Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2015:7536

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
05-11-2015
Datum publicatie
26-11-2015
Zaaknummer
3610156 MB VERZ 14-548
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Proces-verbaal
Inhoudsindicatie

Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 137,00 opgelegd nu voor het motorrijtuig van 3500 kg of minder het keuringsbewijs zijn geldigheid heeft verloren (zogenaamde APK-II

zaken). Deze gedraging zou, blijkens een registercontrole van de RDW, zijn verricht op 10 januari 2014 met het voertuig met het kenteken XN-VB-38. In het onderhavige geval is een sanctie opgelegd ter zake van een op geautomatiseerde wijze

vastgestelde gedraging. In het arrest van 22 juli 2015 heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, onder verwijzing naar zijn arrest van 5 juni 2014 (ECLI:NL:GHARL:2014:4324), het systeem van sanctieoplegging in een geval waarin het

APK- keuringsbewijs voor voertuigen lichter dan 3500 kg zijn geldigheid heeft verloren, beoordeeld. Het gerechtshof heeft overwogen dat met het bepaalde in artikel 3 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving

verkeersvoorschriften niet valt te verenigen, dat wanneer de gedraging op geautomatiseerde wijze is vastgesteld, op geautomatiseerde wijze een sanctie wordt opgelegd, zonder dat daarbij (enige) ruimte bestaat voor een beoordeling van,

al dan niet door de betrokkene naar voren gebrachte, bijzondere omstandigheden. Het gerechtshof komt in zijn arrest van 22 juli 2015 dan ook tot de conclusie dat in zaken als onderhavige, zogenaamde APK-II zaken, er geen sprake van

is dat de sanctie door een bevoegde ambtenaar in de zin van artikel 3, tweede lid, van de WAHV is opgelegd. Dit brengt mee dat de inleidende beschikking, waarbij de sanctie is opgelegd, niet in stand kan blijven. Het voorgaande brengt

ook mee dat de door de betrokkene in beroep aangevoerde gronden geen bespreking meer behoeven.Dit betekent dat het beroep gegrond wordt verklaard. De bestreden beslissing wordt dan ook vernietigd.

Toekenning proceskosten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Kanton

Bergen op Zoom

zaaknummer: 3610156 MB VERZ 14-548

CJIB-nummer: [nummer]

uitspraak: 5 november 2015

Op de in het openbaar gehouden zitting van 5 november 2015 is mr. W.E.M. Verjans, kantonrechter, bijgestaan door [de griffier] , overgegaan tot de mondelinge behandeling van het beroep dat is ingesteld tegen de beslissing van de officier van justitie met bovengenoemd CJIB-nummer. Het beroepschrift is ingediend door:

naam: : [naam betrokkene]

adres : [adres betrokkene]

woonplaats : [woonplaats betrokkene] , nader ook te noemen: betrokkene.

naam: : [naam gemachtigde 2]

adres : Postbus 278

woonplaats : [woonplaats gemachtigde 2] , nader ook te noemen: gemachtigde.

--------------------

Betrokkene is niet ter zitting verschenen. Namens betrokkene is gemachtigde wel verschenen.

Namens de officier van justitie is verschenen mr. J.A.M. Klein Nagelvoort , werkzaam bij het CVOM te Utrecht.

De griffier heeft aantekeningen van de zitting gemaakt, welke aantekeningen geacht worden deel uit te maken van dit proces-verbaal.

Betrokkene heeft beroep ingesteld en daartoe aangevoerd hetgeen in het beroepschrift - dat zich bij de stukken van het geding bevindt - is vermeld.

1 De beoordeling

De kantonrechter heeft op grond van de volgende overwegingen een beslissing genomen, welke beslissing is uitgesproken ter openbare terechtzitting.

Ter zitting heeft gemachtigde aangegeven dat het beroep door de officier van justitie niet-ontvankelijk was verklaard omdat de gronden van het beroep niet tijdig waren binnengekomen. De gemachtigde geeft aan dat deze beslissing niet juist is en verzoekt het beroep wel ontvankelijk te verklaren.

De officier van justitie geeft aan dat de gronden inderdaad tijdig zijn binnengekomen en verzoekt de beslissing van de officier van justitie te vernietigen.

Het beroep is ontvankelijk omdat het tijdig is ingesteld en er zekerheid is gesteld voor de betaling van de sanctie. De kantonrechter stelt vast dat ook de gronden voor het beroep tijdig zijn ingediend.

De officier van justitie heeft, gelet op het arrest van het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden van 22 juli 2015 (ECLI:NL:GHARL:2015:5553, gepubliceerd op www.rechtspraak.nl), ter zitting voorgesteld het beroep aan te houden.

De kantonrechter zal het verzoek om aanhouding van de officier van justitie niet honoreren en zal inhoudelijk op de zaak beslissen.

De officier van justitie heeft subsidiair meegedeeld de beslissing waarvan beroep is ingesteld, alsmede de verwerping van de bezwaren van betrokkene, te handhaven omdat het op de weg van betrokkene lag om voorafgaand aan het op naam zetten van de auto bij de RDW na te gaan hoe de administratieve handelingen moesten worden afgerond.

Aan de betrokkene is als kentekenhouder bij inleidende beschikking een administratieve sanctie van € 137,00 opgelegd nu voor het motorrijtuig van 3500 kg of minder het keuringsbewijs zijn geldigheid heeft verloren (zogenaamde APK-II zaken). Deze gedraging zou, blijkens een registercontrole van de RDW, zijn verricht op 10 januari 2014 met het voertuig met het kenteken [XX-XX-XX] .

In het onderhavige geval is een sanctie opgelegd ter zake van een op geautomatiseerde wijze vastgestelde gedraging. In het arrest van 22 juli 2015 heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, onder verwijzing naar zijn arrest van 5 juni 2014 (ECLI:NL:GHARL:2014:4324), het systeem van sanctieoplegging in een geval waarin het APK-keuringsbewijs voor voertuigen lichter dan 3500 kg zijn geldigheid heeft verloren, beoordeeld. Het gerechtshof heeft overwogen dat met het bepaalde in artikel 3 van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften niet valt te verenigen, dat wanneer de gedraging op geautomatiseerde wijze is vastgesteld, op geautomatiseerde wijze een sanctie wordt opgelegd, zonder dat daarbij (enige) ruimte bestaat voor een beoordeling van, al dan niet door de betrokkene naar voren gebrachte, bijzondere omstandigheden. Het gerechtshof komt in zijn arrest van 22 juli 2015 dan ook tot de conclusie dat in zaken als onderhavige, zogenaamde APK-II zaken, er geen sprake van is dat de sanctie door een bevoegde ambtenaar in de zin van artikel 3, tweede lid, van de WAHV is opgelegd.

Dit brengt mee dat de inleidende beschikking, waarbij de sanctie is opgelegd, niet in stand kan blijven.

Het voorgaande brengt ook mee dat de door de betrokkene in beroep aangevoerde gronden geen bespreking meer behoeven.

Dit betekent dat het beroep gegrond wordt verklaard. De bestreden beslissing wordt dan ook vernietigd.

De gestelde zekerheid dient aan betrokkene te worden terugbetaald als hierna bepaald.

De gemachtigde van betrokkene heeft aangevoerd dat hij recht heeft op vergoeding van door hem aan betrokkene beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

De kantonrechter overweegt dat de gemachtigde van betrokkene genoegzaam heeft onderbouwd dat er sprake is van een door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Nadat de initiële beschikking is vernietigd, komt voor gemachtigde voor het indienen van het administratieve beroepschrift een vergoeding van de proceskosten toe. Blijkens de bijlage Bpb staat hier één punt voor. Tevens is de gemachtigde ter zitting verschenen. Ook hier staat één punt voor. De waarde per punt is € 490,-.

De kantonrechter past de wegingsfactor 0,25 toe. Die wegingsfactor van 0,25 is naar het oordeel van de kantonrechter en gelet op de inhoud van de onderhavige zaak redelijk. Er is sprake van een lichte Mulderzaak, hetgeen onvoldoende overtuigend is voor een ander oordeel. Ingevolge artikel 13a, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna WAHV 1994), is de kantonrechter bevoegd te oordelen over de (hoogte van de) proceskostenveroordeling.

Het toe te wijzen bedrag aan proceskosten is derhalve € 245,00 (2 x € 490,- x 0,25).

2 De beslissing

De kantonrechter:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt de bestreden beslissing van de officier van justitie;

- draagt de officier van justitie op het bedrag van de zekerheidstelling ter hoogte van € 137,- aan betrokkene terug te betalen;

  • -

    veroordeelt de officier van justitie om aan betrokkene te voldoen een bedrag van
    € 245,- ter zake de door betrokkene in het kader van de onderhavige zaak gemaakte kosten;

  • -

    wijst hetgeen meer of anders is verzocht af.

Waarvan proces-verbaal,

de griffier, de kantonrechter,

Bent u het met de beslissing op uw beroep niet eens, dan kunt u binnen zes weken na de hieronder vermelde datum van toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden, doch alleen indien:
a. de bij deze beslissing opgelegde administratieve sanctie meer dan € 70,00 bedraagt, of
b. het beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat de zekerheid niet (tijdig) is gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Zeeland-West-Brabant, team kanton, locatie Bergen op Zoom, (118 4600 AC, Bergen op Zoom) en dient door degene die bij het team kanton beroep heeft ingesteld of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend.
U dient daarbij het zaaknummer te vermelden.

De procedure bij het gerechtshof verloopt geheel schriftelijk, tenzij in het beroepschrift uitdrukkelijk om een zitting wordt gevraagd waarop u uw standpunt mondeling wilt toelichten.

Datum toezending beslissing: