Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2015:8581

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
25-11-2015
Datum publicatie
15-03-2016
Zaaknummer
C/02/294996 / HA ZA 15-111
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Toepasselijkheid algemene voorwaarden. Offerte bevat geen verwijzing naar algemene voorwaarden, deze zijn dan ook niet van toepassing. Het al dan niet ter hand stellen is dan niet meer van belang.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR 2016/755
Prg. 2016/120

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Handelsrecht

Middelburg

zaaknummer / rolnummer: C/02/294996 / HA ZA 15-111

Vonnis van 25 november 2015

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HELMONS FINANCE & CONCULTANCY B.V.,

gevestigd te Bergen op Zoom,

eiseres,

advocaat mr. C.N. Reijns te Middelburg,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te [woonplaats] ,

gedaagde,

advocaat mr. D.J. Rijnbout te Houten.

Partijen zullen hierna Helmons en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 15 april 2015

  • -

    het proces-verbaal van comparitie van 6 juli 2015

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten

2.1.

Tussen partijen is op 15 december 2008 een overeenkomst van opdracht gesloten middels aanvaarding door [gedaagde] van de offerte d.d. 2 december 2008 van Helmons. Deze overeenkomst luidt, voor zover van belang, als volgt:

“De werkzaamheden welke Helmons Finance & Consultancy uitvoert voor uw cliënten bestaan uit:

  • -

    Administratie opzetten en uitvoeren

  • -

    Jaarrapportage

  • -

    Fiscale aangiften

(…)

- Overige werkzaamheden

(…)

De werkzaamheden zoals hierboven omschreven zullen € 900,- per jaar per cliënt (€ 75,- per maand per cliënt) bedragen. (…)”

2.2.

[gedaagde] heeft sinds eind 2013 een aantal facturen van Helmons, tot een totaalbedrag van € 31.174,25, onbetaald gelaten ondanks aanmaning en sommatie.

3 Het geschil

3.1.

Helmons vordert - samengevat en na wijziging van eis - veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 32.760,86, vermeerderd met wettelijke (handels)rente over de hoofdsom bedragende € 31.174,25 en (buitengerechtelijke)kosten ad € 11.738,44 + PM, althans de buitengerechtelijke kosten conform de Staffel BIK ad € 1.086,74, vermeerderd met wettelijke rente.

De gevorderde hoofdsom betreft onbetaalde facturen. Helmons stelt, onder verwijzing naar haar algemene voorwaarden en de tekst op de facturen, dat de betalingstermijn daarvan 14 dagen bedraagt, zodat de betreffende bedragen inmiddels opeisbaar zijn.

Helmons stelt dat geen sprake is van door haar gemaakte fouten in de aangiften en/of jaarrekeningen op grond waarvan [gedaagde] gerechtigd zou zijn zijn betalingsverplichting op te schorten. Voorts verwijst zij naar het bepaalde in artikel 12.1 van de algemene voorwaarden, waarin verrekening is uitgesloten en naar artikel 12.3 op grond waarvan zij aanspraak maakt op de door haar gevorderde werkelijk gemaakte buitengerechtelijke kosten.

3.2.

[gedaagde] voert verweer. Hij stelt dat partijen geen fatale betalingstermijn zijn overeengekomen, zodat er geen sprake is van een opeisbare vordering. Voorts stelt [gedaagde] dat de door Helmons gezonden facturen door [gedaagde] betaald zouden worden wanneer uiteindelijk de zzp-ers hun factuur aan [gedaagde] zouden hebben betaald. Hij betwist de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van Helmons en doet subsidiair een beroep op vernietiging van de daarin opgenomen incassokostenbepaling op grond van het bepaalde in artikel 6:234 lid 1 jo 6:233 aanhef en sub b BW.

Voorts betwist hij dat de met de onderhavige facturen aan hem door Helmons in rekening gebrachte werkzaamheden (juist) zijn uitgevoerd, op grond waarvan hij gerechtigd stelt te zijn zijn betalingsverplichting op te schorten. Hij verwijst daarbij naar zijn productie 6.

4 De beoordeling

4.1.

[gedaagde] heeft zich niet verzet tegen de vermeerdering van eis door Helmons, zodat de rechtbank op de vermeerderde eis zal beslissen.

4.2.

Nu Helmons haar vordering voor wat betreft de buitengerechtelijke kosten baseert op de inhoud van haar algemene voorwaarden en de toepasselijkheid daarvan tussen partijen ter discussie staat, overweegt de rechtbank daaromtrent thans reeds het volgende. Algemene voorwaarden zijn van toepassing als zij deel uitmaken van het aanbod en door de wederpartij worden aanvaard. Krachtens artikel 6:232 BW is niet noodzakelijk dat de wederpartij ook kennis heeft genomen van de inhoud van de algemene voorwaarden. In casu is de overeenkomst tussen partijen op 15 december 2008 tot stand gekomen doordat [gedaagde] op die datum de offerte van Helmons heeft ondertekend. Nu deze offerte geen verwijzing naar toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van Helmons bevat, maken deze algemene voorwaarden geen deel uit van het aanbod en heeft [gedaagde] ze door het ondertekenen van die offerte niet kunnen aanvaarden. Gelet daarop kan niet worden geconcludeerd dat de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden van Helmons tussen partijen is overeengekomen. De vraag of deze algemene voorwaarden al dan niet aan [gedaagde] ter hand zijn gesteld in januari 2009 is gelet daarop niet relevant.

4.3.

De gevorderde hoofdsom van € 31.174,25 betreft onbetaalde facturen.

Uit de tekst van de overeenkomst volgt dat voor de door Helmons uitgevoerde werkzaamheden aan [gedaagde] een bedrag van € 75,-- (exclusief BTW) per maand per cliënt in rekening zal worden gebracht. Door Helmons is onweersproken gesteld dat de facturen waarvan thans betaling wordt gevorderd betreffende door haar verrichte werkzaamheden zonder protest zijn ontvangen en behouden door [gedaagde] . Voorts volgt uit de als productie 9 bij de dagvaarding overgelegde e-mailcorrespondentie tussen partijen in de periode van 25 juli 2014 tot en met 2 december 2014 dat [gedaagde] de verschuldigdheid van de facturen erkende, nu hij daarin toezegde te zullen betalen. Het verweer van [gedaagde] dat was overeengekomen dat hij Helmons pas zou betalen nadat betaling door de zzp-ers zou hebben plaatsgevonden gaat dan ook niet op.

Ook het verweer van [gedaagde] dat de werkzaamheden waarop de betreffende facturen zien onjuist zijn uitgevoerd of niet zijn verricht faalt bij gebrek aan enige onderbouwing. Door [gedaagde] is ter gelegenheid van de comparitie erkend dat nooit over het werk van Helmons is geklaagd. Uit het als productie 6 door hem overgelegde overzicht met zzp-ers, waarnaar hij verwijst, kan niet worden afgeleid dat Helmons achterliep met het werk. Voorts heeft [gedaagde] zelf gesteld dat hij slechts telefonisch klachten heeft ontvangen van zzp-ers en geen stukken ter beschikking heeft om het standpunt van de zzp-ers te verifiëren ter onderbouwing van zijn verweer. Zonder nadere toelichting c.q. onderbouwing, die ontbreekt, kan niet worden geconcludeerd dat, zoals [gedaagde] stelt, de werkzaamheden waarvan thans (middels de facturen) betaling wordt gevorderd niet dan wel ondeugdelijk zijn verricht door Helmons.

4.4.

Nu aan de hand van het vorenstaande kan worden geconcludeerd dat de vordering van Helmons opeisbaar is en geen van de door [gedaagde] opgeworpen verweren slaagt, is de gevorderde hoofdsom betreffende openstaande facturen tot een bedrag van € 31.174,25 toewijsbaar.

4.5.

Ten aanzien van de mede gevorderde wettelijke handelsrente overweegt de rechtbank het volgende. Als hoofdregel geldt dat deze rente verschuldigd is met ingang van de dag volgend op de dag die is overeengekomen als de uiterste dag van betaling. Weliswaar wordt op de facturen door Helmons eenzijdig een betalingstermijn van 14 dagen genoemd, maar dit betekent niet dat partijen wilsovereenstemming hebben bereikt dat deze termijn heeft te gelden als de uiterste termijn voor betaling als bedoeld in artikel 6:119a lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Evenmin is vast komen te staan op welke data [gedaagde] de facturen of de prestaties van Helmons heeft ontvangen, zodat de aanvangstermijn van de rente ook niet op de voet van artikel 6:119a lid 2 BW kan worden vastgesteld. De rechtbank zal de gevorderde handelsrente dan ook toewijzen vanaf de dag der dagvaarding.

4.6.

Gelet op hetgeen hiervoor onder 4.2. is overwogen zijn de mede gevorderde buitengerechtelijke kosten niet toewijsbaar op grond van de algemene voorwaarden, maar conform de staffel BIK tot een bedrag van € 1.086,74 zoals subsidiair door Helmons gevorderd. De mede gevorderde wettelijke rente, waartegen geen verweer is gevoerd, is toewijsbaar op na te melden wijze.

4.7.

[gedaagde] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Helmons worden begroot op:

- kosten dagvaarding 105,23

- griffierecht 1.909,00

- salaris advocaat 1.158,00 (2 punten × tarief € 579,00)

Totaal € 3.172,23

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Helmons van de hoofdsom ter hoogte van

€ 31.174,25, vermeerderd met de wettelijke handelsrente ex artikel 6:119a BW vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

5.2.

veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Helmons van de buitengerechtelijke kosten ad

€ 1.086,74, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf de dag der dagvaarding tot aan de dag der algehele voldoening;

5.3.

veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Helmons tot op heden begroot op € 3.172,23 ;

5.4.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.5.

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.K. van der Lende-Mulder Smit en in het openbaar uitgesproken op 25 november 2015.1

1 type: aij coll: