Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2016:1021

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
26-02-2016
Datum publicatie
29-02-2016
Zaaknummer
02/800537-15 en 02/800039-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Naar iemand spugen levert strafrechtelijk in de regel een belediging op. Spugen kan een daad van agressie zijn of van minachting. Wanneer willekeurige personen worden bespuugd uit onvrede met de wijze waarop volgens verdachte ten aanzien van hem wordt gehandeld en die onvrede uit zich door spugen tegen willekeurige personen dan zal zo'n handelen door die personen ook als mishandeling kunnen worden ervaren, omdat zij geen relatie hebben met de spuger en niet begrijpen waarom hen dit wordt aangedaan. In dat geval kan het spugen ook als mishandeling bewezen worden verklaard als zijnde een daad van agressie in plaats van minachting. Verdachte wordt vervolgens voor het bespugen van 27 slachtoffers, alsmede enkele andere mishandelingen en twee vermogensdelicten, de ISD-maatregel opgelegd. Aan de ingediende vorderingen ter zake van immateriële schade wordt een maximum verbonden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2016-0064
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02/800537-15 en 02/800039-14

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 26 februari 2016

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedatum 1] te [geboorteplaats]

niet als ingezetene in de basisadministratie persoonsgegevens ingeschreven,

gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting Limburg-Zuid De Geerhorst te Sittard

raadsvrouw mr. J.G.A. Middelkoop, advocate te Tilburg.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 12 februari 2016, waarbij de officier van justitie, mr. Van Spierenburg, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

Op de zitting zijn overeenkomstig artikel 285 van het Wetboek van Strafvordering de zaken onder voormelde parketnummers gevoegd.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging inzake parketnummer 02/800039-14 is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. Verdachte staat, met inachtneming hiervan, terecht ter zake dat

Inzake parketnummer 02/800537-15:

1.

hij op of omstreeks 11 juni 2015 te Tilburg ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, een accu (van een handschroefmachine) (gericht) in de richting van het hoofd van die [slachtoffer] heeft gegooid terwijl die [slachtoffer] (op korte afstand) achter hem, verdachte, aan rende, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 11 juni 2015 te Tilburg [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een accu (van een handschroefmachine) (gericht) in de richting van het hoofd van die [slachtoffer] gegooid terwijl die [slachtoffer] (op korte afstand) achter hem, verdachte, aan rende;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 10 juli 2015 te Tilburg [slachtoffer 2] heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] (met kracht) op/tegen het been te schoppen/trappen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op meerdere, althans een tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 11 juni 2015 tot en met 10 juli 2015 te Tilburg

[slachtoffer] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] (geboren [geboortedatum 2] ) en/of [slachtoffer 6] (geboren [geboortedatum 3] ) heeft mishandeld

door (telkens) (onverhoeds en/of onverwachts) (op) die [slachtoffer] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] af te fietsen en/of voorbij te fietsen en/of (vervolgens) ernaast te gaan fietsen en/of (vervolgens) genoemde perso(o)n(en) in/tegen het gezicht/hoofd, althans tegen het lichaam te spugen,

ten gevolge waarvan verdachte een hevige onlust veroorzakende gewaarwording in of aan het lichaam van die [slachtoffer] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] teweeg heeft gebracht;

En inzake parketnummer 02/800039-14:

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 10 januari 2014 te Tilburg [slachtoffer 7] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend met een blikje zwaaiende bewegingen gemaakt in de richting van die [slachtoffer 7] en/of met zijn, verdachtes vinger (een) snijdende beweging(en) langs zijn, verdachtes, keel heeft gemaakt en/of (daarbij) (meermalen) deze dreigend de woorden toegevoegd : "Ik snij je keel door ik maak je dood" en/of "Ik maak je dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

(parketnummer 800039-14)

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2013 tot en met 27 september 2013 te Tilburg

[slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10] heeft mishandeld door (telkens) (onverhoeds en/of onverwachts) (op) die [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10] af te fietsen en/of voorbij te fietsen en/of (vervolgens) ernaast te gaan fietsen en/of af te lopen/rennen en/of (vervolgens) genoemde perso(o)n(en) in het gezicht, althans tegen het lichaam te spugen,

ten gevolge waarvan verdachte een hevige onlust veroorzakende gewaarwording in of aan het lichaam van die [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10] teweeg heeft gebracht;

(parketnummer 666488-13)

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling

mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2013 tot en met 27 september 2013 te Tilburg, althans in Nederland, (telkens) opzettelijk meerdere, althans een perso(o)n(en) genaamd [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10] , (telkens) in het openbaar door een feitelijkheid in diens/dier tegenwoordigheid heeft beledigd,

door (telkens) (onverhoeds en/of onverwachts) (op) die [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10] af te fietsen en/of voorbij te fietsen en/of (vervolgens) ernaast te gaan fietsen en/of af te lopen/rennen en/of (vervolgens) genoemde perso(o)n(en) in het gezicht, althans tegen het lichaam te spugen;

(parketnummer 666488-13)

art 266 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 oktober 2013 tot en met 9 oktober 2013 te Tilburg

[slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] en/of [slachtoffer 13] en/of [slachtoffer 14] en/of [slachtoffer 15] en/of [slachtoffer 16] en/of [slachtoffer 17] en/of [slachtoffer 18] en/of [slachtoffer 19] en/of [slachtoffer 20] en/of [slachtoffer 21] heeft mishandeld

door (telkens) (onverhoeds en/of onverwachts) (op) die [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] en/of [slachtoffer 13] en/of [slachtoffer 14] en/of [slachtoffer 15] en/of [slachtoffer 16] en/of [slachtoffer 17] en/of [slachtoffer 18] en/of [slachtoffer 19] en/of [slachtoffer 20] en/of [slachtoffer 21] af te fietsen en/of voorbij te fietsen en/of (vervolgens) ernaast te gaan fietsen en/of (vervolgens) genoemde perso(o)n(en) in het gezicht, althans tegen het lichaam te spugen,

ten gevolge waarvan verdachte een hevige onlust veroorzakende gewaarwording in of aan het lichaam van die [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] en/of [slachtoffer 13] en/of [slachtoffer 14] en/of [slachtoffer 15] en/of [slachtoffer 16] en/of [slachtoffer 17] en/of [slachtoffer 18] en/of [slachtoffer 19] en/of [slachtoffer 20] en/of [slachtoffer 21] teweeg heeft gebracht;

(parketnummer 666498-13)

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 3 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 oktober 2013 tot en met 9 oktober 2013 te Tilburg, althans in Nederland, (telkens) opzettelijk meerdere, althans een perso(o)n(en) genaamd [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] en/of [slachtoffer 13] en/of [slachtoffer 14] en/of [slachtoffer 15] en/of [slachtoffer 16] en/of [slachtoffer 17] en/of [slachtoffer 18] en/of [slachtoffer 19] en/of [slachtoffer 20] en/of [slachtoffer 21] , (telkens) in het openbaar door een feitelijkheid in diens/dier tegenwoordigheid heeft beledigd,

door (telkens) (onverhoeds en/of onverwachts) (op) die [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] en/of [slachtoffer 13] en/of [slachtoffer 14] en/of [slachtoffer 15] en/of [slachtoffer 16] en/of [slachtoffer 17] en/of [slachtoffer 18] en/of [slachtoffer 19] en/of [slachtoffer 20] en/of [slachtoffer 21] af te fietsen en/of voorbij te fietsen en/of (vervolgens) ernaast te gaan fietsen en/of (vervolgens) genoemde perso(o)n(en) in het gezicht, althans tegen het lichaam te spugen;

(parketnummer 666498-13)

art 266 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 30 juni 2014 te Tilburg met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een portemonnee (met inhoud) en/of een mobiele telefoon (Samsung Galaxy S4), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 22] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, terwijl hij, verdachte, die portemonnee en/of die mobiele telefoon anders dan door misdrijf, te weten als gevonden voorwerp(en), onder zich had;

(parketnummer 800683-14)

art 310 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks een periode van 30 juni 2014 tot en met 30 juli 2014 te Tilburg, althans in Nederland, een mobiele telefoon en/of een portemonnee heeft verworven, voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die mobiele telefoon en/of die portemonnee wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen

goed(eren) betrof;

(parketnummer 800683-14)

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

5.

hij op of omstreeks 30 juni 2014 te Tilburg ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een pinautomaat (S1D280) weg te nemen een geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 22] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot die automaat te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geldbedrag onder zijn bereik te brengen door middel van een valse sleutel, te weten een pinpas op naam van [slachtoffer 22]

, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

(parketnummer 800683-14)

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

6.

hij op meerdere, althans een tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 20 mei 2014 tot en met 9 juli 2014 te Tilburg

[slachtoffer 23] en/of [slachtoffer 24] en/of [slachtoffer 25] en/of [slachtoffer 26] en/of [slachtoffer 27] en/of [slachtoffer 28] en/of [slachtoffer 29] en/of [slachtoffer 30] en/of [slachtoffer 31] en/of [slachtoffer 32] en/of [slachtoffer 33] en/of [slachtoffer 34] en/of [slachtoffer 35] en/of [slachtoffer 36] heeft mishandeld

door (telkens) (onverhoeds en/of onverwachts) (op) die [slachtoffer 23] en/of [slachtoffer 24] en/of [slachtoffer 25] en/of [slachtoffer 26] en/of [slachtoffer 27] en/of [slachtoffer 28] en/of [slachtoffer 29] en/of [slachtoffer 30] en/of [slachtoffer 31] en/of [slachtoffer 32] en/of [slachtoffer 33] en/of [slachtoffer 34] en/of [slachtoffer 35] en/of [slachtoffer 36] af te fietsen en/of voorbij te fietsen en/of (vervolgens) om te draaien op zijn fiets en/of ernaast te gaan fietsen en/of (vervolgens) genoemde perso(o)n(en) in het gezicht, althans tegen het

lichaam te spugen,

ten gevolge waarvan verdachte een hevige onlust veroorzakende gewaarwording in of aan het lichaam van die [slachtoffer 23] en/of [slachtoffer 24] en/of [slachtoffer 25] en/of [slachtoffer 26] en/of [slachtoffer 27] en/of [slachtoffer 28] en/of [slachtoffer 29] en/of [slachtoffer 30] en/of [slachtoffer 31] en/of [slachtoffer 32] en/of [slachtoffer 33] en/of [slachtoffer 34] en/of [slachtoffer 35] en/of [slachtoffer 36] teweeg heeft gebracht;

(parketnummer 800609-14)

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 6 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op meerdere, althans een tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 20 mei 2014 tot en met 9 juli 2014 te Tilburg (telkens) opzettelijk (een) perso(o)n(en) genaamd [slachtoffer 23] en/of [slachtoffer 24] en/of [slachtoffer 25] en/of [slachtoffer 26] en/of [slachtoffer 27] en/of [slachtoffer 28] en/of [slachtoffer 29] en/of [slachtoffer 30] en/of [slachtoffer 31] en/of [slachtoffer 32] en/of [slachtoffer 33] en/of [slachtoffer 34] en/of [slachtoffer 35] en/of [slachtoffer 36] , (telkens) in het openbaar door een feitelijkheid in diens/dier

tegenwoordigheid heeft beledigd,

door (telkens) (onverhoeds en/of onverwachts) (op) die [slachtoffer 23] en/of [slachtoffer 24] en/of [slachtoffer 25] en/of [slachtoffer 26] en/of [slachtoffer 27] en/of [slachtoffer 28] en/of [slachtoffer 29] en/of [slachtoffer 30] en/of [slachtoffer 31] en/of [slachtoffer 32] en/of [slachtoffer 33] en/of [slachtoffer 34] en/of [slachtoffer 35] en/of [slachtoffer 36] af te fietsen en/of voorbij te fietsen en/of (vervolgens) om te draaien op zijn fiets en/of ernaast te gaan fietsen en/of (vervolgens) genoemde perso(o)n(en) in het gezicht, althans tegen het

lichaam te spugen;

(parketnummer 800609-14)

art 266 lid 1 Wetboek van Strafrecht

7.

hij op meerdere, althans een tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 26 april 2014 tot en met 19 juni 2014 te Tilburg

[slachtoffer 37] ( [geboortedatum slachtoffer 37] ) en/of [slachtoffer 38] en/of [slachtoffer 39] en/of [slachtoffer 40] en/of [slachtoffer 41] en/of [slachtoffer 42] heeft mishandeld

door (telkens) (onverhoeds en/of onverwachts) (op) die [slachtoffer 37] en/of [slachtoffer 38] en/of [slachtoffer 39] en/of [slachtoffer 40] en/of [slachtoffer 41] en/of [slachtoffer 42] af te fietsen en/of voorbij te fietsen en/of (vervolgens) om te draaien op zijn fiets en/of ernaast te gaan fietsen en/of (vervolgens) genoemde perso(o)n(en) in het gezicht, althans tegen het lichaam te spugen,

ten gevolge waarvan verdachte een hevige onlust veroorzakende gewaarwording in of aan het lichaam van die [slachtoffer 37] en/of [slachtoffer 38] en/of [slachtoffer 39] en/of [slachtoffer 40] en/of [slachtoffer 41] en/of [slachtoffer 42] teweeg heeft gebracht;

(parketnummer 800609-14)

art 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

subsidiair, althans, indien het vorenstaande onder 7 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op meerdere, althans een tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 26 april 2014 tot en met 19 juni 2014 te Tilburg (telkens) opzettelijk (een) perso(o)n(en) genaamd [slachtoffer 37] ( [geboortedatum slachtoffer 37] ) en/of [slachtoffer 38] en/of [slachtoffer 39] en/of [slachtoffer 40] en/of [slachtoffer 41] en/of [slachtoffer 42] , (telkens) in het openbaar door een feitelijkheid in diens/dier tegenwoordigheid heeft beledigd,

door (telkens) (onverhoeds en/of onverwachts) (op) die [slachtoffer 37] en/of [slachtoffer 38] en/of [slachtoffer 39] en/of [slachtoffer 40] en/of [slachtoffer 41] en/of [slachtoffer 42] af te fietsen en/of voorbij te fietsen en/of (vervolgens) om te draaien op zijn fiets en/of ernaast te gaan fietsen en/of (vervolgens) genoemde perso(o)n(en) in het gezicht, althans tegen het lichaam te spugen;

(parketnummer 800609-14)

art 266 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3 De voorvragen

De dagvaardingen zijn geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de navolgende feiten heeft begaan.

Bij parketnummer 02/800537-15 onder feit 1 komt de officier van justitie op grond van de verklaring van [slachtoffer] en de verklaring van verdachte tot een bewezenverklaarde poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. De bij feit 2 omschreven mishandeling acht de officier van justitie bewezen op grond van de aangifte in combinatie met de bekennende verklaring van verdachte. Feit 3 is bewezen op grond van de gedane aangiftes en in het geval van [slachtoffer 5] de verklaring van getuige [slachtoffer 6] , alsmede de grotendeels bekennende verklaring van verdachte die alle bespugingen toegeeft. Dat verdachte zich slachtoffer [slachtoffer 3] niet meer herinnert wordt volgens de officier van justitie ondervangen doordat in haar geval sprake was van dezelfde modus operandi en bovendien verdachte vaak vrouwen bespuugde op of in de buurt van de Reeshofdijk.

Bij parketnummer 02/800039-14 heeft de officier van justitie ten aanzien van de “spuugincidenten” betoogd dat deze voor de slachtoffers dermate ernstig, vernederend en beledigend waren dat de incidenten voor hen een hevige onlust veroorzakende gewaarwording waren, zodat hij in die gevallen komt tot de (steeds primair verweten) mishandelingen.

De onder 1 omschreven bedreiging is naar zijn mening bewezen op grond van de aangifte van [slachtoffer 7] in combinatie met de verklaring van zijn vriendin [naam vriendin] . De bespugingen van feit 2 op grond van de gedane aangiftes, de bevindingen van de politie en de deels bekennende verklaring van verdachte.

De bespuging van feit 3 acht de officier van justitie op grond van de aangiftes, de modus operandi en de deels bekennende verklaring van verdachte bewezen, uitgezonderd die van slachtoffer [slachtoffer 11] , aangezien deze buiten de tenlastegelegde periode is gepleegd. De officier van justitie heeft bij dit feit voorts aangevoerd dat indien verdachte niet het gezicht van zijn slachtoffer heeft geraakt er toch sprake is van een hevige onrust veroorzakende gewaarwording. Hetzelfde is het geval in de gevallen dat verdachte spuugde naar de kinderwagen die een moeder voortduwde, omdat dan ook wordt gespuugd in de richting van die moeder.

Bij de onder feit 4 omschreven diefstal dan wel verduistering van een portemonnee en een mobiele telefoon komt de officier van justitie tot een vrijspraak. Alhoewel hij geen geloof hecht aan het verhaal van verdachte dat hij de mobiele telefoon wilde kopen van ene [naam] , acht de officier van justitie het enige rechtstreekse bewijsmiddel, te weten dat de simkaart van verdachte in de ontvreemde telefoon geplaatst is geweest, te mager. Wel acht hij bewezen dat verdachte zich ten aanzien van die goederen heeft schuldig gemaakt aan schuldheling.

In combinatie met die schuldheling acht de officier van justitie ook de bij feit 5 omschreven poging tot diefstal, door te proberen met de uit de portemonnee afkomstige pinpas geld te pinnen, bewezen gelet op de camerabeelden, de herkenbare jas van verdachte en het korte tijdsverloop.

De bij feit 6 en bij feit 7 omschreven bespugingen zijn bewezen op grond van de gedane aangiftes, de deels bekennende verklaringen van verdachte en de gebruikte modus operandi.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een volledige bewezenverklaring kan komen en wijst daarbij op het navolgende.

Bij parketnummer 02/800039-14 meent de raadsvrouw bij feit 1 dat eerstens het slachtoffer de agressor was en ten tweede de gedragingen van verdachte zowel ten aanzien van het blikje als van de door hem gemaakte bewegingen niet zodanig dreigend zijn geweest dat [slachtoffer 7] de redelijke vrees kon hebben dat hij het leven zou verliezen of ernstig letsel zou oplopen, zodat vrijspraak dient te volgen.

Ten aanzien van alle bespugingen is de raadsvrouw van oordeel dat het in de jurisprudentie ontwikkelde criterium van ‘een hevige onlust veroorzakende gewaarwording in of aan het lichaam’ daarop niet van toepassing is, nu er in geen geval sprake is geweest van enig lichamelijk contact. Als er sprake is van een gewaarwording, dan is dat een emotionele of psychische gewaarwording, maar geen lichamelijke. Verdachte dient in alle “spuuggevallen” dan ook van de primair verweten mishandeling te worden vrijgesproken.

Bij de onder dit parketnummer als feit 2 omschreven spuugincidenten heeft de raadsvrouw zich ten aanzien van de subsidiaire beledigingen gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

Ook bij feit 3 heeft de raadsvrouw zich ten aanzien van de subsidiaire beledigingen gerefereerd. Ten aanzien van mevrouw [slachtoffer 11] echter meent zij dat dit feit buiten de tenlastegelegde periode valt, zodat in dat geval een vrijspraak dient te volgen.

De onder feit 4 omschreven diefstal/verduistering van portemonnee en telefoon dient tot een vrijspraak te leiden, nu verdachte de portemonnee helemaal niet voorhanden heeft gehad en de telefoon slechts heeft bewaard voor een vriend. Om die reden heeft de raadsvrouw zich ten aanzien van de subsidiaire heling voor wat betreft de telefoon gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, maar niet ten aanzien van de portemonnee.

Om dezelfde reden acht de raadsvrouw feit 5 evenmin bewezen. Verdachte had immers niet de beschikking over de uit die portemonnee komende pinpas, het gezicht van de pinner is niet te herkennen en er zijn meer mensen in Tilburg die een jas dragen zoals verdachte heeft.

Voor de bespugingen van feit 6 heeft de raadsvrouw hetzelfde verweer gevoerd als hiervoor is vermeld. Zij meent voorts dat de zaken [slachtoffer 35] en [slachtoffer 36] buiten de verweten periode vallen en bovendien verdachte bij [slachtoffer 36] alleen wordt herkend op grond van het feit dat de dader een zwarte jas droeg.

Ook bij feit 7 werd hetzelfde verweer gevoerd, waar dan nog bij komt dat bij dit feit de aangiftes van [slachtoffer 37] , [slachtoffer 41] en [slachtoffer 42] naar de mening van de raadsvrouw buiten de verweten periode vallen.

Inzake parketnummer 02/800537-15 komt de raadsvrouw bij feit 1 tot een integrale vrijspraak, nu door de afstand tussen hem en [slachtoffer] er geen risico was op zwaar lichamelijk letsel, laat staan op de dood, en bovendien de opzet van verdachte daarop niet was gericht en hij evenmin de aanmerkelijke kans op het verweten mogelijke gevolg had aanvaard. Ook de subsidiair verweten bedreiging kan niet worden bewezen, nu aan de zijde van [slachtoffer] niet de redelijke vrees had kunnen ontstaan dat zij daadwerkelijk zwaargewond zou raken of het leven zou laten.

Bij feit 2 refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank.

Voor de onder 3 omschreven spuugincidenten verwijst de raadsvrouw naar het reeds in vorige zaken gevoerde verweer, terwijl bovendien bij [slachtoffer] geen letsel of lichamelijke ongemakken zijn veroorzaakt.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.4

Het bewijs.

Inzake parketnummer 02/800537-15:

Feit 1 en feit 3:

[slachtoffer] 1 heeft aangifte gedaan dat zij op 11 juni 2015 liep over de Lovense Kanaaldijk te Tilburg. Er kwam een man haar tegemoet gefietst en vlakbij haar stuurde de man zijn fiets naar haar toe. Zij zag en voelde dat de man haar vol in het gezicht spuwde. [slachtoffer] draaide zich en riep de man na. Zij rende de man na die van haar wegfietste. Toen zij ongeveer tien meter achter hem aanrende zag ze dat de man een voorwerp over zijn linkerschouder haar kant opgooide. Zij moest het voorwerp ontwijken. [slachtoffer] pakte het voorwerp op en zag dat het een accu van een schroefmachine was.

Verdachte2 heeft verklaard dat hij op 11 juni 2015 over de Lovense Kanaaldijk te Tilburg fietste en een tegemoetkomende hardloopster in het gezicht spuugde. Toen de vrouw achter hem aanrende heeft hij een accu van een handschroefmachine naar haar gegooid om te zorgen dat ze hem niet langer achterna kwam.

Feit 1:

De rechtbank acht op grond hiervan wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de accu naar [slachtoffer] heeft gegooid. Gelet op de manier waarop verdachte dit deed, te weten door deze, op een afstand van 10 meter, al fietsend met zijn rechterhand over zijn linkerschouder naar achteren te gooien, kan de rechtbank daaruit niet destilleren dat verdachte het voornemen had om te proberen om [slachtoffer] te doden, danwel zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. Zij zal verdachte daarom van de primaire ten laste gelegde poging tot zware mishandeling vrijspreken. Maar verdachte heeft naar het oordeel van de rechtbank door het gooien van de accu naar [slachtoffer] , teneinde haar te stoppen, haar wél bedreigd met zware mishandeling. Die bedreiging is van dien aard en gelet op de omstandigheden van het geval zodanig dat bij [slachtoffer] de redelijke vrees kon ontstaan dat haar zwaar lichamelijk letsel zou worden toegebracht. Een dergelijke zware accu had immers – in andere omstandigheden - ernstig letsel kunnen veroorzaken. Aldus verklaart de rechtbank de onder feit 1 subsidiair ten laste gelegde bedreiging wettig en overtuigend bewezen.

Feit 2 en 3:

[slachtoffer 2] 3 heeft verklaard dat zij op 10 juli 2015 fietste over de Reeshofdijk te Tilburg. Een fietser kwam haar tegemoet rijden en spuugde haar recht in haar nek. [slachtoffer 2] ging eerst achter de man aan, probeerde een foto van hem te maken, maar fietste uiteindelijk verder, toen de man naast haar kwam fietsen, haar tot stoppen dwong en de man haar tegen haar rechterbeen schopte. Ze had een blauwe plek op haar been en voelde pijn.

Verdachte4 heeft verklaard dat hij op 10 juli 2015 op de Reeshofdijk te Tilburg naar een tegemoetkomende vrouw op een fiets heeft gespuugd. De vrouw kwam hem achterna fietsen en later zag hij die vrouw. Zij stopten en toen heeft verdachte haar tegen haar been geschopt.
Gelet hierop acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen de onder feit 2 ten laste gelegde mishandeling van [slachtoffer 2] en het onder feit 3 ten laste gelegde bespugen van [slachtoffer 2] .

Feit 3:

[slachtoffer 3] 5 heeft verklaard dat zij op 10 juli 2015 om 08.20 uur fietste op de Reeshofdijk te Tilburg. Een zwerverachtig type man met de capuchon op zijn hoofd kwam haar tegemoet fietsen. De man kwam steeds meer op haar weghelft, ze hoorde hem gorgelen en de man spuugde haar richting op. Ze bukte en voelde dat de spuug op haar achterhoofd kwam.

[slachtoffer 4] 6 heeft verklaard dat zij op 10 juli 2015 om 07.35 uur fietste over de Burgemeester van Voorst tot Voorstweg te Tilburg, richting de Reeshof. Er kwam een man haar tegemoet fietsen. Deze zag er guur, onverzorgd uit en had een capuchon over zijn hoofd. Toen [slachtoffer 4] de man naderde zag zij dat hij een grote fluim in zijn mond had liggen. Met fluim bedoelde zij speeksel. Toen de man haar naderde ging hij steeds verder naar links fietsen en bij het passeren hoorde zij de man spugen en voelde zij dat ze in haar gezicht en op haar bril werd geraakt.

[slachtoffer 5] 7 heeft verklaard dat zij op 1 juli 2015 op de IJsclubweg te Tilburg fietste, naast [slachtoffer 6] . Een man fietste haar tegemoet en spuugde haar in haar gezicht.

[slachtoffer 6] 8 heeft verklaard dat zij naast [slachtoffer 5] fietste, toen een man hen slingerend tegemoet kwam fietsen. Ze zag de man in haar richting spugen en voelde spuug in haar gezicht.

Verdachte9 heeft verklaard dat hij de dames [slachtoffer 4] , [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] in het gezicht heeft gespuugd. Hij kan zich niet herinneren dat hij ook [slachtoffer 3] zou hebben bespuugd.

In het geval van [slachtoffer 3] betrof het echter een identieke modus operandi, de omschrijving die de andere slachtoffers gaven van de spuger kwam overeen met de door [slachtoffer 3] gegeven omschrijving én zowel [slachtoffer 3] als [slachtoffer 4] werden op dezelfde dag, rond hetzelfde tijdstip en beiden in de Reeshof bespuugd.

Op grond van bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de dames [slachtoffer] , [slachtoffer 3] , [slachtoffer 5] en [slachtoffer 6] heeft bespuugd.

Inzake parketnummer 02/800039-14:

Feit 1:

[slachtoffer 7] 10 heeft aangifte gedaan. Hij heeft verklaard dat op 10 januari 2014 rond 14.05 uur zijn vriendin [naam vriendin] via de intercom meldde dat ze was bespuugd en dat ze achter de spuger aanging. [slachtoffer 7] rende naar buiten de Van Anrooylaan te Tilburg op. Zijn vriendin zag de fiets van de spuger voor de Lidl staan en ze hebben daar staan wachten. [slachtoffer 7] sprak de man aan toen die naar zijn fiets kwam. De man rukte zich los en rende weg. [slachtoffer 7] wachtte bij zijn fiets. De man kwam terug en ging er op zijn fiets vandoor. [slachtoffer 7] rende achter hem aan. De man stopte even verderop op de Van Tetterodestraat in Tilburg, maakte een snijdende beweging langs zijn keel en zei: “Ik maak je af, ik snij je keel door”. De man schold riep ook “ik maak je dood”.

De vriendin van [slachtoffer 7] , [naam vriendin]11 bevestigde dat zij was bespuugd en haar vriend erbij had geroepen. Deze ging de man achterna en [naam vriendin] hoorde de man roepen “ik maak je dood”, waarbij de man een snijdende beweging met zijn vinger langs zijn keel maakte.

Verdachte12 heeft verklaard dat hij op de Van Anrooylaan te Tilburg op 10 januari 2014 een meisje had gespuugd, waarna de vriend van dat meisje hem achterna kwam. Verdachte kon loskomen maar ging later terug om zijn fiets op te halen. Hij had enkele woorden naar de man geroepen.

De rechtbank acht op grond hiervan wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer 7] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht. Zij neemt de zwaaiende bewegingen met het blikje drinken als zodanig niet aan als een strafrechtelijke bedreiging van [slachtoffer 7] , maar de beweging langs zijn keel en de woorden die verdachte vervolgens volgens zowel de aangever als diens vriendin uitriep kunnen wel degelijk – gelet op de voorafgaande schermutseling tussen verdachte en [slachtoffer 7] - bij [slachtoffer 7] de redelijke vrees hebben doen ontstaan dat het misdrijf waarmee verdachte dreigde ook gepleegd zou kunnen worden

De rechtbank acht feit 1 daarom wettig en overtuigend bewezen.

Feit 2:

Verbalisant [verbalisant 1]13 surveilleerde op 27 september 2013 met anderen op plaatsen waar op 15 en 16 september 2013 vrouwen en kinderen waren bespuugd bij de basisscholen aan de Gondelstraat en de Galjoenstraat in Tilburg. Zij zien een man op de fiets slingeren naar links naar een vrouw en haar in het gezicht spugen. Daarna fietste de man naar een meisje, trapte tegen haar fiets en iets verderop weer bij een ander. Op de Van Sonstraat week de man al fietsend weer uit naar links en verbalisanten zagen hem een vrouw spugen.

Om 10.45 uur zagen verbalisanten de man fietsen in de Zernikelaan en werd de man aangehouden. De man bleek verdachte te zijn.

[slachtoffer 8] heeft vanaf pagina 75 aangifte gedaan dat haar dochter [naam dochter] fietste en van een man spuug in haar gezicht kreeg. Nu de officier van justitie kennelijk abusievelijk verdachte heeft verweten dat deze [slachtoffer 8] zou hebben bespuugd dient verdachte van dit onderdeel van de tenlastelegging te worden vrijgesproken.

[slachtoffer 9] 14 heeft aangifte gedaan dat zij op 27 september 2013 fietste over de Korvelseweg in Tilburg en door een tegemoetkomende fietser werd gespuugd in haar gezicht, op haar zonnebril en jas.

[slachtoffer 10] 15 heeft aangifte gedaan dat zij op 27 september 2013 fietste over de Capucijnenstraat in Tilburg en door een tegemoetkomende fietser werd gespuugd links in haar gezicht.

Verdachte16 heeft op de zitting toegegeven dat hij die dag in het centrum van Tilburg enkele vrouwen in het gezicht heeft gespuugd.

De rechtbank acht, uitgezonderd hetgeen hiervoor met betrekking tot [slachtoffer 8] is overwogen, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer 9] en [slachtoffer 10] bespuugd heeft .

Feit 3:

[slachtoffer 11] heeft op 27 september 2013 aangifte gedaan dat zij op 17 september 2013 op de Katterug te Tilburg door een man in haar gezicht is bespuugd. Aan verdachte wordt onder feit 3 verweten dat hij diverse vrouwen heeft bespuugd in de periode tussen 1 oktober 2013 en 9 oktober 2013. Nu de bespuging van [slachtoffer 11] zich heeft voorgedaan op 17 september 2013 valt deze niet onder de in de tenlastelegging opgenomen periode en dient er vrijspraak voor dit incident te volgen.

[slachtoffer 12] 17 heeft aangifte gedaan dat zij op 1 oktober 2013 om 06.37 uur over de Heuvelring in Tilburg fietste. Een man fietste haar tegemoet en spuugde haar in haar gezicht.

[slachtoffer 13] 18 heeft verklaard dat zij op 2 oktober 2013 op de Veldhovenring stond met haar fiets aan de hand. Een man fietste langs haar, spuugde en zij had een grote klodder in haar linkeroog.

[slachtoffer 14] 19 heeft verklaard dat zij op 2 oktober 2013 fietste over de Elzenstraat in Tilburg. Een man kwam haar op de fiets tegemoet en spuugde haar op haar haar en links op gezicht.

[slachtoffer 15] 20 heeft verklaard dat zij op 6 oktober 2013 fietste over de St. Josephstraat te Tilburg. Een man fietste haar tegemoet en spuugde haar in haar op gezicht en op haar haar en schouder.

Bij [slachtoffer 16] (pag 73) komt de rechtbank tot een vrijspraak. [slachtoffer 16] verklaarde immers dat zij met de kinderwagen op 9 oktober 13 over de Spoorlaan liep en een fietser in de kinderwagen spuugde, waardoor er speeksel op de kap van de kinderwagen kwam. [slachtoffer 16] noch de baby zijn derhalve geraakt.

In de aangifte van [naam moeder] (pag 80) namens haar dochter [slachtoffer 17] (geb [geboortedatum 4] ) komt de rechtbank eveneens tot een vrijspraak. Weliswaar kwam in dit geval speeksel op het jasje van de baby, maar naar het oordeel van de rechtbank is bij een baby van 1 ½ jaar oud geen sprake van een hevig onlust veroorzakende gewaarwording zoals de officier van justitie tot uitgangspunt neemt.

[slachtoffer 18] 21 heeft verklaard dat zij op 9 oktober 2013 fietste over de Willem 2 straat te Tilburg. Een haar tegemoetkomende fietser spuugde op de linkerkant van haar gezicht en haar haar.

[slachtoffer 19] 22 heeft verklaard dat zij op 9 oktober 2013 fietste over de Kloosterstraat in Tilburg. Een fietser haalde haar in en spuugde een grote fluim links op haar gezicht.

[slachtoffer 20] 23 heeft verklaard dat zij fietste in de Korte Schijfstraat te Tilburg op 9 oktober 2013. Een fietser kwam haar tegemoet, maakte zijn wangen bol, helde naar haar over en spuugde een klodder in haar gezicht.

[slachtoffer 21] 24 heeft verklaard dat zij fietste over de Korte Tuinstraat te Tilburg op 9 oktober 2013. Een fietser kwam haar tegemoet en spuugde links in haar gezicht.

Verdachte25 heeft verklaard dat deze feiten kloppen. Hij kan zich niet alle incidenten meer herinneren, maar hij heeft in die periode in het centrum van Tilburg veelvuldig vrouwen bespuugd, ook wel eens naar een kinderwagen. Verdachte kreeg dan een rot gevoel van binnen en ging dan uit woede kort langs iemand fietsen om op haar en gezicht te spugen.

Op grond hiervan acht de rechtbank bij dit feit wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer 12] , [slachtoffer 13] , [slachtoffer 14] , [slachtoffer 15] , [slachtoffer 18] , [slachtoffer 19] , [slachtoffer 20] en [slachtoffer 21] heeft bespuugd.

Feit 4 en feit 5:

[slachtoffer 22] 26 heeft aangifte gedaan dat hij op 30 juni 2014 aan de Lovense Kanaaldijk te Tilburg omstreeks 16.00 uur op een bankje zijn portemonnee en mobiele telefoon, een Samsung Galaxy S4, had gelegd en verder was gefietst. Na circa een kilometer ontdekte hij dat hij zijn spullen had achtergelaten, maar bij terugkomst waren portemonnee en telefoon weg. Omdat er bankpasjes in de portemonnee zaten belde [slachtoffer 22] meteen bij thuiskomst de bank en hem werd verteld dat er bij het Wilhelminapark geprobeerd was geld te pinnen met een van zijn pasjes. De bank heeft de beelden van die bewuste pintransactie aan de politie beschikbaar gesteld.

Verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3]27 houden op 30 juli 2014 om 21.07 uur verdachte staande en zien in zijn rechter borstzakje een Samsung Galaxy S4. Op het politiebureau controleerde verbalisant [verbalisant 2] aan de hand van het aangetroffen Imeinummer 358904059177049 de politiesystemen en hieruit bleek dit het Imeinummer van de telefoon van [slachtoffer 22] te zijn.

Verbalisant [verbalisant 4]28 heeft de beelden van de pinautomaat aan het Wilhelminapark te Tilburg bekeken en gezien dat om 16.22 uur iemand bij de pinautomaat verscheen.

Deze persoon droeg een jas met eenzelfde opvallende epaulet als [verbalisant 4] op de jas van verdachte heeft gezien.

Verbalisant [verbalisant 5]29 heeft de telefoon van [slachtoffer 22] onderzocht en geconstateerd dat de simkaart van verdachte in dat toestel heeft gezeten.

Verdachte30 heeft op de zitting toegegeven dat hij in het bezit was van de Samsung Galaxy S4 welke de politie bij hem in beslag had genomen.

Weliswaar heeft verdachte verklaard dat ene [naam] deze aan hem wilde verkopen, maar de rechtbank acht deze verklaring van verdachte onaannemelijk. Verdachte heeft desgevraagd geen nadere gegevens over [naam] willen of kunnen geven, waardoor de verklaring van verdachte niet is te verifiëren. De omstandigheid dat kort na het verlies van portemonnee en telefoon een persoon die een jas droeg die een opvallende gelijkenis heeft met de jas van verdachte en het feit dat nog geen zes uur later onder verdachte de telefoon werd aangetroffen, leiden bij de rechtbank tot het oordeel dat het verdachte is geweest die de portemonnee en mobiele telefoon heeft gevonden en zich heeft toegeëigend. Naar het oordeel van de rechtbank ontbreekt bewijs voor het stelen van de goederen van [slachtoffer 22] , waarvan hij wordt vrijgesproken, maar kon hij wel meteen weten dat hij deze goederen anders dan door misdrijf onder zich had en derhalve heeft hij deze verduisterd.

De rechtbank acht gelet op het bovenstaande de onder feit 4 ten laste gelegde verduistering en de onder feit 5 ten laste gelegde poging tot diefstal wettig en overtuigend bewezen.

Feit 6:

Vooraleer de rechtbank de bewijsmiddelen van dit feit gaat behandelen stelt de rechtbank vast dat de tenlastegelegde periode betreft de periode van 20 mei 2014 tot en met 9 juli 2014. De aangiftes van [slachtoffer 35] en [slachtoffer 36] betreffen echter incidenten die plaats hebben gevonden op respectievelijk 17 juli 2014 en 24 juli 2014. Om die reden dient in ieder geval in deze twee zaken een vrijspraak te volgen, zodat de rechtbank deze incidenten niet verder zal behandelen.

[slachtoffer 23] 31 heeft verklaard dat zij op 9 juli 2014 fietste over de Melis Stokestraat te Tilburg. Een fietser kwam haar tegemoet, stuurde naar haar, ging met zijn hoofd eerst naar achter en spuugde haar links op haar gezicht. Ze riep hem na en de man riep iets van “Poessie, poessie”. [slachtoffer 23] fietste verder en zag een vrouw wrijvende bewegingen over gezicht en armen maken.

[slachtoffer 24] 32 heeft verklaard dat zij op 9 juli 2014 fietste vanaf het Wilhelminakanaal in Tilburg naar school. Een man fietste haar tegemoet en lachte. De man stuurde naar links, [slachtoffer 24] hoorde een rochelend geluid en de man spuugde haar links op voorhoofd en gezicht. Ze riep hem achterna en hij riep “Mietje, poessie”. Aan de andere kant van de brug stond een jonge vrouw die zei dat ze ook bespuugd was.

[slachtoffer 25] 33 heeft verklaard dat zij op 13 juni 2014 fietste over het Vijverpad te Tilburg bij Boerke Mutsaers. Er stond een fietser stil op het fietspad. De man draaide om en toen zij hem voorbij was kwam de man langs haar fietsen en voelde zij een grote klodder spuug op haar linkerwang.

[slachtoffer 26] 34 fietste op 13 juni 2014 door Tilburg en zag bij Boerke Mutsaers een vrouw staan die was bespuugd. [slachtoffer 26] fietste door en een man op de fiets kwam haar tegemoet. Hij haalde spuug op en spuugde, maar doordat ze bukte kwam de spuug op haar hand.

[slachtoffer 27] 35 fietste op 23 juni 2014 over de Brugstraat te Tilburg toen een fietser haar tegemoet kwam rijden. Ze hoorde de man rochelen en kreeg links spuug in haar oor, op haar haar en haar bril.

[slachtoffer 28] 36 fietste op 13 juni 2014 over de Reeshofdijk te Tilburg toen er een fietser recht op haar afkwam waardoor zij met haar voorwiel in de bosjes kwam. Ze hoorde een gorgelend geluid en voelde spuug op haar linkeroog.

[slachtoffer 29] 37 fietste op 20 mei 2014 over De Werf te Tilburg. Een fietser kwam haar tegemoet en spuugde vol in haar gezicht en op haar schouder.

[slachtoffer 30] 38 fietste op 24 juni 2014 over de Europalaan te Tilburg. Een haar tegemoetkomende fietser draaide, kwam naast haar fietsen en spuugde haar recht in haar gezicht op haar linkerwang (en deels haar capuchon).

[slachtoffer 43] fietste op 9 juli 2014 over de Jac van Vollenhovenstraat te Tilburg en een haar tegemoetkomende fietser spuugde haar op haar jas. In dat geval is er naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van een hevige onlust veroorzakende gewaarwording zoals de officier van justitie tot uitgangspunt neemt, zodat verdachte hiervan wordt vrijgesproken.

Datzelfde is het geval bij [slachtoffer 32] die op 4 juni 2014 in de Tuinstraat in Tilburg werd bespuugd, maar niet werd geraakt.

[slachtoffer 33] 39 fietste op 20 juni 2014 over de Postelse Hoeflaan te Tilburg, toen een haar tegemoetkomende fietser op haar kant van de weg kwam fietsen en op de linkerkant van haar gezicht spuugde.

[slachtoffer 34] 40 liep op 23 juni 2014 over de Rueckertbaan te Tilburg toen er een fietser in het zwart met de capuchon over zijn hoofd (terwijl het mooi weer was) langs haar fietste. Ze hoorde hem een flinke rochel bovenhalen en hij spuugde op haar linkerwang.

Verdachte41 heeft op de zitting verklaard dat het zou kunnen dat hij deze vrouwen heeft bespuugd, omdat hij in die periode door heel Tilburg fietste en vaker vrouwen bespuugde, maar hij kon zich niet meer herinneren waar en wanneer dat precies is geweest. Hij hield ook bij mooi weer zijn capuchon op om herkenning te voorkomen.

Op grond hiervan acht de rechtbank bij feit 6 wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer 23] , [slachtoffer 24] , [slachtoffer 25] , [slachtoffer 26] , [slachtoffer 27] , [slachtoffer 28] , [slachtoffer 29] , [slachtoffer 30] , [slachtoffer 33] en [slachtoffer 34] heeft bespuugd.

Feit 7:

Vooraleer de rechtbank de bewijsmiddelen van dit feit gaat behandelen stelt de rechtbank vast dat de tenlastegelegde periode na de op de zitting toegestane vordering wijziging tenlastelegging betreft de periode van 26 april 2014 tot en met 19 juni 2014. De aangiftes van [slachtoffer 37] , [slachtoffer 41] en [slachtoffer 42] betreffen echter incidenten die plaats hebben gevonden op respectievelijk 22 april 2014, 3 juli 2014 en 21 juli 2014. Om die reden dient in ieder geval in deze drie zaken een vrijspraak te volgen, zodat de rechtbank deze incidenten niet verder zal behandelen.

[slachtoffer 38] 42 wandelde 19-6-2014 over de Goirkekanaaldijk. Er kwam een onverzorgde man met een matrasje om zijn stuur gebonden aanfietsen en die stuurde haar kant op.

Ze dacht dat hij iets in zijn mond had, ze hoorde wat en voelde een flats. Hij had een rochel gespuugd en deze kwam op haar sjaal, nek en jas terecht.

[slachtoffer 39] 43 fietste op 8 mei 2014 over de Hoevenseweg te Tilburg en zag een man op haar af fietsen en zijn neus ophalen. Ze keek naar rechts en zag hem naar haar spugen, waarbij zij in haar nek werd geraakt.

[slachtoffer 40] 44 fietste op 15 juni 2014 over de Jac van Vollenhovenstraat te Tilburg. Een tegemoetkomende fietser reed recht op haar af en spuugde gericht naar haar gezicht.

Verdachte45 heeft op de zitting verklaard dat het zou kunnen dat hij deze vrouwen heeft bespuugd omdat hij in die periode door heel Tilburg fietste en vaker vrouwen bespuugde, maar hij kon zich niet meer herinneren waar en wanneer dat precies is geweest. Verdachte gaf toe dat hij wel eens een matras op het stuur van zijn fiets vervoerde.

Op grond hiervan acht de rechtbank bij feit 7 wettig en overtuigend bewezen dat verdachte [slachtoffer 38] , [slachtoffer 39] en [slachtoffer 40] heeft bespuugd.

De rechtbank heeft hiervoor een groot aantal keren bewezen verklaard dat verdachte personen heeft bespuugd. De rechtbank ziet zich bij die feiten gesteld voor de vraag welke kwalificatie dit handelen oplevert. Mishandeling of belediging? De Hoge Raad heeft beslist dat onder mishandeling mede is te verstaan elke onlust opwekkende gewaarwording in of aan het lichaam. Van belediging is sprake wanneer iemands eer of goede naam wordt aangetast, hetgeen blijkens jurisprudentie ook kan door handelen zoals spugen. Wanneer iemand wordt bespuugd, wekt dit naar het oordeel van de rechtbank zonder twijfel een gevoel van onlust op door de lichamelijke gewaarwording van spuug op het lichaam. Dat zou in gevallen van bespugen dan steeds tot het oordeel kunnen of moeten leiden dat er sprake is van mishandeling. De praktijk tot nu toe laat echter zien dat bespugen steeds als belediging ten laste werd gelegd. In het spraakgebruik en in vele culturen lijkt bespugen ook vooral als een belediging te worden opgevat.

Naar het oordeel van de rechtbank is er evenwel ook een andere component van belang bij de beantwoording van de kwalificatievraag. Naar het oordeel van de rechtbank is dat de intentie waarmee wordt bespuugd en dan met name hoe die intentie door degene die werd bespuugd in redelijkheid kon worden opgevat. Spugen kan een daad van agressie zijn of een daad van minachting. Wanneer zoals in deze zaak willekeurige personen worden bespuugd uit onvrede met de wijze waarop volgens verdachte ten aanzien van hem wordt gehandeld en die onvrede uit zich door spugen tegen willekeurige personen dan zal zo'n handelen door die personen ook als mishandeling kunnen worden ervaren, omdat zij geen relatie hebben met de spuger en niet begrijpen waarom hen dit wordt aangedaan. In dat geval kan het spugen ook als mishandeling bewezen worden verklaard. Wanneer echter wordt gespuugd uit onvrede met de wijze waarop een specifiek persoon tegenover de spuger heeft gehandeld, zoals zich voordoet tijdens ruzies, meningsverschillen of geschillen op straat, hetgeen zich bijvoorbeeld vaak voordoet bij geschillen met agenten, dan lijkt vooral de minachting voor de andere persoon aanleiding te zijn geweest en staat daarmee het aspect van belediging voorop. Het spugen zal in die gevallen vrijwel steeds ook door degene die bespuugd wordt als een blijk van minachting, als belediging worden ervaren. Niet elk bespugen zal dan ook als mishandeling kunnen worden gekwalificeerd.

In het geval van verdachte komt de rechtbank op grond van voornoemde overwegingen tot het oordeel dat er sprake is van mishandeling. Het gaat bij de feiten die verdachte heeft gepleegd echter zowel om spugen op het lichaam als pogingen daartoe die niet zijn voltooid doordat de spuug op kleding terecht is gekomen of doordat de bespuugde in het geheel niet geraakt is. Voor zover van dat laatste sprake is, is aan het criterium dat de onlust moet zijn opgewekt op of in het lichaam niet voldaan en kan mishandeling niet worden bewezen verklaard.

4.5

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

Inzake parketnummer 02/800537-15:

1, subsidiair:

hij op of omstreeks 11 juni 2015 te Tilburg [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een accu (van een handschroefmachine) (gericht) in de richting van het hoofd van die [slachtoffer] gegooid terwijl die [slachtoffer] op korte afstand achter hem, verdachte, aan rende;

2.

hij op of omstreeks 10 juli 2015 te Tilburg [slachtoffer 2] heeft mishandeld door die [slachtoffer 2] (met kracht) op/tegen het been te schoppen/trappen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

3.

hij op meerdere, althans een tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 11 juni 2015 tot en met 10 juli 2015 te Tilburg

[slachtoffer] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] (geboren [geboortedatum 2] ) en/of [slachtoffer 6] (geboren [geboortedatum 3] ) heeft mishandeld

door (telkens) (onverhoeds en/of onverwachts) (op) die [slachtoffer] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] af te fietsen en/of voorbij te fietsen en/of (vervolgens) ernaast te gaan fietsen en/of (vervolgens) genoemde perso(o)n(en) in/tegen het gezicht/hoofd, althans tegen het lichaam te spugen,

ten gevolge waarvan verdachte een hevige onlust veroorzakende gewaarwording in of aan het lichaam van die [slachtoffer] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] en/of [slachtoffer 6] teweeg heeft gebracht;

En inzake parketnummer 02/800537-15:

1.

hij op een of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 10 januari 2014 te Tilburg [slachtoffer 7] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend met een blikje zwaaiende bewegingen gemaakt in de richting van die [slachtoffer 7] en/of met zijn, verdachtes vinger een snijdende beweging(en) langs zijn, verdachtes, keel heeft gemaakt en/of daarbij (meermalen) deze dreigend de woorden toegevoegd :"Ik snij je keel door ik maak je dood" en/of "Ik maak je dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

2.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 september 2013 tot en met 27 september 2013 te Tilburg

[slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10] heeft mishandeld door (telkens) (onverhoeds en/of onverwachts) (op) die [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10] af te fietsen en/of voorbij te fietsen en/of (vervolgens) ernaast te gaan fietsen en/of af te lopen/rennen en/of (vervolgens) genoemde perso(o)nen in het gezicht, althans tegen het lichaam te spugen,

ten gevolge waarvan verdachte een hevige onlust veroorzakende gewaarwording in of aan het lichaam van die [slachtoffer 8] en/of [slachtoffer 9] en/of [slachtoffer 10] teweeg heeft gebracht;

3.

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 oktober 2013 tot en met 9 oktober 2013 te Tilburg

[slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] en/of [slachtoffer 13] en/of [slachtoffer 14] en/of [slachtoffer 15] en/of [slachtoffer 16] en/of [slachtoffer 17] en/of [slachtoffer 18] en/of [slachtoffer 19] en/of [slachtoffer 20] en/of [slachtoffer 21] heeft mishandeld

door (telkens) (onverhoeds en/of onverwachts) (op) die [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] en/of [slachtoffer 13] en/of [slachtoffer 14] en/of [slachtoffer 15] en/of [slachtoffer 16] en/of [slachtoffer 17] en/of [slachtoffer 18] en/of [slachtoffer 19] en/of [slachtoffer 20] en/of [slachtoffer 21] af te fietsen en/of voorbij te fietsen en/of (vervolgens) ernaast te gaan fietsen en/of (vervolgens) genoemde perso(o)nen in het gezicht, althans tegen het lichaam te spugen,

ten gevolge waarvan verdachte een hevige onlust veroorzakende gewaarwording in of aan het lichaam van die [slachtoffer 11] en/of [slachtoffer 12] en/of [slachtoffer 13] en/of [slachtoffer 14] en/of [slachtoffer 15] en/of [slachtoffer 16] en/of [slachtoffer 17] en/of [slachtoffer 18] en/of [slachtoffer 19] en/of [slachtoffer 20] en/of [slachtoffer 21] teweeg heeft gebracht;

4.

hij op of omstreeks 30 juni 2014 te Tilburg met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een portemonnee (met inhoud) en/of een mobiele telefoon (Samsung Galaxy S4), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 22] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, terwijl hij, verdachte, die portemonnee en/of die mobiele telefoon anders dan door misdrijf, te weten als gevonden voorwerpen, onder zich had;

5.

hij op of omstreeks 30 juni 2014 te Tilburg ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een pinautomaat (S1D280) weg te nemen een geldbedrag, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 22] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en zich daarbij de toegang tot die automaat te verschaffen en/of die/dat weg te nemen geldbedrag onder zijn bereik te brengen door middel van een valse sleutel, te weten een pinpas op naam van L.

Lugthart, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

6.

hij op meerdere, althans een tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 20 mei 2014 tot en met 9 juli 2014 te Tilburg

[slachtoffer 23] en/of [slachtoffer 24] en/of [slachtoffer 25] en/of [slachtoffer 26] en/of [slachtoffer 27] en/of [slachtoffer 28] en/of [slachtoffer 29] en/of [slachtoffer 30] en/of [slachtoffer 31] en/of [slachtoffer 32] en/of [slachtoffer 33] en/of [slachtoffer 34] en/of [slachtoffer 35] en/of [slachtoffer 36] heeft mishandeld

door (telkens) (onverhoeds en/of onverwachts) (op) die [slachtoffer 23] en/of [slachtoffer 24] en/of [slachtoffer 25] en/of [slachtoffer 26] en/of [slachtoffer 27] en/of [slachtoffer 28] en/of [slachtoffer 29] en/of [slachtoffer 30] en/of [slachtoffer 31] en/of [slachtoffer 32] en/of [slachtoffer 33] en/of [slachtoffer 34] en/of [slachtoffer 35] en/of [slachtoffer 36] af te fietsen en/of voorbij te fietsen en/of (vervolgens) om te draaien op zijn fiets en/of ernaast te gaan fietsen en/of (vervolgens) genoemde perso(o)nen in het gezicht, althans tegen het

lichaam te spugen,

ten gevolge waarvan verdachte een hevige onlust veroorzakende gewaarwording in of aan het lichaam van die [slachtoffer 23] en/of [slachtoffer 24] en/of [slachtoffer 25] en/of [slachtoffer 26] en/of [slachtoffer 27] en/of [slachtoffer 28] en/of [slachtoffer 29] en/of [slachtoffer 30] en/of [slachtoffer 31] en/of [slachtoffer 32] en/of [slachtoffer 33] en/of [slachtoffer 34] en/of [slachtoffer 35] en/of [slachtoffer 36] teweeg heeft gebracht;

7.

hij op meerdere, althans een tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 26 april 2014 tot en met 19 juni 2014 te Tilburg

[slachtoffer 37] ( [geboortedatum slachtoffer 37] ) en/of [slachtoffer 38] en/of [slachtoffer 39] en/of [slachtoffer 40] en/of [slachtoffer 41] en/of [slachtoffer 42] heeft mishandeld

door (telkens) (onverhoeds en/of onverwachts) op die [slachtoffer 37] en/of [slachtoffer 38] en/of [slachtoffer 39] en/of [slachtoffer 40] en/of [slachtoffer 41] en/of [slachtoffer 42] af te fietsen en/of voorbij te fietsen en/of (vervolgens) om te draaien op zijn fiets en/of ernaast te gaan fietsen en/of (vervolgens) genoemde perso(o)nen in het gezicht, althans tegen het lichaam te spugen,

ten gevolge waarvan verdachte een hevige onlust veroorzakende gewaarwording in of aan het lichaam van die [slachtoffer 37] en/of [slachtoffer 38] en/of [slachtoffer 39] en/of [slachtoffer 40] en/of [slachtoffer 41] en/of [slachtoffer 42] teweeg heeft gebracht;

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen de maatregel van plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna ook te noemen ISD-maatregel).

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft bepleit om te volstaan met een gevangenisstraf, gelijk aan het reeds uitgezeten voorarrest en daarnaast oplegging van de ISD-maatregel, maar dit geheel voorwaardelijk.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft een vrouw, die hij nota bene eerst bespuugde, bedreigd door een accu van een schroefmachine in haar richting te gooien en een andere, eveneens door hem bespuugde, vrouw mishandeld toen ook zij het gespuug niet accepteerde.

Een man wiens vriendin verdachte had bespuugd en die daarvoor verhaal kwam halen, werd door verdachte zelfs met de dood bedreigd.

Daarnaast heeft verdachte een portemonnee en een mobiele telefoon verduisterd en met een in die portemonnee zittend bankpasje geprobeerd geld te pinnen.

Dit zijn ernstige feiten, met name nu verdachte in het verleden al veelvuldig met justitie in aanraking is geweest voor vermogens- en geweldsdelicten.

Zo mogelijk nog ernstiger acht de rechtbank de grote reeks van mishandelingen die verdachte pleegde door met name jonge vrouwen te bespugen, in het merendeel van de gevallen vol in het gezicht. Zelfs kinderwagens waren het doelwit van verdachte, die dit enkel deed uit onvrede over het feit dat hij dakloos was geworden, dat hij in verband daarmee werd geholpen maar deze hulp niet wilde en zich daardoor rot voelde. Maar liefst 27 vrouwen werden slachtoffer van deze vieze manier van verdachte om zijn onvrede over wat hem zijns inziens werd aangedaan te uiten. Gepleegd ten opzichte van voor hem volstrekt vreemde vrouwen die uit een vorm van agressiviteit van de kant van verdachte moesten boeten voor wat hem was overkomen.

Niet voor niets leidde dit tot grote onrust en vooral tot gevoelens van onveiligheid in Tilburg.

De rechtbank heeft bij de strafbepaling rekening gehouden met de volgende door verdachte bekende en ad informandum op de dagvaarding vermelde strafbare feiten:

1. juli 2014, Tilburg,

Aanwezig hebben 34,43 gram hennep

2. 665997-14 15 november 2014, Tilburg

Aanwezig hebben van 525 gram hennep(planten)

3. 665794-14 11 september 2014, Oosterhout

Aanwezig hebben 737,3 gram hennep en/of hasjiesj.

Verdachte weigerde eerst om mee te werken aan een persoonlijkheidsonderzoek, maar uiteindelijk zag ook verdachte in dat hij hulp nodig heeft om zijn impulsen onder controle te krijgen en om van zijn afhankelijkheid aan cannabis af te komen.

Psycholoog Gresnigt acht in zijn rapport van 13 november 2015 die afhankelijkheid een ziekelijke stoornis en bovendien is een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens (een antisociale persoonlijkheidsstoornis) en een ik-zwakke ego structuur, aanwezig. De psycholoog acht verdachte verminderd toerekeningsvatbaar, het recidiverisico hoog en adviseert een klinische behandeling in het kader van de ISD-maatregel.

Psychiater De Jong komt in zijn rapport van 8 december 2015 tot dezelfde diagnose en ook hij meent dat verdachte verminderd toerekeningsvatbaar is. Ook de psychiater adviseert een opname in het kader van een ISD-maatregel.

De Reclassering Nederland heeft naar aanleiding van het dubbel persoonlijkheidsonderzoek geadviseerd om verdachte, nu deze niet gemotiveerd is voor reclasseringstoezicht en zich niet zal conformeren aan een mogelijke TBS met voorwaarden, eveneens de oplegging van de ISD-maatregel geadviseerd.

De rechtbank is op grond van de bevindingen van de deskundigen, welke zij onderschrijft, van oordeel dat het opleggen van de maatregel tot plaatsing van verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders wenselijk en noodzakelijk is.

Daarbij heeft de rechtbank tevens in aanmerking genomen dat voldaan wordt aan de eisen die de wet daaromtrent stelt. Immers op de door verdachte begane misdrijven is voorlopige hechtenis toegelaten, terwijl verdachte in de vijf jaren voorafgaand aan de door hem begane misdrijven ten minste driemaal vanwege het plegen van een misdrijf onherroepelijk tot een vrijheidsbenemende straf of maatregel, een vrijheidsbeperkende maatregel of taakstraf is veroordeeld, de feiten zijn begaan na tenuitvoerlegging van deze straffen of maatregelen en er voorts ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan en de veiligheid van personen of goed het opleggen van de maatregel eist.

Om de ISD-maatregel voorwaardelijk op te leggen zoals door de verdediging is geopperd ziet de rechtbank geen ruimte. Verdachte zal zich niet houden aan welke vorm van begeleiding dan ook, als deze niet binnen de muren van de ISD-kliniek plaatsvindt. Bovendien is nu de tijd aangebroken dat de veiligheid van de burger zwaarder dient te wegen dan de persoonlijke belangen van verdachte.

7 De benadeelde partijen

Namens de benadeelde partij [slachtoffer 17] is een schadevergoeding gevorderd van

€ 271,18 voor feit 3 van parketnummer 800039-14.

Verdachte is vrijgesproken van het feit waaruit de schade zou zijn ontstaan.

De rechtbank zal daarom de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.

De benadeelde partijen [slachtoffer 2] , [slachtoffer 13] , [slachtoffer 23] , [slachtoffer 19] en [slachtoffer 29] vorderen een schadevergoeding als zijnde slachtoffer van een van de zogenaamde “spuugincidenten”.

De rechtbank constateert dat de benadeelde partijen verschillende bedragen vorderen ter zake van geleden immateriële schade. Dit terwijl het door die incidenten ontstane leed in alle gevallen min of meer met elkaar vergelijkbaar is. De rechtbank is van oordeel dat de ontstane immateriële schade in alle gevallen waarin deze is ontstaan doordat een slachtoffer door verdachte is mishandeld door te worden bespuugd kan worden gesteld op € 150,--. Zij zal daarom ten hoogste dat bedrag toewijzen en zo er meer is gevorderd, de benadeelde partij voor het meerdere niet-ontvankelijk verklaren. Voor dat deel kan de benadeelde partij haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

Zo echter een benadeelde partij minder heeft gevorderd dan € 150,-- aan geleden immateriële schade, dan zal de rechtbank dat lagere bedrag toewijzen. De rechtbank kan immers niet meer toewijzen dan is gevorderd.

De rechtbank is van oordeel dat de geleden immateriële schade tot een bedrag van (gelet op vorenstaande maximaal) € 150,-- een rechtstreeks gevolg is van het betreffende bewezen verklaarde feit, en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Ter zake van de in individuele gevallen gevorderde kosten van geleden materiële schade zal de rechtbank deze per benadeelde partij afzonderlijk beoordelen.

Vorenstaande in acht nemend zal de rechtbank hierna de vorderingen van de benadeelde partijen nader bespreken aan de hand van de feiten waarvoor deze zijn ingediend.

inzake parketnummer 800537-15:

[slachtoffer 2] (feit 2 en 3)

In dit geval zal de rechtbank afwijken van de hiervoor overwogen maximale hoogte van de vordering ter zake van immateriële schade. [slachtoffer 2] is immers niet alleen bespuugd door verdachte, maar verdachte is haar daarna achterna gegaan en heeft haar nogmaals mishandeld door haar tegen haar been te schoppen. [slachtoffer 2] vordert smartengeld tot een totaalbedrag van € 300,--.

Gelet op de opeenvolging van mishandelingen zal de rechtbank in dit geval niet volstaan met het geformuleerde maximale bedrag. Zij acht een totaalbedrag van € 250,-- redelijk en billijk en zal dat bedrag toewijzen, en [slachtoffer 2] voor het meerdere niet-ontvankelijk verklaren.

inzake feit 3 van parketnummer 800039-14:

[slachtoffer 13] vordert € 220,-- ter zake van immateriële schade. De rechtbank wijst deze vordering toe tot een bedrag van € 150,-- en zal de benadeelde partij voor het meerdere niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.

[slachtoffer 19] vordert € 31,50 ter zake van immateriële schade en € 18,50 aan materiële kosten (stomen jas). De rechtbank acht beide bedragen genoegzaam aangetoond en zal deze vordering toewijzen.

inzake feit 6 van parketnummer 800039-14:

[slachtoffer 23] vordert € 100,-- ter zake van immateriële schade. De rechtbank acht dit bedrag genoegzaam aangetoond en zal deze vordering toewijzen.

CA.C. [slachtoffer 29] vordert € 162,-- ter zake van immateriële schade. De rechtbank wijst deze vordering toe tot een bedrag van € 150,-- en zal de benadeelde partij voor het meerdere niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering.

Met betrekking tot alle toegekende vorderingen benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

8 Het beslag

8.1

De teruggave aan verdachte

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerp aan verdachte, aangezien dit voorwerp niet vatbaar is voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder verdachte in beslag is genomen.

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 24c, 36f, 38m, 45, 57, 285, 300, 310, 311 en 321 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het bij parketnummer 02/800537-15 onder 1 primair tenlastegelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.5 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

inzake parketnummer 02/800537-15:

feit 1: Bedreiging met zware mishandeling;

feit 2: Mishandeling;

feit 3: Mishandeling, meermalen gepleegd;

inzake parketnummer 02/800039-14:

feit 1: Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

feit 2: Mishandeling, meermalen gepleegd;

feit 3: Mishandeling, meermalen gepleegd;

feit 4: Verduistering;

feit 5: Poging tot diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik

heeft gebracht door middel van valse sleutels;

feit 6: Mishandeling, meermalen gepleegd;

feit 7: Mishandeling, meermalen gepleegd;

- verklaart verdachte strafbaar;

Maatregel

- gelast de plaatsing van verdachte in een inrichting voor stelselmatige daders voor de duur van twee jaar;

Beslag

- gelast de teruggave aan verdachte van het inbeslaggenomen voorwerp, te weten:

1.00

STK hangslot

goednr.1079448;

Benadeelde partijen

- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 17] niet-ontvankelijk in haar inzake feit 3 van parketnummer 02/800039-14 ingediende vordering en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt deze benadeelde partij in de kosten van verdachte, tot op heden begroot op nihil; (BP.15)

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 19] van € 50,--, waarvan € 18,50 ter zake van materiële schade en € 31,50 ter zake van immateriële schade, geleden door feit 3 van parketnummer 02/800039-14;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 23] van € 100,-- ter zake van immateriële schade, geleden door feit 6 van parketnummer 02/800039-14;

- veroordeelt verdachte in de kosten van deze benadeelde partijen tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil; (BP.06);

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 2] van € 250,-- ter zake van immateriële schade, en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 10 juli 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, geleden door de feiten 2 en 3 van parketnummer 02/800537-15;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 13] van € 150,-- ter zake van immateriële schade, geleden door feit 3 van parketnummer 02/800039-14;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 29] van

€ 150,-- ter zake van immateriële schade, en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 20 mei 2014 tot aan de dag der algehele voldoening, geleden door feit 6 van parketnummer 02/800039-14;

- veroordeelt verdachte in de kosten van deze benadeelde partijen tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- verklaart deze benadeelde partijen in het overige gedeelte van de vordering niet-ontvankelijk en bepaalt dat die vorderingen bij de burgerlijke rechter kunnen worden aangebracht;(BP.09)

Schademaatregel

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van de hierna te noemen slachtoffers de daarbij vermelde bedragen te betalen, bij niet betaling te vervangen door het daarbij vermelde aantal dagen hechtenis:

- benadeelde partij [slachtoffer 19] (feit 3 van 02/800039-14), € 50,--, 1 dag hechtenis,

- benadeelde partij [slachtoffer 23] (feit 6 van 02/800039-14), € 100,--, 2 dagen

hechtenis,

- benadeelde partij [slachtoffer 2] (feiten 2 en 3 van 02/800537-15), € 250,--, 5 dagen

hechtenis, en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 10 juli 2015 tot aan de dag der algehele voldoening,

- benadeelde partij [slachtoffer 13] (feit 3 van 02/800039-14), € 150,--, 3 dagen hechtenis,

- benadeelde partij [slachtoffer 29] (feit 6 van 02/800039-14), € 150,--, 3 dagen

hechtenis, en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 20 mei 2014 tot aan de

dag der algehele voldoening,

met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft; (BP04A)

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting

aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. Van de Wetering, voorzitter, mr. Kooijman en mr. Marsé, rechters, in tegenwoordigheid van Mertens, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 26 februari 2016. Mr. Marsé is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt -tenzij anders vermeld- telkens bedoeld het eindproces-verbaal behorende bij het oorspronkelijke parketnummer van de betreffende zaak, opgemaakt door de regionale eenheid politie Zeeland-West-Brabant in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Het proces-verbaal van aangifte, parketnr. 800537-15, pagina 73 e.v..

2 De verklaring van verdachte op de zitting van 12 februari 2016.

3 Het proces-verbaal van aangifte, parketnr. 800537-15, pagina 8 e.v..

4 De verklaring van verdachte op de zitting van 12 februari 2016.

5 Het proces-verbaal van aangifte, parketnr. 800537-15, pagina 105 e.v..

6 Het proces-verbaal van aangifte, parketnr. 800537-15, pagina 113 e.v..

7 Het proces-verbaal van aangifte, parketnr. 800537-15, (aanvullend proces-verbaal) pagina 25 e.v..

8 Het proces-verbaal van aangifte, parketnr. 800537-15, (aanvullend proces-verbaal) pagina 34 e.v..

9 De verklaring van verdachte op de zitting van 12 februari 2016.

10 Het proces-verbaal van aangifte, parketnr. 800039-14, pagina 35 e.v..

11 Het proces-verbaal van getuigenverklaring, parketnr. 800039-14, pagina 44 e.v..

12 De verklaring van verdachte op de zitting van 12 februari 2016.

13 Het proces-verbaal van bevindingen, parketnr. 666488-13, pagina 27 e.v..

14 Het proces-verbaal van aangifte, parketnr. 666488-13, pagina 78 e.v..

15 Het proces-verbaal van aangifte, parketnr. 666488-13, pagina 82 e.v..

16 De verklaring van verdachte op de zitting van 12 februari 2016.

17 Het proces-verbaal van aangifte, parketnr. 666498-13, pagina 39 e.v..

18 Het proces-verbaal van aangifte, parketnr. 666498-13, pagina 49 e.v..

19 Het proces-verbaal van aangifte, parketnr. 666498-13, pagina 54 e.v..

20 Het proces-verbaal van aangifte, parketnr. 666498-13, pagina 63 e.v..

21 Het proces-verbaal van aangifte, parketnr. 666498-13, pagina 85 e.v..

22 Het proces-verbaal van aangifte, parketnr. 666498-13, pagina 90 e.v..

23 Het proces-verbaal van aangifte, parketnr. 666498-13, pagina 95 e.v..

24 Het proces-verbaal van aangifte, parketnr. 666498-13, pagina 101 e.v..

25 Het proces-verbaal van de zitting van 12 februari 2016.

26 Het proces-verbaal van aangifte, parketnr. 800683-14, pagina 18 e.v..

27 Het proces-verbaal van bevindingen, parketnr. 800683-14, pagina 24 e.v..

28 Het proces-verbaal van bevindingen, parketnr. 800683-14, pagina 29.

29 Het proces-verbaal van bevindingen, parketnr. 800683-14, pagina 70 e.v..

30 Het proces-verbaal van de zitting van 12 februari 2016.

31 Het proces-verbaal van aangifte, parketnr. 800609-14, pagina 92 e.v..

32 Het proces-verbaal van aangifte, parketnr. 800609-14, pagina 104 e.v..

33 Het proces-verbaal van aangifte, parketnr. 800609-14, pagina 160 e.v..

34 Het proces-verbaal van aangifte, parketnr. 800609-14, pagina 149 e.v..

35 Het proces-verbaal van aangifte, parketnr. 800609-14, pagina 187 e.v..

36 Het proces-verbaal van aangifte, parketnr. 800609-14, pagina 164 e.v..

37 Het proces-verbaal van aangifte, parketnr. 800609-14, pagina 123 e.v..

38 Het proces-verbaal van aangifte, parketnr. 800609-14, pagina 58 e.v..

39 Het proces-verbaal van aangifte, parketnr. 800609-14, pagina 182 e.v..

40 Het proces-verbaal van aangifte, parketnr. 800609-14, pagina 191 e.v..

41 Het proces-verbaal van de zitting van 12 februari 2016.

42 Het proces-verbaal van aangifte, parketnr. 800609-14, pagina 176 e.v..

43 Het proces-verbaal van aangifte, parketnr. 800609-14, pagina 118 e.v..

44 Het proces-verbaal van aangifte, parketnr. 800609-14, pagina 168 e.v..

45 Het proces-verbaal van de zitting van 12 februari 2016.