Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2015:7986

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
17-12-2015
Datum publicatie
17-12-2015
Zaaknummer
02-700138-10
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Openbaar ministerie niet-ontvankelijk Etenaken

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Middelburg

parketnummer: 12/700138-10

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 17 december 2015

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1965 te ’ [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] ,

raadslieden mrs. M.C. van der Want, advocaat te Middelburg, en

A.H.J. Bals, advocaat te Kloetinge.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is laatstelijk behandeld op de zitting van 26 november 2015 waarbij de officieren van justitie mrs. W.J.W.K. Suijkerbuijk en I.H.C.M. van Dorst, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 25 maart 2012, in

de gemeente(n) Kapelle en/of Goes en/of Vlissingen en/of Reimerswaal en/of

Borsele en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, meermalen, althans éénmaal, al dan niet in de

uitoefening van een beroep of bedrijf, (telkens) opzettelijk een groot aantal

hennepplanten en/of delen daarvan en/of één of meer hoeveelhe(i)d(en) van meer

dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als

bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens

het vijfde lid van artikel 3a van die wet, te weten (onder meer):

- op één of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 1 januari

2009 tot en met 8 november 2011 in Goes (hennepkwekerij [adres 1]

[adres 1] ), (telkens) ongeveer 6299, althans een groot aantal hennepstekjes en/of

(telkens) ongeveer 118, althans een aantal hennepplanten en/of

- op één of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode 1 januari 2010

tot en met 25 maart 2012 in Rilland (hennepkwekerij(en) / [adres 2] en/of

[adres 3] ), (telkens) een groot aantal (ongeveer 750 en/of 900)

hennepplanten, en/of

- op één of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 1 december

2010 tot en met 15 april 2011 in Vlissingen (hennepkwekerij / zolder

[adres 4] ), (telkens) ongeveer 80, althans een aantal hennepplanten

en/of

- op één of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 1 januari

2011 tot en met 8 november 2011, (telkens) een (groot) aantal hennepstekken

en/of hennep (aan/via onder meer [medeverdachte 1] en/of [medeverdachte 2] en/of

[medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 5] en/of [medeverdachte 6] ),

en/of

- op of omstreeks 20 mei 2011 in 's-Heer Hendrikskinderen ( [adres 5]

[adres 5] ) een hoeveelheid van ongeveer 3,9 kilogram,

althans een hoeveelheid van meer dan 30 gram, hennep en/of

- op of omstreeks 20 mei 2011 in 's-Heer Hendrikskinderen ( [adres 6]

[adres 6] ) een hoeveelheid van ongeveer 26,5 kilogram

en/of een hoeveelheid van 7,6 kilogram, althans (telkens) een hoeveelheid

van meer dan 30 gram, hennep en/of

- op of omstreeks 29 juni 2011 in Kapelle een hoeveelheid van ongeveer 4,3

kilogram, althans een hoeveelheid van meer dan 30 gram, hennep en/of

- op één of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 1 juli

2011 tot en met 26 oktober 2011 in Vlissingen (hennepkwekerij / begane grond

[adres 4] ), (telkens) ongeveer 209, althans een aantal hennepplanten

en/of

- op één of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 1 juli

2011 tot en met 13 december 2011 in Goes (hennepkwekerij / [adres 7]

[adres 7] ), (telkens) ongeveer 430, althans een aantal hennepplanten en/of

- op of omstreeks 28 oktober 2011 in Kapelle een hoeveelheid van ongeveer 9

kilogram, althans een hoeveelheid van meer dan 30 gram, hennep en/of

ongeveer 220, althans een aantal hennepplanten en/of

- op of omstreeks 8 november 2011 in Kapelle ( [adres 8] ) een hoeveelheid

van ongeveer 11 kilogram, althans een hoeveelheid van meer dan 30 gram

hennep en/of

- op of omstreeks 8 november 2011 in Kapelle ( [adres 9] ) een hoeveelheid

van ongeveer 9,4 kilogram, althans een hoeveelheid van meer dan 30 gram,

hennep en/of

- op of omstreeks 5 december 2011 in Vlissingen ( [adres 10] ) een

hoeveelheid van ongeveer 2,6 kilogram, althans een hoeveelheid van meer dan

30 gram, hennep;

heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of

afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd en/of (telkens) opzettelijk aanwezig

heeft gehad.

2.

hij in of omstreeks de periode van 1 augustus 2011 tot en met 28 oktober 2011,

in de gemeente(n) Kapelle en/of Goes en/of elders in Nederland,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,

meermalen, althans éénmaal, (telkens) opzettelijk buiten het grondgebied van

Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 5 van de Opiumwet, één

of meer (grote) hoeveelhe(i)d(en) hennep, te weten in elk geval (ongeveer) 4

kilogram en/of (ongeveer) 4,5 kilogram en/of (ongeveer) 9 kilogram hennep

en/of (ongeveer) 220 hennepstekjes, althans (telkens) een hoeveelheid hennep,

zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij die wet behorende lijst II, dan

wel aangewezen krachtens artikel 3a van die wet.

3.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2008

tot en met 8 november 2011, in de gemeente(n) Borsele en/of Kapelle en/of Goes

en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer anderen,

althans alleen, van het plegen van witwassen een gewoonte heeft gemaakt,

immers hebben/heeft hij verdachte en/of zijn mededader(s) één of meer

voorwerpen, te weten (onder meer):

A.

- één of meer geldbedrag(en), door (telkens) gedurende periode 1 januari 2008

tot 8 november 2011 aan [medeverdachte 7] contant enig geld te verstrekken t.b.v de

huur voor de [adres 5] en/of [adres 6] in de [straatnaam] in

's-Heer Hendrikskinderen, en/of

- één of meer geldbedrag(en), door in de periode van 1 januari 2008 tot en met

8 november 2011 (telkens) contant enig geld te verstrekken aan [medeverdachte 8]

voor de dagelijkse huishouding en/of het kopen van levensmiddelen, en/of

- 55.732 euro, in elk geval één of meer geldbedrag(en), door dit te

verstrekken voor de aankoop van een camper in februari 2008 in België en/of

vervolgens die camper op naam van een ander te zetten, en/of

- 16.000 euro, althans 11.250 euro, in elk geval enig geld, door dit te

verstrekken t.b.v. een contante betaling bij de koop in april 2008 van

Mercedes C180K kenteken [kenteken 1] en vervolgens die auto op naam van [medeverdachte 7]

[medeverdachte 7] te zetten, en/of

- 45.000 euro, in elk geval enig geld, door dit geld te verstrekken voor de

koop van een kajuitmotorboot (Arvor25 Fish, registratienr. [registratienummer] ) en

vervolgens die boot op naam van een ander ( [medeverdachte 9] ) te zetten, en/of

- één of meer geldbedrag(en), door hiermee één of meer stellingen en/of een

aanhangwagen en/of een heftruck voor [medeverdachte 10] en/of [medeverdachte 11]

en/of hun/de onderneming " [naam onderneming 1] " te kopen/betalen, en/of

- ( ongeveer) 6.000 euro, althans één of meer geldbedrag(en), door dit contant

te verstrekken aan [medeverdachte 8] t.b.v. verbouwing van een badkamer, en/of

- 24.761,50 euro, althans 13.571,50 euro, in elk geval enig geld, door in

2009 en/of 2010 en/of 2011 (telkens) contant enig geld te verstrekken aan

[medeverdachte 12] naar aanleiding van (telkens) valselijk opgemaakte

facturen, en/of

- 21.000 euro, in elk geval één of meer geldbedrag(en), door (telkens)

gedurende periode 1 januari 2009 tot 29 september 2011 contant enig geld te

verstrekken voor de kosten van levensonderhoud en/of benzine/brandstof voor

een auto en/of de aanschaf van een TV en/of meubelen t.b.v. [medeverdachte 7] en/of

diens echtgenote [medeverdachte 13] en/of

- één of meer geldbedrag(en), door dit in 2009 contant te verstrekken aan [medeverdachte 8]

[medeverdachte 8] t.b.v. vakantie (Dominicaanse republiek), en/of

- 23.000 euro, in elk geval enig geld, door dit in augustus 2009 contant te

verstrekken bij de koop van gereedschappen/machine t.b.v. [medeverdachte 15] en/of

de onderneming met de handelsnamen " [naam onderneming 2] ", " [naam onderneming 3] " en

" [naam onderneming 4] ", en/of

- 10.809 euro, in elk geval één of meer geldbedrag(en), door overmaking door

[medeverdachte 14] in februari 2010 naar een rekening van de onderneming met de

handelsnamen " [naam onderneming 2] ", " [naam onderneming 3] " en " [naam onderneming 4]

[naam onderneming 4] " met vermelding van valse/vervalste of niet bestaande facturen en/of

- 25.000 euro, in elk geval enig geld, door dit in december 2010 (via de bank-

rekening van [medeverdachte 7] ) als lening te verstrekken aan [medeverdachte 15] , en/of

- 15.000 euro, in elk geval enig geld, door dit geld (via de bankrekening van

[medeverdachte 7] ) als lening te verstrekken aan [medeverdachte 10] , en/of

- 64.783,08 euro, in elk geval één of meer geldbedrag(en), door in 2010 en/of

2011 (telkens) contant enig geld te verstrekken aan [medeverdachte 16] naar

aanleiding van (telkens) valselijk opgemaakte facturen, en/of

- 5.000 euro, in elk geval één of meer geldbedrag(en), door dit in

januari/maart 2011 als lening te verstrekken aan [medeverdachte 14] , en/of

- 11.190 euro, in elk geval één of meer geldbedrag(en), door in 2011 (telkens)

contant enig geld te verstrekken aan [medeverdachte 17] (via [medeverdachte 12] ) naar

aanleiding van (telkens) valselijk opgemaakte facturen, en/of

- 6.494,42 euro, in elk geval enig geld, door hiermee in mei 2011 (via

bankrekening van [medeverdachte 7] ) een hekwerk t.b.v. [medeverdachte 15] en/of de

onderneming met de handelsnamen " [naam onderneming 2] ", " [naam onderneming 3] " en

" [naam onderneming 4] " te kopen/betalen, en/of

- 36.132,24 euro, in elk geval één of meer geldbedrag(en), door in 2011

(telkens) contant enig geld te verstrekken aan [medeverdachte 18] naar aanleiding

van (telkens) valselijk opgemaakte facturen, en/of

- 5.890,50 euro, in elk geval één of meer geldbedrag(en), door dit in 2011

contant te verstrekken aan [medeverdachte 19] en/of [medeverdachte 20] naar aanleiding van

een valselijk opgemaakte factuur, en/of

- 1.059,10 euro, in elk geval enig geld, door hiermee in 2011 "een EVC proeve

van bekwaamheid" t.b.v. [medeverdachte 21] te betalen, en/of

- 395 euro, in elk geval enig geld, door hiermee "een mondelinge cursus APK"

t.b.v. [medeverdachte 21] te betalen, en/of

- één of meer geldbedrag(en), door (telkens) met enig contant geld [medeverdachte 21]

[medeverdachte 21] uit te betalen voor verrichtte werkzaamheden,

de werkelijke aard, de herkomst, de vindplaats, de vervreemding en/of de

verplaatsing heeft verborgen en/of verhuld, althans heeft verborgen en/of

verhuld wie de rechthebbende op dat geld/voorwerp was of wie bovenomschreven

geld/voorwerp, voorhanden had, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en)

dat dat geld/voorwerp - onmiddellijk of middellijk - afkomstig was uit enig

misdrijf;

EN/OF

B.

- een camper (Fiat Ducato) en/of

- een kajuitmotorboot (Arvor25 Fish, registratienr. [registratienummer] ) en/of

- onroerend goed (bedrijfsgrond en/of loods/pand gelegen in Kapelle aan de

[adres 9] en/of loods/pand gelegen aan de [adres 8] ), en/of

- rollend materieel ten behoeve van [medeverdachte 15] en/of de onderneming met de

handelsnamen " [naam onderneming 2] ", " [naam onderneming 3] " en " [naam onderneming 4]

[naam onderneming 4] " (KvK-nummer [KvK-nummer] ) (zoals:

* hoogwerker DAF met kenteken [kenteken 2] , en/of

* hoogwerker Volvo met kenteken [kenteken 3] , en/of

* aanhanger Doornwaard DE met kenteken [kenteken 4] , en/of

* hoogwerker Iveco Daily 2000 met kenteken [kenteken 5] , en/of

* trekker MAN H05 met kenteken [kenteken 6] , en/of

* open wagen Mitsubishi L200 met kenteken [kenteken 7] , en/of

* gesloten wagen Mitsubishi Pajero Sport met kenteken [kenteken 8] , en/of

* Nissan Cabstar met kenteken [kenteken 9] , en/of

* gesloten wagen 4WD Toyota Hilux 2.4 met kenteken [kenteken 10] , en/of

* aanhanger Van Weel VW 1300P met kenteken [kenteken 11] , en/of

* aanhanger Van Weel VW 1300P met kenteken [kenteken 12] , en/of

* aanhanger Verdegro met kenteken [kenteken 13] , en/of

* BDW Volvo FS met kenteken [kenteken 14] , en/of

* Volkswagen bestel 1,2D met kenteken [kenteken 15] , en/of

* drie, althans één of meer, electrische golfkarren Matsa, en/of

* drie, althans één of meer, aanhanger(s) met generator Wanco-Arvada, en/of

* electrische heftruck Clark type GEM 165, en/of

* hoogwerker STAR-6, en/of

* grondverzetmachine (minigraver), en/of

inventarisgoederen ten behoeve van [medeverdachte 15] en/of de onderneming met de

handelsnamen " [naam onderneming 2] ", " [naam onderneming 3] " en " [naam onderneming 4]

[naam onderneming 4] " (KvK-nummer [KvK-nummer] ) en/of de inrichting van de loods gelegen aan

de [adres 9] en/of de loods gelegen aan de [adres 8] , en/of

- gereedschap(pen) en/of één of meer machines ten behoeve van [medeverdachte 15]

en/of de onderneming met de handelsnamen " [naam onderneming 2] ", " [naam onderneming 3]

[naam onderneming 3] " en " [naam onderneming 4] " (KvK-nummer [KvK-nummer] ), en/of

- goederen (stellingen, aanhangwagen, heftruck) ten behoeve van [medeverdachte 10]

en/of [medeverdachte 11] en/of hun/zijn onderneming " [naam onderneming 1] ", en/of

- één of meer voertuigen (o.a. Mercedes C180K kenteken [kenteken 1] en/of Fiat

Panda met kenteken [kenteken 16] en/of motorfiets KTM 530 EXC met kenteken

[kenteken 17] en/of Volkswagen Golf met kenteken [kenteken 18] en/of Volkswagen Golf

met kenteken [kenteken 19] en/of scooter Gilera met kenteken [kenteken 20] en/of

VW Transporter met kenteken [kenteken 21] en/of VW Passat kenteken [kenteken 22] ),

en/of

- geldtegoed(en) staande op de bankrekening(en) ten name van de onderneming

met de handelsnamen " [naam onderneming 2] ", " [naam onderneming 3] " en " [naam onderneming 4]

[naam onderneming 4] " (KvK-nummer [KvK-nummer] ) en/of [medeverdachte 15] en/of [medeverdachte 7]

[medeverdachte 7] en/of diens echtgenote [medeverdachte 13] en/of [medeverdachte 10] en/of [medeverdachte 11]

[medeverdachte 11] en/of [medeverdachte 8] , en/of

- één of meer aangetroffen contante geldbedragen (zoals 42.708,18 euro en/of

700 dollar en/of 5.845 euro en/of 2.850 euro),

verworven en/of voorhanden gehad en/of overdragen en/of omgezet, althans van

één of meer voorwerpen, te weten (van) bovengenoemde geldbedrag(en) en/of

camper en/of boot en/of rollend materieel en/of inventarisgoederen en/of

gereedschap(pen) en/of machine(s) en/of loods(en) en/of geldtegoed(en) en/of

auto(s) gebruik gemaakt, terwijl hij en/of zijn mededader(s) wist(en) dat

die/dat voorwerp(en) - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren/was uit

enig misdrijf.

4.

hij op één of meer tijdstippen gelegen in of omstreeks de periode van 1

november 2009 tot en met 8 november 2011 te Kapelle, althans in Nederland,

tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen,

- factuur, met factuurnummer 14-2009 en factuurdatum 02-11-2009 van het

bedrijf [bedrijfnaam 1] , klus en grondwerken en gericht aan [bedrijfsnaam 2]

[bedrijfsnaam 2] , en/of

- factuur, met factuurnummer 17-2009 en factuurdatum 30-11-2009 van het

bedrijf [bedrijfnaam 1] , klus en grondwerken en gericht aan [bedrijfsnaam 2]

[bedrijfsnaam 2] , en/of

- factuur, met factuurnummer 01-2010 en factuurdatum 4-01-2010 van het bedrijf

[bedrijfnaam 1] , klus en grondwerken en gericht aan [bedrijfsnaam 2] ,

en/of

- factuur, met factuurnummer 06-2010 en factuurdatum 10-03-2010 van het

bedrijf [bedrijfsnaam 3] en gericht aan [bedrijfsnaam 2] ,

en/of

- factuur, met factuurnummer 19-2010 en factuurdatum 28-05-2010 van het

bedrijf [bedrijfsnaam 3] en gericht aan [bedrijfsnaam 2] ,

en/of

- factuur, met factuurnummer 35-2010 en factuurdatum 28-08-2010 van het

bedrijf [bedrijfsnaam 3] en gericht aan [bedrijfsnaam 2] ,

en/of

- factuur, met factuurnummer 47-2010 en factuurdatum 01-11-2010 van het

bedrijf [bedrijfsnaam 3] en gericht aan [bedrijfsnaam 2] ,

en/of

- factuur, met factuurnummer 64-2010 en factuurdatum 08-12-2010 van het

bedrijf [bedrijfsnaam 3] en gericht aan [bedrijfsnaam 2] ,

en/of

- factuur, met factuurnummer 24-2011 en factuurdatum 11-02-2011 van het

bedrijf " [bedrijfsnaam 4] " en gericht aan [medeverdachte 18] , en/of

- factuur, met factuurnummer 27-2011 en factuurdatum 28-02-2011 van het

bedrijf " [bedrijfsnaam 4] " en gericht aan [medeverdachte 18] , en/of

- factuur, met factuurnummer 32-2011 en factuurdatum 02-03-2011 van het

bedrijf " [bedrijfsnaam 4] " en gericht aan [bedrijfsnaam 2] , en/of

- factuur, met factuurnummer 38-2011 en factuurdatum 25-03-2011 van het

bedrijf " [bedrijfsnaam 4] " en gericht aan [medeverdachte 18] , en/of

- factuur, met factuurnummer 43A-2011 en factuurdatum 04-04-2011 van het

bedrijf " [bedrijfsnaam 4] " en gericht aan [bedrijfsnaam 2] , en/of

- factuur, met factuurnummer 44-2011 en factuurdatum 05-04-2011 van het

bedrijf " [naam onderneming 2] " en gericht aan [bedrijfsnaam 5] , en/of

- factuur, met factuurnummer 52-2011 en factuurdatum 22-04-2011 van het

bedrijf " [bedrijfsnaam 4] " en gericht aan [medeverdachte 18] , en/of

- factuur, met factuurnummer 65-2011 en factuurdatum 23-05-2011 van het

bedrijf " [bedrijfsnaam 4] " en gericht aan [medeverdachte 18] , en/of

- factuur, met factuurnummer 86-2011 en factuurdatum 16-06-2011 van het

bedrijf " [naam onderneming 2] " en gericht aan [bedrijfsnaam 5] , en/of

- factuur, met factuurnummer 94-2011 en factuurdatum 15-07-2011 van het

bedrijf " [bedrijfsnaam 4] " en gericht aan [bedrijfsnaam 2] , en/of

- factuur, met factuurnummer 127-2011 en factuurdatum 06-09-2011 van het

bedrijf " [bedrijfsnaam 4] " en gericht aan [bedrijfsnaam 2] , en/of

- factuur, met factuurnummer 147 en factuurdatum 04-10-2011 van het

bedrijf " [naam onderneming 2] " en gericht aan [bedrijfsnaam 5] , en/of

- factuur, met factuurnummer 153 en factuurdatum 12-10-2011 van het bedrijf

" [naam onderneming 2] " en gericht aan [bedrijfsnaam 6] , en/of

- factuur, met factuurnummer 158 en factuurdatum 25-10-2011 van het

bedrijf " [naam onderneming 2] " en gericht aan [bedrijfsnaam 5] , en/of

- factuur, met factuurnummer 158 en factuurdatum 27-10-2011 van het

bedrijf " [naam onderneming 2] " en gericht aan [bedrijfsnaam 5] , en/of

- factuur, met factuurnummer 166 en factuurdatum 01-11-2011 van het

bedrijf " [naam onderneming 2] " en gericht aan [bedrijfsnaam 5] , en/of

- factuur, met factuurnummer 167 en factuurdatum 01-11-2011 van het

bedrijf " [naam onderneming 2] " en gericht aan [bedrijfsnaam 5] , en/of

- factuur, met factuurnummer 168 en factuurdatum 01-11-2011 van het

bedrijf " [naam onderneming 2] " en gericht aan [bedrijfsnaam 5] , en/of

(elk) zijnde (telkens) een geschrift dat bestemd was om tot bewijs van enig

feit te dienen, (telkens) valselijk heeft opgemaakt of vervalst, immers heeft

verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) valselijk en/of in strijd met de

waarheid - kort en zakelijk weergegeven - in die factuur/facturen vermeld dat

door genoemd bedrijf werkzaamheden zijn uitgevoerd ten behoeve van de

geadresseerde, zulks (telkens) met het oogmerk om die/dat geschrift(en) als

echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken.

5.

A.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2009 tot en met 25 maart 2012,

in de gemeente(n) Kapelle en/of Goes en/of Vlissingen en/of elders in

Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen,

heeft deelgenomen aan een organisatie bestaande uit een samenwerkingsverband

van een aantal natuurlijke personen), te weten uit hem, verdachte, en/of

[medeverdachte 10] en/of [medeverdachte 11] en/of [medeverdachte 15] en/of [medeverdachte 7]

en/of [medeverdachte 22] en/of [medeverdachte 23] en/of [medeverdachte 24] en/of [medeverdachte 2] en/of

[medeverdachte 3] en/of [medeverdachte 25] en/of [medeverdachte 4] en/of [medeverdachte 26] en/of

[medeverdachte 27] en/of [medeverdachte 6] en/of [medeverdachte 28] en/of [medeverdachte 29]

[medeverdachte 29] en/of [medeverdachte 30] en/of [medeverdachte 31] en/of [medeverdachte 32] en/of

één of meer andere personen,

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van (een) misdrijf/misdrijven als

bedoeld in artikel 11, derde, vierde en/of vijfde lid van de Opiumwet, namelijk

- het in de uitoefening van een beroep of bedrijf opzettelijk telen en/of

bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen, en/of

afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren en/of vervaardigen van (grote)

hoeveelheden hennep, en/of

- het buiten het grondgebied van Nederland brengen van (grote) hoeveelheden

hennep, en/of

- het opzettelijk aanwezig hebben van (grote) hoeveelheden hennep,

zulks terwijl hij, verdachte, oprichter en/of leider en/of bestuurder van

voormelde organisatie was;

EN/OF

B.

hij in of omstreeks de periode van 1 januari 2008 tot en met 8 november 2011,

in de gemeente(n) Kapelle en/of Goes en/of Vlissingen en/of elders in

Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen,

heeft deelgenomen aan een organisatie bestaande uit een samenwerkingsverband

van een aantal natuurlijke personen, te weten uit hem, verdachte, en/of [medeverdachte 10]

[medeverdachte 10] en/of [medeverdachte 15] en/of [medeverdachte 11] en/of [medeverdachte 22] en/of [medeverdachte 7]

[medeverdachte 7] en/of [medeverdachte 12] en/of [medeverdachte 17] en/of [medeverdachte 16] en/of [medeverdachte 19]

[medeverdachte 19] en/of [medeverdachte 20] en/of [medeverdachte 18] en/of [medeverdachte 14] en/of [medeverdachte 21]

[medeverdachte 21] en/of één of meer andere personen,

welke organisatie tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk

- het plegen van valsheid in geschrift en/of

- het plegen van oplichting en/of

- het witwassen (van de opbrengsten uit valsheid in geschrift en/of oplichting

en/of uit de hennepteelt en/of de uitvoer en/of de verkoop van en/of de

handel in hennep, althans uit enige misdrijven),

zulks terwijl hij, verdachte, oprichter en/of leider en/of bestuurder van

voormelde organisatie was.

3 De voorvragen

3.1

De dagvaarding

De dagvaarding is geldig.

3.2

De bevoegdheid van de rechtbank

De rechtbank is bevoegd.

3.3

De ontvankelijkheid van de officier van justitie

3.3.1

Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft allereerst naar voren gebracht, in reactie op de zinsnede in de brief van de officieren van justitie van 6 november 2015 dat zij niet de zaaksofficieren zijn die vanaf de start van het onderzoek bij de zaak betrokken zijn geweest, dat het Openbaar Ministerie één en ondeelbaar is, zodat geen onderscheid dient te worden gemaakt tussen handelingen verricht door de diverse officieren van justitie die in het dossier Etenaken worden genoemd.

Voorts is sprake van een zeer forse overschrijding van de redelijke termijn, deze overschrijding is te wijten aan het Openbaar Ministerie.

Naast deze termijnoverschrijding is sprake van diverse (vorm)verzuimen, die onder meer zien op de gang van zaken in het vooronderzoek en de start van het onderzoek Etenaken. Zo is in eerste instantie geen volledig dossier verstrekt. Van het bestaan van het ‘proces-verbaal overdracht onderzoeksdossier’ is pas gebleken bij het verhoor van verbalisant [verbalisant 1] in 2013. Uit dit proces-verbaal blijkt dat er een onderzoek is gestart op 17 maart 2010 onder leiding van een officier van justitie, in welk onderzoek wordt gewezen op een witwasverdenking ten aanzien van [verdachte] (hierna: [verdachte] ) uit het onderzoek Dubbroek uit 2010 en op niet geactualiseerde informatie uit het onderzoek Apeldoorn uit 2007. De restinformatie uit deze onderzoeken kon geen redelijk vermoeden van schuld rechtvaardigen. Uit onderzoek naar aanleiding van deze restinformatie kwam voorts ontlastende informatie naar voren. Deze ontlastende informatie werd vervolgens structureel buiten de processen-verbaal voor aanvragen in verband met het inzetten van bijzondere opsporingsmiddelen gehouden en werd ook niet genoemd in diverse aanvragen voor het verkrijgen van een machtiging van de rechter-commissaris. Deze onjuiste handelwijze van het Openbaar Ministerie heeft geleid tot een onherstelbaar vormverzuim in het onderzoek. Verder is de opgevraagde CIE-informatie van februari 2011 gebaseerd op onjuiste informatie aan de chef CIE, namelijk dat ten aanzien van [verdachte] sprake was van een witwasverdenking.

De officier van justitie heeft onjuiste informatie aan de rechtbank verstrekt over de start van het onderzoek. Door het niet geven van openheid van zaken wordt niet alleen de verdediging op achterstand gehouden, maar wordt tevens de waarheidsvinding geweld aangedaan en wordt controle door de rechter onmogelijk gemaakt.

Gelet op het voorgaande is niet alleen sprake van een ernstige inbreuk op de beginselen van een goede procesorde, waarbij doelbewust dan wel met grove veronachtzaming van het recht op een eerlijk proces is gehandeld, maar tevens dat als gevolg van dit handelen het wettelijk systeem in de kern wordt geraakt. Er is dan ook geen sprake meer van een fair trial als bedoeld in artikel 6 EVRM, zodat het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

3.3.2

Het standpunt van het Openbaar Ministerie

Het Openbaar Ministerie heeft in de eerste plaats aangevoerd dat er met de zinsnede in de brief van 6 november 2015 is getracht tot uitdrukking te brengen dat de zittingsofficieren niet als leider van het onderzoek kunnen worden aangeduid in die zin dat beslissingen reeds waren genomen en zij voor een reeds voldongen eindproces-verbaal stonden.

Voorts wordt onderschreven dat er sprake is van overschrijding van de redelijke termijn van berechting. Dit kan echter het Openbaar Ministerie niet worden aangerekend. De zaak is immers vanaf 6 december 2012 onder de rechter.

Met betrekking tot de gestelde (vorm)verzuimen is betwist dat er geen volledig dossier zou zijn verstrekt. Het voorbereidend onderzoek waaraan de verdediging heeft gerefereerd, is namelijk geen onderdeel van het strafrechtelijk opsporingsonderzoek en dient daarvan te worden onderscheiden. Het betreft een verkennend onderzoek op basis van restinformatie uit de onderzoeken Apeldoorn en Dubbroek, CIE-informatie en open bronnen. Het “proces-verbaal overdracht onderzoeksdossier” ziet op dat voorbereidend onderzoek. De hieruit voortgekomen informatie heeft een nieuwe verdenking opgeleverd op basis waarvan is beslist een strafrechtelijk opsporingsonderzoek te starten, hetgeen vervolgens is aangevangen op 3 maart 2011. Dat uit het voorbereidend onderzoek ook ontlastende informatie naar voren is gekomen, die vervolgens niet is vermeld bij onder meer de aanvragen van de bob-middelen, is door het Openbaar Ministerie erkend als een onherstelbaar vormverzuim. Dit verzuim is volgens haar echter van beperkte invloed geweest.

Alvorens vastgesteld kan worden of, en zo ja: in hoeverre, er een inbreuk is gemaakt op de belangen van de verdediging, dient eerst het onderzoek afgerond te worden. Op dit moment is daarvoor nog onvoldoende informatie beschikbaar.

3.3.3

Het oordeel van de rechtbank

3.3.3.1 Korte weergave van het verloop van het onderzoek Etenaken 1

De weergegeven aanleiding van het onderzoek Etenaken in het algemeen proces-verbaal

Het opsporingsonderzoek Etenaken 1 is volgens het algemeen proces-verbaal in het dossier, opgemaakt, getekend en gesloten op 2 januari 2012 door verbalisant [verbalisant 1] , gestart op

3 maart 2011 onder leiding van officier van justitie mr. De Smet-Dierckx. Daarin wordt tevens vermeld dat er voorafgaand aan dit opsporingsonderzoek “voorbereidend onderzoek” is verricht waarvoor de aanleiding is voortgekomen uit (rest)informatie van het strafrechtelijk onderzoek Dubbroek. Ook uit het strafrechtelijk onderzoek Apeldoorn zijn in voornoemd algemeen proces-verbaal bevindingen opgenomen.

Over de inhoud van de (rest)informatie uit het onderzoek Dubbroek is opgenomen dat dit onderzoek is gestart naar aanleiding van de ontmanteling van een aantal hennepkwekerijen. De verdachte in dit onderzoek betrof [medeverdachte 33] . Deze [medeverdachte 33] is in augustus 2009 samen met een ander persoon bij “ [bedrijfsnaam 7] ” in Waddinxveen geweest, waar die andere persoon voor € 23.000,- aan machines heeft gekocht en deze contant heeft betaald. Deze andere man had gezegd dat hij de machines kocht voor zijn zoon. De gekochte machines zijn afgeleverd op het opgegeven adres [adres 8] te Kapelle. Op de factuur stond bij dit adres de naam [medeverdachte 15] . In dit onderzoek is het vermoeden gerezen dat de andere persoon [verdachte] betrof, de vader van [medeverdachte 15] .

Verder is op grond van informatie uit het kadaster over het pand aan de [adres 8] te Kapelle, een loods, vermeld dat dit sinds 28 oktober 2009 eigendom is van genoemde

[medeverdachte 15] . De koopprijs hiervan ten bedrage van € 139.825,- (incl. BTW) is voldaan door [medeverdachte 22] door storting van dit bedrag op rekening van de notaris. Op dit pand is geen hypotheek gevestigd. Daarbij is opgemerkt dat [medeverdachte 22] reeds jarenlang een contact van [verdachte] is.

Voorts is op grond van informatie van de belastingdienst gebleken dat [verdachte] geen legale inkomstenbron heeft, terwijl hij kennelijk over contant geld beschikt. Bij de belastingdienst staat [verdachte] bekend als “windhapper”. Tevens is vermeld dat de 19-jarige [medeverdachte 15] een loods heeft gekocht voor een bedrag van € 139.825,- zonder daarvoor een hypothecaire lening af te sluiten.

Over de inhoud van de (rest)informatie uit het onderzoek Apeldoorn is onder meer opgenomen dat uit dit onderzoek is gebleken dat [verdachte] zich vermoedelijk op grote schaal bezig houdt met de teelt van en de handel in hennep.

Het (eind-)dossier Etenaken 1 is in delen afgerond en in de periode tot medio 2012 gaandeweg ter beschikking gesteld van de rechtbank en de verdediging.

Naar aanleiding van resultaten die uit onderzoek zijn voortgekomen, heeft het Openbaar Ministerie in de zaak Etenaken 1 een groot aantal verdachten gedagvaard.

Regiezitting 6 december 2012

Op 6 december 2012 heeft een regiezitting plaatsgevonden waar de onderzoekswensen van de verdediging zijn besproken. Op verzoek van de rechtbank zijn de onderzoekswensen van de verdediging op schrift gesteld en voorafgaand aan de zitting reeds ter beschikking van de rechtbank en de officier van justitie gesteld. Door de officieren van justitie mr. De Smet-Dierckx en mr. Suijkerbuijk, inmiddels beiden verbonden aan de zaak Etenaken 1, is hierop eveneens voorafgaand aan de regiezitting bij brief van 2 november 2012 respectievelijk

23 november 2012 gereageerd.

De onderzoekswensen bestonden uit drie onderdelen, te weten het horen van – tezamen genomen – 45 getuigen, het verrichten van nader onderzoek door de RDW en het voegen van stukken uit andere onderzoeken aan het procesdossier Etenaken 1. Uit de stukken alsmede ter zitting bleek discussie te zijn over het voegen van de dossiers van de onderzoeken Dubbroek, Apeldoorn, Etenaken 2 en Etenaken 3, alsmede van de lijst met verdachten in het onderzoek Etenaken 2 en 3. Kort weergegeven was het de verdediging daarbij te doen om te kunnen toetsen of het onderzoek Etenaken 1 op goede gronden is gestart en of de gebruikte bijzondere opsporingsbevoegdheden rechtmatig zijn ingezet. Volgens de officier van justitie mr. De Smet-Dierckx is de start van het onderzoek en verdenking op een juiste wijze in het dossier verantwoord. Volgens haar is het ontstaan van het redelijk vermoeden van schuld volledig en inzichtelijk verwoord in het start-pv zoals dat ook deel uit maakt van het procesdossier. Op basis van de ontstane verdenkingen uit de onderzoeken Apeldoorn en Dubbroek zijn de bijzondere opsporingsbevoegdheden ingezet, hetgeen eveneens is verantwoord in het dossier. Zij stelt dat dit onderdeel van de onderzoekswensen van de verdediging een “ordinaire fishing expedition” betreft.

De rechtbank heeft beslist op de onderzoekswensen en de zaak verwezen naar de rechter-commissaris voor het horen van de gevraagde getuigen en heeft voorts de zaak in handen van de officier van justitie gesteld teneinde het door de verdediging verzochte onderzoek te verrichten alsmede nader aangeduide stukken uit de onderzoeken Dubbroek, Apeldoorn, Etenaken 2 en Etenaken 3 aan het dossier toe te voegen.

Verloop uitvoering onderzoekswensen / verhoor getuigen bij de rechter-commissaris

Op 9 april 2013 zijn de getuigenverhoren bij de rechter-commissaris aangevangen, waarbij op 25 september 2013 verbalisant [verbalisant 1] is gehoord. Hieruit is naar voren gekomen dat [verbalisant 1] vanaf de genoemde start van het onderzoek Etenaken 1 op 3 maart 2011 betrokken is geweest bij de zaak. Daaraan voorafgaand heeft volgens haar op basis van restinformatie uit het onderzoek Dubbroek voorbereidend onderzoek door de afdeling projectvoorbereiding plaatsgevonden. Verbalisant [verbalisant 2] heeft op het moment dat de zaak van de afdeling projectvoorbereiding is overgedragen naar het onderzoeksteam een ‘pv overdracht onderzoeksdossier’, gedateerd 11 oktober 2010, opgesteld. Dit proces-verbaal alsmede het dossier projectvoorbereiding maakt geen onderdeel uit van het dossier Etenaken, hetgeen volgens [verbalisant 1] ook niet gebruikelijk is. Door [verbalisant 1] is het ‘pv overdracht onderzoeksdossier’ ter beschikking van de rechter-commissaris gesteld die vervolgens een kopie hiervan aan de verdediging heeft overhandigd. [verbalisant 1] heeft tot slot opgemerkt dat zij uit het voorbereidend onderzoek opmaakte dat er een verdenking tegen [verdachte] was.

Naar aanleiding van dit verhoor heeft de verdediging verzocht als getuigen te horen verbalisanten [verbalisant 3] en [verbalisant 2] alsmede de officieren van justitie mr. Bethlehem en

mr. De Smet-Dierckx.

Op 7 januari 2014 is officier van justitie mr. Bethlehem door de rechter-commissaris gehoord. Hieruit is naar voren gekomen dat zij in eerste instantie de zaaksofficier van justitie van het onderzoek Etenaken zou zijn. Haar bemoeienis met de zaak is echter wegens zwangerschapsverlof eind december 2010 of begin 2011 geëindigd. Officier van justitie mr. De Smet-Dierckx heeft de zaak overgenomen. Voorafgaand aan het verhoor heeft mr. Bethlehem het concept projectplan doorgelezen. Dit is een logistiek document dat samen met de politie wordt gemaakt en waarin is opgenomen welke personen erbij betrokken zijn en voor hoe lang het onderzoek zal gaan lopen. Ook staat hierin de aanleiding van het onderzoek. Het is echter een ander document dan het door [verbalisant 1] overhandigde ‘pv overdracht onderzoeksdossier’.

De verdediging heeft vervolgens verzocht dit projectplan eveneens aan de stukken toe te voegen. Het Openbaar Ministerie heeft daartegen bezwaar gemaakt aangezien dit een intern stuk van het Openbaar Ministerie is en niet kan worden aangemerkt als processtuk. De rechter-commissaris heeft tijdens dit verhoor vervolgens beslist het Openbaar Ministerie en de verdediging schriftelijk hun standpunten op dit punt te laten formuleren, waarna zij een beslissing zal nemen.

Projectplan

De rechter-commissaris heeft op 24 januari 2014 beslist dat het projectplan aan het dossier dient te worden toegevoegd. De officier van justitie heeft hierop een sterk geschoonde versie van het projectplan aan het dossier toegevoegd. Daarna heeft hij een vordering ex artikel 149b Sv gedaan, welke vordering bij beschikking van 13 maart 2014 door de rechter-commissaris is afgewezen, waarbij slechts een uitzondering wordt gemaakt voor het directe telefoon- en telefaxnummer van samensteller verbalisant [verbalisant 4] . Tegen deze beslissing heeft de officier van justitie hoger beroep ingesteld. De rechtbank heeft op 28 juli 2014 het hoger beroep van de officier van justitie gegrond verklaard en de officier van justitie gemachtigd om voeging van de onleesbaar gemaakte gedeelten uit het projectplan achterwege te laten.

De verdediging van verdachte heeft een bezwaarschrift ingediend ex artikel 182 Sv waarin verzocht wordt de rechter-commissaris te bevelen het projectplan conform haar beschikking van 13 maart 2014 te verstrekken. De rechtbank heeft op 28 juli 2014 beslist dat verdachte niet-ontvankelijk is in het bezwaarschrift nu op grond van artikel 182 lid 6 Sv geen bezwaar meer open staat.

Met het oog op de (tweede) regiezitting van 26 november 2015 hebben de huidige officieren van justitie mr. Suijkerbuijk en mr. Van Dorst bij brief van 6 november 2015 gereageerd op de standpunten van de verdediging ten aanzien van de start van het onderzoek, in welke brief het verzuim - het niet vermelden van ontlastende informatie - zoals hierboven onder het standpunt van de officier van justitie geformuleerd, wordt genoemd.

3.3.3.2 Overwegingen

3.3.3.2 Eén en ondeelbaar openbaar ministerie

Gebleken is dat er gaande het onderzoek Etenaken diverse officieren van justitie aan deze zaak verbonden zijn geweest waarbij door hen diverse handelingen zijn verricht, beslissingen zijn genomen en uitlatingen in correspondentie of ter zitting zijn gedaan. Bij de beoordeling van de gestelde vormverzuimen speelt geen rol welke persoon de functie van officier van justitie op die verschillende momenten vervulde. Alle verrichte handelingen en uitlatingen die gaande het onderzoek door de diverse officieren van justitie zijn gedaan komen voor rekening van het Openbaar Ministerie, aangezien zij één en ondeelbaar is.

3.3.3.2.2 Redelijke termijn

Een verdachte heeft op grond van artikel 6, eerste lid, van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en Fundamentele Vrijheden (EVRM) recht op een redelijke termijn van berechting.

Als uitgangspunt geldt daarbij dat de behandeling van de zaak in eerste aanleg binnen twee jaar met een eindvonnis is afgerond nadat de op zijn redelijkheid te beoordelen termijn is aangevangen, tenzij er sprake is van bijzondere omstandigheden.

In onderhavig geval constateert de rechtbank dat de redelijke termijn van berechting waar verdachte recht op heeft, reeds is overschreden. Vanaf de eerste daad van vervolging waaraan verdachte in redelijkheid de verwachting kon ontlenen dat er tegen hem door het Openbaar Ministerie vervolging zou worden ingesteld zijn immers reeds meer dan twee jaar verstreken.

De vraag is allereerst of dit verwijtbaar is en zo ja: aan wie, en tot slot welke gevolgen dit dan dient te hebben.

De redelijkheid van de duur van een zaak is namelijk afhankelijk van onder meer de volgende omstandigheden:

a. de ingewikkeldheid van de zaak;

b. de invloed van verdachte en/of zijn raadsman/-vrouw op het procesverloop, en

c. de wijze waarop de zaak door de bevoegde autoriteiten is behandeld.

Het merendeel van de verdachten in het onderzoek Etenaken is aangehouden tussen eind oktober 2011 en eind januari 2012, in dit geval voor hen aan te merken als de eerste daad van vervolging. Vervolgens hebben er enkele pro forma zittingen plaatsgevonden vanwege het feit dat het onderzoek nog niet was afgerond. De eerste regiezitting in het onderzoek Etenaken heeft plaatsgevonden op 6 december 2012. Gelet op de ingewikkeldheid van de zaak, de omvang van het verrichte onderzoek alsmede het feit dat de zaken van 29 verdachten gelijktijdig behandeld dienden te worden, acht de rechtbank de duur tot de planning van de eerste regiezitting alleszins redelijk.

Het tijdsverloop is met name opgetreden na voornoemde regiezitting. De zaak is op die zitting verwezen naar de rechter-commissaris voor het horen van de 45 door de verdediging verzochte getuigen. Uit de hiervoor geschetste gang van zaken blijkt dat deze verhoren na de regiezitting door de rechter-commissaris voortvarend zijn gepland. Gedurende de verhoren zijn vragen opgekomen over de start van het onderzoek. Tijdens de verhoren zijn stukken als het ‘pv overdracht onderzoeksdossier’ en het projectplan aan de orde gekomen. Deze stukken maakten op dat moment geen deel uit van het dossier. De verdediging heeft verzocht deze stukken toe te voegen aan het dossier naar aanleiding waarvan schriftelijke procedures zijn gevolgd met als laatste de beslissing en beschikking van de rechtbank van 28 juli 2014.

Vervolgens is door (een deel van) de raadslieden op 12 november 2014 verzocht om een verdere regiezitting, hetgeen uiteindelijk heeft geleid tot het plannen van de tweede regiezitting op 26 november 2015.

Over het verloop van de gang van zaken na de (eerste) regiezitting is de rechtbank van oordeel dat dit niet in relevante mate te wijten is geweest aan het optreden van het Openbaar Ministerie. Het verweer tot niet-ontvankelijk verklaring van het Openbaar Ministerie wegens overschrijding van de redelijke termijn van berechting wordt derhalve verworpen.

3.3.3.2.3 Gestapelde (vorm)verzuimen

Het “voorbereidend onderzoek”

De rechtbank stelt vast dat in het ‘algemeen proces-verbaal’ d.d. 2 januari 2012, zoals opgenomen in het einddossier van het onderzoek Etenaken 1, wordt vermeld dat het onderzoek is gestart op 3 maart 2011 en dat sprake is geweest van een “voorbereidend onderzoek”.

Duidelijk is dat dit “voorbereidend onderzoek” is neergelegd in het ‘pv overdracht onderzoeksdossier’ van verbalisant [verbalisant 2] d.d. 11 oktober 2010 zoals aan de rechter-commissaris overgelegd door getuige [verbalisant 1] op 25 september 2013. Dit “voorbereidend onderzoek” was, zoals is te lezen op pagina 2 van genoemd proces-verbaal, onder verantwoordelijkheid van officier van justitie mr. Bethlehem en werd gestart op

17 maart 2010.

Uit het hierboven genoemde ‘pv overdracht onderzoeksdossier’ blijkt dat op basis van restinformatie uit het strafrechtelijk financieel onderzoek (hierna: sfo) Dubbroek uit 2010 en uit het onderzoek Apeldoorn uit 2007 onderzoek is gedaan. Deze restinformatie uit het sfo Dubbroek betrof informatie over diverse aankopen bij [bedrijfsnaam 7] door een man die in het gezelschap was van de hoofdverdachte [medeverdachte 33] in het onderzoek Dubbroek. Deze man had de aankopen contant betaald. De man had de eerste keer als adres opgegeven [adres 8] te Kapelle, en had verteld dat hij de machines kocht voor zijn zoon. Geconcludeerd werd dat deze man mogelijk [verdachte] is. Aan medewerkers van het bedrijf zijn foto’s getoond ter identificatie van de man in het gezelschap van [medeverdachte 33] . Een foto van [verdachte] is aan hen niet getoond, zodat hun verklaringen niet als ontlastend kunnen worden gezien, en het niet noemen van deze verklaringen op bepaalde momenten in het onderzoek niet als een verzuim kan worden aangemerkt.

Deze restinformatie is blijkens het ‘pv overdracht onderzoeksdossier’ gecombineerd met de restinformatie uit het onderzoek Apeldoorn dat uit gegevens van de Belastingdienst is gebleken dat [verdachte] geen enkele bron van inkomsten heeft.

De rechtbank is van oordeel dat deze gecombineerde informatie een voldoende basis vormde om tot een verdenking in de zin van artikel 27 Sv te kunnen komen, te weten voor het strafbare feit witwassen.

Het standpunt van de officier van justitie zoals verwoord in zijn brieven van 23 november 2012 en 6 november 2015 en ter terechtzitting van 26 november 2015 dat het onderzoek Dubbroek (zelfstandig) ook informatie bevat om tot een Opiumwetverdenking te kunnen komen, volgt de rechtbank niet. De stukken van het sfo Dubbroek zoals verstrekt door de officier van justitie na de regiezitting van 6 december 2012 bevatten geen enkel stuk waarop een Opiumwet-verdenking ten aanzien van [verdachte] kan worden gestaafd. Ook de in het ‘pv overdracht onderzoeksdossier’ opgenomen informatie uit het sfo Dubbroek en uit het onderzoek Apeldoorn ziet niet op Opiumwetdelicten. Uit het onderzoek Apeldoorn wordt in dat proces-verbaal slechts ingebracht de informatie van de Belastingdienst dat [verdachte] geen enkele bron van inkomsten heeft.

De stelling van de officier van justitie ter zitting van 26 november 2015 dat bij het voorbereidend onderzoek ook CIE-informatie is gebruikt, is onjuist. Het voorbereidend onderzoek vond blijkens de data in het ‘pv overdracht onderzoeksdossier’ plaats tussen

17 maart 2010 en 11 oktober 2010, terwijl het in het eindproces-verbaal opgenomen proces-verbaal CIE dateert van februari 2011.

Naar aanleiding van de genoemde gecombineerde stukken restinformatie is onderzoek gedaan in openbare bronnen. Dit onderzoek zag op [verdachte] , [medeverdachte 15] , [medeverdachte 8] , [medeverdachte 14] , [medeverdachte 22] en [medeverdachte 34] . Alleen laatstgenoemde is geen verdachte in het onderzoek Etenaken 1.

Naast dit onderzoek in openbare bronnen is ook informatie verkregen na het inzetten van bijzondere opsporingsbevoegdheden (hierna: bob-middelen). Blijkens het ‘pv overdracht onderzoeksdossier’ en de later overgelegde onderliggende stukken zijn de volgende bob-middelen ingezet:

  1. Een vordering verstrekking gebruikersgegevens ex artikel 126na Sv, afgegeven op 31 maart 2010, met betrekking tot het telefoonnummer [telefoonnummer 1] , van welk telefoonnummer het vermoeden bestond dat dit in gebruik was bij [verdachte] .

  2. Een vordering verstrekking verkeersgegevens ex artikel 126n/126u Sv, afgegeven op 31 maart 2010, met betrekking tot het telefoonnummer [telefoonnummer 1] .

  3. Een bevel tot observatie door middel van een peilbaken op een voertuig met het kenteken [kenteken 21] , van welk voertuig het vermoeden bestond dat het in gebruik was bij [verdachte] ; dit bevel werd verleend op 19 april 2010 door de officier van justitie, en werd vijf keer verlengd (bevelen van 19 april 2010, 19 mei 2010, 15 juni 2010, 13 juli 2010 en 9 augustus 2010), zodat dit bevel in totaal vijf maanden van kracht is geweest.

  4. Een vordering verstrekking gebruikersgegevens ex artikel 126na, eerste lid, Sv, afgegeven op 22 april 2010, aan alle providers met betrekking tot onder meer de adressen [adres 14] ( [verdachte] / [medeverdachte 22] ) en [adres 15] ( [medeverdachte 8] ).

  5. Een vordering verstrekking gebruikersgegevens ex art. 126na, eerste lid, Sv, afgegeven op 22 april 2010, aan aanbieders van telecommunicatie met betrekking tot het telefoonnummer [telefoonnummer 2] , welk telefoonnummer mogelijk in gebruik was bij [medeverdachte 15] .

  6. Een vordering verstrekking verkeersgegevens ex artikelen 126n/126u Sv, afgegeven op 23 april 2010, met betrekking tot het telefoonnummer [telefoonnummer 2] .

  7. Een vordering verstrekking verkeersgegevens ex artikelen 126n/126u Sv met betrekking tot het telefoonnummer [telefoonnummer 3] , afgegeven op 23 april 2010, welk telefoonnummer op naam staat van [medeverdachte 8] .

  8. Een vordering verstrekking verkeersverkeersgegevens ex artikelen 126n/126u Sv, afgegeven op 23 april 2010, met betrekking tot het telefoonnummer [telefoonnummer 4] , welk telefoonnummer op naam staat van [medeverdachte 15] .

  9. Een vordering verstrekking verkeersgegevens ex artikelen 126n/126u Sv, afgegeven op 23 april 2010, met betrekking tot het telefoonnummer [telefoonnummer 5] , van welk telefoonnummer het vermoeden bestond dat dit in gebruik was bij [verdachte] . Het telefoonnummer stond op naam van [medeverdachte 15] .

  10. Een vordering verstrekking verkeersgegevens ex artikelen 126n/126u Sv, afgegeven op 23 april 2010, met betrekking tot het telefoonnummer [telefoonnummer 6] , welk telefoonnummer op naam staat van [medeverdachte 15] .

  11. Een vordering verstrekking gebruikersgegevens ex artikel 126na, eerste lid, Sv, afgegeven op 29 april 2010, met betrekking tot de telefoonnummers [telefoonnummer 7] (ten name van [medeverdachte 1] ), [telefoonnummer 8] (prepaid), [telefoonnummer 9] (ten name [medeverdachte 35] ), [telefoonnummer 10] (ten name van [medeverdachte 36] ), [telefoonnummer 11] , [telefoonnummer 12] (ten name van [medeverdachte 22] ), [telefoonnummer 13] (ten name van [medeverdachte 37] ), [telefoonnummer 14] (ten name van [medeverdachte 38] ), zijnde telefoonnummers die met enige regelmaat werden gebeld door telefoonnummers in gebruik bij [verdachte] .

  12. Een vordering verstrekking historische gegevens ex artikel 126nd/126d, eerste lid, Sv, afgegeven op 29 april 2010, met betrekking tot gegevens van de Belastingdienst, district Zuidwest, kantoor Goes over [medeverdachte 15] .

  13. Een vordering verstrekking historische gegevens ex artikel 126nd/126d, eerste lid, Sv, afgegeven op 31 mei 2010, met betrekking tot gegevens van de Belastingdienst over [medeverdachte 22] .

  14. Een vordering verstrekking gegevens ex artikel 126nd, eerste lid, Sv, afgegeven op 31 mei 2010, met betrekking tot mutaties op drie bankrekeningnummers ten name van [medeverdachte 15] bij de Rabobank Oosterschelde te Goes.

  15. Een vordering verstrekking gebruikersgegevens ex artikel 126na, eerste lid, Sv, afgegeven op 1 juni 2010, met betrekking tot het telefoonnummer [telefoonnummer 15] , zijnde het telefoonnummer dat in de contactenlijst werd aangetroffen van de gsm van [medeverdachte 33] , en bij welk contact de naam ‘ [medeverdachte 33] ’ was opgenomen.

  16. Een vordering verstrekking gebruikersgegevens ex artikel 126na, eerste lid Sv, afgegeven op 1 juni 2010, ter verkrijging van gegevens van een gebruiker van een communicatiedienst op het adres [adres 11] , zijnde het adres van de ouders van [verdachte] .

  17. Twee vorderingen verstrekking verkeersgegevens ex artikel 126n/126u Sv, afgegeven op 7 juni 2010 en op 8 juni 2010, met betrekking tot het telefoonnummer [telefoonnummer 5] , van welk telefoonnummer het vermoeden bestond dat dit in gebruik was bij [verdachte] . Het telefoonnummer stond op naam van [medeverdachte 15] .

  18. Een vordering verstrekking verkeersgegevens ex artikel 126n/126u Sv, afgegeven op 7 juni 2010, met betrekking tot het telefoonnummer [telefoonnummer 16] ten name van [medeverdachte 7] , zijnde de vader van [verdachte] .

  19. Een vordering verstrekking gegevens ex artikel 126nd, eerste lid, Sv, afgegeven op 11 juni 2010, met betrekking tot mutaties op drie ING-bankrekeningen ten name van [medeverdachte 22] .

  20. Een vordering verstrekking gegevens ex artikel 126nd, eerste lid, Sv, afgegeven op 11 juni 2010, met betrekking tot mutaties op een ABN/AMRO-bankrekening ten name van [medeverdachte 22] .

  21. Een vordering verstrekking gegevens ex artikel 126nd, eerste lid, Sv, afgegeven op 11 juni 2010 met betrekking tot mutaties op een NIBC Direct-bankrekening ten name van [medeverdachte 22] .

  22. Een vordering verstrekking gegevens ex artikel 126nd, eerste lid, Sv, afgegeven op 11 juni 2010 met betrekking tot mutaties op een Amsterdam Trade Bank-bankrekening ten name van [medeverdachte 22] .

  23. Een vordering verstrekking historische gegevens bestemd voor of afkomstig van een aanbieder van een communicatiedienst ex artikel 126nd/126nu, eerste lid, Sv, afgegeven op 28 juni 2010, met betrekking tot de mastgegevens van bepaalde Vodafone-masten in Kamperland, Kortgene en Colijnsplaat op 14 juni 2010 tussen 08:00 en 11:00 uur, gevraagd aan KPN BV, Vodafone en T-Mobile, ter verkrijging van gegevens omtrent [verdachte] .

  24. Een vordering verstrekking historische gegevens bestemd voor of afkomstig van een aanbieder van een communicatiedienst ex artikel 126ng/126nu Sv, eerste lid, Sv juncto artikel 126nd/126ud, eerste lid Sv, afgegeven op 28 juni 2010, met betrekking tot de mastgegevens van een KPN-mast op 14 juni 2010 tussen 17:00 uur en 20:00 uur, ter verkrijging van gegevens omtrent [verdachte] .

  25. Een vordering verstrekking historische gegevens bestemd voor of afkomstig van een aanbieder van een communicatiedienst ex artikel 126ng/126nu Sv, eerste lid, Sv juncto artikel 126nd/126ud, eerste lid Sv, afgegeven op 28 juni 2010, met betrekking tot de mastgegevens van een T-Mobile-mast op 14 juni 2010 tussen 17:00 uur en 20:00 uur, ter verkrijging van gegevens omtrent [verdachte] .

  26. Een vordering verstrekking historische gegevens bestemd voor of afkomstig van een aanbieder van een communicatiedienst ex artikel 126ng/126nu Sv, eerste lid, Sv juncto artikel 126nd/126ud, eerste lid Sv, afgegeven op 28 juni 2010, met betrekking tot de mastgegevens van diverse Vodafone-masten op 19 juni 2010 tussen 07:30 uur en 10:30 uur, ter verkrijging van gegevens omtrent [verdachte] .

  27. Een vordering verstrekking historische gegevens bestemd voor of afkomstig van een aanbieder van een communicatiedienst ex artikel 126ng/126nu Sv, eerste lid, Sv juncto artikel 126nd/126ud, eerste lid Sv, afgegeven op 28 juni 2010, met betrekking tot de mastgegevens van diverse KPN-masten op 19 juni 2010 tussen 07:30 uur en 10:30 uur, ter verkrijging van gegevens omtrent [verdachte] .

  28. Een vordering verstrekking historische gegevens bestemd voor of afkomstig van een aanbieder van een communicatiedienst ex artikel 126ng/126nu Sv, eerste lid, Sv juncto artikel 126nd/126ud, eerste lid Sv, afgegeven op 28 juni 2010, met betrekking tot de mastgegevens van diverse T-Mobile-masten op 19 juni 2010 tussen 07:30 uur en 10:30 uur, ter verkrijging van gegevens omtrent [verdachte] .

  29. Een vordering verstrekking historische gegevens bestemd voor of afkomstig van een aanbieder van een communicatiedienst ex artikel 126ng/126nu Sv, eerste lid, Sv juncto artikel 126nd/126ud, eerste lid Sv, afgegeven op 28 juni 2010 met betrekking tot de mastgegevens van diverse KPN-masten op 13 juni 2010 tussen 15:45 uur en 17:00 uur, ter verkrijging van gegevens omtrent [verdachte] .

  30. Een vordering verstrekking historische gegevens bestemd voor of afkomstig van een aanbieder van een communicatiedienst ex artikel 126ng/126nu Sv, eerste lid, Sv juncto artikel 126nd/126ud, eerste lid Sv, afgegeven op 28 juni 2010, met betrekking tot de mastgegevens van diverse T-Mobile-masten op 13 juni 2010 tussen 15:45 uur en 17:00 uur, ter verkrijging van gegevens omtrent [verdachte] .

  31. Een vordering verstrekking historische gegevens bestemd voor of afkomstig van een aanbieder van een communicatiedienst ex artikel 126ng/126nu Sv, eerste lid, Sv juncto artikel 126nd/126ud, eerste lid Sv, afgegeven op 28 juni 2010, met betrekking tot de mastgegevens van diverse Vodafone-masten op 13 juni 2010 tussen 15:45 uur en 17:00 uur, ter verkrijging van gegevens omtrent [verdachte] .

  32. Een vordering verstrekking historische gegevens bestemd voor of afkomstig van een aanbieder van een communicatiedienst ex artikel 126ng/126nu Sv, eerste lid, Sv juncto artikel 126nd/126ud, eerste lid Sv, afgegeven op 28 juni 2010, met betrekking tot de mastgegevens van diverse Vodafone-masten in Kamperland, Kortgene en Colijnsplaat op 14 juni 2010 tussen 08:00 uur en 11:00 uur, ter verkrijging van gegevens omtrent [verdachte] .

  33. Een vordering verstrekking historische gegevens bestemd voor of afkomstig van een aanbieder van een communicatiedienst ex artikel 126nd/126nu, eerste lid, Sv, afgegeven op 29 juni 2010, met betrekking tot de mastgegevens van bepaalde KPN-masten in Kamperland, Kortgene, Colijnsplaat en ’s-Heer Arendskerke op 14 juni 2010 tussen 08:00 en 11:00 uur, gevraagd aan KPN BV, Vodafone en T-Mobile, ter verkrijging van gegevens omtrent [verdachte] .

  34. Een vordering verstrekking historische gegevens bestemd voor of afkomstig van een aanbieder van een communicatiedienst ex artikel 126ng/126nu Sv, eerste lid, Sv juncto artikel 126nd/126ud, eerste lid Sv, afgegeven op 29 juni 2010, met betrekking tot de mastgegevens van diverse KPN-masten in Kamperland, Kortgene, Colijnsplaat en ’s-Heer Arendskerke op 14 juni 2010 tussen 08:00 uur en 11:00 uur, ter verkrijging van gegevens omtrent [verdachte] .

  35. Een vordering verstrekking gegevens ex artikel 126nd, eerste lid, Sv, afgegeven op 6 juli 2010, gericht aan de Rechtbank Middelburg ter verkrijging van gegevens en onderliggende stukken inzake van wie [medeverdachte 22] bewindvoerder/executeur testamentair is.

  36. Een aanvraag vordering verstrekking historische gegevens ex artikel 126nd, eerste lid, Sv met betrekking tot mutaties op Rabobank-bankrekeningen ten name van [medeverdachte 22] . De vordering van de officier van justitie hiertoe is niet aangetroffen.

  37. Resultaten van CIOT-bevragingen van vele telefoonnummers, volgens enkele processen-verbaal Ciot bevraging op basis van een pv vordering 126n Sv, welke processen-verbaal vordering de rechtbank niet heeft aangetroffen.

Het opvragen van mastgegevens met betrekking tot bepaalde data, tijdstippen en plaatsen is steeds gebaseerd op gegevens van het peilbaken en telefoongegevens.

Bij het voorgaande constateert de rechtbank dat bij de hiervoor genoemde nummers 19 tot en met 22 en 35 tot en met 37 stukken ontbreken.

In diverse processen-verbaal tot het aanvragen van vorderingen voor het inzetten van bob-middelen is – kortgezegd – opgenomen de restinformatie uit onderzoek Dubbroek dat het mogelijk [verdachte] is geweest die contant machines heeft betaald bij de firma [bedrijfsnaam 7] , en dat [verdachte] ’ zoon zonder een hypothecaire lening af te sluiten een loods heeft gekocht voor bijna € 140.000,-. In deze processen-verbaal is opgenomen dat de verdenking eruit bestaat dat [verdachte] door criminele activiteiten gegenereerde winsten witwast door deze, naast de aanschaf van gereedschappen bij [bedrijfsnaam 7] , te investeren in onroerend goed, te weten de [adres 8] te Kapelle. Later wordt daaraan toegevoegd het adres [adres 9] te Kapelle.

Blijkens de brief van de officier van justitie van 6 november 2015 was de politie echter al op – in ieder geval - 7 mei 2010 bekend met de informatie dat [medeverdachte 15] de loods aan de [adres 8] te Kapelle heeft kunnen aanschaffen zonder hypothecaire lening omdat het geld aan hem was geleend door [medeverdachte 22] . Dat dit geld van [medeverdachte 22] niet afkomstig was van [verdachte] is naar voren gekomen uit de bekend geworden bankgegevens van [medeverdachte 22] en de gegevens van de rechtbank met betrekking tot bewindvoering door [medeverdachte 22] .

De rechtbank constateert dat deze ontlastende informatie in het voorbereidend onderzoek na 7 mei 2010 op geen enkele wijze is verwerkt of zelfs maar genoemd in aanvragen tot verlenging van de inzet van het peilbaken. Het betreft hier de laatste vier verlengingen van dit bob-middel. De verlengingsbevelen zijn telkens op basis van deze aanvragen verstrekt.

Aan deze vorderingen en daarmee aan de onderzoeksresultaten daaruit kleeft in het licht van het voorgaande derhalve een vormverzuim als bedoeld in artikel 359a Sv. Dit verzuim is onherstelbaar.

Hetzelfde geldt naar het oordeel van de rechtbank voor de bob-middelen die zijn ingezet op basis van de onderzoeksresultaten van het peilbaken. Dit betreffen dan met name de bob-middelen ter verkrijging van de mastgegevens voor bepaalde masten op diverse data en tijdstippen in juni 2010.

De rechtbank merkt nog op dat in de door de politie opgemaakte aanvragen voor deze bob-middelen de volgende zin is opgenomen: “op 17 maart 2010 is onder leiding van officier van justitie mr. E.F. Bethlehem een opsporingsonderzoek gestart onder de naam Etenaken”. Ook blijkt uit het ‘pv overdracht onderzoeksdossier’ dat het onderzoek langdurig en structureel gericht is op [verdachte] en dat aan het onderzoek tegen hem ook een parketnummer is toegekend, te weten het huidige parketnummer in zijn zaak.

Gelet op de hierboven geciteerde zin, op de status van [verdachte] als verdachte vanaf de start van dit onderzoek en de helder omschreven verdenking ten aanzien van hem in de diverse aanvragen voor bob-middelen, en op het feit dat langdurig en veelvuldig bob-middelen zijn ingezet moet het voorbereidend onderzoek zoals opgenomen in het ‘pv overdracht onderzoeksdossier’ worden aangemerkt als een opsporingsonderzoek als bedoeld in artikel 132a Sv. De omstandigheid dat dit onderzoek is verricht door het bureau projectvoorbereiding – en nog niet door het regionaal recherche team – is geen omstandigheid die van invloed is op de vraag of sprake is van een opsporingsonderzoek in de zin van voornoemd artikel.

De rechtbank wijst er overigens op dat gedurende dit voorbereidend onderzoek ook aanvragen voor bob-middelen zijn gedaan door het regionaal recherche team, naar de rechtbank begrijpt het latere onderzoeksteam. Nog afgezien van de conclusie dat het voorbereidend onderzoek moet worden aangemerkt als een opsporingsonderzoek, vond door de aanvragen van bob-middelen door het reguliere onderzoeksteam ook binnen de recherche-afdeling kennelijk al een verschuiving plaats van de status van “voorbereidend onderzoek” naar “opsporingsonderzoek”.

Het onderzoek Etenaken 1 na de officiële start op 3 maart 2011

Het in het eind-proces-verbaal van het onderzoek Etenaken 1 opgenomen ‘algemeen proces-verbaal’ (pagina 80 – 132, ordner 1) geeft een verkorte weergave van het gehele onderzoek zoals dat heeft plaatsgevonden vanaf 3 maart 2011.

In dit ‘algemeen proces-verbaal’ d.d. 2 januari 2012 is onder ‘Aanleiding onderzoek Etenaken’ vermeld: ‘alvorens het opsporingsonderzoek werd gestart werd voorbereidend onderzoek verricht’, en dat de aanleiding voor dit onderzoek voortkwam uit (rest)informatie van het strafrechtelijke onderzoek Dubbroek. Vervolgens is onder ‘Dubbroek’ een korte uiteenzetting gegeven van de bevindingen ten aanzien van de aankoop van machines bij [bedrijfsnaam 7] . Onder ‘onderzoeksbevindingen onderzoek APELDOORN’ zijn feiten en omstandigheden genoemd die zien op een Opiumwetverdenking ten aanzien van [verdachte] in dat onderzoek, waaronder kort weergegeven diverse tapgesprekken en observatiebevindingen.

Voorts worden in het ‘algemeen proces-verbaal’ diverse onderzoeksbevindingen uit het voorbereidend onderzoek genoemd, maar hierbij is niet duidelijk aangegeven dat deze onderzoeksbevindingen voortkomen uit dit voorbereidend onderzoek en dat hiervoor bob-middelen zijn ingezet. Zo worden van de ingezette bob-middelen in het ‘algemeen proces-verbaal’ slechts genoemd: onderzoek van een bankrekening van [medeverdachte 22] , bakengegevens (de rechtbank begrijpt: onderzoeksresultaten van de inzet van het peilbaken), en het onderzoek naar bewindvoering door [medeverdachte 22] bij de rechtbank.

In het ‘algemeen proces-verbaal’ zijn opgenomen de ontlastende onderzoeksbevindingen uit het voorbereidend (opsporings)onderzoek dat [medeverdachte 15] de loods aan de [adres 8] te Kapelle kon kopen omdat [medeverdachte 22] aan hem een lening had verstrekt, dat [medeverdachte 22] dit geld door vererving had verkregen en dat dit geld dus niet afkomstig was van [verdachte] . Wederom blijkt echter niet dat deze informatie afkomstig is uit het voorbereidend onderzoek. Ondanks deze ontlastende informatie is in het ‘algemeen proces-verbaal’ onder ‘verdenking’ (pagina 88) toch opnieuw opgenomen dat het vermoeden bestaat dat [verdachte] de uit criminele activiteiten gegenereerde winsten witwast door deze te investeren in onroerend goed, waarbij de adressen [adres 9] en [adres 8] te Kapelle worden genoemd.

De hierboven genoemde witwasverdenking ten aanzien van [verdachte] is – zonder het noemen van de ontlastende elementen – gedurende het opsporingsonderzoek na 3 maart 2011 eveneens verwoord in de volgende aanvragen voor bob-middelen:

- voor de observatie van [verdachte] (negen keer verlengd),

- voor vergaring van nummergegevens,

- voor het verstrekken van gegevens afkomstig van de Westerscheldetunnel,

- voor het verstrekken van historische gegevens bestemd voor of afkomstig van een aanbieder communicatiedienst (verstrekt voor KPN, Vodafone en T-Mobile), en

- voor nummeridentificatie (imsi-catcher), twee keer.

Aan al deze bevelen kleeft een verzuim, omdat ontlastende informatie die al sinds lange tijd - immers in ieder geval op 7 mei 2010 - bekend was niet in de aanvragen daarvoor is opgenomen. Er is ook hier sprake van onherstelbare vormverzuimen in de zin van artikel 359a, eerste lid, Sv.

In het opsporingsonderzoek sinds 3 maart 2011 zijn voorts bij de rechter-commissaris machtigingen tot bevelen voor huiszoekingen en taps aangevraagd. In de onderliggende aanvragen, geformuleerd door de politie, is de witwasverdenking ten aanzien van [verdachte] geformuleerd als hierboven, maar echter nog steeds zonder dat de ontlastende informatie met betrekking tot de aankoop van de loods aan de [adres 8] te Kapelle door [medeverdachte 15] is opgenomen. De rechter-commissaris heeft haar - toewijzende - beslissingen gebaseerd op deze aanvragen. Dit geldt voor de volgende bob-middelen:

- het tappen van het telefoonnummer [telefoonnummer 4] (op naam van [medeverdachte 15] , maar in gebruik bij [verdachte] ; twee keer verlengd); machtiging door de rechter-commissaris afgegeven op 23 maart 2011.

- het tappen van het telefoonnummer [telefoonnummer 5] (op naam van [medeverdachte 15] , maar in gebruik bij [verdachte] ; elf keer verlengd), eerste machtiging door de rechter-commissaris afgegeven op 23 maart 2011.

- een tap op het IMEI-nummer [IMEInummer 1] ; machtiging verstrekt door de rechter-commissaris op 8 juli 2011.

- een tap op het IMEI-nummer [IMEInummer 2] ; machtiging verstrekt door de rechter-commissaris op 8 juli 2011.

- het tappen van het telefoonnummer [telefoonnummer 3] ; machtiging verstrekt door de rechter-commissaris op 21 juni 2011.

- het tappen van het telefoonnummer [telefoonnummer 16] in gebruik bij [medeverdachte 7] ; machtiging verstrekt door de rechter-commissaris op 17 juni 2011.

- een internettap in gebruik bij [medeverdachte 8] ; machtiging verstrekt door de rechter-commissaris op 23 maart 2011, één keer verlengd.

- een doorzoeking ter inbeslagneming op het adres [adres 12] te Kapelle (verblijfadres van [verdachte] ); de rechter-commissaris heeft de vordering van de officier van justitie daartoe toegewezen op 7 november 2011, en

- een doorzoeking ter inbeslagneming op het adres [adres 13] te ’s-Heer Hendrikskinderen; de rechter-commissaris heeft de vordering van de officier van justitie daartoe toegewezen op 7 november 2011.

Ook aan deze machtigingen verstrekt door de rechter-commissaris kleeft om dezelfde reden als hierboven bij de andere bob-middelen na 3 maart 2011 een vormverzuim. Dit verzuim is onherstelbaar.

Naar aanleiding van onderzoeksresultaten verkregen uit de observatie van [verdachte] , uit het tappen van het telefoonnummer [telefoonnummer 5] en uit de doorzoeking van de woning aan de [adres 12] te Kapelle zijn andere bob-middelen ingezet, waaronder het plaatsen van een camera in de garagebox aan de [adres 5] te ’s-Heer Hendrikskinderen en het betreden van deze garagebox op 20 mei 2011 (waar twee kilogram hennep werd aangetroffen), de inzet van een peilbaken op het voertuig met het kenteken

[kenteken 23] , en het plaatsen van camera’s gericht op de toegang tot de panden aan de [adres 8] en [adres 9] te Kapelle.

De aanvragen voor het inzetten van deze bob-middelen zijn daarom ook besmet evenals de onderzoeksresultaten daaruit, als zogeheten “fruits of the poisonous tree”.

Met name uit langdurige en structurele observatie van [verdachte] , het langdurige tappen van het telefoonnummer [telefoonnummer 5] en de doorzoeking van de woning aan de [adres 12] te Kapelle zijn enerzijds ten aanzien van [verdachte] belastende onderzoeksresultaten verkregen, en zijn anderzijds zodanige onderzoeksresultaten verkregen dat daardoor diverse andere verdachten in het onderzoek Etenaken 1 in beeld zijn gekomen.

Het standpunt van de officier van justitie in zijn brief van 6 november 2015 en ter zitting van 26 november 2015 dat het verzuim van het niet noemen van de ontlastende informatie in de diverse aanvragen slechts van beperkte invloed is geweest, volgt de rechtbank dan ook geenszins.

De ontlastende informatie, die al bekend is geworden in het voorbereidend (opsporings)onderzoek, is langdurig en structureel buiten de vele aanvragen voor bob-middelen gehouden. De rechtbank acht dit met name kwalijk waar het aanvragen betreft voor bob-middelen die diep doordringen in de persoonlijke levenssfeer van de verdachte en die om die reden ter toetsing moeten worden voorgelegd aan de rechter-commissaris. De officier van justitie is bij dergelijke aanvragen gehouden de rechter-commissaris van al die

- belastende maar zeker ook ontlastende - informatie in de zaak te voorzien die nodig is om diens wettelijke taak te kunnen vervullen en tot een afgewogen oordeel te kunnen komen. De rechter-commissaris moet daar te allen tijde en zonder aarzeling van uit kunnen gaan. Dat dit langdurig en structureel niet is gebeurd acht de rechtbank een ernstig verzuim. Dit verzuim is onherstelbaar.

Concluderende overwegingen

Gelet op het verrichte onderzoek in samenhang bezien met de hierboven opgenomen opsomming van ingezette bob-middelen gedurende het voorbereidend onderzoek is de verantwoording hiervan in het ‘algemeen proces-verbaal’ vrijwel nihil te noemen.

De officier van justitie heeft ter terechtzitting van 6 december 2012 naar voren gebracht dat het onderzoek Dubbroek in het onderzoek Etenaken is verantwoord omdat de facturen van [bedrijfsnaam 7] zijn toegevoegd, evenals de verhoren hieromtrent en de taps. De rechtbank merkt hierover op dat het eindproces-verbaal inderdaad verhoren bevat van [medeverdachte 39] en één van diens medewerkers over de aankopen door de man die bij [medeverdachte 33] was, en dat de facturen daarbij zijn gevoegd, maar dat er geen tapgesprekken uit het onderzoek Dubbroek zijn gevoegd in het eindproces-verbaal. Deze zijn in de later verstrekte Dubbroek-stukken evenmin aangetroffen.

Gezien de status van het voorbereidend onderzoek als opsporingsonderzoek in de zin van artikel 132a Sv had het ‘pv overdracht onderzoeksdossier’ met alle onderliggende stukken aan het eindproces-verbaal moeten worden toegevoegd. Dat dit voorafgaand aan de verstrekking van het eindproces-verbaal nog niet was gebeurd zou onder omstandigheden op grond van artikel 32 Sv mogelijk zijn geweest, maar gelet op artikel 33 Sv hadden deze stukken al veel eerder dan nu het geval is geweest aan [verdachte] en de overige verdachten in Etenaken 1 verstrekt moeten worden. In redelijkheid had dit in ieder geval voorafgaand aan de eerste regiezitting op 6 december 2012 moeten geschieden.

De rechtbank merkt hierover nog op dat de officier van justitie op deze regiezitting de rechtbank noch de verdediging over het bestaan van het ‘pv overdracht onderzoeksdossier’ heeft ingelicht. Eerst nadat door de verdediging vragen werden gesteld over de start van het onderzoek is tijdens het verhoor op 25 september 2013 van getuige [verbalisant 1] door de rechter-commissaris door deze getuige het stuk overgelegd. De onderliggende stukken – in omvang drie ordners – zijn pas nog weer later toegevoegd.

Getuige [verbalisant 1] spreekt in haar verhoor ook over voortgangsverslagen die waren opgemaakt in de periode dat het voorbereidend onderzoek plaatsvond. Ondanks haar toezegging daartoe heeft zij deze vervolgens niet ter beschikking van de rechter-commissaris gesteld. Ook later zijn deze stukken niet door de officier van justitie aan het dossier toegevoegd. Tijdens de tweede regiezitting van 26 november 2015 heeft de officier van justitie over deze voortgangsverslagen gezegd dat hij er niet over beschikt en dat hij

– eigenlijk - niet weet of ze er wel zijn. De rechtbank merkt op dat de officier van justitie in zijn brief van 6 november 2015 echter wel heeft verwezen naar een voortgangsverslag d.d.

7 mei 2010, waarin de ontlastende informatie met betrekking tot de aankoop van de loods door [medeverdachte 15] door middel van een lening van [medeverdachte 22] was opgenomen. De rechtbank stelt vast dat de rechtbank en de verdediging in verband met het ontbreken van – in ieder geval - de voortgangsverslagen thans – drie jaar na de eerste regiezitting! – kennelijk nog immer niet over het complete dossier beschikken.

Samenvattend is de rechtbank dan ook van oordeel dat verdachte op ernstige wijze in zijn verdedigingsbelangen is geschaad.

Gedurende bijna het gehele opsporingsonderzoek – daaronder ook begrepen het voorbereidend onderzoek – is structureel en langdurig ontlastende informatie niet opgenomen in aanvragen voor de inzet van bob-middelen, daaronder begrepen de diep in de persoonlijke levenssfeer van verdachte ingrijpende tapbevelen en de doorzoeking van een woning waar [verdachte] veel verbleef. Doordat dit verzuim gedurende het opsporingsonderzoek langdurig en structureel heeft doorgewerkt in de vele ingezette bob-middelen is de waarheidsvinding onherstelbaar gecompromitteerd, hetgeen zijn weerslag heeft op het gehele opsporingsonderzoek. Gelet op de omvang van de ingezette bob-middelen waaraan dit verzuim kleeft, de uit deze bob-middelen voortgevloeide onderzoeksresultaten, en de op basis van die resultaten verder ingezette bob-middelen, is de rechtbank van oordeel dat de met de opsporing belaste ambtenaren ernstig inbreuk hebben gemaakt op de beginselen van een behoorlijke procesorde, waardoor met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijk proces tekort is gedaan. Daarenboven zijn de stukken betreffende het zogenoemde “voorbereidend onderzoek” buiten het einddossier gelaten. Dit is in strijd met een deugdelijke verbaliseringsplicht en plicht tot adequate dossiervorming.

Gezien het voorgaande is sprake van onherstelbare verzuimen in de zin van artikel 359a, eerste lid, Sv, welke voor rekening van de officier van justitie dienen te komen.

Door het op grote schaal gebruik maken van onderzoeksbevindingen die het resultaat zijn van besmette bob-middelen tezamen met een gebrekkige dossiervorming als hiervoor bedoeld, is de waarheidsvinding sterk in het gedrang gekomen en kan niet meer worden gesproken van een eerlijk proces als bedoeld in artikel 6 EVRM. De rechtbank is van oordeel dat de met de opsporing en vervolging belaste ambtenaren door de hierboven genoemde vormverzuimen ook in strijd met de grondslagen van het strafproces hebben gehandeld, waardoor het wettelijk systeem in de kern wordt geraakt.

Gelet op de aard en ernst van de geconstateerde onrechtmatigheden, de hoeveelheid onrechtmatigheden, het gegeven dat met grove veronachtzaming van de belangen van de verdachte aan diens recht op een eerlijk proces tekort is gedaan en dat daarom aan het belang van de samenleving bij vervolging en berechting van verdachte hier het mindere gewicht toekomt, zal de rechtbank het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaren in de vervolging van [verdachte] .

4 Beslag

De in beslag genomen voorwerpen dienen teruggegeven te worden aan de rechthebbende.

5 De beslissing

De rechtbank:

- verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte;

Beslag

- gelast de teruggave aan de rechthebbende van de voorwerpen zoals opgenomen op de aan dit vonnis gehechte beslaglijst;

Voorlopige hechtenis

- heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.

Dit vonnis is gewezen door mr. K.M. de Jager, voorzitter, mr. I.M. Josten en mr. R.A. Borm, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Moggré-Hengst en mr. M. de Jonge, griffiers, en is uitgesproken ter openbare zitting op 17 december 2015.