Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2016:1436

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
25-02-2016
Datum publicatie
11-03-2016
Zaaknummer
4593032 MB VERZ 15-521
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verweten gedraging betreft snelheidsovertreding met (beweerdelijk) verhuurd voertuig,

Op grond van de inhoud van het zaakoverzicht is naar het oordeel van de kantonrechter voldoende komen vast te staan dat de verweten gedraging is verricht.

De kantonrechter stelt vast dat in artikel 8 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften een limitatieve opsomming van uitzonderingsgronden op de aansprakelijkheid van de kentekenhouder genoemd is. In artikel 8 Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften is opgenomen:

De officier van justitie vernietigt de beschikking indien, in het geval van artikel 5 onderscheidenlijk artikel 5a, degene op wiens naam het kenteken in het kentekenregister is ingeschreven:

• a. aannemelijk maakt dat tegen zijn wil door een ander van het motorrijtuig onderscheidenlijk de aanhangwagen gebruik is gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen,

• b. een voor een termijn van ten hoogste drie maanden schriftelijk bedrijfsmatig aangegane huurovereenkomst overlegt waaruit blijkt wie ten tijde van de gedraging de huurder van het motorrijtuig onderscheidenlijk de aanhangwagen was, dan wel

• c. een vrijwaringsbewijs, bedoeld in artikel 1, onderdeel i van het Kentekenreglement, of een verklaring als bedoeld in de artikelen 31 tot en met 33 van het Kentekenreglement, overlegt waaruit blijkt dat hij ten tijde van de gedraging geen eigenaar of houder meer was van het betrokken motorrijtuig onderscheidenlijk de betrokken aanhangwagen.

De kantonrechter is van oordeel dat uit het dossier voldoende is gebleken dat betrokkene de kentekenhouder van de aanhangwagen met kenteken 12-WB-KB is. Dit is door betrokkene niet betwist.

Betrokkene heeft gesteld dat er sprake is van een verhuursituatie als vermeld in artikel 8 onder B van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften. Van deze situatie is uitsluitend sprake indien een kentekenhouder middels bewijzen aan kan tonen dat het voertuig voor een periode korter dan drie maanden verhuurd was ten tijde van de gedraging. Uit het te leveren bewijs dient te blijken dat de kentekenhouder zelf het voertuig verhuurd heeft. Het bewijs vermeldt bovendien de correcte gegevens van het verhuurde voertuig, de correcte gegevens van de huurder, de periode van de verhuur en de handtekening van de huurder. Middels deze stukken moet het Openbaar Ministerie in de gelegenheid worden gesteld de bestuurder van het voertuig te achterhalen.

In casu heeft betrokkene een ongetekende huurovereenkomst overgelegd waaruit blijkt dat het voertuig verhuurd is door Borent Zwolle. Uit de huurovereenkomst en de toelichting van gemachtigde op de handelwijze van betrokkene is vast komen te staan dat betrokkene zelf niet de verhuurder van het voertuig was. Nu er geen sprake van directe verhuur door betrokkene zelf is, kan slechts vastgesteld worden dat er sprake is van op zijn minst onderverhuur waardoor het beroep op de eerder genoemde uitzonderingsgrond niet slaagt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Kanton

Bergen op Zoom

zaaknummer: 4593032 MB VERZ 15-521

CJIB-nummer: 190391489

uitspraak: 25 februari 2016

Op de in het openbaar gehouden zitting van 25 februari 2016 is mr. W.E.M. Verjans, kantonrechter, bijgestaan door mr. J.M.P. van Eekelen als griffier, overgegaan tot de mondelinge behandeling van het beroep dat is ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie met bovengenoemd CJIB-nummer. Het beroepschrift is ingediend door:

naam: : [naam betrokkene]

adres : [adres betrokkene]

woonplaats : [woonplaats betrokkene] , nader ook te noemen: betrokkene.

gemachtigde : [naam gemachtigde] , nader ook te noemen: gemachtigde.

--------------------

De gemachtigde van betrokkene is ter zitting verschenen in persoon.

Namens de officier van justitie is verschenen [naam officier] , werkzaam bij het CVOM te Utrecht.

De griffier heeft aantekeningen van de zitting gemaakt, welke aantekeningen geacht worden deel uit te maken van dit proces-verbaal.

Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 126,- opgelegd ter zake van “Overschrijding van de maximumsnelheid op autosnelwegen, met 13 km/h.”, welke gedraging zou zijn verricht op de trajectcontrole A58 Roosendaal links, op 20 juni 2015 om 16.36 uur.

De officier van justitie heeft eerder het beroep van betrokkene kennelijk ongegrond verklaard.

Betrokkene heeft beroep ingesteld en daartoe aangevoerd hetgeen in het beroepschrift - dat zich bij de stukken van het geding bevindt - is vermeld.

1 De beoordeling

De kantonrechter heeft vervolgens op grond van de volgende overwegingen een beslissing genomen, welke beslissing in het openbaar is uitgesproken.

Het beroep is ontvankelijk omdat het tijdig is ingesteld en er zekerheid is gesteld voor de betaling van de sanctie.

