Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBZWB:2015:6836

Instantie
Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Datum uitspraak
23-10-2015
Datum publicatie
23-10-2015
Zaaknummer
02/800084-15
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Gevangenisstraf na diefstal auto’s

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ZEELAND-WEST-BRABANT

Strafrecht

Zittingsplaats: Breda

parketnummer: 02/800084-15; 02/800181-14

vonnis van de meervoudige kamer d.d. 23 oktober 2015

in de strafzaak tegen

[verdachte]

geboren op [geboortedag] 1989 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] )

wonende te [woonplaats] , [adres]

raadsman mr. R.T.A.G. Keller, advocaat te Tilburg

1 Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 9 oktober 2015, waarbij de officier van justitie, mr. Verheijen, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.

2 De tenlastelegging

Verdachte staat terecht, terzake dat:

Parketnummer 02/800084-15:

Feit 1:

Primair:

hij op of omstreeks 29 januari 2015 te Tilburg met het oogmerk van

wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een personenauto (merk Toyota

Starlet, kleur groen, met kenteken [kenteken 1] ), in elk geval enig goed, geheel

of ten dele toebehorende aan Politie Zeeland West Brabant, in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot

de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen

personenauto onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of

verbreking en/of valse sleutels;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair:

hij op of omstreeks 29 januari 2015 te Tilburg,

althans in Nederland en/of in Belgie, een personenauto (merk Toyota Starlet,

kleur groen, met kenteken [kenteken 1] ) heeft verworven, voorhanden heeft gehad

en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van het verwerven of het

voorhanden krijgen van die personenauto wist, althans redelijkerwijs had

moeten vermoeden, dat het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

Feit 2:

Primair:

hij in de periode van 28 november 2014 tot en met 29 november 2014 te Tilburg

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe- [naam inspecteur 1] heeft weggenomen een personenauto

(merk Toyota Starlet, met kenteken [kenteken 2] ), in elk geval enig goed, geheel

of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of

zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben

verschaft en/of die/dat weg te nemen personenauto onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of valse

sleutels;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair:

hij in of omstreeks de periode van 28 november 2014 tot en met 29 november

2014 te Tilburg, in elk geval in Nederland en/of te Brussel, in elk geval in

Belgie, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,

een personenauto (merk Toyota Starlet, met kenteken [kenteken 2] ) heeft verworven,

voorhanden heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij en/of zijn

mededader(s) ten tijde van het verwerven of het voorhanden krijgen van die

personenauto wist(en), althans redelijkerwijs had/hadden moeten vermoeden dat

het (een) door misdrijf verkregen goed(eren) betrof;

art 416 lid 1 ahf/ond a Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Feit 3:

hij in of omstreeks de periode van 27 januari 2015 tot en met 28 januari

2015, in elk geval op of omstreeks 28 januari 2015 te Tilburg met het oogmerk

van wederrechtelijke toe- [naam inspecteur 1] heeft weggenomen een personenauto (merk

Toyota Starlet met kenteken [kenteken 3] ), in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [benadeelde partij 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs

heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen auto onder zijn bereik heeft

gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of valse sleutels;

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 5 Wetboek van Strafrecht

Feit 4:

hij op of omstreeks 29 januari 2015 te Molenschot, gemeente Gilze Rijen en/of

een of meer (andere) plaatsen in het arrondissement Zeeland West Brabant, in

elk geval in Nederland als bestuurder van een motorvoertuig (een personenauto

(Toyota Starlet met kenteken [kenteken 1] ), daarmee rijdende op de weg, de

autosnelweg A58 en/of A16,

met een snelheid van ongeveer 140 en/of 160 kilometer per uur, althans in elk

geval met een aanzienlijk hogere snelheid dan de ter plaatse geldende

maximumsnelheid (van 120 kilometer per uur) heeft gereden en/of

slingerend heeft gereden en/of

over de vluchtstrook heeft gereden en/of een of meer voertuigen rechts heeft

ingehaald via de vluchtstrook en/of

door/over de (linker)berm heeft gereden en/of een of meer voertuigen heeft

ingehaald via de berm,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg(en) werd veroorzaakt,

althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,

althans kon worden gehinderd;

art 5 Wegenverkeerswet 1994

Parketnummer 02/800181-14:

hij op of omstreeks 18 februari 2014 te Tilburg een of meer wapens van

categorie III, te weten een pistool (Unceta y Cia, Astra, type 4000 (Falcon),

kaliber 7,65mm), en/of munitie van categorie III, te weten zeven, althans een

of meer patro(o)n(en) (kaliber 7,65 mm), voorhanden heeft gehad.

art 26 lid 1 Wet wapens en munitie

3 De voorvragen

De dagvaarding is geldig.

