Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2015:7117

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
06-11-2015
Datum publicatie
06-11-2015
Zaaknummer
02-688108-15, 02-688133-15, 02-700077-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Op tegenspraak
Inhoudsindicatie

stalking en uitlokking poging zware mishandeling

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Middelburg

parketnummers: 02/688108-15, 02/688133-15 en 02/700077-15

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 6 november 2015

in de strafzaak tegen

[verdachte] ,

geboren op [geboortedag] 1964 te [geboorteplaats] (België),

zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,

thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting te Middelburg, locatie Torentijd, Torentijdweg 1, 4337 PE Middelburg,

raadsvrouw mr. D. Rupert, advocaat te Amsterdam.

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 23 oktober 2015, waarbij de officier van justitie mr. W.J.W.K. Suijkerbuijk en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

Ter zitting zijn overeenkomstig artikel 285 van het Wetboek van Strafvordering de zaken onder voormelde parketnummers gevoegd.

2 De tenlastelegging

De tenlastelegging is gewijzigd overeenkomstig artikel 313 van het Wetboek van Strafvordering. Verdachte staat, met inachtneming hiervan, terecht ter zake dat

parketnummer 02/688108-15

feit 1:

hij in of omstreeks de periode 31 oktober 2013 tot en met 27 april 2014 te

Breskens, gemeente Sluis, in elk geval in Nederland, wederrechtelijk

stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke

levenssfeer van [slachtoffer] , in elk geval van een ander, met het

oogmerk die [slachtoffer] , in elk geval die ander te dwingen iets te doen,

niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft hij,

verdachte, toen aldaar (telkens) die [slachtoffer] (ongevraagd en/of tegen

haar wil) (veelvuldig) telefonisch benaderd en/of (een grote hoeveelheid

en/of veelvuldig) (bedreigende en/of intimiderende en/of smekende) sms-

berichten en/of facebook-berichten en/of e-mailberichten en/of brieven

gestuurd en/of

- zich bij en/of in de omgeving van haar woning en/of werk/sportschool

opgehouden en/of in de woning en/of sportschool staan gluren en/of

- die [slachtoffer] achtervolgd en/of persoonlijk benaderd (onder meer

tijdens het uitlaten van de hond en/of het doen van boodschappen) en/of

intimiderend toegesproken en/of

- buren en/of buurtbewoners en/of personeel en/of bezoekers van de

sportschool (persoonlijk en/of telefonisch) benaderd (om informatie over

die [slachtoffer] te verkrijgen) en/of intimiderend toegesproken en/of

- gedreigd de sportschool van die [slachtoffer] in brand te steken en/of die

[slachtoffer] en/of hun zoontje te doden, althans letsel toe te brengen;

feit 2:

hij op of omstreeks 16 september 2014 te Breskens opzettelijk niet heeft

voldaan aan een bevel of een vordering, krachtens artikel 2.41.a van de

Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Sluis, in elk geval

krachtens enig wettelijk voorschrift gedaan door de Burgemeester van de

gemeente Sluis, als zodanig ambtenaar belast met enig toezicht, welk bevel

of vordering op 2 september 2014 in persoon aan hem, verdachte, werd

uitgereikt, inhoudende: - zakelijk weergegeven - zich in de periode van 2

september 2014 tot en met 1 december 2014 verwijderd te houden uit het

gebied van de kern Breskens (te weten alle wegen gelegen binnen de

bebouwde kom van Breskens), met uitzondering van de Rijksweg N676,

immers heeft hij, verdachte, (na uitreiking van dit bevel of vordering) zich

op 16 september 2014 niet verwijderd gehouden uit de kern Brekens en zich

op de Langeweg bevonden/begeven;

parketnummer 02/688133-15:

hij in of omstreeks de periode van 27 april 2014 tot en met 15 februari 2015

te Breskens, gemeente Sluis, in elk geval in Nederland,

wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de

persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer] , in elk geval van een ander,

met het oogmerk die [slachtoffer] , in elk geval die ander te dwingen iets te

doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft hij,

verdachte toen daar die [slachtoffer] (ongevraagd en/of tegen haar wil)

(veelvuldig) telefonisch benaderd en/of brieven en/of sms-berichten en/of

facebook berichten gestuurd en/of bloemen en/of dvd's bij haar woning

neergelegd en/of over de schutting van haar woning staan gluren;

parketnummer 02/700077-15:

[medeverdachte 1] op of omstreeks 06 januari 2015 te Breskens, gemeente Sluis,

ter uitvoering van het door [medeverdachte 1] voorgenomen misdrijf om tezamen en

in vereniging met [medeverdachte 2] , dan wel een of meer anderen, althans alleen,

aan [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel

toe te brengen door die [slachtoffer] meermalen met een (vuur)wapen en/of een

metalen onderdeel van een kruisboog, althans met een voorwerp, te slaan/stompen

en/of te duwen en/of trekken en/of een (vuur)wapen en/of een op een vuurwapen

gelijkend voorwerp op die [slachtoffer] te richten en/of een doek doordrenkt met een

vloeistof over het hoofd te trekken, althans tegen het gezicht te duwen, terwijl de

uitvoering van dat misdrijf niet is voltooid, welk misdrijf hij, verdachte, in of omstreeks

de periode van 23 december 2014 tot en met 6 januari 2015 te Vlissingen, althans in Nederland, direct en/of indirect opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften, te weten een hoeveelheid geld en/of door het verschaffen van inlichtingen, te weten het

adres van de sportschool van die [slachtoffer] en/of het woonadres van die [slachtoffer] en/of het dagelijkse ritueel van die [slachtoffer] .

Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan alle aan hem tenlastegelegde feiten en baseert zich daarbij op de bewijsmiddelen in het dossier.

4.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging is ten aanzien van feit 1 onder parketnummer 02/688108-15 van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van belaging door middel van sms, e-mail, Facebook en brief en wijst er daarbij op dat de wederrechtelijkheid van dit contact ontbreekt. Ook dient een partiële vrijspraak te volgen voor het deel van de tenlastelegging, waar deze het benaderen dan wel intimiderend toespreken van buurtbewoners, buren, personeel en bezoekers van de sportschool betreft, nu alleen getuige [getuige 1] verklaart geïntimideerd te zijn door verdachte. Ten aanzien van feit 2 kon niet van verdachte worden verwacht, onder de gegeven omstandigheden, dat hij zich aan het gebiedsverbod hield.

Ten aanzien van het feit onder parketnummer 02/688133-15 kan de rechtbank, bij gebreke van voldoende wettig en overtuigend bewijs, niet tot een bewezenverklaring komen.

De rechtbank kan ten aanzien van het feit onder parketnummer 02/700077-15 evenmin tot een bewezenverklaring komen. Niet bewezen kan worden dat verdachte opzet, ook niet in voorwaardelijke zin, had op de uitlokking van de zware mishandeling met voorbedachte raad. Ook is er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs dat verdachte de heer [medeverdachte 1] onder druk heeft gezet dan wel heeft bedreigd en/of een geldbedrag of iets anders heeft beloofd dan wel hiertoe heeft uitgelokt. De verklaringen van de heer [medeverdachte 1] zijn dermate onbetrouwbaar dat zij van het bewijs dienen te worden uitgesloten.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Parketnummer 02/688108-15:

feit 1:

periode van 31 oktober 2013 tot 26 november 2013

De rechtbank is van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte zich in de periode van 31 oktober 2013 tot 26 november 2013 schuldig heeft gemaakt aan belaging in strafrechtelijke zin. Hierbij is van belang dat er in deze periode sprake is geweest van wederzijds contact tussen aangeefster en verdachte en aangeefster eerst op 26 november 2013 via Facebookberichten heeft aangegeven dat ‘het compleet over is’ en dat verdachte ‘erover op moet houden’. In de periode van 31 oktober 2013 tot 26 november 2013 is dan ook geen sprake geweest van door verdachte gezocht contact waaraan een wederrechtelijk karakter moet worden toegekend.

periode van 26 november 2013 tot en met 27 april 2014

Op 18 december 2013 deed [slachtoffer] aangifte van belaging. Zij verklaarde dat zij op 31 oktober 2013 haar relatie met verdachte had verbroken en verdachte in de periode daarna op allerlei manieren heeft geprobeerd om haar terug te krijgen. Verdachte bleef haar lastigvallen. Hij belde aangeefster iedere dag meerdere keren en stuurde haar iedere dag gemiddeld vijftien sms-berichten. Ook achtervolgde verdachte haar iedere dag. Hij achtervolgde haar wanneer ze de hond aan het uitlaten was. Aangeefster hoorde van het personeel of klanten dat verdachte bij de sportschool stond of dat ze hem in Breskens hadden zien rijden. Op dinsdag 17 december 2013 dreigde verdachte om aangeefster en haar zoon wat aan te doen en tevens om haar sportschool in brand te steken en binnen te rijden met zijn auto. Ook ging verdachte bij vrienden langs om aan hen te vragen om met aangeefster te praten, zodat zij verdachte weer terug zou willen nemen en hoorde aangeefster van klanten dat verdachte hen lastigviel met verhalen over aangeefster.1

telefonische oproepen, sms-berichten, Facebookberichten en brieven

Getuige [getuige 2] verklaarde op 12 september 2014 dat hij in de periode na de relatie merkte dat verdachte aangeefster veelvuldig lastigviel. Hij verklaarde getuige te zijn geweest van het feit dat verdachte nagenoeg iedere dag naar de sportschool belde en van de vele telefoontjes die aangeefster kreeg van verdachte op haar mobiele telefoon.2

In de periode van 6 december 2013 tot en met 16 januari 2014 heeft aangeefster meerdere

sms-berichten ontvangen, afkomstig van het nummer [telefoonnummer] .3 In de periode van

23 november 2013 tot en met 12 december 2013 heeft aangeefster diverse Facebookberichten ontvangen van verdachte. Aangeefster heeft verdachte vervolgens op

12 december 2013 geblokkeerd op Facebook.4 In genoemde periodes ontving aangeefster nagenoeg iedere dag meerdere sms-berichten en Facebookberichten. In de periode van november 2013 tot en met 20 januari 2014 heeft aangeefster meerdere brieven van verdachte ontvangen.5

ophouden bij en staan gluren in de woning en sportschool van aangeefster

Getuige [getuige 2] verklaarde op 12 september 2014 dat verdachte in de periode na de relatie tussen hem en aangeefster vrijwel dagelijks in Breskens was om aangeefster lastig te vallen of te volgen. Getuige [getuige 2] zag dan dat verdachte langs de sportschool fietste of dat hij probeerde binnen te komen in de sportschool. Ook zag hij verdachte door de ramen naar binnen staan te gluren en dat verdachte nagenoeg iedere dag richting de woning van aangeefster fietste.6

Door 10 buurtbewoners van aangeefster is een verklaring d.d. 12 maart 2014 ondertekend. Uit deze verklaring blijkt dat zij al maanden zagen dat verdachte elke dag ontelbare keren rond het huis van aangeefster fietste, voor haar raam naar binnen stond te gluren, enveloppen in de brievenbus stak en haar lastigviel als ze buiten liep.7

achtervolgen, persoonlijk benaderen en intimiderend toespreken van aangeefster

Op 23 juni 2015 verklaarde getuige [getuige 3] bij de rechter-commissaris dat zij verdachte een keer langs de kant van de weg zag staan toen zij onverwachts een keer samen met aangeefster de hond ging uitlaten. Ook zag zij meerdere keren dat verdachte zich ophield bij de sportschool en zag zij verdachte in de buurt van de woning van aangeefster. Getuige [getuige 3] verklaarde een keer in november 2013 na een telefoontje van aangeefster naar de sportschool te zijn gegaan. Daar zag zij aangeefster in haar auto zitten met het raampje open. Verdachte hing in dat raampje en bleef maar praten tegen aangeefster. Hij stapte pas weg van de auto toen getuige [getuige 3] hem sommeerde weg te gaan. Aangeefster had haar later laten zien dat verdachte, voordat aangeefster thuis was, haar vier keer had gebeld, terwijl zij binnen vijf minuten thuis was.8

Getuige [getuige 4] verklaarde op 20 juli 2015 bij de rechter-commissaris dat zij een keer zag dat verdachte aangeefster lastigviel op het strand toen zij daar met haar hond liep. Verdachte hield aangeefster staande met zijn fiets.9

persoonlijk en telefonisch benaderen en intimiderend toespreken van buren, buurtbewoners, personeel en bezoekers van de sportschool

Op 10 september 2014 verklaarde getuige [getuige 5] dat hij per 1 februari 2014 als fitnesstrainer werkte bij de sportschool van aangeefster. Als hij aan het werk was, zag hij verdachte tientallen keren voorbij fietsen. Hij keek dan obsessief de fitness in en intimiderend naar de mensen die aan het sporten waren. Dagelijks kwamen er klanten naar [getuige 5] toe om te zeggen dat ze dit zeer vervelend vonden en dat ze soms ook net buiten de fitness op een vervelende manier werden aangesproken door verdachte.10

Getuige [getuige 5] verklaarde op 23 juni 2015 bij de rechter-commissaris dat verdachte in de periode na de breuk tussen hem en aangeefster veel langskwam bij hem voor de deur. Hij wilde dat [getuige 5] zou vertellen wat [slachtoffer] aan had, wat ze deed in de sportschool en of ze met andere mannen aan het praten was. Verdachte heeft drie keer bij hem voor de deur gestaan.11

Op 20 juli 2015 verklaarde getuige [getuige 6] bij de rechter-commissaris dat hij verdachte kent, omdat hij een bij de sportschool van aangeefster nabijgelegen kapsalon heeft. Verdachte had hem een aantal weken iedere ochtend staan opwachten als hij met de hond naar het strand ging. Verdachte sprak hem dan aan met vragen over de sportschool of vroeg of aangeefster nog iets over hem had gezegd. Ondanks het feit dat getuige [getuige 6] vele malen heeft gezegd dat hij dit vervelend vond, stond verdachte er iedere ochtend weer.12

Getuige [getuige 1] verklaarde op 23 juni 2015 bij de rechter-commissaris dat verdachte niet alleen aangeefster en haar zoontje intimideerde, maar ook haar. In de periode van november 2013 tot maart 2014 heeft verdachte bijna elke dag bij haar werk gestaan om haar te intimideren.13

Door getuige [getuige 7] is een schriftelijke verklaring opgemaakt, waarin hij verklaart dat aangeefster per 1 december 2013 naast hen is komen wonen en hij verdachte sindsdien geregeld bij hen rond het huis zag lopen, fietsen en rijden met de brommer en auto. In het begin werd verdachte nog bij hen binnengelaten om te praten, maar toen getuige en zijn moeder later besloten dat dit niet meer zo door kon blijven gaan, bleef verdachte aandringen bij de moeder van getuige om hem binnen te laten. Hij stuurde een berg aan berichten op haar telefoon per dag of belde haar eindeloos op, alleen maar om te vragen wat zij kon vertellen over aangeefster, waar ze op dat moment was, wat ze deed en met wie ze was.14

dreigen de sportschool van aangeefster in brand te steken en aangeefster en haar zoontje te doden dan wel letsel toe te brengen

Getuige [getuige 8] verklaarde op 23 juni 2015 bij de rechter-commissaris dat verdachte regelmatig bedreigingen uitte. Verdachte zei dat hij de zoon van aangeefster iets aan zou doen en de sportschool in brand zou steken. Ook zag getuige [getuige 8] op de sportschool een paar keer dat verdachte aangeefster bedreigde.15

Op 10 september 2014 verklaarde getuige [getuige 1] dat verdachte in januari 2014 aangeefster en haar tijdens een avondwandeling had bedreigd. Zij hoorde verdachte zeggen dat hij hen ging vermoorden en afmaken.16

bewijsoverwegingen

Gezien al het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat voornoemde voor het bewijs gebezigde berichten, brieven en telefoongesprekken zijn gestuurd en uitgevoerd door verdachte en verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan voornoemde benaderingen van aangeefster, welke berichten, brieven en telefoontjes erop waren gericht aangeefster te dwingen iets te dulden, te weten het tegen de wil van aangeefster contact met haar hebben. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de bedoelde berichten en benaderingen een smekende strekking hadden. Deze berichten en benaderingen, die verdachte in de periode van 26 november 2013 tot en met 27 april 2014 heeft gestuurd en uitgevoerd, hadden een dermate frequent karakter, dat sprake is van een stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster en aldus van belaging in strafrechtelijke zin. De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich over de periode van 26 november 2013 tot en met 27 april 2014 heeft schuldig gemaakt aan het tenlastegelegde.

Gelet op het feit dat het laatste door verdachte aan aangeefster verzonden e-mailbericht dateert van 28 november 2013, kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden vastgesteld dat in de bewezenverklaarde periode sprake was van het sturen van een grote hoeveelheid e-mailberichten door verdachte aan aangeefster. De rechtbank spreekt verdachte derhalve vrij van het gedeelte van de tenlastelegging betreffende het sturen van een grote hoeveelheid e-mailberichten aan aangeefster.

Door de verdediging is vrijspraak bepleit ten aanzien van het intimiderend toespreken door verdachte van buren, buurtbewoners, personeel en bezoekers van de sportschool van aangeefster. Gelet op de verklaring van getuige [getuige 1] , in combinatie met de overige getuigenverklaringen, acht de rechtbank wel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte buren, buurtbewoners, personeel en bezoekers van de sportschool persoonlijk en telefonisch heeft benaderd om informatie over aangeefster te verkrijgen en/of intimiderend heeft toegesproken.

feit 2:

Nu verdachte het tenlastegelegde feit heeft bekend en hiervoor geen vrijspraak is bepleit, kan, op grond van artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering met de hierna genoemde opgave van bewijsmiddelen worden volstaan:

- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 23 oktober 201517;

- het proces-verbaal van bevindingen van 16 september 201418.

Parketnummer 02/688133-15:

Op 19 februari 2015 deed [slachtoffer] opnieuw aangifte van belaging. Zij verklaarde dat zij ook in de periode van 27 april 2014 tot en met 15 februari 2015 door verdachte is gestalkt. Verdachte heeft zich, ondanks het gebiedsverbod, dagelijks bij het huis, werk en andere plaatsen waar aangeefster kwam, begeven. Er werden dvd’s bij haar voordeur gelegd, bloemen achter de deurkruk en de ruitenwissers van haar auto gelegd en brieven in haar brievenbus gedaan. Ook stond verdachte over haar schutting te gluren en maakte hij nep Facebookaccounts aan, waarmee hij aangeefster vriendschapsverzoeken stuurde. Vanuit de gevangenis stuurde verdachte haar vier brieven en heeft hij haar een keer gebeld. Vanaf het moment dat verdachte is opgepakt, werd aangeefster niet meer anoniem gebeld en kreeg zij geen sms’jes meer over verdachte van onbekende nummers.19

Aangeefster heeft van 28 juni 2014 tot en met 15 februari 2015 een dagboek bijgehouden van de belaging door verdachte. Hieruit komt naar voren dat verdachte in deze periode veelvuldig aangeefster benaderde door haar te bellen, sms-berichten te sturen, langs te fietsen, brieven in de brievenbus te doen, over de schutting te gluren en bloemen bij haar woning te leggen.20

Verdachte heeft op 15 april 2015 verklaard dat hij in de periode tussen 28 juni 2014 en

15 februari 2015 aangeefster heeft gebeld en brieven heeft gestuurd.21

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich over de periode van 27 april 2014 tot en met 15 februari 2015 heeft schuldig gemaakt aan de in de tenlastelegging genoemde handelingen, welke erop waren gericht aangeefster te dwingen iets te dulden, te weten het tegen de wil van aangeefster contact met haar hebben. Mede gelet op de periode van belaging die hieraan is voorafgegaan, hadden de handelingen een dermate frequent karakter dat sprake is van een stelselmatige inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van aangeefster en aldus van belaging in strafrechtelijke zin.

Parketnummer 02/700077-15:

Op 6 januari 2015 is [slachtoffer] overvallen en mishandeld door [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] . Zij is daarbij onder andere met een vuistvuurwapen op haar rechter knie geslagen en heeft een in ammoniak en azijnzuur gedrenkte doek in haar gezicht gedrukt gekregen. [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] zijn daarvoor door deze rechtbank op 10 augustus 2015 veroordeeld, welke vonnissen onherroepelijk zijn.

[medeverdachte 1] verklaarde op 16 april 2015 dat verdachte hem een week of anderhalve week daarvoor een hoeveelheid geld had beloofd om aangeefster blijvend letsel toe te brengen in haar gezicht of aan haar knie. [medeverdachte 1] heeft vervolgens [medeverdachte 2] gevraagd om mee te gaan.22 [medeverdachte 1] verklaarde op 22 april 2015 dat verdachte uitleg aan hem had gegeven over de situatie van aangeefster. Verdachte had hem het adres van de sportschool in Breskens en het woonadres van aangeefster verteld. Ook had hij verteld hoe laat aangeefster meestal thuiskwam en in wat voor auto zij reed.23

[medeverdachte 2] verklaarde op 23 april 2015 dat hij samen met [medeverdachte 1] naar Breskens is gereden. Zij wachtten aangeefster op in de nabijheid van haar woning. Toen aangeefster voor haar woning uit haar auto stapte, liep [medeverdachte 2] op haar af met een wapen in zijn rechterhand. [medeverdachte 2] pakte aangeefster vast aan haar jas en zei haar dat zij mee moest komen naar achter. Aangeefster sloeg [medeverdachte 2] met “iets” en [medeverdachte 2] sloeg haar met het wapen. Vervolgens duwde [medeverdachte 1] aangeefster op de grond en probeerde hij een met ammoniak of azijn gedrenkte doek in de mond van aangeefster te duwen.24

Vanaf het moment van het verzoek van verdachte tot het moment dat [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] op 6 januari 2015 in de buurt van de woning van aangeefster haar op stonden te wachten, was er regelmatig telefonisch contact tussen verdachte en [medeverdachte 1] . Volgens [medeverdachte 1] was verdachte steeds aan het aandringen of de mishandeling van aangeefster nog door zou gaan. De gesprekken op 6 januari 2015 om 21:04 uur en 21:35 uur hielden in: “dat ze er nog niet is” respectievelijk “dat ze er nog steeds niet is en hoe dat kan”, waarop verdachte antwoordde: “Geduld hebben de sportschool moet afgesloten worden en dan komt ze naar huis.”25 Op 6 januari 2015 om 22:02 uur stuurde [medeverdachte 1] een sms-bericht aan verdachte, met als inhoud “dat het is gebeurd”. Het bericht met: “Sorry je heb tijd genoeg gehad zeg maar waar ik nu” ging volgens [medeverdachte 1] over de betaling die verdachte hem zou doen voor het feit met aangeefster op 6 januari 2015.26

De rechtbank overweegt dat verdachte [medeverdachte 1] geld heeft beloofd om aangeefster blijvend letsel aan haar knieën en haar gezicht te bezorgen. Blijvend letsel aan knieën en gezicht is naar normaal spraakgebruik als zwaar lichamelijk letsel te beschouwen. Het opzet van verdachte was dan ook gericht op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel.

[medeverdachte 1] is samen met [medeverdachte 2] doelgericht tot in de nabijheid van de woning van aangeefster gereden en heeft haar daar opgewacht. Verdachte heeft [medeverdachte 1] inlichtingen gegeven over de gewoontes van aangeefster, waardoor [medeverdachte 1] wist wanneer ze thuis zou komen. Tot kort voordat aangeefster daar arriveerde, had [medeverdachte 1] nog een aantal keren telefonisch contact met verdachte. Uiteindelijk is het zo gegaan dat aangeefster door [medeverdachte 2] is vastgepakt, dat hij haar het wapen heeft getoond en haar met het wapen op het hoofd heeft geslagen. Vervolgens is [medeverdachte 1] erbij gekomen en hij heeft aangeefster tegen de grond geduwd. Daarop is aangeefster opnieuw geslagen, dit keer op haar rechter knie/dijbeen, en heeft [medeverdachte 1] de met ammoniak/azijnzuur geprepareerde doek tegen haar gezicht geduwd. Dat aangeefster juist op haar hoofd en een knie/dijbeen is geslagen en dat de met ammoniak/azijnzuur gedrenkte doek tegen het gezicht van aangeefster is geduwd, ondersteunt naar het oordeel van de rechtbank de verklaring van [medeverdachte 1] omtrent het handelen in opdracht van verdachte (met de belofte van een hoeveelheid geld en door verdachte verschafte inlichtingen), nu deze geweldshandelingen de specifieke delen van het lichaam van aangeefster betreffen waarover verdachte volgens [medeverdachte 1] eerder met hem sprak en waaraan blijvend letsel veroorzaakt zou moeten worden. Ook neemt de rechtbank hierbij het vastgestelde telefonische contact tussen verdachte en [medeverdachte 1] in aanmerking.

De rechtbank stelt voorts vast dat [medeverdachte 1] voldoende tijd heeft gehad om zich te beraden op het te nemen of het genomen besluit om aangeefster zwaar lichamelijk letsel toe te brengen. De rechtbank acht niet aannemelijk dat er sprake was van een ogenblikkelijke gemoedsopwelling of plotselinge hevige drift bij [medeverdachte 1] . De rechtbank acht dan ook sprake van voorbedachte raad.

Als zwaar lichamelijk letsel wordt aangemerkt elk lichamelijk nadeel dat voldoende belangrijk is om naar gewoon spraakgebruik als zodanig te worden aangeduid. Aangeefster is met een voorwerp op haar hoofd geslagen en er is een doek met azijnzuur en ammoniak in haar gezicht geduwd. Azijnzuur is in een geconcentreerde vorm een bijtende stof. Hoewel in dit geval niet is komen vast te staan of het azijnzuur in een zodanige concentratie aanwezig was dat gesproken kan worden van een bijtende vloeistof, roept naar algemene ervaringsregels het in het donker een doek met azijnzuur vermengd met ammoniak op het gezicht duwen van een slachtoffer de aanmerkelijke kans in het leven dat die vloeistoffen onherstelbare schade van de ogen kunnen veroorzaken en daardoor aan dat slachtoffer zwaar lichamelijk letsel wordt toegebracht. Ook een klap met een voorwerp op het hoofd kan zwaar lichamelijk letsel veroorzaken. Nu het algemene ervaringsregels betreft heeft een ieder – en dus ook [medeverdachte 1] – wetenschap van het bestaan van deze aanmerkelijke kans. Het slaan op het hoofd van aangeefster en het op het gezicht van aangeefster drukken van de doek met azijnzuur en ammoniak door [medeverdachte 1] is naar de uiterlijke verschijningsvorm zozeer gericht op het bewerkstelligen van zwaar lichamelijk letsel, dat hieruit volgt dat hij die aanmerkelijke kans ook heeft aanvaard. Van contra-indicaties waaruit zou blijken dat [medeverdachte 1] die aanmerkelijke kans niet heeft aanvaard, is niet gebleken.

De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de conclusie dat [medeverdachte 1] door dit handelen de aanmerkelijke kans in het leven heeft geroepen dat aangeefster zwaar lichamelijk letsel zou bekomen. Ook bij [medeverdachte 1] bestond - voorwaardelijk - opzet op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Aangeefster heeft door de aanval ook letsel opgelopen, maar dit is niet te kwalificeren als zwaar lichamelijk letsel, waardoor het bij een poging van [medeverdachte 1] is gebleven.

Gelet op het voorgaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het tenlastegelegde.

De rechtbank acht het door de raadsvrouw geschetste alternatieve scenario dat sprake zou zijn geweest van een overval op aangeefster niet aannemelijk geworden, gelet op de toegebrachte mishandelingen op de knie en in het gezicht van aangeefster en gelet op het feit dat de handtas van aangeefster na het voorval open op straat lag met haar portemonnee erin.

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat

parketnummer 02/688108-15

feit 1:

hij in of omstreeks de periode 26 november 2013 tot en met 27 april 2014 te

Breskens, gemeente Sluis, in elk geval in Nederland, wederrechtelijk

stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke

levenssfeer van [slachtoffer] , in elk geval van een ander, met het

oogmerk die [slachtoffer] , in elk geval die ander te dwingen iets te doen,

niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft hij,

verdachte, toen aldaar (telkens) die [slachtoffer] (ongevraagd en/of tegen

haar wil) (veelvuldig) telefonisch benaderd en/of (een grote hoeveelheid

en/of veelvuldig) (bedreigende en/of intimiderende en/of smekende) sms

berichten en/of facebook-berichten en/of e-mailberichten en/of brieven

gestuurd en/of

- zich bij en/of in de omgeving van haar woning en/of werk/sportschool

opgehouden en/of in de woning en/of sportschool staan gluren en/of

- die [slachtoffer] achtervolgd en/of persoonlijk benaderd (onder meer

tijdens het uitlaten van de hond en/of het doen van boodschappen) en/of

intimiderend toegesproken en/of

- buren en/of buurtbewoners en/of personeel en/of bezoekers van de

sportschool (persoonlijk en/of telefonisch) benaderd (om informatie over

die [slachtoffer] te verkrijgen) en/of intimiderend toegesproken en/of

- gedreigd de sportschool van die [slachtoffer] in brand te steken en/of die

[slachtoffer] en/of hun zoontje te doden, althans letsel toe te brengen;

feit 2:

hij op of omstreeks 16 september 2014 te Breskens opzettelijk niet heeft

voldaan aan een bevel of een vordering, krachtens artikel 2.41.a van de

Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Sluis, in elk geval

krachtens enig wettelijk voorschrift gedaan door de Burgemeester van de

gemeente Sluis, als zodanig ambtenaar belast met enig toezicht, welk bevel

of vordering op 2 september 2014 in persoon aan hem, verdachte, werd

uitgereikt, inhoudende: - zakelijk weergegeven - zich in de periode van 2

september 2014 tot en met 1 december 2014 verwijderd te houden uit het

gebied van de kern Breskens (te weten alle wegen gelegen binnen de

bebouwde kom van Breskens), met uitzondering van de Rijksweg N676,

immers heeft hij, verdachte, (na uitreiking van dit bevel of vordering) zich

op 16 september 2014 niet verwijderd gehouden uit de kern Breskens en zich

op de Langeweg bevonden/begeven;

parketnummer 02/688133-15:

hij in of omstreeks de periode van 27 april 2014 tot en met 15 februari 2015

te Breskens, gemeente Sluis, in elk geval in Nederland,

wederrechtelijk stelselmatig opzettelijk inbreuk heeft gemaakt op de

persoonlijke levenssfeer van [slachtoffer] , in elk geval van een ander,

met het oogmerk die [slachtoffer] , in elk geval die ander te dwingen iets te

doen, niet te doen, te dulden en/of vrees aan te jagen, immers heeft hij,

verdachte toen daar die [slachtoffer] (ongevraagd en/of tegen haar wil)

(veelvuldig) telefonisch benaderd en/of brieven en/of sms-berichten en/of

facebook berichten gestuurd en/of bloemen en/of dvd's bij haar woning

neergelegd en/of over de schutting van haar woning staan gluren;

parketnummer 02/700077-15:

[medeverdachte 1] op of omstreeks 06 januari 2015 te Breskens, gemeente Sluis,

ter uitvoering van het door [medeverdachte 1] voorgenomen misdrijf om tezamen en

in vereniging met [medeverdachte 2] , dan wel een of meer anderen, althans alleen,

aan [slachtoffer] opzettelijk en met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel

toe te brengen door die [slachtoffer] meermalen met een (vuur)wapen en/of een

metalen onderdeel van een kruisboog, althans met een voorwerp, te slaan/stompen

en/of te duwen en/of trekken en/of een (vuur)wapen en/of een op een vuurwapen

gelijkend voorwerp op die [slachtoffer] te richten en/of een doek doordrenkt met een

vloeistof over het hoofd te trekken, althans tegen het gezicht te duwen, terwijl de

uitvoering van dat misdrijf niet is voltooid, welk misdrijf hij, verdachte, in of omstreeks

de periode van 23 december 2014 tot en met 6 januari 2015 te Vlissingen, althans in Nederland, direct en/of indirect opzettelijk heeft uitgelokt door giften en/of beloften, te weten een hoeveelheid geld en/of door het verschaffen van inlichtingen, te weten het

adres van de sportschool van die [slachtoffer] en/of het woonadres van die [slachtoffer] en/of het dagelijkse ritueel van die [slachtoffer] .

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van voorarrest, waarvan 6 maanden geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar. De officier van justitie acht de uitvoering van de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden niet mogelijk, aangezien verdachte zal worden overgeleverd aan België in het kader van een daar opgelegde detentie.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De verdediging verzoekt om geen hogere onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen dan verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht en het voorstel van de psycholoog en de reclassering, bestaande uit een deels voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden een ambulante behandeling bij een psychiatrische kliniek en reclasseringstoezicht, te volgen. Verdachte zal niet worden overgeleverd aan België ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de aan hem opgelegde onherroepelijke vrijheidsstraf, nu hij inmiddels meer dan vijf jaar in Nederland woonachtig is. Hij zal daardoor net als een Nederlander niet aan België worden overgeleverd. Daarmee zijn de door de reclassering voorgestelde voorwaarden uitvoerbaar. Voorts verzoekt de verdediging rekening te houden met de omstandigheden van verdachte, waaronder zijn verminderde toerekeningsvatbaarheid, en de op te leggen straf te matigen.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zijn ex-vriendin gedurende lange tijd gestalkt. Hiermee heeft hij een enorme inbreuk gemaakt in het persoonlijke leven van aangeefster. Verdachte wist dat aangeefster geen contact meer met hem wilde; desondanks heeft hij haar op hinderlijke wijze bestookt met telefoontjes, brieven, Facebookberichten en sms-berichten. Ook achtervolgde verdachte aangeefster en hield hij zich op bij haar woning, waar hij onder andere bloemen achterliet en over de schutting gluurde, en bij haar sportschool. Bovendien viel verdachte buurtbewoners van aangeefster en personeel en bezoekers van haar sportschool lastig en deed hij dreigende uitlatingen. Daarbij heeft verdachte ook een aan hem opgelegd gebiedsverbod overtreden. Aangeefster voelde zich blijkens haar aangiftes en slachtofferverklaring zeer hinderlijk lastiggevallen door verdachte, hetgeen grote invloed heeft gehad op de invulling van haar dagelijkse leven en op haar gemoedstoestand.

Uiteindelijk heeft de obsessie van verdachte ertoe geleid dat hij iemand heeft uitgelokt om aangeefster zwaar lichamelijk letsel aan haar knieën en gezicht toe te brengen. Verdachte stelde hiervoor een beloning in het vooruitzicht en gaf de nodige informatie over aangeefster. Dit heeft ertoe geleid dat aangeefster door twee mannen in de nabijheid van haar woning is opgewacht. Zodra zij voor haar woning uit haar auto stapte, is aangeefster achtereenvolgens onverhoeds vastgepakt, met een op een pistool gelijkend wapen bedreigd, tegen de grond gewerkt, met het wapen op haar hoofd en haar knie/dijbeen geslagen en is een met ammoniak en azijnzuur gedrenkte doek in haar gezicht geduwd, als gevolg waarvan aangeefster lichamelijk letsel heeft bekomen. Deze laffe aanval met voorbedachte raad van twee mannen op één vrouw is een ernstig feit. Ook verdachte heeft door dit uit te lokken een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van aangeefster. Het gepleegde feit is voor aangeefster een zeer schokkende gebeurtenis geweest die bij haar grote gevoelens van angst en onveiligheid heeft veroorzaakt. Uit haar slachtofferverklaring blijkt welke impact en gevolgen de feiten op haar hebben gehad. Zij schrijft dat zij weinig slaapt, nachtmerries heeft, zich vaak nog down voelt en dat zij het moeilijk vindt om haar werk in haar bedrijf goed uit te voeren. Deze gevolgen van zijn handelingen kunnen verdachte worden aangerekend.

Bij het bepalen van de op te leggen straf houdt de rechtbank rekening met het strafblad van verdachte, waaruit blijkt dat hij niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld.

Voorts houdt de rechtbank rekening met de over verdachte opgemaakte rapportages. Zo blijkt uit het psychologisch rapport van 30 september 2015, opgemaakt door drs. J.P.M. van der Leeuw, dat verdachte lijdt aan een ziekelijke stoornis en een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Er is sprake van een stemmingsstoornis NAO bij een man met antisociale, narcistische en borderline trekken en zwakbegaafdheid. Ten tijde van het plegen van het tenlastegelegde waren genoemde ziekelijke stoornis en gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens aanwezig en beïnvloedden deze de gedragskeuzes en gedragingen van verdachte (zodanig dat die mede daaruit verklaard kunnen worden). Verdachte kon de relatiebreuk met aangeefster niet verdragen en hij heeft op basis van zijn narcistische persoonlijkheidstrekken dit als een aantasting van zijn zelfgevoel ervaren hetgeen heeft geleid tot woede. Vervolgens heeft hij het aangetaste zelfgevoel trachten te repareren door aangeefster weer in zijn invloedssfeer te betrekken als (pathologische) poging om het aangetaste zelf weer te helen. Daartoe belaagde hij haar. Hij werd in deze niet voldoende geremd door scrupules, empathie, schuld of schaamte op basis van zijn antisociale toerusting en zijn gevoelens van ontreddering konden buitensporig groot worden door zijn gebrek aan regulerend vermogen. Tenslotte had hij door zijn zwakbegaafdheid onvoldoende zicht op de impact van zijn gedrag. Dit gebeurde in aanzienlijke mate. Verdachte is ten aanzien van de tenlastegelegde feiten verminderd toerekeningsvatbaar te achten. De genoemde persoonsfactoren zijn als essentiële delictfactoren nog immer aanwezig. Tezamen genomen is het recidiverisico hoog, zeker bij een eventuele nieuwe toekomstige relatiebreuk. In overweging wordt gegeven om verdachte binnen het kader van een bijzondere voorwaarde bij een (deels) voorwaardelijk strafdeel te verplichten tot een ambulante behandeling bij een forensisch psychiatrische polikliniek, indien deze behandeling uitvoerbaar en realiseerbaar is in verband met de dreigende/aanstaande uitlevering van verdachte aan België.

De rechtbank kan zich vinden in de conclusie van de deskundige ten aanzien van de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte en neemt deze conclusie over.

Uit het rapport van de reclassering van 7 oktober 2015 komt naar voren dat het risico op nieuwe conflicten in de problematiek met aangeefster onverminderd aanwezig blijft, zolang de praktische en psychische toestand van verdachte niet verbetert of behandeld wordt. Op grond van het recidiverisico en de criminogene factoren acht de reclassering een toezicht en behandeling geïndiceerd. De praktische uitvoerbaarheid hiervan is op dit moment echter twijfelachtig, gezien het feit dat verdachte mogelijk nog uitgeleverd zal worden aan België in verband met een openstaande gevangenisstraf van drie jaar en het ontbreken van huisvesting.

Alles afwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van achttien maanden, met aftrek van voorarrest, noodzakelijk is. De rechtbank ziet geen ruimte voor een andere of lichtere sanctie. Wel ziet de rechtbank aanleiding een deel daarvan, te weten zes maanden, voorwaardelijk op te leggen. Deze voorwaardelijke straf maakt een verplichte begeleiding door de reclassering en een verplichte ambulante behandeling mogelijk. De rechtbank ziet alle reden, ook gelet op het psychologisch rapport, om deze bijzondere voorwaarden, zoals door de reclassering geadviseerd, op te leggen. Naar het oordeel van de rechtbank is onvoldoende vast komen te staan dat op dit moment al ernstig rekening moet worden gehouden met een vertrek van verdachte naar België.

7 De benadeelde partij

7.1

Parketnummer 02/688108-15, feit 1:

De benadeelde partij [slachtoffer] vordert een schadevergoeding van € 1.161,47 voor feit 1 onder parketnummer 02/688108-15.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot gehele toewijzing van de vordering en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht tot dat bedrag.

De verdediging verzoekt de vordering af te wijzen dan wel de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering dan wel de vordering te matigen, nu er sprake is van eigen schuld bij de benadeelde partij. Voorts is de verdediging van mening dat geen causaal verband kan worden vastgesteld tussen de geleden immateriële schade en de handelwijze van verdachte, nu niet blijkt waarom de benadeelde partij behandeling nodig had, hetgeen dient te leiden tot niet-ontvankelijkheid van de benadeelde partij in haar vordering. Ten slotte verzoekt de verdediging de gevraagde vergoeding voor de immateriële schade te matigen.

De vraag of sprake is van eigen schuld aan de kant van de benadeelde partij en in hoeverre die eigen schuld van de benadeelde partij in de zin van artikel 6:101, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek moet leiden tot vermindering van de schadevergoedingsplicht is niet eenvoudig te beantwoorden. Bovendien moet, gelet op het van toepassing zijnde civiele recht, de benadeelde partij in de gelegenheid worden gesteld om te reageren op een dergelijk verweer. Derhalve is de rechtbank van oordeel dat de behandeling van deze vordering een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering. Zij kan haar vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

7.2

Parketnummer 02/700077-15:

De benadeelde partij [slachtoffer] vordert een schadevergoeding van € 3.875,96 voor het onder parketnummer 02/700077-15 tenlastegelegde feit.

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezenverklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt en niet betwist, zodat de vordering zal worden toegewezen.

Tevens zal de gevorderde wettelijke rente worden toegewezen vanaf het tijdstip waarop het feit werd gepleegd.

Met betrekking tot de toegekende vordering benadeelde partij zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

Verdachte is niet gehouden tot betaling voor zover dit bedrag door (een van) zijn mededaders is betaald.

8 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 24c, 27, 36f, 45, 47, 57, 63, 184, 285b en 303 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

9 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezenverklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

parketnummer 02/688108-15, feit 1: belaging;

parketnummer 02/688108-15, feit 2: opzettelijk niet voldoen aan een bevel krachtens

wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar met de uitoefening van enig toezicht belast;

parketnummer 02/688133-15: belaging;

parketnummer 02/700077-15: door beloften en door het verschaffen van inlichtingen opzettelijk uitlokken van poging tot zware mishandeling, gepleegd met voorbedachte rade;

- verklaart verdachte strafbaar voor het bewezenverklaarde;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 18 (achttien) maanden;

- bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf van 6 (zes) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat verdachte voor het einde van de proeftijd van 2 (twee) jaar na te melden voorwaarden niet heeft nageleefd;

- stelt als algemene voorwaarden:

* dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;

* dat verdachte, ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit, medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, ter inzage zal aanbieden;

* dat verdachte gedurende de proeftijd de bijzondere voorwaarden zal naleven;

- stelt als bijzondere voorwaarden:

* dat verdachte zich uiterlijk binnen drie dagen volgend op het onherroepelijk worden van het vonnis en ontslag uit detentie zal melden bij Reclassering Nederland, unit Middelburg, op het adres Vrijlandstraat 33, 4337 EA Middelburg, en zich daarna gedurende een door de reclassering te bepalen periode (die loopt tot maximaal het einde van de proeftijd) zal blijven melden, zo lang en zo frequent als de reclassering noodzakelijk acht;

* dat verdachte zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen bij De Waag Zeeland of soortgelijke ambulante forensische zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, op de tijden en plaatsen als door of namens die instelling/behandelaar aan te geven, teneinde zich te laten behandelen voor de aanwezige psychische problematiek, waarbij verdachte zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;

- geeft de reclassering opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;

- bepaalt dat als algemene voorwaarde wordt toegevoegd:

* dat verdachte medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, de medewerking van huisbezoeken daaronder begrepen;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijke deel van de opgelegde gevangenisstraf;

Benadeelde partij

Parketnummer 02/688108-15, feit 1:

- verklaart de benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk in haar vordering met betrekking tot feit 1 onder parketnummer 02/688108-15 en bepaalt dat die vordering bij de burgerlijke rechter kan worden aangebracht;

- veroordeelt de benadeelde partij [slachtoffer] in de kosten van verdachte, tot op heden begroot op nihil;

Parketnummer 02/700077-15:

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer] van

€ 3.875,96, waarvan € 1.375,96 ter zake van materiële schade en € 2.500,- ter zake van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 6 januari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de benadeelde partij te betalen;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer

[slachtoffer] (feit onder parketnummer 02/700077-15), € 3.875,96 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 48 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat voor zover dit bedrag door één of meer mededaders is betaald, verdachte niet gehouden is dit bedrag aan de Staat te betalen;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd.

Dit vonnis is gewezen door mr. N. van der Ploeg-Hogervorst, voorzitter, mr. I.M. Josten en mr. M.H.M. Collombon, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.E.A.M. van de Riet, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 6 november 2015.

Mr. Van der Ploeg-Hogervorst is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt -tenzij anders vermeld- bedoeld het eindproces-verbaal met proces-verbaalnummer PL196L-2013086845 van de politie, regiopolitie Zeeland, district Zeeuwsch-Vlaanderen, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 8. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 18 december 2013, pagina 2, tweede tot en met vijfde alinea, van voornoemd eindproces-verbaal.

2 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] van 12 september 2014, tweede pagina, derde en vijfde alinea, van het aanvullend proces-verbaal van 19 september 2014.

3 Het schriftelijk stuk, inhoudende een afschrift van de sms-berichten afkomstig van het nummer [telefoonnummer] , in de periode van 6 december 2013 tot en met 16 januari 2014.

4 Het schriftelijk stuk, inhoudende een afschrift van de Facebookberichten van verdachte aan aangeefster, in de periode van 23 november 2013 tot en met 12 december 2013.

5 Het schriftelijk stuk, inhoudende de door verdachte aan aangeefster verzonden brieven, in de periode van november 2013 tot en met 20 januari 2014.

6 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] van 12 september 2014, tweede pagina, derde en vierde alinea, van het aanvullend proces-verbaal van 19 september 2014.

7 Het schriftelijk stuk, inhoudende een verklaring van de buurtbewoners van aangeefster van 12 maart 2014, bijlage bij het aanvullend proces-verbaal van 19 september 2014.

8 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] bij de rechter-commissaris van 23 juni 2015, blad 2, vierde, zevende en achtste alinea, en blad 3, eerste alinea.

9 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 4] bij de rechter-commissaris van 20 juli 2015, blad 2, laatste alinea.

10 Het proces-verbaal van verhoor van getuige J [getuige 5] van 10 september 2014, eerste pagina, eerste en laatste alinea, van het aanvullend proces-verbaal van 19 september 2014.

11 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 5] bij de rechter-commissaris van 23 juni 2015, blad 6, vijfde, zevende en negende alinea.

12 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 6] bij de rechter-commissaris van 20 juli 2015, blad 2, zesde en zevende alinea.

13 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] bij de rechter-commissaris van 23 juni 2015, blad 5, tweede alinea.

14 Het schriftelijk stuk, inhoudende een verklaring van [getuige 7] , eerste en vierde alinea, bijlage bij het aanvullend proces-verbaal van 19 september 2014.

15 Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 8] bij de rechter-commissaris van 23 juni 2015, blad 3, vierde en vijfde alinea.

16 Het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] van 10 september 2014, tweede pagina, laatste alinea, van het aanvullend proces-verbaal van 19 september 2014.

17 De verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 23 oktober 2015.

18 Het proces-verbaal van bevindingen van 16 september 2014, pagina 3, eerste, vierde, vijfde en zevende alinea, van het eindproces-verbaal met proces-verbaalnummer PL2000-2014214421 van de politie, eenheid Zeeland – West-Brabant, Zld district Zeeuwsch-Vlaanderen, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 20.

19 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt -tenzij anders vermeld- bedoeld het eindproces-verbaal met proces-verbaalnummer PL2000-2015044450 van de politie, eenheid Zeeland - West-Brabant, district Zeeland, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 36. Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] van 19 februari 2015, pagina 4, tweede en derde alinea, en pagina 5, eerste en derde alinea, van voornoemd eindproces-verbaal.

20 Het schriftelijk stuk, als bijlage gevoegd bij voornoemd eindproces-verbaal, inhoudende een door aangeefster opgemaakt dagboek van 28 juni 2014 tot en met 15 februari 2015, pagina 19, eerste alinea en vierde tot en met zevende alinea, pagina 21, zevende alinea, pagina 22, laatste alinea, pagina 25, zesde alinea, en pagina 35, laatste alinea.

21 Het proces-verbaal van verhoor van verdachte van 15 april 2015, pagina 6, tiende alinea, van het proces-verbaal van aanvulling van 19 mei 2015 bij voornoemd eindproces-verbaal.

22 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] van 16 april 2015, pagina 289, laatste alinea, pagina 290, eerste, tweede, vierde en twaalfde alinea, pagina 291, eerste alinea, laatste zin, van voornoemd eindproces-verbaal.

23 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt -tenzij anders vermeld- bedoeld het eindproces-verbaal met het nummer PL2000 2015005719 d.d. 18 mei 2015 van de politie, eenheid Zeeland - West-Brabant, Zld district Zeeuwsch-Vlaanderen, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren, en doorgenummerd van 1 tot en met 371. Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] van 22 april 2015, pagina 300, vijfde en zesde alinea, van voornoemd eindproces-verbaal.

24 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2] van 23 april 2015, pagina 358, laatste alinea, pagina 359, vierde en vijfde alinea, van voornoemd eindproces-verbaal.

25 Het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] van 17 april 2015, pagina 294, eerste tot en met derde alinea, en pagina 295, vierde en vijfde alinea, van voornoemd eindproces-verbaal.

26 Het proces-verbaal van locatie telefoon [verdachte] ten tijde van het delict van 2 februari 2015, pagina 174, vierde alinea (historische gegevens) en het proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] van 17 april 2015, pagina 295, tiende en dertiende alinea van voornoemd eindproces-verbaal.