Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2015:8463

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
05-08-2015
Datum publicatie
14-03-2016
Zaaknummer
C/02/295380 / HA ZA 15-130
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Technische Omschrijving 2014 met arbitraal beding niet van toepassing omdat die werkt naar de verkrijger en niet naar de opdrachtgever zoals gedaagde.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NTHR 2016, afl. 3, p. 192
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Handelsrecht


Middelburg

zaaknummer / rolnummer: C/02/295380 / HA ZA 15-130

Vonnis in incident 26 van augustus 2015

in de zaak van

1 [eiser sub 1] ,

wonende te [woonplaats] ,

2. [eiser sub 2],

wonende te [woonplaats] ,

eisers in de hoofdzaak,

verweerders in het incident,

advocaat mr. L.J. Krijgsman te Enter,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

BOUWBEDRIJF BOOGERT B.V.,

gevestigd te Oosterland,

gedaagde in de hoofdzaak,

eiseres in het incident,

advocaat mr. W.H. Lindhout te Bergen op Zoom.

Partijen zullen hierna [eisers] en Boogert worden genoemd.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding

  • -

    de incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid

  • -

    de conclusie van antwoord in het incident

  • -

    akte met reactie op productie 7

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2 De feiten in het incident

2.1.

[eisers] vordert in de hoofdzaak – kort gezegd – dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad Boogert veroordeelt tot betaling van € 40.208,68 aan hoofdsom en € 1.424,82 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met rente en de kosten voor het leggen van conservatoir beslag. [eisers] legt aan zijn vordering ten grondslag nakoming van de overeenkomst tot gezamenlijke realisatie van 10 koopwoningen –verder de overeenkomst –.

3 Het geschil in het incident

3.1.

Boogert vordert dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart. Zij voert daartoe aan dat tussen partijen een overeenkomst tot gezamenlijke realisatie van 10 koopwoningen tot stand is gekomen waarvan onderdeel uitmaakt de Technische Omschrijving d.d. 13 februari 2011 en dat via doorverwijzing daarin naar de “ STABU Standaard 2007” en daarin vervolgens naar de Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitwerken 1989 (verder te noemen UAV 1989) de Raad van Arbitrage voor de bouw bevoegd is om kennis te nemen van het geschil. Naar aanleiding van het verweer van [eisers] erkent Boogert dat niet de Technische Omschrijving d.d. 13 februari 2011, maar de Technische Omschrijving d.d. 30 januari 2014 –verder de Technische Omschrijving 2014– onderdeel van de overeenkomst uitmaakt. Ook op grond van de Technische Omschrijving 2014 is volgens Boogert de Raad van Arbitrage voor de Bouw bevoegd, omdat ingevolge artikel 1 onverkort de bepalingen uit de Garantie- en waarborgregeling en de Modelovereenkomst zoals gehanteerd en voorgeschreven door Woningborg gelden. In artikel 16 van de Garantie- en Waarborgregeling en in artikel 16 van de Modelovereenkomst is een arbitraal beding opgenomen op grond waarvan geschillen worden beslecht door de Raad van Arbitrage voor de Bouw. Niet is sprake van verscheidenheid van Algemene Voorwaarden op grond waarvan aangenomen zou moeten worden dat geen algemene voorwaarden van toepassing zouden zijn. Het door [eisers] ter onderbouwing van zijn stelling aangehaalde arrest dat daarvan in het onderhavige geval sprake zou zijn is niet van toepassing. Boogert voert voorts aan dat in het bestek, bijlage 3 bij de Exploitatieovereenkomst Lijnzaad Burgh-Haamstede, welke overeenkomst ziet op de aanleg van het openbaar gebied, het andere deel van de werkzaamheden uit de overeenkomst, verwijst naar de Standaard RAW bepalingen 2005 die ook naar de UAV 1989 verwijzen. Boogert beroept zich subsidiair op het principe van snelle toepasselijkheid van algemene voorwaarden op grond van artikel 6:232 BW. Voor de vraag of algemene voorwaarden van toepassing zijn, zijn mede van belang de regels van aanbod en aanvaarding als bedoeld in artikel 6:217 BW, zoals deze moeten worden begrepen in het licht van de wilsvertrouwensleer. [eisers] heeft de algemene voorwaarden aangeboden en Boogert heeft ze aanvaard. Boogert stelt voorts dat sprake is van professionele partijen en dat [eisers] professionele partijen heeft ingeschakeld in het voortraject van de ontwikkeling.

3.2.

[eisers] betwist dat de UAV 1989 zijn overeengekomen. Hij stelt daartoe dat de bijlagen 1 tot en met 5 van de overeenkomst, waaronder de Technische Omschrijving 2014 en de Exploitatieovereenkomst, met als bijlage 3 het bestek, niet de rechtsverhoudingen tussen partijen bepalen, nu deze niet zijn aan te merken als een overeenkomst tussen partijen.

De rechtsverhouding wordt bepaald door de getekende overeenkomst en daarin is niets over arbitrage bepaald. [eisers] voert subsidiair aan dat de Technische Omschrijving d.d. 22 februari 2011 geen onderdeel uitmaakt van de overeenkomst, omdat in de Exploitatieovereenkomst een bestek is opgenomen dat uitgebreider is dan de Technische Omschrijving d.d. 22 februari 2011. De Technische Omschrijving d.d. 22 februari 2011 is daarom komen te vervallen. Voorts voert [eisers] aan dat, indien de Technische Omschrijving d.d. 22 februari 2011 wel onderdeel van de overeenkomst uit zou maken, een enkele doorverwijzing naar de UAV 1989 in de overeenkomst onvoldoende is voor de toepasselijkheid van de voorwaarden. In de Technische Omschrijving d.d. 22 februari 2011 worden de UAV 1989 niet van toepassing verklaard, maar wordt daar voor bepaalde onderdelen slechts naar verwezen. Een en ander geldt ook voor de doorverwijzing in bijlage 3 in de Exploitatieovereenkomst. Gelet op de (door)verwijzing naar een groot aantal onderling verschillende voorwaarden als gevolg waarvan onduidelijk is óf en welke voorwaarden van toepassing zijn maakt geen van de algemene voorwaarden waarnaar verwezen wordt onderdeel uit van de overeenkomst. [eisers] heeft Boogert voorts geen van de algemene voorwaarden waarnaar is verwezen ter hand gesteld en ook geen redelijke mogelijkheid gegeven om daarvan kennis te nemen zodat de algemene voorwaarden niet van toepassing zijn. Voor het geval [eisers] als gebruiker van algemene voorwaarden moet worden beschouwd doet [eisers] een beroep op art. 6:248 BW. De duidelijke wil van [eisers] om de geschillen met Boogert aan arbitrage te onderwerpen ontbreekt en ingevolge art. 17 van de Grondwet en art. 6 EVRM dient van het recht op een beroep op de overheidsrechter vrijwillig en ondubbelzinnig afstand door partijen te worden gedaan. Daarvan is geen sprake. [eisers] betwist voorts dat sprake is van een zuiver commerciële transactie. [eisers] is de overeenkomst aangegaan als privé persoon en dient dan ook bescherming te krijgen, zoals bepaald in de Richtlijn 93/13/EEG van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. Verder is [eisers] niet actief in de bouwbranche en wordt er geen gebruik gemaakt van UAV 1989.

4 De beoordeling in het incident

4.1.

De rechtbank overweegt als volgt. Naar aanleiding van het verweer van [eisers] is door Boogert erkend dat de Technische Omschrijving d.d. 22 februari 2011 geen onderdeel van de overeenkomst uitmaakt. De rechtbank laat hetgeen partijen over en weer met betrekking tot de Technische Omschrijving d.d. 22 februari 2011 stellen derhalve onbesproken. De rechtbank is van oordeel dat de Technische Omschrijving 2014 onderdeel van de overeenkomst uitmaakt. In de tussen partijen gesloten overeenkomst wordt onder het kopje “Bouw van de Woningen” vermeld dat de woningen alsmede de inrichting van het openbare gebied door Boogert overeenkomstig een vijftal in de overeenkomst genoemde bijlagen gerealiseerd worden, waaronder de Technische Omschrijving 2014 (Bijlage 5) en dat de bijlagen daarmee onderdeel van de overeenkomst vormen. De rechtbank passeert derhalve het verweer van [eisers] op dat punt. Anders dan Boogert stelt zijn via verwijzing in artikel 1 van de Technische Omschrijving 2014 op de overeenkomst tussen partijen de Garantie- en waarborgregeling en de Modelovereenkomst zoals gehanteerd en voorgeschreven door Woningborg waarin een arbitraal beding is opgenomen niet van toepassing. Zij zijn niet via deze verwijzing onderdeel van de overeenkomst tussen [eisers] en Boogert uit gaan maken.

Zoals ook blijkt uit de door Boogert in haar akte aangehaalde artikel 1 van de Technische Omschrijving 2014 en artikel 16 van de Garantie- en waarborgregeling en Modelovereenkomst zijn de bepalingen uit de regelingen bedoeld te gelden in de overeenkomst met de verkrijger, niet zijnde [eisers] . [eisers] is de opdrachtgever. Daarmee zijn de bepalingen uit voormelde regeling en modelovereenkomst die op arbitrage zien geen onderdeel van de tussen partijen gesloten overeenkomst en is tussen partijen geen arbitrage overeengekomen. De rechtbank is dan ook niet onbevoegd van het geschil kennis te nemen. Verwijzing in de Exploitatieovereenkomst kan, wat daar ook van zij, niet tot een ander oordeel leiden. De Exploitatieovereenkomst ziet op de aanleg van het openbaar gebied hetgeen geen onderwerp is van het geschil in de hoofdzaak. Hetgeen partijen daaromtrent over en weer hebben gesteld kan, evenzeer als hetgeen door partijen overigens over en weer is gesteld onbesproken blijven.

4.2.

Uit het vorenstaande volgt dat de rechtbank bevoegd is kennis te nemen van de vordering van [eisers] . De exceptie van onbevoegdheid is derhalve ten onrechte voorgesteld en de incidentele vordering zal worden afgewezen.

4.3.

Bouwbedrijf Boogert zal als in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld welke aan de zijde van [eisers] worden begroot op € 452,-- (1 punt x tarief II) aan salaris advocaat.

5 De beslissing

De rechtbank

in het incident

5.1.

wijst het gevorderde af,

5.2.

veroordeelt Bouwbedrijf Boogert B.V. in de kosten van het incident, aan de zijde van [eisers] tot op heden begroot op € 452,00,

5.3.

verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,

in de hoofdzaak

5.4.

bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 7 oktober 2015 voor conclusie van antwoord aan de zijde van Boogert,

5.5.

houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.K. van der Lende-Mulder Smit en in het openbaar uitgesproken op 26 augustus 2015.