Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2015:7930

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
14-12-2015
Datum publicatie
14-12-2015
Zaaknummer
02-800087-15 en 02-820302-13
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

Bedreigingen en langdurige belagingen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Middelburg

parketnummers: 02/800087-15 en 02/820302-13

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 14 december 2015

in de strafzaak tegen

[verdachte],

geboren op [geboortedag] 1957 te [geboorteplaats] ,

wonende te [adres] ,

thans gedetineerd in penitentiaire inrichting Zuid West – De Dordtse Poorten,

Kerkeplaat 25, 3313 LC Dordrecht,

raadsman mr. J.F.C. Schnitzler, advocaat te Eersel.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 30 november 2015, waarbij de officier van justitie mr. R.C.P. Rammeloo en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

Ter zitting zijn overeenkomstig artikel 285 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) de zaken onder voormelde parketnummers gevoegd en is de tenlastelegging in de zaak met parketnummer 02/800087-15 overeenkomstig artikel 314a Sv aangepast. De rechtbank

heeft de feiten op de dagvaardingen van een doorlopende nummering voorzien.

2 De tenlastelegging

Verdachte staat terecht, ter zake dat:

parketnummer 02/820302-13

1.

hij in of omstreeks 13 januari 2012 tot en met 28 augustus 2013 te Vlissingen,

in elk geval in Nederland,

wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de

persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 1] , in elk geval van een ander, met het

oogmerk die [slachtoffer 1] , in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te

doen, te dulden en/of vrees aan te jagen,

immers heeft verdachte die [slachtoffer 1] veelvuldig ongewenst telefonisch benaderd

en/of meermalen ongewenst brieven, althans poststukken met voor die [slachtoffer 1]

beledigende (te weten brieven met daarin teksten als "kuttekop en/of

"kutfiguur" en/of "en nou opgeflikkerd, vuile kuttekop uit Utrecht" en/of een

foto van die [slachtoffer 1] met daaronder de tekst "de grootste kuttekop van Rijen"

en/of "die VIEZE VUILE JOODSE TREKHOND UIT VLISSINGEN" en/of "dat varken van [slachtoffer 1] " en/of dreigende (te weten brieven met daarin teksten als "Die trekhond

uit Utrecht mag publiekelijk gestenigd worden door het Turkse del van de Rijense bevolking. Bij de bouwmarkt KARWEI in Dongen kun je al een baksteen

kopen voor 19 eurocent." en/of "Voor nog net geen 2 euro mogen ze die vieze

vuile Jood-in-Vlissingen naar de andere wereld hekpen") inhoud bij die [slachtoffer 1]

(op zijn thuisadres) bezorgd en/of laten bezorgen en/of brieven, althans

poststukken met voor die [slachtoffer 1] bedreigende en/of beledigende inhoud bezorgd/in

de bus gedaan bij woningen gelegen in de nabijheid van de woning van die [slachtoffer 1] ;

2.

hij op of omstreeks 28 augustus 2013 te Vlissingen,

opzettelijk, door middel van verspreiding van (een) geschrift(en), de eer

en/of de goede naam van [slachtoffer 1] heeft aangerand door telastlegging van een

of meer bepaalde feiten, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te

geven, immers heeft verdachte met voormeld doel (een) geschrift(en), zoals aan

deze telastelegging gehecht en daarvan deel uitmakende, verspreid;

3.

parketnummer 02-806092-12

hij op of omstreeks 24 mei 2011 te 's-Gravenhage, in elk geval in Nederland,

[slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht,

althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk deze (door

het plaatsen van een bericht/reactie op [naam website] ) dreigend de woorden

toegevoegd:

"Stuur die flikkers maar eens bij mij langs.

Ikzla die lui eens leren nken !!

Dan krijgen die flikkers pas echt spijt dat ze met die stomme

trekhondenmentaliteit zijn begonnen.

Wie schiet er trouwens binnenkort als eerste voormalig

homo-emancipatieminister [slachtoffer 2] kapot ???

Dat vieze vuile homotrekhondenvriendje moet bungelen aan de strop !

Als ik weet waar die vuile gore viezerik woont ga ik hoogstpersoonlijk langs

om hem kapot te maken.

Hoe eerder Nederland verlost is van deze trekhondenlover hoe beter !

Zijn er misschien nog werklozen die in het kader van het vervullen van hun

Sociale Dienstplicht deze gore ex-minister dood willen maken ??

Ik zal de moordenaar rijkelijk belonen met geld en luxe reizen en hem

voordragen bij de Koningin voor een lintje !

Ik zet een prijs op het hoofd van de allergrootste homolover aller tijden:

[slachtoffer 2] .

Tweehonderdduizend Euro voor degene die dit VARKEN dat deel uitmaakte van het

laatste kabinet Balkenende kapotmaakt!!!!!

Mag met een pistool of revolver.

