Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2015:6850

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
09-06-2015
Datum publicatie
26-10-2015
Zaaknummer
C/02/298757 / KG ZA 15-263
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Publicatie op verzoek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Handelsrecht

Breda

zaaknummer / rolnummer: C/02/298757 / KG ZA 15-263

Vonnis in kort geding van 9 juni 2015

in de zaak van

1 [naam eiser sub 1] ,

2. [naam eiser sub 2],

beiden wonende te [woonplaats eisers] ,

eisers,

advocaat mr. M. Oudriss te Breda,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

VAKBOUW 8 BV,

gevestigd te Werkendam,

gedaagde,

niet verschenen.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

  • -

    de dagvaarding van 18 mei 2015 met producties 1 tot en met 8,

  • -

    de mondelinge behandeling op 4 juni 2015,

  • -

    de pleitnota van eisers,

  • -

    het tijdens de behandeling tegen gedaagde verleende verstek.

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Het geschil en de beoordeling daarvan

2.1.

Eisers vorderen – samengevat – een veroordeling van gedaagde tot betaling van primair € 79.060,= (€ 49.560,= + € 29.500,=), subsidiair € 49.560,= (3‰ van de koopprijs vanaf 2 januari 2015 tot en met 2 maart 2015) en meer subsidiair € 29.500,= (10% van de koopprijs), vermeerderd met rente en kosten.

2.2.

Eisers stellen dat zij gedaagde, nadat zij haar in gebreke hadden gesteld, aanvankelijk hebben verzocht haar contractuele verplichtingen jegens hen uiterlijk 1 januari 2015 na te komen, maar omdat nakoming uitbleef, zij de overeenkomst op 2 maart 2015 hebben ontbonden. Gedaagde is daarom ingevolge artikel 13 lid 2. sub a. van de koopovereenkomst, over de periode dat zij in verzuim verkeerde en nakoming van haar werd verlangd, 3‰ van de koopprijs (zijnde € 295.000,=) per dag aan hen verschuldigd en daarnaast ingevolge artikel 13 lid 2. sub b., omdat de overeenkomst op 2 maart 2015 is ontbonden, 10% van de koopprijs, aldus eisers. Eisers stellen recht en spoedeisend belang bij toewijzing van het gevorderde te hebben.

2.3.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter hebben eisers voldoende concreet gesteld dat artikel 13 lid 2. van de koopovereenkomst zo uitgelegd moet worden, dat sprake is van twee boetebedingen voor twee van elkaar te onderscheiden situaties, te weten in het geval uitvoering van de overeenkomst wordt verlangd en in het geval de overeenkomst wordt ontbonden en dat beide boetes gevorderd kunnen worden in het geval beide situaties zich voordoen. De door eisers voorgestane uitleg van artikel 13 lid 2. is door gedaagde niet betwist, ook niet in de aan de mondelinge behandeling van dit kort geding gevoerde correspondentie tussen partijen. Op voorhand kan niet gezegd worden dat de tekst van artikel 13 lid 2. zich evident tegen een dergelijke uitleg verzet. De primaire vordering tot betaling van in totaal € 79.060,= komt de voorzieningenrechter daarom niet onrechtmatig of ongegrond voor, zodat deze zal worden toegewezen.

2.4.

Bij brief van 2 maart 2015 is ter zake van het gevorderde bedrag van € 79.060,= aan gedaagde een betalingstermijn gegund van één week. De gevorderde wettelijke rente over dat bedrag is daarom eerst toewijsbaar vanaf 10 maart 2015. De rente zal daarom vanaf die datum worden toegewezen. Ook de gevorderde buitengerechtelijke kosten van

€ 1.565,60 zullen als niet weersproken worden toegewezen.

2.5.

Gedaagde zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten aan de zijde van eisers gevallen. De kosten aan de zijde van eisers worden begroot op:

- dagvaarding € 103,92 (incl. verschotten en BTW)

- griffierecht € 876,=

- salaris advocaat € 527,=

Totaal € 1.506,92

3 De beslissing

De voorzieningenrechter

3.1.

veroordeelt gedaagde tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan eisers te betalen een bedrag van in totaal € 80.625,60 [tachtigduizend zeshonderdvijfentwintig euro en zestig eurocent], vermeerderd met de wettelijke rente over een bedrag van € 79.060,= vanaf 10 maart 2015 tot de dag van algehele voldoening;

3.2.

veroordeelt gedaagde in de proceskosten aan de zijde van eisers gevallen, tot op heden begroot op € 1.506,92;

3.3.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

3.4.

wijst af het anders of meer gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. van den Heuvel en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier mr. Evers op 9 juni 2015.