Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2015:8580

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
24-12-2015
Datum publicatie
05-01-2016
Zaaknummer
02/688224-14
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

bedrijfsongeval, hijsen last zonder beveiligingsnet, dood door schuld, werkstraf

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Middelburg

parketnummer: 02/688224-14

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 24 december 2015

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1955 te [geboorteplaats] ,

wonende te [woonplaats] , [adres] ,

raadsman mr. J.G. Hage, advocaat te Terneuzen.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 10 december 2015, waarbij de officier van justitie mr. R.C.P Rammeloo en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. Aan verdachte is, met inachtneming hiervan, ten laste gelegd dat

hij op of omstreeks 25 november 2013 te Axel, gemeente Terneuzen, als

machinist van een mobiele torenkraan, grovelijk, althans aanmerkelijk

onvoorzichtig en/of onachtzaam en/of nalatig tijdens/bij het hijsen en/of

verplaatsen van een last bestaande uit zes kalkzandsteenblokken in een

stenenklem, geen gebruik heeft gemaakt van het beveiligingsnet dat aan de

stenenklem bevestigd zat

en/of

een hijsbeweging heeft gemaakt waarbij de last boven een persoon werd gehesen,

en/of waarna een kalkzandsteenblok is gevallen op [slachtoffer] ,

waardoor het aan zijn schuld te wijten is geweest dat [slachtoffer] zodanig

letsel, te weten hoofdletsel en/of zwaar inwendig borstletsel, heeft bekomen,

dat deze aan de gevolgen daarvan is overleden.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit, nu het niet hanteren van de veiligheidsvoorschriften van wezenlijke betekenis is geweest voor het ontstaan van het ongeluk. Verdachte wist dat hij bij hijsen van last het beveiligingsnet moest gebruiken, maar heeft dit achterwege gelaten. Bovendien heeft hij de last boven de verdiepingsvloer gehesen waar personen aan het werk waren zonder hen voorafgaand instructies te geven. Verdachte moest anders handelen en kon dat ook. Daardoor heeft hij aanmerkelijke schuld aan het ongeval.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich voor wat betreft het eerste gedeelte van de tenlastelegging, het hijsen van last zonder beveiligingsnet, gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Voor wat betreft het tweede gedeelte, het hijsen van een last boven een persoon, ontbreekt het bewijs. Getuige [getuige 1] heeft, net als verdachte, verklaard dat de last stil hing waarna het slachtoffer zich er onder heeft begeven.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Op 25 november 2013 heeft in Axel, gemeente Terneuzen, een bedrijfsongeval plaatsgevonden waarbij [slachtoffer] zodanig letsel heeft opgelopen, te weten hoofdletsel en inwendig borstletsel, dat hij daaraan ter plaatse is komen te overlijden.1 [slachtoffer] was ten tijde van het ongeval in de functie van lijm-metselaar van [naam bedrijf 3] op de bouwplaats werkzaam2 en was ten tijde van het ongeval bezig met het verrichten van werkzaamheden op de verdiepingsvloer.

Verbalisanten van de politie zagen bij aankomst op de bouwplaats een man op een steiger liggen ter hoogte van de eerste verdieping van een in aanbouw zijnde woning. Het hoofd van de man was bebloed en hij had veel bloed verloren. Naar aanleiding van de melding van het ongeval zijn twee arbeidsinspecteurs van de Inspectie SZW ter plaatse gegaan voor onderzoek. Uit het onderzoek is het volgende gebleken. Zij zagen dat op de bouwplaats werkzaamheden werden verricht omvattende de nieuwbouw van een vrijstaande woning.3 De werkzaamheden werden uitgevoerd door [naam bedrijf 1] die gebruik maakte van onderaannemers. [naam bedrijf 1] had op 25 november 2013 een mobiele torenkraan met machinist ingehuurd van [naam bedrijf 2] . Ten tijde van het ongeval werden door werknemers werkzaamheden verricht onder andere bestaande uit het aanslaan, hijsen en verplaatsen van een last met behulp van een mobiele torenkraan.4 De verbalisanten zagen op de bouwplaats een hijsmiddel staan, een zogenaamde stenenklem. Deze kan door middel van een hijsoog aan de haak van een kraan worden bevestigd. Tussen de twee klemmen stonden naast elkaar vijf kalkzandsteen lijmblokken op de grond met daartussen een opening. Aan één van de klemmen van de stenenklem was een groen kunststof net aangebracht, welke was opgerold. Het net kan onder de last door aan de andere klem worden vastgemaakt, zodat het tijdens het hijsen onder de last hangt. De functie van het net is het voorkomen van het uitvallen van de last. Op de steenklem was de tekst ‘bij hijsen > 1,50 m uitvalbeveiliging verplicht !!’ aangebracht.5 Het net als uitvalbeveiliging was tijdens het hijsen van de kalkzandsteenblokken niet gebruikt.

Over hetgeen op 25 november 2013 is gebeurd heeft [getuige 1] , als voorman/timmerman in dienst van [naam bedrijf 1] en werkzaam op de bouwlocatie, verklaard dat hij op het moment van het ongeval op de verdiepingsvloer van de in aanbouw zijnde woning aan het werk was. Het latere slachtoffer was in de andere hoek van de vloer bezig. Hij zag dat de kraan de klem met daarin de last boven de verdiepingsvloer draaide. De last hing volgens hem stil boven de vloer waar gelost moest worden op het moment van het ongeval. Hij zag vervolgens dat een blok uit de klem viel en dat dit blok op [slachtoffer] terecht kwam. Hij heeft verder verklaard dat er zonder net is gehesen. Dat het net niet is gebruikt bij het hijsen van de last wordt ook bevestigd door [getuige 2] .

[werknemer 1] , werkzaam bij [naam bedrijf 2] , heeft verklaard dat de kraanmachinist vanuit zijn expertise verantwoordelijk is voor alle hijsbewegingen. Hij moet aanwijzingen geven aan degene die de last aanslaan en hij bepaalt of de aangeslagen last wordt gehesen. Ook [werknemer 2] , hoofd kranen bij [naam bedrijf 2] , heeft verklaard dat de kraanmachinist verantwoordelijk is voor het gebruik van het beveiligingsnet om de stenenklem. Hij is ook degene die uiteindelijk bepaalt of er gehesen wordt.

Verdachte heeft het volgende verklaard. Hij is sinds 2007 als kraanmachinist in dienst van [naam bedrijf 2] Terneuzen. Hij was op 25 november 2013 als kraanmachinist op een mobiele torenkraan werkzaam op de bouwplaats te Axel. De werkzaamheden bestonden onder andere uit het met een stenenklem hijsen van kalkzandsteenblokken op de verdiepingsvloer van de in aanbouw zijnde woning. De klem werd door twee mannen op de grond over de blokken geplaatst. Hij communiceerde met hen via handgebaren. Voor het hijsen heeft verdachte met de lijmers gesproken over het gebruik van het net onder de stenenklem. Hij wilde het net gebruiken, maar daar werd niet op gereageerd.6 Het net is door de mannen beneden niet onder de klem gespannen. Verdachte heeft verklaard dat hij zonder net niet mag hijsen.7 Het latere slachtoffer stond op de verdiepingsvloer en wees waar de last moest komen. Verdachte heeft de last rustig en zonder onverhoedse bewegingen naar de plaats die werd aangewezen gestuurd. Toen de last stil hing, zag verdachte dat het latere slachtoffer onder de last door liep en er ook onder stil stond. Op dat moment zag hij een blok uit de klem glijden en op het slachtoffer terecht komen.8 Ter zitting heeft verdachte bevestigd dat hij de kalkzandsteenblokken heeft gehesen zonder gebruik te maken van het beveiligingsnet onder de last. Hij heeft met de werknemers op de grond wel gesproken over het gebruik van het net, maar als zij het niet willen gebruiken in verband met tijdsdruk hijst hij zonder net. Hij had het werk stil kunnen leggen om zijn werkgever te bellen, maar dat is niet gebruikelijk. Verder heeft verdachte verklaard dat hij de last niet over het slachtoffer heen heeft gedraaid. Het slachtoffer is er onder gaan staan om de vloer schoon te vegen alvorens verdachte de blokken op de vloer kon plaatsen.9

De rechtbank concludeert dat verdachte een last van zes kalkzandsteenblokken heeft gehesen zonder gebruik te maken van de onder de stenenklem aanwezige uitvalbescherming, te weten een beveiligingsnet, waarna één van de blokken uit de stenenklem is gevallen en op het slachtoffer terecht is gekomen, waardoor deze is overleden. Voor de rechtbank staat vast dat het noodlottige ongeval voorkomen had kunnen worden indien het beveiligingsnet was gebruikt. Dit is één van de veiligheidsvoorschriften die in acht moeten worden genomen en verdachte wist dat ook. Dat meerdere personen verweten kan worden dat zij het beveiligingsnet niet hebben bevestigd is in dit verband van ondergeschikt belang. Naar het oordeel van de rechtbank had verdachte, die verantwoordelijk was voor het hijsen, anders moeten en kunnen handelen en is sprake geweest van een aanmerkelijke mate van verwijtbare onvoorzichtigheid, onachtzaamheid en nalatigheid zijnerzijds. De rechtbank acht het aan verdachte ten laste gelegde feit (‘dood door schuld’) dan ook wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de last ook boven een persoon heeft gehesen nu, gelet op de verklaring van verdachte en de getuige [getuige 1] , niet kan worden uitgesloten dat het slachtoffer onder de stil hangende last is gaan staan. Zij zal verdachte dan ook van dat onderdeel van de tenlastelegging vrijspreken.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is de rechtbank van oordeel dat het feit wettig en overtuigend bewezen is zoals hierna onder 4.4 vermeld.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

hij op of omstreeks 25 november 2013 te Axel, gemeente Terneuzen, als

machinist van een mobiele torenkraan, grovelijk, althans aanmerkelijk

onvoorzichtig en/of onachtzaam en/of nalatig tijdens/bij het hijsen en/of

verplaatsen van een last bestaande uit zes kalkzandsteenblokken in een

stenenklem, geen gebruik heeft gemaakt van het beveiligingsnet dat aan de

stenenklem bevestigd zat

en/of

een hijsbeweging heeft gemaakt waarbij de last boven een persoon werd gehesen,

en/of waarna een kalkzandsteenblok is gevallen op [slachtoffer] ,

waardoor het aan zijn schuld te wijten is geweest dat [slachtoffer] zodanig

letsel, te weten hoofdletsel en/of zwaar inwendig borstletsel, heeft bekomen,

dat deze aan de gevolgen daarvan is overleden.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd aan verdachte op te leggen een werkstraf voor de duur van 200 uur, subsidiair te vervangen door 100 dagen hechtenis.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft bepleit bij de op te leggen straf rekening te houden met het blanco strafblad van verdachte, het feit dat hij zijn beroep al 40 jaar uitoefent zonder ongevallen alsook dat het niet alleen verdachte is aan te rekenen dat het slachtoffer is verongelukt. Er is sprake geweest van een keten van menselijke fouten.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Op 25 november 2013 heeft zich een tragisch en noodlottig ongeval voorgedaan bij de bouw van een woning te Axel. Een kalkzandsteenblok van rond de 200 kilo is tijdens het hijsen losgeraakt uit een steenklem en op het slachtoffer, die op de verdiepingsvloer van de in aanbouw zijnde woning zijn werkzaamheden aan het uitvoeren was, terecht gekomen. Het slachtoffer is ter plaatse overleden aan zijn opgelopen letsel. Dit bedrijfsongeval had voorkomen kunnen worden als verdachte de nodige veiligheidsmaatregelen in acht had genomen, te weten het (laten) bevestigen van het beveiligingsnet onder de last als beveiliging tegen uitvallen van last bij de hijsbeweging, of had afgezien van het hijsen van de last, omdat medewerkers op de grond weigerden het beveiligingsnet te bevestigen.

De gevolgen hiervan zijn enorm ingrijpend. Het leed dat de dood van het slachtoffer in zijn omgeving, bij de nabestaanden en in het bijzonder bij zijn dochter, heeft veroorzaakt is groot en onomkeerbaar. Niet alleen voor de nabestaanden van het slachtoffer, maar ook voor verdachte, die nog dagelijks dit fatale ongeluk met zich meedraagt.

Verdachte droeg, als kraanmachinist op een bouwplaats, tijdens het hijsen van een last een verantwoordelijkheid voor de veiligheid van personen die zich op die bouwplaats bevonden. Deze verantwoordelijkheid kwam tot uitdrukking in de veiligheidsvoorschriften, waaronder het spannen van een beveiligingsnet onder de last bij een hijsbeweging. Verdachte heeft die maatregel niet genomen. Er is, zo is op basis van de stukken wel aannemelijk, sprake van een keten van menselijke fouten, waardoor ook andere werknemers op de bouwplaats een verwijt treft, maar dat ontslaat verdachte niet van zijn verantwoordelijkheid.

Verdachte is blijkens het uittreksel uit het justitieel documentatieregister niet eerder met politie en/of justitie in aanraking geweest.

De rechtbank is van oordeel dat een werkstraf een passende sanctie is. Bij de strafoplegging betrekt de rechtbank, naast bovenstaande, in het voordeel van verdachte dat er reeds twee jaar zijn verstreken sinds het ongeval heeft plaats gevonden alsook dat hij, na het feit, van het begin af aan zijn verantwoordelijkheid heeft genomen, terwijl hij, zo lijkt het op basis van de ter zitting gegeven toelichting door verdachte en de vaststelling dat ter zitting geen vertegenwoordiger van zijn werkgever aanwezig was, van zijn werkgever weinig tot geen steun heeft ontvangen in de nasleep van dit ongeluk. De rechtbank is van oordeel dat de aan verdachte op te leggen werkstraf aanzienlijk lager dient te zijn dan door de officier van justitie is gevorderd. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een werkstraf van 100 uur passend is.

7 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 22c, 22d en 307 van het Wetboek van Strafrecht.

8 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:

Aan zijn schuld de dood van een ander te wijten zijn;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 100 (honderd) uren;

- beveelt dat indien verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 50 (vijftig) dagen.

Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Josten, voorzitter, mr. K.M. de Jager en
mr. G.H. Nomes, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.P.M. Philipsen, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 24 december 2015.

1 Het proces-verbaal van bevindingen, pagina 1 van bijlage 3 bij het proces-verbaal van de inspectie SZW met kenmerk 411302019 en het geschrift, te weten een "Verslag betreffende een niet-natuurlijke dood" van de lijkschouwer, pagina 8 van bijlage 3 bij het proces-verbaal van de inspectie SZW met kenmerk 411302019.

2 Het proces-verbaal van de Inspectie SZW met kenmerk 411302019, pagina 6 van 21.

3 Het proces-verbaal van de Inspectie SZW met kenmerk 411302019, pagina 2 van 21.

4 Het proces-verbaal van de Inspectie SZW met kenmerk 411302019, pagina 2 van 21.

5 Het proces-verbaal van de Inspectie SZW met kenmerk 411302019, pagina 5 en 15 van 21.

6 Het proces-verbaal verhoor verdachte, pagina 2 van bijlage 46 bij het proces-verbaal van de Inspectie SZW met kenmerk 411302019.

7 Het proces-verbaal verhoor verdachte (als getuige), pagina 5 van bijlag 3 bij het proces-verbaal van de inspectie SZW met kenmerk 411302019.

8 Het proces-verbaal verhoor verdachte (als getuige), pagina 2 en 3 van bijlage 44 bij het proces-verbaal van de inspectie SZW met kenmerk 411302019.

9 De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 10 december 2015.