Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2015:8638

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
24-06-2015
Datum publicatie
29-02-2016
Zaaknummer
C/02/284695 / HA ZA 14-510
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Eiseres vordert nakoming door de gemeente van een gestelde toezegging tot de aanleg van een groenstrook aan hun bedrijf. Rechtbank constateert dat de gemeente aan haar verplichting heeft voldoen en wijst vordering af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Handelsrecht

Middelburg

zaaknummer / rolnummer: C/02/284695 / HA ZA 14-510

Vonnis van 24 juni 2015

in de zaak van

1 vennootschap onder firma V.O.F. DIERENPENSION AXEL,

gevestigd te Axel,

en haar vennoten:

2. [eiser sub 1],

wonende te [woonplaats] ,

3. [eiseres sub 2],

wonende te [woonplaats] ,

eisers,

advocaat mr. R.R.E. Nobus te Terneuzen,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

GEMEENTE TERNEUZEN,

zetelend te Terneuzen,

gedaagde,

advocaat mr. J.J. Jacobse te Middelburg.

Eisers zullen hierna gezamenlijk het Dierenpension worden genoemd en gedaagde de gemeente.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 29 oktober 2014

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 3 februari 2015.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

In 1998 is het bestemmingsplan ‘Bestemmingsplan Gemeente Axel Bedrijventerrein Drieschouwen’ van kracht geworden. Het daarin voorziene bedrijventerrein, gelegen in de omgeving van het Dierenpension, welke is gevestigd aan de [adres] , is in de jaren daarna in fasen aangelegd.

2.2.

Het voorontwerp van het bestemmingsplan dateert van 22 oktober 1997. Hierin staat: [adres] vormt de hoofdas door de polder. Vanaf deze weg worden de schaal en openheid van het landschap intensief ervaren. Tot aan deze weg wordt een grote open zone in acht genomen opdat het bedrijventerrein als een afzonderlijk element wordt ervaren. (…) Ten behoeve van de landschappelijke integratie van het bedrijventerrein kan gebruik worden gemaakt van beeldkarakteristiek van de omgeving. Langs [adres] liggen immers verspreid diverse boselementen (…) De verschillende kreekrestanten, met name bij de liniedijk, kunnen worden benut als referentiebeeld voor de invulling van de open zone langs [adres] .(…) Een open zone van minimaal 50 meter langs [adres] , waarin een brede singel wordt opgenomen. De woning met dierenpension aan de noord-westzijde blijft daardoor vrij liggend van het bedrijventerrein.”

2.3.

Het Dierenpension heeft op 13 en 15 april 1998 tegen het ontwerp van het bestemmingsplan bezwaar gemaakt in verband met volgens haar mogelijke geluidsoverlast, waardevermindering van het Dierenpension en afbreuk aan het landelijk karakter van het Dierenpension. Naar aanleiding van dit bezwaar hebben partijen elkaar op 17 april 1998 gesproken. Het Dierenpension heeft vervolgens op 20 april 1998 aan de gemeente onder meer geschreven:

“Hierbij bevestig ik mijn bezwaar tegen het ontwerp bestemmingsplan “Drieschouwen” in te trekken op grond van de gemaakte afspraken tijdens het gesprek dd 17 april j.l. (…) De voorziene waterpartij en groengordel aan de zijde van [adres] zal eveneens worden gerealiseerd voor uitgifte van terrein aan die zijde van het bedrijfsterrein.”.

Het besprokene is bij brief van 21 april 1998 door de gemeente bevestigd. Voor zover relevant luidt deze brief:

“2. In geval van aantoonbare waardevermindering van uw eigendommen kunt u te allen tijde een beroep doen op de wettelijk regeling, vastgelegd in artikel 49 van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.

3. De afschermende groengordel rond het bedrijventerrein zal fasegewijs worden aangelegd. Zodra begonnen wordt met uitgifte van het noordelijke gedeelte van het terrein, zal ook de aansluitende groengordel worden aangelegd.”

2.4.

Op 12 juni 2002 heeft het Dierenpension aan de gemeente geschreven: “Verder herinneren wij u aan de belofte van de gemeente om de afschermende groengordel rond het bedrijventerrein Drieschouwen, aan te leggen zodra met de uitgifte van het noordelijk gedeelte van dit bedrijfsterrein wordt begonnen.”

2.5.

Het Dierenpension heeft op 15 augustus 2009 een verzoek tot vergoeding van planschade ingediend wegens waardevermindering van de woning, de bedrijfsopstallen en de grond, alsmede inkomstenverlies wegens omzetderving. De gemeente heeft het verzoek afgewezen en vervolgens ook het bezwaar ongegrond verklaard. Het hiertegen ingestelde beroep is door de rechtbank bij uitspraak van 5 juli 2012 ongegrond verklaard. Deze uitspraak is onherroepelijk geworden.

2.6.

Vanaf het perceel van het Dierenpension is geen zicht op het bedrijventerrein. Vanaf [adres] (de weg die leidt naar het Dierenpension) bestaat wel zicht op het bedrijventerrein. De zone ten noorden van het bedrijventerrein, gelegen tussen dit terrein en [adres] is open met verspreid groepjes knotwilgen en poelen water. Aan de noord-noordwestkant van het bedrijventerrein ligt een begroeide geluidswal. Aan de westkant ligt een groengordel bestaande uit populieren en elzen.

3 Het geschil

3.1.

Het Dierenpension vordert bij vonnis voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad

  1. de gemeente te veroordelen tot nakoming van de toezegging om een afschermende en aansluitende groengordel rond het bedrijventerrein Drieschouwen aan te leggen;

  2. voor recht te verklaren dat de gemeente jegens het Dierenpension onrechtmatig heeft gehandeld door de aan hen gedane toezegging om een afschermende en aansluitende groengordel rond het bedrijventerrein Drieschouwen aan te leggen, niet na te komen;

  3. de gemeente te veroordelen tot vergoeding van de door het Dierenpension geleden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

  4. de gemeente te veroordelen tot het betalen van de buitengerechtelijke incassokosten ad € 375,00, de proceskosten en de nakosten.

3.2.

Het Dierenpension stelt dat de gemeente ondanks herhaaldelijke sommatie, de toezegging verwoord in de brief van 21 april 1998 niet is nagekomen. Bij brief van 12 juni 2002 heeft het Dierenpension de gemeente aan haar toezegging een afschermende groengordel aan te leggen, herinnerd. Vervolgens heeft zij de gemeente op 2 april 2007 aangeschreven. In laatstgenoemde brief schrijft zij: “In tegenstelling tot eerder toezegging is nog immer geen aanvang gemaakt met de aanleg van de afschermende groengordel. Nu alle zuidelijke percelen zijn uitgegeven verzoek ik u vriendelijk te bevestigen dat aanleg nog dit najaar zal plaatsvinden.” De gemeente heeft hierop niet gereageerd en ook de groengordel niet aangelegd. Op 6 juni 2011 is de gemeente gesommeerd en op 2 augustus 2011 in gebreke gesteld.

De gemeente heeft niet aan haar toezegging een groengordel aan te leggen voldaan door aan de noordzijde groepsgewijs knotwilgen te planten met waterpoelen. Toegezegd was een groengordel waardoor het bedrijventerrein aan het zicht was onttrokken, terwijl aan de noordzijde nu een open zone is gerealiseerd. Aan de westzijde is een bomenrij geplant, maar die schermt van zuid naar noord slechts 2/3e deel af.

Het Dierenpension beroept zich verder op het vertrouwensbeginsel. Er is sprake van een concrete en individuele mededeling, de gemeente was bevoegd de toezegging te doen en het Dierenpension mocht verwachten dat de gemeente haar toezegging zou nakomen. Vanwege de toezegging heeft het Dierenpension het bezwaar tegen het (ontwerp)bestemmingsplan niet doorgezet, terwijl zij wel schade lijdt. Het ontbreken van de groengordel heeft grote gevolgen voor haar visuele uitstraling.

Door de toezegging niet na te komen handelt de gemeente onrechtmatig. Het Dierenpension heeft daardoor schade geleden, bestaande uit onder meer waardevermindering van de woning, de grond en het dierenpension. Het Dierenpension verwijst naar het rapport van 2 april 2009 van Dibevo, die concludeert dat door het bedrijventerrein de onderneming van het Dierenpension ‘op slot zit’. Rentmeester en register-taxateur J.A. Roetert heeft in juni 2010 in het onderzoek naar planschade gerapporteerd dat de landelijke ligging van het dierenpension verloren is gegaan, omdat het visueel is opgegaan in het bedrijventerrein. Het Dierenpension stelt dat het aanbrengen van de groengordel de nadelige effecten van het bedrijventerrein had kunnen beperken.

3.3.

De gemeente betwist de vordering en voert hiertoe het volgende aan.

De vorderingen van het Dierenpension zijn verjaard. Er was geen sprake van een eenzijdige toezegging, maar van een overeenkomst waarbij ieder van partijen een verbintenis op zich had genomen. De rechtsvordering tot nakoming verjaart na 5 jaar. In april 2001 werd begonnen met de uitgifte van de noordelijke percelen van het bedrijventerrein, zodat de vordering tot nakoming in april 2006 is verjaard. Dit geldt ook voor de vordering op grond van onrechtmatig handelen. De verjaring is niet gestuit. De brief van 12 juni 2002 kan niet gelden als ondubbelzinnige mededeling waarin het recht op nakoming wordt voorbehouden. De gemeente betwist dat de brief van 2 april 2007 is verzonden; in ieder geval heeft zij deze niet ontvangen. Overigens wordt ook in deze brief niet ondubbelzinnig op nakoming aangedrongen.

Het Dierenpension heeft bij haar gevorderde verklaring voor recht onvoldoende belang. Samenloop van een vordering tot schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen en niet-nakoming is niet toegestaan. Bovendien heeft de bestuursrechter onherroepelijk over de schade beslist in de schadestaatprocedure. Voor een procedure voor de civiele rechter is dan geen plaats meer. Verwijzing naar de schadestaatprocedure is in ieder geval niet aan de orde, omdat het Dierenpension haar schade nu niet alleen kan begroten, maar ook heeft begroot.

Tussen partijen is op 17 april 1998 afgesproken dat de afschermende groengordel rond het bedrijventerrein fasegewijs zal worden aangelegd. Zodra met uitgifte van het noordelijk gedeelte van het terrein wordt begonnen, zal ook de aansluitende groengordel worden gelegd. De gemeente stelde als voorwaarde dat het Dierenpension haar bezwaar tegen het ontwerp bestemmingsplan zou intrekken. Het Dierenpension had dit ook zo opgevat (zie haar brief van 20 april 1998). De gemeente heeft met het gebruik van de bewoordingen ‘afschermende groengordel’ niet expliciet en ondubbelzinnig toegezegd dat zij rondom het gehele bedrijventerrein een groengordel zou aanleggen, die zou bestaan uit een bomenrij die het bedrijventerrein volledig aan het zicht zou onttrekken. Het Dierenpension mocht er ook niet op vertrouwen dat de gemeente een zodanige rechtens afdwingbare toezegging had gedaan. Voor zover de gemeente al een rechtens afdwingbare toezegging heeft gedaan, geldt dat bij de uitleg daarvan moet worden betrokken het voorontwerp bestemmingsplan van 22 oktober 1997 (r.o. 2.2), waaruit volgt dat de groengordel aan de noordzijde zou bestaan uit een open zone tussen [adres] en het bedrijventerrein. Bovendien ligt er evenwijdig aan [adres] een hoogspanningsleiding waaronder, zoals het Dierenpension ook wist, op een strook van 20 meter aan weerszijden geen hoog opgaande beplanting is toegestaan. Aan de noord-noordwestelijke zijde van het bedrijventerrein is op verzoek van het Dierenpension een begroeide geluidswal aangelegd. Tot aan het begin van die geluidswal is aan de westkant een groengordel bestaande uit elzen en populieren aangebracht. De uitleg die het Dierenpension thans aan de vermeende toezegging van de gemeente geeft, is niet overeenkomstig de betekenis die partijen hebben bedoeld en mocht het Dierenpension ook niet redelijkerwijs verwachten. Het is nooit de bedoeling geweest het bedrijventerrein volledig aan het zicht te onttrekken vanaf [adres] en de gemeente heeft die indruk ook nooit gewekt. De afspraak, zoals die wel is gemaakt, is de gemeente nagekomen. Van onrechtmatig handelen is geen sprake. De vordering tot schadevergoeding moet worden afgewezen. De door het Dierenpension gestelde schade is gebaseerd op de komst van het bedrijventerrein (waarop al in de planschadeprocedure is beslist) en niet op het vermeend ontbreken van een groengordel die het bedrijventerrein volledig aan het zicht zou onttrekken. Het Dierenpension heeft bovendien geen schade aannemelijk gemaakt. Uit het advies van Taxatie&Advieskantoor Rijk, dat is opgesteld in de planschadeprocedure blijkt juist een toename van de omzet en het bedrijfsresultaat.

4 De beoordeling

4.1.

Wat er zij van de vraag of de vorderingen zijn verjaard, op grond van de hierna volgende overwegingen komen zij hoe dan ook niet voor toewijzing in aanmerking. De rechtbank laat hetgeen partijen met betrekking tot het beroep op verjaring hebben gesteld, dan ook buiten beschouwing. Dit geldt ook voor de andere, meer formele, verweren van de gemeente.

4.2.

De rechtbank stelt vast dat de gemeente aan haar toezegging heeft voldaan, zodat noch de vordering tot nakoming, noch de vordering voor recht te verklaren dat de gemeente onrechtmatig heeft gehandeld, voor toewijzing vatbaar is. Zij overweegt daartoe als volgt.

4.3.

De wijze waarop het Dierenpension de door de gemeente bij brief van 21 april 1998 gedane toezegging thans invult, is niet in overeenstemming met de inhoud daarvan.

De tekst van de toezegging luidt: “De afschermende groengordel rond het bedrijventerrein zal fasegewijs worden aangelegd. Zodra begonnen wordt met uitgifte van het noordelijke gedeelte van het terrein, zal ook de aansluitende groengordel worden aangelegd.” Hierin staat niet dat rondom het bedrijventerrein, dus ook aan de zijde van [adres] , een zodanige groengordel wordt aangelegd dat het bedrijventerrein vanaf die weg volledig aan het zicht wordt onttrokken.

Evenmin is aannemelijk dat partijen dit hebben bedoeld af te spreken of dat het Dierenpension redelijkerwijs mocht verwachten dat dit was afgesproken. Het Dierenpension is steeds op de hoogte geweest van de wijze van invulling van de zone tussen het bedrijventerrein en [adres] . In het bij het Dierenpension van aanvang af bekende voorontwerp van het bestemmingsplan staat al dat een open zone van minimaal 50 meter tussen [adres] en het bedrijventerrein aanwezig blijft en dat deze zal worden ingericht, overeenkomstig de bestaande beeldkarakteristiek van de omgeving: verspreid diverse boselementen en kreekrestanten. Tijdens de hoorzitting heeft het Dierenpension op dit punt geen vragen gesteld, zoals blijkt uit het door de gemeente aangehaalde en overgelegde verslag daarvan. Het bezwaar van het Dierenpension tegen het ontwerpbestemmingsplan heeft geleid tot een gesprek met de gemeente op 17 april 1998, waarin de afspraken zijn gemaakt, waarop het Dierenpension haar vorderingen baseert. Deze vat het Dierenpension in haar brief 20 april 1998 zelf samen in onder meer: de voorziene waterpartij en de groengordel aan [adres] .

4.4.

Op de voorziene manier is de zone tussen [adres] en het bedrijventerrein ingericht. Er zijn, zoals ook blijkt uit de foto’s die zijn overgelegd en ter comparitie getoond, groepjes knotwilgen en poelen water aangelegd. De noordzijde van het bedrijventerrein is dus voorzien van een groengordel zoals tussen partijen was afgesproken.

4.5.

Aan de noord-noordwestzijde is – naar onweersproken vaststaat – op aangeven van het Dierenpension zelf, een begroeide geluidswal aangelegd. Deze sluit aan op de aan de westkant verder aangelegde, niet in geschil zijnde, groengordel bestaande uit rijen bomen.

4.6.

De conclusie is daarom dat de gemeente haar verplichting, neergelegd in de brief van 21 april 1998 is nagekomen en ingestelde vorderingen moeten worden afgewezen.

4.7.

Het Dierenpension zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten van de gemeente worden tot dusver begroot op:

  • -

    griffierecht € 608,00

  • -

    salaris advocaat € 904,00 (2 punten tarief II à € 452,00)

totaal € 1.512,00

De door de gemeente hierover gevorderde wettelijke rente zal worden toegewezen met ingang van de 15e dag na dagtekening van dit vonnis. De nakosten zullen worden toegewezen als volgt.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst de vorderingen af;

5.2.

veroordeelt het Dierenpension tot betaling aan de gemeente van de proceskosten ad
€ 1.512,00, vermeerderd met de wettelijke rente daarover met ingang van de 15e dag na dagtekening van dit vonnis;

5.3.

veroordeelt het Dierenpension tot betaling aan de gemeente van de nakosten ad
€ 131,00 en, indien en voorzover hij niet binnen 14 dagen na dagtekening van dit vonnis daaraan heeft voldaan, vermeerderd met € 68,00 wegens betekeningskosten;

5.4.

verklaart dit vonnis met betrekking tot 5.2 en 5.3 uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.K. van der Lende-Mulder Smit en in het openbaar uitgesproken op 24 juni 2015.