De rechtbank is bevoegd.

De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.

Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.

4 De beoordeling van het bewijs

4.1

Het standpunt van de officier van justitie

Parketnummer 02/800084-15:

Feit 1:

De officier van justitie acht het primair tenlastegelegde feit, de autodiefstal door middel van braak, wettig en overtuigend bewezen. Zij heeft daarvoor in ogenschouw genomen de aangifte van [aangever] namens de Politie Zeeland West Brabant, de kennisgeving van inbeslagneming en het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [naam verbalisant 1] .

Feit 2:

Naar de mening van de officier van justitie kan de diefstal van de auto, zoals primair is tenlastegelegd, niet worden bewezen. Zij acht evenwel voldoende wettig en bewijs aanwezig om tot een bewezenverklaring van het subsidiair tenlastegelegde feit, de opzetheling, te kunnen concluderen. Zij baseert zich daarbij op de aangifte van

[benadeelde partij 1] , de getuigenverklaring van [getuige 1] en de stukken ter zake van de bevindingen van de inspecteurs [naam inspecteur 1] en [naam inspecteur 2] van de politie te Brussel.

Feit 3:

Ten aanzien van deze autodiefstal heeft de officier van justitie vrijspraak gevorderd.

Feit 4:

Volgens de officier van justitie kan feit 4, het veroorzaken van gevaar en hinder op de weg, wettig en overtuigend worden bewezen, gezien de processen-verbaal van bevindingen van de verbalisanten [naam verbalisant 2] , [naam verbalisant 1] en [naam verbalisant 3] .

Parketnummer 02/800181-14:

De officier van justitie acht het verboden wapen- en munitiebezit wettig en overtuigend bewezen, gezien het proces-verbaal van bevindingen inzake het aantreffen van het wapen en de munitie bij verdachte en het proces-verbaal IBIS onderzoek vuurwapens en munitie en het proces-verbaal van het Regionaal Bureau Wapens en Munitie.

4.2

Het standpunt van de verdediging

Parketnummer 02/800084-15:

Feit 1:

In de optiek van de raadsman kan uit het dossier niet de betrokkenheid van verdachte bij de wegnemingshandeling, en dus bij de autodiefstal, worden afgeleid. Hij wijst er op dat verdachte heeft verklaard dat hij met zijn Vespa naar een vriend ( [naam 1] ) te Berkel-Enschot is gegaan om een auto te lenen met de bedoeling om daarmee een stageplek in Breda te gaan zoeken. De omstandigheid dat een sleutel van de Vespa bij verdachte is aangetroffen past in deze verklaring van verdachte. De raadsman heeft daarom verzocht verdachte van het primair tenlastegelegde feit vrij te spreken.

De raadsman refereert zich met betrekking tot de heling, zoals subsidiair is tenlastegelegd, aan het oordeel van de rechtbank.

Feit 2:

De raadsman is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van het primair tenlastegelegde, nu daarvoor onvoldoende bewijs aanwezig is. Hij heeft betoogd dat de verklaring van verdachte - zoals over ‘ [naam 2] ’ en de locatie waar auto’s worden verkocht in Brussel - niet wordt weerlegd door de beschikbare andere stukken in het dossier. Tevens heeft de raadsman opgemerkt dat verdachte het adres en telefoonnummers van ‘ [naam 2] ’ aan de Belgische politie heeft verstrekt, maar dat daarnaar niet of gebrekkig onderzoek is gedaan. Dat getuige [getuige 1] zich ‘ [naam 2] ’ niet kan herinneren, kan volgens de raadsman gelegen zijn in het feit dat [getuige 1] op de bewuste dag bij de autoverkoopplaats veel bestuurders in auto’s heeft laten stoppen en door de drukte niet alle namen en gezichten heeft kunnen onthouden. De raadsman heeft dan ook vrijspraak bepleit van het primaire feit, de diefstal.

Ten aanzien van het subsidiaire feit, de heling, refereert de raadsman zich aan het oordeel van de rechtbank.

Feit 3:

Evenals de officier van justitie is de raadsman van mening dat verdachte van dit feit dient te worden vrijgesproken. De raadsman heeft aangevoerd dat in het dossier weliswaar wordt gesproken over een sleutel welke bij verdachte in beslag is genomen, maar dat nadere informatie over deze sleutel (in combinatie bezien met de betreffende gestolen auto) ontbreekt.

Feit 4:

De raadsman refereert zich voor wat betreft dit feit aan het oordeel van de rechtbank.

Parketnummer 02/800181-14:

De raadsman heeft aangegeven dat voor een bewezenverklaring van dit feit voldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is. Hij heeft evenwel opgeworpen dat het vuurwapen niet gebruiksgereed was en niet van verdachte zelf, doch van een kennis was.

4.3

Het oordeel van de rechtbank

Parketnummer 02/800084-15:

Feit 1

Op donderdag 29 januari 2015 is in Tilburg tussen 13:20 uur en 13:50 uur een personenauto, type Toyota Starlet, met kenteken [kenteken 1] , kleur groen, toebehorende aan de Politie Zeeland West Brabant, weggenomen.1 Het betrof een geprepareerde personenauto voorzien van technische hulpmiddelen.

Verbalisant [naam verbalisant 2] zag op donderdag 29 januari 2015 omstreeks 13.55 uur de genoemde Toyota Starlet rijden over de Torenhoekstraat te Berkel-Enschot. Hij herkende verdachte als bestuurder.2

Op 29 januari 2015 is verdachte aangehouden na een achtervolging van voornoemde Toyota Starlet.3 Bij fouillering van verdachte is een los cilinderslot van deze auto aangetroffen. De cilinder was verwijderd uit het portier aan de bijrijderszijde van de auto. In het contactslot zat een valse sleutel.4

Feit 2

Tussen vrijdag 28 november 2014 omstreeks 20.00 uur en zaterdag 29 november 2014 omstreeks 07.00 uur is weggenomen te Tilburg, een personenauto, type Toyota Starlet, met kenteken [kenteken 2] , toebehorende aan [benadeelde partij 1] .5

Op 29 november 2014 omstreeks 11:34 hebben Belgische politiefunctionarissen voornoemde Toyota Starlet6 aangetroffen in Brussel, met verdachte als bestuurder.7 Het slot aan de passagierszijde was geforceerd.8 In het contact bevond zich een sleutel van het merk Toyota.9In de zak van de jas van [verdachte] werden de ‘boorddocumenten’ van het gestolen voertuig aangetroffen.10

Feit 3

Op 28 januari 2015 tussen 20.30 uur en 23.45 uur is weggenomen te Tilburg een personenauto, type Toyota Starlet, met kenteken [kenteken 3] , toebehorende aan [benadeelde partij 2] .11 Mevrouw [vrouw van benadeelde partij 2] , de partner van [benadeelde partij 2] , had op 28 januari telefonisch aan de politie gemeld dat het slot uit de bijrijdersportier van de auto was verwijderd. Voornoemde personenauto is op 29 januari 2015 elders in Tilburg weer teruggevonden.12

In de kleding van verdachte is na zijn aanhouding op 29 januari 2015 – zie feiten 1 en 4 – een valse sleutel aangetroffen. Uit ambtshalve verricht opsporingsonderzoek is gebleken dat de voornoemde Toyota Starlet van benadeelde [benadeelde partij 2] met deze bij verdachte aangetroffen sleutel op reguliere wijze kon worden geopend en gestart.13

Feit 4

Op donderdag 29 januari 2015 is verdachte herkend door verbalisant [naam verbalisant 2] als de bestuurder van de kort daarvoor ontvreemde Toyota Starlet met kenteken [kenteken 1] (feit 1).14 Een politievoertuig heeft op de A58 – voor de afslag Ulvenhout – voornoemde Toyota Starlet gemaand te stoppen. De Toyota Starlet heeft daarop zijn snelheid verhoogd.15 Op de A58 en de A16 richting Antwerpen heeft de Toyota Starlet vervolgens meerdere voertuigen rechts ingehaald. Ook zijn via de vluchtstrook, de (linker) berm en via de onverharde berm diverse voertuigen ingehaald.16 De Toyota Starlet slingerde en maakte gebruik van elke ter plaatse aanwezige rijstrook, alsmede de vluchtstrook.17 Op de boordsnelheidsmeter van het achtervolgende politievoertuig zijn snelheden van zowel 145 km/u als 160 km/u gezien.18

Bewijsoverweging

De rechtbank acht de onder feit 1 (primair) ten laste gelegde diefstal wettig en overtuigend bewezen. Het tijdsverloop tussen het moment waarop de Toyota Starlet is weggenomen en het moment dat het voertuig werd gesignaleerd met verdachte als bestuurder bedraagt maximaal 35 minuten. De eerst ter zitting gegeven verklaring van verdachte dat hij met zijn Vespa naar een vriend ( [naam 1] ) te Berkel-Enschot is gegaan om een auto te lenen, acht de rechtbank ongeloofwaardig. De auto – die verdachte beweerdelijk heeft geleend van de door hem niet nader omschreven vriend [naam 1] – was 35 minuten voordat verdachte in de auto werd aangetroffen nog in het bezit van de politie Zeeland-West-Brabant. Gelet op het zeer geringe tijdsverloop tussen het moment waarop de auto is weggenomen en het moment waarop verdachte als bestuurder van de auto wordt gezien, kan het redelijkerwijze niet anders zijn dan dat verdachte degene is geweest die de auto heeft weggenomen. Bij de overtuiging dat het verdachte zelf is geweest die de auto heeft weggenomen, heeft de rechtbank meegewogen dat bij verdachte het cilinderslot van deze auto is aangetroffen bij zijn aanhouding.

De rechtbank acht voorts de feiten 2 (primair) en 3 wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank maakt daarbij, naast voornoemde bewijsmiddelen, gebruik van zogenoemd ‘schakelbewijs’. Uit de rechtspraak vloeit voort dat het gebruik van schakelbewijs toelaatbaar is, mits feiten soortgelijk zijn in de zin dat de gang van zaken bij het ten laste gelegde feit op essentiële punten belangrijke overeenkomsten vertoont met de gang van zaken bij andere feiten, waarvoor meer bewijs voorhanden is. Het gaat daarbij om een specifiek patroon in het gedrag van verdachte en de omstandigheden van het geval. Volgens jurisprudentie van de Hoge Raad hoeft ook niet van het gebruik van schakelbewijs te worden afgezien indien de bewezenverklaring van een feit in overwegende mate berust op dit schakelbewijs.

De rechtbank vindt dat de modus operandi van de diefstal die ten laste is gelegd onder feit 2 en 3, opvallende overeenkomsten vertoont met de modus operandi van de diefstal van feit 1. In alle gevallen is sprake van het wegnemen van Toyota Starlets in Tilburg, met een valse sleutel, waarbij opvalt dat steeds ook een cilinder uit het portier aan de bijrijderskant van de auto is weggenomen. Ook de omstandigheid dat verdachte na het weggenemen van Toyota Starlet van de politie Zeeland West Brabant (feit 1) in de richting van België is gereden, terwijl hij tevens in de weggenomen Toyota Starlet van [benadeelde partij 1] (feit 2) kort na het wegnemen ervan in België is aangehouden, wijst op eenzelfde modus operandi.

Voorts heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat het tijdsverloop tussen de wegnemingshandeling bij feit 2 en het aantreffen van verdachte in de auto niet zo groot is dat niet van een diefstal kan worden uitgegaan.

Ook hetgeen verdachte onder feit 4 ten laste is gelegd, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen. Verdachte heeft getracht zich aan zijn aanhouding te onttrekken en daarbij op de autosnelwegen A58 en A16 gereden met snelheden gelegen tussen de 140 en 160 kilometer per uur, over die wegen slingerend gereden, links en rechts meerdere voertuigen ingehaald, ook over de (onverharde) berm en de vluchtstrook. Aldus rijdend heeft verdachte gevaar op die wegen veroorzaakt en het verkeer op die weg gehinderd.

Parketnummer 02/800181-14:

De rechtbank acht dit feit wettig en overtuigend bewezen gelet op:

- De bekennende verklaring van verdachte afgelegd tijdens de zitting van 9 oktober 2015;19

- Het proces-verbaal van bevindingen;20

- Het proces-verbaal IBIS onderzoek vuurwapens en munitie.21

4.4

De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte

Parketnummer 02/800084-15:

Feit 1 primair:

hij op of omstreeks 29 januari 2015 te Tilburg met het oogmerk van

wederrechtelijke toe- [naam inspecteur 1] heeft weggenomen een personenauto (merk Toyota

Starlet, kleur groen, met kenteken [kenteken 1] ), in elk geval enig goed, geheel

of ten dele toebehorende aan Politie Zeeland West Brabant, in elk geval aan

een ander of anderen dan aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot

de plaats des misdrijfs heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen

personenauto onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of

verbreking en/of valse sleutels;

Feit 2 primair:

hij in de periode van 28 november 2014 tot en met 29 november 2014 te Tilburg

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het

oogmerk van wederrechtelijke toe- [naam inspecteur 1] heeft weggenomen een personenauto

(merk Toyota Starlet, met kenteken [kenteken 2] ), in elk geval enig goed, geheel

of ten dele toebehorende aan [benadeelde partij 1] , in elk geval aan een ander of

anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of

zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben

verschaft en/of die/dat weg te nemen personenauto onder zijn/hun bereik

heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of valse

sleutels;

Feit 3:

hij in of omstreeks de periode van 27 januari 2015 tot en met 28 januari

2015, in elk geval op of omstreeks 28 januari 2015 te Tilburg met het oogmerk

van wederrechtelijke toe- [naam inspecteur 1] heeft weggenomen een personenauto (merk

Toyota Starlet met kenteken [kenteken 3] ), in elk geval enig goed, geheel of ten

dele toebehorende aan [benadeelde partij 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan

aan verdachte, waarbij verdachte zich de toegang tot de plaats des misdrijfs

heeft verschaft en/of die/dat weg te nemen auto onder zijn bereik heeft

gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of valse sleutels;

Feit 4:

hij op of omstreeks 29 januari 2015 te/op Molenschot, gemeente Gilze Rijen en/of

een of meer (andere) plaatsen in het arrondissement Zeeland West Brabant, in

elk geval in Nederland als bestuurder van een motorvoertuig (een personenauto

(Toyota Starlet met kenteken [kenteken 1] ), daarmee rijdende op de weg, de

autosnelweg A58 en/of A16,

met een snelheid van ongeveer 140 en/of 160 kilometer per uur, althans in elk

geval met een aanzienlijk hogere snelheid dan de ter plaatse geldende

maximumsnelheid (van 120 kilometer per uur) heeft gereden en/of

slingerend heeft gereden en/of

over de vluchtstrook heeft gereden en/of een of meer voertuigen rechts heeft

ingehaald via de vluchtstrook en/of

door/over de (linker)berm heeft gereden en/of een of meer voertuigen heeft

ingehaald via de berm,

door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg(en) werd veroorzaakt,

althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd,

althans kon worden gehinderd.

Parketnummer 02/800181-14:

hij op of omstreeks 18 februari 2014 te Tilburg een of meer wapens van

categorie III, te weten een pistool (Unceta y Cia, Astra, type 4000 (Falcon),

kaliber 7,65mm), en/of munitie van categorie III, te weten zeven, althans een

of meer patro(o)n(en) (kaliber 7,65 mm), voorhanden heeft gehad.

Tengevolge van een kennelijke omissie in de tenlastelegging, is in de eerste regel van het onder feit 4 tenlastegelegde weggevallen het woord ‘op’.

De rechtbank herstelt deze omissie en leest voormelde zinsnede zoals hiervoor is vermeld. Blijkens het verhandelde ter terechtzitting is verdachte daardoor niet in de verdediging geschaad.

De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

5 De strafbaarheid

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6 De strafoplegging

6.1

De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen ter zake van de feiten 1 primair,

2 subsidiair (van parketnummer 02/800084-15) en het feit onder parketnummer 02/800181-14, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 14 maanden met aftrek van voorarrest. Met betrekking tot de overtreding onder feit 4 (parketnummer 02/800084-15) heeft zij gevorderd op te leggen 4 weken hechtenis, alsmede een ontzegging van de rijbevoegdheid van

12 maanden. De officier van justitie heeft daarbij rekening gehouden met de ernst van de feiten, de richtlijnen die het openbaar ministerie hanteert aangaande soortgelijke feiten en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Gelet op het gebrek aan intrinsieke motivatie en zelfinzicht bij verdachte, heeft de officier van justitie geen voorwaardelijke straf, waaraan bijzondere voorwaarden zijn verbonden die zien op begeleiding en behandeling van verdachte, geëist.

6.2

Het standpunt van de verdediging

De raadsman stelt zich primair op het standpunt dat een straf kan worden opgelegd die gelijk is aan de duur van het voorarrest. Subsidiair heeft de raadsman verzocht verdachte aanvullend, naast een straf die overeenkomt met het voorarrest, een geheel voorwaardelijke straf op te leggen waaraan de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden kunnen worden gekoppeld. De raadsman heeft in dit verband aangevoerd dat verdachte heeft kenbaar gemaakt dat hij het reclasseringscontact met mevrouw [naam 3] wenst te continueren. Verdachte is volgens de raadsman een jongen die graag een normaal leven wil leiden, maar dit niet zonder professionele hulpverlening kan bewerkstelligen.

6.3

Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft zich in de eerste plaats schuldig gemaakt aan een drietal diefstallen van auto’s van het type Toyota Starlet. Diefstal is een hinderlijk feit dat niet alleen materiële schade veroorzaakt, maar ook ongemak en hinder bij het slachtoffer. Verdachte heeft met zijn handelen aangetoond geen enkel respect te hebben voor andermans goederen en eigendommen en heeft uitsluitend oog gehad voor zijn eigen financieel gewin.

Daarnaast heeft verdachte zich met roekeloos rijgedrag op een drukke snelweg getracht aan zijn aanhouding te onttrekken. Deze vluchtpoging is geëindigd met een eenzijdig ongeval van de auto die verdachte bestuurde, waarbij de auto alle rijstroken van de snelweg heeft doorkruist en over de kop is geslagen. Met zijn rijgedrag heeft verdachte ervan blijk gegeven koste wat kost te willen ontkomen aan de politie. Daarbij heeft verdachte zich niets gelegen laten liggen aan de belangen van anderen. Het mag een klein wonder heten dat verdachte geen ongeval voor andere weggebruikers heeft veroorzaakt. Verdachte heeft niet alleen zijn eigen leven, maar ook dat van anderen in gevaar gebracht. Ook achteraf heeft verdachte geen enkele reflectie getoond op hetgeen hij heeft gedaan en heeft hij hiervoor geen enkele verantwoordelijkheid genomen.