Ter zitting heeft gemachtigde meegedeeld de gronden van het beroep te handhaven en hier nog aan toegevoegd dat jarenlang volgens dezelfde procedure is gewerkt. Alle voertuigen waren ondergebracht in een B.V. en verhuurd werden door een andere B.V.. Gemachtigde stelt dat deze procedure nooit problemen opgeleverd heeft tot kort geleden. Naar aanleiding van de sancties die binnenkwamen en contact met het Openbaar Ministerie is de procedure aangepast. Gemachtigde heeft aangegeven dat er geen sprake is van een fout die bewust gemaakt is en heeft gesteld dat er met wisselend succes over dit onderwerp geprocedeerd is.

De officier van justitie heeft meegedeeld de beslissing waarvan beroep is ingesteld, alsmede de verwerping van de bezwaren van betrokkene, te handhaven. De officier van justitie heeft benadrukt dat na eerder verzonden brieven er in augustus 2014 contact is geweest met betrokkene over de wijziging in het toetsingsbeleid van de regelgeving. Uit de datum van de gedraging is gebleken dat ondanks de waarschuwing in augustus 2014 de werkwijze in juni 2015 nog steeds niet aangepast was.

Op grond van de inhoud van het zaakoverzicht is naar het oordeel van de kantonrechter voldoende komen vast te staan dat de verweten gedraging is verricht.

De kantonrechter stelt vast dat in artikel 8 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften een limitatieve opsomming van uitzonderingsgronden op de aansprakelijkheid van de kentekenhouder genoemd is. In artikel 8 Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften is opgenomen:

De officier van justitie vernietigt de beschikking indien, in het geval van artikel 5 onderscheidenlijk artikel 5a, degene op wiens naam het kenteken in het kentekenregister is ingeschreven:

  • -

    a. aannemelijk maakt dat tegen zijn wil door een ander van het motorrijtuig onderscheidenlijk de aanhangwagen gebruik is gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen,

  • -

    b. een voor een termijn van ten hoogste drie maanden schriftelijk bedrijfsmatig aangegane huurovereenkomst overlegt waaruit blijkt wie ten tijde van de gedraging de huurder van het motorrijtuig onderscheidenlijk de aanhangwagen was, dan wel

  • -

    c. een vrijwaringsbewijs, bedoeld in artikel 1, onderdeel i van het Kentekenreglement, of een verklaring als bedoeld in de artikelen 31 tot en met 33 van het Kentekenreglement, overlegt waaruit blijkt dat hij ten tijde van de gedraging geen eigenaar of houder meer was van het betrokken motorrijtuig onderscheidenlijk de betrokken aanhangwagen.

De kantonrechter is van oordeel dat uit het dossier voldoende is gebleken dat betrokkene de kentekenhouder van de aanhangwagen met kenteken [nummer] is. Dit is door betrokkene niet betwist.

Betrokkene heeft gesteld dat er sprake is van een verhuursituatie als vermeld in artikel 8 onder B van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften. Van deze situatie is uitsluitend sprake indien een kentekenhouder middels bewijzen aan kan tonen dat het voertuig voor een periode korter dan drie maanden verhuurd was ten tijde van de gedraging. Uit het te leveren bewijs dient te blijken dat de kentekenhouder zelf het voertuig verhuurd heeft. Het bewijs vermeldt bovendien de correcte gegevens van het verhuurde voertuig, de correcte gegevens van de huurder, de periode van de verhuur en de handtekening van de huurder. Middels deze stukken moet het Openbaar Ministerie in de gelegenheid worden gesteld de bestuurder van het voertuig te achterhalen.

In casu heeft betrokkene een ongetekende huurovereenkomst overgelegd waaruit blijkt dat het voertuig verhuurd is door Borent Zwolle. Uit de huurovereenkomst en de toelichting van gemachtigde op de handelswijze van betrokkene is vast komen te staan dat betrokkene zelf niet de verhuurder van het voertuig was. Nu er geen sprake van directe verhuur door betrokkene zelf is, kan slechts vastgesteld worden dat er sprake is van op zijn minst onderverhuur waardoor het beroep op de eerder genoemde uitzonderingsgrond niet slaagt.

De kantonrechter is van oordeel dat de strengere toetsing van de uitzonderingsgronden als opgenomen in artikel 8 Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften geen aanleiding geeft tot matiging van de sanctie. Het is aan betrokkene haar beleid aan te passen aan de geldende wetgeving. Een in het verleden toegepaste soepelere toets doet niets af aan de in de wet gestelde eisen.

Het voorgaande betekent dat het beroep ongegrond wordt verklaard.

2 De beslissing

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.

Waarvan proces-verbaal,

de griffier, de kantonrechter,

Bent u het met de beslissing op uw beroep niet eens, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden, doch alleen indien:
a. de bij deze beslissing opgelegde administratieve sanctie meer dan € 70,00 bedraagt, of
b. het beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat de zekerheid niet (tijdig) is gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant, team kanton, locatie Bergen op Zoom, (Postbus 118, 4600 AC Bergen op Zoom) en dient door degene die bij het team kanton beroep heeft ingesteld of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting wordt gevraagd waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.

Datum toezending beslissing: