Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2015:8588

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
31-12-2015
Datum publicatie
03-01-2018
Zaaknummer
AWB - 15 _ 1046
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSHE:2017:1626, Meerdere afhandelingswijzen
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Deze uitspraak wordt gepubliceerd op verzoek. De rechtbank had de uitspraak niet voor publicatie geselecteerd. Om die reden is er geen samenvatting.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Belastingrecht, enkelvoudige kamer

Locatie: Breda

Zaaknummers BRE 15/1046 tot en met 15/1050

uitspraak van 31 december 2015

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 27d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in het geding tussen

[belanghebbende] , wonende te [plaats] ,

belanghebbende,

en

de inspecteur van de Belastingdienst,

de inspecteur.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van de inspecteur van 6 januari 2015 op het bezwaar van belanghebbende tegen de aan hem afgegeven informatiebeschikking met betrekking tot de inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen (hierna: IB/PVV) over de jaren 2009 tot en met 2012 en de omzetbelasting over de periode van 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013, als bedoeld in artikel 52a, eerste lid, van de AWR.

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 december 2015. Aldaar zijn verschenen en gehoord, namens de inspecteur, [inspecteur 1] en [inspecteur 2] . Belanghebbende is, zonder kennisgeving daarvan, niet verschenen.

Belanghebbende is door de griffier bij aangetekende brief, verzonden op 11 november 2015 naar het adres [adres] , [postcode] te [plaats] , onder vermelding van datum, plaats en tijdstip, uitgenodigd om op de zitting te verschijnen. Belanghebbende is, zonder kennisgeving daarvan aan de rechtbank, niet verschenen. Nu uit informatie van PostNL is gebleken dat de brief op 12 november 2015 op het adres van belanghebbende is afgeleverd, is de rechtbank van oordeel dat de uitnodiging om op de zitting te verschijnen op juiste wijze en tijdig op het juiste adres is aangeboden.

1 Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

2 Gronden

2.1.

Belanghebbende drijft sinds 2009 een onderneming in de vorm van een eenmanszaak, onder de naam [X] . De bedrijfsactiviteiten bestaan uit het in- en verkopen van handtassen en kleding. Medio 2013 heeft belanghebbende deze activiteiten gestaakt en is de handelsnaam van de onderneming gewijzigd in [Y] . De bedrijfsactiviteiten bestonden vanaf toen uit de handel in schoonmaakartikelen.

2.2.

Bij belanghebbende is een boekenonderzoek ingesteld naar de aanvaardbaarheid van de aangiften inkomstenbelasting 2009 tot en met 2013 en de aangiften omzetbelasting over de periode 1 januari 2009 tot en met 31 december 2013. Tijdens het onderzoek heeft belanghebbende verklaard dat hij wegens persoonlijke omstandigheden de volledige administratie heeft vernietigd en dat hij geen back-up heeft gemaakt. Belanghebbende is op 24 april 2014 in de gelegenheid gesteld om de administratie te reproduceren. Van die mogelijkheid heeft belanghebbende geen gebruik gemaakt.

2.3.

Met dagtekening 10 juni 2014 heeft de inspecteur de onderhavige informatiebeschikking genomen wegens het niet voldoen aan de administratieplicht van artikel 52 van de AWR. Belanghebbende heeft daartegen bezwaar gemaakt. Op 14 oktober 2014 heeft een hoorgesprek plaatsgevonden. Bij uitspraken op bezwaar van 6 januari 2015 heeft de inspecteur het bezwaar tegen de informatiebeschikking IB/PVV 2012 gegrond verklaard en de overige bezwaren ongegrond verklaard.

2.4.

In geschil is of de informatiebeschikkingen terecht zijn genomen.

2.5.

Artikel 52a, eerste lid, van de AWR bepaalt onder meer dat indien met betrekking tot een op te leggen navorderings- of naheffingsaanslag of een te nemen beschikking niet of niet volledig wordt voldaan aan de verplichtingen ingevolge de artikelen 47, 49, 52 van die wet, en, voor zover het verplichtingen van administratieplichtigen betreft ten behoeve van de heffing van de belasting waarvan de inhouding aan hen is opgedragen, aan de verplichtingen ingevolge artikel 53, eerste, tweede en derde lid van de AWR, de inspecteur dit kan vaststellen bij een voor bezwaar vatbare beschikking (informatiebeschikking).

2.6.

Artikel 52, eerste lid, van de AWR bepaalt, voor zover hier van belang, dat administratieplichtigen gehouden zijn van hun vermogenstoestand en van alles betreffende hun bedrijf, naar de eisen van dat bedrijf, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde hun rechten en verplichtingen alsmede de voor de heffing van belasting overigens van belang zijnde gegevens hieruit duidelijk blijken. Op grond van artikel 52, vierde lid, van de AWR, zijn, voor zover hier van belang, administratieplichtigen verplicht gegevensdragers gedurende zeven jaar te bewaren.

2.7.

Vast staat dat belanghebbende de administratie en de daaraan ten grondslag liggende stukken heeft vernietigd. De rechtbank oordeelt dat belanghebbende daardoor niet aan de administratieverplichting van artikel 52 van de AWR heeft voldaan. De informatiebeschikking is daarom terecht genomen en de uitspraak op bezwaar is juist. Al hetgeen belanghebbende verder heeft gesteld doet daar niet aan af. De rechtbank acht het in dit geval, gezien de aard van de tekortkomingen, niet zinvol om belanghebbende een herstelmogelijkheid te bieden.

2.8.

Gelet op het vorenstaande is het beroep ongegrond verklaard.

2.9.

De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Deze uitspraak is gedaan op 31 december 2015 door mr. C.A.F.M. Stassen, rechter, en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. L. Arts, griffier.

De griffier, De rechter,

Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583,

5201 CZ ’s-Hertogenbosch.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.

Voor burgers is het mogelijk hoger beroep digitaal in te stellen. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de formulieren op Rechtspraak.nl / Digitaal loket bestuursrecht.