Met een mes?

Mag ook ! Misschien nog veel beter !!

Laat het bloed van die vuile flikkeraanbidder maar rijkelijk vloeien. [naam]

[naam] zou op proefverlof moeten mogen uit de EBI in Vught.

Mag ie met een Victorinoxmes Homo- [slachtoffer 2] van het leven beroven. Daarna mag

onze nationale huurmoordenar in de Adelstand verheven worden in plaats van

verplicht opgesloten te worden in de EBI in Vught",

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

4.

parketnummer 02-608092-12

hij op of omstreeks 24 mei 2011 te 's-Gravenhage, in elk geval in Nederland,

[slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht,

althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk deze (door

het plaatsen van een bericht op [naam website] ) dreigend de woorden toegevoegd:

"Oproep: "de districtschef van het politiedistrict Oosterhout moet voor 1 juni

2011 doodgeschoten worden"", althans woorden van gelijke dreigende aard of

strekking;

Parketnummer 02/800087-15

5.

hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2012 tot en

met 6 januari 2015 te Rijen, gemeente Gilze en Rijen, in elk geval in

Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op

de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 4] , in elk geval van een ander,

met het oogmerk die [slachtoffer 4] , in elk geval die ander te dwingen iets te

doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft hij

verdachte

- veelvuldig brieven/poststukken/foto's aan die [slachtoffer 4] gestuurd en/of

- die [slachtoffer 4] veelvuldig telefonisch benaderd en/of

- zich meermalen bij /nabij de woning van die [slachtoffer 4] opgehouden en/of

- ruiten van de woning en/of de auto van die [slachtoffer 4] vernield en/of

- de tuin van [slachtoffer 4] met gif bespoten;

6.

hij op of omstreeks 02 februari 2015 te Rijen, gemeente Gilze en Rijen en/of

te Breda,

[slachtoffer 5] heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling,

immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 5] dreigend de

woorden toegevoegd :"Jij moet oppassen, ik kom er nu aan en ik neem een mes

mee en ik snijd je keel door en ik ga je vermoorden", althans woorden van

gelijke dreigende aard of strekking.

kennelijke taal- en/of schrijffouten

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht niet bewezen dat verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan. Het geschrift/de geschriften waar in de betreffende tenlastelegging naar wordt verwezen is/zijn niet aan die tenlastelegging gehecht, althans niet bij het exemplaar van de dagvaarding die bij zijn processtukken en/of die van de rechtbank is gevoegd. De steller van de tenlastelegging heeft kennelijk gedoeld op de stukken bij de brief aan drs. [slachtoffer 1] (pagina’s 30 tot en met 33 van het betreffende proces-verbaal van politie). Dit is echter niet met zekerheid vast te stellen omdat bij het betreffende proces-verbaal van politie ook andere geschriften met beledigende inhoud van verdachte jegens die [slachtoffer 1] zijn gevoegd. Aangezien verdachte zich niet kan herinneren of en zo ja, welk(e) stuk(ken) hij bij de aan hem uitgereikte dagvaarding heeft ontvangen en de raadsman hierover ook geen informatie heeft kunnen geven, dient - in plaats van nietigheid van de dagvaarding - om proceseconomische redenen vrijspraak van dit feit te volgen.

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1 en 3 tot en met 6 ten laste gelegde heeft begaan en baseert zich daarbij op de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting en de op deze feiten betrekking hebbende processen-verbaal van politie en geschriften in de daarvan opgemaakte dossiers.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is met de officier van justitie van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van het onder 2 ten laste gelegde.

Voor wat betreft het bewijs van de overige ten laste gelegde feiten refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

4.3.1

Vrijspraak feit 2

Aan verdachte wordt verweten dat hij door telastelegging van een of meer “bepaalde feiten” de eer en/of de goede naam van [slachtoffer 1] heeft aangerand en deze “in (een) geschrift(en), zoals aan deze telastelegging gehecht en daarvan deel uitmakende”, heeft verspreid.

Aan de dagvaarding in het dossier is echter geen geschrift gehecht. De officier van justitie heeft ter zitting gesteld dat het de brief aan drs. [slachtoffer 1] geweest moet zijn (pagina’s 30 tot en met 33 van het betreffende proces-verbaal van politie). Van die brief, die in november 2012 bij [slachtoffer 1] aan huis is bezorgd, kan echter niet bewezen worden dat deze op of omstreeks augustus 2013 door verdachte aan anderen is verspreid. Verdachte zal daarom van het onder 2 ten laste gelegde worden vrijgesproken.

4.3.2

Bewezenverklaring feiten 1, 3, 4, 5 en 6

Nu verdachte deze ten laste gelegde feiten ter zitting heeft bekend en hiervoor geen vrijspraak is bepleit, zal de rechtbank, op grond van artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering voor het bewijs van de feiten 1, 3, 4, 5 en 6, naast de bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting, met de hierna genoemde opgave van bewijsmiddelen volstaan. Deze bewijsmiddelen zijn slechts gebruikt ten aanzien van het feit waarop zij in het bijzonder betrekking hebben.

t.a.v. feit 1 voorts:

- de verklaringen van aangever [slachtoffer 1] d.d. 30 januari 2012, 26 november 2012, 23 augustus 2013 en 29 augustus 20131;

- twee brieven met diverse bijlagen aan [slachtoffer 1]2;

- waarnemingen en bevindingen van verbalisanten3;

- verklaring getuige [getuige]4;

t.a.v. feit 3 voorts:

- schriftelijke machtiging d.d. 26 mei 2011, ondertekend door [slachtoffer 2] , aan [gemachtigde van slachtoffer 2] , tot het doen van aangifte wegens bedreiging, gedaan in een “ [naam reactie 1] ” op 24 mei 2011 geplaatst op de internetpagina “ [naam website] ”5;

- de verklaring van [gemachtigde van slachtoffer 2] als door [slachtoffer 2] schriftelijk gemachtigd d.d. 27 mei 20116;

- een fotokopie van een printscreen van de “ [naam reactie 1] 24-05-2011 | 18:04” op het artikel “Einde homodiscriminatie Italië in zicht? | [naam website] ”7;

t.a.v. feit 4 voorts:

- de verklaring van [slachtoffer 3] d.d. 25 mei 2011, betreffende de aangifte wegens bedreiging, gedaan in een “ [naam reactie 2] ” op 24 mei 2011 geplaatst op de internetpagina “ [naam website]8;

- een fotokopie van een printscreen van de “ [naam reactie 2] 24-05-2011 | 18:16” op het artikel “Mensen herkennen homo’s aan uitspraak | [naam website] ”9;

t.a.v. feit 5 voorts:

- de verklaring van aangeefster [slachtoffer 4] d.d. 20 januari 201510;

- chronologisch overzicht van feiten gepleegd jegens aangeefster die als bijlage bij de aangifte van aangeefster is gevoegd11;

t.a.v. feit 6 voorts:

- de verklaring van aangever [slachtoffer 5] d.d. 3 februari 201512;

- de verklaring van verdachte bij de politie d.d. 3 februari 201513.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

1.

hij in de periode van of omstreeks 13 januari 2012 tot en met 28 augustus 2013 te Vlissingen,

in elk geval in Nederland,

wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de

persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 1] , in elk geval van een ander, met het

oogmerk die [slachtoffer 1] , in elk geval die ander te dwingen iets te doen, niet te

doen, te dulden en/of vrees aan te jagen,

immers heeft verdachte die [slachtoffer 1] veelvuldig ongewenst telefonisch benaderd

en/of meermalen ongewenst brieven, althans poststukken met voor die [slachtoffer 1]

beledigende (te weten brieven met daarin teksten als "kuttekop en/of

"kutfiguur" en/of "en nou opgeflikkerd, vuile kuttekop uit Utrecht" en/of een

foto van die [slachtoffer 1] met daaronder de tekst "de grootste kuttekop van de Rijen"

en/of "die VIEZE VUILE JOODSETREKHOND UIT VLISSINGEN" en/of "Dat varken van [slachtoffer 1] " en/of dreigende (te weten brieven met daarin teksten als "Die trekhond uit Utrecht mag pbliekelijk gestenigd worden door het Turkse del van de

Rijense bevolking. Bij de bouwmarkt KARWEI in Dongen kun je al een baksteen

kopen voor 19 Eurocent." en/of "Voor nog net geen 2 Euro mogen ze die vieze

vuile Jood-in-Vlissingen naar de andere wereld hekpen") inhoud bij die [slachtoffer 1]

(op zijn thuisadres) bezorgd en/of laten bezorgen en/of brieven, althans

poststukken met voor die [slachtoffer 1] bedreigende en/of beledigende inhoud bezorgd/in

de bus gedaan bij woningen gelegen in de nabijheid van de woning van die [slachtoffer 1] ;

3.

hij op of omstreeks 24 mei 2011 te 's-Gravenhage, in elk geval in Nederland,

[slachtoffer 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht,

althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk deze (door

het plaatsen van een bericht/reactie op [naam website] dreigend de woorden

toegevoegd:

"Stuur die flikkers maar eens bij mij langs.

Ik zla die lui eens leren nøken !!

Dan krijgen die flikkers pas echt spijt dat ze met die stomme

trekhondenmentaliteit zijn begonnen.

Wie schiet er trouwens binnenkort als eerste voormalig

homo-emancipatieminister [slachtoffer 2] kapot ???

Dat vieze vuile homotrekhondenvriendje moet bungelen aan de strop !

Als ik weet waar die vuile gore viezerik woont ga ik hoogstpersoonlijk langs

om hem kapot te maken.

