Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2016:1434

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
25-02-2016
Datum publicatie
11-03-2016
Zaaknummer
4477707 MB VERZ 15-424 en 4592825 MB VERZ 15-519
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijkverklaring wegens ondeugdelijke machtiging en niet (alsnog) van gronden voor het beroep.

De kantonrechter stelt vast dat bij brieven van 29 december 2015 en 16 februari 2016 opposant in de gelegenheid is gesteld om alsnog gronden voor het beroep bij de kantonrechter aan te voeren. Opposant heeft immers beroepschriften ingediend waaruit de gronden niet af te leiden zijn en waarin uitsluitend lijkt te worden verzocht om een proceskostenvergoeding. Daarnaast is opposant in de brief van 29 december 2015 verzocht een specifieke machtiging over te leggen, omdat de handtekeningen op de machtigingen in het dossier van elkaar verschillen. (…)

Van de geboden mogelijkheid deze verzuimen te herstellen en de daartoe verleende termijn hebben betrokkene en opposant geen gebruik gemaakt. Betrokkene is daarom niet-ontvankelijk in het beroep. (…)

Ten overvloede overweegt de kantonrechter dat ambtshalve bekend is dat opposant zijn beroep heeft gemaakt van het verlenen van juridische hulp en dat opposant stelt hiertoe een juridische opleiding te hebben genoten. Gelet op de professionele kennis die bij opposant bekend dient te zijn, wordt opposant geacht op de hoogte te zijn van risico’s van het onbenut laten van de mogelijkheden verzuimen te herstellen. De kantonrechter is derhalve van oordeel dat het ontbreken van de vermelding van de risico’s van het niet herstellen van het verzuim in de brief van 29 december 2015 in dit geval niet dient te leiden tot een tweede mogelijkheid tot herstel van de verzuimen. De kantonrechter overweegt hierbij dat de behandeling van de zaak met CJIB-nummer 189198141 reeds eerder is aangehouden voor het aanvullen van de gronden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Kanton

Bergen op Zoom

zaaknummers: 4477707 MB VERZ 15-424 en 4592825 MB VERZ 15-519

CJIB-nummers: 189198141 en 189355102

uitspraak: 25 februari 2016

Op de in het openbaar gehouden zitting van 25 februari 2016 is mr. W.E.M. Verjans, kantonrechter, bijgestaan door mr. J.M.P. van Eekelen als griffier, overgegaan tot de mondelinge behandeling van de beroepen die zijn ingesteld tegen de beslissingen van de officier van justitie met bovengenoemde CJIB-nummers. De beroepschriften zijn ingediend door:

naam: : [naam betrokkeke]

adres : [adres berokkene]

woonplaats : [woonplaats betrokkene] , nader ook te noemen: betrokkene.

opposant : [opposant]

adres : [adres opposant]

woonplaats : [woonplaats opposant] , nader ook te noemen: opposant.

--------------------

De behandeling van de zaak met CJIB-nummer 189198141 wordt voortgezet in de stand van zaken waarin de behandeling van de zaak zich bevonden toen de zaak op 17 december 2015 aangehouden is.

Betrokkene en opposant zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet ter zitting verschenen.

Namens de officier van justitie is verschenen mr. J. du Chatinier, werkzaam bij het CVOM te Utrecht.

De griffier heeft aantekeningen van de zitting gemaakt, welke aantekeningen geacht worden deel uit te maken van dit proces-verbaal.

Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking onder CJIB-nummer 189198141 een administratieve sanctie van € 230,- opgelegd ter zake van “Niet links inhalen.”, welke gedraging zou zijn verricht op de Rijksweg A17 rechts te Moerdijk, op 14 april 2015 om 16.34 uur.

Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking onder CJIB-nummer 189355102 een administratieve sanctie van € 230,- opgelegd ter zake van “Van rijstrook wisselen zonder het overige verkeer voor te laten gaan.”, welke gedraging zou zijn verricht op de Rijksweg A17 rechts te Moerdijk, op 14 april 2015 om 16.33 uur.

De officier van justitie heeft eerder beide beroepen van betrokkene ongegrond verklaard.

Betrokkene heeft beroep ingesteld en daartoe aangevoerd hetgeen in de beroepschriften - die zich bij de stukken van het geding bevinden - is vermeld.

1 De beoordeling

De kantonrechter heeft vervolgens op grond van de volgende overwegingen een beslissing genomen, welke beslissing in het openbaar is uitgesproken.

Er is zekerheid gesteld voor de betaling van de sancties en de beroepen bij de kantonrechter zijn tijdig ingesteld.

De kantonrechter stelt vast dat bij brieven van 29 december 2015 en 16 februari 2016 opposant in de gelegenheid is gesteld om alsnog gronden voor het beroep bij de kantonrechter aan te voeren. Opposant heeft immers beroepschriften ingediend waaruit de gronden niet af te leiden zijn en waarin uitsluitend lijkt te worden verzocht om een proceskostenvergoeding. Daarnaast is opposant in de brief van 29 december 2015 verzocht een specifieke machtiging over te leggen, omdat de handtekeningen op de machtigingen in het dossier van elkaar verschillen.

De kantonrechter stelt vast dat er geen aanvullende gronden van opposant zijn ontvangen en dat opposant van de geboden mogelijkheid de gronden aan te vullen kennelijk geen gebruik heeft gemaakt. Ook de specifieke machtiging is niet nagestuurd.

De officier van justitie heeft in overweging gegeven beide beroepen niet-ontvankelijk te verklaren, nu deze beroepen naar zijn mening niet voldoen aan alle vereisten.

Gelet op het ontbreken van aanvullende stukken kan de kantonrechter niet vaststellen dat opposant op de voorgeschreven wijze gemachtigd is het beroep namens betrokkene in te dienen.

Voor het instellen van beroep bij de kantonrechter gelden de in artikel 6:5 van de Algemene wet bestuursrecht vermelde eisen. Betrokkene en opposant hebben niet voldaan aan de in artikel 6:5 lid 1 onder d van de Algemene wet bestuursrecht vernoemde eis waaruit blijkt dat het beroepschrift ten minste de gronden van het beroep bevat.

Van de geboden mogelijkheid deze verzuimen te herstellen en de daartoe verleende termijn hebben betrokkene en opposant geen gebruik gemaakt. Betrokkene is daarom niet-ontvankelijk in het beroep.

Ten overvloede overweegt de kantonrechter dat ambtshalve bekend is dat opposant zijn beroep heeft gemaakt van het verlenen van juridische hulp en dat opposant stelt hiertoe een juridische opleiding te hebben genoten. Gelet op de professionele kennis die bij opposant bekend dient te zijn, wordt opposant geacht op de hoogte te zijn van risico’s van het onbenut laten van de mogelijkheden verzuimen te herstellen. De kantonrechter is derhalve van oordeel dat het ontbreken van de vermelding van de risico’s van het niet herstellen van het verzuim in de brief van 29 december 2015 in dit geval niet dient te leiden tot een tweede mogelijkheid tot herstel van de verzuimen. De kantonrechter overweegt hierbij dat de behandeling van de zaak met CJIB-nummer 189198141 reeds eerder is aangehouden voor het aanvullen van de gronden.

Dit brengt met zich dat de kantonrechter de beroepschriften van betrokkene verder niet inhoudelijk kan beoordelen.

Opposant heeft ook om proceskostenvergoeding gevraagd. Een proceskostenvergoeding wordt in Mulderzaken door de kantonrechter alleen toegewezen bij een volledige gegrondverklaring van een beroep. Bij een niet-ontvankelijkverklaring van een beroep is daarvan geen sprake, zodat de gevraagde proceskostenvergoedingen worden afgewezen.

2 De beslissing

De kantonrechter:

- verklaart beide beroepen niet-ontvankelijk;
- wijst de gevorderde proceskostenvergoedingen af.

Waarvan proces-verbaal,

de griffier, de kantonrechter,

Bent u het met de beslissing op uw beroep niet eens, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden, doch alleen indien:
a. de bij deze beslissing opgelegde administratieve sanctie meer dan € 70,00 bedraagt, of
b. het beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat de zekerheid niet (tijdig) is gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant, team kanton, locatie Bergen op Zoom, (Postbus 118, 4600 AC Bergen op Zoom) en dient door degene die bij het team kanton beroep heeft ingesteld of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting wordt gevraagd waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.

Datum toezending beslissing: