Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2015:855

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
11-02-2015
Datum publicatie
28-04-2015
Zaaknummer
C-12-79797 - HA ZA 11-347
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geschil over een rekening van een restaurateur van een Rolls Royce uit 1928. Rechtbank beoordeelt het aantal bestede uren. Betreft bijzondere en kostbare auto-klassieker. Geen prijsafspraak gemaakt door redelijk aantal uren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Handelsrecht


Middelburg

zaaknummer / rolnummer: C/12/79797 / HA ZA 11-347

Vonnis van 11 februari 2015

in de zaak van

[eiser] ,

wonende te [woonplaats],

eiser in conventie,

verweerder in reconventie,

advocaat mr. J.A.J. Hendriks te ‘s Gravenzande,

tegen

[gedaagde] ,

wonende te[woonplaats],

gedaagde in conventie,

eiser in reconventie,

advocaat mr. J.C. van den Doel te Zierikzee.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    het tussenvonnis van 5 februari 2014

  • -

    het proces-verbaal van getuigenverhoor van 28 april 2014

  • -

    de conclusie na getuigenverhoor

  • -

    de antwoordconclusie na getuigenverhoor.

  • -

    de akte van [eiser]

2 De verdere beoordeling

in conventie en in reconventie

2.1.

Dit vonnis wordt gewezen door een andere rechter dan de rechter die het getuigenverhoor heeft gedaan omdat laatst genoemde langdurig afwezig is.

2.2.

De eerste stelling van [eiser] is dat hij met [gedaagde] een vaste prijsafspraak heeft gemaakt. [gedaagde] heeft deze stelling betwist. [eiser] heeft ter onderbouwing van zijn stelling alleen een door hemzelf opgestelde notitie overgelegd. Tegenover de betwisting door [gedaagde] is dit onvoldoende om de stelling voor juist aan te nemen. Daarbij komt dat het verweer van [gedaagde] aannemelijk is. Het ging om de restauratie van een motor in een Rolls Royce uit 1929, welke motor op dat moment nog niet was opengemaakt zodat nog niet bekend kon zijn welke werkzaamheden moesten worden verricht. Ook het betaalgedrag van [eiser] sluit niet aan op zijn stelling. Hij heeft zonder protest meer betaald dan volgens hem was afgesproken. De rechtbank verwerpt dus de stelling van [eiser] dat er een vaste prijs is afgesproken.

2.3.

Het staat vast dat [eiser] aan [gedaagde] opdracht heeft gegeven de motor van de Rolls Royce te reviseren. Omdat met uitzondering van het uurloon, geen precieze afspraken over de kosten zijn gemaakt, is [eiser] een redelijke vergoeding verschuldigd.
De rechtbank heeft op verzoek van [eiser] bij beschikking van 6 december 2011 twee deskundigen benoemd aan wie verzocht is te onderzoeken of de revisiewerkzaamheden deugdelijk zijn uitgevoerd conform hetgeen is overeengekomen en conform hetgeen [eiser] redelijkerwijs mocht verwachten. Het rapport dat de deskundigen hebben opgemaakt, is in deze procedure ingebracht.
De deskundigen concluderen dat de revisiewerkzaamheden “voor zover optisch na te gaan” correct zijn uitgevoerd. Zij twijfelen niet aan de deskundigheid van [gedaagde]. Het tegendeel is door [eiser] ook niet gesteld, noch is dit gebleken zodat ook de rechtbank ervan uit gaat dat de werkzaamheden correct zijn uitgevoerd.

2.4.

Het geschil tussen partijen gaat dus om het in rekening gebrachte bedrag. De deskundigen hebben daarover in hun rapport opgemerkt dat bij navraag is gebleken dat een dergelijke revisie ongeveer €27.000,00 inclusief BTW mag kosten. Dit bedrag is opgebouwd uit €8.000 uurloon, €13.000,00 materiaal, €5.000,00 werk derden en €1.000,00 algemene kosten.
De deskundigen hebben hun oordeel mede gebaseerd op de constatering dat geen “stepped” bussen zijn gemonteerd en dat geen nieuwe lagers (hoofd- en drijfstanglagers) bij de krukas zijn gemonteerd.

2.5.

Daarop is [gedaagde] in het vonnis van 5 februari 2014 toegelaten te bewijzen dat “stepped” cilinderbussen zijn gemonteerd en dat nieuwe lagers (hoofd- en drijfstanglagers) bij de krukas zijn gemonteerd.

[gedaagde] heeft zichzelf als getuige doen horen. Zijn verklaring als partijgetuige kan alleen bewijs in zijn voordeel opleveren indien aanvullende bewijzen voorhanden zijn die zodanig sterk zijn en zodanig essentiële punten betreffen, dat zij de partijverklaring voldoende geloofwaardig maken.
heeft verklaard overeenkomstig de bewijsopdracht. Daarbij is duidelijk geworden dat gewone cilinderbussen zijn ingekocht die “stepped” zijn gemaakt.

De verklaring van [gedaagde] wordt ondersteund door de getuige [getuige 1]. Deze getuige heeft meegewerkt aan het restaureren van de motor van de Phantom. Hij verklaart voor zover van belang: “De heer [gedaagde] heeft mij op enig moment het motorblok en de krukas en het cartergedeelte waarin de krukas loopt, aangeleverd. Er moesten bussen in het blok gemonteerd worden. Voor zover ik mij kan herinneren heeft hij de bussen ook aangeleverd. Het motorblok had slijtage waardoor de speling van de zuiger ten opzichte van de cilinderboring te groot was. Ik heb vervolgens het blok uitgeboord om de cilinderbussen te plaatsen in het blok. Vervolgens heb ik het blok groter geboord. Vervolgens heb ik bussen met een kraag geplaatst. Vervolgens heb ik die bus afgewerkt om de zuiger te kunnen plaatsen. Het plaatsen van de kraag wordt ook het stepped genoemd.”…”Ik heb dus stepped cilinderbussen gemonteerd”.
“Ik heb originele oude lagers gedemonteerd en vervolgens opnieuw ingegoten en weer teruggeplaatst. Die zijn vervolgens met een proces van lijnboring aangepast aan de afmeting van de krukas. Het komt erop neer dat de oude lagers vernieuwd zijn.”.

Er is geen tegenbewijs geleverd. De rechtbank is dan ook van oordeel dat [gedaagde] is geslaagd in het leveren van het bewijs.

2.6.

[gedaagde] heeft van zijn werkzaamheden aan de motor foto’s gemaakt en een agenda bijgehouden. Deze zijn ook in het geding gebracht. De ongevraagde schatting door de deskundigen – het verzoek was alleen de kwaliteit van het werk te beoordelen – is niet gegeven aan de hand van deze door [gedaagde] bijgehouden informatie en hebben dus maar een beperkte waarde. Het door hen genoemde bedrag is dan ook alleen een indicatie van de kosten.
Het totaal van de rekeningen van [gedaagde] bedraagt €80.109,37. Van dit bedrag vordert [gedaagde] nog €33.333,37 welk bedrag voornamelijk bestaat uit in rekening gebrachte uren.
2.7. [gedaagde] heeft €25.013,93 aan materialen in rekening gebracht. De deskundigen komen tot een schatting van €13.000,00 zonder te motiveren welke materialen dan ten onrechte of tegen een te hoge prijs in rekening zijn gebracht. Een uitzondering betreft de “stepped” cilinderbussen en de krukas waarover de rechtbank hierboven heeft geoordeeld en die dus ten onrechte niet door de deskundigen in de berekening zijn meegenomen.

[gedaagde] heeft dus recht op betaling van €25.013,93.
Ten behoeve van de werkzaamheden heeft [gedaagde] derden ingeschakeld. Deze hebben totaal €21.270,60 in rekening gebracht. [gedaagde] heeft recht op betaling van dit bedrag.

2.8.

[gedaagde] stelt 647 uren aan de revisie met bijkomende werkzaamheden te hebben besteed. Dit wordt door [eiser] betwist. De rechtbank zal in redelijkheid het aantal door [gedaagde] in rekening te brengen uren bepalen. Zij neemt daarbij het volgende in aanmerking.
De revisie heeft plaatsgevonden over een periode van ruim twee en een half jaar (januari 2008 tot en met half oktober 2010). Gedurende die tijd is niet voortdurend aan de motor gewerkt. [gedaagde] heeft een administratie bijgehouden van de uitgevoerde werkzaamheden. Het betrof de restauratie van een Rolls Royce automotor uit 1928, waarbij veel te vervangen onderdelen opnieuw moesten worden gemaakt. Uit de door [gedaagde] overgelegde werkomschrijving, waarvan de omvang niet is betwist, blijkt van de uitgebreidheid van de werkzaamheden. Het betreft hoog gespecialiseerd werk dat speciale aandacht vraagt voor iedere individuele motor en dat niet routinematig kan worden afgedaan. Hier staat tegenover dat de in rekening gebrachte 647 uren neerkomen op vier maanden onafgebroken werk wat erg veel lijkt. Verder zijn sommige werkzaamheden door derden uitgevoerd en ook apart in rekening gebracht, waardoor het uiteindelijk aan de auto bestede aantal uren nog hoger is. Ook door [gedaagde] zelf in het geding gebrachte schattingen komen niet aan het door hem in rekening gebrachte bedrag. Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat [gedaagde] in redelijkheid recht heeft op drie kwart van de in rekening gebrachte uren. Zijn vordering wordt dan verminderd met 161 uren maal €65,00 plus 19% BTW is €12.453,35.

2.9.

Het bovenstaande heeft tot gevolg dat de vorderingen van [eiser] worden afgewezen en dat de vordering van [gedaagde] van per saldo €33.333,37 wordt verminderd tot €20.880,02.

2.10.

De vordering van [gedaagde] tot betaling van buitengerechtelijke kosten wordt afgewezen. Deze vordering is gebaseerd op de algemene voorwaarden van [gedaagde]. Gesteld noch gebleken is dat deze voorwaarden ter hand zijn gesteld en onderdeel uitmaakten van de overeenkomst die tussen partijen is gesloten. Hetzelfde geldt voor de gevorderde 2% rente. Toewijsbaar is de wettelijke rente vanaf zeven dagen na sommatie en dus vanaf 24 december 2010. Eveneens is toewijsbaar de vordering tot betaling van nakosten.

2.11.

[eiser] wordt in het ongelijk gesteld en zal worden veroordeeld in de proceskosten van de conventie en de reconventie. Deze kosten worden begroot op in conventie: €2.536,00 (griffierecht €260,00, salaris advocaat €569,00 maal 4 is €2.276,00) en in reconventie €1.138,00 voor salaris advocaat.

3 De beslissing

De rechtbank

in conventie

wijst de vorderingen af

veroordeelt [eiser] in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] gevallen zijnde €2.536,00;


in reconventie:

veroordeelt [eiser] aan [gedaagde] te betalen €20.880,02 vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 december 2010 tot aan de dag der betaling;

veroordeelt [eiser] in de proceskosten aan de zijde van [gedaagde] gevallen zijnde €1.138,00;

in conventie en in reconventie

veroordeelt [eiser] in de nakosten van €131,00 verhoogd met €68,00 indien betekening van het vonnis plaatsvindt, beide bedragen vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag dat [eiser] in aangezegd de nakosten te betalen;

verklaart dit vonnis voor wat betreft de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.A. Witsiers en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2015.