Hoe eerder Nederland verlost is van deze trekhondenlover hoe beter !

Zijn er misschien nog werklozen die in het kader van het vervullen van hun

Sociale Dienstplicht deze gore ex-minister dood willen maken ??

Ik zal de moordenaar rijkelijk belonen met geld en luxe reizen en hem

voordragen bij de Koningin voor een lintje !

Ik zet een prijs op het hoofd van de allergrootste homolover aller tijden:

[slachtoffer 2] .

Tweehonderdduizend Euro voor degene die dit VARKEN dat deel uitmaakte van het

laatste kabinet Balkenende kapotmaakt !!!!!

Mag met een pistool of revolver.

Met een mes?

Mag ook ! Misschien nog veel beter !!

Laat het bloed van die vuile flikkeraanbidder maar rijkelijk vloeien.
[naam] zou op proefverlof moeten mogen uit de EBI in Vught.

Mag ie met een Victorinoxmes Homo- [slachtoffer 2] van het leven beroven.

Daarna mag onze nationale huurmoordenar in de Adelstand verheven worden in plaats van

verplicht opgesloten te worden in de EBI in Vught.";

althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;

4.

hij op of omstreeks 24 mei 2011 te 's-Gravenhage, in elk geval in Nederland,

[slachtoffer 3] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht,

althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk deze (door

het plaatsen van een bericht op [naam website] ) dreigend de woorden toegevoegd:

"OPROEP De districtschef van het politiedistrict Oosterhout moet voor 1 juni

2011 doodgeschoten worden"; althans woorden van gelijke dreigende aard of

strekking;

5.

hij op meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 mei 2012 tot en

met 6 januari 2015 te Rijen, gemeente Gilze en Rijen, in elk geval in

Nederland, wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op

de persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer 4] , in elk geval van een ander,

met het oogmerk die [slachtoffer 4] , in elk geval die ander te dwingen iets te

doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft hij

verdachte

- veelvuldig brieven/poststukken/foto's aan die [slachtoffer 4] gestuurd en/of

- die [slachtoffer 4] veelvuldig telefonisch benaderd en/of

- zich meermalen bij /nabij de woning van die [slachtoffer 4] opgehouden en/of

- ruiten van de woning en/of de auto van die [slachtoffer 4] vernield en/of

- de tuin van [slachtoffer 4] met gif bespoten;

6.

hij op of omstreeks 02 februari 2015 te Rijen, gemeente Gilze en Rijen en/of

te Breda, [slachtoffer 5] heeft bedreigd

met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling,

immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer 5] dreigend de

woorden toegevoegd :"Jij moet oppassen, ik kom er nu aan en ik neem een mes

mee en ik snijd je keel door en ik ga je vermoorden". althans woorden van

gelijke dreigende aard of strekking.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden met aftrek van voorarrest, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar. Hij is van mening dat de feiten in verminderde mate aan verdachte kunnen worden toegerekend. Om die reden en mede om herhaling van de feiten te voorkomen vordert hij om aan de voorwaardelijke straf de volgende bijzondere voorwaarden te verbinden:

* reclasseringstoezicht tijdens de proeftijd;

* klinische opname in FPC De Mare of een soortgelijke zorginstelling om verdachte te kunnen instellen op de voor hem benodigde medicatie voor een periode dat de reclassering dit nodig acht (naar verwachting gedurende een periode van twee maanden);

* een contactverbod met alle slachtoffers van de ten laste gelegde feiten;

* een straatverbod voor de [straatnaam] in Rijen (de straat waar het slachtoffer [slachtoffer 4] woont);

* met opdracht tot hulp en steun aan de reclassering op de naleving van de bijzondere voorwaarden, en

* dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden en het toezicht op de naleving daarvan, zoals bedoeld in artikel 14e van het Wetboek van Strafrecht. Aan het “gevaar vereiste” van genoemde bepaling is in dit geval voldaan vanwege de fysieke gedragingen van verdachte jegens het slachtoffer [slachtoffer 4] .

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman deelt het standpunt van de officier van justitie dat verdachte, gezien het gediagnosticeerde recidivegevaar, er goed aan zou doen om mee te werken aan het strafvoorstel van de officier van justitie om zich op te laten nemen in FPC De Mare of een soortgelijke zorginstelling ten einde zich binnen een klinische opname van twee maanden op de voor hem benodigde medicatie te laten instellen.

Verdachte heeft verklaard dat hij van zijn fouten heeft geleerd en dat het niet meer zal gebeuren. Hij heeft voor zichzelf een calculatie gemaakt van de strafafdoening en stelt zich op het standpunt dat hij afgestraft wil worden. In zijn brief aan de rechtbank d.d. 26 oktober 2015 heeft hij zijn standpunt als volgt verwoord:

- Ik ben in het geheel niet bereid tot het ondergaan en meewerken aan een klinische opname in enige instelling;

- Ik ben niet langer bereid tot het meewerken aan enige vorm van ambulante GGZ, ook niet voor wat betreft ambulante forensische psychiatrie;

- Ik ben niet bereid tot het gebruiken van enigerlei medicatie in de sfeer van de geestelijke gezondheidszorg;

- Ik ben niet bereid tot het meewerken aan een reclasseringstraject.

Ter zitting heeft hij verklaard bij dit standpunt te blijven.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Bij de bepaling van de op te leggen straf is gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, op de omstandigheden waaronder het bewezen verklaarde is begaan en op de persoon van de verdachte, zoals een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting naar voren is gekomen.

Ten aanzien van de ernst van het bewezen verklaarde heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- de verhouding tot andere strafbare feiten, zoals onder meer tot uitdrukking komt in het hierop gestelde wettelijk strafmaximum en in de straffen die voor soortgelijke feiten worden opgelegd;

- de omstandigheid dat de bewezen verklaarde belagingen zich uitstrekten over een periode van meerdere jaren terwijl verdachte zich tijdens die periode ook heeft schuldig gemaakt aan vernieling van (auto-)ruiten en beschadiging van de tuin van een van de slachtoffers;

- de mate waarin de bewezen verklaarde belagingen een inbreuk hebben gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van de slachtoffers;

- de mate waarin de bewezen verklaarde belagingen en bedreigingen bij de slachtoffers en hun omgeving gevoelens van angst en onzekerheid hebben veroorzaakt.

Verdachte richtte zich met zijn gedragingen niet alleen op personen met een publieke functie, zoals een lid van de Tweede Kamer en [ex-] burgemeesters van zijn woonplaats, maar ook op een politiefunctionaris, een reclasseringswerker en de weduwe van een voormalig burgemeester.

Zonder afbreuk te doen aan de ernst van de overige feiten en de angst- en onlustgevoelens van de betreffende aangevers stelt de rechtbank dat de gedragingen van verdachte jegens het slachtoffer [slachtoffer 4] als het meest ernstige van de reeks van feiten moet worden aangemerkt. Na het overlijden van haar man (burgemeester [naam echtgenoot slachtoffer 4] ) in september 2013 is verdachte nog anderhalf jaar lang het privéleven van [slachtoffer 4] blijven verstoren ten einde op die manier zijn onvrede te betuigen. Verdachte dwong haar te dulden dat hij steeds weer contact met haar bleef zoeken door haar veelvuldig telefonisch te benaderen en zich nabij haar woning op te houden, de ruiten van haar woning en haar auto in te gooien en haar tuin met gif te bespuiten. De impact voor dat slachtoffer en haar gezin was enorm, zoals blijkt uit haar toelichting in het schade-onderbouwingsformulier. De angst om de volgende stap van verdachte beheerste lange tijd zodanig haar leven dat zij geen kans had om verdriet te hebben en te rouwen om het overlijden van haar man. Zij heeft zich op advies van haar huisarts onder behandeling gesteld van een traumapsycholoog en zij zal zich bij in vrijheid stelling van verdachte zo nodig opnieuw onder behandeling laten stellen. Deze gevolgen rekent de rechtbank de verdachte aan.

In verband met de persoon van verdachte heeft de rechtbank in het bijzonder gelet op:

- de inhoud van het hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 3 november 2015, waaruit blijkt dat verdachte in 2011 wegens belediging van een politieambtenaar door een strafrechter is veroordeeld en langere tijd geleden (in 2003) wegens fiscale fraude een transactie heeft betaald;

- de inhoud van de over verdachte in deze zaken uitgebrachte rapportages, te weten:

* het Pro Justitia rapport d.d. 4 december 2013 van psychiater P. Zonneveld en psychiater in opleiding C. Delger;

* het psychiatrisch voorgeleidingsconsult d.d. 30 augustus 2013 van justitieel forensisch psychiater K. van der Auwera;

* de Reclasseringsadviezen d.d. 30 augustus 2013, 2 juni 2014 en 26 oktober 2015, en

* het Pro Justitia rapport d.d. 31 augustus 2015 van het Pieter Baan Centrum te Utrecht, opgesteld en ondertekend door psychiater S. Vermunt en psycholoog P.E. Geurkink.

Verdachte heeft slechts in beperkte mate aan de onderzoeken van de gedragsdeskundigen en de reclassering meegewerkt. Hij heeft niet willen spreken over zijn beweegredenen om de strafbare feiten te plegen. In de rapportages is vermeld dat verdachte uitgebreid bekend is bij de GGZ Midden-Brabant, dat er in het verleden diverse korte (gedwongen) opnamen zijn geweest en dat het patroon is dat hij zich even laat behandelen, maar al snel weer de zorg mijdt.

Genoemde psychiaters en psychologen concluderen op grond van hun onderzoeken allen dat het beeld dat van verdachte is ontstaan specifiek past bij een ziekelijke stoornis in de vorm van een diagnose schizofrenie van het paranoïde type. Dit beeld was ten tijde van alle ten laste gelegde feiten aanwezig. Vanwege de beperking van het onderzoek is het echter voor het onderzoekend team van het PBC niet mogelijk gebleken om voor de verschillende ten laste gelegde feiten een precieze duiding van enige forensisch relevante doorwerking van de pathologie van verdachte te geven. Er kan enkel een bandbreedte tussen licht verminderd en sterk verminderd toerekeningsvatbaar worden geadviseerd.

De rechtbank komt op basis van de informatie en conclusies van de gedragsdeskundigen met de officier van justitie tot het oordeel dat de bewezen verklaarde feiten in verminderde mate aan verdachte kunnen worden toegerekend.

De geraadpleegde deskundigen komen allen tot de conclusie dat het gevaar voor herhaling hoog is. Volgens het onderzoekend team van het PBC is verdachte gebaat bij een opname binnen een GGZ-instelling waar hij ingesteld wordt op een depotvorm van een antipsychoticum en het verkrijgen van een (beginnende) behandelrelatie. Hierdoor wordt getracht de psychotische symptomen te doen verdwijnen of afnemen. Alhoewel het mogelijk is dat de wanen aanwezig blijven, ook met het gebruik van medicatie, is het wel mogelijk dat ze een minder prominente rol in het leven van verdachte gaan spelen, hij er minder mee gepreoccupeerd raakt, en zodoende meer afstand ervan kan nemen. De reclassering heeft naar aanleiding van deze bevindingen gerapporteerd dat verdachte op grond daarvan door het IFZ (Indicatiestelling en plaatsing klinisch Forensische Zorg) zal worden geïndiceerd voor een plaatsing in een forensische zorginstelling met een gemiddeld tot hoge zorgintensiteit en een laag beveiligingsniveau. Een en ander kan worden gerealiseerd binnen het kader van een bijzondere voorwaarde bij een voorwaardelijk strafdeel.

De rechtbank neemt dit strafadvies van de reclassering over. Zij neemt daarbij in ogenschouw dat de persoonlijkheidsstoornis van verdachte niet geheel weggenomen zal kunnen worden, maar dat wel instrumenten kunnen worden aangeboden om deze stoornis af te bakenen. Ter voorkoming dat verdachte zich opnieuw aan gedragingen zoals de bewezen feiten schuldig zal maken, acht de rechtbank het noodzakelijk dat verdachte wordt behandeld voor zijn persoonlijkheidsproblematiek.

Gelet op al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de door de officier van justitie geëiste (deels voorwaardelijke) gevangenisstraf van achttien maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar, met de gevorderde bijzondere voorwaarden van een (tijdelijke) klinische opname in FPC De Mare, contactverboden met slachtoffers, een locatieverbod en reclasseringsbegeleiding en uitvoerbaarheid bij voorraad van die bijzondere voorwaarden, passend en geboden is.

Met oplegging van een gedeeltelijk voorwaardelijke gevangenisstraf wordt enerzijds de ernst van het bewezen verklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.

De rechtbank zal het contactverbod beperken tot de slachtoffers van de belagingen, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 4] . Niet is gebleken dat verdachte rechtstreeks met de slachtoffers van de bedreigingen, [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] , in contact is getreden terwijl een contactverbod met de reclasseringswerker [slachtoffer 5] niet praktisch is, reeds omdat deze bij de uitvoering van het op te leggen reclasseringstoezicht met verdachte kan worden geconfronteerd.

Het locatieverbod strekt ertoe om te verzekeren dat verdachte het slachtoffer [slachtoffer 4] gedurende de proeftijd niet in de straat van haar woning zal benaderen. Verdachte maakte zich voor zijn aanhouding in verband met de bewezen verklaarde belaging jegens [slachtoffer 1] , op 28 augustus 2013, al schuldig aan belaging van [slachtoffer 4] en hij is daarmee, ondanks dit justitie-ingrijpen, nog geruime tijd doorgegaan.

De rechtbank zal met het oog op de bescherming van het maatschappelijk belang de dadelijke uitvoerbaarheid gelasten van de bijzondere voorwaarden en het toezicht op de naleving daarvan, zoals bedoeld in art 14e van het Wetboek van Strafrecht. Verdachte heeft onder meer ruiten van de woning en van de auto van een van de slachtoffers vernield en gif in de tuin van dat slachtoffer gespoten. Verdachte heeft deze feiten mede onder invloed van de bij hem bestaande stoornis begaan. Zo lang deze stoornis niet is behandeld en onder controle is gebracht moet er ernstig rekening mee worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

7 De benadeelde partijen

[slachtoffer 4] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding tot een bedrag van € 5.640,04 waarvan € 3.500,00 aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is de rechtbank voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 4.4, feit 5, bewezen verklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot het volledige bedrag van de vordering. De vordering is niet betwist, zodat de gevorderde schade voor toewijzing vatbaar is tot het gevorderde bedrag.

De rechtbank zal bepalen dat het toegewezen bedrag aan schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 6 januari 2015 (zijnde de datum van het laatste incident in het kader van de belaging van de benadeelde) tot aan de dag der algehele voldoening en met een beslissing omtrent de kosten als hierna zal worden vermeld.

Met betrekking tot de toegekende vordering van de benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen, te vermeerderen met de wettelijke rente.

[slachtoffer 5] heeft zich als benadeelde partij in het strafproces gevoegd met een vordering tot schadevergoeding tot een bedrag van € 350,00 ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf het ontstaan van de schade.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is de rechtbank voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 4.4, feit 6, bewezen verklaarde handelen van de verdachte rechtstreeks schade heeft geleden tot het volledige bedrag van de vordering. De vordering is niet betwist, zodat de gevorderde schade voor toewijzing vatbaar is tot het gevorderde bedrag.

De rechtbank zal bepalen dat het toegewezen bedrag aan schadevergoeding vermeerderd wordt met de wettelijke rente vanaf 2 februari 2015 (zijnde de dag waarop de benadeelde kennis kreeg van de bedreiging door verdachte) tot aan de dag der algehele voldoening en met een beslissing omtrent de kosten als hierna zal worden vermeld.

Met betrekking tot de toegekende vordering van de benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht opleggen, te vermeerderen met de wettelijke rente.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 9, 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 14e, 27, 36f, 57, 285 en 285b van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Vrijspraak

- spreekt verdachte vrij van het onder 2 tenlastegelegde feit;

Bewezenverklaring

- verklaart het onder 1, 3, 4, 5 en 6 ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

feit 1: Belaging;

feit 3: Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

feit 4: Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

feit 5: Belaging;

feit 6: Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 18 (achttien) maanden;

- bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf groot 6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd van drie jaren na te melden voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarden:

* dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

* dat verdachte, ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, ter inzage zal aanbieden;

* dat verdachte gedurende de proeftijd de bijzondere voorwaarden zal naleven;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat verdachte zich gedurende maximaal de eerste zes maanden van de proeftijd, of zoveel korter als de behandelaars van verdachte in overleg met de reclassering nodig achten, zal laten opnemen in FPC De Mare (GGZ WNB te Halsteren), althans een soortgelijke intramurale instelling, waarbij verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die verdachte in het kader van die behandeling door of namens de (geneesheer-)directeur van die instelling zullen worden gegeven;

* dat verdachte zich uiterlijk drie dagen na beëindiging van genoemde klinische opname zal melden bij Reclassering Nederland op het adres Alleenhouderstraat 25 te Tilburg en zich daarna gedurende een door de reclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) zal blijven melden, zo lang en zo frequent als de reclassering noodzakelijk acht;

* dat verdachte gedurende de proeftijd op geen enkele wijze - direct of indirect - contact zal opnemen, zoeken of hebben met [slachtoffer 1] en [slachtoffer 4] ;

* dat verdachte zich gedurende de proeftijd niet zal bevinden in de [straatnaam] te Rijen;

- geeft de reclassering opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- bepaalt dat als algemene voorwaarde wordt toegevoegd:

* dat verdachte medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;

- bepaalt dat de aan de voorwaardelijke straf verbonden voorwaarden en het op de naleving van die voorwaarden uit te oefenen reclasseringstoezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partijen

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 4] van
€ 5.640,04 (vijfduizend zeshonderd veertig euro en vier eurocent), waarvan € 2.140,04 (tweeduizend eenhonderd veertig euro en vier eurocent) ter zake van materiële schade en

€ 3.500,00 (drieduizend vijfhonderd euro) ter zake van immateriële schade wegens feit 5,
vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 6 januari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer
[slachtoffer 4] € 5.640,04 (vijfduizend zeshonderd veertig euro en vier eurocent)

te betalen wegens feit 5, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 6 januari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, bij niet betaling te vervangen door 63 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd;

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 5] van
€ 350,00 (driehonderd vijftig euro) ter zake van immateriële schade wegens feit 6,
vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 2 februari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer
[slachtoffer 5] € 350,00 (driehonderd vijftig euro) te betalen wegens feit 6, vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 2 februari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, bij niet betaling te vervangen door 7 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.A. Borm, voorzitter, mr. K.M. de Jager en

mr. M.H.M. Collombon, rechters, in tegenwoordigheid van P.L. Francke, griffier,

en is uitgesproken ter openbare zitting op 14 december 2015.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal (Pv) wordt daarmee, tenzij anders vermeld, bedoeld een (voor kopie conform het origineel getekend exemplaar van een) ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Wanneer wordt verwezen naar een paginanummer of bijlagen worden daarmee bedoeld: een pagina of bijlage opgenomen in het dossier van de Regiopolitie Zeeland, Divisie Recherche, Rechercheteam 1 Walcheren, registratienummer PL193C 2013052914 d.d. 6 september 2013 (doorlopende paginanummering 1 t/m 134).
- Wanneer wordt verwezen naar een paginanummer of bijlagen (met A) worden daarmee bedoeld: een pagina of bijlage opgenomen in het dossier van de Regiopolitie Midden en West Brabant, district Tilburg, nummer 205A11027, onderzoek Draaikolk, d.d. 5 maart 2012 (doorlopende paginanummering 1 t/m 369).
- Wanneer wordt verwezen naar een paginanummer of bijlagen (met B) worden daarmee bedoeld: een pagina of bijlage opgenomen in het dossier van de Politie Zeeland-West Brabant, team Opsporing Hart van Brabant, nummers 2015029172 en 2015017223, onderzoek Vergeetmijniet, d.d. 5 april 2015 (doorlopende paginanummering 1 t/m 627).
Pv’s van aangifte [slachtoffer 1] d.d. 6 februari 2012 pgs. 9 en 10; d.d. 10 december 2012, pgs. 27 en 28; d.d. 26 augustus 2013, pgs. 73 en 74 en d.d. 29 augustus 2013, pgs. 78 en 79;

2 Geschriften, te weten:
- een brief met bijlagen (kopie enveloppe met adres p. 12) met als bijlagen: een A4 papier met tekst: “En nou opgeflikkerd, vuile kuttekop uit Utrecht”, p. 15; A4 papier met tekst: “kutfiguur”, p. 15; A4 papier met foto met daaronder de tekst "de grootste kuttekop van de Rijen”, p. 22;
- een brief met bijlagen (kopie enveloppe met adres p. 30, met als bijlagen: getypte teksten op een gekopieerde pagina van het weekblad Gilze en Rijen 10 oktober 2012: Die trekhond uit Utrecht mag pbliekelijk gestenigd worden door het Turkse del van de Rijense bevolking. Bij de bouwmarkt KARWEI in Dongen kun je al een baksteen kopen voor 19 Eurocent." en/of "Voor nog net geen 2 Euro mogen ze die vieze vuile Jood-in-Vlissingen naar de andere wereld hekpen"), p. 32 en “die VIEZE VUILE JOODSETREKHOND UIT VLISSINGEN" en "Dat varken van [slachtoffer 1] ", p. 33

3 Pv van bevindingen d.d. 28 augustus 2013, p. 82 (in beslag neming diverse enveloppen met inhoud geschrift pgs. 82 en 83);

4 Pv verhoor getuige [getuige] over ontvangst van een geschrift als op pgs. 82 en 83;

5 Geschrift, te weten een machtiging, kenmerk BVA/11/03, met inhoud van een “ [naam reactie 1] ” op 24 mei 2011 geplaatst op de internetpagina “ [naam website] ”, pgs. A23 en A24;

6 Pv van aangifte namens [slachtoffer 2] , d.d. 27 mei 2011, pgs. A19 t/m A21;

7 Geschrift, te weten fotokopie van een printscreen van de “ [naam reactie 1] 24-05-2011 | 18:04” op het artikel “Einde homodiscriminatie Italië in zicht? | [naam website] ”, met de inhoud als bewezen verklaard, pgs. A26 en A27;

8 Pv van aangifte [slachtoffer 3] , d.d. 25 mei 2011, pgs. A9 en A10;

9 Geschrift, te weten fotokopie van een printscreen van de “ [naam reactie 2] 24-05-2011 | 18:16” op het artikel “Mensen herkennen homo’s aan uitspraak | [naam website] ”, met de inhoud als bewezen verklaard, pgs. A6 en A7;

10 Pv van aangifte [slachtoffer 4] , d.d. 20 januari 2015, pgs. B36 t/m B39;

11 Geschrift, te weten een door aangeefster [slachtoffer 4] ondertekend overzicht van jegens haar (en tot 20 september 2013 mede jegens haar toen overleden echtgenoot) vanaf het voorjaar 2012 door verdachte gepleegde feiten, te weten onder meer: door verdachte verzonden brieven/poststukken en foto's; ongewenste telefonische contacten; het ophouden bij /nabij de woning; vernieling van ruiten van de woning en de auto van [slachtoffer 4] en het met gif bespuiten van de tuin van [slachtoffer 4] , pgs. B40 t/m B46;

12 Pv van aangifte [slachtoffer 5] , d.d. 3 februari 2015, pgs. B188 t/m B190;

13 Pv van verhoor verdachte, d.d. 3 februari 2015, pgs. B100 en B101;