Tot slot is bij verdachte een vuurwapen aangetroffen. Verdachte liep hiermee op straat en had het vuurwapen verborgen in zijn sok. Ook dit acht de rechtbank een ernstig feit. Het bezit van een vuurwapen is een delict dat de gevoelens van onveiligheid in de samenleving vergroot. Daarbij komt nog dat het op straat bij zich dragen van een vuurwapen, het risico op het gebruik ervan vergroot. Dat het vuurwapen niet schietklaar was, daar de slede aan het wapen was vastgeroest, kan de ernst van dit feit slechts beperkt relativeren, nu dit voor een derde die het wapen op zich zou krijgen gericht niet kenbaar is.

Blijkens het strafblad van verdachte, dat acht pagina’s telt, is hij eerder veroordeeld voor vermogens- en geweldsdelicten. Ook is verdachte eerder veroordeeld vanwege handelen in strijd met de Wet Wapens en Munitie.

Bij de strafoplegging heeft de rechtbank voorts acht geslagen op de diverse reclasseringsrapportages. Het laatste reclasseringsadvies van Novadic-Kentron van 2 oktober 2015 vermeldt: “Gezien het ontbreken van de financiën, een zinvolle dagbesteding en delictgeschiedenis van betrokkene schatten wij het recidiverisico hoog in.” Het Pro Justitia-rapport van psycholoog De Kuiper van 23 juli 2015 vermeldt dat verdachte kenmerken vertoont van een antisociale persoonlijkheidsstoornis en verder dat verdachte problemen heeft met impulscontrole en agressieregulatie. Een mogelijke vermindering van de toerekeningsvatbaarheid heeft hij niet kunnen onderzoeken.

Uit verklaringen van verdachte ter zitting leidt de rechtbank af dat verdachte de schuld van zijn problemen vooralsnog uitsluitend bij anderen legt. Hij ziet niet in dat een deel van zijn problemen te wijten is aan zijn eigen gedrag en welke invloed zijn manier van optreden op andere mensen heeft. Verdachte heeft ter zitting op geen enkele wijze de indruk gewekt geïnteresseerd te zijn in hulp die is gericht op verandering van zijn gedrag.

In al het voorgaande ziet de rechtbank reden om in afwijking van het reclasseringsadvies niet een (deels) voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, maar een geheel onvoorwaardelijke gevangenisstraf. Bij het bepalen van de strafmaat heeft de rechtbank aansluiting gezocht bij de door het Landelijk overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS) vastgestelde landelijke oriëntatiepunten voor de straftoemeting.

Alles afwegend is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf voor de duur van 14 maanden, met aftrek van voorarrest, passend en geboden is voor de feiten 1 (primair), 2 (primair) en 3 (de diefstallen) van parketnummer 02/800084-15, alsmede het feit (vuurwapenbezit) van parketnummer 02/800181-14. De rechtbank is daarbij uitgegaan van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden voor elke diefstal, alsmede een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 5 maanden voor het verboden vuurwapenbezit. Bij deze laatste strafmaat heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat weliswaar geen sprake was van een wapen dat voor direct afvuren geschikt was, maar het werd wel op straat gedragen op een plaats waar verdachte het direct kon pakken (in zijn sok). Bovendien heeft verdachte eerdere veroordelingen in verband met wapens op zijn strafblad.

Voor feit 4 uit dossier met parketnummer 02/800084-15 (gevaarlijk rijgedrag) acht de rechtbank 4 weken hechtenis en een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van 12 maanden, passend en geboden.

Feiten en omstandigheden die aanleiding geven om de schorsing van de voorlopige hechtenis op te heffen zijn de rechtbank onvoldoende gebleken zodat de rechtbank de vordering van de officier van justitie ter zake zal afwijzen.

7 De benadeelde partij

De benadeelde partij Politie eenheid Zeeland West-Brabant vordert een schadevergoeding van € 1.902,00 en de wettelijke rente voor feit 1 (parketnummer 02/800084-15).

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezenverklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt, zodat de vordering, met wettelijke rente, zal worden toegewezen.

De benadeelde partij [benadeelde partij 1] vordert een schadevergoeding van € 335,75 voor feit 2 (parketnummer 02/800084-15).

De rechtbank is van oordeel dat de schade een rechtstreeks gevolg is van dit bewezenverklaarde feit en acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is voldoende aannemelijk gemaakt, zodat de vordering zal worden toegewezen.

De benadeelde partij [benadeelde partij 2] vordert een schadevergoeding van € 4.404,82 voor

feit 3 (parketnummer 02/800084-15).

De rechtbank is van oordeel dat de schade tot een bedrag van € 988,68 een rechtstreeks gevolg is van dit bewezen verklaarde feit ter zake van materiële schade, te weten de reparatiekosten van de auto en aanschaf van een nieuw stuurslot. De rechtbank acht verdachte aansprakelijk voor die schade.

Het gevorderde is tot dat bedrag voldoende aannemelijk gemaakt en zij zal de vordering tot dat bedrag toewijzen.

Voor het overige - te weten de aanschafkosten van een andere auto - is de rechtbank van oordeel dat de vordering dient te worden afgewezen, nu niet is gebleken dat deze kosten rechtstreeks verband houden met het bewezenverklaarde feit.

Met betrekking tot de toegekende vorderingen van de benadeelde partijen zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen.

8 Het beslag

8.1

De teruggave aan verdachte

De rechtbank zal de teruggave gelasten van de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen aan verdachte, aangezien deze voorwerpen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en onder verdachte in beslag zijn genomen.

1 1 stuk mobiele telefoon, kleur blauw

Samsung

G1290319

2 1 stuk mobiele telefoon, kleur zwart

Samsung

G1290320

4 1 stuk Ov-Jaarkaart

G1290931: serienummer [nummer 1]

5 1 stuk Ov-Jaarkaart

G1290932: serienummer [nummer 2]

8.2

De bewaring ten behoeve van de rechthebbende

De rechtbank zal de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelasten van de hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen, aangezien thans niemand als rechthebbende kan worden aangemerkt.

3 1 stuk sleutel

Vespa

G1290946

6 1 stuk slot

G1290858: portierslot

7 1 stuk sleutel

G1290861: portiersleutel

8 1 stuk sleutel

G1290863: portiersleutel

9 1 stuk auto-onderdelen, kleur blauw

Toyota

G1290866: wiper control

8.3

De onttrekking aan het verkeer

De hierna in de beslissing genoemde in beslag genomen voorwerpen zijn vatbaar voor onttrekking aan het verkeer. Gebleken is dat het feit (parketnummer 02/800181-14) is begaan met betrekking tot deze voorwerpen. Verder zijn deze voorwerpen van zodanige aard dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet en het algemeen belang.

1. stuk wapen, kleur zwart

Falcon Astra vuist

Goednummer 1100835, roestig vuistvuurwapen + patroon

2 7 stuks patroon

GECO EN MKE kal.7.65 mm Browning

Goednummer 1101839, 5x Geco + 2x MKE uit houder pistool

9 De wettelijke voorschriften

De beslissing berust op de artikelen 10, 27, 36b, 36c, 57, 62, 63, 91, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26, 55, 56 en 60 van de Wet wapens en munitie, alsmede artikel 5, 177, 178, 179, en 188 Wegenverkeerswet 1995, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

10 De beslissing

De rechtbank:

Bewezenverklaring

- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;

- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;

Strafbaarheid

- verklaart dat het bewezen verklaarde de volgende strafbare feiten oplevert:

Parketnummer 02/800084-15:

feit 1 primair, feit 2 primair en feit 3, telkens: diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels;

feit 4: overtreding van artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994;

Parketnummer 02/800181-14:

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit is begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III, en

handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, terwijl het feit is begaan met betrekking tot munitie van categorie III ;

- verklaart verdachte strafbaar;

Strafoplegging

- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 14 maanden voor feit 1 primair,

feit 2 primair en feit 3, uit het dossier met parketnummer 02/800084-15, alsmede het feit uit het dossier met parketnummer 02/800181-14;

- bepaalt dat de tijd die verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest heeft doorgebracht in mindering wordt gebracht bij de tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf;

- veroordeelt verdachte tot een hechtenis van 4 weken voor feit 4 uit het dossier met parketnummer 02/800084-15;

- veroordeelt verdachte tot een ontzegging van de bevoegdheid om motorrijtuigen te besturen van 12 maanden voor feit 4 uit het dossier met parketnummer 02/800084-15;

Beslag

- gelast de teruggave aan verdachte van de onder 8.1 genoemde inbeslaggenomen voorwerpen;

- gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van de onder 8.2 inbeslaggenomen voorwerpen;

- verklaart onttrokken aan het verkeer de onder 8.3 inbeslaggenomen voorwerpen;

Benadeelde partijen

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij Politie eenheid Zeeland West-Brabant van € 1.902,00 ter zake van materiële schade, en vermeerderd met de wettelijke rente, berekend vanaf 29 januari 2015 tot aan de dag der algehele voldoening;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil; (BP.06)

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer Politie eenheid Zeeland West-Brabant (feit 1), € 1.902,00 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 29 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd; (BP.04)

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 1] van

€ 335,75 ter zake van materiële schade;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil; (BP.06)

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer

[benadeelde partij 1] (feit 2), € 335,75 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 5 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd; (BP.04)

- veroordeelt verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [benadeelde partij 2] van

€ 988,68 ter zake van materiële schade;

- veroordeelt verdachte in de kosten van de benadeelde partij tot nu toe gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, tot op heden begroot op nihil;

- bepaalt dat de vordering voor het overige wordt afgewezen;

- legt aan verdachte de verplichting op aan de Staat, ten behoeve van het slachtoffer

[benadeelde partij 2] (feit 3), € 988,68 te betalen, bij niet betaling te vervangen door 19 dagen hechtenis, met dien verstande dat toepassing van de vervangende hechtenis de betalingsverplichting niet opheft;

- bepaalt dat bij voldoening van de schadevergoedingsmaatregel de betalingsverplichting aan de benadeelde partij vervalt en omgekeerd; (BP.04)

Voorlopige hechtenis

- heft het geschorste bevel van de voorlopige hechtenis op.

Dit vonnis is gewezen door mr. Schild, voorzitter, mr. Kok en mr. Janssen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Roebroeks, griffier, en is uitgesproken ter openbare zitting op 23 oktober 2015.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een eindproces-verbaal 1, wordt – tenzij anders vermeld – bedoeld het eindproces-verbaal met dossiernummer 02/800084-15 van de regionale eenheid politie Zeeland-West-Brabant, district Hart van Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 137, en wanneer wordt verwezen naar een eindproces-verbaal 2, het eindproces-verbaal, dossiernummer 2014027496, van de regionale eenheid politie Zeeland-West-Brabant, district Hart van Brabant, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren en doorgenummerd van 1 tot en met 236. Proces-verbaal van aangifte van [aangever] , d.d. 29 januari 2015, p. 15 van voornoemd eindproces-verbaal 1.

2 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 29 januari 2015, p. 17-18 van voornoemd eindproces-verbaal 1.

3 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 9 februari 2015, p. 117 van voornoemd eindproces-verbaal 1.

4 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 9 februari 2015, p. 117 van voornoemd eindproces-verbaal 1.

5 Proces-verbaal van aangifte van [benadeelde partij 1] , d.d. 29 november 2014, p. 41 van voornoemd eindproces-verbaal 1.

6 Een geschrift zijnde een ‘HIT CGO-T-Sirene Belgium’ van de politie Brussel, d.d. 29 november 2014, p. 44 van voornoemd eindproces-verbaal 1.

7 Een geschift zijnde een Ambtshalve Politioneel Onderzoek van de politie Brussel, d.d. 29 november 2014, p. 57 van voornoemd eindproces-verbaal 1.

8 Een geschrift zijnde een proces-verbaal van de politie Brussel, d.d. 29 november 2014, p. 90 van voornoemd eindproces-verbaal 1.

9 Een geschrift van de politie Brussel zijnde een proces-verbaal, d.d. 29 november 2014, p. 88 van voornoemd eindproces-verbaal 1.

10 Een geschrift van de politie Brussel zijnde een proces-verbaal van het ‘vinden van een gestolen voertuig’, d.d. 29 november 2014, p. 98 van voornoemd eindproces-verbaal 1.

11 Proces-verbaal van aangifte van [vrouw van benadeelde partij 2] , d.d. 29 januari 2015, p. 113 van voornoemd eindproces-verbaal 1.

12 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 9 februari 2015, p. 117 van voornoemd eindproces-verbaal 1.

13 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 9 februari 2015, p. 118 van voornoemd eindproces-verbaal 1.

14 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 29 januari 2015, p. 17 van voornoemd eindproces-verbaal 1.

15 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 29 januari 2015, p. 17 van voornoemd eindproces-verbaal 1.

16 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 29 januari 2015, p. 19-20 van voornoemd eindproces-verbaal 1.

17 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 29 januari 2015, p. 22 van voornoemd eindproces-verbaal 1.

18 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 29 januari 2015, p. 22-23 van voornoemd eindproces-verbaal 1.

19 De verklaring van verdachte afgelegd op de zitting van 1 oktober 2015.

20 Het proces-verbaal van bevindingen, d.d. 18 februari 2014, p. 84 en 85 van voornoemd eindproces-verbaal 2.

21 Het proces-verbaal IBIS onderzoek vuurwapens en munitie, d.d. 20 februari 2014, p. 88-89, van voornoemd eindproces-verbaal 2.