oogpunt van handhaving van de openbare orde en is een APV geen toetsingskader voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid van een evenement of een evenemententerrein. Aangezien de ruimtelijke aanvaardbaarheid geen weigeringsgrond is voor een evenementenvergunning kan hetgeen eiser in dit verband heeft aangevoerd niet leiden tot vernietiging van de bestreden besluiten. Overigens hebben verweerders erkend dat voor het campingarrangement een omgevings-vergunning ‘handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ had moeten worden verleend. Voor de editie 2016 van [naam festival] is een dergelijke aanvraag reeds ingediend.

Ter zitting heeft eisers gemachtigde nog aangevoerd dat onderzoek naar de externe veiligheid had moeten worden gedaan. De rechtbank zal deze grond, nu deze tardief naar voren is gebracht en bovendien onvoldoende is onderbouwd, onbesproken laten.

8. strijd met evenementenbeleid

8.1

Volgens eiser voldoet de evenementenvergunning voor het campingarrangement wat betreft de eindtijd niet aan het gestelde evenementenbeleid. De maximale eindtijd is 2.00u en om 01.30u dient de muziek beëindigd te worden. Daarnaast hebben beide evenementenvergunningen een hogere geluidsnorm dan de volgens de beleidsregels maximale geluidnorm, aldus eiser.

8.2

De rechtbank overweegt dat in het door de gemeenteraad vastgestelde evenementenbeleid - voor zover van belang - als begrenzingskader voor de verlening van vergunningen voor evenementen onder 2 is bepaald:

“ h. voor evenementen in tenten en de buitenlucht worden de volgende eindtijden gehanteerd:

1. 2.00 uur voor het einde van het evenement en 1.30 uur voor de beëindiging van muziek voor:

- Nachten van vrijdag op zaterdag en van zaterdag op zondag

- (…)

- (…)

2. 0.00 uur voor het einde van het evenement en 23.30 uur voor de beëindiging van de muziek voor de overige nachten.

i voor evenementen in tenten en in de buitenlucht worden als geluidsnormen gehanteerd: 80 dB(A) op geluidgevoelige gevels in de omgeving voor evenementen waar muziek centraal staat en 75 dB(A) voor evenementen waar muziek ondersteunend is; de geluidssterkte op 2 meter van de geluidsbron mag niet harder zijn dan 103 dB(A).”

8.3

De rechtbank overweegt dat de geluidnormen zoals gesteld in het bestreden besluit III, zoals gewijzigd bij het bestreden besluit IIIa, niet strijdig zijn met de maximale geluidsnormen van het evenementenbeleid. Voor zover eiser beoogt te stellen dat in de vergunningen hogere geluidsnormen zijn opgenomen dan conform het beleid is toegestaan, is deze stelling feitelijk onjuist.

De rechtbank stelt voorts vast dat de eindtijd van het muziekfestival die in het bestreden besluit I staat vermeld niet in strijd is met het evenementbeleid. De eindtijd van het campingarrangement in de nacht van zaterdag 15 augustus 2015 op zondag 16 augustus 2015 van 03.00u, die in het bestreden besluit II staat vermeld, is (wel) in strijd met het evenementenbeleid. Daarover overweegt de rechtbank het volgende.

8.4

De burgemeester is ten behoeve van campingarrangement voor de nacht van zaterdag op zondag afgeweken van het evenementenbeleid op grond van het volgende. De ervaring van voorgaande jaren leerde dat in de nacht van zaterdag op zondag na afloop van het evenement op het terrein ongewenste situaties met betrekking tot de openbare orde en veiligheid ontstonden. Naar de beleving van veel bezoekers was het om 02.00u nog geen tijd het feest te beëindigen en werd het feest voortgezet door op diverse locaties op het terrein privéfeestjes te houden. Hierdoor ontstond een zeer onoverzichtelijke situatie en heeft de beveiligingsdienst diverse malen moeten uitrukken om opstootjes en ongeregeldheden in de kiem te smoren. Om het “uitdoven” van het feest in betere banen te leiden, is ervoor gekozen om de feestnacht van zaterdag op zondag met een uur te verlengen. Bij de vaststelling van het evenementenbeleid was met de hiervoor geschetste bijzondere situatie geen rekening gehouden. Gelet op deze zeer bijzondere situatie is de burgemeester op grond van artikel 4:84 van de Awb van het evenementenbeleid afgeweken. Dat deze afwijking gerechtvaardigd was, blijkt volgens de burgemeester tevens uit het feit dat inmiddels is gebleken dat de beëindiging van het evenement in de nacht van zaterdag op zondag ordelijk is verlopen. Dit zal in een toekomstige evaluatie van het evenementenbeleid worden meegenomen, aldus de burgemeester.

8.5

In artikel 4:84 van de Awb is bepaald dat het bestuursorgaan overeenkomstig de beleidsregel handelt, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft de burgemeester voldoende gemotiveerd waarom er ten aanzien van de eindtijd is afgeweken van het evenementenbeleid. Genoegzaam aannemelijk is gemaakt dat door een (beperkte) verruiming van de eindtijd het “uitdoven” van het evenement beter beheersbaar is. Bij het vaststellen van het beleid heeft de burgemeester nog geen rekening kunnen houden met dit bijzondere (grootschalige) evenement. Door in dit geval af te wijken van het beleid, wordt het doel daarvan – het handhaven van de openbare orde en veiligheid – juist gediend. Immers, dit zijn precies de beoordelingscriteria voor de vraag of een evenementenvergunning kan worden verleend. De rechtbank acht derhalve bijzondere omstandigheden aanwezig waarin de burgemeester heeft kunnen afwijken van het evenementenbeleid.

9. belangenafweging

9.1

Volgens eiser is zijn belang op geen enkele wijze meegenomen in de genomen besluiten. Eiser heeft aangegeven dat hij tijdens [naam festival] 2014 onder meer overlast had van wildplassers op zijn perceel, verkeersoverlast en geluidsoverlast, waardoor hij en zijn gezin een slechte nachtrust hadden. Ter zitting heeft eisers gemachtigde tevens aangevoerd dat de burgemeester in zijn bestreden besluiten I en II ten onrechte heeft bepaald dat er bij eiser thuis een gesprek moest plaatsvinden tussen hem, de organisatie en [naam terrein] ( [naam locatie] ) om ter plaatste te kijken welke passende maatregelen genomen kunnen worden. Hoewel eiser dankbaar is voor deze mogelijkheid, acht hij dit juridisch niet correct.

9.2

De rechtbank kan eiser niet volgen in zijn standpunt dat op geen enkele wijze met zijn belangen rekening is gehouden. In de bestreden besluiten I en II zijn de belangen van eiser uitdrukkelijk benoemd en meegewogen bij de afweging van alle belangen. Specifiek vanwege eisers situatie heeft op 16 juli 2015 de burgemeester een gesprek gehad met eiser, de organisatie en [naam terrein] [naam locatie] ). Daarbij is de afspraak gemaakt dat voorafgaand aan het evenement ter plekke bij eiser door voornoemde drie partijen bekeken wordt welke maatregelen kunnen worden genomen om de overlast zoveel mogelijk te beperken. De gemaakte afspraken dienen door partijen op schrift te worden gesteld en ter beschikking aan de burgemeester te worden gesteld. In de bestreden besluiten I en II is bepaald dat naleving van deze afspraken als voorschrift bij de evenementenvergunningen is opgenomen.

Op 30 juli 2015 heeft dit nadere gesprek plaatsgevonden. Teneinde de overlast voor eiser te beperken zijn de volgende afspraken gemaakt, die in een e-mail van diezelfde dag zijn neergelegd:

- Wij zullen aangrenzend aan uw erf op 2 meter afstand van de erfgrens beginnen met parkeren en niet direct tegen uw erf aan.

- Ongeveer de helft van dit terrein zal gevuld worden met weekend bezoekers. Deze komen aan op vrijdag overdag en gaan op maandag overdag weer weg. Op deze manier zult u minder last hebben van zaterdag bezoekers die tegen uw erf aan staan te wachten. Dit wegens de buffer die er gecreëerd is met weekend bezoekers.

- Op deze parkeervelden plaatsen wij enkele plas kruizen en chemische toiletten om wildplassen e.d. tegen te gaan.

- Op de zaterdag zullen wij tijdens de instroom 11.00 — 14.00 en de uitstroom 22.00 — 01.00 extra toezicht plaatsen door beveiligingsmedewerkers van [naam beveiliging] . Zij zullen toezien op wildplassen, maar ook op het ongeoorloofd betreden van uw erf.

- [naam begeleiding] zal extra dranghekken plaatsen ter hoogte van uw inritten, zodat men daar niet kan stoppen.

- [naam begeleiding] erop toezien dat er geen uitrit gecreëerd wordt naast uw erf.

- Inzake het geluid hebben we afgesproken dat wij een meetpen mogen plaatsen op uw erf. U levert daar een 220V stroompunt voor. Op deze manier hebben wij te allen tijden zicht of er binnen de gestelde normeringen geluid geproduceerd wordt. Deze pen wordt op vrijdag geplaatst en zal op maandag weer weg gehaald worden.

De rechtbank is van oordeel dat met deze afspraken in voldoende mate tegemoet is gekomen aan eisers bezwaren. Door te bepalen dat deze afspraken als voorschrift deel uitmaken van de bestreden besluiten I en II is naleving daarvan afdwingbaar. De rechtbank volgt eisers gemachtigde niet in haar stelling dat de burgemeester en het college op deze wijze niet juridisch correct hebben gehandeld. Gelet op deze specifiek op eisers situatie afgestemde voorschriften, alle andere voorschriften en het tijdelijke karakter van het evenement is de rechtbank van oordeel dat de burgemeester zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat niet aannemelijk is dat sprake zal zijn van onaanvaardbare overlast. De belangen van eiser behoefden niet te prevaleren boven het belang van vergunninghouder bij het organiseren van een evenement dat kennelijk voorziet in de behoefte van een groot publiek. Daarbij komt nog dat eiser in het bewuste weekend geen overlast had behoeven te ervaren, wanneer hij en zijn gezin zouden zijn ingaan op het aanbod van [naam festival] om een weekend elders te verblijven terwijl zijn perceel zou worden beveiligd. De rechtbank ziet in de gestelde overlast dan ook geen reden gelegen om te oordelen dat de burgemeester en het college de evenementenvergunningen en geluidsontheffing hadden moeten weigeren.

10. Het voorgaande leidt de rechtbank tot de slotsom dat de burgemeester en het college in redelijkheid gebruik hebben gemaakt van hun bevoegdheid tot het verlenen van een evenementenvergunning respectief ontheffing van het verbod op geluidhinder. De bestreden besluiten I, II en III, zoals gewijzigd bij bestreden besluit IIIa, kunnen in stand blijven. De beroepen zullen ongegrond worden verklaard. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.M.J. Kok, rechter, in aanwezigheid van mr. J.H.C.W. Vonk, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2016.

griffier rechter

Afschrift verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.